Maandelijks archief: mei 2007

Blicke auf Europa

 Hoe het ‘Avondland’ zijn eigen geschiedenis bijkleurt

Het bombaste feestgblicke.jpgedruis rond ‘50 jaar Europese Unie’ is al een tijdje achter de rug, en nu pas komen de smeuige anekdotes boven rond het getouwtrek in de coulissen, typerend voor heel het Europese verhaal. Want deze viering ging vooral over façades en charades, nietszeggende ‘grote’ verklaringen, en… een tentoonstelling in de Brusselse Bozar, die het nobele karakter van de Europese gedachte in de verf moest zetten. Dat alles in het kader van het Duitse voorzitterschap: dit jubileum moest ook weer een stukje Duits verleden witwassen, door terug te grijpen naar de onbezoedelde romantische periode van de 19de eeuw, met namen die klinken als klokken: Goethe, Schiller, Novalis, allemaal bevlogen ‘Europeanen’ die door de nazi’s naderhand op demonische wijze werden misbruikt. Zeggen de geschiedenisboekjes.
 En vermits we nu eenmaal in een beeldcultuur leven, moest de Bozar dit groot pardon voor de Duitse Geist picturaal in de verf zetten. Daartoe werden een aantal 19de eeuwse borstelridders van stal gehaald, zoals Christiaan Gottlieb Schik, Caspar David Friedrich, en Friedrich Overbeck. Nog nooit van gehoord, zegt U? Wel, het is een vrij pover gezelschap dat uiteraard verbleekt bij onze eigen Vlaamse schilderkunst. Terwijl de catalogus ronkt over het ‘nieuwe Europese bewustzijn’ dat deze’ revolutionaire kunst’ uitademt, zag ik vooral gefantaseerd-idealistische landschappen die als kalenderplaatjes niet zouden misstaan, afgewisseld met kleinburgerlijke huistaferelen, lieftallig mediterende maagden, of dichters die volstrekt contextloos voor zich uit staren. Hier klopt iets niet, dacht ik toen. Pas onlangs klapten de curatoren van de expositie uit de biecht,- een ontluisterend verhaal.
Het artikel lezen     Openen in PDF

Advertenties

SEMU, copyright-fetisjisme en institutionele pesterij

Je vraagt aan de nazaten van Einstein toch ook niet of je de relativiteitstheorie even mag gebruiken?  

Al wie ooit wel eens een muziekinstrument ter hand heeft genomen –en ik bedoel dan niet de grote virtuozen en beroepsmusici onder ons, maar de liefhebbers en het jonge geweld dat zijn eerste stappen in de muzische wereld zet- heeft wellicht al met het probleem kennis gemaakt: wie een partituurblad onder de copieermachine legt, begeeft zich in de illegaliteit. Het auteursrecht wordt, dankzij de efficiënte lobbying van grote uitgeversmaatschappijen, zo strikt toegepast dat het de basis van de socio-culturele pyramide (het verenigingsleven, waar de dag van vandaag zoveel over te doen is) en heel het non-profit-netwerk van amateurkunsten dreigt te verstikken. Gingen kunst en expressie niet oorspronkelijk over plezier, passie en zelfontplooiing?De SABAM-problematiek is een oud zeer: het is mettertijd een bureaucratie geworden die het doel met het middel verwart, door agressief optredende “inningsbureau’s” op pad te sturen en te laten snuffelen in jeugdclubs, kleine alternatieve podia, en allerlei spontane opflakkeringen van artistiek genot. Men zou maar eens iets kunnen spelen of draaien waar een of ander genie ‘rechten’ op bezit (het zijn trouwens steevast de maatschappijen die daar beter van worden, zelden de kunstenaar). Het verhaal van de burgemeester van Zulte is legendarisch gebleven: toen voetbalclub Waregem-Zulte in 2006 de beker won, en de burgervader tijdens het feest spontaan naar zijn saxofoon greep, kreeg hij de week daarop een factuur van SABAM in zijn bus. Waar zijn  we in godsnaam mee bezig? Worden een artiest hier armer of rijker van? Of zullen we dit maar onder categorie van institutionele pesterij onderbrengen, om dan te gaan jammeren dat de Vlaming verzuurd is en geen enkele respect meer kan opbrengen voor instellingen en overheid? En wat te denken van de ‘auteursheffing’ die U en ik betalen op elke blanco-cd of dvd, zelfs al branden we daar onze eigenste familiefoto’s op?

De SEMU-praktijken 

 

De laatste jaren is er nog zo’n anomalie opgedoken die opnieuw voor veel ergernis zorgt in het niet-professionele circuit van muziekbeoefenaars. De overheid heeft aan de belangenorganisatie van muziekuitgevers, SEMU (Société des Editeurs de Musique, zoals SABAM is dit weer een Franstalig letterwoord…), het recht gegeven om ‘copielicenties’ te verkopen aan muziekscholen, fanfares, harmonieën, zangkoren etc. Deze beheersvennootschap groepeert slechts een beperkt aantal uitgevers, maar doet zich wel voor als dé enige bevoegde instantie die gerechtigd is om te innen (SABAM doet hetzelfde met componisten: ook als U Uw eigen muziek in het openbaar uitvoert, komt de organisatie ‘innen’, zelfs als U geen lid bent!).Voor elke leerling eist SEMU aan de muziekacademies jaarlijks 7,2 Euro om bladmuziek voor eigen gebruik te mogen copiëren. Fanfares zijn jaarlijks zo’n 1000 Euro kwijt, een muziekschool gemakkelijk 2 à 3000 Euro. Geld dat de overheid als inrichtende macht nota bene zelf moet ophoesten, met dien verstande dat het natuurlijk wordt verrekend in inschrijvings- en lidgelden. SEMU gebruikt daarbij de beruchte intimidatietechnieken van de SABAM-inningsbureau’s: deurwaarders, dreigementen, chantage, en noem maar op. Op kerstavond gaan de inspecteurs, geloof het of niet, op stap om te controleren of er rond de kerststallen wel met originele bladmuziek wordt gezongen, en geen klandestiene copies. Jezusmariajozef. En denk vooral niet dat ‘Stille Nacht’ auteursrechtenvrij is, wegens zo oud als de straat: een gedrukte partituur is een voldoende reden om ‘rechten’ te doen gelden en nietsvermoedende straatzangers te stalken. De muziekscholen en verenigingen zitten met de handen in het haar: zelfs officieel aangekochte partituren mogen niet gecopieerd worden (elke muzikant kan U vertellen dat zo’n partij binnen de kortste keren vol krabbels en aantekeningen staat, waardoor ze eigenlijk maar éénmalig kan gebruikt worden). De schooldirecties, meestal brave lui die zich niet geroepen voelen om te rebelleren, morren wat en dokken dan af. Tijd om de wetgeving eens uit te pluizen. 

Tussen wetten en principes…

In een parlementaire vraag van 23/2/2006 van volksvertegenwoordiger Dany Vandenbossche (SP.A) aan Vlaams onderwijsminister Frank Vandenbroucke, wordt het wettelijk karakter van heel het SEMU-optreden al in vraag gesteld. De beheersvennootschap maakt zich niet alleen ten onrechte sterk als vertegenwoordiger van àlle uitgevers (in werkelijkheid zijn het bijna uitsluitend Belgische), ze lapt ook een Europese richtlijn aan haar laars, die stelt dat copiëren voor didactische en non-profit-doeleinden, of gewoon om een normaal gebruik van het origineel toe te laten, wél mag.  Deze richtlijn van 22 mei 2001, betreffende ‘de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij’ stelt expliciet dat een 21ste eeuwse informatie- en kennismaatschappij niet kan functioneren als gedrukte of digitale media niet vrij mogen cirkuleren en gereproduceerd worden binnen bepaalde niet-commerciële netwerken. Letterlijk stelt paragraaf 33 (en ik word nu even juridisch-precies, omdat organisaties als SEMU altijd met wetteksten komen aanzwaaien):

“Er moet in een beperking op het uitsluitende reproductierecht worden voorzien, teneinde bepaalde reproductiehandelingen van voorbijgaande of incidentele aard mogelijk te maken, die een integraal en essentieel onderdeelvormen van een technisch procédé en uitsluitend worden uitgevoerd ten behoeve van hetzij de efficiënte doorgifte in een netwerk tussen derden door een tussenpersoon, hetzij het geoorloofde gebruik van een beschermd werk of ander materiaal. De betrokken reproductiehandelingen mogen op zich geen economische waarde bezitten.

Deze richtlijn gaf aanleiding tot een versoepeling van de Belgische auteurswet (22 mei 2005), maar SEMU doet alsof deze wijziging niet bestaat, en haalt op haar website nog steeds de oude auteurswet van 1994 aan. Vandenbroucke bleef vaag in zijn antwoord en beloofde een en ander te onderzoeken. In deze randzone tussen de bevoegdheden cultuur, onderwijs, en justitie, wordt de hete aardappel druk doorgegeven. En natuurlijk is het gepruil van politici uit de meerderheidspartijen (Dany Vandenbossche, maar ook de VLD-ers Margriet Hermans en Luk Van Biesen) hypocriet en populistisch: dat de wetgevende macht de wet verandert, zou men zo zeggen. De fundamentele discussie is hoe dan ook cultureel-filosofisch, en wordt eigenlijk in die Europese richtlijn aangeraakt: in een samenleving die de vrije communicatie hoog in het vaandel voert, past het enge auteursrecht als een tang op een varken. Het is een 19de eeuws relict, ontstaan in het zog van de octrooiwetten die industriële patenten moesten beschermen en mensen als Ernest Solvay steenrijk hebben gemaakt. Via hetzelfde patentrecht tracht de farmaceutische industrie vandaag Aids-geneesmiddelen duur en onbetaalbaar te houden voor de derdewereldlanden waar de nood het grootst is. Vroeg of laat –en liever vroeg- zal dit mechanisme sneuvelen, omdat het ethisch onverantwoord is. De SEMU-terreur past in een strategie van usurpatie en vermeend eigendomsrecht die op geen enkele manier bijdraagt tot het cultuurpatrimonium en de levende uitwisselingsprocessen die daar de essentie van uitmaken.

Cultuur, kunst en kruideniersdenken

Waren Mozart en Beethoven geïnteresseerd in het ‘intellectueel eigendom’ van hun producten? Absoluut niet. Uiteraard wilden die mensen ook leven, maar de link tussen vergoeding en teksteigendom was onbestaande. De partituur is niet het kunstobject, hij is maar een gecodeerde set van instructies. De vrije parafrases van Rossini- en Beethovenmelodieën door Paganini –en omgekeerd- zijn tot op vandaag bekend: niemand die er graten in zag. Tot midden de 19de eeuw bestond er een symbiose tussen de ‘kunstmuziek’ en de anonieme volksmuziek, binnen een collectieve cultuurtekst, een gemeenschappelijke vijver waarin iedereen moet kunnen vissen. Of moderner gezegd: netwerken, de Europese richtlijn gebruikt het woord expliciet. Kan de uitvinder van een goeie mop, die overal wordt doorverteld, het auteursrecht claimen? Moet men de nazaten van Einstein vergoeden als men de relativiteitstheorie verwerkt in een wetenschappelijke studie? Hoe meer men het probleem doordenkt, hoe sterker men vaststelt dat er eigenlijk geen probleem is, tenzij dat van een achterhaald kruideniersdenken waarin cultuurdragers verhandeld worden als golden het appels of citroenen. En waarbij er belastingen geheven wordt op processen die vitaal zijn voor de mentale fitheid van een samenleving.In heel dit conflict tussen bureaucratie en levende cultuur, stelt zich een noodzaak van burgerlijke ongehoorzaamheid, en is het van essentieel belang dat de verenigingen en scholen het been stijf houden. Dat het anders kan, bewijzen ook initiatieven als Wikifonia, een Gents bedrijfje dat partituren op het internet plaatst, die je legaal kunt copiëren mits een kleine éénmalige vergoeding. Ze worden gedownload als MIDI-bestanden en door de gebruiker zelf uitgeprint, zo dikwijls en zoveel hij maar wil. Iedereen gelukkig: de componist, de uitgever, de scholen, de muziekverenigingen. Deze nieuwe filosofie van user generated content doorbreekt het klassieke copyright-fetisjisme, maar creëert ook nieuwe mogelijkheden om kleinschalig en met beperkte middelen toegang te krijgen tot de cultuurtekst, en daar ook iets mee te doen.

Verbaast het U dat SABAM of SEMU geen enkele interesse hadden?