Waarom het milieuverhaal in Vlaanderen politiek niet vertaald geraakt
De bomen botten al en de verwarming draait nauwelijks. Hoera dus voor de zachte winter? Neen, niet echt. De tijdelijke eufor
ie zou wel eens kunnen omslaan naar een enorme kater, als blijkt dat grote delen van deze planeet uitdrogen en we nog meer visite mogen verwachten van sukkelaars die bij ons hun geluk zoeken. Inclusief dramatische olieprijsstijgingen door de tropische stormen in de V.S., een zeespiegel tot aan ons dak, een ineenstorting van de aandelenmarkt en een enorm koopkrachtverlies (dat is geen naïef ‘groen’ doemscenario maar een prognose van het deftige World Economic Forum). Overigens gaat het niet goed met de kwaliteit van onze omgeving, ook zonder dat CO2-verhaal. Het fijn stof van de dieseluitstoot neemt toe, de allergieën tegen van alles en nog wat evenzeer. Toch slaagt de partij die deze bezorgdheid politiek moet vertalen, er niet in om in Vlaanderen een draagvlak te creëren. Wat loopt er mis?
‘Regelneven op geitewollen sokken’
Volgens de laatste peilingen zouden de Groenen nog zo’n 6% halen, dat is met de hakken over de kiesdrempel. Deze politieke fractie vertegenwoordigt in Vlaanderen blijkbaar nauwelijks nog een levensbeschouwelijk segment en is niet eens in staat om reële hypes (Al Gore en de show rond zijn broeikasfilm) te benutten. En toch. Mij maak je echt niet wijs dat gezond eten op ons bord, of schone lucht met minder kankerverwekkend spul, de doorsnee-Vlaming niet zou interesseren. Moest men hem/haar in een enquête een globaal ecologisch vragenpakket voorleggen, over bv. het belang dat hij hecht aan gezondheid en welzijn, minder kinderen die jaarlijks in het verkeer weggemaaid worden, en over het behoud van natuurgebied voor de komende generaties, dan zouden die peilingen er wellicht totaal verschillend uit zien. Anders gezegd: Groen! doet niet wat het moet doen, namelijk buikgevoelens politiek vertalen en haar rol van zweeppartij vervullen. Iets wat haar gedoodverfde antipode, het Vlaams Belang, wél vermag. En daar zijn een aantal redenen voor te bedenken, vooral vanuit dat buikgevoel.
Vooreerst blijft de partij hangen aan het zure geitewollen-sokken-imago: wereldvreemde azijnpissers die beweren dat zingen onder de douche het milieu schaadt (we blijven er langer onder en verbruiken dus meer water en energie!). Dankzij hen is het idee gegroeid dat ecologisch bewustzijn te maken heeft met het derven van plezier en een algehele Calvinisering van de levenssfeer: weinig mogen, veel moeten; genot is des duivels, we moeten doordrongen worden van een zondebesef (iedereen vervuilt), bezworen met regelmatige boetetochten naar het (inkomplichtige) containerpark. Hoeft het gezegd dat zoiets in het ‘Boergondische’ Vlaanderen moeilijk ligt?
Dat brengt ons op het tweede otium: dat van de regelneverij. Sinds de Groenen hun intrede deden in de federale regering, anno 1999, heeft de partij zich vastgeklampt aan het politiek-culturele establishment dat weet wat goed is voor de gewone man. Het idee dat je met een regen van wetten en wetjes de samenleving kunt veranderen is een illusie, maar de Vlaamse Groenen geloven er hardnekkig in. Deze verholen minachting voor de modale Vlaming, sowieso al begiftigd met een gezond wantrouwen tegen macht, leverde een nauwelijks bedekte, wederkerige haat op, die leidde tot betogingen tegen de Groene Hoer (2003) en regelrechte electorale afstraffingen. Maar de lessen werden niet getrokken, Groen! blijft zweren bij de bovenbouw..
Ten derde hebben de ‘Vlaamse Groenen’, ondanks hun naam, altijd de Belgicistische kaart getrokken. Het idee om kleinschaligheid, anti-globalisme en basisdemocratie (drie kernbegrippen van het ecologische gedachtengoed) eens te toetsen aan Vlaamse verzuchtingen naar zelfredzaamheid, los van de vermolmde monarchische operettestaat waarin goed bestuur van langsom minder aan de orde is, blijft een taboe binnen Groen! Deze missing link ondergraaft de laatste mogelijkheid om met het Vlaams collectief bewustzijn, waar deze onderstroom leeft, enigszins voeling te krijgen.
De klad zit er dus fameus in. De troika van grootmoeders die Groen! momenteel regeert (Vera Dua, Mieke Vogels en Magda Aelvoet) is echter vastbesloten om haar vel duur te verkopen en duldt geen dissidentie. Er zijn wel degelijk jongeren die beseffen wat er fout loopt met een groene partij die gedoemd is om constant in snelheid genomen te worden door rood, maar ze worden met een Stalinistische arrogantie gemuilkorfd. Dit is ergerlijk, niet alleen voor die partij zelf, maar vooral voor Vlaanderen, dat, door een hopeloos foute politieke setting en strategisch geklungel van de groene fractie, de aansluiting mist met het verhaal rond milieu, gezondheid, levenskwaliteit. Want daar draait het om.
Is ecologisch bewustzijn niet een heel klein beetje ‘conservatief’?
Het dwangmatig achternalopen van de ‘progressieve gedachte’ schijnt de partij steeds verder te duwen in de richting van de politiek-correcte consensus en het ongezonde gezelschap van SP.A en VLD,- waardoor een fundamentele discussie rond waarden en strategie niet meer aan de orde is. Een mandataris, die uit schrik voor partijrepresailles anoniem wenst te blijven, verwoordde het zo: ‘Het ergste van al was dat onze slogan – Groen! is nodig voor een progressief beleid – niet bleek te kloppen. Gent en Antwerpen hebben waarschijnlijk nooit progressievere beleidsplannen geschreven als vandaag. Veel groenen zouden geld geven om zo’n beleidsplan mee te kunnen uitvoeren.”’. (De Morgen van 5/1)
Indien het los zou komen van die progressistische kramp, kan het ecologisch verhaal wel degelijk bij ons een publiek draagvlak krijgen. Als Vlaanderen toch overwegend ‘conservatief’ denkt en voelt, dan mag dat woord eindelijk eens ten volle worden ingevuld: ‘behoudsgezindheid’ gaat ook, en misschien vooral, over het handhaven en verbeteren van levenskwaliteit. Het is dus conservatief, in de mooiste zin van het woord, om het vrachtwagenverkeer dat over onze wegen dendert (overigens vooral internationaal transitverkeer waar we economisch nauwelijks wat aan hebben), in te dijken. Het is ook ‘conservatief’ om kleinschalige, diervriendelijke landbouw te herwaarderen, die opnieuw de biefstuk van vroeger op tafel kan brengen, in het besef dat het beest op ons bord ook een leven heeft gehad. En het is ‘conservatief’ om bijvoorbeeld te protesteren wanneer een tapijtenmagnaat in Waasmunster zomaar een openbare weg afsluit doorheen een recreatiegebied.
Anderzijds blijkt het ‘progressieve discours’ zich niet met levenskwaliteit bezig te houden, maar met de heilige koe van de vooruitgang. In het als tractaat vermomd verkiezingspamflet van Guy Verhofstadt, het ‘4de Burgermanifest’, wordt o.m. uitgebreid de lof gezongen van de auto-industrie en de farmaceutische sector. Onder het motto ‘optimisme is een plicht’ worden alle kritische geluiden omtrent de op hol geslagen consumptiemaatschappij weggelachen. Ons land is de trieste koploper van Europa inzake het slikken van anti-depressiva en zelfmoorden. In naam van die vooruitgang draaien we mee in een uitzichtloze spiraal van concurrentie en rivaliteit, terwijl er eerder grote behoefte is aan onthaasting en bezinning over waarden die echt tellen. Graag wat meer ‘conservatief’ dus, even ophouden met doorhollen. Waar wachten de groenen nog op, om ons te verleiden tot een herwaardering van levenskwaliteit?
De wortels van deze partij liggen nochtans wel degelijk in dit verhaal van behoud en herstel: was het niet pater Luc Versteylen die begin de jaren ’70 met zijn actie tegen het Oelegemse Duwvaartkanaal, dwars door een natuurgebied, aan de bron lag van ‘Anders Gaan LEVen’? En, veel verder terug, hebben de grote Vlaamse landschapsschilders niet steeds weer gezocht naar dat mystieke moment van verzoening tussen mens en natuur, in het besef dat we allemaal behoren tot één ecosysteem?
Groen! is dus ontworteld. Het ergste wat een milieupartij kan overkomen. Groen! moet zich dringend herbronnen, maar heeft haar geheugen weggewist. Ooit zal Vlaams Groen haar zo gehate tweelingzus, helemaal aan de andere kant van het politieke halfrond, maar in dezelfde protestgolf van de jaren ’70 ontstaan, misschien wel de hand moeten reiken. Dat moment wil ik nog meemaken, voor ik natte voeten krijg.
Geplaatst door Visionair België 
Geplaatst door Visionair België 
Geplaatst door Visionair België 