Hoe kritisch kan ‘politiek-correcte’ journalistiek zijn?

Achtergrondbedenkingen bij het nieuwe boek van Walter Zinzen

Onlangs verscheen van de hand van de gepensioneerde VRT-journalist Walter Zinzen het boek waarvan de titel klinkt azinzen.gifls een Terzake-aankondiging: “De Wereld is een schouwtoneel. Maar wie doet de regie?”. Zinzen zat na zijn opruststelling blijkbaar nog met een pak eieren die hij in het Huis van Vertrouwen niet kwijt was geraakt. Zoals daar zijn: de particratie, de tanende invloed van het parlement, de woeker van de parallelle netwerken, de neo-liberale ontsporing, de groeiende invloed van de multinationals en de globalisering, het ‘populisme’ van de politici en, last but not least, het zaptijdperk en de commercialisering van de massamedia.

Allemaal heel interessante items, zij het niet echt nieuw of verrassend: veeleer het feit dat ze uit de pen van Walter Zinzen vloeien, maakt zijn boek tot een nieuwsitem-op-zich. Daarnaast bevat zijn vertoog echter een paar opmerkelijke onderstromen die duidelijk maken dat een ‘kritische journalist’, die altijd in een strikt institutioneel kader heeft geopereerd (de openbare omroep), wel degelijk van intellectuele vooroordelen en ideologische premissen vertrekt.

Het loont overigens de moeite, dit boek te herlezen in het perspectief van de voorbije lokale verkiezingen en de opwellingen van ‘politieke correctheid’ die daarmee gepaard gingen.

‘Populisme’

Eerste vreemde vaststelling: voor de gedreven journalist en kuitenbijter Walter Zinzen bestaat er niet zoiets als een ‘mondige burger’ die zelf media, nieuws en duiding met een kritisch oog bekijkt. Het doorsnee-publiek is voor hem labiel, gemakzuchtig, kortzichtig, egoistisch, achterlijk, enkel geïnteresseerd in sensatie, en heeft dus nood aan een sterk en machtig intellectueel middenkader (de journalistiek dus…) dat informeert, stuurt, filtert, de emoties afdempt en tot rationele analyse terugbrengt. Wat Jan Modaal denkt of voelt, wordt in zijn boek dan ook smalend verketterd tot het ‘Gesunde Volksempfinden’, een term waarmee de nazi’s de rechtsstaat trachtten te vervangen door de wil van de partij. Wie toch toegeeft aan de verzuchtingen van het volk is ‘populistisch’, een van dé sleuteltermen in Zinzen’s boek. Hij stelt daarbij met een zeker dédain dat ‘de kiezer niet altijd gelijk heeft’ en dat democratie maar met mondjesmaat mag toegediend worden. Om die reden is Zinzen ook tegen directe democratie, referenda, buiten-parlementaire burgerinitiatieven, en zelfs actiecomités zoals die van de omwonenden rond de luchthaven van Zaventem. Voor Zinzen is het een hoofdtaak van de pers om de burger in zijn politieke keuzes te begeleiden en af te schermen tegen populistische ‘verleidingen’ en oprispingen van ‘groepsegoisme’.

Vanuit dat paternalistisch standpunt is het interessant om het opbod na te gaan van betuttelende signalen vanuit het cultureel establishment (artiesten, schrijvers, journalisten, academici…), in de aanloop van de recente lokale verkiezingen. Het ging om één grote resem waarschuwingen, gericht aan het klootjesvolk, om vooral niet vanuit de onderbuik te stemmen,- lees: buiten het landschap dat de zelfverklaarde ‘democratische partijen’ onder elkaar verkaveld hebben. Heel de opbouw van de 0.10-concerten, Tuymans’ sirenes op donderdagmiddag, open brieven van intellectuelen in de kranten (zoals in De Standaard van 6/10: ‘Oproep aan het lokale beleid’), vertoonde een enorme dosis argwaan tegenover het gevaarlijk-labiele volksgevoel dat in Antwerpen nog altijd goed is voor 33% van de stemmen. De afkeer van het zgn. ‘populisme’ is dus ook een afkeer van het gepeupel, het klootjesvolk dat de opiniepeilers bedot en zich electoraal misdraagt. Zinzen is in wezen een elitair-denkend intellectueel. Daar is niets mis mee, maar het staat wel haaks op de ‘links-progressieve’ kleur van heel zijn gedreven vertoog, tégen de elites, de machtscenakels, de paralelle netwerken. Heel het cultureel establishment in Vlaanderen lijdt aan die schizofrenie, hierin van harte gesteund door de media die zich op ‘kwaliteit’ beroepen, zoals VRT, De Standaard en De Morgen. Waarbij uiteraard steeds weer die ene ‘foute’ partij geviseerd werd. In het geval van Walter Zinzen is dit verdoken elitarisme ongetwijfeld verbonden met de oer-missie van de Vlaamse openbare televisie die in de jaren ’50 het licht zag: volksminnend én belerend, zoals indertijd Hendrik Conscience. En even gezagstrouw en systeembevestigend.

 ‘Politiek correct’

Het brengt me tot de tweede grote lijn van zijn vertoog: Zinzen’s blind geloof in de Belgische constructie en het ‘politiek-correcte denken’, een intellectuele fatsoensnorm die in België samenvalt met een aversie van al wat de instellingen en de monarchie in vraag stelt. Dit vergt enige biografische duiding. Hij behoort tot een (uitstervende) generatie van overtuigde Belgen, die in hun kinderjaren de bevrijdingseuforie hebben meegemaakt (W. Zinzen is van 1937), als pubers in de jaren ’50 rock ’n roll-den, rechtdoor naar het waw!-gevoel van de expo ’58 en de economische hoogconjunctuur van de golden sixties. Aan de voet van het Atomium situeert zich dan de carrière-aanzet van Walter Zinzen én het ontstaansmoment van de toenmalige BRT waar hij na zijn studies Germaanse aan de slag kon. Deze optimistische generatie van Nonkel Bob, Tony Corsari en Armand Pien was vastbesloten om het nieuwe regime –ondanks schaduwmomenten als de koningskwestie en de schoolstrijd- voluit te dragen, als B.V. avant-la-lettre, én als anchor van de staatsomroep. Voor Nonkel Bob misschien niet zo’n probleem, maar wel voor de ‘rebelse journalist’ Walter Zinzen. Zijn kritisch-onderzoekende toon moest zich dus beperken binnen dat institutioneel-maatschappelijk register van de reporter met het statuut van een staatsbediende. Kritisch, maar ’positief’ en ‘constructief’. Niet buiten de lijntjes kleuren dus.

En deze ‘bureaucratische’ voorgeschiedenis zweemt duidelijk door ‘De wereld is een schouwtoneel…’ : Zinzen betoont een veel te grote inschikkelijkheid tegenover het (politiek-gelegitimeerde) machtsapparaat. Hierdoor verwart hij ‘kritische journalistiek’ met ‘politiek-correct denken’, en dat is in onze tijd bijna een paradox. In de nasleep van Dutroux en de Witte Mars, en met het aantreden van groen-paars na de ‘dioxine-verkiezingen’ van 1999, werd die simplistische verwarring zelfs een dogma en zonder meer de overlevingsstrategie van heel het politiek-economisch-sociaal netwerk dat zich aan de Belgitude had vastgeklampt. Het is de vlucht-vooruit van het politiek-cultureel establishment en de tirannie van het politieke centrum. Hierin gingen ‘communicatiespecialisten’ à
la Noël Slangen een steeds grotere rol spelen, net omdat de inhoud totaal ondergeschikt werd aan de vorm (ook over politieke marketing en het fenomeen Slangen geen woord in Zinzen’s boek…). Met het gevolg dat, anno 2006, ‘politiek-incorrect’  in Vlaanderen bijna een geuzentitel geworden is voor een brede laag van denkers en publicisten, die de historische analyse hebben gemaakt dat de Belgische staat een voorbijgestreefd verschijnsel is. En dat het hele kluwen van politiek, cultuur en media dringend van buitenuit moet (her-) bekeken worden. De ‘anti-establishment’-attitude dus, die niet persé regimevijandig of anarchistisch is, maar alleszins wel fundamenteel-kritisch, analytisch ‘tot op het bot’, en zonodig breukgericht werkt.

Dat het gros van de VRT-journalisten zich nog altijd gedraagt als staatsbedienden en veel te vriendelijk is voor de ‘zittende macht’, is dan ook een probleem dat in Zinzen’s boek tussen de plooien valt: de irritante vooringenomenheid van Siegfried Bracke in de voorbije verkiezingsshows, het ergerlijke gesmoezel off-the-record van Ivan de Vadder met de premier, de hilarische vreugdedans van Janssens-aanhangers én VRT-journalisten op de Antwerpse Grote Markt, die avond van 8 Oktober. Zonder twijfel allemaal heel ‘politiek-correct’. Maar journalistiek op het ranzige af. De échte rebellen zoals Daniel Buyle, die met het establishment wél een probleem hadden, werden trouwens op tijd en stond verwijderd,- ook daarover zwijgt Zinzen in alle talen.

En ja, uiteraard is de ex-journalist tegen het Belang en voor het cordon. Met het juridisch maatwerk dat de politiek op het toenmalige Vlaams Blok toepaste, heeft  hij geen moeite, dat is ‘democratisch’ en ‘politiek-correct’. Maar het feit dat er in 2002 stemmen opgingen om de Arabisch-Europese Liga, die toen met patrouilles de straat terroriseerde, strafbaar te maken, dat vindt hij dan weer onrustwekkend en een aantasting van de democratische grondrechten.  Ik vraag me overigens af, wat Zinzen zou denken van de audiëntie die de koning aan Patrick Janssens verleent. Toevallige samenloop? Of een ‘politiek-correcte’ overwinningsceremonie?

Conclusie: hoe veel waardering ik ook heb voor de interviewstijl van onze op rust gestelde Terzake-journalist,- toch getuigt het boek ‘De wereld is een schouwtoneel…’ van een enigszins gedateerde, zelfs archaische visie op maatschappij, politiek, media en communicatie. Aan zijn critisch-gedreven vertoog hangen nostalgische brokken van een oud etatistisch verhaal, waarin een intellectuele bureaucratie via die ene openbare omroep aan volksverheffing deed en zich ook als elite onderscheidde. Het boek biedt, als journalistiek testament, stof tot nadenken over al die onderwerpen –dat is het positieve punt-, maar dan wel buiten de scope waarin het zich zelf heeft opgesloten. De ‘media’ zijn immers meer dan de VRT, VTM, De Standaard en de Morgen. Net zoals politiek bewustzijn ook niet te herleiden valt tot de partijpolitieke machtsrethoriek. Alleszins miskent hij dat wat, misschien wel in de nabije toekomst ‘de vijfde macht’ kan worden, noem het maar de kwintessens van heel het verhaal, namelijk de mondige burger zelf, die zich geen knollen voor citroenen laat verkopen, niet door de politiek, niet door de reclame, niet door de communicatiestrategen, en dus ook niet door ‘de media’.  Deze emancipatie speelt zich grotendeels af via nieuwe media zoals internet, de burgerjournalistiek, de weblogs… allemaal fenomen waar Walter Zinzen –met alle respect- misschien net iets te oud voor is. Mensen willen vandaag zelf naar de stukjes op zoek gaan en de puzzle ineensteken. Dat is zonder meer een overwinning voor de democratie. De argusogen, waarmee de ‘klassieke pers’ dit fenomeen bekijkt, is daar een bevestiging van.

Advertenties

4 Reacties op “Hoe kritisch kan ‘politiek-correcte’ journalistiek zijn?

  1. Ook deze steengoed. Hoe doet ge het. A propos, Sanctorum, is dat uwe filosofennaam. Of bestaan er echt mensen die zo heten.

  2. Wilfried Pauwels

    proficiat, Ik had graag geweten waar de term “politiek correct” vandaan komt. In De Standaard refeerde men naar een Amerikaanse schrijver, maar ik ben vegeten hoe hij heet,
    In alle geval, gefeliciteerd met wat U schrijft, Wilfried.

  3. Beste
    Over de oorsprong van de term politieke correctheid bestaat geen consensus. Sommigen herleiden het gebruik ervan tot rechter James Wilson die meer dan twee eeuwen geleden bezwaar aantekende tegen het gebruik van de uitdrukking ‘The United States’ in plaats van ‘People of The United States’. Met betrekking tot de uitdrukking ‘The United States’ schreef hij in 1793 de woorden “this is not politically correct”.
    Dan is er ook nog Weir die zich baseert op andere bronnen stelt echter dat de term afkomstig is uit de Engelse vertaling van het boek van Mao Tse-Tung, “On the Correct Handling of Contradictions among the People” van 1966. Zij stelt in dit verband: “Mao identified the rooting out of contradictions among the popular masses with the democratic method of persuasion, discussion, and education; through this method the masses would discover ‘correct ideas'”.
    Anderen, zowel in Amerika als in Canada, zoeken de wortels van de term politieke correctheid in het radicalisme van de zestiger en zeventiger jaren. In deze periode groeide het verzet van activisten tegen de ‘white male power structure’, of de zogenaamde ‘patriarchale hegemonie’ die eeuwen lang de Westerse samenlevingen had gedomineerd. Later werd de term door linkse stromingen sarcastisch gebruikt om zichzelf te bekritiseren wanneer sommigen uit de eigen kring radicale standpunten verkondigden.
    Politieke correctheid is grotendeels geïnspireerd op het gedachtegoed van de marxistische, neo-marxistische of cultureel marxistische denktank de Frankfurter Schule, die voor oog had om het marxisme niet, zoals in de Sovjet-Unie, door revolutie te realiseren, maar door het promoten van een neo-marxistische cultuur. De eerste grondslagen voor deze stroming werden vlak na de eerste wereldoorlog reeds gelegd.
    Politieke correctheid wordt daarom ook cultureel marxisme genoemd, een aanduiding die vooral onder tegenstanders populair is vanwege de vermeende negatieve bijklank van marxisme en de vermeende waarschuwende invloed die uitgaat van deze, volgens tegenstanders beter de kern van het gedachtengoed beschrijvende, aanduiding.
    In ruimere zin wordt met politiek-correctheid ook wel verwezen naar het linkse, op repressieve tolerantie gebaseerde gedachtegoed dat vanaf de jaren zeventig de Nederlandse politiek heeft gedomineerd. De term wordt dan vooral badinerend gebruikt voor diegenen die dit gedachtegoed op een dogmatische manier aanhangen, zonder oog te hebben voor de keerzijden. Ook klinkt in het gebruik van de term vaak het verwijt van onoprechtheid door: iemand die een politiek correct standpunt inneemt zou dit vooral doen om bij een
    Kritische denkers zoals Johan Sanctorum hebben de stelling ontwikkeld dat bij ons de term een zeer specifieke geladenheid heeft gekregen, door de associatie van links-progressief met het Belgisch staatsconservatisme. Hierdoor worden een hele hoop thema’s onbespreekbaar en als ‘extreem-rechts’ gestigmatiseerd, gewoonweg omdat ze de Belgische constructie in vraag stellen. Zie hiervoor ook Sanctorum’s spraakmakend artikel op zijn webstek: ‘Al wie dit leest, is een racist’.
    Ziezo, hopelijk heeft dit enige opheldering gebracht

    R. Wilmeers, historicus

  4. Johan

    Via “Belgische paranoia (bis) hier terechtgekomen.
    R. Wilmeers verwijst in zijn reactie naar uw artikel: “al wie dit leest, is een racist”. Dit staat nog op uw artikelenlijst maar bij het aanklikken krijg ik de melding dat ik iets zoek wat niet bestaat.

    Is dit nog ergens te lezen? U hebt mijn echte naam en ook mijn ander e-postadres op die naam: als u zo vriendelijk wilt zijn had ik graag gehad dat u het mij eens opstuurde.

    Bij voorbaat dank.