Categorie archief: - Ecologie, anti-globalisme en autonomie

Festina lente

dolcefarnienteGebroken armen en benen tijdens de skivakantie, lawaaierige of stinkende kamers, hotelbranden, verkrachtingen, voedselvergiftigingen, huidkankers door zonnebrand, diefstal, ontvoeringen, zopas nog een toeriste in Thailand  omgekomen: moeder, waarom reizen wij?    Antwoord: het is de onrust van de moderne mens die ons naar de horizon drijft, terwijl die horizon alleen maar opschuift. Compleet zinledig tijdverdrijf dus, dat reizen, op de loop voor onze eigen schaduw.

Die moderne mens, zowat opgestaan anno 1500, is ongeduldig, neurotisch, genotzuchtig en daardoor nooit voldaan. Het reizen is de rituele afspiegeling van die snelheidshysterie. We slokken de ruimte op, we malen kilometers, maar eigenlijk is het de ruimte die óns opslokt en de tijd die ons inhaalt.

Of men nu gaat voor het comfort of het avontuur, altijd is er de stress om op tijd te zijn, als eerste te ontdekken, de grootste kick te ervaren, het meest te kunnen opscheppen thuis. L’enfer, c’est les autres: nergens geldt het meer dan op vakantie. Het zoeken naar de andere plek (Foucault spreekt van “heterotopie”) ontaardt in een permanent gevecht om de beste plek.

Hilarisch was in dat opzicht de clandestien gefilmde territoriumoorlog rond het openluchtzwembad van een luxehotel (het satirische VRT-programma “Is ’t nog ver?”): mensen die alleen maar bezig zijn met het veroveren van het beste zitje rond dat zwembad, en daarvoor best hun nachtrust, zelfs heel hun vakantie willen opofferen.

 Pane e coperto

TroelaAnderzijds,- en dat is misschien onze redding,- biedt de vijandigheid van de plek ons eindelijk een uitvlucht om thuis te blijven: toeristen worden steeds meer als een opdringerig, barbaarse horde ervaren. In Brugge is er een burgerbeweging actief die de stad wil terugwinnen. De stad wordt als bezet gebied beschouwd, waarbinnen de autochtone bevolking een soort guerilla-tactiek toepast.

Allerlei krijgslisten doen zich voor in de verhouding tussen ‘bezetter’ en het ingenomen gebied. Zoveel mogelijk de toeristen afzetten bijvoorbeeld, de verkeerde weg wijzen, of zelfs vrouwelijke gasten verkrachten (recent in Indië).

In Venetië hebben alle inwoners doodeenvoudig de stad verlaten. U kan ze wel bezoeken, er duur en slecht eten, door de gondeliers afgetroggeld worden, maar Venetianen krijgt U niet te zien: die bestaan namelijk niet, de stad is een louter decor en consumptiepark, één grote hinderlaag voor Uw portefeuille. Romeinen zijn er in Rome nog wel, maar ze vermijden elk oogcontact met vreemdelingen en antwoorden niet als U de weg vraagt. Pane e coperto, en voor de rest lezen ze op straat de krant, of eten er het middagmaal, nadrukkelijk met de rug naar de toeristen gekeerd. Heel gewoon. Zij zijn namelijk thuis.

Carroussel

vuilHet toerisme is de triomf van de trivialiteit, met cultuur nota bene als glijmiddel, en het digitale fototoestel/camera als moordwapen. Recent gehypte steden zoals Barcelona en Lissabon weten wat het betekent om toeristische topattracties te worden. Elk jaar komt er een nieuwe ‘culturele hoofdstad van Europa’ op de kaart, waarna de overrompeling plaatsgrijpt en de stortplaatsen ontstaan.

Want het toerisme sleept een enorme vervuilingsgolf met zich mee: fysiek, mentaal, ecologisch, cultureel. Is dit enkel een stedelijk probleem? Allerminst. Op de weg naar de top van de Mount Everest –de heilige berg der Tibetanen- is er constant een kuisploeg in de weer om de rommel van de aanschuivende klimploegen op te ruimen. Dit is bandwerk, voor de toeristen én voor de gidsen.  English spoken, hier spricht man Deutsch. Snel worden talen geleerd, routes gemarkeerd en vuilnisbakken geplaatst. Overal verlagen de drempels, rolt het geld, en versmallen zich de ogen van inboorlingen tot loense spleten: wie het moderne consumptiekapitalisme wil begrijpen, moet de vakantie-industrie bestuderen. De Franse schandaalauteur Michel Houellebecq wijdde zijn roman ‘Platform’ (2001) aan dit fenomeen.

Uiteindelijk verdwijnt ook elk gevoel van ‘ergens anders’ te zijn, of het verlangen om in een andere rol te kruipen: we zijn overal en nergens thuis. Reizen als doodservaring. De snelheid van de wereldeconomie vernietigt alle ritmes, mentale tegenstellingen en emotionele spectra: alles gebeurt in de duizelingwekkende synchronie van de carrousel. De toerist is een metafoor voor de postmoderne consument die geconsumeerd wordt, de geëconomiseerde mens die leeft én geleefd wordt. Plekken zijn er niet om te rusten maar om uit te wisselen, door te geven, af te lossen, hypersnel, als in een goedkoop bordeel.

Eigenlijk gelooft sinds 2001 geen zinnig mens meer dat de wereldhandel alles en iedereen beter maakt, dat de planetaire communicatienetwerken mensen dichter bij brengen, of dat reizen ‘verrijkt’. Veeleer blijkt het om collectieve dwangneuroses te gaan waar we niet van af raken, hardnekkige tics of zelfsturende mechanismen die mentaal én fysisch vervuilend werken, en die alleen kunnen stopgezet worden met een soort shocktherapie.

Conclusie: blijf thuis, doe iets (on)zinnigs, laat u wegzakken, knuffel uw kind, wied de tuin, of… doe gewoonweg thuis wat het gros van ons op vakantie uiteindelijk maar wil doen: helemaal niets. Festina lente. Zopas nog het summum van kleinburgerlijkheid en/of geitenwollensokken-filosofie, maar nu prioriteit nr. 1:  het (her)ontdekken van traagheid, een half millenium na Columbus, maar ook na Gutenberg en Macchiavelli. Dat kan geen toeval zijn.

Johan Sanctorum

Lees het complete essay  “English spoken – Hier spricht man Deutsch”

Van heksenjacht tot pharma.be

De hetze tegen kruidengeneeskunde en homeopathie heeft een lange voorgeschiedenis.

Zoals bekend stelde het Federaal Kenniscentrum voor Gezondheidszorg (KCE) een rapport op, waarin het adviseert om homeopathie te schrappen uit de ziekteverzekering, omdat “niets bewijst dat het werkt”. Opmerkelijk genoeg raadt het centrum tegelijk aan om enkel artsen homeopathie te laten beoefenen. Hoezo? Werkt het dan ineens weer wel? Of gaat het om een usurpatie?

Dat “Kenniscentrum” is een opmerkelijk ding, een typisch Belgisch monster met acht koppen. Het lijkt meer op een door de overheid geïnstalleerd netwerkplatform waarin de administratie van het RIZIV, de universiteiten, de Orde der Geneesheren, de mutualiteiten, maar ook de farmaceutische industrie met elkaar palaberen en beleidsaansturende adviezen geven, zoals dat heet. Het curriculum van de bemanning is rijk en gevarieerd. In de raad van bestuur komen we o.m. Olivier de Stexhe tegen, een cabinetard van CDH-makelij maar ook jarenlang adviseur bij pharma.be, de lobby van de farmaceutische industrie in België.

Dat de kruidengeneeskunde een doorn in het oog is van deze bloeiende en winstgevende industrietak, is evident. Kruidendeskundigen maken hun mengsels zelf. Dikwijls gaat het nota bene over dezelfde kruiden en plantenextracten als in de klassieke farmacie, maar dingen die je in je tuin kweekt, daar heeft pharma.be natuurlijk niets aan.

De lobby werkt overigens ook succesvol op Europees niveau: vanaf 1 mei van dit jaar mogen geneeskrachtige kruiden niet meer verkocht worden zonder EU-label,- een criterium dat netjes op maat is gemaakt van de industriële bereidingswijze. De farma-lobby, aangevoerd door de sluwe zakenadvocaat Leo Neels, loopt dus niet alleen de deuren plat van de huisartsen die met een paar flessen wijn worden bedacht: ze is vandaag vooral actief op politiek niveau, via allerlei commissies, stuurgroepen en zogenaamd wetenschappelijke adviesorganen. Deze institutionele netwerking verloopt via een hele reeks omkoopbare tussenpersonen en topambtenaren, genre Olivier de Stexhe. Ze harkt vlijtig wetenschappelijke publicaties bij elkaar die de superioriteit van de klassieke farmaceutica ondersteunen. Op die tendentieuze manier is ook dat fameuze rapport van het KCE ontstaan.

Kan men dat onzindelijk lobbyisme nog begrijpen vanuit het standpunt van die sector zelf, dan zijn er blijkbaar toch nog nuttige idioten die helemaal vrijblijvend lippendienst bewijzen aan datzelfde pharma.be. Al jarenlang organiseert SKEPP (“Studiekring voor Kritische Evaluatie van Pseudo-wetenschap en het Paranormale”) een soort heksenjacht tegen alle mogelijke alternatieve vormen van geneeskunde: kruidengeneeskunde, acupunctuur, osteopathie, homeopathie e.d. worden op één hoopje gegooid met astrologie, handlezen en meer van die amusante maar in se onschuldige hobby’s. Spilfiguur en voorzitter van SKEPP, Prof. Em. Dr. Willem Betz (ex-VUB) is zonder meer een fanaticus met een Paulussyndroom: ooit beoefende hij zelf de homeopathie, maar een soort goddelijke bliksemslag op weg naar Damascus deed hem de dwaling daarvan inzien. Sinds die bekering zal heel de wereld van de alternatieve geneeskunde het geweten hebben, en schiet hij  op alles wat daar beweegt. Van zo iemand straalt de bevooroordeeldheid zo af. SKEPP moet zelf als een sekte beschouwd worden, met een uitgesproken onverdraagzaamheid naar andersdenkenden toe.

Ten gronde ben ik ervan overtuigd dat iedereen zijn eigen geneeskunde moet zoeken. Hegemonieën en zelfverklaarde monopolies zijn nooit goed. Er bestaan niet één geneeskunde, al zouden de Orde en pharma.be natuurlijk willen van wel. Ik ben absoluut ongelovig, maar acht het bijvoorbeeld mogelijk dat zieken in Lourdes genezen, vanwege de religieuze affiniteit met die plek. Ik denk niet dat alle homeopathische middelen werken, maar dat doen de allopathische (dus klassieke) pillen ook niet altijd. Veelal beperken ze zich tot symptoombestrijding, leiden tot overmedicatie, of veroorzaken als pijnstillers dikwijls zelfs zware vormen van verslaving. De medische flaters zijn legio, ook in het universum van de witte schorten. Recent nog kwam aan het licht dat een twintigtal kankerpatiënten in het UZ van Gent met peperdure apparatuur verkeerd bestraald werden, waardoor een fatale tumor zich juist kon ontwikkelen.

De erfenis van Vesalius

De poging  van de farma-lobby om via het KCE de alternatieve geneeskunde de pas af te snijden, past in een commercieel geïnspireerde uitsluitingstrategie, maar is tegelijk een cultuurverschijnsel. Primair is dit namelijk de zoveelste episode in de eeuwenoude afrekening tussen een “mannelijke”, analytische, Cartesiaanse geneeskunde en de “vrouwelijke”, holistische benadering van het menselijk organisme. De mannelijke visie op het lichaam is doelgericht, bakent af, isoleert, maar doodt bij manier van spreken soms een mug met een kanonbal.

Invoeling is niet aan de orde. Het atelier van Vesalius, waarin die moderne geneeskunde geboren werd, sneed lijken open, maar deed ook aan vivisectie, zogezegd omdat dieren toch niets voelen. De anatomie leidt tot een sterke focus op het lichaam als mechanische entiteit, als machine, maar mist alle empathie en zin voor het geheel. De stukken blijven letterlijk liggen.

De vrouwelijke benadering is net andersom: niet inzoomend op een beperkte zone, maar het deel beschouwend vanuit het geheel. Vrouwen kunnen beter om met pijn, maar begrijpen tegelijk beter de pijn van de andere. Deze geneeskunde is kleinschalig en autonomistisch georganiseerd, en werkt vanuit de overlevering, meer dan vanuit institutionele onderwijsvormen en diploma’s. Dat laatste wordt vandaag tegen haar uitgespeeld: ze zou onprofessioneel zijn, ondeskundig en dus gevaarlijk voor de volksgezondheid.

Ik weet dat die sexuele connotaties betrekkelijk zijn en stereotiep lijken, maar ze hebben een geschiedenis en zelfs een antropologische achtergrond. Door de archaische combinatie van vruchtenplukster én moeder, staat de vrouw dichter bij de natuur, als iets dat leeft en gedijt, en waarvan de mens een onderdeel is. De kruidenkennis, het onderscheid tussen giftig en voedzaam of geneeskrachtig, de geheimen van dosering en het belang van de context,- het heeft zich ontwikkeld als vrouwelijke zorgcultuur, die in de late middeleeuwen in conflict kwam met de opkomende moderne geneeskunde. De beruchte heksenprocessen worden door bepaalde historici gezien als tekenen van een grote afrekening met die “vrouwelijke” concurrentie. Ook de vroedvrouwen moesten gediskwalificeerd worden: vandaag is een geboorte een uitermate klinisch gebeuren waar sowieso een dokter moet aan te pas komen, en als het even kan op een operatietafel met veel assisterend volk er rond. Iets normaals als een kind ter wereld brengen is een omslachtige operatie geworden. De natuur is vies, oncontroleerbaar, en moet zoveel mogelijk gesubstitueerd worden door industriële preparaten. De Zwitserse firma Nestlé is marktleider in melkpoeder die de moedermelk moet vervangen.

De oude mannelijke afgunst t.o.v. de barende vrouw leidde tot datgene wat we vandaag kennen als de machocultuur, zichtbaar in de disjunctieve rivaliteitslogica (of/of, nooit en/en), de prestatiesporten en het autoverkeer, naast alle mogelijke sublimaties van “scheppingsdrang”, fantasie, artistieke en wetenschappelijke productiviteit, de geniecultus, enz. Cultureel is het mannelijk kolonialisme in tal van “vrouwelijke” domeinen gepenetreerd,- dit woord gebruik ik bewust. Denken we maar aan de meesterkok, de keukenpiet van op TV die tegen de sterren op kokkerelt: vrouwen krijgen het kookboek cadeau voor Moederdag, terwijl ze zelf levende, ongeschreven kookboeken zijn. Idem dito voor de geneeskunde: het kruidenmengen zit als het ware in hun genen, maar Dr. Betz, pharma.be en de EU willen er niet meer van weten en geven de pillendraaiers het monopolie. Als troostprijs mogen meisjes natuurlijk wel geneeskunde studeren –er zijn de dag van vandaag zoveel vrouwelijke als mannelijke artsen-, zonder dat ze zich realiseren dat hun witte schort een uniform is, toebehorend aan een patriarchaat dat, ondanks alle positieve discriminatie, sterker is dan ooit.

Aristoteles, Vesalius en Descartes zetten de toon in dit verhaal. Ze blijven de maatschappelijke logica’s beheersen: agressief, expansionistisch, discriminerend, isolerend. Een moderne wetenschapper is een institutioneel ingekapselde vakidioot die zich een miniem stukje intellectueel territorium toeëigent. Het klinisch-analytisch denken gaat naadloos over in een gefractioneerd wereldbeeld met een globalistische waas over. Het wetenschappelijk-technologisch universum is niet in staat om het geheel te overzien, maar ontwikkelde wel een planetaire impact die fataal ontspoort.

Fukushima is er het voorlopig dieptepunt van.

De dakloosheid van Gaia

Ook dit jaar waren de protesten tegen de barbarij op het islamitische offerfeest miniem.

Milieubewustzijn en dierenwelzijn: het blijft iets oneigenlijks en marginaals in ons dagdagelijks universum. Interesseert het de doorsnee Vlaming niet dat een dier afziet? Toch wel, we hebben huisdieren, troetelbeesten, de hond mag nog eerder op de sofa dan oma, en vele oudjes sparen zich het eten uit de mond om de poes met Sheba-blikjes te verwennen. Er is anderzijds natuurlijk wel het algemene slachthuizennegationisme: we willen niet weten waar die kippenbout op ons bord vandaan komt. En wie het wel al gezien heeft, maakt veel kans om zich tot het vegetarisme te bekeren. Walgelijke praktijken, kalveren in kisten, legkippen die leven op de ruimte van een A4-velletje. De sensibilisering rond dierenwelzijn, als universele empathie en respect voor het leven, komt in elk geval niet op gang. En daarvoor mogen, vreemd genoeg, de Vlaamse Groenen met de vinger gewezen worden: in het huidige politieke landschap worden zij gepercipieerd als wereldvreemde Al Gore-adepten die voortdurend met het kijvend vingertje klaar staan, terwijl ze zelf meestal uit een sociaal-geprivilegieerde omgeving komen.  Echte bobo’s dus. Dat straalt negatief af op het ecologisch bewustwordingsproces (“klimaatverandering? Larie!”) en dus ook op de daaraan verwante thema’s zoals dierenwelzijn. Ik spreek met opzet niet over dierenrechten, want rechten worden aan mensen toegekend. Je leert kinderen om spinnen niét dood te trappen, niet omdat die beesten “rechten” hebben, maar gewoonweg omdat dieren ook pijn voelen, en er zoiets als een verbondenheid bestaat met alle levende wezens, buiten de utilitaire horizon van de vleeseter. Dat inzicht hebben we o.m. te danken aan de Engelse filosoof Jeremy Bentham (1748-1832).

In het essay “Kreeft op zijn Japanees”, geschreven na een etentje bij de Japanner waar ze levende kreeften middendoor sneden en op een gloeiende plaat gooiden terwijl de beesten nog minuten lang kronkelden, tot groot plezier van de gasten, heb ik dat gebrek aan fundamenteel mede-lijden vastgesteld en antropologisch omkaderd. De vleeseter wil macht demonstreren en zijn heerschappij over de natuur ritueel bezegelen. Terwijl tal van grote sportlui nauwelijks vlees eten, fysiek hebben we het niet nodig. Maar goed, de Groene beweging, en zeker de partijpolitieke fractie ervan, is veeleer spelbreker dan katalysator geweest in dat bewustwordingsproces.  Het Agalev van Pater Versteylen, ontstaan in de laten jaren ’70 van vorige eeuw, was nog  een echte activistische formatie met een Christelijk-fundamentalistische inspiratie. Maar onder impuls van Mieke Vogels en Jos Geysels werd die spirituele dimensie afgedempt. De partij werd een strak geleide machine die weinig tendensrecht, laat staan dissidentie, gedoogde. De sympathiek-alternatieve, enigszins anarchistische anti-establishmentkantjes werden er afgevijld. Voor ideologische zijsprongen naar meer enthousiasmerende verhalen rond levenskwaliteit, gezondheid, onthaasting, harmonie met de natuur, collectief identiteitsbesef, was geen plaats meer: allemaal te veel buik en onderbuik.

“De sensibilisering rond dierenwelzijn, als universele empathie en respect voor het leven, komt in elk geval niet op gang. En daarvoor mogen we de Vlaamse Groenen met de vinger wijzen…”

Vooral Jos Geysels was en is een extreme ideeënagent, op het Stalinistische af. Hij is de bedenker van het cordon sanitaire, waarmee het politieke establishment zich van een lastige outsider probeerde te ontdoen,- een aanfluiting van elk elementair democratisch fatsoen. Hij was ook jarenlang voorzitter van boek.be, organisator van de Antwerpse Boekenbeurs waar bepaalde uitgeverijen van rechtse signatuur nog altijd geweerd worden. Waarom? Omdat ze incompatibel zijn met de kijk-op-de-wereld van Jos? Binnen het toenmalige Agalev was Geysels een fervent tegenstander van de zgn. basisdemocratie, veegde het cumulverbod aan zijn laars, en duwde hij er een strakke, verticale partijhiërarchie door. Opgeruimd staat netjes.

Geysels is de belichaming van een kil, bureaucratisch ecologisme dat zich vooral op de bovenbouw toelegt, de wetgeving, de regels, en niet op het Volksempfinden, zeg maar het gevoel van de dame met haar 19 katten. De partij hield zich voor de rest strikt aan de normen van de modieus-linkse political correctness, verdedigde bovendien een neo-Belgicistisch discours, kreeg het etiket van regelnevenpartij, en miste zo de Vlaamse grondstroom compleet. Groen! Is vandaag, met zijn schamele 7%, een echte establishmentpartij.

It ’s monotheism, you stupid

Gaia

Het is dan ook niet te verwonderen dat de relatie tussen politiek-groen en Gaia (Global Action in the Interest of Animals) op zijn zachtst gezegd nogal dubbelzinnig is. De Groenen lusten filosoof Michel Vandenbosch niet. Zijn visie is veel te radicaal en anti-establishment. Enkele jaren geleden kreeg hij een pak rammel van veehandelaars op de markt van Anderlecht, terwijl rijkswachters er lachend stonden op te kijken. De NMBS en de Brusselse Metro weigeren zijn (betaalde) affichecampagnes rond de productie van foie gras, omdat de beelden te choquerend zijn: het politieke establishment en de marketeers willen geen onrust rond dierenleed, zeker niet met Kerstmis.

Evenmin is hij voor het klassieke links-progressieve gat te vangen, het paarse gezemel dat we zo beu waren: in tegenstelling tot de Groenen zit er in zijn missie wél een buikgevoel. De naam van zijn organisatie verwijst namelijk ook naar de Griekse oermoeder Gaia, de aardegodin die eigenlijk veel ouder is dan de klassiek-Griekse mythologie, en die vrijwel in alle culturen onder allerlei benamingen voorkomt. Isis is het Egyptische equivalent. Vóór Mohammed in Mekka toesloeg was ze trouwens ook aanwezig om en rond de Ka’ba, en gedenatureerd en ontsexualiseerd komt ze zelfs terug in de Christelijke Maria-figuur. Zij is de vergoddelijking van alle empathische en natuurreligieuze waarden die we vandaag seculier vermommen als mensen- of dierenrechten.

In de jaren ’60 van vorige eeuw introduceerde ene James Lovelock  (en niet Lovecock, zoals hij door zijn critici spottend wordt genoemd) zelfs de Gaia-hypothese, een wetenschappelijk model dat de wisselwerking tussen alle elementen in de biosfeer en de aarde zelf als één groot vitaal-zelfregelend gebeuren beschouwt. In dat perspectief is de mens één deeltje van dat groot lichaam, dat vandaag de dag evenwel de neiging heeft om zich cancerogeen te gedragen, gericht op de vernietiging van het weefsel. We moeten dus terug landen, aarde worden. In wezen is deze Gaia-revival schatplichtig aan filosofen zoals Friedrich Nietzsche, wiens Zarathustra eveneens de ultieme bestemming van de mens in organische relatie met de aarde en het hier-en-nu zag (“Bleibt der Erde treu!”). Voor Lovelock, door de Flower Power beïnvloed, liep het eerder op een madeliefjesdans uit (Daisyworld),- een overigens correcte theorie die vaststelt dat lichtgekleurde madeliefjes vooral in de zomer voorkomen om meer zonnelicht en warmte terug te kaatsen, en de donkergekleurde in voor- en najaar om meer licht vast te houden. Zo zouden zij helpen om de atmosferische temperatuur te stabiliseren en de aarde tegen opwarming te behoeden: alles werkt met alles samen in één grote keten van het behoud. Immanente rechtvaardigheid, om het met André Léonard te zeggen…

“De Moslimexecutieve, die meer en meer de allures krijgt van een parallel overheidsorganisme, levert ook de slagers… die alleen maar enkele koranverzen hoeven van buiten te kennen. Er wordt dus nogal wat op los gekerfd door deze dilletanten.”

Dit aards-sacrale karakter van het ecologisme is voor de groenen een taboe, want de aarde ruikt voor hen naar stront,  carnaval, en het fascisme, en het zou maar eens de monotheïstische gevoeligheden van de geïnstitutionaliseerde godsdiensten (jodendom, christendom én islam) kunnen verstoren. Bovendien is Gaia in wezen een conservatief concept, gericht op behoud, evenwicht en zelfregulering, niet op expansie en maakbaarheid. Ook over dat monotheïsme in onze geïnstitutionaliseerd-bureaucratische brave new world heb ik al grote bomen opgezet. In wezen gaat het terug op de oertiran Mozes, die met de veelgoderij en de natuurreligie korte metten maakte, omdat het zijn politieke beheersingsstrategie in de weg stond. Vandaar de stenen tafelen, de oervorm van het politiek-correcte denken. Het brein van Jos Geysels is monotheïstisch, vertikaal en exclusief.  Mozaïsch zelfs. Het “offert” dingen en mensen op aan de Goede Zaak, het elimineert, verdringt, purifieert. Het ideologiseert en transcendeert, op zo’n manier dat de essentie van het leven zelf verloren gaat. In mijn ogen is het zelf een soort fascisme (men spreekt dan van “eco-fascisme”) al zal Jos daar niet mee akkoord gaan.

Het mag ons dus niet verwonderen dat groen-links geen kik gaf n.a.v. het jaarlijkse Offerfeest van de moslims, gisteren, 16 november: het multiculturele dogma is blijkbaar belangrijker dan het protest tegen deze barbarij, die overigens voor heel de groeiende halal-markt van toepassing is. Het gaat er nochtans bloederig aan toe. De keel van het onverdoofde schaap wordt overgesneden, waarna men het spartelende dier laat leegbloeden op de grond. De Moslimexecutieve, die meer en meer de allures krijgt van een parallel overheidsorganisme (dat in een later stadium ook de sharia mag toepassen?) levert ook de slagers… die alleen maar enkele koranverzen hoeven van buiten te kennen. Er wordt dus nogal wat op los gekerfd door deze dilletanten. De joodse lobby is trouwens achter de schermen actief om een verbod tegen het onverdoofd slachten tegen te houden, omdat zij net hetzelfde doen, zij het met minder poeha. De regels voor kosher en halal lijken als twee druppels op elkaar…

Het is de erfvijand van Groen, het Vlaams Belang, dat actie voert tegen de onverdoofde slachtingen, maar dan wel alleen als het over moslims gaat, want de barbarij bestaat ook in onze “Christelijke” slachthuizen. Ook de zgn. rechterzijde, waar zelfs de anti-abortus-beweging nog actief is in naam van het “respect voor het leven”, deelt in de onverschilligheid als het over andere levende wezens gaat. Terwijl nu juist dat heidens naturalisme, met een lichte matriarchale toets, gefundenes Fressen zou kunnen zijn voor een partij die zich rechts-conservatief opstelt.

Moeten we nu in sneltempo tempels oprichten voor Gaia of Isis? Neen, natuurlijk niet. Wel laat de ontkerstening van het Avondland een lacune, en hebben we nood aan nieuwe vormen van spiritualiteit en zingeving. Anders staan we binnen de kortste keren zelf schapen te kelen in naam van Allah.   Er is beslist zelfs een electorale markt voor een groen-rechtse gelukspartij, gefocust op levenskwaliteit, natuurlijk evenwicht en spiritualiteit, maar men gaat er achteloos aan voorbij. In Nederland bestaat er wel een Partij voor de Dieren (PvdD) onder leiding van de schone Marianne Louise Thieme, maar zo’n one-issue-partij doet geen recht aan de veel bredere Gaia-onderstroom. Een groot deel van de publieke afkeer tegen politici, techneuten, overgesubsidieerde cultuur, bureaucratie, platte commerce, volksverlakkerij allerhande, valt nochtans in die bedding: een zoektocht naar zuiverheid en autenticiteit, het helende, een rechtzetting van wat krom is, terug naar “the real thing”. Geert Wilders zit er iets dichter op, en wil dierenwelzijn in de grondwet opnemen, maar zijn roep naar meer autowegen en de opheffing van het rookverbod in de horeca is dan weer wansmakelijk.

Gaia blijft dus politiek dakloos en maatschappelijk eenzaam, en Vandenbosch krijgt alleen maar muilperen op zijn toch al scheve smoel. Misschien moet hij wat harder worden, militanter, semi-illegaal, meer Greenpeace. Daar ligt, ben ik zeker van, de toekomst van het nieuwe burgerverzet. Een Gaea met de deegrol dus, een Dulle Griet misschien zelfs. Daar hebben we zelfs meteen een oer-Vlaams ikoon, een vrouw met meer ballen dan Neleke op de schoorsteen.

Alleen woestijnvissen kunnen hier nog zwemmen

Over voetbal, biermonopolies, verboden minirokken en ontplofte boorplatforms

Een paar dagen geleden kon men in de krant lezen dat het in de gemeente Werchter tijdens de festivalperiode niet toegestaan is om in het openbaar naar het wereldkampioenschap voetbal te kijken. Jawel, het is geen grap: een inboorling die in zijn voortuin (dus strikt genomen zelfs nog op privé-terrein) samen met enkele Hollandse fans naar Nederland-Brazilië aan het kijken was, kreeg een proces-verbaal aan zijn been. Volgens CD&V-burgemeester Dirk Claes moet Werchter gedurende de tijd van het festival “helemaal aan de muziek gewijd zijn”. Pardon? Aan de muziek, of aan de business van evenementengigant Live Nation, waaraan organisator Herman Schueremans zijn florerend festival verkocht?

Wellicht is dit monopolie op vertier en amusement inderdaad het onderdeel van een deal tussen de organiserende instantie en de lokale overheid. Het doet denken aan de manier hoe de FIFA in Zuid-Afrika in een wijde perimeter rond de voetbalstadia absolute exclusiviteit heeft bedongen voor haar sponsors. Het WK kreeg het statuut van ‘speciaal evenement’, waardoor het onder de Merchandise Marks Act uit 2002 valt. Daar valt niet mee te lachen. Bier dat niet uit de vaten van AB Inbev vloeit (met dank aan bestuurder Jean-Luc Dehaene), is ten strengste verboden. Zelfs de uithangborden kilometers in het rond dienen overplakt als ze namen van concurrerende biermerken vermelden: de lokale brouwerijen zullen aan dit wereldkampioenschap alvast geen Rand verdienen. Elke ondernemer of zelfstandige die ook maar durft om zijn product te linken aan iets wat op een voetbal lijkt, krijgt een boete aan zijn been.  Het incident waarbij enkele Hollandse meiden met oranje jurkjes rondliepen, en hardhandig uit het stadion werden verwijderd (de kleur zou verwijzen naar het biermerk Bavaria!), geeft ons een idee welke proporties dit aanneemt: de FIFA en haar sponsors gedragen zich als een bezettingsmacht.

Het inpalmen van de publieke ruimte (in de zin van: “ruimte, eigen aan de gemeenschap”) door grote commerciële organisaties en event-producers, met de gulle medewerking van de overheid, is een fenomeen dat ons enigszins zou moeten verontrusten. Het gaat uiteraard niet alleen om het verbod op oranje rokjes en verplicht Jupiler of Budweiser drinken: dit heeft een symbolisch-politiek karakter van vrijheidsberoving en gijzeling. De vrijheid inzake beweging, kleding, gewoonten, enz. die wij inherent achten aan de publieke sfeer, is een rituele beleving van liberale grondwaarden, eigen aan de Europese culturele traditie. Zopas protesteerde VLD-politica Gwendolyn Rutten tegen fatsoenrakker Siegfried Bracke, die vond dat zijn partijgenote Kim Geybels zich te sexy kleedde volgens de senaatsnormen. Lulkoek natuurlijk. Van mij mag ze in bh en broekje komen, of nog minder. En haar leuze klopte als een bus: ‘Free your mind’, geen democratie zonder recht op zottigheid, geen vrijemeningsuiting zonder vrijheid van bierkeuze.

Bij wijze van symbolische manifestatie mag en moet ons heilig spreekrecht, de freedom of speech, dus ook benadrukt worden via ogenschijnlijk onnozele acties, zoals het dragen van een minirok in een deftige herenclub zoals de senaat, of het drinken van Duvel op een wei waar Inbev vindt dat je alleen Leffe mag drinken. Maar dat laatste wordt dus een probleem: de wei is verkocht. Waar wij met hand en tand, op het fetisjistische af, onze burgerlijke vrijheidsidealen verdedigen, staan we ze moeiteloos af als een drankengigant erom vraagt. De overheid, grondwettelijk gebonden aan die liberale principes, plooit en laat zich door de arrogante privé-business de wetten dicteren. Ook op straat.

De privatisering en monopolisering van de publieke ruimte is daarmee een feit. De politieke dictaturen zijn out. Niet zij leggen beslag op het openbare leven, maar de grote commerciële concerns die een verzwakt politiek systeem hun wil opleggen. Dat leidt uiteraard tot zeer libertaire, zelfs anarchistische denkpistes, diegenen die daar niet tegen kunnen mogen hier stoppen.

Het grootkapitalisme is helemaal niet “liberaal”, in de filosofische zin, maar integendeel monopolistisch, totalitair, en zelfs ronduit repressief, zoals van Werchter tot Johannesburg mag blijken. Er wordt veel geblaat over de hoofddoek en de boerka (en inderdaad schuilt er een totalitaire, achterlijke ideologie achter die kledingstukken), maar de confiscatie van de publieke ruimte door commerciële belangengroepen, daar kraait geen haan naar, ook Gwendolyn Rutten niet natuurlijk, die vanuit haar ideologie beslist de Inbev-parade toegenegen is.

Het conflict tussen klassiek liberalisme en monopoliekapitalisme wordt veel te weinig geanalyseerd. Allicht koesteren de liefhebbers van de vrijemarkteconomie een zekere gêne rond dit onderwerp. Toch schuilt er een niet te onderschatten maatschappelijke verschuiving achter. Het aloude feest, als sociaal verzoeningsritueel, wordt helemaal geabsorbeerd door een megalomane marketinglogica die eigenlijk alleen de aandeelhouders van de sponsor ten goede komt. De commercialisering van de massasport toont ons heel duidelijk die verschuiving. Om het wereldkampioenschap voetbal binnen te halen, doen nationale politici letterlijk hun broek af. Steden en gemeenten vrijen de organisatoren van de Ronde van Frankrijk op, dat het niet leuk meer is (“We moeten onze stad op de wereldkaart zetten!”). Achter deze evenementen draait een geoliede marketingmachine die exclusieve sponsors toelaat om de meest exuberante eisen te stellen naar de overheid, het publiek, de neringdoenden. Het is mijn groot bezwaar tegen dat soort sportieve massa-manifestaties: ze hebben de neiging om beslag te leggen op onze handel en wandel, op eten en drinken, op doen en laten, op alles eigenlijk. De Ronde van Vlaanderen is een prachtig volksevenement, maar ondertussen heeft de steenrijke Woestijnvisdirecteur Wouter Vandenhaute de Ronde opgekocht en schuimen zijn agenten alle plekken van het parcours af, om te zien of een of andere neringdoende geen graantje probeert mee te pikken. Alain Corneille en Marieke Van Ghyseghem kunnen er met hun “VIP-tent” van meespreken: afdokken alstublieft, of opkrassen

 Laat ze begaan,en alles eindigt in zwarte blubber

Het bekende adagium van Pierre-Jospeh Proudhon, “La propriété c’est le vol”, lijkt in de postmoderne globalisering een nieuwe betekenis te hebben gekregen: het grootkapitaal eigent zich, in de hoedanigheid van “sponsor”, de stad, de openbare plekken, de publieke netwerken, de evenementen, schaamteloos toe. Dit is gelegitimeerde diefstal. Uiteraard werkt de totale privatisering van openbare diensten, volgens de beruchte Europese Bolkenstein-richtlijn, dat proces in de hand. In België heeft de “liberalisering” van bv. de energiemarkt alleen maar het quasi-monopolie van Electrabel versterkt, een tak van de Franse groep GDF Suez die met de Belgische overheid zowat doet wat ze wil. Onze electriciteitstarieven zijn dan ook zowat de duurste van Europa, idem dito voor de telecomsector.

Vreemd genoeg implodeert, samen met de publieke ruimte en het publieke management (de overheid dus), ook de privésfeer. Wellicht heeft het ene met het andere te maken. Het TV-voyeurisme is groter dan ooit, we gooien alles te grabbel op Facebook en de zgn. “sociale netwerken”, intimiteit is geen enkel criterium meer. Dit gaat niet meer over Big Brother, niemand verplicht ons tot die indiscreties, we doen het spontaan en met overgave. Men zou dus kunnen vermoeden dat mensen, door de aftakeling van de publieke sfeer en de usurpatie door de grote commerciële concerns, ook het besef verliezen van eigenheid, onderscheid en intimiteit. Deze dubbele degradatie is een van meest essentiële psychologische gevolgen van de globalisering en de zgn. “liberalisering”. De totale openheid kraakt elke identiteit.

Liberalisering en monopolievorming lijken twee kanten van één medaille.  De ontdekkingsreizen en de wereldwijde usurpatie door Europa van de natuurlijke rijkdommen en grondstoffen, vanaf de 15de eeuw, tonen op planetaire schaal hoe het toeëigeningsmechanisme werkt. De verloedering van het Afrikaanse continent heeft daarmee te maken, niets anders. Dit is uiteraard het verhaal van het (neo-)kolonialisme, Leopold II en zijn privé-bedrijfjes, de moord op Patrice Lumumba met de actieve medewerking van de CIA, de Belgische Haute Finance (die vreesde voor onteigening), en het Koninklijk Hof. Wat we vandaag meemaken in Congo, de verkrachtingen en plunderingen, het rechthouden van het schandalige Kabila-regime, is allemaal terug te brengen tot de plutocratie van enkele grote spelers op de mondiale grondstoffenmarkt. De politici dansen naar hun pijpen. Een tweede Lumumba is er nooit meer gekomen: opgeruimd staat netjes.

 Op de achtergrond en diep onder de waterlijn speelt zich momenteel dan nog het ergste af, namelijk een spuitende oliebron die nu al heel de Golf van Mexico vervuilt en wellicht grote delen van de Atlantische kusten zal teisteren. Oorzaak: een multinational die van de VS een concessie kreeg om olie uit de zeebodem op te boren, zonder de technologie te bezitten om een ramp als deze afdoende te bemeesteren. Tenzij het ook hier een kwestie van cost saving is natuurlijk. Van hoog tot laag, van Obama tot die brave Werchterse burgemeester, bemerkt men een manifest gebrek aan politiek leiderschap en een knieval voor de wetten van de big bussiness.

Het grenzeloze cynisme van BP-topman Tony Hayward is kenmerkend voor de manier hoe het grootkapitaal heel onze planeet naar de haaien helpt. De smurrie zal blijven spuiten: het lijkt meer een boekhoudkundig dan een ecologisch probleem. Naar verluidt worden Vlaamse technici, die een plan voor een oplossing zouden op zak hebben, door de VS en BP uit het gebied geweerd. Ik hoop dat de enthousiaste voorstanders van de vrijemarkteconomie en het postmoderne globalisme beseffen dat dit soort après-nous-le déluge-mentaliteit met vrijheid (van ondernemen) niets meer te maken heeft, integendeel: de “vrijheid” van Tony Hayward maakt de vrijheid kapot van allen die in aan de zuidkust van de V.S. leven van visvangst, toerisme, etc. Alles eindigt in zwarte blubber. Voor niets of niemand heeft dit graaierig pletwalskapitalisme respect. Niet voor de mens, als individu, als sociaal wezen, als soort, noch voor het leven, de aarde, de natuur. Alleen woestijnvissen kunnen hier nog zwemmen.

Dat grootindustrieel Jan De Clerck, onder het goedkeurend oog van het gemeentebestuur van Waasmunster, openbare wegen annexeert en in zijn domein inlijft, is een schandaal op zich, doch slechts peanuts in vergelijking met de wereldwijde toeeigeningsmechanismen die zich voltrekken zonder dat er een haan naar kraait. We verliezen de wereld, elke dag een beetje. De Sepp Blatters, de Wouter Vandenhautes, de Tony Haywards, de Mark Zuckerbergs,… bezetten deze planeet en we hebben er met onze stomme kop geen erg in. 

Ziezo, daarmee hebben we in deze dorstige tijden heel de actualiteit van de laatste weken op een hoopje geveegd. Het draait altijd rond dezelfde dingen. Conclusie van deze column:  meer minirokjes in het parlement, bier van alle merken overal beschikbaar, weg de topsport en zijn sponsors, feesten graag, maar zonder verplichte nummertjes, Kabila aan de galg, afschaffen van olieboringen onder zee, Hayward voor de rechters.

 Het klinkt hard en drastisch, maar vrijheid is een totaalbegrip en moet maximalistisch ingevuld worden, door zoveel mogelijk individuen. Vrijheid is totaal-distributief, of ze is niet, zo spreekt een rechtgeaarde libertariër. De aantasting van die vrijheidsmaxime door monopoolkapitalistische uitholling is de grootste bedreiging. Een hercollectivisering lijkt me dan ook de enige oplossing, zeker wat betreft publieke diensten, de openbare ruimte, de netwerken, verkeersinfrastructuur, maar zeker ook natuur, landschap en groene ruimte. Paradoxaal genoeg is die hercollectivisering de ultieme remedie om onze bewegingsvrijheid te waarborgen.

Er moet dus dringend uit andere vaatjes worden getapt. En jawel, met de herovering van de publieke sfeer zou ook de privésfeer, de coccon, opnieuw inhoud kunnen krijgen, en zou het mediatieke en digitale exhibitionisme, de manische drang om alles aan iedereen mee te delen en op het “net” te gooien, zijn glans kunnen verliezen. Een groot publiek debat dringt zich op rond deze kwesties. Buiten de grote media om natuurlijk, want die sponsoren lustig mee…

Johan Sanctorum

Heden geen mango’s uit Ivoorkust…

…want Ijsland gooit roet in het eten.

De verschrikkelijke “luchtvaartcrisis” die Europa teisterde en die de jetset even deed proeven van het daklozenbestaan, nadat een IJslandse vulkaan het gewaagd had om zijn ingewanden open te zetten, noopt tot enkele relativerende bemerkingen. De grappen (vooral van de thuisblijvers) waren niet van de lucht: eerst de rotbanken, nu de vuile rook,- uit IJsland komt alleen maar rommel. In het land van oorsprong zelf geen spoor van paniek: de nakomelingen van de Vikingers borstelden vrolijk fluitend de as van hun daken en gingen over tot de orde van de dag. Naar het schijnt levert het zelfs goede mest op.

Afgezien daarvan bood zo’n moment van algemene uithuizigheid ook bij ons grote mogelijkheden: dit is een historische gemiste kans. Zowat heel de Belgische politieke klasse bleek namelijk vast te zitten in een of andere luchthaven of hotel, duizenden kilometers van het vaderland verwijderd. Wat hield ons, thuisblijvend klootjesvolk, tegen om de republiek uit te roepen, en alle Belgen van goeden huize, heel het koninklijk hof inbegrepen, een eeuwige vakantie te gunnen in Châteauneuf-de-Grasse, Lanzarote, of hoe al die tweede verblijfsplaatsen ook mogen heten?

Dit om maar te zeggen dat ik als thuisblijver, filosoof, liefhebber van sterke verhalen en Wagnerfanaat, begon te houden van die aswolk. De damp-en-lava-brakende vulkaan met de onuitspreekbare naam Eyjafjallajökull heeft zo zijn eigen verhaal, ook al interesseert dat geen kat: hier is zowat duizend jaar geleden de Edda ontstaan, een complex van mythen en legendes, opgetekend in de oudste handschriften van het Germaanse taalgebied. Het behoort overigens tot de ironie van de geschiedenis dat het donkere IJsland en het zonnige Griekenland, de twee uitersten die onze Europese cultuur bepaald hebben, nu als de paria’s van Europa gelden. Wat ze aan traditie hebben opgeleverd zal ons worst wezen,- gore achterbuurten zijn het, die ons handen vol geld kosten.

Dat brengt ons op de eerste bedenking: de aandelen van de grote Europese luchtvaartmaatschappijen dalen, en daar staan ze al in de rij om overheidssteun. Hallo? Zijn wij niet allemaal voor een vrijemarkteconomie waar nu eenmaal winst of verlies wordt gemaakt, en waar risico’s worden genomen? Moet zo’n vliegtuigmaatschappij zich niet eerder zelf verzekeren tegen calamiteiten? De patroonsorganisaties hebben al laten weten dat de werknemers geen overmacht kunnen inroepen (en dus onbetaald verlof zullen moeten nemen), maar Giovanni Bisignani, woordvoerder van de luchtvaartkoepel IATA, schreeuwt moord en brand dat Europa niet snel genoeg met financiële steun over de brug komt.

Natuurlijk moest Europa iets doen: namelijk zorgen dat gestrande EU-burgers thuis geraakten, met extra ingelegde treinen bijvoorbeeld. Maar dat lukte niet: In Keulen stond de trein naar Brussel urenlang stil omdat er zich teveel reizigers (met een betaald ticket!) in de wagons bevonden. Chaos, wenende kinderen, Congolese toestanden. Elk land heeft dan maar zelf de repatriëring geregeld, waarbij de prijs voor de meest draconische maatregel ongetwijfeld gaat naar het Verenigd Koninkrijk dat een complete Armada uitstuurde om,- uiteraard,- alleen het eigen volk naar huis te brengen. Dit is Europa op zijn slechtst: een duizelingwekkende regelneverij en bedilzucht, maar geen daadkracht in noodsituaties; groot in woorden en holle gestes, maar geen solidaire, gecoördineerde inspanning kunnen opbrengen als het erop aankomt. Dat belooft, tegen dat er zich eens een échte ramp voordoet…

Want, met alle respect voor wie er wat ongemak door ondervond en een paar dagen extra vacantie moest nemen: dit zijn natuurlijk maar peanuts. Nulliteiten. Randfenomenen van een ondraaglijk-lichte frivoliteitscultuur. “Mango’s rotten in hun kist”, zo kopte De Standaard (20/4). Jezus, wat erg! Zij komen toevallig uit gebieden waar ook mensen in de wegberm liggen te rotten, maar dat is naast de kwestie. Met de bonen is het al even erg gesteld. Deze worden ons o.m. geleverd door Ethiopië, een land dat de hongersnood van 25 jaar geleden nooit te boven is gekomen en volledig afhankelijk is van buitenlandse voedselhulp. Hebben die boeren ginder niets beters te doen dan delicatessen voor die slijkvette Europeanen te telen? Welke multinationals regelen hier het verkeer? Geen Ethiopische boontjes dus op ons bord. Om nog maar te zwijgen van de Keniaanse sluimererwten of de asperges uit Thailand.

Enfin, dankzij die vulkaan kom je nog eens iets te weten: het zijn de vliegtuigen die het eten op ons bord brengen. Het verhaal van de Westvlaamse varkens, die in miserabele omstandigheden naar Italië versjeesd worden om als Parmahammen terug te keren, kende u wellicht al langer. Asperges uit Thailand dus. En ik die dacht –neen, zeker weet – dat de asperges uit ons eigen Waasland, de zandige streek rond Wachtebeke aan de Nederlandse grens, hun gelijke niet kennen qua smaak. Als die zogenaamde luchtvaartcrisis één positief effect kan hebben, afgezien van de tonnen CO2 die de lucht niét ingaan, dan is het wel het besef dat we strontverwend zijn, dat de kerosine nog veel te goedkoop is, en dat het citroengras uit Siberië (!) evengoed in onze achtertuin groeit. Alwaar het overigens goed toeven is, liefst in aangenaam gezelschap.

Asperges op zijn Vlaams

Zo kom ik tot de essentie van de IJslandse kwestie: een ledig luchtruim is niet alleen goed voor het milieu, het reinigt ook de geesten. Misschien kan dit ons weer met beide voeten op de grond brengen en het ideaalbeeld van de reizende kosmopoliet wat relativeren: fysieke mobiliteit wordt overgewaardeerd. De hyperkinesie van de homo mobilis, altijd onderweg en als het even kan in de lucht, heeft een soort waanbeeld gekweekt dat de thuisblijvers marginale sukkelaars zijn, mensen die hun wereld niet kennen en van het leven niet kunnen genieten. Wie niet beweegt, niet onderweg is, wordt als een dood voorwerp beschouwd. De reizende politicus, kunstenaar, wetenschapper, zakenman is de referentie, als hedendaagse uitgave van de succesrijke jager uit de oertijd. Europese uitwisselingsprogramma’s voor studenten, genre Erasmus, hebben misschien wel goede pedagogische bedoelingen, maar creëren ook fantasmes rond exotische beleving en ingebeelde meerwaarde van het elders-zijn. Het “buitenland” is het paradijs waar we onszelf realiseren, de transithal van de luchthaven de plek waar zich het  echte leven ontrolt (de filosoof Michel Foucault sprak van een “heterotopie”). Langzaam maar zeker verdunnen we tot het intermediaire bestaan van de moderne nomade, die vooral voor zichzelf op de vlucht is, schrik heeft van zijn eigen schaduw. De vacantiehysterie à la Jetair heeft die reiskoorts tenslotte gedemocratiseerd tot een massaneurose zonder weerga,- die een nog dieper liggend tekort moet camoufleren, namelijk het feit dat we ons over niks meer kunnen verheugen en altijd méér willen, iets anders, iets beters. Een ongedurigheid waar “de markt” uiteraard gretig op inspeelt.

Op het gevaar nu van geitewollen sokken te worden aangemeten, vind ik het dus een waar geschenk van de asbrakende vulkaan: het louterende inzicht dat thuisblijven ook leuk en verrijkend is. Het lijkt wel een maning uit het binnenste van de aarde, dat we niet altijd ergens anders moeten zijn om onszelf te worden. En dat we niet veel nodig hebben om te leven, te weten, te beleven, te genieten. Die Edda,- waren dat geen verhalen die rond het vuur, de haard werden verteld? En laat het woord “Edda”, bij de Germanen geassocieerd met de alwetende oermoeder (door Richard Wagner als Erda gepersonifieerd), nu toch wel verwant zijn zeker met Veda, de hindoe-term voor het (heilige) weten?

Zo komt alles toch nog terug op zijn plaats, maar niet zonder turbulenties en aardschokken. Laten we dit soort overgemediatiseerde godendeemsteringen dus maar aangrijpen als opportuniteiten, als momenten van bezinning. Meer crisissen hebben we nodig, meer vallende vliegtuigen, meer geschrapte uurroosters, meer rottende mango’s.

Het biedt ons de gelegenheid om ideeën en ideetjes eens terug op te diepen, die door het jachtige cultuurglobalisme en de wereldmarktlogica al bij de belachelijkheden geklasseerd waren, zoals daar zijn:

- Op kleine schaal duurzame energie winnen, los van grote, kwetsbare netwerken en dictatoriale monopolies.

-Korte ketens ontwikkelen tussen producent en verbruiker, investeren in een eigen industrieel hinterland, locale economieën promoten.

- De seizoengroenten herontdekken, ze misschien eens zelf proberen te kweken. De buurtwinkel (met of zonder mango’s) bezoeken en er een praatje slaan.

- Op vacantie gaan naar Zeeland in plaats van Lanzarote, of beter nog:

- De wereld exploreren vanuit een goed boek,  gaan eten bij vrienden (asperges op zijn Vlaams), ons meer verwonderen en minder druk maken, je partner of kind eens goed vastpakken, zomaar.

Het klinkt voor de wereldreiziger misschien kneuterig, maar het is wellicht zoals genezen van kanker: het leven herontdekken alsof het de eerste dag is, inbegrepen een grondige doorspoeling van alle futiliteiten en dingen die er wezenlijk niet toe doen.

Dank voor het stof, Eyjafjallajökull, dank. Hinab, Erda, hinab…

 Johan Sanctorum

Het is waar, want Thomas van Aquino heeft het gezegd.

Voor Bart De Wever is er met ons klimaat geen vuiltje aan de lucht

Het maatschappelijk conservatisme, keer op keer beleden door Bart De Wever, moet vele jonge NV-A-sympathisanten doen knarsetanden. Binnen en buiten de partij zie ik nochtans maar weinig verweer op het naar het status-quo neigende, soms zelfs ronduit nostalgische gemijmer van de voorzitter. Waarbij ik me steeds weer afvraag of zijn polemische welsprekendheid net geen dekmantel is voor een wereldvisie die tegen verandering is, althans verandering als menselijk project. Als politiek project dus.

Er was al het gedweep met die obscure filosoof Edmund Burke (1729-1797), apologeet van de monarchie en het toenmalige Ancien Régime, pleitbezorger van een door elites gedirigeerde staatsstructuur, en fervent tegenstander van een publiek zorgsysteem, het is maar dat u het weet. De Nederlandse stichting die zijn ideeën vandaag propageert, wordt gefinancierd door Amerikaanse industriële lobby’s, aangevoerd door Microsoft en Pfizer, zo onthulde de Groene Amsterdammer in 2005- dit geheel terzijde.

In een recente DeStandaard-column  (8/12/09) gaat De Wever nog een stapje verder, en schaart zich, n.a.v. de klimaattop in Kopenhagen, resoluut bij de klimaatsceptici,- die ook door het Amerikaanse bedrijfsleven overvloedig gesponsord worden, dit ook weer geheel terzijde. Volgens deze sceptici is er met ons klimaat helemaal niets aan de hand en mogen we rustig verder consumeren en vervuilen. Samen met de NVA-voorzitter vatten ze het ecologisme op als een achterlijk, crypto-religieus doemdenken, behept met een Armaggedon-complex, levendig gehouden door profeet Al Gore. We kennen deze karikaturen: ze zijn precies in het leven geroepen door machtige lobby’s, de olie- en auto-industrie vooraan, – lobby’s die onder het Bush-regime in Washington vrij spel hadden, de massamedia controleerden, politici omkochten, en met enorme budgetten leugenachtige beschadigingscampagnes financierden.

Bart De Wever verdenk ik er nochtans niet van, door Pfizer of Microsoft gefinancierd te zijn. Zijn geval is eigenlijk nog veel erger: de man gelooft echt dat politiek-maatschappelijk timmeren-aan-de-weg nergens toe leidt, en dat we hooguit op de winkel kunnen letten. Dat verklaart uiteraard de geestdrift waarmee de NVA zich in het Kris-Peeters-scenario liet inlijven: ze delen het status-quodenken. Voeg daarbij het misprijzen voor basisdemocratie en burgerinspraak (Lange Wapper), en je hebt de perfecte deeg voor een stijfburgerlijke regentencultuur, die wel op status en elitarisme is gesteld, maar het politiek project an sich minimalistisch opvat.

De politicus, zo gaat De Wever verder in zijn column, mag hoogstens “de tuin van de schepping onderhouden” maar in geen geval de inrichting van de tuin wijzigen. Deze rustieke metafoor verbergt een ontstellend defaitisme, en maakt eigenlijk een perfecte conjunctie met de rustig-vastige nietsdoenerij van Herman van Rompuy, alleen Europees president geworden omwille van die Belgische kwaliteit.

De ongemakkelijke waarheid luidt, dat conservatisme in de Belgische context pervers is. De chaos waarin België steeds meer afglijdt, vraagt wel degelijk om een revolutionaire tabula rasa-attitude, die men als “republikeins” kan omschrijven. Het woord waar Edmund Burke van gruwde. Evenmin deugt het conservatisme in een tijd dat grote mentaliteits- en attitudeveranderingen nodig zijn om een onomkeerbare milieukatastrofe af te wenden. Wat niet werkt, moet me niet behouden. De paradox ( en niet de enige) in de psyche van Bart De Wever is daarbij, dat hij ook een ecologische behoudsgezindheid, gebaseerd op respect voor leven en natuur, moet negeren. Het conservatisme in goede zin, namelijk gericht op duurzaamheid en het behouden van wat waardevol is, wordt zo helemaal de dieperik ingeduwd, ten voordele van een ronduit reactionair en ultraliberaal laissez-faire- en après nous le déluge-nihilisme.

Inderdaad, in wat voor een “kostbaar weefsel” leven we eigenlijk? Zonet gingen alle KBC-fraudeurs vrijuit dankzij een handig uitgebuite procedurefout. Is een systeem dat dit soort miskleunen produceert, het conserveren waard? De overtuiging dat een samenleving “organisch” is, en dus niet maakbaar, is het meest groteske excuus om niet te hoeven rebelleren. Jaja, ik weet het, het terreurregime Van Robespierre na de Franse revolutie, het is de eeuwige dooddoener. Dat er na Rousseau en Voltaire een Jacobijnse kliek aan de macht kwam die orde op zaken stelde en de klok terugdraaide, is iets waar wij, intellectuelen, moeten over nadenken. We zijn nog teveel met navelstaarderij bezig, en te weinig met de wereld rondom ons. We laten nog teveel begaan. Maar het mag ons niet beletten om Rousseau en Voltaire te lezen, en om een betere wereld na te streven.

Ondertussen houdt de NVA-voorzitter het liever bij kerkgeleerde Thomas van Aquino, grondlegger van de middeleeuwse scholastiek en een der ideologen van de kettervervolging. In de slotparagraaf van zijn column heet het dat we met onze handjes van “de schepping” moeten afblijven. Geen klimaattop dus, geen wetenschappelijk gelul over broeikaseffect en global warming, geen terugdringen van CO2. We hebben het wel zelf verknoeid, maar niets verplicht ons om iets te herstellen. Na een bezoek aan de biechtstoel kunnen we weer vrolijk verder rondtuffen in onze SUV’s. Blijvende collectieve menselijke verantwoordelijkheid is in die optiek niet aan de orde. Politiek dus eigenlijk ook niet, noch een globale bezorgdheid om de Res Publica.

Het Vlaamse kerktorencomplex heeft vele gezichten. Bijna-slimste mens Bart De Wever blijkt er een van te zijn.

Johan Sanctorum

8 maanden cel om een veiligheidsprobleem aan de kaak te stellen

anja_hermansMilieu-activiste Anja Hermans heeft vandaag, 2 maart 2009, van de rechter in Dendermonde een effectieve gevangenisstraf gekregen van acht maanden wegens het binnendringen van de terreinen van de kerncentrale van Doel. Ze wilde aantonen dat de veiligheid absoluut ontoereikend was. Electrabel was not amused en wist het van de rechter gedaan te krijgen dat ze zelfs niet meer in de buurt mag komen van de centrale. Daarbovenop dus een gevangenisstraf die je normaal met een beetje advocaat voor een gewapende hold-up krijgt, en 1100 Euro boete.

Onnodig te zeggen dat dit buiten alle proporties is, en dat dit een afrekening is van het establishment met een lastige stoorzender. Het betekent eens temeer dat de rechtstaat niks voorstelt, en dat het systeem, als het erop aankomt, alleen zijn eigen behoud nastreeft. Het moet ons politiek doen nadenken welke draden in deze kabelkast samenkomen: Het franco-Belgische grootkapitaal (Suez), het Belgische staatsraison, de nucleaire lobby, de magistratuur. Het is jouw energie!

Israël past nazi-praktijken toe in Gaza

gazaDe Israëlische bombardementen op Gaza van dit weekend richten een ware slachting aan en voeren het Palestijns-Israëlisch bezettingsconflict daarmee nog maar eens naar een nieuw bloedig dieptepunt.

Zo begint de tekst van het opiniestuk voor De Standaard en De Morgen, dat ik mee ondertekende. Het is een cynische realiteit dat de nakomelingen van de Holocaust-slachtoffers, die vanuit deze tragedie de oprichting van hun staat legitimeerden, nu zelf tot de genocide overgaan. Wat de propaganda ook moge beweren, deze bombardementen vormen het sluitstuk van een maandenlange, op de bevolking gerichte uithongeringsstrategie. Een grondoffensief zal de zaak netjes “endlösen”, nog net voor Bush het Witte Huis verlaat. Want de timing klopt natuurlijk perfect. Obama zou wel eens, ondanks de machtige joodse lobby, orde op zaken kunnen stellen, dus moet het snel gaan. Bovendien zijn het verkiezingen in Israël en loont het rollen met spierballen electoraal altijd. Tenslotte schijnt het zelfs dat in deze campagne een nieuw soort Israëlische raket te velde wordt uitgetest, en waar kan men dat beter doen dan op zo’n landstrook vol lastig volk.

Men mag ons 100 keer van antisemitisme beschuldigen, maar dit is obsceen.

De niet-aflatende culpabiliseringsstrategie van de Joodse lobby –m.n. het constant moord-en-brand schreeuwen over “antisemitisme”, telkens iemand de Israëlische annexatiepolitiek in vraag stelt- zou wel eens het effect van een self-fullfilling prophecy kunnen krijgen. Want eerlijk gezegd: het media-optreden van zionistische agenten à la Michel Freilich begint me de keel uit te hangen, ik krijg genoeg van die hypocrisie. Heel dat joodse lobby-gedoe roept zelf de onzindelijke gedachte op dat joden wereldwijd joden verdedigen, wat ze ook wereldwijd uitspoken. Dat dit niet zo is, bewijst het bestaan van de vredesbeweging Jewish Voice for Peace, maar ze worden weggelachen, gecensureerd, vervolgd.

Als Vlaamse republikeinen moeten wij de Israëlische agressie veroordelen. Zoals ik elders schreef dat wij, “zwarten”,  nog niet zolang geleden dezelfde status in België hadden als de Congolese negers, en onze negritude niet hoeven te ontkennen, zelfs met trots mogen claimen,- zo roept het lot van het Palestijnse volk associaties op met de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Akkoord, we worden niet platgewalst door tanks. Maar onrecht is onrecht, en het gaat mijn verstand te boven waarom bepaalde Vlaamse conservatieven, die het autonomisme gunstig gezind zijn, zich ideologisch linken aan de Israëlische volkerenmoord.

Het zijn misschien gewaagde vergelijkingen, ik geef ze voor wat ze waard zijn: Israël gaat verder met zijn kolonisatie van de Palestijnse gebieden, tegen alle VN-resoluties in; het franco-Belgische establishment blijft Vlaanderen als een wingewest beschouwen en lapt de grondwet aan haar laars (zie BHV); het Amerikaanse Bush-regime steunt Israël volop in deze onwettelijkheid; Europa geeft het francofone imperialisme alle ruggesteun (agressor speelt slachtofferrol). De Palestijnen hebben Hamas op democratische wijze verkozen, maar Israël vindt Hamas geen “democratische partij”; vul de vergelijking verder zelf in.

Ik heb dus getekend, en ja, ik zal straks aanwezig zijn op de protestbetoging in Brussel.

Ik wil daarbij duidelijk stellen dat het voor mij niet echt een aangenaam moment was, om in deze dramatische context front te vormen met Abu Djadja-aanhangers of islamo-fascisten (die bestaan natuurlijk ook) als Prof. Herman De Ley, die de sharia bij ons wil invoeren. Maar goed, af en toe moet men in dit leven zijn neus dichtknijpen.

Moge 2009 ons toch iets dichter brengen bij een billijke oplossing voor het Joods-Palestijns conflict, én bij het tot stand komen van de Vlaamse Republiek, gefundeerd op vrijheid, rechtvaardigheid en democratie.

Groet aan allen.

 

Johan Sanctorum – 31/12/08

Ter nagedachtenis van Sander

Op Sinterklaasdag, 6 december, is de 11-jarige Sander Victor uit Herent ten grave gedragen. Op weg naar school weggemaaid door een vrachtwagen, zo’n beerputreiniger van de firma Longin. “Een typisch dodehoekongeval”, luidde de conclusie van de experten, kous af.
Kous af? Ik weet niet wie er onder u kinderen heeft, maar ik word hier wel koud van. Dergelijke ongevallen zijn helemaal niet zeldzaam, ze gebeuren week-na-week.  Hoewel de dodehoekspiegel al sinds 2003 verplicht is (na jarenlang anti-lobbyen door transportvereniging Febeltra) wijzen statistieken helemaal niet op beterschap. Er schort dus iets aan de machocultuur van de truckers zelf, dat weten we allang: personenwagens zijn “voiturekes”, voetgangers en fietsers verwaarloosbare obstakels. De vlam in de pijp, en bollen maar. Een dodehoek-spiegel is prima, maar je moet er natuurlijk ook nog in kijken. Doen de stoere binken dat eigenlijk wel, terwijl ze zitten te GSM-en of naar het vrouwvolk te fluiten?
Zaakvoerder Longin betuigt zijn spijt, kwestie van de publicitaire schade te beperken, maar dat is wel wat gemakkelijk. En de bestuurder was naar ‘t schijnt “in shock”,- wat hebben we daar nu aan? Deze sector is toe aan een drastische responsabilisering en mentaliteitswijziging. Welke politicus durft dit aan te pakken?

Of moeten we gewoon wegkijken en denken: it ‘s the economy, stupid?

Johan Sanctorum – 6/12/08

Holy shit – Ligt de waarheid in de dunne schijt van God?

Een libertarische visie op olie, energie en milieu

Op het moment dat we dit neerpennen, wordt het Zuiden van Europa getroffen door een hittegolf. In Griekenland kunnen elektrclip_image007.jpgiciteitscentrales het massale verbruik van de airco’s niet meer aan: als de vraag een te verwachten piek bereikt van 10.000 megawatt, slaan alle stoppen door in het elektriciteitsnet. En vermits in Europa zowat alle landen hun netwerken met elkaar verbonden hebben, zal de enorme energiebehoefte van het zuiden ook onze stroomvoorziening ontregelen. Vraag die blijkbaar niemand zich stelt: als het ginder ‘s zomers zo bakt, waarom heeft dan niet iedereen allang een stel zonnepanelen op zijn dak staan, ruim voldoende om de vraatzuchtige airco’s en al de rest van het huishouden probleemloos van zelfgemaakte en propere stroom te voorzien? Of, op een nog veel grotere schaal: als Afrika kreunt onder een schuldenlast, o.m. door olie-invoer voor elektriciteitsproductie, waarom staat heel de Sahara dan al niet lang vol met fotovoltaïsche cellen waarmee een groot deel van het continent zijn energie gewoon van de zon kado krijgt en aan ons kan doorverkopen? In het Oostelijk deel van deze volstrekt onbewoonbare bakoven, nabij Soedan, worden records gemaakt tot 4300 uren zon per jaar,- dat is gemiddeld haast 12 uur per dag. Soedan, waar notabene de elektriciteit maar een paar uur per dag uit het stopcontact komt, en waar vrouwen in niet-stedelijke gebieden de hele dag op zoek zijn naar brandhout.
Hier klopt dus iets niet. De zon is gratis, de installaties kosten uiteraard geld. Toch lijkt er meer aan de hand te zijn dan een infrastructuurprobleem: een wereldpolitiek die drijft op olie- en uraniumhandel, is niet gediend met energie die mensen zomaar uit de lucht plukken. Dat maakt hen onafhankelijk en onmanipuleerbaar. Energie moet dus duur zijn en via grote circuits aangeleverd worden.Voor niets gaat de zon op, en dat is uiteraard marktbederf: de schaarste is een cruciaal argument in het energieverhaal, dat draait rond macht en controle over individuen en gemeenschappen. De stekker uittrekken, iemand moet er ooit mee beginnen…
 

Het artikel lezen                Openen in PDF

English spoken – Hier spricht man Deutsch

De achterkant van onze reiskoorts en het vacantiehedonisme

Wie Italië bezotroela.jpgekt, kan zich niet permitteren om Rome over te slaan. En wie Rome aandoet, zou een barbaar zijn als hij het Colosseum misloopt, de plek waar gevangenen voor de leeuwen werden gegooid: de liefde voor klassieke cultuur heeft haar morbide kantjes. Aan de overblijfselen van die antieke arena speelt zich bovendien elke zomer een merkwaardig schouwspel af,- en dat is de echte reden om de Eeuwige Stad op te zoeken: overdreven bruingeschminkte, als gladiator verklede inwoners stellen toeristen voor om op de foto te gaan, met de imposante ruïne als achtergrond. In sommige poses gaan ze zover, om bij de bezoeker in kwestie het (plastic) steekwapen in het lijf te priemen, als was die zo’n terdoodveroordeelde op het moment dat de duimen omlaag gaan. Merkwaardig genoeg zijn het meestal vrouwen die zich zo fotogewijs laten doorsteken. Symbool van het verlangen om door die gebruinde zuiderling gepenetreerd te worden, of… gaan wij allen op reis om te sterven? Is de plezierreis ook een boetetocht? Eén ding is zeker: achter haar rug wordt de Amerikaanse troela, die zich tot de sinistere fotosessie liet verleiden, stevig uitgelachen. Heel de charade rond het Colosseum is een van subtiele ironie doordrenkte beschimping van het leger blanke bleekscheten dat jaarlijks het Zuiden onder de voet loopt: de Romeinen haten toeristen.
 Meteen is ook de dubbelzinnige toon gezet van heel dit reis- en vacantieverhaal: het massatoerisme is een mengelmoes van Westers hedonisme, neokoloniale fantasieën, verdrongen schuldcomplexen en de daaraan verbonden zelfkastijding, restanten van een oude nomadische cultuur, sporen van vroegmiddeleeuwse volksverhuizingen, en natuurlijk de hopeloze zoektocht van de moderne mens naar zichzelf, die hij thuis heeft achtergelaten en dus elders niet vindt… tot hij thuiskomt en constateert dat hij zichzelf vergeten is. Hopeloos, maar niet ernstig.

Het artikel lezen                Openen in PDF

Blicke auf Europa

 Hoe het ‘Avondland’ zijn eigen geschiedenis bijkleurt

Het bombaste feestgblicke.jpgedruis rond ‘50 jaar Europese Unie’ is al een tijdje achter de rug, en nu pas komen de smeuige anekdotes boven rond het getouwtrek in de coulissen, typerend voor heel het Europese verhaal. Want deze viering ging vooral over façades en charades, nietszeggende ‘grote’ verklaringen, en… een tentoonstelling in de Brusselse Bozar, die het nobele karakter van de Europese gedachte in de verf moest zetten. Dat alles in het kader van het Duitse voorzitterschap: dit jubileum moest ook weer een stukje Duits verleden witwassen, door terug te grijpen naar de onbezoedelde romantische periode van de 19de eeuw, met namen die klinken als klokken: Goethe, Schiller, Novalis, allemaal bevlogen ‘Europeanen’ die door de nazi’s naderhand op demonische wijze werden misbruikt. Zeggen de geschiedenisboekjes.
 En vermits we nu eenmaal in een beeldcultuur leven, moest de Bozar dit groot pardon voor de Duitse Geist picturaal in de verf zetten. Daartoe werden een aantal 19de eeuwse borstelridders van stal gehaald, zoals Christiaan Gottlieb Schik, Caspar David Friedrich, en Friedrich Overbeck. Nog nooit van gehoord, zegt U? Wel, het is een vrij pover gezelschap dat uiteraard verbleekt bij onze eigen Vlaamse schilderkunst. Terwijl de catalogus ronkt over het ‘nieuwe Europese bewustzijn’ dat deze’ revolutionaire kunst’ uitademt, zag ik vooral gefantaseerd-idealistische landschappen die als kalenderplaatjes niet zouden misstaan, afgewisseld met kleinburgerlijke huistaferelen, lieftallig mediterende maagden, of dichters die volstrekt contextloos voor zich uit staren. Hier klopt iets niet, dacht ik toen. Pas onlangs klapten de curatoren van de expositie uit de biecht,- een ontluisterend verhaal.
Het artikel lezen     Openen in PDF

Architectuur van de mensenstad

Een pleidooi voor traagheid

Sinds de tweede helft van de 19de eeuw gelden verandering en vooruitgang als dé kenmerken van onze beschaving. De homo sapiens bescholuperca.jpguwde zichzelf min of meer als de apotheose van een trage, biologische evolutie over miljoenen jaren,- tot ‘cultuur’ een parallel proces op gang had gebracht, vele malen sneller dan de evolutie: de geschiedenis. Zo ontstond de 18de eeuwse liberale maatschappijvisie: vooruitgang dankzij suksesrijke beheersingsmodellen van de soort die deze planeet domineert en ook onderling oorlogjes blijft uitvechten. Wat in de natuur nog als een ‘blind’ selectiemechanisme gold, wordt bij de mens een systeem van het maatschappelijk optimum, dat zich realiseert in efficiënte netwerken van de ruil, uitwisseling en wedijver. Lees het artikel.

Autosalon en Belgische asfaltcultuur

Bedenkingen bij de opening van het Brusselse Autosalon

Uitgereprinsfilip.jpegkend aan de vooravond van de opening van het 84ste Autosalon, was het weer prijs: op een boogscheut van de Heizel zat heel de Brusselse Ring compleet dicht door een aantal slippartijen.  Overigens zal dat Autosalon zelf een substantiële bijdrage leveren aan het fileprobleem en de milieuvervuiling: er worden zo’n 750.000 bezoekers verwacht die, wat dacht U, voor het overgrote deel met de wagen zullen komen….

 Lees het artikel.

De strijd om het Hoegaardse Witbier gaat niet alleen over jobs

Over bier, identiteit, symbolen en (anti-)globalisme.

Eerst zag het ernaar uit dat de luitjes van het landelijke Hoegaarden, en ook het personeel van de brouwerij zelf, zouden bdehaene.jpgerusten in de locale tap-toe, m.n. de overheveling van ‘hun’ bier naar Jupiler, door de multinational InBev die het streekbier had opgekocht. Een week geleden echter, halfweg December, kwam ineens drieduizend man op straat –met alle respect, in een gat van niemendal-, en sterker nog: er gingen stemmen op om ter plekke terug de ‘echte Witte’ te gaan brouwen. Zijn we op weg naar de confrontatie? Wat als de Belgisch-Braziliaanse kloon en de échte Hoegaardse elkaar tegenkomen? Als men mij op café de keuze laat, ik zou niet twijfelen. Is er überhaupt plaats voor beide, of wordt dit oorlog? En vooral: hoe groot is de symboolwaarde van het conflict tussen grootschalige moderniteit en kleinschalige traditie, zeg maar de grijze cellen van de boekhouders versus de magie van de gistcellen?

Eerste vaststelling: InBev is niet eens slim volgens de marktlogica. Puur rationeel en marketingsgewijs is het onverstandig om een product dat zo gelinkt is aan eigenheid zoals een streekbier, aan zijn roots te onttrekken. De faam van het Belgische bier is onlosmakelijk verbonden met traditie, diversiteit, specificiteit en dus ook met een zekere schaarste (ook al eens, na uren ronddolen in Heuvelland, van Westvleteren terug weggereden zonder een bak abdijbier?),- maar dat laatste is natuurlijk onverenigbaar met de wetten van de markt, de globalisering, en de op kwantiteit gebaseerde productiewijze. Bier is nu eenmaal emotie en beleving, het flesje, het etiket, het verhaal, de plek van oorsprong. Ironisch genoeg claimt de multinational InBev juridisch alvast de plaatsnaam ‘Hoegaarden’, en abstraheert zo het product letterlijk van zijn bodem. Lees het artikel

Zwanezang voor een cultuurnatie

De tocht tussen de flatgebouwen wakkert het vuur aan

Als het brandt in Parijs, smeult het in Brussel, zo zegt het spreekwoord, en zou werd het ook door bepaalde sensatiemedia voosarkozy1.jpgrbarig geopperd. Ondertussen willen we even voorbijgaan aan de clichématige discussie of het jeugdig volkje van de banlieues –waaronder vele minderjarigen- een pak billenkoek verdient, dan wel moet ingepamperd worden als sociaal achtergestelden. Een behoedzame analyse leidt vooreerst tot een paar vaststellingen omtrent cultuur en stedelijkheid, en de karikatuur van de stad die de 19de eeuw ontstond. Met het fameuze Franse esprit als voortrekker.

Wie de buurt bezoekt waar de rellen uitbraken – de randagglomeratie Clichy-sous-Bois/Montfermeil, zo’n 16 km ten Oosten van het Parijse centrum– zal een gevoel van herkenning krijgen: grijze, hoge appartementsblokken gescheiden door tochtige tussenruimtes met schraal groen; rechte straten kruisen elkaar in een monotoon raster. Opvallend weinig buurtwinkels en horeca, hooguit een supermarkt. Alles geeft een troosteloze, symmetrische aanblik als van een gevangenis, hospitaal of gekkenhuis, waar overzicht en controle primordiaal zijn.

Het doet sterk denken aan de Antwerpse linkeroever, en dat is geen toeval: de onherbergzame strook hoogbouw aan de Schelde werd in de jaren ’30 van de vorige eeuw onder handen genomen door de beroemde Franse architect Le Corbusier die hier uitgenodigd werd om zijn modernistische visie op de stad-van-de-toekomst te realiseren. De ironie wil bovendien dat Le Corbusier’s linkeroeverontwerp een remake was van zijn Plan Voisin (1925), een hoogbouwproject vol wolkenkrabbers en stadsautostrades, bestemd voor … de Parijse rechter-Seine-oever. Hiervoor moest natuurlijk wel een flink deel van de oude binnenstad tegen de vlakte gaan: gelukkig werd het knotsgekke plan nooit uitgevoerd, maar het idee verspreidde zich wel wereldwijd als een virus over de grootstedelijke suburbs.

Lees het artikel