Dat heb je met politieke genieën: we begrijpen ze niet (of met vertraging)

wever

‘De enige bijdrage die de Vlaamse beweging vandaag nog kan leveren aan een onafhankelijk Vlaanderen, is ophouden te bestaan.’ Deze uitspraak liet N-VA-voorzitter Bart De Wever optekenen in De Morgen, oktober 2012, vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen. Ik vond dat een krasse uitspraak, maar N-VA-militanten in mijn omgeving verzekerden me dat het hier een vrijblijvende boutade betrof van het politieke genie Bart De Wever, en dat we misschien gewoon niet slim genoeg waren om dat meteen te snappen.

Ook de toenmalige politieke secretaris en erevoorzitter van de Vlaamse Volksbeweging, ene Peter de Roover, was graag bereid die uitspraak te relativeren als een goed bedoelde provocatie: ‘Wat hij zegt op de achterbank van een taxi, is misschien bedoeld als een uitdaging’ (Radio-1, 23/10/12), aldus De Roover, en: ‘Ik mag hopen dat ze niet tot een verkrampte reactie leiden bij de Vlaamse Beweging.’

Boodschap begrepen. De rest van de VVB hield de kiezen op elkaar, want er stond iets groots te gebeuren, dat niet mocht verstoord worden door verzuurde kritikasters die het historische momentum niet aanvoelen. En effectief: de N-VA behaalde een klinkende overwinning, Bart De Wever werd burgemeester van Antwerpen, een plek van waaruit hij ons zou blijven verrassen met uitspraken, suggesties en eclatante commentaren die het Antwerpse niveau ver overstegen.

Daarna kwam zwartgele zondag, de parlementsverkiezingen waarin zijn partij 33% behaalde, want de Vlaams-nationalisten waren die curieuze uitspraak van de voorzitter al lang weer vergeten en stemden de N-VA in de regering, die weliswaar het communautaire verhaal “in de koelkast” zou steken, want anders kregen ze Michel en zijn MR niet over de streep. Toen heette het dat eerst België socio-economisch moest gesaneerd worden, uiteraard zonder de PS, maar in 2018 zou je eens wat beleven. Opnieuw zag ik al die N-VA-militanten knikken, terwijl er aan de zijlijn maar een handvol critici aan het hoofdschudden waren, waaronder politicoloog Bart Maddens.

La Flandre profonde

DeRooverMettertijd vielen er geregeld van die uitspraken uit de lucht,- de media hadden er een vette kluif aan-, waarbij het N-VA-directorium, en meestal de voorzitter zelf, de klassieke Vlaamse beweging op haar plaats zette: ze moest zich moderniseren, stoppen met archaische praat over onafhankelijkheid, en beseffen dat daar ‘geen draagvlak’ voor was in Vlaanderen. Ondertussen kwam vooral de neoliberale lijn van de partij uit de verf, later aangevuld met het veiligheidsdiscours, want het Vlaams Belang lag op vinkenslag. De old school Vlaams-nationalisten werden bediend met one-liners die soms een vage belofte inhielden, maar dikwijls ook een berispende toon over politieke logica, realisme en wereldvreemd idealisme. Hoger vernoemde Peter De Roover, ondertussen N-VA kamerlid, werd nu uitgestuurd tot diep in la Flandre profonde om de Vlamingen te laten kennis maken met de politieke logica van de 21ste eeuw.

Kritische opmerkingen rond de toch wel hemelbestormende personencultus rond Bart de Wever, werden weggehoond, ook vanwege lieden die zich als flamingant lieten voorstaan. Met alles kwam de partij weg, en elke uitspraak van de voorzitter, die langzamerhand het statuut van Delphisch Orakel had gekregen, diende in ‘de juiste context’ geplaatst. Telkens Bart De Wever zijn mond opendeed, zoog hij camera’s en micro’s aan, maar trad ook een heel apparaat in werking van ‘duiders’ en ‘vertalers’, van partijbonzen tot militanten, die de woorden van de voorzitter correct interpreteerden. Want dat heb je met politieke genieën: we begrijpen ze niet zonder exegese. En zo werd dit, horresco referens, een soort profane religie rond een onaantastbare goeroe.

Ik heb pakken vrienden én vriendinnen verloren, die o.m. op Facebook in de aanval gingen tegen iedereen die vragen stelde bij de zelfgenoegzaamheid waarmee de N-VA als een tank zonder kijkgaten voort denderde doorheen het Belgische politieke landschap. Met partijstatuut nr 1, dat over Vlaamse onafhankelijkheid, achter slot en grendel. Wie De Wever aanviel, of zelfs maar voorzichtig bekritiseerde, werd in bepaalde middens weggezet als een verrader en neen, ik ga niet nog eens naar Erdogan verwijzen, maar bij deze toch.

Nu pas, na de fameuze quote in L’Echo waarin de N-VA-voorzitter laat weten dat het wellicht ook niet voor 2018 zal zijn, en de zich aankondigende defenestratie van hardliners Hendrik Vuye en Veerle Wouters, schijnt er ergens een nikkel te zijn gevallen aan de partijbasis en in de beweging.

Egmontitis

Afbeeldingsresultaat voor Bart De ValckDe Vlaamse Beweging is ‘gechoqueerd, ‘razend’ en ‘ontgoocheld’ over het opzijschuiven van Vuye en Wouters, kopt Knack, en zo ziet het er inderdaad naar uit. Pieter Bauwens, hoofdredacteur van Doorbraak en Bart De Valck, VVB-voorzitter, fulmineren dat het een lieve lust is. Naar het schijnt ging Bart De Valck De Roover zelfs ei-zo-na te lijf in de VRT-coulissen, na het mini-debat in de Zevende Dag. Mijn gevoel: dit is een duidelijk geval van Egmontitis, zijnde de ontlading van opgekropte frustratie bij mensen die misschien al te lang veel goodwill hebben betoond of, –laten we een kat maar een kat noemen-, in dit geval zich geïntimideerd voelden door het politieke genie van Bart De Wever. Vlamingen zijn grosso modo nog altijd niet in staat tot kritische instant-reflexen en polemische alertheid. Ze slikken en verteren, tot de appendix openbreekt en de sluitspieren het laten afweten.

In een Open Brief (De Morgen, 20 september 2016) drukken Pieter Bauwens (Doorbraak), Bart De Valck (Vlaamse Volksbeweging) en Bernard Daelemans (Meervoud) hun ‘ongerustheid’ uit, en smeken de N-VA om de beslissing rond Vuye en Wouters te herzien. De vraag wordt opnieuw gesteld naar de intenties van de partij, en andermaal lijkt dit veeleer op een radeloze roep van verlaten gelovigen in de woestijn:

“Waarom investeert de N-VA niet, samen met de Vlaamse Beweging, in een concreet stappenplan naar Vlaamse onafhankelijkheid? Op die vraag komt nooit een antwoord.”, aldus de briefschrijvers. Terwijl het antwoord al vervat lag in de boutade van De Wever, die bovenaan dit artikel prijkt, en die door interpreten als De Roover werd herverpakt.

Ware die Open Brief vier jaar eerder gepubliceerd, dan had ik het een adequate repliek en een sterk signaal gevonden. Nu klinkt het veeleer als een roep van de bijbelse Job (“Mijn Heer en God, waarom hebt ge me verlaten?”), gevolgd door wat ketters geroezemoes. Egmontitis dus, een interne variant van het welbekende kaakslagflamingantisme.

De in 2012 door de N-VA al doodverklaarde Vlaamse Beweging moet nu resoluut de navelstreng doorknippen en zelf werken aan een republikeins draagvlak, met de kernvraag: “Hoe richten wij de Vlaamse staat in”? Zij moet zelf in het centrum van het debat gaan staan, in plaats van politieke uitspraken te “duiden” of te becommentariëren. De dromers en de believers moeten terug uit hun schuilplaatsen komen, de pragmatici mogen beschikken. Niet de partij, wel de beweging is de essentie, zo niet loopt men vast in de Machiavellistische machtslogica die zich vandaag dankzij de verlamde sluitspieren van de N-VA over Vlaanderen uitstort.

Om misschien nog maar eens het Catalaanse voorbeeld aan te halen: in Catalonië zijn het niet de partijen die de eis tot autonomie trekken,- ze volgen veeleer de stroom die door de volksbeweging wordt gemaakt.

Iets om over na te denken, werk aan de winkel, dames en heren republikeinen.

De grote V-bocht van de N-VA: een machtspartij maakt haar rekening

deweverZopas liet N-VA-voorzitter Bart De Wever een heel markante uitspraak optekenen in de Waalse zakenkrant L’Echo: de partij opteert steeds meer voor een tweede Michel-ambtstermijn, die evenmin als de huidige een communautaire agenda zou hebben. Gesteiger in alle Vlaams-nationalistische rangen, in de beste traditie van het kaakslagflamingantisme. Alsof ook die bocht niet in de sterren geschreven stond. Alleen wie echt geloofde dat dit een partij was met een autonomistische drive, kan teleurgesteld zijn. Een terugblik.

De fabelachtige verkiezingsscore van 33% in 2014 was het resultaat van een tactisch slim spel waarin tegelijk het klassieke flamingantisme, het liberalisme en (extreem-)rechts werden opgevrijd. De twee laatste respectievelijk via het kiespubliek van Open-VLD en het Vlaams Belang. Het resultaat was een centrumrechts flou waarin vooral de Vlaams-republikeinse missie, nog steeds statutair verankerd binnen de partij, verdronk. De staatshervorming ging de koelkast in, en het heette dat nu eerst de sociaal-economische problemen aan de orde waren, die binnen het Belgisch bestel dienden te worden opgelost, zonder PS uiteraard, de eeuwige pispaal van de partij.

Mits enig gemopper slikte de modale N-VA-militant deze doctrine van de Realpolitik: in 2019 zou de klus geklaard zijn en zou de partij een groots communautair eisenpakket op tafel leggen, dat, wie weet, wel het einde van België zou inluiden. Ondertussen bewees de N-VA zich als Belgische beleidspartij, kreeg sleutelposities toegewezen (economie, landsverdediging,…), maar vervelde ook geleidelijk aan tot machtspartij met een behoudsgezinde strategie, wat haar de bijnamen Nouveau CVP en Vlaamse PS opleverde.

Grondstroom

JambonDeze electorale successtrategie is de partijcommunicatie blijven bepalen. Nu eens op het rechts-liberale been steunend (met besparingsvoorstellen in de zorg- en sociale sector), dan weer op het flamingante (met de oprichting van de denktank ‘Objectief V’ als grootste blikvanger), beoefende de partij steeds meer de kunst van het ballonnetjes oplaten: lippendienst aan een deel van het electoraat, met in het achterhoofd de wetenschap dat daar binnen de huidige coalitie toch niets van kwam. Aan de rechterzijde werd vooral het moslimbashen beoefend, of dacht iemand dat het voorstel tot verbod van onverdoofd slachten ingegeven werd door bekommernissen rond dierenwelzijn.

Maar de terreurdreiging die vanaf begin 2016 de politieke agenda begon te overheersen, doorkruiste dit delicate evenwichtsspel, gericht op het beurtelings bedienen van doelgroepen. Niemand, behalve de absolute Volksunie-erfgenamen, ligt nog wakker van een staatshervorming, laat staan Vlaamse onafhankelijkheid, en zelfs de economische links-rechts-polariteit komt in de schaduw te liggen van de cluster vluchtelingen/terreur/moslims. Kijk maar wat SP-voorzitter John Crombez laat optekenen.

De laatste peiling van 9 september, georganiseerd door La Libre Belgique en de RTBF, geeft voor de N-VA een verlies aan van 7,2%, en net evenveel winst voor het Vlaams Belang. Noodtoestand bij de N-VA, grapte Filip Dewinter. Vanaf dan wisten ze bij de partij van Bart De Wever hoe laat het was: de V in de partijnaam moet vanaf nu staan voor Veiligheid, en dat is wel een federale kwestie. Volgens futurologen zitten we nog zo’n twintig jaar opgescheept met de problemen van radicalisering, moslimextremisme en vluchtelingenstroom (uiteraard gelinkt aan een compleet gedestabiliseerde regio van het aloude Tweestromenland). Dus daar mag een partij ook een langetermijnvisie aan ophangen.

De ballon die Bart De Wever gisteren in L’Echo opliet (“Voor ons is ook in 2019 de staatshervorming geen must”), is dan ook niets meer dan de voorbereiding van de grote bocht richting V van Veiligheid. De N-VA zal zich nu niet alleen in de etalage zetten als de partij die België economisch weer gezond maakt, maar vooral als de partij die ervoor zorgt dat u nog de straat op kunt of zonder kleerscheuren een vliegtuig kunt nemen.

Binnen dit perspectief van de angst mag het er demagogisch gespierd aan toegaan. Bart De Wever is wel geen Donald Trump, maar de partijmegafoons, met Peter De Roover voorop, zullen ongetwijfeld steeds weer op de veiligheidsnagel kloppen, daaraan gekoppeld natuurlijk het vluchtelingenprobleem, de clash met de moslimwereld, tot en met de boerkini.

De grondstroom zit nu daar, en de N-VA zal ze voluit bevaren. De ontmanteling van de zorgsector, in naam van de zogezegde herstelpolitiek, krijgen we er bovenop. Jammer voor wie nog de illusies koestert dat een Vlaamse republiek het verschil zou kunnen maken, als autonome entiteit met een eigen koers op sociaal, economisch, politiek en ecologisch vlak. Ze zullen weggezet worden als belachelijke dromers die niet beseffen dat schaalverkleining en regionalisering haaks staan op de mondiale terreurdreiging. Vlaanderen is Catalonië niet, onze grootste V-partij is een conservatieve formatie die alles behalve op verandering is gericht.

Ik schrijf dit stuk niet eens als flamingant -hoewel ik er een ben-, maar uit verbazing om zoveel politiek cynisme, én om het feit dat toch nog een hoop brave mensen dit blijkbaar slikken. Ik weet ook niet of de voorspelling van Bart Maddens, dat dit tot een opstand binnen de N-VA-gelederen zal leiden, hout snijdt. Teveel mensen hebben ondertussen een baan of een post(je) aan deze partij te danken, en dat is in de huidige tijd niet niks. Veiligheid en zekerheid, daar houden we het bij.

 

Partijpolitiek als dinotheater: mevrouw Claes had al jaren eerder moeten vertrekken,- of zelfs nooit aantreden

claesHet zogenaamde ‘offer’ van Hilde Claes op het altaar van de Hasseltse dorpspolitiek toont alleen aan hoe traag die politiek reageert op signalen uit het echte leven. Want we wisten al lang dat de omhoog gevallen en door haar familienaam gekatapulteerde Claes niet deugt voor de job. Sinds de Hazodi-affaire wist zelfs de modale Hasselaar dat,- het braafste specimen van dit melkwegstelsel-, alleen haar partij moest nog diep nadenken over het strategisch nut van een exit, al dan niet met B-plan voor haar carrière.

“Constructieve journalistiek”

Dat heel dat zogenaamde afspiegelingscollege (alle partijen mee in het beleidsbad, behalve het VB) een pervers idee van Steve Stevaert was om de oppositie uit te schakelen, werd hier en daar gefluisterd, maar ook door ondergetekende met zoveel woorden geschreven, jaren geleden, namelijk in 2008. Ik werkte toen als cultuurconsultant bij het Hasseltse architectenbureau De Gregorio en mocht aansluitend vertrekken: Alfredo de Gregorio en Steve Stevaert waren boezemvrienden en ritselden ook opdrachten onder elkaar.

De reguliere media schreven het niét: zij waren en zijn nog steeds sterk verweven met de partijpolitieke cenakels en respecteren rigoureus de ongeschreven communicatierichtlijnen, die zeggen dat je met een “democratische partij” en haar kopstukken goede vrienden blijft. Dus worden rijzende sterren persgewijs ook opgestuwd en zittende potentaten gefêteerd. Wie zich nog de mediatieke Stevaert-adoratie herinnert in de jaren rondom de millenniumwende, weet wat ik bedoel: God had eindelijk Vlaanderen terug omarmd.

Alleen als zo’n kopstuk in diskrediet geraakt, op weg is naar de uitgang of zelf de deur achter zich dichtslaat, komen de tongen los. Dus is het vandaag tijd om het doopceel van Hilde Claes te lichten. De Standaard spreekt over een ‘jarenlang brokkenparcours’, dat evenveel jaren door deze krant met de mantel der liefde werd toegedekt. Nu komen ineens de “analyses” uit de kast en kan Bart Eeckhout in De Morgen de ‘jaren van degeneratie’ overschouwen, als een patholoog die een lijk ontleedt. Het publiek krijgt de brokstukken, bij wijze van therapie en volksvermaak, de duivel hale haar ziel.

De media spelen dus een constructieve rol in de particratie en de uitbouw van een partij als machtsbastion. Ze hemelen op en breken af, op het ritme van de partijlogica. Dat is ook de reden waarom Hermes Sanctorum, eerst gepamperd door De Standaard, nu plots door politiek journalist Bart Brinckman twittergewijs wordt weggehoond: de krant wil vooral blijven goed staan met het politiek establishment, in casu de partij Groen, en demonstreert dat graag door uitdrukkelijk afstand te nemen van iemand die om principiële redenen zijn partijkaart inlevert. Vergeet Björn Soenens: wie wil weten wat “constructieve journalistiek” is, gelieve een krant als De Standaard ter hand te nemen.

Scheldfora

Terecht staat de gewone burger argwanend tegenover politiek én media, omdat hij intuïtief aanvoelt dat ze aan dezelfde kant staan. Wij hebben enkel facebook en soortgelijken: de zogenaamde “sociale media” zijn vooral symptomen van machteloosheid. De reguliere pers veracht hen, en laat niet na om ze als “beerputten” te kwalificeren , “scheldfora” waar de “ranzige kroegpraat” regeert. Dat is uiteraard omdat in die tot nader orde ongecensureerde scheldfora de waarheid soms wél vrij snel wordt geventileerd. Af en toe pikken ze er eens zo’n sociale-media-geluid uit, liefst iets emotioneel, zoals een vrouw die er zich over beklaagt dat ze door een stel pubers voor lelijk dik wijf wordt uitgescholden. Politiek-ongemakkelijke waarheden zijn een ander paar mouwen, want dan komt u op het terrein van “opiniërende hoofdredacteurs” zoals Bart Sturtewagen en Bart Eeckhout.

De stem van de bloggende, naar waarheid en objectiviteit zoekende burger ondergaat dus een wet van de ingebouwde vertraging: ja, u voelt, u weet dat het stinkt, maar toch zal het zijn tijd duren en moet u wachten tot ze ook binnen de sp.a vinden dat Claes mag gaan, mits een deal met de CD&V voor de komende verkiezingen.

De farce van de verkiezingen, zeker in Vlaanderen en België, bestaan erin dat wij macht delegeren aan partijen om hun eigen machtsevenwicht uit te bouwen en zo nodig te corrigeren. Ze doen dat traag, omdat macht nu eenmaal leeft van stabiliteit en continuïteit. Aan deze parallelle ‘democratie’ is sinds de 19de eeuw haast geen jota veranderd,- de eeuw dus dat het socialisme zijn intrede deed in het partijpolitieke universum.

Dus neen, geen grote vreugde bij het exit van Hilde Claes, eerder een met droefheid vermengde verontwaardiging omdat ze überhaupt ooit aan de bak kwam, en de klokkenluiders nog jarenlang kon wegpesten tot in de zenuwinzinking. En omdat het een systeem is, een ijzersterke logica, geen exces of anomalie. Wij, kritische burgers, zijn de anomalie en het weg te spoelen zand in het raderwerk.

Ik heb het nu al gehad met de analyses post mortem van de achtbare pers. Vandaag maken we verder nog de politieke doodsstrijd mee van Daniël Termont en morgen die van Johan Vande Lanotte. U glimlacht: allemaal socialisten. Inderdaad: links heeft het spel perfect in de vingers, tot aan het koninginnenoffer. Maar ook de dagen van Liesbeth Homans (NVA) zijn geteld, lees ik in Knack, alsof het een soap gold waarin personages in- en uitgeschreven worden.

De politiek staat niet in het leven maar stelt er zich tegenover, als een grotesk dinotheater dat er ook voor zorgt dat pijnpunten onder de mat worden geveegd en dat echte problemen niet opgelost geraken. En dat is een echt, onvervalst Belgisch fenomeen, dat ook te maken heeft met het onbestaande soortelijk gewicht van dit land.

De ultieme horror voor een republikein komt weer iets dichter bij: Vlaamse politiek die als twee druppels water trekt op de Belgische.

 

Als Groen! zich onderwerpt, moet toch één groene politicus opstaan

HermesVandaag lees ik in Het Laatste Nieuws dat mijn zoon Hermes Sanctorum de partij Groen! verlaat en als onafhankelijke in het Vlaams Parlement zal zetelen, en dit omwille van zijn standpunt over onverdoofd slachten. Hoewel de spanningen daarover binnen die partij bekend waren, kwam het nieuws voor mij zoals voor iedereen als een verrassing.

Hermes en ik hebben altijd onze wegen gescheiden gehouden, wat de openbaarheid betreft. Hij als geëngageerd groen politicus, ik als politiek filosoof en outsider. Maar op dit moment raken die lijnen elkaar natuurlijk wel, en kan ik alleen maar mijn steun uitdrukken voor zijn moedige beslissing.

Het stond in de sterren geschreven dat verschillende partijen uit de kwestie van het onverdoofd slachten wel garen zouden proberen te spinnen, maar dat op de achtergrond vooral met ‘de handrem’ zou worden gewerkt via allerlei vertragingsmanoeuvres die zo kenmerkend zijn voor ons politiek theater. Ook de bevoegde Vlaamse minister Ben Weyts (N-VA) heeft dit spel handig gespeeld door wel in woorden het onverdoofd slachten af te wijzen, maar tegelijk ook de ‘politieke onhaalbaarheid’ vast te stellen.

Ik heb dat in een Doorbraak-artikel (“Sharia for Flanders”, 30/6/2016) ook aangestipt. De Raad van State mocht eerst concluderen dat het verbod tegen de godsdienstvrijheid indruist, en daarna zou er een bemiddelaar in het veld gestuurd worden, een zekere Piet Vanthemsche, in een vorig leven voorzitter van de Boerenbond, nu niet direct iemand die met dierenwelzijn begaan is.

Al deze manoeuvres hadden slechts tot doel om de vis (of in dit geval: het schaap) te verdrinken om zo de moslimgemeenschap (en bij de N-VA beslist ook de Joodse gemeenschap) niet te bruuskeren. De Groenen hebben de kool en de geit willen sparen, maar capituleren uiteindelijk voor het moslim-electoraat. Deze knieval is eigenlijk ongezien, en doet onwillekeurig denken aan de titel van Houellebecq’s recentste boek “Soumission” (onderwerping).

Levensmystiek

De materie van het dierenwelzijn gaat niet zomaar over koetjes en kalfjes, of poedels met een strik. In de Europese traditie loopt er langsheen het humanisme ook een bredere, en zeker door de Oosterse filosofie beïnvloede stroming die respect voor het leven ziet als hét kenmerk van beschaving, en de mens als onderdeel maar niet de heerser van een biologische totaliteit. Dat principe gaat lijnrecht in tegen de monotheïstische offerreligieën die de mens zien als kroon op de ‘schepping’, waarin een mannelijke god zich affirmeert en ook zijn mannelijke gestalten op aarde uitzet.

De islam is momenteel de meest prominente vertegenwoordiger van deze geweldreligie. Ze gebruikt niet zomaar geweld, ze i s geweld, essentieel, vanuit de religieuze hardcore. Het Jodendom is discreter, het Christendom rekkelijker, maar alle drie zijn ze historisch verbonden binnen deze oerideologie van het Abrahamitische offer.

Het empathisch besef dat dieren lijden (iets wat de rationalist en theïst René Descartes absoluut niet begreep) is op die manier ook politiek, zij het niet partijpolitiek: als we onze relatie met de natuur niet diepgaand herzien, zowel intellectueel als emotioneel, is er voor de mens op deze planeet geen plaats meer. Het mededogen is geen melig sentiment maar een emotionele vertaling van een politiek-filosofische wereldbeschouwing die we o.m. bij Arthur Schopenhauer terugvinden, en die ook in de opera Parsifal wordt gecelebreerd, een werk dat Hermes en ik als Wagnerliefhebbers heel goed kennen.

Natuurlijk hoeft niet iedereen van de slag vegetariër te worden, ik ben het trouwens ook niet. Toch heeft Vlaanderen nood aan een brede groene stroom die de moderne behoefte aan levenskwaliteit (gezondheid, onthaasting, solidariteit en zorg) terug verbindt met die oude Europees-Oosterse levensmystiek, waarvan de mens-dier-relatie een cruciaal symbolisch aspect is, en die zich soms veruiterlijkt als een rebels anti-materialisme. Agalev-stichter Luc Versteylen had die inspiratie ongetwijfeld, hoe vrolijk me zich ook maakte over zijn geitenwollen sokken. Maar gaandeweg is de partij, omgevormd tot Groen!, opgeslorpt door het raison politique, heeft de voeling met de onderstroom verloren, en is dus uiteindelijk gevallen voor een ideologie die totaal ingaat tegen vernoemde filosofie van het grote mededogen. Ik wil het niet eens herleiden tot het gegeven van de Turks-Belgische voorzitster en moslima Meyrem Almaci. De bocht is al veel vroeger gemaakt, en Hermes Sanctorum, in de eerste plaats wetenschapper én pleitbezorger voor dierenwelzijn, heeft zich in die partij om die reden nooit echt thuis gevoeld.

Ik ben, als ik dat voor één keer mag zeggen, fier op zijn consequente beslissing, en kan alleen hopen dat hij voldoende steun en medestanders vindt om, samen met andere dissidenten als Luckas Vander Taelen, een nieuwe Vlaams-groen-sociale beweging in de steigers te zetten, die misschien eindelijk ook eens de noties identiteit, autonomie en oikos durft te beklemtonen, het verlangen naar herkenbaarheid en thuisgevoel.

Als men zich in de lijn van een partij niet meer herkent, moet men durven breken en gaan voor een nieuw verhaal: een kostbare les voor alle Vlaamse en Belgische dagjespolitici.

 

Wat ons het Spaghettimonster leert

Misschien moeten we, weg van het hokjesdenken en de stereotypen, de wereld minder ideologisch en meer ‘vloeibaar’ zien…

flyingspaghettimonstervinci

Op deze eerste septemberdag wil ik de schoolgaande jeugd voor één gevaar vooral waarschuwen: voor de leerkracht, en meer bepaald het leerboek dat hij/zij hanteert, waarin onze veranderlijke wereld wordt bevroren tot een museum van veralgemeningen, definities, begrippen, in de filosofie ook wel universaliën genoemd.  We zijn vanuit de taal zo gewoon om de wereld in te delen in vaste categorieën, dat we niet beseffen hoeveel we daarmee verliezen. In de antieke filosofie, tot en met Wittgenstein en de moderne logica, bleef het dan ook een onbeslechte strijdvraag: kunnen we een appel en een peer samenvoegen tot het begrip ‘fruit’, en bestaat dat begrip, los van de afzonderlijke appelen en peren? Plato geloofde vast dat er echt fruit aan de bomen hing, Aristoteles hield het bij de afzonderlijke vruchten, de particularia, die zelf ook weer willekeurige vormen zijn waarin we de wereld willen zien. Plato was de man van de vastigheid en het unitarisme, Aristoteles zag vooral het wisselende en het meervoud,- iets wat Herakleitos veel vroeger voor hem al had verwoord: panta-rhei (“alles vloeit”).

Het is natuurlijk handig om afzonderlijke dingen te groeperen, teneinde doorheen de bomen het bos te zien. In ons denken is de neiging tot universaliseren dan ook heel hardnekkig aanwezig. Het zou een van dé kenmerken zijn van menselijke intelligentie.

Maar tegelijk doet dat abstractievermogen ons ook wegkijken van de werkelijkheid. We spreken zomaar over dé appel, hét fruit, de pc, dé auto, dé consument, dé pedofiel, maar ook dé middenstand, hét onderwijs, hét terrorisme, dé politiek, dé wetenschap, dé godsdienst. We plakken etiketten, maken categorieën en categorietjes dat het een lieve lust is. Heel ons taalsysteem is erop gericht: men kan niet voor elk individueel object een naam verzinnen, dus gaan we vereenvoudigen en de verschillen weggommen.

Van Mozart tot Fabre

Eeuwenlang heeft dat systeem goed gewerkt, tot en met de Verlichting en de moderniteit. Maar vandaag zitten we in het slop, gevangen als we zijn in onze eigen categorieën. Lees de sociale media en besef: het gros van de mensheid, van links tot rechts, stopt alles in vakjes, denkt in door de media voorgekauwde schablonen en gemeenplaatsen, generaliseert er maar op los. Van Nice tot Oostende is er de terreur van de boerkini en de zegen van de bikini, een Afghaanse moslima is beklagenswaardig en Goedele Liekens een geëmancipeerde vrouw, en alle asielzoekers terroristen-in-spe. Allemaal juist, maar wat hebben we aan deze platitudes?Laat ons eens focussen op de verschillen in plaats van op de gemeenschappelijke kenmerken. En wat blijkt? Niets is zo verschillend van een moslim als een andere moslim, als men echt voorbij het stereotype gaat kijken dat –het weze duidelijk- die mensen zelf als groep omarmen, dolgedraaid als ze zijn door hun ideologische brainwashers. Het etiket dekt de lading niet. Er bestaan met andere woorden geen moslims, zoals er ook geen christenen bestaan, of Vlaams-nationalisten, of alcoholisten.

Ik heb dat inzicht verworven toen ik met mijn tweede levenspartner huwde, en haar in het begin ‘mijn tweede vrouw’ noemde, waardoor ze nr 2 werd na nr 1 in de categorie “echtgenotes van”. Tot ik besefte dat je partners niet kunt vergelijken en dat het woord ‘vrouw’ in de twee contexten iets helemaal anders betekent. Pas toen begreep ik dat je naar het enkelvoud moet gaan, de eigennaam en niet de verzamelnaam. De taal heeft maar één woord voor vele dingen, maar die dingen trekken zich daar niks van aan. Niets komt terug en alles is anders: wie daarmee niet om kan, staat veel teleurstelling en misverstand te wachten.

De tweede keer dat ik dat besefte, was toen ik een opvoering bijwoonde van een ‘opera’ van Jan Fabre, genaamd Tragedy of a Friendship”. Heel de tijd dacht ik: “dit is toch geen opera?” – En inderdaad: wie Mozart, Wagner of Verdi in het achterhoofd had, begreep er niets van. Het had noch met de 18de eeuwse, noch met de 19de eeuwse kunstvorm wat te maken, maar eerder met de Youtube-creativiteit van de eerste de beste copypaster. Niets mis mee. Ook Mozart, Wagner en Verdi deden totaal verschillende dingen die weliswaar onder de noemer ‘opera’ ten tonele werden gevoerd.

Idem dito voor alles wat cultuur, kunst en wetenschap aangaat: niets is hetzelfde en alles gebeurt maar één keer. Sommige kunstencyclopedieën beginnen nog altijd met de rotsschilderingen van Lascaux, om dan via Michelangelo en Van Gogh bij Tuymans te belanden. Onzin natuurlijk: het zijn vier totaal verschillende verschijnselen van menselijke activiteit met zeer verschillende drijfveren en output, die voor het gemak, maar zeer verwarrend, allemaal het etiket ‘kunst’ hebben gekregen.

Een verzameling dode vlinders

Ik zou zo nog eindeloos veel voorbeelden kunnen opnoemen: we zijn geleerd, gedresseerd om abstracties te maken die dan op de particuliere dingen worden geprent als een brandmerk,- de fatale Platonische erfenis. En zo komt het bijvoorbeeld dat in alle actuele debatten de gemeenplaatsen, verzamelwoorden en containerbegrippen verheersen. De naam dus, niet het ding op zich.

In het actuele debat over godsdienstvrijheid gaat men er bijvoorbeeld zomaar van uit dat men alle godsdiensten over één kam kan scheren, maar is dat wel zo? Kan men een wet bedenken op maat van het Christendom, de Islam, het Boeddhisme, de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster? Bestaat religie als algemeen verschijnsel? Of is het een vlag voor heel verschillende ladingen? Bestaat dé wetenschap? Bestaat dé mens? Of is ook dat het ultieme containerbegrip voor acht miljard individuen die biologisch wel onderling verwant zijn (met het varken trouwens ook), maar voor de rest elk een eigen universum uitmaken? Ja dus: de wijsgeer-in-de-ton Diogenes voelde het al aankomen toen hij met een lantaarn de straten afschuimde op zoek naar dé mens.

En zo kom ik weer uit bij het niet-indoctrinerende onderwijs dat ons moet verlossen van de Platonische waan. Misschien moeten we nu de tegenbeweging maken, en ons opnieuw afvragen of we niet een hele hoop abstracties hebben gecreëerd die ons waarnemingsvermogen helemaal hebben vervormd. Terug vanuit het particuliere gaan denken dus, het enkelvoud, de dingen uit hun verband durven halen. Ik wil dus weten wat de moslima X op tijdstip Y in een boerkini doet, of niet doet, zonder dat ik er de Kruisvaarten en heel de Koran moet bijsleuren. Vergeet Rudi Vranckx, Sam Van Rooy en andere interpreten. De geschiedenis leert ons hier niets, integendeel, ze is een dwaalspoor in een wereld die constant verandert en functioneert als een fluïdum.

Het failliet van het eenheidsdenken, de afgang van het eeuwenoude idee dat je verschijnselen, individuen en objecten in min of meer vaste containers kunt opslaan en van daaruit de wereld bekijken, is voor elke macht een enorm probleem. Maar voor het observerende, kritische en agerende individu betekent het winst. Ik zou graag hebben dat deze postmoderne visie van de beweeglijkheid en de verandering wat meer in de geesten leefde van diegenen die zich opwerpen als opiniemakers, spelers in het publiek debat, leerkrachten, intellectuelen.

Stop met de oogkleppen, de clichés en de containers. Partijen zijn de facto ten dode opgeschreven, het zijn vleesgeworden stereotypes. Idem dito voor vakbonden, kerken, denktanks, facebookgroepen, socio-culturele koepels van gelijkgezinden. Maar ook wetenschappers zullen de enorme paradigmaverandering moeten accepteren: wat ons het Spaghettimonster leert, is, dat het bevriezen van de realiteit, als een verzameling dode vlinders, een belachelijke onderneming is.

Met dank aan de kwantummechanica: als je ‘het’ ziet, is het al weer weg.

Out-of-game: over zorg in de wegwerpmaatschappij

Het is een trieste realiteit: we leven alsmaar langer en de medische technologie vordert met rasse schreden (“binnenkort iedereen 150 jaar!” las ik zopas nog als krantenkop), maar we weten geen blijf met de grijze massa die op die manier gestaag groeit en een blok aan ons been vormt. O ja, er zijn de luxueuze zorghotels voor vermogenden en wie een mooie spaarpot heeft aangelegd, maar het gros vegeteert weg als een subproletariaat in onderbemande instellingen waar de bejaarden om zes uur te slapen worden gelegd en in hun eigen uitwerpselen blijven liggen, of bij ziekte dagenlang geen dokter zien.

In De Standaard van het voorbije weekend luidt een verpleegster de alarmbel: wie in een modaal rusthuis zit, mag elke vorm van levenskwaliteit vergeten. Het zijn ondergesubsidieerde sterffabrieken die het euthanasiethema op een cynische wijze terug actueel maken: ben je niet beter af met het ultieme pilletje dan met een lang gerekte doodstrijd?

Out-of-game

pokemonSinds ouderenzorg in 2004 een Vlaamse bevoegdheid werd, is de situatie duidelijk verslechterd: wat we zelf doen, doen we beter? Niet dus inzake solidariteit en sociale zorg. Onder impuls van de N-VA heeft Vlaanderen gekozen voor een rechtsliberaal recept dat de rol van de overheid afbouwt en iedereen het maar zelf moet zien te redden. Deze tea-party-inspiratie van Vlaanderen’s grootste partij weeg enorm op het perspectief van een Vlaamse staatsvorming die sociaal en ecologisch nieuwe bakens zou kunnen uitzetten: de N-VA is met die staatsvorming dan ook niet meer bezig.

Echter, de achtergrond van het zgn. vergrijzingsprobleem is niet alleen economisch maar ook cultureel en mentaliteitsgebonden. Het nieuwe egoïsme heeft onder meer te maken met een ander tijdsperspectief, een enorme focus op het digitaal geserveerde hier en nu dat geen beschouwelijke afstand meer toelaat.

En neen, ik zal niet nog eens gaan jammeren over het op de tocht staande geschiedenisonderwijs in de middelbare scholen. Maar het feit blijft natuurlijk wel dat een hoop tieners en jongeren niet weet wie Adolf Hitler was, en dat het hen ook geen bal kan schelen. De tijd is het nu, waarin alles moet gebeuren. Het verleden is voorbij en de toekomst is science-fiction.

De totale vermarkting en de hypecultuur zorgen ervoor dat alles onmiddellijk moet geconsumeerd worden en even daarna vervluchtigt. In dit postmodern universum is er nooit tijd, alleen tijd tekort. Hypes en rages als Pokemon duiken op en verdwijnen. Niet de inhoud van het spel zelf vormt het probleem (spelen doen we allemaal, wist de historicus Johan Huizinga), wel de manier hoe de hypes onze biologische klok aanporren om met korte omlopen en steile curves het leven van een ééndagsvlieg te beleven. Altijd worden ze economisch gestuurd, vanuit winstbejag, maar op een of andere manier gaan ze ‘viraal’ en worden kortstondig als cultuur geconsumeerd door de hippe, actieve intellectuele middenklasse van dit universum: wie niet meespeelt, leeft gewoon niet, en is klaar voor wat eufemistisch een ‘rusthuis’ wordt genoemd. De wegwerpmaatschappij gaat dan niet alleen over goederen en waren, maar ook mensen, zieken, minderwaardigen, inactieven.

En zo zijn we weer bij de vergrijzing en de vraag wat een collectief geheugen nog betekent, waar een oudere generatie dan voor zou staan. Niets dus. Iemand van vijftig is al out-of-game, iemand die ‘met de tijd niet mee is’, het spel niet meer begrijpt, en vanaf dan als een parasiet materieel onderhoud vereist. Een pure sociale kost.

Kort en rap, ook in cultuur

Alles wat langzaam, gerekt, afstandelijk of duurzaam evolueert, is nefast voor deze gefragmenteerde cultus van het moment. De liefde bijvoorbeeld, die een soort traagheid van het leven eist, alsof het eeuwig was. Gevoelens van herkenning, verbondenheid, dingen altijd opnieuw willen doen alsof het altijd de eerste keer was, maar ook evolueren, groeien: ook daarmee heeft de hypecultuur korte metten gemaakt. De snelle date op een roetsjbaan is het nieuwe normaal.

Idem dito voor zogenaamde quality time die ons in de reisfolder wordt aangeboden: de trip met een spotgoedkoop vliegtuig naar een trendy bestemming, eventueel om zich lazarus te zuipen, is de dominerende focus. Ook vakantie en vrije tijd zijn gewijd aan de vluchtigheid en de obsessie om vooral geen tijd te verliezen. “Onthaasting” is een belachelijk begrip geworden, ook al spenderen we uren in de file.

Kunst dan, als ultiem verzet tegen de snelheid en het ééndagsperspectief? Ach, de cultuursector ondergaat genadeloos de sociologische wet van het algemene tijdsdeficit. Ze accepteert het ook, als een gegeven, in plaats van er tegen in te gaan. Kunstenaars als Wim Delvoye, Jan Fabre en Arne Quinze kennen perfect hun plaats in het systeem: als quasi-rebellen plaatsen ze ludieke, soms groteske uitroeptekens in een tekst die bij nader inzien uit woorden bestaat zonder zinnen. Ze functioneren binnen een markt, als marktleiders, en eisen hun deel van de koek op in de algemene hypecultuur, door steeds weer te verrassen en voor kicks te zorgen, om dan weer snel te vernieuwen.

Het zijn de artiesten zelf die de pokemonisering van wat we voorheen ‘cultuur’ noemden, in gang zetten, bevreesd als ze zijn om onmodieus te worden en in het rusthuis/sterfhuis terecht te komen. De gerenommeerde klassieke pianist Stephen Hough heeft onlangs gepleit voor kortere concerten: niet twee keer een uur met een pauze, zoals gebruikelijk, maar één uur  en dan weg, op naar de volgende sensatie.

En raar maar waar, kampioenen in de goede smaak zoals Klara-presentator Fred Brouwers, treden hem in Het Nieuwsblad bij: het moet korter en rapper. “Soms zit ik op een concert en dan denk ik: dit duurt véél te lang”. Kon Fred dan vroeger een avondvullende performance wél smaken? Of kon hij toen al, als boegbeeld van cultureel Vlaanderen, na een uur een geeuw nauwelijks onderdrukken? Of… is ook Fred Brouwers door de Pokemonhype bevangen?  Hoe dan ook, hapjes en snelle snacks zullen het cultuurbuffet bevolken, met de vijf-minuten-clip als absoluut model, en het concentratievermogen van een vierjarige kleuter als referentie.

Op de cultuursector hoeven we dus niet te rekenen, als het gaat om geheugenverlies en cultus van de oppervlakkigheid. Het feit dat zo’n jonge verpleegster dan een brief schrijft naar de krant, om de wantoestanden in de ouderenzorg aan te klagen, vind ik dan weer hoopgevend, en het bewijs dat zo iemand een decadente culturo als Fred Brouwers vele malen overklast. Een hectische maatschappij die louter drijft op het vluchtige, en elke vorm van meditatie of bezonkenheid als tijdverlies wegzet, wordt ook een liefdeloze samenleving die aan haar eigen stress kapot gaat.

Misschien moet het vrijwilligerswerk wel opgewaardeerd worden, en zou een algemene stage in de zorgsector voor jongeren bevrijdend kunnen werken. Alleen al het besef dat het leven meer is dan Pokemonjacht en korte kicks: een therapie die langs twee kanten werkt, dat moet zelfs de grootste cijferneukers kunnen bekoren.

Erdogan-Poetin-Trump: is een groteske mannentrojka in de maak?

troijkaGisteren heb ik me voor de allerlaatste keer- ik zweer het- aan Rio(ol)journalistiek bezondigd door het blauw oog van Dirk Van Tichelt onder de microscoop te leggen. Vandaag gaat alle aandacht weer naar het echte leven, en meer bepaald naar meta-olympisch judokampioen Vladimir Poetin, de man die Recip Erdogan momenteel om zijn vinger windt en zijn voorkeur voor presidentskandidaat Donald Trump onomwonden heeft uitgesproken. Een liefdesverklaring die overigens meteen door Trump werd beantwoord. En jawel, in juli sprak Donald zijn waardering ook uit voor Erdogan en de manier hoe die de putsch had aangepakt. Ga spelen, Hillary, dit is voor mannen.

Russisch gas door Turkije of niet, Assad erop of eronder, allerlei strategische berekeningen gaan door het meesterbrein van de Russische president, en hij hoeft niemand rekenschap te geven of in zijn kaarten te laten kijken. Het ziet er hoe-dan-ook steeds meer naar uit dat  een wereldtriumviraat in de maak is, met Poetin als slimste, Erdogan als brutaalste, en Trump als grappigste. Dat laatste is niet onbelangrijk: doorgaans wordt Donald Trump, vooral in het zieltogende Europa, als een kansloze nar beschouwd. Onterecht. Als alleenstaand fenomeen zou Trump inderdaad een pathetische clown zijn (Hitler was dat ook), maar het is nu net via de superviriele driehoek met Poetin en Erdogan dat hij in de internationale context een vitale rol speelt van opgeblazen comedian en verbale wildplasser.

Versoaping

We onderschatten doorgaans persoonlijke affiniteiten en synergieën op het toneel van de wereldpolitiek. Hitler, Stalin en Mussolini zijn niet alleen aan de macht gekomen vanuit hun eigen versnelling, maar ook doorheen de rijzende sterren van hun tegenspelers of bondgenoten. Ze helpen elkaar, negeren elkaar, verraden elkaar, maar ondertussen schrijven ze geschiedenis en houden de tragikomedie zo lang mogelijk vol, gewoonweg omdat zij de protagonisten zijn en omdat de geschiedenis nu eenmaal grote verhalen nodig heeft.

Grote verhalen waaraan kleine mensen sterven, dikwijls gruwelijk afzien, maar dat worden achteraf faits divers. We hebben drie super-ego’s nodig voor een goed verhaal, en we zullen ze krijgen: de protagonist, antagonist en de tritagonist van het antieke Griekse theater. En zo wordt de trojka Poetin-Erdogan-Trump onafwendbaar de nieuwe cast van een 21ste eeuwse politieke soap. Elke dag weer nieuwe afleveringen van een boeiende plot vol intrige, bluf, machtsontplooiing, leugens, allianties, waar prutsers als IS, geloof me, geen kans tegen maken. De Russische president is de spin in het web, de koele schaakmeester en judoka, maar er is een groteske sultan nodig en een steenrijke populist om het web überhaupt zijn spankracht te geven. De ene speelt schaak, de tweede triktrak, de derde poker. Maar één spel delen ze alle drie in perfecte verstandhouding. Voorbij alle ideologische tegenstellingen vinden ze elkaar rond dezelfde ‘Wille zur Macht’ en de bereidheid om dat principe met enkele tegenspelers van formaat te delen.

Dit spelkarakter van de wereldpolitiek, louter gebaseerd op een interpersoonlijke dynamiek tussen potentaten, zou men als het vervolg kunnen zien op het zogenaamde “einde van de geschiedenis” dat door de Amerikaanse politieke denker Francis Fukuyama werd afgekondigd (“The End of History and the Last Man”, 1992), in de nasleep van de val van de Muur die net vandaag 55 jaar geleden werd opgericht.

Er is in feite nooit een geschiedenis geweest, zoals Hegel dacht dat ze functioneerde: als een noodzakelijk proces waarin de mens en de maatschappij zich bewegen naar een punt van totale vervulling en eenheid met de ‘wereldgeest’ (Marx zou daar de communistische heilsstaat van maken). Neen, er is geen vooruitgang of achteruitgang, er is gewoon strijd om de macht die kristalliseert tot een politiek heelal waar grote galaxieën rond elkaar draaien, en waar geen plaats is voor mietjes of dwergsterren.

Voorbij alle ideologische tegenstellingen vinden ze elkaar rond dezelfde ‘Wille zur Macht’ en de bereidheid om dat principe met enkele tegenspelers van formaat te delen.

Het triopolie Poetin-Erdogan-Trump is er voor elkaar en tegen elkaar, vandaag zeggen ze a en morgen het omgekeerde, maar ze acteren met brio en zorgen voor wereldnieuws, niet onbelangrijk in dit postmodern mediatijdperk. (De directeur van tv-zender CBS over Trump: ‘It may not be good for America, but it’s damn good for CBS’). Het is daarom zinloos om hen te bekritiseren vanuit oudmoderne Verlichtingsprincipes (waarheid, oprechtheid, vrijheid, gelijkheid, democratie, mensenrechten…). Men moet hen puur beoordelen op hun mediawaarde, acteervermogen en wederzijdse empathie, en daar is geen enkele discussie over.

Tenzij Hillary Clinton, geboren Hillary Rodham, toch haar slag zou thuishalen en het mannenfeestje afblazen. Niet dat ze voor hen moet onderdoen in sluw opportunisme en machtsdenken. Toch zou het een wereld van verschil maken, alleen al beeldmatig: twee übermacho’s die met een vrouw in het Witte Huis opgescheept zitten. Misschien krijgen we dan wel een alternatieve trojka (echte mannen zullen zeggen: koffiekransje) Clinton-Merkel-May die toch wat tegengas kan geven aan de brutale confrontatielogica die deze planeet steeds meer in de greep houdt.

De strijd Clinton versus Trump is dus in meer dan één opzicht historisch. Wie haalt het? Tot acht november duurt de suspens, om het nog maar eens in epische termen te stellen.  Gelukkig is er nog vakantie tussendoor, om de cliffhanger even uit ons hoofd te zetten.