Het helpt natuurlijk als je eerst Schauvliege schoffeert en dan Guy Verhofstadt in de jury hebt

12 november 2009

Over de literatuur als boekhoudersschap

Eerst heette het Mortierdat deze jury ondermaats was en niet in staat om zijn talent te beoordelen. Daarna, bij de bekendmaking van de AKO-laureaat, liet Erwin Mortier optekenen dat diezelfde jury “hem beter begrepen heeft dan de andere”. Wat is het nu, beste Erwin? Is de enige kwaliteitsmaatstaf van een literaire jury de Mortiergezindheid? Denk je nu echt dat de middenas van het universum door jouw navel loopt, en dat de waarheid zich verbuigt onder invloed van jouw grenzeloze gravitatie?

Wat er ook van zij, de auteur van Godenslaap wil zo snel mogelijk een gesprek met cultuurminister Joke Schauvliege (door hem eerder in De Morgen, tamelijk onsubtiel en kinderachtig, als Schouwvliegje betiteld), om nu eindelijk eens dat fiscaal statuut van de auteur aan te kaarten. Mortier wil zelf geen belastingen betalen maar wil wel graag meer belastinggeld gereserveerd om de literatuurindustrie te stimuleren.

Nu ben ik de laatste om een kunstenaar te willen zien hongeren op zijn zolderkamer. Toch lijkt het nieuwe materialisme van het schrijversgild, evenals de gretigheid waarmee er naar overheidsgeld gelonkt wordt (zie de eis van de sector om beginnelingen een soort ambtenarenstatuut te geven, om nog maar te zwijgen van het “geef ons meer geld”-geblaat van Dirk van Bastelaere in het tijdschrift nY), te refereren naar een zeer oude wortel van het schrijversschap, namelijk de boekhouding. Van in het oude China tot onder Karel de Grote waren schrijvers in de eerste plaats door de overheid aangestelde klerken, die slechts mettertijd, eerder uit verveling, naast de reguliere magazijnnotities ook persoonlijke krabbels maakten. Misschien werd dat door de hofdames wel gesmaakt, en ontstond zo het type van de hofdichter, een soort belcanto-nar die zich in zangwedstrijden mocht uitleven. Jaja, toen al regende het prijzen, waren er glunderende winnaars en mokkende verliezers.

Dit maar om te zeggen dat Mortiers gekoketteer met jury’s, zijn enorme hang naar succes en status (de gespeelde bescheidenheid van de laureaat, die gelukzalig mompelde “ach, we doen het niet voor het klatergoud”, deed dat nog frappanter uitkomen, zoals Caesar tot drie keer toe de keizerskroon weigerde), ons weer herinnert aan wat Sloterdijk schreef over het cynisme van de moderne intellectueel en zijn verslaving aan de macht. Het aura van de dichter is de verdubbeling van het aura van de politicus, die er zich achter verstopt, want politici zijn de dag van vandaag niet populair. De hang naar zekerheid en de institutionele cocon is onrustwekkend groot in het artistiek-intellectuele circuit. Ik zou graag eens een schrijver beloond zien die het establishment te kakken heeft gezet, maar dat is natuurlijk een contradictie vermits het establishment zelf de prijzen uitdeelt.

Voor de rest heeft Erwin Mortier een vlekkeloos PR-parcours gereden: het hautaine geschimp op het Schouwvliegje heeft hem de sympathie opgeleverd van juryvoorzitter Guy Verhofstadt, en het naarstige lobbywerk van diens broer Dirk. De als “voluntarisme” verklede doordrammerij van de ex-premier indachtig, zou het me niet verwonderen dat de rest van de jury hem gewoon zijn zin heeft gegeven. Daarbij blijf ik, zoals al vroeger gezegd, de verschijning van de luiers verversende moeder-minister een verademing vinden in het landschap van de kakmachines en de zelfverheerlijkende peptalk allerhande.

Zal Godenslaap de eeuwigheid halen, zoals de jury het stelt? Ik weet het nog zo niet. Ik heb eerder het gevoel dat de echte eeuwigheid van morgen vandaag in de anonimiteit huist, het klodderwerk van de eenzame wroeter. Behalve een euvel is marginaliteit misschien ook wel een zegen, een schuilplek. Een auteur die door een (ex-) premier wordt gelauwerd, dat kan nooit goed aflopen. Ook Claus en Verhofstadt waren boezemvrienden, maar van Claus gelooft niemand dat hij nog een decennium langer meegaat. Kunstenaars en macht, ze trekken elkaar aan, maar het eeuwigheidsgehalte blijkt telkens weer ver van de salons, de Academie en de prijzen te liggen. Dat ziet er dus niet zo goed uit voor Erwin. Dan toch maar beter eens stevig doorbomen over dat BTW-tarief…

Johan Sanctorum


Goedele Liekens geeft Kathleen Cools les in journalistiek

10 november 2009

pedo_GoedeleMaandag 9 november, Canvas-Terzake: Kathleen Cools interpelleert Goedele Liekens omtrent een interview dat die had afgenomen van een notoire Nederlandse pedofiel, Ad van den Berg, medeoprichter van de Partij voor Naastenliefde, Vrijheid en Diversiteit,- een partij met maar één programmapunt: leve de seks tussen volwassenen en kinderen. De man heeft een tijdje moeten brommen en is nu weer op vrije voeten om zijn opmerkelijk wereldbeeld te propageren.

Ik heb me in het verleden soms wat laagdunkend uitgelaten over de media-BV Goedele Liekens. Ik neem het bij deze terug. Zelden iemand zo moedig en eerlijk iemand in de ogen zien kijken, voor wie ze toch geen enkele sympathie kon hebben. Het gesprek van de Vlaamse sexuologe met de Hollandse piemeltjeszuiger (het ging soms echt tot in de details: de man had een uitgesproken voorkeur voor 12-jarige jongentjes) ging geen enkel taboe uit de weg, maar verbloemde ook niks en ging onmiddellijk naar de essentie: “Wat hebben die kinderen daar nu eigenlijk aan, mijnheer?” 

Ad van den Berg had uiteraard zijn verhaal klaar –de man is niet dom-, dat er vooral op neer kwam dat hij die kinderen sexueel genot verschafte, een nobel doel dus in dit tranendal. Doorheen het gesprek werd, dankzij de subtiele vraagstelling van Liekens, echter duidelijk dat de pedofiel vooral aan ontkenning doet en een soort libertair-hedonistische fantasie cultiveert. Dit soort gesprekken is wel degelijk verhelderend. Het Nederlandse programma heet 1/1 en duurt zowat een uur: daar kunnen wij, met de kipkap- en fastfood-journalistiek van Canvas, alleen maar van dromen.

Daags nadien zat Goedele dus zelf in de Terzake-beklaagdenbank, en werd aan de tand gevoeld door Kathleen Cools. Of dit eigenlijk wel allemaal door de beugel kon? “Als ik dit nu hoor, of ik dit nu emotioneel bekijk of intellectueel, dit roept bij mij walging op”, zo ging Cools onmiddellijk van start. Geen open vraag dus, maar meteen een eigen oordeel: een buis in het eerste jaar journalistiek. Het contrast kon niet groter: terwijl Goedele Liekens beheerst en rationeel aantoonde dat ze, vanuit haar professionele achtergrond, een gesprek had proberen te voeren met een man voor wie ze overigens geen enkele sympathie kon voelen, deed Kathleen Cools weinig meer dan met haar pruilmondje en kijvend vingertje haar eigen goede smaak en weldenkendheid etaleren. Ze trachtte daarbij Liekens in het nauw te drijven –wat van geen kanten lukte- en een soort immoralisme toe te dichten.

“Als je jezelf bezig ziet; heb je niet het gevoel dat je meer weerwerk had moeten bieden?” probeerde Cools nog eens. Antwoord van Liekens: “Je moet die mensen niet in de verdrukking duwen . Dat hebben we natuurlijk geleerd in ons vak als therapeut. Want je komt van die mensen niets te weten. Laat die het maar zelf zeggen. Hij heeft dingen gezegd die hij tevoren nooit eerlijk had toegegeven.”

Daarmee gaf Goedele haar ondervraagster een klets op haar dikke kont, met de vermelding: terug naar de keuken jij, amateur! Inderdaad: wie men ook voor zich heeft in de studio, de eerste regel van de objectiviteit gebiedt dat men afstand houdt,  én tegelijk een soort onbevangenheid creëert die ook effectief maskers laat vallen. Anders gezegd: de kinderlijke verwondering van Liekens deed bij de pedofiele intellectueel Ad van den Berg de broek tot op de enkels zakken. Zoiets heet empathie en emotionele intelligentie.

Mensen spreken maar als ze ruimte krijgen. Elke psycholoog weet dat, elke goede journalist heeft zoiets in de vingers, maar Cools niet. Die etaleert liever, zoals haar baas Kris Hoflack, de eigen voorkeuren, antipathieën “gevoelens van walg”. Een journalist, die naam waardig, moet ook een oorlogsmisdadiger met stijl kunnen interviewen. Niet om de man zomaar “een forum te geven”, maar om inzicht te krijgen in wat hem dreef. De kennis als deugd, het gesprek als verloskunde,het oude Socratische ideaal. Of neem een voorbeeld aan de eigenzinnige Klara-journalist J.P. Rondas.

Voor de rest lag er geen zweem van sensatiezucht over het interview, dat Liekens overigens uit de losse pols moest afnemen, zonder op voorhand te weten wie ze voor zich ging hebben. De truttigheid anderzijds waarmee Kathleen Cools zich trachtte te identificeren met Vlaanderen’s moral majority (de reacties van brave huisvaders en huismoeders op de Canvas-site liegen er niet om), lag helemaal in de lijn van de politiek-correcte bewustzijnsvernauwing waar de VRT-journalistiek al decennia aan lijdt. Cools wil geen pedofielen voor zich, ook geen Vlaams Belangers of ander ongedierte, en liefst zo min mogelijk critici van het cultureel-politiek establishment. Alleen naar goede zeep ruikende witteboordcriminelen zoals Noël Slangen, als die weer een reklameboekje voor zijn eigen business klaar heeft. Of undercover-toestanden bij nazi-onthaalmoeders, ja, dat kan natuurlijk ook.

Conclusie: Goedele Liekens heeft Kathleen Cools een les in journalistiek gegeven. Het zal de bedoeling wel niet geweest zijn. Wedden dat we de flamboyante sexuologe een hele tijd niet meer zullen zien op de publieke zender?

Johan Sanctorum


Hoezo, “Patrick Janssens wint het referendum”?

24 oktober 2009

In het tijdperk van de perceptie winnen de communicatiespecialisten altijd.

Patrick Janssens3Nog geen minuut na de uitslag van de Oosterweel-volksraadpleging claimde burgemeester Patrick Janssens de neen-uitslag als zijn persoonlijke overwinning én van zijn partij, via een live-uitzending van de Antwerpse regionale zender ATV. “Strategisch gezien een perfecte zet”, constateerde De Standaard (19/10/09) met een ondertoon van bewondering. Een dag later (DS van 20/10) werd die kwalificatie “strategisch” weggelaten en heetten Janssens en zijn partij eenvoudigweg “de overwinnaars van de Antwerpse volksraadpleging”. Dat is een opmerkelijke semantische verschuiving, die illustreert hoezeer politiek cynisme beloond wordt, en hoe weinig kritisch de media omspringen met Machiavellistische retoriek.

Inderdaad: niet Ademloos of Straten-Generaal kwamen uit de bus als morele winnaars, maar wel de man die tot maart van dit jaar die Lange Wapperbrug absoluut door de strot van de Antwerpenaar wilde duwen en het protest negeerde, met de historische woorden Walk and don’t look back.

De bocht van 180° die daarop volgde, was niet het resultaat van een louteringsproces, maar van een simpele rekensom: de volksraadpleging zou er komen, en het neen-kamp zou winnen. Een realpolitiker zorgt er altijd op tijd voor om niet in de hoek van de verliezers terecht te komen. Toen heette het plots dat Antwerpen een “bezette stad” was, getiranniseerd door Brussel en de collaborerende Vlaamse politiek.

Met die “bezette stad” parafraseert Janssens een tekst die hij zonder twijfel gelezen heeft, en die ik in 2001 schreef, toen nog in opdracht van Slangen’s communicatiebedrijf. De nota “De psychologie van de Antwerpenaar” wijst o.m. op de diep gewortelde anti-establishment-onderstroom in de Scheldestad, en refereert naar historische trauma’s verbonden aan de Spaanse bezetting in de 16de eeuw. De val van Antwerpen werd door de briljante veldheer Farnèse namelijk voorbereid via het bouwen van een…pontonbrug over de Schelde.

De studie, die verder uitdrukkelijk waarschuwt voor de gevaren van wancommunicatie en het ontbreken van een publiek draagvlak, belandde allicht onder de tonnen bedrukt papier die Groep C uitspuwde in het kader van haar lucratief BAM-contract, tot Patrick Janssens er zich dus door liet inspireren om zichzelf alsnog tot aanvoerder van de rebellen uit te roepen.

Daarmee doet de A-burgemeester eigenlijk niets anders dan wat BAM al jaren doet, namelijk perceptiesturing. Het is het soort communicatie dat niet gericht is op informeren, maar veeleer op demagogie en gedoseerd des-informeren, in het jargon ook eufemistisch als “opinie-management” omschreven. Of zoals actievoerder Manu Claeys het omschrijft: “Jarenlang mocht BAM aan perceptieontwikkeling doen in plaats van aan overheidscommunicatie. BAM richtte zich niet op het schetsen van een correct en volledig beeld van het project Oosterweelverbinding, maar trok de kaart van de perceptieontwikkeling, waarbij alle pijnpunten van het eigen project buiten beeld werden gehouden.

Dat heel ditslangen3 pakket overheidscommunicatie werd uitbesteed aan een reklamemaker uit Hasselt, met dank aan Steve Stevaert, zegt veel over de huidige beleidscultuur in België én Vlaanderen. Een logica die het verkopen van een politieke partij, of een brug, of een pak waspoeder, formeel aan elkaar gelijk stelt, deugt niet in het democratisch proces. Zwart kan niet morgen wit zijn.  Toch ontsnapt ook deze volksverlakker telkens weer de finale ontmaskering, blijft hij buiten schot in heel het BAM-fiasco, en behoudt hij de post van “strategisch directeur” in de op-sterven-na-dode VLD.  Men moet nu eenmaal in de eerste plaats zichzelf kunnen verkopen.

Het verkopen van “gebakken lucht”, zoals dat in de volksmond heet, is een oeroude bezigheid die al werd beoefend door de Griekse sofisten, en die in de welbekende handboeken van Niccolò Machiavelli werd uitgewerkt tot een pasklaar model van het politieke cynisme. Vandaag hebben de marketeers deze draad overgenomen. Dat ook Patrick Janssens uit de reklamewereld komt, is dan ook allerminst een toeval. Als demagoog is hij briljant. De vraag is alleen, of wij dit soort politici vandaag nodig hebben.

De Janssens-bocht, en de kritiekloze perceptie ervan binnen de media, versterkt alleen maar het globale anti-establishment-gevoel. Sluwheid blijkt nog altijd een hogere politieke deugd dan eerlijkheid. Niet te verwonderen dat politici én journalisten ergens onderaan bengelen in de vertrouwensbarometer.

Is er een alternatief voor de politieke marketing en de trukendoos van de communicatietechnologie? Jazeker, wakkere-burger-initiatieven zoals Ademloos bewijzen het. Maar binnen de minuut na de “hoogmis van de democratie” worden ze onschadelijk gemaakt, en krijgen politici die wél consequent een visie verdedigd hebben, het nakijken.

In het tijdperk van de perceptie winnen de communicatiespecialisten altijd. De toekomst van de democratie ligt echter elders. Of we zouden wel eens in een geruisloze dictatuur kunnen terecht komen, die zo goed “communiceert” dat niemand de leugen nog opmerkt.

Johan Sanctorum


Een avondje uit in goed gezelschap

19 oktober 2009

VB- en NV-A aanhangers niet welkom op “The Sound of Music”-première

Zaterdag 17 oktobeprinsenr j.l. ging in de Antwerpse Stadsschouwburg “The Sound of Music” nog maar eens in première. De voorstelling werd bijgewoond door hunne hoogheden Prins Filip en prinses Mathilde, naar verluidt twee fervente musical-liefhebbers: de kroonprins en zijn echtgenote leggen de culturele lat vrij laag, maar laat dat onze zorg niet zijn. Ergerlijk is wel de manier hoe de organisatoren hun eigen publiek schoffeerden door alle instructies van het Paleis klakkeloos op te volgen. Dat zit zo. Blijkbaar waren Filip en Mathilde  maar te elfder ure op het idee gekomen om de première bij te wonen (die mensen hebben het ook zo druk) en was de zaal eigenlijk al uitverkocht. Al wie tickets had op de drie eerste rijen was er aan voor zijn moeite en mocht thuis blijven: die plaatsen waren herbestemd voor het prinselijk paar en heel hun gevolg. Als charme-offensief naar de Vlamingen, die de dag van vandaag toch al koele minnaars van het koningshuis zijn, kan dat tellen.

Uit inside-informatie blijkt er ook politieke stront aan de knikker. Op aanvraag van het Paleis werden alle aanwezigen namelijk op voorhand netjes gescreend op hun vaderlandsliefde, en waren lui met NV-A- of VB-connecties ongewenst, aldus luidden de expliciete instructies. Ook zij mochten dus hun gekochte tickets terug inleveren. Hoe en waar die persoonlijke dossiers inclusief politieke voorkeuren bijgehouden worden, en of dat niet in strijd is met de privacy-wet, wie zal het zeggen. Maar de veiligheid van de kroonprins gaat natuurlijk voor. Het is alleszins goed om weten dat geen enkele als “links” bekend staande partij het koningshuis verontrust (Groen! of SP.A bijvoorbeeld), noch LDD dat af en toe republikeinse oprispingen ventileert. Neen, het zijn weer die twee loten van de oude Volksunie-stam die de avonturen van de familie von Trapp moeten missen. Terecht, want het verhaal speelt zich af in het nazi-tijdperk, en de fascisten in de zaal zouden maar eens uit pure nostalgie het Horst Wessel lied kunnen aanheffen.

Maar nu serieus: ongewild duiden Filip en Mathilde precies het politieke pad aan dat ons een alternatief kan bieden voor het vermolmde Ancien Régime, beheerst en uitgebaat door een Franco-Belgisch netwerk waarin koningshuis, aristocratie en haute finance de dienst uitmaken. De cultureel-taalkundige band met Parijs wordt economisch-financieel bezegeld én geconsumeerd; dat was al zo ten tijde van de Société Generale, vandaag is het met Fortis/Suez niet anders.

De uit de zaal gebonjourde separatisten moeten dus van twee één maken, dat is de duidelijke hint van het Hof: de Vlaamse onafhankelijkheid uitroepen en een sterk republikeins verhaal uitwerken. Het een kan niet zonder het ander. Economisch, sociaal, cultureel, en politiek. Elk conservatisme is in deze context misplaatst. Het gebaar van Jan Peumans om een uitnodiging in Laken af te slaan, was pertinent en symbolisch zinvol. Maar het Vlaams parlement is en blijft een praatbarak, als het ingebed blijft in een hoogst verwarrende deelstaatconstructie, gedomineerd door grendels, pariteiten en belangenconflicten.

Ik zou dus zeggen: dat de twee politieke formaties, in wiens gezelschap Filip en Mathilde geen avondje uit wensen door te brengen, toch maar eens nagaan hoe diep het water tussen hen eigenlijk nog is.

Het is ooit begonnen met een derderangsopera in Brussel,- het zou wel eens kunnen eindigen met een grijsgedraaide musical in Antwerpen.

Johan Sanctorum


De “Maddens-doctrine” bekt goed, dat wel…

25 september 2009

(Vrije Tribune, verschenen in De Tijd van 25/9/09)

Tijd voor Vlaamse frontvorming

Na de riante verkiezingsoverwinning van juni gooide de N-VA het over een andere strategische boeg. De partij stapte af van het idee van een grote onderhandelingsronde met de Franstaligen. De Wever koos resoluut voor Vlaanderen en probeert vanuit de Vlaamse regering goed en degelijk bestuur na te streven. Dat staat in schril contrast met de federale overheid die in eigen schulden dreigt te verzuipen en de komende jaren budgettaire ‘hongerwinters’ tegemoet gaat. De N-VA speculeerde terecht dat het niet zo lang zal duren vooraleer de federale regering Vlaanderen zal vragen om de schulden te helpen delgen. Vlaanderen betaalt geen eurocent zonder dat het een flink pakket bevoegdheden krijgt toegeschoven, klonk het toen. De N-VA maakte van die zgn. ‘Maddens-doctrine’ haar belangrijkste campagnethema.

Intussen heeft het overlegcomité van regeringen ingestemd met het voorstel van premier Van Rompuy voor de verdeling van de begrotingsinspanningen tot 2012. Vlaams minister Muyters stelt terecht dat Vlaanderen in 2010 meer dan negentig procent van de besparingsdoelstellingen van heel België voor zijn rekening neemt. Andere regeringen doen amper een inspanning. Kris Peeters beweert dat het akkoord voor Vlaanderen geen probleem is, wat diametraal tegen de uitlatingen van de N-VA ingaat.

De Maddens-doctrine faalt, nog voor de Vlaamse regering goed en wel van start is gegaan. Vlaanderen depanneert andermaal de rest van België, dat zich, blijkens de uitlatingen van PS-voozitter Elio Di Rupo, opmaakt voor een nieuw rondje potverteren. Vlaanderen mag andermaal federaal budgettair puin ruimen, maar de communautaire grendels blijven op hun plaats.

Na de verkiezingsoverwinning van 8 juni riep De Wever luid: “De federale uier is leeg en toch blijven de Franstaligen eraan trekken. Wat ons betreft is het genoeg: geen druppel meer… Het is tijd voor een assertief Vlaanderen. Dan zullen we zien wie vragende partij is voor een hervorming van ons land”. Dat is nu wel even anders.

Van de assertieve Vlaamse politiek blijft niet veel over. De indruk ontstaat dat Bart De Wever zich als handpop van Kris Peeters heeft laten gebruiken om de Vlaamse regering op de rails te krijgen. De Wever werd de sterkhouder van de regeringsvorming en de assertieve Vlaamse strategie. Alleen stond daarvan weinig tot niets te lezen in het Vlaams Regeerakkoord (‘Een daadkrachtig Vlaanderen in beslissende tijden’), op wat maatregelen in Brussel en de Vlaamse Rand niet te na gesproken. “Een kwestie van ons niet vast te pinnen op een strakke agenda,” heette het. Blijkbaar is niet iedereen binnen de Vlaamse Regering doordrongen van die assertieve Vlaamse strategie.

Het wordt stilaan duidelijk dat het met de Maddens-doctrine ‘wachten op Godot’ wordt. Dit is gewoon het B-luik van het participationisme dat ons ooit het onzalige Egmontpact opleverde. Kris Peeters is vast niet van plan om het federale niveau – waar zijn eigen partijgenoot de scepter zwaait – zwaar onder druk te zetten. De CD&V is nog minder van plan om de Wetstraat 16 op te geven. Wanneer het op communautaire onderhandelingen aankomt, is de kans klein dat aan Vlaamse kant het spel hard zal worden gespeeld.

Nochtans insinueerde Bart Maddens na de verkiezingen van 8 juni dat er misschien wel nog een ander scenario is: “De Vlaams-nationalistische partijen behalen een monsterscore. Vlaams Belang en N-VA halen samen 28,4 procent. Als we de stemmen voor SLP en LDD meetellen, komen we aan een nooit geziene score van 37,1 procent voor uitgesproken Vlaamse partijen. Nog nooit waren er zoveel Vlaamsgezinde stemmen.” Dat zal wel zijn, maar ondertussen wordt dat Vlaams Belang vrolijk verder gedemoniseerd door de politieke concurrentie, speciaal juist door de N-VA in haar recente electorale retoriek.

Een doorgedreven staatshervorming zal er pas komen als er langs Vlaamse kant een uitgesproken frontvorming is. De N-VA moet haar koudwatervrees overwinnen en resoluut kiezen voor een brede Vlaamse alliantie. Alleen vermag ze niets. In Vlaanderen wordt dit front ‘incontournable’ en is het onmiddellijk aan zet. Vlaanderen kan dan vragen om België onder curatele te plaatsen om zo in het budgetair en staatkundig huishouden orde op zaken te stellen. Lukt dat niet, dan ligt de weg open naar een eigen republikeins project, losgeweekt uit de Belgische chaos, en op zoek naar een eigen plaats in het Europa van de 21ste eeuw. Ongetwijfeld een brug te ver voor de traditionele partijen, maar de starre tradities, het institutioneel conservatisme en de partijlogica’s, daar baalt een ruime meerderheid van de Vlamingen van, zeker weten.

De Maddens-doctrine ligt lekker in de mond, maar winnen doe je met daden nooit met woorden.

Ludo Abicht, Julien Borremans, Frans Crols, Koenraad Elst, Johan Sanctorum, Matthias Storme en Jef Turf

De ondertekenaars zijn kernleden van de Vlaams-republikeinse denkgroep Res Publica


Zomaar een lapje stof…

9 september 2009

moslimaIn de hectische discussie rond het hoofddoekenverbod in de Antwerpse athenea is het misschien interessant om ons te bezinnen waar dit echt allemaal om gaat. Laten we nu eens even achteruit gaan staan en de totaliteit onder ogen zien.

De houding van directrice Karin Heremans is moedig, temeer omdat ze tot een links-progressieve gezindheid behoort die het probleem steeds maar weer onder de multiculturele mat poogde te vegen. Zij verbindt het hoofddoekendebat namelijk opnieuw met het principe van democratisch pluralisme, de lekenstaat, gelijkheid van man en vrouw, en het intact houden van de publieke sfeer. Dat is een zeer belangrijke verwijzing naar een Europees cultureel erfgoed dat ons overgeleverd werd vanuit het oude Athene, de renaissance, het humanisme, en de 18de-eeuwse verlichtingsfilosofie. Goed dat iemand ons daaraan herinnert: dit gaat over cultuur en beschaving, niet over textiel of alternatieve tienermode.

Want om die vaststelling kan niemand heen: we hebben, op zijn Belgisch, decennia lang getreuzeld en onszelf wijsgemaakt dat het allemaal wel in orde komt als we de bloedneuzen stilletjes stelpen. Een eerlijke analyse leidt echter tot de onontkoombare vaststelling dat de hoofddoek, behalve een bescherming tegen de eerste herfstkou en een fetisj van pubers “op zoek naar hun identiteit”, vooral een tactisch wapen is in een poging om onze publieke sfeer te infiltreren met symbolen die pas achteraf hun volle inhoud zullen prijsgeven. Het beste bewijs is, dat de moslims er niét voor kiezen om zelf onderwijs in te richten (een grondwettelijk recht), maar de symbolen liever exporteren naar andere ruimtes die in hun vizier liggen. Zoals een gemeenschapsschool. “Iedere hoofddoek is een vlag, geplant in het hart van het westen”, zo luidt het in die middens. Elke believer van de Europese verlichtingstraditie moet dit met argusogen volgen

Hetzelfde doet zich voor met het bouwen van moskeeën: vrijheid van religie is een recht, en godsdienstbeleving heeft een architectuur nodig, zo dicteert ons het pluralistisch geweten. Voor de rest soll jeder nach seiner Fasson selig werden. Maar de agenda van de Europese islam ziet er helemaal anders uit. Wie daaraan twijfelt, moet maar eens wat websites uit die kringen gaan bezoeken. De bouw van een moskee is een door Allah bevolen acte met een onomkeerbaar karakter. Het is een plek die aan onze Westerse invloedssfeer definitief wordt ontrukt –we zeggen niét dat alle moskeeën oproepen tot terrorisme- en dus een bruggenhoofd vormt in een mondiaal veroveringsproject. Dat is gewoon de aard van het beestje: de islam is expansief, totalitair, onverdraagzaam, monothetisch en anti-modern. Hoe integreer je zo’n “levensvisie” in ons westers pluralisme?

Tijd dus om terug te keren naar het cultureel perspectief. Waarom gunt men overigens in dit levensbelangrijke debat het Vlaams Belang zijn rol niet van klokkenluider? Eerlijk is eerlijk, zij hebben ooit in tempore non suspecto het probleem op de politieke agenda gezet, en het is tot op vandaag een kernthema van hun programma, of men dat nu graag hoort of niet. Waarom mocht Bart Dewever op Canvas de studiostoel innemen van Bruno Valkeniers, die in zijn achtertuin werd geïnterpelleerd over een kindercrèche met nazi-symbolen? Dit geheel terzijde.

De argumentatie van het NVA-boegbeeld in Terzake (8/9) was overigens zwak en halfslachtig: de zoveelste politicus die zich verschuilt achter de vrijheid van onderwijs om geen verantwoordelijkheid te hoeven nemen. Dewever beweert dat dit een zaak is van de inrichtende macht, zijnde het Gemeenschapsonderwijs (optredend onder de hippe naam GO!), die de hete aardappel weer doorschuift naar de school in kwestie. Waarvan de directie wanhopig de politici om duidelijkheid vraagt. Zo kunnen we nog lang doorgaan. 

Wat hier op het spel staat, is nochtans niet de vrijheid van onderwijs of het recht om met een lapje stof op het hoofd rond te lopen, zoals professor Vermeersch het ooit eens omschreef.

Het gaat hier om een zwaar intercultureel conflict (om niet te zeggen: een kortsluiting) tussen een totalitaire theocratie die absolute onderdanigheid eist (waar het woord “islam” trouwens naar verwijst), die tegelijk zijn impact op de publieke sfeer voortdurend probeert te vergroten, en een gelaïciseerde samenleving die zich formeel op de principes van de verlichting beroept, maar daarbij elk externe bedreiging miskent.

De politiek kijkt als verlamd toe, gegijzeld als ze is door haar eigen principeloosheid,- en misschien ook wel door de cordonlogica die haar nu parten speelt, volgens dewelke je de thema’s van een geëxcommuniceerde partij zo min mogelijk aanraakt. Dat kan partijtactisch wel kloppen, maar voor het open publiek debat is het zonder meer nefast: hier moet duidelijk de vraag gesteld worden of de islam wel verenigbaar is met onze democratische grondprincipes.

Nochtans zijn er precedenten: het negationisme –om even bij onze fascistische onthaalmoeder terug te keren- is wél uit het pakket van de vrijemenigsuiting gelicht, omdat de achterliggende ideologie als bedreigend wordt beschouwt voor onze democratische rechtstaat. Wel, dat men dan ook maar eens de islam onder loep neemt en de koran tegen het licht houdt. Doorstaan die teksten de lakmoesproef van de democratische grondrechten, de mensenrechten, de verlichtingsfilosofie waarop onze pluralistische samenleving gegrondvest is? Kunnen de imams ons dat eens komen uitleggen? De paradox van de multiculturaliteit, door weldenkend links gecultiveerd, bestaat erin dat zij geen grenzen en geen scheidingslijnen meer kan trekken. Ze is normenloos en formalistisch. Tolerantie tegenover de islam is even onzinnig als tolerantie tegenover het fascisme. De hoofddoek – of godbetert, de boerka- toelaten in het straatbeeld, is even naïef als de swastika gedogen. Maar het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding ziet dat helemaal anders, en is nog eerder geneigd om mevrouw Heremans aan te klagen, die even ons collectief geheugen opfrist, dan de intimidatiepraktijken binnen de moslimgemeenschap zelf.

Het is dat soort mensenrechtenformalisme dat ook mevrouw Eva Brems parten schijnt te spelen: door geen symbolen te willen lezen, een inhoudelijke discussie te vermijden en alle “levenbeschouwingen” gewoon op één lange rij te plaatsen, holt ze het wezen van de diversiteit zelf uit.

De opzettelijk geënsceneerde verwarring tussen de bezorgdheid van Karin Heremans, en de stigma’s “islamofobie” en “racisme”, verschuift het debat semantisch, en maakt van de agressors slachtoffers. Dat is al decennia lang aan de gang, en daar trappen wij niet meer in. Op de erfenis van Rousseau, Voltaire en Montesquieu valt niets, maar dan ook niets af te dingen. Het intact houden van de publieke sfeer –en daar hoort ook een gemeenschapsschool bij- is de conditio sine qua non om een pluralistische ontmoetingsruimte te vrijwaren. De lekenstaat is de enige waarborg voor onze vrijheid, voor ons mag het gerust naar Frans model. Als we in dit dominospel één stukje prijsgeven, valt al de rest. Dat de “fanatieke laiciteit” het moslimfundamentalisme zou aanwakkeren, zoals die brave cultuurwetenschapper Jakob De Roover beweert, is zelfs misschien niet onjuist. Maar het is niet dom om essentiële tegenstellingen onder ogen te zien en keuzes te maken. Het is vooral dom om ze niet te willen zien en te denken dat we het allemaal wel weer met wat pragmatistisch lapwerk zullen kunnen repareren.

We staan voor een enorme uitdaging, trek het debat open, ga naar de grond van de zaak, het is tijd om nagels met koppen te slaan. Dat is de inconvenient truth waar onze politici vandaag mee te maken krijgen. Graag een antwoord, en liefst een duidelijk. En liefst ook een duidelijk signaal vanuit de academische en culturele wereld, om Karin Heremans enige ruggensteun te geven.

Johan Sanctorum

In verkorte vorm gepubliceerd in De Standaard van 10/9/09

Mede ondertekend door Benno Barnard en Wim Van Rooy


Go for it, Laura!

29 augustus 2009

Onze dolgedraaide samenleving van de kick schuwt het echte avontuur

LauraUitgerekend in het jaar van Charles Darwin –u weet wel, de man die zijn revolutionaire wetenschappelijke inzichten opdeed tijdens een wereldreis per boot- waagt een tienermeisje het om dat exploot over te doen. Zomaar, omdat ze er zelf de tijd rijp toe acht, niet omdat regels of programma’s dat voorschrijven of om records te breken. Zomaar, omdat ze er zelf de tijd rijp toe acht, niet omdat regels of programma’s dat voorschrijven of om records te breken. Deze instinctieve Wanderlust is in onze moderne samenleving moeilijk te plaatsen. O jawel, we gaan jaarlijks op vacantie naar het zuiden, we slaan op de vlucht voor alles, vooral voor onszelf; we vergapen ons aan semi-fictieve Robinson-toestanden op TV; de woorden “uitdaging” en “avontuur” zijn dé clichés geworden van een hyperkinetische prestatiemaatschappij. Maar momenten waarop een eigenzinnige tiener echt wil doorzetten en een eigen marsrichting kiest, het weze intellectueel, cultureel, of gewoonweg de boot op en het zeegat in, dan komen ineens de wetten, practische bezwaren en veiligheidsprotocollen naar boven die onze samenleving zo complex maken.

Is men echt zo bezorgd om dat meisje, of voelt het systeem zich gepasseerd? Ik denk veeleer het laatste. De actuele veiligheidsobsessie en de overbescherming van tieners in het post-Dutroux-tijdperk lijkt vooral in dienst te staan van een postmodern, betuttelend conformisme (“het gevaar loert overal, dus blijf op de rechte weg”), daaraan gekoppeld natuurlijk de mogelijkheden van een commerciële strategie gericht op een belangrijke, zeer beïnvloedbare markt, door de amusementsindustrie (vooral de popmuziek) aangestuurd. De jeugd is een cruciale doelgroep voor marketeers, die laat je niet zomaar vertrekken. Het element “vrijheid” is daarin zeer problematisch en hypothetisch. Onder het mom van totale willekeur en normenloosheid wordt het jonge individu permanent gekneed, gemodelleerd en gebrainwashd, waardoor er überhaupt zoiets als een jongerencultuur mogelijk is. In zo’n constellatie besluit dan iemand om alleen de wereld over te zeilen in plaats van naar Pukkelpop te gaan. Intrinsiek getuigt dat van een subversiviteit die, om nog eens Darwin in herinnering te brengen, aantoont dat de menselijke geest het best sprongsgewijs functioneert in plaats van gezapig het vaste spoor te volgen. Er is geen enkele reden om de eigenzinnigheid van grote geleerden of kunstenaars los te koppelen van de hormonale processen die zich in Laura’s interne keuken afspelen. Dat wat de filosoof Nietzsche zag als een aan de mens inherente boosaardigheid om te tarten, te negeren en te verbreken, is dezelfde drift die tieners doet weglopen, mensen hun job doet opzeggen of Einstein naar de relativiteitstheorie voerde. De afwijking is het enige dat ons kan redden. Via heel veel mislukkingen, uiteraard,- het instinct is geen toverpad.

 De mythe van de puberteit

13 jaar, het is een sleuteljaar in iemands leven. Toen ik twaalf was pakte ik zonder veel na te denken mijn fiets en reed van Antwerpen naar Oostende, mijn geboortestad. Mijn ouders hielden me niet tegen, ze hadden toch niet gekund. Uiteraard niet te vergelijken met de wereldreis van Laura, want misschien nog veel gevaarlijker: achter elke boom kon er wel een Dutroux staan, en ik gebruikte de toenmalige steenweg van Antwerpen naar Gent, berucht als de “dodenweg”.

Toch is 12 de leeftijd waarop kinderen klaar zijn om met gevaar om te gaan, hetgeen in traditionele culturen zoals die van de Masai bezegeld wordt met een jachtproef (op zijn beurt met de sexuele inwijding verbonden). Doordat de moderne samenleving echter de puberteit verlengt tot 18 jaar, ontstaat er een vacuüm inzake psychosociale ontwikkeling tot zelfstandigheid Er bestaat een sexuele gedoog-vrijheid die niet existentieel kan ingevuld worden,- het is een pure prutserij van geslachtsdelen bij tieners die voor de rest als baby’s gepamperd blijven. De neurotische situatie van de adolescent is het gevolg van een decalage tussen fysieke maturiteit en gedwongen psychische immaturiteit die in de school wordt gecultiveerd. De vrijheid van de tiener is leeg en risicoloos, hij maakt deel uit van het post-’68-syndroom. Ze mogen alles, omdat niets ertoe doet. Daarom vervelen jongeren zich ontzettend, hangen rond, worden baldadig. Er is geen eigenlijke initiatie, geen verlokking van het avontuur, enkel een planmatig “leerproces” met examens en diploma’s, en daar tussendoor een hedonistische leegte. De verlengde leerplicht en het verbod tot zelfstandigheid creëren als vanzelf Oedipale spanningen die weerom moeten afgeleid worden naar de roescultuur van popmuziek en drugs.

Het feit dat ouders sterk ontmoedigd worden om hun kinderen zelf op te voeden, als alternatief voor het publieke onderwijssysteem, maakt duidelijk dat de familie op zich, als oer-tribaal substraat, niet meer gerechtigd is om in te grijpen in dit bureaucratisch systeem van verlengde adolescentie zoals het publiek onderwijs dat cultiveert, zie bij voorbeeld het tijdschrift “Klasse”.

Ook zelfstudie en autodidactisme horen eigenlijk niet thuis in een veralgemeende bureaucratie die voor iedereen “trajecten uitstippelt” en elke burger pedagogisch wil “begeleiden”. Laura wil in haar bootje tijdens de kalme uren nochtans wel degelijk studeren en achteraf een soort middenjury-examen afleggen, maar daar willen de Nederlandse leerplichtambtenaar (het woord alleen al), staatssecretaris Van Bijsterveld van Onderwijs en de Kinderbescherming niet van horen. Laura moet schoolgaan en de middelmatigheid ondergaan. Laura moet socialiseren en zich aanpassen. Het is een dwang die niets te maken heeft met bezorgdheid om haar fysieke of mentale integriteit, maar alles met de ijver van een systeem om jongeren klaar te stomen voor een gepreprogrammeerd leventje waar alles gebeurt zoals het te verwachten is. De school is zo saai en abstract als het leven van Jan Modaal zelf. De kennis, gecompileerd in dikke leerpakketten, is voor de meesten nooit een vertrekpunt voor een autonoom traject maar integendeel een doelloos weten, iets dat je uitspuugt op een examen.

Wat heeft de school ons dan te bieden dat de moeite waard is? Niets. Ik heb er me alleszins rotverveeld, jammer dat ik geen ouders met een mooie zeilboot had. In “Emile, ou de l’éducation”  (1762) betoogt de Franse Verlichtingsfilosoof Jean-Jacques Rousseau al dat het leven ons moet wijzer maken, niet de school en het maatschappelijk systeem (Laura in een interview op het Nederlandse jeugdjournaal: “Ik wil gewoon de levensschool volgen”). Vrijwel dadelijk belandde het boek op de index, wegens ondermijnend en staatsgevaarlijk…

In dat opzicht is er weinig nieuws onder de zon: de overheid is als de dood voor autodidactisme of voor onderwijs in kleine, oncontroleerbare circuits. In “Deschooling Society” (1971) herneemt Ivan Illich J.J. Rousseau’s ideeën, en stelt dat het geïnstitutionaliseerd onderwijs eenvoudigweg nodig is om het socio-politiek status-quo te handhaven, de reproductie van de instellingen zelf dus, waarin we braaf horen mee te draaien. De onderwijsprogramma’s zijn eigen aan een inert systeem dat zo min mogelijk wil veranderen. De school handhaaft de maatschappelijke orde ten nadele van het (naar verandering snakkende) individu.

En daarin is het begin van wat wij als de puberteit aanzien, 12-13 jaar, hét cruciale aangrijpmoment. De mythe van de puberteit is reactionair en regressief. Aankomende pubers mogen dus niet loslopen, hun hormonen moeten in een kleutertuin uitsudderen. Niet zozeer uit schrik voor pedofielen, wel omdat ze, zoals Laura, hun geslachtsrijpheid zouden kunnen vertalen in echte onafhankelijkheid die het systeem en zijn codes op losse schroeven zet.

 Ik blijf het ondertussen vreemd vinden dat onze supergemediatiseerde maatschappij van de kick en de opwinding het echte avontuur uitsluit. De kick bestaat alleen binnen de grenzen van zijn stimuli,- datgene wat media en publiciteit genereren om de amusementsindustrie in gang te houden. Daarbinnen kan werkelijk alles. Ik zie dus wel piepjonge voetballertjes door hun ouders opgepept worden om de volwassen voorbeelden in het potstampen te overtreffen. Ik zie ook kind-meisjes van twaalf in hitsige korte rokjes het podium opdraven van het Euro Junior Songfestival. Hop maar, in die charades kan de volwassenheid niet snel genoeg bereikt worden, als beeld en karikatuur. Alleen een dwarse tiener die het zelf wil uitzoeken in een wereldreis-zonder-camera’s, dat kan dan weer niet,- zoiets past niet in de beeldvormingsstrategie van de société du spectacle.

Heel haar stout plannetje, weliswaar nu door de media uitgemolken, heeft dan ook niks uitstaans met de nieuwe totalitaire openbaarheid zoals die bv. in facebook wordt gecultiveerd. Ze heeft de publiciteit niet gezocht, het is veeleer omgekeerd. Ze wil het gewoon allemaal zelf uitzoeken. Haar taal en lichaamsenergie is die van het enkelvoud, de cel, de bark, dobberend op de oceaan, de spiegel van de kosmos.

Een ontdekkingsreis naar het onbekende die samenvalt met een reis naar zichzelf. Terug meester worden over zijn/haar eigen lichaam, het is een reconquista die elke prille tiener zou moeten aangaan, tegen de stroom van hypes en trends in die het individu nietig maakt. De boot in dus. Niks geloven, zelf uitzoeken of de aarde echt wel rond is. Ik zou zeggen: Go for it, Laura! Ook al wordt ze wellicht in de eerste haven onder strenge bewaking terug naar huis gestuurd, toch moet ze vertrekken. Dat alleen al is een overwinning.

Johan Sanctorum 


No milk today – Saskia bindt haar tepels af

27 augustus 2009

Is er een (vrouwelijke) anti-cultuur in de maak?

monalisa_duchampsOp 2 augustus j.l. voltrok zich in het Parijse Louvre een microdrama dat men zou kunnen lezen als een kleine cultuurclash. Over het algemeen denk ik trouwens dat ogenschijnlijk onbenullige voorvallen uit de rubriek “gemengde berichten”  intrinsiek veel meer betekenis hebben dan geleerde uiteenzettingen van experten.
Een niet nader genoemde Russische vrouw gooide er met een aardewerken kopje naar Da Vinci’s Mona Lisa. Uiteraard zonder schade (alleen het kopje sneuvelde), de dame werd afgevoerd naar een psychiatrische instelling.
Een zottin die zich vergrijpt aan een halfgodin, zo lijkt het. Nu is de Mona Lisa een duurzaam mikpunt van kunstvandalisme. Ze werd in 1911 ontvoerd, in 1956 overgoten met een bijtend zuur en in dat zelfde jaar gestenigd. Marcel Duchamps gaf haar al in 1930 een snor. Iets zet mensen, dikwijls totale leken, ertoe aan om dit soort in een kunstwerk ingebedde supermuzes te verminken. Pure barbarij? Of willen losgeslagen toeschouwers doorheen de esthetische oppervlakte iets, lelijk, onnozel of walgelijk releveren? En welke vreemde rol spelen vrouwen in het doorprikken van deze mannelijke fantasmes?

Lees meer


Is het toeval dat die ontsnapte zware jongens allemaal Mohammed of Youssef heten?

5 augustus 2009

Oussama Trimini LaTrabelsingeri, Abdelhalim Akil, Youssef Oulad Haj Chaib. Zo luiden de namen van de drie zware criminelen die in het slecht beveiligde Brussels justitiepaleis het hazenpad kozen. Amper twee weken geleden gingen Mohammed Johry, Abdel Had Kahjary Mulloul en Ashraf Sekkaki hen in Brugge vooraf. Er lijkt in de fatsoenlijke pers een taboe te rusten op het hoog exotisch gehalte van dit gezelschap, om toch maar het Centrum voor Gelijke Kansen en Anti-Racisme niet te bruskeren. Toch legde een gerespecteerd criminologe als Marion Van San in het verleden al herhaaldelijk de vinger op de zere plek: zowat de helft van de Marokkaanse allochtonen kan als een gewoontecrimineel beschouwd worden. 70% van onze gevangenispopulatie is overigens van allochtone herkomst. Het is in onze contreien een hachelijke zaak om dit aan te kaarten: altijd weer komt men in het extreem-rechtse verdomhoekje terecht. Maar werkelijkheidsontkenning heeft nog nooit een probleem helpen oplossen.

Marion Van San signaleert ook een familiaal-culturele oorzaak: het ontbreken van enig ouderlijk gezag in de Marokkaanse gezinnen, de inherente machocultuur, en het feit dat jongens er sowieso vrij spel hebben, creëert een totale afwezigheid van normbesef. Geweld is de regel, de straat het primaire actieterrein. Achterliggend speelt het idee dat de (westerse) samenleving de oorzaak is van hun sociale achterstand (een mythe die decennia lang door links werd gecultiveerd, waardoor de allochtonen al bij voorbaat elke kans tot responsabilisering werd ontnomen), en dat ze hiervoor zelf de passende compensatie mogen bedenken. Criminaliteit als sociale vendetta en Wiedergutmachung dus.

Meteen komt hier het thema van de multiculturele samenleving terug op tafel. De ironie is namelijk dat het ongebreidelde cultuurrelativisme en de westerse ideologie van de Gleichschaltung een subcultuur in het leven riep en deed bloeien, die helemaal vijandig staan tegenover onze waarden, inbegrepen de multiculturaliteit zelf en het verlichte pluralisme. De homejacking met een kalasjnikov, waarbij een driejarig kind een wapen tegen het hoofd krijgt, is niet alleen een criminele tactiek maar ook een intimiderend gebaar van haat tegen de westerse samenleving. Terreur dus. Daarbij is de houding tegenover onze materiële welstand zeer ambivalent: men haat de symbolen van het decadente westen, maar men wil ze ook toeëigenen. Men wil bezitten én vernietigen, contesteren én imiteren,- vandaar het zo karakteristieke beeld van de jonge Marokkaan-in-de-BMW.

Criminaliteit en terrorisme

Xenofobe en racistische praat? Wacht, hier komt de uitsmijter. België is – daar weten ze bij de Staatsveiligheid alles van- dé Europese uitvalsbasis van Al Quaeda. De Marokkaanse gemeenschap, vooral in Brussel, vormt een noodzakelijke achtergrond, camouflagegordijn en zelfs rekruteringscentrum voor deze nederzetting. 

De Tunesische ex-voetballer Nizar Trabelsi (foto), een Al-Quaeda-activist die momenteel achter slot en grendel zit, schijnt een sleutel- en scharnierfiguur te zijn in de Belgische osmose tussen zware criminaliteit en moslimterrorisme. Het netwerk dat de ontsnapte gangsters assistentie, dekking en een onderkomen gaf, overlapt voor een flink deel met het islamfundamentalistische terreurnetwerk dat vanuit Brussel opereert. Het gaat om dezelfde personen, en vooral, om dezelfde gevoelsmatige, culturele en religieuze onderstromen die in deze schotelantenne-cultuur gisten, vooral bij de jeugd. Mohammed, Youssef, en de anderen, zijn niet alleen slachtoffers van kansarmoede, maar (vooral) krijgsheren in een cultuuroorlog, zeer bewonderd door hun achterban.

De vraag is dan zeer, in hoeverre advocaat Sven Mary, die de internering van Ashraf Sekkaki trachtte tegen te houden, zich ethisch en intellectueel nog wel staande kan houden. Hij onderkent bij zijn cliënt exact het syndroom van de normenloze jongeman die als een god gekoesterd werd in het Marokkaanse moslimgezin (DS 1/8/09), doch trekt hieruit geen maatschappelijke, laat staan politieke conclusies: het wordt louter weeral gebruikt als een stoplap en verontschuldiging. Kunnen advocaten zich nog wel verstoppen achter het Latijnse formalisme van de rechtstaat, zonder zich rekenschap te geven van de cultuurclash die zich voltrekt, die zonder meer bedreigend is voor die rechtstaat zelf? Worden hij en zijn confraters niet eerder gezien als nuttige idioten, in afwachting dat de sharia het zonder hun tussenkomst kan stellen?

Allemaal vragen waar de voorbije ontsnappingsexploten aanleiding toe geven: het gaat niet enkel over budgetten en beveiliging, maar vooral over de wortels van de criminaliteit en over de vraag waar we met deze samenleving naar toe willen. Het zal ook niet volstaan om te bashen op Stefaan De Clerck, die een door-en-door rot departement erft. Veeleer moet een diepgaande en eerlijke sociologische analyse tot op het bot gaan en politieke conclusies trekken. Mohammed en Youssef vormen wel degelijk een probleem, we hebben het namelijk zelf gecreëerd en zullen het ook moeten oplossen, zonder wollig idealisme.

Ondertussen zijn we nog maar eens de internationale risée. Het surrealistische België viert weer zijn hoogdagen, zo blijkt uit de buitenlandse kranten. Maar ook als Vlaanderen de bevoegdheid van justitie claimt en verwerft, zal het Brussels-Marokkaanse netwerk, met zijn uitlopers naar het internationale terrorisme, niet verdwijnen, integendeel zelfs. Probleemloos zullen zij grenzen overschrijden in een ontgrensd Europa. Ook daarover mag eens nagedacht worden in deze komkommertijd.

Johan Sanctorum


“Joke, Joke, haal ‘t spinrag uit je haren, Joke, Joke, trek je witte jurkje aan !”

18 juli 2009

Misschien is een “onmondige” cultuurminister wel een verademing

paolaZonet liep Koningin Paola weer langs bij kunstschilder Luc Tuymans n.a.v. diens tentoonstelling in Brussel “Against the day”. Tuymans verzorgt zijn public-relations, dat is het minste wat men kan zeggen. Maar het is natuurlijk ook een statement: de Commandeur in de Leopoldsorde associeert zich hier (opnieuw) openlijk en expliciet met het Belgisch ancien régime waar in Vlaanderen nauwelijks nog een draagvlak voor is.  Paola, die het nooit verder bracht dan een krakkemikkig Nederlands, is bovendien een vergeeld symbool van macht uit een tijd toen knechten nog werden opgeknoopt als ze appels stalen uit de boomgaard van de Heer. Dat kan tellen. Hoe briljant Tuymans als penseelridder ook moge wezen, politiek leeft hij op Mars, en is zijn kunst louter decorum. Ze schurkt zo dicht aan bij de bovenbouw en de machtssymbolen, zonder de minste vorm van ironie zelfs, dat ze elk systeemkritisch moment ontbeert.

Want laat dit nu net dé bestaansreden van het creatieve proces in de moderniteit zijn: wat mij interesseert in de kunstenaar, is de mate waarin zo iemand het collectief onderbewuste naar boven kan brengen: hoop, verlangen, frustraties, gevoelens van onbehagen die in een samenleving gisten en die moeizaam een uitweg zoeken. Slechts de meest gevoelige antennes en de sterkste handen kunnen die signalen detecteren en opwerken tot een zinnig, leesbaar icoon. Kunst is in se marginaal, middelpuntvliedend, dissident. De verhouding met de macht kan daarom niet anders dan problematisch zijn: waar de politiek onrust tracht te bezweren, roept de kunstenaar ze op. Waar de kunstenaar vragen opwerpt, verwondering uitlokt, wil de politiek vereenvoudigen en beheersen.

In dat opzicht is “cultuurpolitiek” een pervers fenomeen. Het idee dat een staat, een regime, de culturele dynamiek steunt, superviseert, regisseert, kan alleen begrepen worden vanuit een poging om kunst en de kunstenaar zoveel mogelijk onschadelijk te maken en onder te brengen in een bureaucratisch stelsel van subsidies, projecttoelagen, prijzen, jury’s, commissies, etc. Men kan dat zonder meer een vorm van chantage noemen: het politiek establishment steunt cultuur maar koopt vooral goodwill, en creëert een cultureel establishment. Daartoe moet kunst geïnstitutionaliseerd worden en gekanaliseerd in beheersbare structuren die naadloos aansluiten op de bestaande officiële administraties. De overheid wil vooral met grote theatergezelschappen en kunstencentra zaken doen, niet met kleine, oncontroleerbare garnalen die in de marge af en toe toch stoute dingen doen zoals performance-kunstenaar Benjamin Verdonck (die nu overigens ook om den brode onderdak zocht bij het Toneelhuis).

Via een perverse ratio combineert deze kunstbureaucratie een hemelbestormende esthetica met platte boekhouderslogica. Men moet in dat opzicht “Courant” eens ter hand nemen, het driemaandelijks magazine van de Vlaamse theatersector, je gelooft je eigen ogen en verstand niet meer. In duizelingwekkende volzinnen broeden cultuurapparatsjiks er de geloofsleer uit die kunst een schijn van relevantie moet geven. Bij nader toezien is het een taal die uitsluitend naar zichzelf verwijst, het esoterisch discours van een elite die zich afdekt en tegelijk één oog op de subsidiepotten gericht houdt. Want daar gaat het in laatste instantie over,- al de rest is pretext-: over centen (“middelen”), rekeningen, budgetten. De Vlaamse kunstensector heeft het parasitisme zelf tot kunsttak verheven.

Onbevlekt ontvangen

In dat opzicht Schauvliegeis de aanstelling van CD&V-politica Joke Schauvliege een opportuniteit van formaat. Het feit dat een complete dilettante door de politieke loterij de post van cultuurminister werd toebedeeld, zou de sector in kwestie kunnen inspireren tot een aantal fundamentele, grensverleggende vragen.

Kunnen kunstenaars en cultuurmakers hun subversieve rol eigenlijk nog wel spelen, als ze compleet ingebed zijn in een logica van de vetpotten? Moet een administratie bepalen wat goed voor ons is en welk soort kunst, via een of andere betoelaging, aan het publiek mag geserveerd worden? Is een ‘cultuurminister’ eigenlijk wel nodig, tenzij men cultuur inderdaad reduceert tot een “sector” die het midden houdt tussen entertainment, volksverheffing en terapie voor schizo’s? Kan men dat departement niet beter afschaffen, en het infrastructuurbeheer aan de regie der gebouwen overlaten om kunst… gewoon kunst te laten zijn? In welke richting zou kunst van binnenuit veranderen, mocht ze de navelstreng durven doorknippen met het overheidsapparaat?

Maar daar schijnt de discussie helemaal niet over te gaan. Verontruste coryfeeën zoals Erwin Mortier en Tom Lanoye zijn vooral begaan met de vraag of mevrouw Schauvliege de regels van het spel wel begrijpt. Zou ze bijvoorbeeld “Courant” wel kunnen lezen, of legt ze het boekje na één bladzijde met een geeuw weg, vanuit een instinctief gevoel dat dit nergens over gaat? Ze is zo blank en onbeschreven, dat ze het normale betoelagingssysteem wel eens zou kunnen destabiliseren, onder het motto “jongens, ga elders spelen”. Het liefst hebben onze kunstbroeders eigenlijk normaalbegaafde, matig geïnteresseerde diensthoofden die de cash-flow van overheid richting kunstenbedrijf niet belemmeren (Erwin Mortier in de Morgen van 15/7:” Stellen ze qua belangstelling voor hun beleidsdomein niet veel voor, dan zijn we best tevreden met hun budgetten”). Cultuur moet, volgens de heer Lanoye, als een ernstig-gecompliceerde materie beheerd worden, zoals economie, waarbij hij vergeet dat de “oikos” in het woord “economie” “haard” betekent. Alles is in wezen huishoudkunde, wisten de Grieken al, misschien moeten er juist wel méér huisvrouwen de staatskassen beheren, dat zou ons veel onzin en ergernis besparen.

Hun eis van “een mondige cultuurkenner als minister” (Tom Lanoye in DS van 19/7/09) verraadt bijgevolg vooral de vrees om aan een huismoeder-in-de-luiers te moeten uitleggen waarom kakmachines nodig zijn. De aanstelling van Joke Schauvliege is, behalve het resultaat van de normale koehandel en het reguliere postjesgeschuif, ook een cultuurschok. Toevallig, maar toch: een opportuniteit. Zoals ook mijn hond of een kind van vijf op de troon dingen kan veroorzaken die alles doen kantelen, het sprookje van de kleren-van-de-keizer, weet u wel. Kevers aan het plafond? Een toneelvoorstelling, bestaande uit halfnaakte vrouwen die met sla-olie overgoten worden? Zuilen die van hespen, voedsel dus, zijn gemaakt? Mja. Ik snap er niks van, ik wil het ook niet snappen. Misschien is het wel gewoon onzin, dure en onsmakelijke onzin die aan de markt van vraag-en-aanbod moet worden overgelaten: als er liefhebbers zijn die ervoor willen betalen, so be it.

De consternatie van de sector is dus gewettigd: een patronesse die interviews geeft met een baby op schoot, daarin te kennen geeft dat ze heel af en toe eens een amateurtoneelopvoering bezoekt en nooit een boek leest, daar druipt elk wereldvreemd discours vanwege het kunstengild van af als regen van een paraplu.

“Joke, Joke, haal ‘t spinrag uit je haren, Joke, Joke, trek je witte jurkje aan !”,- zo zong Jan De Wilde ooit. Misschien is een “onmondige minister” wel een verademing in Culturistan. Ik ben haar grootste fan, nu al.

“Koesteren” is haar geliefde woord, wat moeten we eigenlijk nog meer. De geest van J.J. Rousseau, de filosoof die besefte dat cultuur een mannelijke afwijking is, daalde eindelijk over Vlaanderen neer, met Joke wordt het perfect. Onwetende wijsheid en kennis die enkel vanuit het moederlichaam komt, zonder het fatale zaad van de mannelijke waan: sinds de Onbevlekte Ontvangenis hebben we het niet meer meegemaakt.

Lanoye en consoorten zullen deze subtiele ontlettering, waar we eigenlijk allen naar snakken, niet overleven. Weg met Paola en het geconsacreerde hoerendom. De afbouw van de kunstbureaucratie en de opgang van het nieuwe dilletantisme,- laat dit het eerste en enige programmapunt zijn van de laatste cultuurminister.

Johan Sanctorum


De keerzijde van de ‘Maddens-doctrine’ is de patstelling

14 juli 2009

Uitstekend opiniestuk vandaag in DS van Peter De Roover, mede-auteur van onze essaybundel “De Vlaamse republiek –van utopie tot project”.

Inderdaad: “On n’ est demandeur de rien”, maar wat als de vaderlandse francofonie van dit koninkrijk dat opnieuw echoot? Wat verandert er dan? Juist: niets. En verandering is nu net wat zich opdringt, in de huidige context van een vermolmd Belgisch bestel. Dat onze Vlaamse roeping in een democratisch-republikeins project ligt besloten, en niet in een eindeloos geknabbel aan de Belgische constructie, schreef ik een week geleden nogmaals.

De staatshervorming krijgt ondertussen weer de allures van het monster van Loch Ness. Zal het er op middellange termijn niet op gaan lijken dat de listige Kris Peeters heel het N-VA-zootje behendig op sleeptouw heeft genomen, en geparkeerd heeft in een droogdok waar het wel zogezegd de Vlaamse bevoegdheden volop kan uitspelen, terwijl de Belgicistische elites tijd winnen? Is er echt een tegenstelling tussen Van Rompuy en Peeters, of is dit weer het zoveelste tsjeventheater?

Trouwen op 11 juli is één zaak, en men mag Bart Dewever enig krediet gunnen, maar de schaduw van Egmont/Schiltz, die de Vlaamse beweging politiek deed versplinteren, hangt nu al over deze nieuwe oefening in participationisme. Kritische oppositie zal nodig zijn, om op tijd aan de alarmbel te trekken.

En o ja, wat doen opeens die VOKA-krokodillen (Philip Muyters, Baron Paul Buysse, Urbain Vandeurzen…) in en rond de kersverse Vlaamse regering? Dat lijkt niet echt te ruiken naar een fris project voor een sociaal Vlaanderen, maar veeleer naar de ons-kent-ons-clubjes waar de Texas-mythologie van het aloude centenflamingantisme wordt gecultiveerd. Voor meer details, herlees ,,De elite van België – Welkom in de club” van Jan Puype. Inderdaad: van België.


Hoe stevig zitten de ridders in het zadel?

9 juli 2009

Korte 11-juli toespraak van Johan Sanctorum tot het voetvolk

GuldensporenOp 11 juli gedenken wij de Slag der Gulden Sporen van 1302, het hoogtepunt van een gistende rebellie van het Graafschap Vlaanderen tegen de Franse leenheer. Een betekenisloos historisch fetisj? Allerminst. Onmiskenbaar betekende die overwinning van het ‘gewone’ voetvolk tegen de Franse ridders een kantelpunt in de geschiedenis van Europa. Een ruiter die zomaar door een voetganger met een knots tegen de grond wordt geslagen, het was ongehoord voor die tijd. Revolutio, in de authentieke zin van het woord.

Ook in andere veldslagen uit die periode (De Boerenslag in Ane nabij Drente, de Zwitserse guerilla tegen de Habsburgse ridders) dook deze nieuwe sport op, die allicht door de aristocratische ruiterij als puur vandalisme, zoniet terrorisme werd beschouwd, een inbreuk op eeuwenoude regels, absoluut not done. Het was het prille begin van een burgerlijke emancipatiestrijd in het kader van de middeleeuwse stedenautonomie, een liberaliseringsproces dat pas met de Franse revolutie zijn beslag zou krijgen. Wat de renaissance en de verlichting voor onze Europese cultuur betekenen, is de golf tussen 1302 en 1789 op politiek vlak.

De romantische perceptie van dit kantelpunt heeft, met dank aan Hendrik Conscience en diens “Leeuw van Vlaanderen” (1839), voor een aantal relatief onschuldige misvattingen gezorgd. Zo waren de ‘vrijheidshelden’ Jan Breydel en Pieter de Coninck naar alle waarschijnlijkheid morrende middenstanders die het vooral beu waren om veel belastingen te betalen,- heden zouden ze veeleer onderdak vinden bij LDD. En de fiere Vlamingen van toen waren deze die vandaag in “Man bij hond” ondertiteld worden, namelijk de Oost- en Westvlamingen. In de Groeningheslag stonden de Brabanders… aan de kant van Frankrijk, naast een hele hoop andere locale overlopers. Tenslotte was ook Conscience zelf een overtuigd Belgicist en was zijn roman helemaal niet bedoeld als spoorslag voor een Vlaams streven naar zelfbestuur. Integendeel.

Tot zover het verschil tussen folklore en realiteit. Minder onschuldig is echter de bewustzijnsvernauwing die zich binnen de Vlaamse beweging zelf rond de Guldensporenslag heeft voltrokken. De sociaal-revolutionaire dimensie raakte namelijk helemaal ondergesneeuwd en werd versmald tot een semi-mythologisch, revanchistisch gekleurd nationalisme. Cynisch genoeg buitte Albert I dat in 1914 uit, door het Vlaamse plebs de vuurlinies in te jagen via een loze belofte op meer burgerrechten (“Vlamingen, gedenkt de Slag der Gulden Sporen!”). De Vlamingen stierven in het IJzerslijk, op luttele afstand van de Groeninghebeek, maar kregen niets, hetgeen ons het activisme opleverde waaruit dan weer de collaboratie groeide. Ook vandaag nog overheerst in de Vlaamse beweging de visie dat hét Vlaamse volk zich vanuit zijn archaische wortels moet heruitvinden als één homogene populatie, door de geschiedenis misdeeld maar uit op revanche. Dat is zonder meer conservatief en anti-emancipatorisch.

Er bestaat namelijk niet zoiets als een Vlaams volk, evenmin als het Belgische volk een realiteit is. We zijn allemaal individuen, via groepen en netwerken aan andere individuen gelinkt. Wél vormen de implosie van België en het afscheid van deze 19de eeuwse bufferstaat een gelegenheid om de democratie een 21ste-eeuwse opwaardering te geven in een eigen ruimte met een nieuwe constitutionele basis. Vanuit cultureel-historisch standpunt zou die ruimte perfect Vlaanderen kunnen zijn. Het valt echter te betwijfelen of de heersende politieke klasse zin heeft in dat avontuur. We verlaten dan namelijk de deelstaat-piste van het centenflamingantisme en de zgn. Maddens-doctrine (weinig meer dan een spiegelbeeld van het Franstalige chantagedenken), om het republikeinse project aan te vatten, helemaal buiten de Belgische context: een nieuwe staatsgemeenschap, als vereniging van vrije en mondige burgers die niet alleen in het stemhokje de democratie beoefenen, maar voortdurend interveniëren, als actieve aandeelhouders van de polis. De secessie, a.h.w. als breekpunt en tabula rasa met oude gebruiken, wetten, structuren.

Het is daarbij opmerkelijk hoe spaarzaam en schroomvallig het woord “republiek” bij ons wordt gebruikt, ook bij flamingante en zelfs separatistische partijen.  De res publica (letterlijk: ‘de zaak van iedereen’) is namelijk het resultaat van een voortdurende evenwichtsoefening onder alle burgers tussen privé-belangen en het algemeen optimum. Vandaag noemen we dat basisdemocratie, of straffer nog: contre-démocratie. Ze is alleen mogelijk binnen de context van een permanent publiek debat met een vrijwel totale participatiegraad en een minimale regie van bovenuit.

Nicole_en_HugoDat is een progressieve gedachte, evenzeer schatplichtig aan de politieke inspraakstructuur van het oude Athene als aan de Franse Verlichtingsfilosofie. Maar daar wringt nu juist het schoentje: de Vlaamse beweging is het burgerlijk-emancipatorische spoor bijster en heeft het traditioneel niet zo voor die chemie van de Aufklärung. Is het daarom dat men liever barbecues organiseert op 11 juli dan controversiële debatten? Of dat Nicole & Hugo in Kortrijk (of all places) het Guldensporenfeest mogen opvrolijken, in plaats van, ik zeg maar wat, de minstens even explosieve Anja Hermans?

Dat brengt ons op de culturele dimensie van het republikeins project. De kwaliteit van het publiek debat, -dat niet alleen in het parlement moet worden gevoerd maar overal, dagelijks, op het werk, op school, de straat, de kroeg…-, wordt bepaald door het niveau van een cultuurtaal die door iedereen word gedeeld en doorleefd. Al wie spreekt en schrijft werkt mee aan de verfijning van dit medium waarin de publieke communicatie verloopt. En daar wringt weerom een schoentje: Vlamingen houden niet van discussiëren, ze laten het liever over aan advocaten en beroepspolitici. En laat voor de rest onze letterkundigen maar lekker taalspelletjes spelen. Onze culturele elite fêteert vooral zichzelf, maar voelt zich helemaal niet geroepen om een taal te polijsten die de publieke communicatie op een hoger niveau kan brengen: het Vlaamse cultureel establishment is in essentie asociaal en apolitiek.

In tegenstelling tot Nederland en Frankrijk is er bij ons dan ook nauwelijks een traditie van polemiek en beschaafde woordenstrijd. We verstaan de kunst van de onenigheid niet. O jawel, er zijn meningen in overvloed, maar het vermogen om “van gedachte te wisselen”, zoals dat heet, is beperkt; de Vlaming verkiest om op zijn morzel grond te blijven zitten, ook intellectueel. We hebben een achterstand inzake communicatievermogen, die het publiek debat verlamt en daarmee ook het republikeinse work-in-progress bevriest.

De clou van het democratisch proces zit hem dus in de mondigheid van alle burgers, gegrondvest op een common language. Het Vlaams dus. Neen, niet eens het Nederlands,- het Vlaams. Democratie zonder eenheid van taal is ondenkbaar. Ik heb daarom meer moeite met de Arabische opschriften in sommige Antwerpse wijken dat met de hoofddoek. Ze wijzen op een versmalling van de res publica tot een polyglot amalgaam van subculturen die de democratie wel consumeren maar er niet aan deelnemen.

Meteen is dit het antwoord op de vraag waarom bij ons het republikeinse gedachtegoed onderontwikkeld is. Zowel het door rechts geclaimde volksnationalisme als de linkse multicul-utopie miskennen de republikeinse dynamiek die op een gesofistikeerde cultuurtaal drijft. Rechts ziet het publiek debat als pure chaos en een verlies van homogeniteit, links huldigt het cultuurrelativisme van het lappendeken en vlucht vooruit in (koningsgezinde!) Belgavox-orgasmen. Rechts wil niet, links kan niet: de republiek is een witte vlek in Vlaanderen.

In beide gevallen ligt het ideaal van de natie als actieve burgervereniging (civil society), drijvend op participatie en rechtstreekse democratie, nog lichtjaren ver. Zolang komen we ook nooit tot de pointe van het emancipatieverhaal, namelijk de publieke discussie rond een nieuw grondwettelijk kader dat afstand neemt van het Belgisch democratisch deficit, via bijvoorbeeld een systeem van bindende referenda, een verkozen president, een parlement met spreekrecht voor alle burgers, en zelfs de afschaffing van politieke partijen die ons toch alleen maar het woord ontnemen en vandaag puur marktstrategisch functioneren. Nogmaals: zal de Vlaamse politieke klasse zichzelf overbodig maken en Vlaanderen tot politiek laboratorium van Europa uitroepen? Waarom zou ze.

Kris_PeetersEr is dus weinig reden tot feestvieren op 11 juli. De grijns van Kris Peeters, de echte triomfator van 7 juni, verschijnt op alle voorpagina’s en covers, maar de modale Vlaming bekijkt het politieke schouwtoneel met de grootste onverschilligheid. Hij is vooralsnog geen betrokken partij. De arrogantie van de macht is dezelfde als deze in het Belgische bestel. Monkelend groeten de kersverse Vlaamse ridders via de camera het plebs. Geruisloos schuiven de schaakstukken op het bord, in de richting van een semi-autonome vazalstaat die geen schijn van aanstalten maakt tot een eigen constitutioneel proces, hooguit tot het klassieke knip-en-plakwerk binnen de grenzen van de Belgische constructie.

De bezorgdheid van ons, republikeinen, dat Vlaanderen een verkleinde uitgave wordt van het Belgique à papa, een in wezen behoudsgezinde maatschappij van de elites, gekenmerkt door een democratisch minimalisme, bestuurlijke intransparantie en een grote mate van publieke apathie, lijkt gewettigd.

De burger zal zich bij zijn eigen haren uit het moeras moeten trekken. Heel het anti-establishmentgegeven dat de politici haaruitval blijft bezorgen, allerlei uitingen van burgerlijke ongehoorzaamheid, het verzet ook tegen de Eurocratie, de afkeer van weldenkende culturo’s en intellectuele collaborateurs, toont aan dat de beweging die begin 14de eeuw begon nog steeds niet voltooid is. Het Lange-Wapper-protest in Antwerpen is er het meest recente bewijs van. Er mogen dus gerust nog wat ridders van hun paard vallen, me dunkt. Ook en vooral in Vlaanderen. Goedendag, dankjewel, smakelijk, en tot de volgende.

Johan Sanctorum


Red de democratie, red de Morgen…of red de job van Bert Bultinck?

24 mei 2009

Een aantal Vlaamse artiesten – opmerkelijk genoeg hetzelfde kransje dat we ook op de Belgavox-concerten tegenkomen, zoals Axelle Red, Stijn Meuris & C°…- heeft zich het lot van de Vlaamse krant De Morgen aangetrokken. Daar staan een aantal jobs op de tocht, nu eigenaar Christian Van Thillo (De Persgroep) vindt dat een krantje met een dagoplage van zo’n 50.000 ex wel wat redactioneel mag samenwerken met Het Laatste Nieuws van dezelfde groep, goed voor zo’n 370.000 ex. per dag.

De Vlaamse linkerzijde schreeuwt moord en brand, en vindt meteen dat “de democratie in gevaar is.” Sorry jongens, ik vind echt wel dat Bert Bultinck een job mag hebben en dat zelfs Tom Cochez zijn rioolschrijfsels ergens moet kunnen dumpen. Maar de democratie in gevaar? Is dat er niet wat over? Laten we even de zaken op een rijtje zetten.

Ten eerste leeft de bevlogen Morgen-redactie al jaren in een luchtbel. Op geen enkel moment deden de journalisten, waarvoor nu steunpetities cirkuleren, een poging om het anti-establishment-gevoel dat in Vlaanderen leeft, en dat zich ventileerde naar het Vlaams Belang, LDD en NVA, ernstig te nemen. Neen, steeds maar weer kapten de Ridders van de Goede Zaak op de domme rechtshangende Vlaming die Het Laatste Nieuws leest in plaats van de Vlaamse Pravda. Als vertegenwoordigers van een zelfverklaarde links-progressieve elite kozen Bultinck en companen voor een kruisvaartdiscours tegen het flamingantisme, tegen het fascisme (dat daaraan gelijk wordt gesteld), tegen het anti-Belgische onderbuikgevoel, en voor het rozige multicul-verhaal. Wie daar niet voor 100% in meeging, was meteen een VB-aanhanger, zoals ikzelf mocht ondervinden toen ik het cordon sanitaire in vraag stelde.

De liefde/haat-verhouding tussen de trendsocialisten van DM en het “volk” dat er geen pap van lustte, leidde tot een schizoïde attitude die typisch is voor de nieuwe elite van het Antwerpse Zuid en de Brusselse Dansaertstraat: zogezegd links-progressief, volksgetrouw, egalitair, maar in werkelijkheid absoluut wereldvreemd en elitair. De paranoia is dan niet ver weg, het discours wordt kribbig, nerveus, men schiet in alle richtingen. Wanneer dan nog oude kameraden zoals Geert van Istendael meeschrijven aan een islamkritische essaybundel, is het hek helemaal van de dam. In een stijl die aan de donkerste dagen van het Stalinisme herinnert, worden deze renegaten verbaal gekruisigd en op een zwarte lijst geplaatst.

De waarheid is dus, dat  de jongens van De Morgen de voeling met de publieke opinie allang compleet kwijt waren. De neo-Belgicistische kramp is daar een neveneffect van, en is ingegeven door een groot heimwee naar de oude staatsstructuur waarin grote, stabiele belangengroepen (zuilen, vakbonden, patronaat, loge, allerlei lobby’s, media, de partijen zelf uiteraard) onder elkaar het status-quo bepalen. De paradox dat de Vlaamse linkerzijde zich institutioneel conservatief opstelt, vergroot nog de frustratie en de identiteitscrisis. Deze gespletenheid liep onvermijdelijk uit op het soort proza waar o.m. Walter Pauli in uitblonk: schaduwgevechten tegen allerlei rechtse, reactionaire, racistische, fascistische demonen,- vanwege een intellectuele elite die alleen nog zichzelf vertegenwoordigt. Voor een krant moet dat fataal aflopen, in de richting van een Rode-Vaan-achtig ledenblad.

Het gevolg van dat ideologisch Narcisme is, bizar genoeg, dat De Morgen helemaal meeging met de paarse hype en het salonsocialisme van Stevaert/Janssens, waardoor links in Vlaanderen quasi onbestaande is geworden. Via de innige vriendschap tussen Yves Desmet en VLD-spindoctor Noël Slangen, jarenlang breed in de kolommen geëtaleerd, werd De Morgen een paarse regimekrant die zich kritiekloos opstelde tegenover het neoliberalisme, het globalisme en de algemene hoera-stemming die Verhofstadt kenmerkte. Wie daar voorbehoud tegen maakte, was een achterlijke conservatief, een verzuurde pineut of, nu ja, gewoon een Vlaming. Het positivisme van paars liet niet toe dat de vooruitgangsideologie, het groeimodel, en het daarmee verbonden schaamteloze potverteren in vraag werden gesteld. Onrechtstreeks ligt die valse euforie aan de basis van de huidige financiële en economische crisis: de Morgen-redacteurs hebben boter op hun hoofd, zoveel is zeker. Wat kan men Van Thillo dan verwijten? Zouden Bultinck, Pauli en C° beter eens niet aan een grondig gewetensonderzoek beginnen, een sessie zelfkritiek zoals dat in de tijd van ’68 toch de mode was? En vanwaar dat oorverdovend zwijgend van Yves Desmet? Is hem, in alle stilte, al een mooi plaatsje beloofd in de herschikte Persgroep-configuratie?

 Meer democratie, meer bomen, minder teletubbies

Als publicist, blogger en free-lance-journalist met een slecht karakter kan ik heel dat gespartel dan ook slechts gadeslaan met enig sarcasme, om niet te zeggen leedvermaak. In al de jaren dat ik op de zere tenen trapte van het politiek en cultureel establishment –soms met veel persoonlijke en sociale schade tot gevolg- heb ik niet één keer een redacteur van dat selecte clubje van De Morgen op mijn pad gevonden, dat ook maar enige blijk van welwillendheid aan de dag legde. Integendeel: doodzwijgen was de boodschap, zoals met de juridische vervolging die spindoctor Noël Slangen tegen mij inzette,- een proces dat ik overigens won, maar waarvan om begrijpelijkerwijze nooit iets in die krant verscheen. Ingezonden opiniestukken, nochtans behoorlijk stout van toon (of juist daarom?) werden genadeloos de papiermand ingekeild. Alleen de braaf-burgelijke Standaard publiceerde ze nog af en toe. Niet dat ik hier de martelaar wil uithangen, men kiest nu eenmaal voor een rol als outsider. Maar om nu mee te gaan jammeren met het koor dat de job van Bert Bultinck wil veiligstellen, terwijl duizenden jobs vandaag sneuvelen waar geen haan naar kraait, neen, dat is een brug te ver.

De heisa rond hun mogelijk ontslag staat overigens in schril contrast met de stilte nadat GvA-journalist Roger Van Houtte de laan werd uitgestuurd. En hier gold het geen economische noodzaak, maar een onvervalste afrekening van de tandem Stevaert/Janssens die het subversieve fulmineren van Van Houtte tegen hun kaviaarsocialisme absoluut niet konden smaken. Via de nauwe band met de familie Baert (eigenaars van Concentra) en de Hasseltse sp.a-lobbyist Ernest Bojak heeft Steve Stevaert jarenlang geijverd om Van Houtte uit de GvA-redactie te krijgen. Eerst door hem deskundig te isoleren (waarbij weer dat VB-etiket tevoorschijn kwam), om dan zijn ontslag af te dwingen als “politiek-verbrand”.

Tenslotte is heel de malaise in de geschreven pers, zowel bij DS als DM, maar een aspect van een historisch-culturele transitie: de burgerjournalistiek heeft het allang overgenomen van de papieren media, die wanhopig de blogosfeer trachten te recupereren. Ook dat maakt de Red-de-Morgen-actie tamelijk futiel: als er al jaar en dag in Vlaanderen goeie blogs te vinden zijn (naast de onvermijdelijke shit natuurlijk) van journalisten-zonder-perskaart, blogs die soms schitteren inzake duiding, diepgang en gevatheid, en die zonder grote financiële injecties groeien en bloeien, blogs die ook dat hinderlijk poco-geurtje niet hebben,… wat is dan nog de relevantie van het krantje waar Bert Bultinck voor werkt en dacht tot aan zijn pensioen te zullen werken?

Democratie dus, inderdaad. Met de implosie van het politieke establishment (“wie gelooft die mensen nog?”) en de ontluistering van het cultureel-artistieke universum, is ook de journalistieke elite aan haar afgang begonnen. We hebben De Morgen niet nodig om kritisch te functioneren, gelukkig niet. En de bomen uit de Skandinavische wouden zullen er ook wel bij varen, daar moeten de groene DM-fans maar eens over nadenken…

Johan Sanctorum  


In naam der koningin…

6 mei 2009

Kan een “zinloze daad” betekenisvol zijn?

Dat Karst T. op koningibeatrixnnedag in Apeldoorn een rij mensen wegmaaide met zijn Suzuki Swift, spijt mij enorm. Het hadden uw of mijn geliefden kunnen zijn, mensen die part nog deel hebben aan de problemen die “de eenzame gek” tot deze kamikazedaad dreven. Het symboolgehalte van de aanslag is anderzijds wél ernstig te nemen en een analyse waard. En dat maakt hem ook tot meer dan een  geschifte loser of loner (zo heet dat tegenwoordig,- iemand die door de prestatiemaatschappij is uitgespuugd).

Karst T. heeft inderdaad zijn aanslag zorgvuldig gepland. Hij had er ook alle tijd en alle motieven voor. Hij verloor zijn job, niet eens wegens slecht presteren, maar omwille van de economische crisis die, zoals wij allemaal weten, niet door hem is veroorzaakt maar door het speculatieve cowboykapitalisme, de consumptiedwang, het systeem van nu-kopen-later-betalen dat mensen in een spiraal van schuldverslaving brengt.  Vervolgens lieten zijn vrienden hem in plan, omdat je met een loser die nooit rondjes geeft nu eenmaal niet optrekt. In de laatste fase werd hij ook uit zijn woning gezet omdat hij zijn huur niet kon betalen, in naam van de koningin dus. Je moet dat eens meegemaakt hebben om te weten wat het is, die deurwaardersexploten (uitdrijving” is de technische term): gewoon al je spullen op het trottoir, of eventueel in de vrachtwagen als je schulden hebt, jij zittend in de goot, met of zonder vrouw en kinderen, dat speelt bij die heren deurwaarders helemaal geen rol. En jawel, nog niet zo lang geleden mikte ook bij ons zo’n radeloze “uitgedrevene” met zijn karabijn op de agenten die het zaakje moesten klaren. Zou u stoïcijns-kalm blijven? Toch? Proficiat, dan bent u perfect aangepast aan een onmenselijk systeem. Karst T. niet dus.

In dit Darwin-jaar mogen bij heel het survival-of-the-fittest-idee, waarmee de evolutietheorie zich ook sociaal en politiek legitimeert, toch wel eens vraagtekens geplaatst worden. Onrustwekkend is daarbij dat politieke protestsignalen meer en meer als tekenen van waanzin en paranoia worden geëxorciseerd. Niet de maatschappij is onmenselijk, maar u bent asociaal of erger, sociopaat, als u niet gelukkig bent. De objectieve waanzin van het systeem bestaat er net in, om elk spoor van ongenoegen zelf te bestempelen als disfunctie. Vanaf dag 1 werd de Apeldoorn-aanslag gedepolitiseerd en aansluitend gepsychiatriseerd door een hele rits zielenknijpers en socio-psychologische auguren van allerlei aard. De officiële woordvoerders en veiligheidsexperten niet uitgezonderd (‘Tegen een loner kun je je nooit 100 procent wapenen’, dixit Uri Rosenthal, voorzitter van het Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement).

Door Karst T. een sociopaat te noemen maken we het ons wel erg gemakkelijk. Idem dito trouwens voor andere “massamoordenaars” zoals Hans Van Themsche. Soms gaat het systeem overigens nog een stap verder, en worden normale, kritisch-functionerende burgers in de paranoia gedreven, dankzij de voortreffelijke samenwerking tussen gerecht en psychiatrie. Het is zoals die directeur van het gekkenhuis verklapt in “Kuifje en de Zwarte Rotsen”: “De mensen die hier binnenkomen zijn lang niet altijd gek, maar ze worden het wel na enige tijd”. Activiste Anja Hermans zal het zeker geweten hebben. Ooit voorzag ze met haar vriend het Antwerps Boudewijnmonument van het opschrift “schijt aan de monarchie”. Tikkeltje stout verwoord, maar toch een bewijs van kritisch inzicht, zou je denken. Ze kreeg er echter van een lintjes-ambiërende rechter de maximumstraf voor, wat haar alleen maar sterkte in de overtuiging dat het Belgisch establishment een speciale behandeling voorziet voor wie de instellingen in vraag stelt. Het werd het begin van een lange lijdensweg, disproportionele straffen voor andere symbooldaden (zoals onlangs die 8 maanden effectief, omdat ze de manke beveiliging van de kerncentrale van Doel aantoonde), eenzame opsluiting, mishandeling, pesterijen allerhande. Zoiets kraakt een mens. Ze heeft er ondertussen al zo’n vijf zelfmoordpogingen op zitten en wordt nu netjes gecatalogeerd als een borderline patiënte. Quod erat demonstrandum: mensen die het systeem in vraag stellen zijn niet goed wijs.

De actie van Karst T. was dus wel degelijk politiek. Het zou ons moeten verplichten om na te denken over een systeem dat dit soort wanhoopsdaden oplevert, in plaats van vol zelfmedelijden te jeremiëren over de waanzin die toeslaat, en stille marsen te houden. Men kan het “zinloos geweld” noemen, vooral omdat er onschuldige slachtoffers werden gemaakt, maar betekenisloos is het allerminst. Ik hoop dat ik dit nog mag schrijven in het koninkrijk België zonder morgen opgepakt te worden: als republikein en democraat vind ik aanslagen op symbolen van de monarchie moreel volstrekt legitiem. “In naam van de koningin” lijkt een lege protocolaire hoofding maar is het niet. Terecht heeft Karst T. dit heel letterlijk genomen, en het niet-verkozen staatshoofd aansprakelijk gesteld voor een maatschappelijk-institutioneel systeem waar hij niet voor koos, en dat hem ook niet lustte.

Voor de rest zou ik ook de Coburgs toch langzamerhand de raad willen geven om zich achter kogelvrij glas te gaan verstoppen. Ik wil ze niet als staatshoofd, maar heb geen enkel middel om dat politiek, in het stemhokje, duidelijk te maken. De politieke schertsvertoningen beloven weinig goeds voor de toekomst: uw en mijn mening tellen niet. Ook bij ons is er een décalage tussen de symbolenfaçade en de realiteit. Ook bij ons dreigt er een kortsluiting tussen systeem en individu. Ik ben niet zo gek om daarom op 21 juli de dranghekkens te gaan rammen, maar radeloze of mentaal uitgeputte mensen, die door het systeem gedumpt zijn, misschien wel. Dan waren de graffiti van Anja Hermans nog gematigd en een toonbeeld van sereniteit.

Moest ik toevallig geen schrijvend filosoof zijn, ik bekladde ook monumenten en boorde me doorheen dranghekkens. Het verschil is miniem, geloof me.

 Johan Sanctorum


Vive le roi & drink Coca-Cola!

30 april 2009

 

Belgavox, of de nieuwe opstoot van oud-Belgisch patriottisme

Het is weer zbelgavoxover: de culturele sector, of althans een deel daarvan, krijgt een nieuwe opstoot van patriottisme, zo tegen de verkiezingen aan. Dat kan geen toeval zijn: om de separatistische demonen te exorciseren, is er niks zo geschikt als een liedje van Will Tura of Clouseau. Vooral het lichte lied dus, conform de ondraaglijke lichtheid van België zelf. Een en ander moet culmineren in het evenement “Belgavox – een volksfeest voor heel het land”, waarin “meer dan vijftig Belgische artiesten op 17 mei onder het Atomium zingen om de eendracht van België te bepleiten.”

In de coulissen treffen we sponsors aan zoals het ABVV, naast de Nationale Loterij (een staatsinstelling dus), en commerciële geldschieters zoals Belgacom, Delhaize, Douwe Egberts en Coca-Cola. Dat laatste brouwsel drink ik sowieso nooit, de rest staat definitief op mijn zwarte lijst. En niet alleen de mijne, naar ik mag hopen.

Het verbaast me telkens weer -en dat was ook op de 1.10-concerten zo-, hoe pop-artiesten zich verliezen in het flou van de feel-good-shows, Sportpaleisachtige massa-euforie, persoonlijke marketing, goedkope emo-filosofietjes rond “samenhorigheid”, commerciële incentives, en tenslotte de regelrechte politieke manipulatie die hen ontgaat. Achter de gecultiveerde Manneken Pis- en Atomiumfolklore zit een behoorlijke dosis onnozelheid en gebrek aan kritische massa bij de ondersteunende artiesten. We hadden in het voorjaar al een charme-offensief van de Europese Commissie, die een aantal dichters bereid had gevonden om “de Europese grondwet te herschrijven”. Vandaag is het dus de beurt aan de Belgicistische lobby, discreet gesteund door het Hof, om bij te dragen tot “de versterking van de solidariteit, de dialoog, het respect, het samenhorigheidsgevoel en de multiculturele diversiteit in België. De vzw wil bovendien helpen bij het versterken van de Belgische identiteit”. Let op deze typerende, volgehouden verwarring: sociale solidariteit blijft à la fin identiek met Belgisch nationalisme. Bij geen van de bevlogen artiesten komt de gedachte ook maar op dat het ondemocratisch wanconstruct België de oorzaak is van de institutionele impasse. En dat regionale autonomie en solidariteit, ook op mondiaal vlak, perfect kunnen samengaan. Zelfs een grote staatshervorming, absoluut noodzakelijk voor wie België nog enige kans wil gunnen, is voor de Belgavox-barden geen optie: dit initiatief ruikt duidelijk naar neo-unitaristische nostalgie.

Dat de gebroeders Kolacny tot de stuwende krachten behoren achter dit initiatief, is dan ook niet toevallig: ze smukten in het verleden met hun meisjeskoor al de feestjes ten paleize te Laken op. Dat het allemaal moet uitmonden in “een groot volksfeest”, is ook al een verspreking: als de Belgische dynastie iets te vieren heeft, worden er ook krakelingen naar de meute gegooid, en een “groot volksfeest” georganiseerd. Kortom: heel dit gedoe oog als een belegen Ancien-Régime-charade, waarmee de oude elites die o.m. Fortis aan Frankrijk verpatsten met het oog op een ratache (een gedachte die de Belgische Revolutie in 1830 zelf al beheerste), het naiefste deel van onze gitaarpopulatie voor hun kar spannen.

Dat het merendeel van de publieke opinie in Vlaanderen deze indoctrinatie afwijst, zal de kloof tussen cultureel establishment en massa alleen maar vergroten. De culturo’s van de Brusselse Dansaertstraat leven onder een stolp, ze zijn hun contact met de maatschappelijke onderstroom allang kwijt.

Zich wellicht bewust van de intellectuele zwakte en de Artistenmetaphysik (dixit F. Nietzsche) die onder het Belgavox-geroep schuilgaat, voelde mijn goede vriend en filosoof Lieven De Cauter zich geroepen om correcties aan te brengen, onder het motto “Ons project voor België gelijkt in niets op het oude, unitaire project van de Franstalige burgerij”.

Dat is een leuke gedachte. Alleen zou de gedreven mensenrechtenactivist zich bewust moeten zijn van de manipulatieve bedoelingen achter zo’n “volksfeest”. Wat is dat toch met intellectueel-progressief Vlaanderen en de Belgische mythe? Waar is het republikeins-democratisch project gebleven? Als ik onder De Cauters petitietekst weer alle namen van het tricolore gezelschap zie prijken, gedecoreerden of kandidaat-lintjesdragers, waaronder de onvermijdelijke barones Anne Teresa De Keersmaeker, weet ik het zeker: het feest kan niet meer stuk, vive le roi. Et un Coca pour tout le monde.

 Johan Sanctorum


Het ritselt weer onder de toonbanken

9 april 2009

Onderstaande Open Brief, rond de politiek-correcte censuur in Vlaanderen, verscheen op donderdag 9 april in De Standaard. Het feit dat zwaargewichten zoals Etienne Vermeersch hem tekenden, belette deze “kwaliteitskrant” nochtans niet om zelf aan censuur te doen en passages te schrappen (in het rood aangeduid) zonder enige ruggespraak met de initiatiefnemers. Ook de URL (verwijzing naar deze webpagina) viel op mysterieuze wijze van het blad. Hier dan de complete tekst.

 De “Gounod/Dillen-affaire” toont aan dat we ons in een feitelijke toestand van censuur bevinden.

Het verhaal is ondertussen bekend: een voortreffelijke Mitterrand-biografie, onder meer op Klara en in NRC-Handelsblad bejubeld, getekend Vincent Gounod, bleek in werkelijkheid van de hand van VB-politicus Koen Dillen. Waarna weldenkend Vlaanderen helemaal van de wijs geraakte, en ervoor zorgde dat het boek nauwelijks nog te verkrijgen was in het normale circuit. In Nederland ligt het wel open en bloot in de etalage. Gaan we terug naar de tijd van de sexshops?

Het voorval legt een diepere malaise bloot binnen het cultureel/academisch universum in onze contreien. Het fameuze “cordon” rond één bepaalde partij, waarvan we het strategisch nut in het midden laten, heeft er blijkbaar voor gezorgd dat boeken niet meer hoeven gelezen te worden om er een oordeel over te vellen. We willen hier de welles-nietes discussie niet voeren of die ene Antwerpse ‘linkse boekhandel met een duidelijk profiel’ het boek nu achteraf uit de rekken haalde of niet (daarover lopen de versies sterk uiteen). Feit is dat de Mitterrand-biografie van Koen Dillen niet racistisch of xenofoob of negationistisch is, maar gewoon een hoop heisa veroorzaakt omdat de auteur met het etiket “fout” op zijn hoofd rondloopt, waardoor hij zich gedwongen voelde om een pseudoniem te gebruiken.

Vlaanderen schijnt opgedeeld te zijn in een politiek-correcte helft die toegang krijgt tot de media, vlot een uitgever vindt, het obligate BV-kransje bemant; en anderzijds een schimmig continent van onbespreekbare, verboden, uit de publieke sfeer geweerde politisch-unfähige mensen, zoals dat onder de nazi’s heette. Dat de boekensector zich hier van zijn braafste en meest conformistische kant toont, is ook duidelijk. Bij de meeste boekhandels en grote ketens is de fameuze Mitterand-biografie, sinds Gounod zich als Dillen ontpopte, enkel “op bestelling” verkrijgbaar. Dat is een feitelijke toestand van censuur, waarbij zelfs de heilige koe van de commercie wordt geslacht (Dillens boek zou ondertussen een kaskraker kunnen zijn) om onze ziel van smetten te vrijwaren. Het is bekend dat boek.be, organisator van de Antwerpse Boekenbeurs, nog steeds een index hanteert van ongewenste auteurs en verboden uitgeverijen.

“De linkse kerk in Vlaanderen heeft vandaag nog altijd een probleem met intellectuele diversiteit,” concludeert Dillen terecht. Inderdaad. Het begrip “controverse”, absoluut nodig in een volwassen democratie, verstuift hier compleet. Zelfs al strookte zijn boek niét met de politieke weldenkendheid, zelfs al was het zo “fout” als wat, ook dan, juist dan zou het boekenwezen het moeten omarmen, omdat het tegenspraak zou oproepen en reacties provoceren. Zoiets heet polemiek, in Vlaanderen een hachelijk punt.

Om die reden wensen wij eveneens een lans te breken voor de vrije verkoop van Filip Dewinters pamflet Inch’ Allah. Dit houdt geen stellingname in over het boek, de auteur of zijn partij. Maar zolang een publicatie niet tot geweld oproept – wat het boek van Dewinter niet doet – is iedere feitelijke censuur een lachwekkende vertoning van politieke onvolwassenheid.

Wij willen ons, van links tot rechts, formeel van die censuur distantiëren. Vlaanderen mag langzamerhand wel eens ontwaken uit zijn politiek-correcte sluimer om eindelijk kennis te maken met de kunst van de dialectiek.

Ludo Abicht, docent filosofie

Vital Baeken (“Vitalski”), schrijver

Benno Barnard, schrijver

Gerard Bodifee, auteur

Mimount Bousakla, politica

Hugo Coveliers, advocaat

Thierry Debels, auteur-publicist

Saskia De Coster, schrijfster

Eric Defoort, historicus

Leo de Haes, uitgever

Gust De Meyer, hoogleraar KUL

Peter De Roover, publicist

Willem Elias, gewoon hoogleraar VUB

Derk Jan Eppink, publicist-politicus

Valerie Lempereur, uitgeefster

Bart Maddens, politicoloog

Marc Platel, journalist

André Posman, artistiek directeur De Rode Pomp-Gent

Godfried-Willem Raes, muziekmaker – filosoof

Jean-Pierre Rondas, producer VRT Radio Klara

Johan Sanctorum, filosoof-auteur

Matthias Storme, jurist

Johan Swinnen, professor VUB & Artesis Hogeschool

Frank Thevissen, communicatie-expert

Jef Turf, ex-journalist, publicist

Luc Van Braekel, blogger

Jan Van de Casteele, hoofdredacteur Doorbraak

Gie van den Berghe, ethicus

Luc van Doorslaer, academicus-journalist

Marc Vanfraechem, blogger

Geert van Istendael, schrijver

Wim van Rooy, publicist

Jan Verheyen, filmmaker

Jos Verhulst, publicist

Etienne Vermeersch, moraalfilosoof

Jurgen Verstrepen, politicus

Julien Weverbergh, uitgever

 

Zie ook:

http://www.visionair-belgie.be/Artikels/Censuur.htm

 


Open-VLD is een gezellige familiepartij

30 maart 2009

degucht-schiltz-declercq-40We kenden al Matthias De Clercq (“een nieuw, wervend project voor de 21ste eeuw”), Jean-Jacques De Gucht, Willem-Frederik Schiltz, Miguel Chevalier, Wouter Gabriëls, Alexander Decroo, en nu vergeet ik er vast nog een paar. Allemaal naaste verwanten: het kan geen toeval zijn, deze partij draagt het talent in de genen mee. De traditie moet zowat begonnen zijn met Patrick Dewael, kleinzoon van Arthur Vanderpoorten en neef van Marleen.
 Maar nu zijn er ook twee vrouwelijke sterren aan het VLD-firmament opgedoken, nl. Ariane De Croo en Eva Vanhengel. Twee schatjes. Twee aanstaande Wetstraatprinsessen. En zoals het met blauw bloed het geval is, tracht men ook binnen de VLD de dynastieke lijn zuiver te houden en het edele ras niet te laten bezoedelen door vreemde smetten. Zo komt het dat Eva Vanhengel en Jean-Jacques De Gucht ook in het leven een aardig koppeltje vormen, waaruit vast nieuwe telgen van het succesvolle liberale geslacht zullen geprocreëerd worden. Het bed is warm, de liefde heet, de toekomst verzekerd.
 Daarmee is het “familiebedrijf dat VLD heet” (dixit prof. Carl Devos) in een fase gekomen dat de naam écht doorslaggevend wordt om carrière te maken. Eén of twee keer kan toeval zijn, maar in deze dosis wordt het een echte dynasty-soap, naar aristocratische traditie, in de 19de eeuw geïmiteerd door de families van rijke industriëlen en bankiers.
 Het gebrek aan gêne, waarmee dit in de media wordt geëtaleerd, verraadt onmiskenbaar de signatuur van Guy Verhofstadt: verwaand, Narcistisch, zelfgenoegzaam. Met een kunstbochel zijn leermeester Noël Slangen-terug-van-weggeweest imiterend. De man die de gebakken lucht in de Belgische politiek als vaste hoofdschotel introduceerde. De bezieler-architect van paars, wiens schaamteloos potverteren tijdens de vette jaren nog generaties na ons zullen bekopen (dixit prof. Paul De Grauwe).
 ”De toekomst telt, niet de afkomst”, zo luidt de slogan van de Open-VLD.
 Maar misschien is de afkomst wel de toekomst bij de Vlaamse liberalen. Dat is in het Darwin-jaar, lijkt me, niet meer dan logisch. Mogen de fitste, schoonste, jongste, rijkste exemplaren winnen in juni en met gouden postjes beloond worden!

J.S.

Johan Sanctorum


Briljante Mitterand-biografie blijkt van een Vlaams Belang-politicus

26 maart 2009

Wanneer schuilnamen terug nodig zijn om censuur te omzeilen

dillen_mitterandTot voor kort kende ik alleen ene Charles Gounod, van de smartlapopera’s uit de 19de eeuw zoals “Roméo et Juliette”. Maar Vincent Gounod, schrijver van een spraakmakende en alom geprezen biografie over François Mitterrand, neen, die was me verder onbekend. Ook het feit dat de man “diplomaat is en in Genève werkt”, zoals de achterflap onthult, maakte me niet veel wijzer.

Het boek over Mitterand werd in Vlaanderen en (vooral) in Nederland enthousiast onthaald. Claude Blondeel spaarde in het Klara-programma “Ramblas” de superlatieven niet voor Gounod’s onthullend portret van de Franse ex-president. Het is het verhaal van de jonge François die zich aan maarschalk Pétain van het collaborerende Vichy-regime verbrandt, en zich vervolgens tracht te zuiveren door een links alibi te construeren. Als agitator tegen generaal de Gaulle en via de gerecupereerde revolte van Mei ‘68 bracht hij het uiteindelijk tot socialistisch staatshoofd en liet zich omringen met een keur van linkse intellectuelen. Maar J.P. Sartre en François Mauriac (“Mitterand, charlatan”) doorzagen hem al in die tijd, en bestempelden hem als een leugenachtige poseur.

Wat er ook van zij, de turf van ruim zeshonderd pagina’s is een “schitterend verhaal, dat leest als een roman”, aldus Klara-recensent Blondeel. Maar wat blijkt nu? Achter het pseudoniem van Vincent Gounod -allicht een speels homoniem van “who know(s)” – schuilt Koen Dillen, Europees parlementslid voor het Vlaams Belang, en zoon van de stichter van deze niet bepaald door de media gekoesterde partij.

De vraag die nu op de lippen ligt van elke onbevooroordeelde waarnemer: zou dit boek evenveel aandacht en positieve commentaar gekregen hebben, als men op voorhand de ware identiteit van de auteur gekend had? De vraag stellen is ze beantwoorden: natuurlijk niet. Geschriften van VB-intellectuelen zijn gedoemd om een stille dood te sterven, met de huisuitgeverij Egmont als tussenstation. Het maakt helemaal niets uit, hoe goed of hoe slecht ze zijn. Geen enkele Vlaamse uitgever wil er zich mee inlaten, wellicht uit vrees om zelf in het cordon terecht te komen.

Het zegt veel over de mentale gesteldheid van het Vlaamse boekwezen (via  boek.be gecontroleerd door de groene Stalinist Jos Geysels, een der bedenkers van het “cordon”) en het toont vooral aan hoe diep de mechanismen van censuur en zelfcensuur eigenlijk wel werkzaam zijn in onze zogenaamde democratie. Het verklaart meteen ook waarom Dillen alias Gounod zijn heil moest zoeken bij de tamelijk obscure Hollandse uitgeverij Aspekt (nog wel gespecialiseerd in zeer linkse non-fiction…), die uiteraard wél van wanten wist maar zich niet door enige politieke banvloek gebonden voelde.

Het is eigenlijk een formidabele grap, en vanzelfsprekend zet die sluwe vos van een Koen Dillen de VRT voor een probleem. Moet die lovende Klara-recensie nu gereviseerd worden? Zijn het dan toch niet allemaal zo’n achterlijke imbecielen bij dat Vlaams Belang? Neen dus. De genaamde Koen Dillen blijkt een fijnbesnaarde, francofiele intellectueel te zijn, die ook al een Sarkozy-biografie publiceerde (onder de schuilnaam Maarten van der Roest). Het huis van vertrouwen beschouwt evenwel intellectuelen met een VB-signatuur als paria’s, en heeft zich ook uitgebreid ingegraven in dat discours van political correctness. De veroordeling in april 2004 van het toenmalige Vlaams Blok wegens racisme -hetgeen tot de naamsverandering leidde-, was voor de publieke omroep een geschikt alibi om orde op zaken te stellen, en de beruchte nota “De VRT en de democratische samenleving”nog eens boven te halen en op te frissen.

In deze nota van september 2001 staat letterlijk “Er moet dus bijzonder omzichtig worden omgesprongen met het aan het woord laten van vertegenwoordigers van het Vlaams Blok, zeker in rechtstreekse uitzendingen.” Schriftelijke klachten over deze uitzonderingsbehandeling, vanwege de partij bij de bevoegde commissie, worden in dezelfde nota omschreven als een “guerilla-techniek”. Sorry jongens, waar zij we mee bezig? Zouden een paar clevere, integere journalisten-met-ballen nu eindelijk eens niet kunnen opstaan en de zittende collega’s overtuigen om met dat Jacobijnse geneuzel te stoppen? Wanneer steekt de Vlaamse Vereniging van Journalisten, waar ik jaarlijks mijn lidgeld aan betaal in ruil voor een onbenullig ledenblad, eens zijn nek uit? Wanneer krijgt de verzamelde Vlaamse culturele/academische elite, van de locale cultschrijver Verhulst tot de onvermijdelijke en alomtegenwoordige professor Vermeersch, het eens over de lippen dat dit soort anathema’s, gepaard gaande met sociale uitsluiting, mensen haast schrik doet krijgen om een deviante mening te hebben?

Het is een veeg teken aan de wand dat in onze democratie pseudoniemen terug opduiken, niet als spielerei maar als bittere noodzaak. Het wijst erop dat de mediatieke, socioculturele en sociale uitzaaiing van het “cordon sanitaire”, oorspronkelijk een partijpolitieke entente met een strategisch oogmerk, een verarming betekent voor het culturele klimaat in Vlaanderen. Mijn linkse vrienden zullen het me wel weer kwalijk nemen, maar ik weiger een cultuur, een politiek systeem, en een zogenaamde rechtsstaat au serieux te nemen die een partij én haar kiezers diaboliseert, met het anti-racisme als alibi. Want laten we wel wezen: de échte ontstaansreden van het “cordon” ligt in een Belgicistische paniekreactie, zoals ex-Standaard redacteur Manu Ruys ooit stelde:

“Is het zo vermetel te veronderstellen dat het Vlaams Blok ook en vooral wordt vermaledijd, geboycot en in een schutskring geneutraliseerd, omdat het onvoorwaardelijk en ondubbelzinnig opkomt voor een onafhankelijk Vlaanderen en bijna 800.000 kiezers achter zich kon verenigen?” (De Tijd, 26/4/2004)

Ik geloof dus wél in polariteit en conflict, zonder dat we elkaar de hersenpan hoeven in te slaan. Ik wil het VB op de tribunes, zonder voor een VB-er te moeten doorgaan. Ik vind het ongezond dat schrijvers zich moeten camoufleren om mediagewijs aan bod te komen. Laat duizend bloemen bloeien en ideëen botsen, dat is de essentie van democratie. Van zodra men mensen uitsluit van het debat, omwille van hun achtergrond, hun naam, hun maatschappelijk etiket, is men eigenlijk met cultureel racisme bezig, een zwart wit-denken dat finaal tot een bewustzijnsvernauwing leidt. De media dragen hier een verpletterende verantwoordelijkheid.

Ondertussen suggereert Koen Dillen een boeiende, postmoderne strategie om dat domme cordon met zijn verborgen politieke agenda’s te omzeilen: een even dubbelzinnig spel van persoonsverwisselingen, schuilnamen, quiproquo’s. De maatschappij van de censuur zal een dolle maskerade voortbrengen, waarin niet alleen ministers er ghostwriters op nahouden, maar waarin ook de als politiek-incorrect bestempelde intellectueel verstoppertje speelt met de media.

Voor mij niet gelaten, dat kan nog amusant worden, zeker als de maskers af en toe vallen zoals nu is gebeurd. Of de recensenten en de verzamelde redacties van de kwaliteitspers daar gelukkig mee zullen zijn, dat is nog wat anders.

Misschien dus toch maar beter eens proberen om elkaar terug recht in de ogen te kijken en ons terug de geest van de eigenzinnige vrijdenker Voltaire eigen te maken, in plaats van deze van de tiran Robbespierre?

Tot op heden zwijgt de VRT in alle talen en op alle netten over deze zaak van de schrijver-met-de-foute-familienaam. Het splitten van K-3 is blijkbaar interessanter nieuws. Het zal dus nog niet voor morgen zijn. Vrees ik.

Johan Sanctorum

www.visionair-belgie.be


Wat ik van facebook denk

16 maart 2009

Groeten van de Dalai Lama

dalai_lamaHet is dus toch eindelijk zover: Facebook staat op ontploffen. Het werd al een tijdje aangekondigd, maar nu zowat alle geälfabetiseerde Vlamingen op deze “sociale netwerksite” zijn aangesloten, is het ding geen virtuele ontmoetingsplek meer, maar veeleer een voor marketeers onschatbare snuffelpaal. Politici hebben Facebook natuurlijk ook allang ontdekt, en zetten er, eventueel via digitale stromannetjes, “fansites” op (de zo anti-moderne Bart De Wever heeft er, op het moment van dit schrijven, 5.885 ingeschreven supporters op staan). Afgezien daarvan is er aan Facebook een advertentieprogramma gekoppeld, Beacon genaamd, dat gretig gebruik maakt van uw en mijn persoonlijke info die wij zelf argeloos hebben prijsgegeven. Schier ongemerkt heeft Facebook onlangs zijn handelvoorwaarden veranderd, en de passage geschrapt waarin stond dat gebruikers op elk moment hun gegevens kunnen verwijderen. Na wat gemor werden de scherpe, privacy-verstorende kantjes wat afgevijld, maar het systeem loopt lekker verder, of wat dacht u: bedenker Mark Zuckerberg behoort tot de 400 rijkste personen op deze aardkluit. Dat steekt natuurlijk de ogen uit. Nadat Google en Yahoo bot hadden gevangen, nam Microsoft een minderheidsparticipatie in Zuckerberg’s goudmijn. Dit maar om te zeggen dat het om harde business gaat, en dat het een manier als een ander is om commerciële informatie te verzamelen en doelgroepen aan te spreken. Het idee van “communiceren” en “netwerken” is daarbij een louter alibi, zeg maar: een lokmiddel.

Dat brengt ons op het bizarre concept van de “vriendschappen” binnen dit netwerk. Zelf sta ik al zo’n half jaar op Facebook, om het fenomeen wat beter te leren kennen, en ook -laat ik niet schijnheilig doen- om vele nieuwe vrienden te maken, kwestie van mijn steentje bij te dragen tot de wereldvrede en de verzuring te bekampen. En natuurlijk om die ene schoolvriendin terug te vinden. Maar wat blijkt? Ongeveer 80% van mijn “vrienden” ken ik van haar noch pluim. Ze stellen zich aan je voor, je duwt op een knop en ze behoren tot je “vriendenkring”. Af en toe, evenzeer toegegeven, kan ik ook niet aan de verleiding weerstaan om zelf “op jacht” te gaan. En wat blijkt? Zelden of nooit slaat iemand mijn uitnodiging af. Persoonlijke boodschappen levert het niet op, wel massa’s groepsmail en invitaties voor “causes” (het Nederlands van Facebook kan nog wel beter: het blijkt te gaan om alle mogelijke goede en minder goede doelen waar geld voor kan geschonken worden), naast natuurlijk de uitnodigingen van “fansites” om de hoop te vergroten.  De gewichtloosheid van dit soort “sociale activiteit” maakt er haast iets bureaucratisch van. Het resultaat is weinig meer dan een collectie namen-met-foto’s, de kleine versie van het grote bestand waar we allemaal inzitten en af en toe worden uit geplukt, namelijk het rijksregister.

Of wacht, vorige week kreeg ik toch een voorstel van een oude bekende om “vriend te worden”: de Dalai Lama, jawel. Dus niet gewoon zijn fanclub, maar het was de Meester himself die op mijn laptopvenster kwam tikken. Nu ja, zijn geboortedatum in de info klopt wel niet met deze die ik ken uit de biografie, hij is blijkbaar geïnteresseerd in “afspraakjes” met mannen en vrouwen, en bij zijn burgerlijke staat kan men lezen “het is ingewikkeld”. Onze boeddhistische voorman moet dat profiel dus in een verregaande vorm van Tibetaanse trance gemaakt hebben, ofwel is hier een toegewijde discipel incognito aan het werk geweest. Elke grappenmaker kan namelijk via een e-mail-alias zo’n profiel aanmaken. Onze weerman Frank Deboosere bekloeg er zich al eens over dat een hele serie dubbelgangers van hem op Facebook stoeien en er het goede weer maken. Een nep-profiel van Filip De Winter leert ons dan weer dat de man “bisexueel” is. Recent ben ik dus persoonlijk bevriend geraakt met een Nobelprijswinnaar.

De leegloop van het w.w.w.

Wat is nu eigenlijk de conclusie? Ten eerste: dat het begrip “identiteit” hier in snel tempo verdampt. We weten niet meer wie we zijn, wie we aanspreken, we worden om het even wie of wat. We eigenen ons personae toe, profielen, al dan niet voor de grap. We retoucheren, liegen, faken. Sommigen spreken al over Fakesbook. En dat wordt een zwaar probleem voor de cyberruimte: ze engageert ons niet, we investeren er niet echt emotioneel in,- het is een spelruimte die alle regels van de sociologische speltheorie volgt, zonder existentiële implicaties. Het resultaat is maskervorming, de alias, de virtuele identiteit die de existentiële identiteit vervangt. In de limiet neemt dat pathologische, schizofrene vormen aan. Waartoe is iemand met een geleende identiteit in staat? Is er een verband met de “zinloze” moordpartijen bij duidelijke gevallen van bewustzijnsvernauwing zoals Kim De Gelder? Een vette kluif voor psychologen. Misschien bevinden een massa Vlamingen zich al in een Second Life zonder dat ze het goed beseffen, tot er een fatale kortsluiting optreedt.

Ten tweede moet dit ons doen nadenken over de essentie van een “digitaal netwerk”. In de subjectieve sfeer (liefde, relaties, vriendschap) bestaan netwerken namelijk niet,- het is een woord dat intrinsiek met manipulatie en institutionalisering te maken heeft. De machtslogica die daarachter zit (iedereen wil sowieso het middelpunt zijn van “zijn” netwerk) is abstract, obsessief en usurperend. Men instrumentaliseert zijn omgeving en beschouwt de andere als een middel, een tool, een pion op het bord, een verlengstuk van zijn eigen macht. Gemeenschappen anderzijds (communities, kleine groepen, combines, koppels) functioneren niet volgens die logica: het zijn organische entiteiten, al-dan-niet hiërarchisch geordend, waarin individuen symbiotisch met elkaar omgaan. Antropologisch gaat dat terug op archaische verbanden van de familie, de clan, het gezin. Twee apen die elkaar ontvlooien, volgens Desmond Morris het prototype van de sociale cel, vormen geen “netwerk” maar een groep, letterlijk een samen-leving. En daarin ligt, naar alle waarschijnlijkheid, ook onze toekomst: het herontdekken van kleinere schalen waarop leven en communiceren plaats grijpen..

De sinds enige tijd voorspelde implosie van de staat, als superstructuur, is dus eigenlijk helemaal analoog aan de implosie van Facebook, als mega-netwerk. Grote gehelen zijn gedoemd om uiteen te vallen. Abstracte structuren worden na verloop van tijd brokkelig, gewoon omdat er na de fascinatie een saturatie- en zelfs een walggevoel optreedt. Dat lot lijkt ook het internet beschoren. De eerste Facebook-generatie heeft het netwerk alweer verlaten, en is overgestapt naar dissidente spelers zoals het Vlaamse Netlog, tot ook hier het “familiegevoel’ verdampt en de dubbels van de Dalai Lama opdoemen. Misschien is heel het w.w.w. (world wide web) al over zijn hoogtepunt, en gaan we terug naar een de-globalisering, ook op digitaal vlak: een veelheid van webben, intranetten, virtuele eilanden die onderling niet of uiterst spaarzaam met elkaar geconnecteerd zijn, en beveiligd tegen indringers of nep-individuen.

En misschien is het ook wel gewoon terug leuk om die schoolvriendin van vroeger in First Life eens te knuffelen. Echt en fysiek. Dàt gebrek aan emotionele vaardigheid levert ons natuurlijk ook de drama’s op zoals vandaag, 11 maart, nabij Stuttgart. Weeral in een school. Iets om over na te denken.

Doch, halt, nu moet ik weer terug naar mijn virtuele speeltuin, want ik kreeg zonet een alarmmelding :”You are missing out on flirts because your date card is incomplete.”

Ik breng het dadelijk in orde,  Mr. Zuckerberg.

Johan Sanctorum

.www.visionair-belgie.be


Vrijheid in het luchtledige

2 maart 2009

“Nova Civitas” lauwert publicist Mark Grammens

mark_grammensOp 9 maart e.k. vindt te Gent de uitreiking plaats van de jaarlijkse “Prijs voor de Vrijheid” aan publicist Mark Grammens (° 1933), welbekend van het politieke éénmansmagazine “Journaal”. Zonder twijfel een terechte onderscheiding: afgezien van ondergetekende verdient niemand deze prijs meer dan hij. Het siert overigens de initiatiefnemers, de rechtsliberale denktank Nova Civitas, dat ze iemand lauweren die niet bepaald een rechtsliberale stempel draagt, maar wel consequent “…het recht op de vrijheid van meningsuiting dagelijks in praktijk brengt. Met pittige Vlaamse accenten. En dit al zijn ganse leven. Zonder zich ooit te hebben laten verleiden door de gemakkelijke successen van de mainstream – journalistiek”. Aldus de motivatie van het bestuur. De prijs is overigens puur symbolisch, misschien kan een sjieke club als N.C. toch eens een echte geldelijke geste overwegen, maar soit.

Mark Grammens, zoon van taalactivist Flor Grammens, behoort als ex-redacteur van De Vlaamse Linie en De Nieuwe tot de zeldzame soort van linksnationalisten die tussen alle stoelen vallen. Voor rechts-conservatief Vlaanderen -nog altijd de dominerende strekking in de Vlaamse beweging, zeg maar het verzamelde publiek van Vlaams Belang, NVA en LDD- is hij een onbetrouwbare gauchist die zich o.m. sterk afzet tegen het VS-imperialisme, de Joodse lobby, en het voor de Palestijnen opneemt. Zo mocht de door Grammens anders niet bepaald lieflijk bejegende Bert Anciaux in”Journaal” van 17 februari zelfs het genoegen smaken om door hem verdedigd te worden, daar waar de minister de kindermoord in Dendermonde associeerde met het bombarderen van een VN-ziekenhuis in Gaza. Argument: als de Israëlische bezetting legitiem is, dan moet men ook de geschiedenis van de 2de wereldoorlog herschrijven en het verzet tegen de Duitsers afkeuren. “Een bezetting is een bezetting”.  Geen speld tussen te krijgen, maar politiek-correct is de redenering niet, dus werd Grammens op allerlei rechtshangende blogs zwaar op de korrel genomen en betiteld als dhimmi of moslimvriendje.

In de kringen van weldenkend links wordt Mark Grammens echter al evenzeer als een onkosjer specimen beschouwd. Heeft de man niet ooit nog op een blauwe maandag in ‘t Pallieterke geschreven? Is hij geen notoir tegenstander van het “cordon”? De onverholen separatistische standpunten, geventileerd in Journaal, blijven het culturele establishment in Vlaanderen een doorn in het oog, omdat in deze milieus -zeg maar het lezerspubliek van De Morgen- nu eenmaal de klik nog niet is gemaakt dat de Belgische monarchie terminaal lijdt aan democratievervuiling.

Voeg daarbij nog zijn ongenadige mediakritiek (recent veegde hij Peter Vandermeersch nog de mantel uit omwille van de tabloid-achtige DS-verslaggeving over het “drama in Dendermonde”), en u begrijpt dat de man weinig vrienden heeft en ook in de pers wordt doodgezwegen.

Samizdat in Liedekerke

Het is dus één tegen allen, zoals vader Grammens er indertijd met de verfborstel ’s nachts op uit trok om Franstalige straatnaamborden te overschilderen,- het moet in de genen zitten. Zoon Mark heeft zich verschanst achter zijn prehistorische Adler-tijpmachine aan de stationsstraat te Liedekerke, van waaruit hij Vlaanderen bestookt met onwelvoeglijk-scherpe politieke analyses en dito randcommentaar. Het tweewekelijkse Journaal (waar hij naar eigen zeggen van kan leven) beslaat 8 pagina’s A4 en wordt met de nodige huisvlijt, mede dankzij echtgenote Els, gelay-out, naar de drukker gebracht, onder briefomslag gestoken en naar de post gebracht. Elke 14 dagen, het moet een helse klus zijn om dat vol te houden. Gaat de man dan nooit met vakantie? Wat als hij ziek wordt en zijn abonnés niet meer kan gerieven? Of als, wat God behoede, zijn vrouw geen postzegels meer wil plakken? Wat als die Adler het laat afweten?

Kijk, daar vind ik de rebel nu echt iets teveel een Don Quichotte. Waarom kiest hij voor het isolement en het eenzame prutsen in de marge? Is een papieren éénmanstijdschrift vandaag echt de aangewezen contra-strategie in het door middelmatigheid geteisterde Vlaamse medialandschap? Is zoiets niet eerder een Samizdat-taktiek, geschikt om ondergronds een totalitair regime te bestoken met clandestiene pamfletjes, tot men van zijn bed gelicht wordt?

Ik vrees dat Journaal, behalve een briljante en provocerende periodiek, ook een symptoom is van het Vlaamse eilanddenken, het idee van Ik-tegen-de-rest-van-de-wereld, de onmogelijkheid om via netwerken van gelijkgestemden grotere verbanden te creëren en echt bakens te verzetten. Het blijft wachten op een groots persinitiatief waarin het kruim van de Vlaamse intelligentsia, nog niet besmet door political correctness, de softe floddergazet van Peter Vandermeersch én de Vlaamse Pravda, bijgenaamd De Morgen, belachelijk maakt. Af en toe laat iemand eens zo’n ballon op, maar dan hoor je er weer niks meer van. Mark Grammens zou echter in zo’n project wellicht nooit functioneren. Niet zozeer omwille van zijn zware gehoorstoornis en zijn beperkte mobiliteit, maar gewoonweg omdat het intellectuele solospel tot zijn tweede natuur behoort, inklusief het hardnekkig vasthouden aan de in 1996 afgeschafte voorkeurspelling die woorden als redaktie met een “k” schreef.

Tenslotte is ook het papieren medium zelf een bewust gekozen archaïsme in dit digitaal tijdperk. Het strookt niet echt met de ecologische bekommernis die ik af en toe bij Grammens ontwaar (een jaaroplage van Journaal, daar moeten toch wel wat bomen voor sneuvelen), maar wel perfect met zijn splendid isolation, die ook het internet en de blogosfeer op een veilige afstand houdt. Terwijl je toch zou denken dat een kwalitatief hoogstaand webmagazine, bulkend van talent, waarvan ik Mark Grammens onmiddellijk tot ere-super-opperhoofdredacteur zou bombarderen, vonken zou geven en het establishment echt zou verontrusten.

Het blijft dus molenwieken in het luchtledige. Maar op 9 maart is het alleszins feesten en smullen geblazen in de Gentse Vlerick Management School (met o.m. “Lamscarré in een persillade van pistache en munt”), althans voor wie daar 75€ voor over heeft. Trends-redacteur Frans Crols brengt het eresaluut. Vorig jaar sprak ik te Antwerpen nog de laudatio uit voor Urbain “Urbanus” Servranckx, maar dit jaar deelt de Gentse “Nova Civitas” de prijzen uit. Naar het schijnt liggen de twee afdelingen al sinds mensenheugenis met elkaar in de clinch op middeleeuwse wijze, jawel, arm Vlaanderen.

Verdere kritische verslaggeving volgt (hopelijk) vanuit Liedekerke. Want zo’n stevige knuffel vanwege een deftig liberaal gezelschap, daar kan een rebel wel wat blauwe plekken aan overhouden. 

Johan Sanctorum