Hoe zou rebel Michael Moore zich deze dagen voelen?
Het kroningss
pektakel zit erop, de eedaflegging van Barack Obama kwam onder een nooit geziene belangstelling in kleuren en geuren op het TV-scherm. De grote TV-zenders en dagbladen verdrongen zich om dit gebeuren in de verf te zetten en er wat extra kijkcijfers of oplages mee te genereren. Want de crisis doet zich gevoelen in de sector, en alle beetjes helpen.
Het “historische feest van de hoop en de democratie” dus. Afgezien van het feit dat ik nooit begrepen heb hoe de Amerikanen iemand als Bush hebben kunnen verkiezen (al kon de eerste editie nog als een accident beschouwd worden), en nog minder hoe ze hem ook nog eens konden hérkiezen, wijst de hype rond Obama, de zgn. Obamania, niet echt op een gezonde democratie. Wat we vandaag meemaken is uiteraard de terugslag van een pendule die veel te lang naar één richting is uitgeweken, en nu met een enorme kracht terugzwaait. Amerika lijkt, eens het feest afgelopen, toch wel toe aan een introspectie, een gewetensonderzoek. Dit vraagt om een proces. Geen juridisch proces, geen tribunaal. Maar een moreel-historisch. De cruciale vraag die zich opdringt, is: als iedereen vandaag zo gelukkig is, wie of wat heeft de publieke opinie in de V.S. dan haast acht jaar bevroren? Waarom viel Bush niet eerder van zijn voetstuk? Het antwoord is eigenlijk analoog aan de verklaring waarom moderne dictaturen en schijndemocratieën overleven: door nieuwsmanipulatie, indoctrinatie, professionele spinning,- en vooral door een media-industrie die in heel deze maalstroom meegaat en essentieel medeplichtig is aan desinformatie.
CNN gewaagt in een recente peiling haast euforisch van een historisch record: 84% van de Amerikanen staat momenteel achter Obama. Impliciet is deze deelname aan de ambiance echter een schaamlap: CNN heeft in het verleden altijd de Bush-kaart getrokken en blonk uit door zijn gekleurde, eenzijdig-optimistische verslaggeving van de Irak-oorlog. Ik spreek dan nog niet over de hardnekkige geruchten als zou de zender in 2004 met de exit-polls geknoeid hebben in het voordeel van G. Bush.
De echte republikeinse propagandazender was overigens Fox News Channel (vooral bekend van de stunt in 2000 om Bush tot winnaar uit te roepen nog voor de uitslag bekend was), die Obama in reportages “per ongeluk” herhaaldelijk als Osama betitelde. Maar ook Fox keerde net op tijd zijn kar en begon, toen het duidelijk werd dat Obama het ging halen, zelfs aan een gênant charme-offensief bij monde van topman Rupert Murdoch.
Het desinformerend en indoctrinerend karakter van de Amerikaanse massamedia, die nu massaal bakzeil hebben gehaald en de Obamania zelf aanzwengelen om zich uit de wind te zetten, mag o.m. blijken uit de speciale behandeling die Bush-critici van het eerste uur zoals Michael Moore (1954) te beurt viel. Hij ging, al in 2000, resoluut in de aanval tegen het Bush-regime, maar ook tegen de verziekte mediacultuur, wat hem o.m. de uitroep tegen CNN ontlokte: ‘For once, CNN, can you tell the truth about Iraq, about healthcare, about…?’
Ha, die Moore. Men kan niet zeggen dat de maker van politieke documentaires zoals Fahrenheit 9/11 (waarin de relatie tussen de familie Bush en het koningshuis van Saoedi-Arabië aan de gebeurtenissen van 11 september 2001 wordt gelinkt), Bowling for Columbine (tegen de Amerikaanse wapen- en geweldcultuur), en Sicko (tegen de falende gezondheidszorg in de VS) in het begin veel publieke bijval genoten. Zeker niet in het bij het conservatief establishment aanleunende Hollywood, waarmee Bush-adviseur Karl Rove zoete broodjes bakte. Toen Moore de onvergetelijke quote ‘Shame on you, mister Bush’ de zaal inslingerde, n.a.v. een oscar die hij in 2002 kreeg, werd hij uitgejouwd, op een paar dapperen na. Zowel in de reguliere pers als in de blogosfeer werd Moore deskundig gemarginaliseerd en gestigmatiseerd tot een socialistische (een zwaar scheldwoord in de VS) flapdrol, een publiciteit zoekende onbenul, een paranoïde sociopaat, artistiek een klungelaar en ideologisch achterlijk. In mei 2004 nog verbood het Amerikaanse amusementsconcern Walt Disney, via distributeur Miramax, om Fahrenheit 9/11 uit te brengen, vanwege het “staatsvijandig” karakter. Amerika, het paradijs van de vrijheid? Nu ja….
Van paranoia tot pensée unique
Amerika creëerde zijn eigen nachtmerrie en ontwaakt nu vrolijk. Wat moet men met deze paradox. Wat de “paranoïde” dissident Moore al acht jaar eenzaam staat te orakelen, staan nu breed in alle kranten, als een pensée unique: Bush deugde niet. Alles, zijn War on terror, de Irak-oorlog, Guantanamo, het torpederen van Kyoto, Katrina, heel de verwevenheid van zijn administratie met de olie- en wapenbusiness, het stonk allemaal. Van CNN tot Luc van der Kelen,- ze maken nu allemaal om ter luidst het proces van “de slechtste president ooit”.
De enige verklaring is, dat de oppermachtige media-industrie vertragingseffecten genereert in het collectief bewustzijn. De allesverzengende hypecultuur, in combinatie met agressieve politieke spinning waar geen immuniteit tegen wordt gekweekt, zorgen ervoor dat de publieke opinie jaren lang in een “luchtbel” kan leven, afgezonderd van de realiteit. De Irak-soap van CNN is slechts het meest frappante voorbeeld van die virtualisering, daar waar media en macht in elkaar grijpen, en journalistiek “embedded” geraakt in het systeem.
Moore had dus gelijk, maar kreeg het nooit. Wat altijd opnieuw als ziekelijk complotdenken wordt afgedaan blijkt in zijn geval scherpzinnigheid en helderziendheid. Achteraf, wel te verstaan.
De conclusie is, dat systeemkritiek nog altijd een zaak van heldere, hardnekkige individuen is, die ergens een gat geboord hebben in de “luchtbel”. We hebben meer dan ooit mensen nodig die tegen de mediatieke stroom ingaan. Het zijn grotendeels éénmansprojecten van publicisten, bloggers, excentrieke filmmakers. Existentieel is hun toestand hachelijk; Moore had uiteindelijk nog een “markt” voor zijn producties, de meesten hebben helemaal niks en worden weggedrukt door het mediageweld.
De Obama-hysterie is verontrustend. Niet omwille van de figuur van Obama op zich, maar vooral omdat de zogenaamde “vierde macht”, pers en media, een sleutelrol blijkt te spelen in processen van maatschappelijke bewustzijnsvernauwing. Terwijl haar primaire missie het omgekeerde pretendeert. We worden dus belazerd, simpelweg. Ik zie in onze eigen Vlaamse “kwaliteitspers” dezelfde vernauwingseffecten: de manier bv. hoe paars gedurende heel het Verhofstadt-regime werd opgehemeld, en hoe kritische geluiden door De Morgen én door de Standaard werden gemarginaliseerd en geridiculiseerd (denk bv. aan wat D.J. Eppinck overkwam), heeft uiteindelijk geleid tot de 800.000 anti-stemmen van Leterme, de hype, én nadien de kater. Zoiets is slecht voor de democratie.
Hoe zou de activist, onderzoeksjournalist en kunstenaar Michael Moore zich overigens deze dagen voelen? In feeststemming? Ik betwijfel het. Het moet hem enorm steken dat zijn protest uiteindelijk allemaal niks uithaalde; dat Bush weliswaar werd uitgewuifd als “de slechtste president aller tijden”, maar meer ook niet. De media buigen mee als riet met de wind. Tegen de wind inroepen is nutteloos. Gisteren was het “the war on terror”, vandaag is het “change”. Ik zou willen dat iemand als Obama dit soort luchtspiegelingen overstijgt, zijn magistrale redevoeringen hebben ook mij begeesterd. Maar slechte karakters als Michael Moore zijn overal nodig, altijd. Vooral als iedereen juicht.
Johan Sanctorum
Geplaatst door Visionair België
Geplaatst door Visionair België 