Maandelijks archief: december 2005

De strijd om het Hoegaardse Witbier gaat niet alleen over jobs

Over bier, identiteit, symbolen en (anti-)globalisme.

Eerst zag het ernaar uit dat de luitjes van het landelijke Hoegaarden, en ook het personeel van de brouwerij zelf, zouden bdehaene.jpgerusten in de locale tap-toe, m.n. de overheveling van ‘hun’ bier naar Jupiler, door de multinational InBev die het streekbier had opgekocht. Een week geleden echter, halfweg December, kwam ineens drieduizend man op straat –met alle respect, in een gat van niemendal-, en sterker nog: er gingen stemmen op om ter plekke terug de ‘echte Witte’ te gaan brouwen. Zijn we op weg naar de confrontatie? Wat als de Belgisch-Braziliaanse kloon en de échte Hoegaardse elkaar tegenkomen? Als men mij op café de keuze laat, ik zou niet twijfelen. Is er überhaupt plaats voor beide, of wordt dit oorlog? En vooral: hoe groot is de symboolwaarde van het conflict tussen grootschalige moderniteit en kleinschalige traditie, zeg maar de grijze cellen van de boekhouders versus de magie van de gistcellen?

Eerste vaststelling: InBev is niet eens slim volgens de marktlogica. Puur rationeel en marketingsgewijs is het onverstandig om een product dat zo gelinkt is aan eigenheid zoals een streekbier, aan zijn roots te onttrekken. De faam van het Belgische bier is onlosmakelijk verbonden met traditie, diversiteit, specificiteit en dus ook met een zekere schaarste (ook al eens, na uren ronddolen in Heuvelland, van Westvleteren terug weggereden zonder een bak abdijbier?),- maar dat laatste is natuurlijk onverenigbaar met de wetten van de markt, de globalisering, en de op kwantiteit gebaseerde productiewijze. Bier is nu eenmaal emotie en beleving, het flesje, het etiket, het verhaal, de plek van oorsprong. Ironisch genoeg claimt de multinational InBev juridisch alvast de plaatsnaam ‘Hoegaarden’, en abstraheert zo het product letterlijk van zijn bodem. Lees het artikel

Fata Morgana: niet zeuren ,maar doen. En af en toe eens slikken.

De VRT werkt aan de positieve, sociale Vlaming

Met het bekronen van de ‘Grootste Belg’ is er een einde gekomen aan een maandenlange hype rond een volkomen onbenullig en viverhofstadt.jpgrtueel gegeven dat onder de categorie ‘entertainment’ zou kunnen gerangschikt worden, ware het niet dat het concept kadert in een bredere strategie om ronduit naieve, positieve

groepsemoties uit te lokken rond belegen volkshelden. De uitslag deed eigenlijk niet terzake, de context was hoofdzaak: het zoeken van een vlag voor een volkje zonder identiteit. Mijn indruk groeide gestaag dat ‘de Grootste Belg’ vooral een publieke oefening in optimisme was,- of iets brutaler gesteld: een poging om het collectief bewustzijn te herleiden tot trots, bewondering, het apologetisch discours, de identificatie met grote nationale persoonlijkheden, gaande van een gewiekst pillendraaier tot een Gallisch stamhoofd.

Het probleem van dit soort spelletjes is het maskerend, kosmetisch effect; er ontstaat een saturatie voor geluiden uit de samenleving die minder harmonieus klinken, men groepeert zich rond een ludieke consensus van het non-event: het Romeinse ‘Brood en Spelen’, getransponeerd naar de moderne massamedia. In het verlengde daarvan pakte de VRT recent uit met formats die expliciet gericht waren op het accentueren van de ‘sociale cohesie’, een daadgericht, solidaristisch groepsgevoel in een populistische toonaard. Sergio was met Fata Morgana de trendsetter, terwijl momenteel het nog kleffere ‘Allemaal SAM!’ de Vlamingen een rose bril wil aanpassen. De Koning Boudewijn Stichting die het concept bedacht, verwoordt het zo: ‘SAM wil tonen hoe hip sociaal kan zijn, hoe leuk sommige mensen het kunnen maken met weinig, hoe lekker het loopt als je na een half uurtje mopperen de handen uit de mouwen steekt.’   Lees het artikel