Knack vs. Slangen,- een maand later

Hoe een schandaal weer een fait-divers wordt…

Ruim een maand nadat Knack zijn Slangen-dossier had uitgebracht en de waterkringen in de kikkerpoel zijn weggedeind, is het misschien tijd voor een kleine balans van dit media-event, met aandacht voor de attitudes van de verschillende hoofdrolspelers:- de klokkenluider, de geviseerde spin-doctor, en de rest van de mediawereld.Eerst en vooral Knack-magazine zelf, de uitdager en protagonist. Dit weekblad is sinds 2002 in een bittere juridische strijd gewikkeld met de reklameman uit Hasselt. Aanleiding was een in 2001 verschenen artikelreeks rond de zaak EcoConsult, een communicatiebedrijf dat een overheidsaanbesteding won, maar het dankzij concurrent Slangen, die een vaste stek had op het kabinet Verhofstadt, nooit mocht uitvoeren. Het bedrijf tekende protest aan en kreeg gelijk van de Raad van State,- een louter academische overwinning, want de opdracht zelf is door de premier ondertussen geschrapt. Deze malversatie, samen met het ondertussen welbekende gesjoemel rond overheidsopdrachten begin de jaren ’90 (de affaire Kelchtermans, die Slangen’s advocaten tot aan de verjaring wisten te rekken), werd door Knack aan de kaak gesteld, en leverde een schadeclaim van zo’n 3 miljoen Euro op. 

Een gemiste kans

Tot teleurstelling van velen echter voegt het met veel bombarie aangekondigde Knack-artikel van 16/4/07 vrijwel niets toe aan wat we al wisten, afgezien van enkele sappige maar weinig ter zake doende nevenintriges. Bovendien blijft het hangen in de anekdote en mankeert het elke bredere duiding of context, waardoor het peil zienderogen wegzakt naar een tabloid-gehalte. Hierdoor wordt het vermoeden versterkt dat het weekblad met slechte kaarten speelt en vooral vanuit een revanchistische inspiratie werkt. En dat leidt journalistiek altijd tot broddelwerk.Op dit moment, luttele weken voor wat weer eens ‘de moeder van alle verkiezingen’ wordt genoemd, ware het nochtans boeiend geweest om heel deze onzindelijk ruikende saga eens in een ruimer politiek-maatschappelijk kader te situeren, en te projecteren op de achtergrond van een verziekt Belgisch regime, gekenmerkt door een beklemmende fluistercultuur en dito coulissenpolitiek.

De ‘clou’ van het Slangenverhaal ligt immers ver buiten het juridisch-technische geëmmer over schijnoffertes en vervalste aanbestedingen. Het gaat namelijk over de ethische vraagstelling of overheidscommunicatie wel mag geïnfiltreerd worden door marketinglogica en reklamepsychologie van het goedkoopste soort. Uit lectuur van handboeken zoals ‘Modellen van C’ en de eigen bedrijfswebsite, blijkt dat publieke desinformatie tot de kern van Slangen’s denksysteem behoort. De man die dus jarenlang de premier adviseerde, een quasi-monopolie bezat op informatiecampagnes van de overheid, en nu een beleidspartij als de VLD strategisch stuurt, ademt het cynisme uit van de beroepsdemagoog. Vanuit die onthutsende vaststelling zijn de omkoopschandalen, die door journalisten à la Draulans tot in de treure uit de kast worden gehaald, eigenlijk maar peanuts. Het vonnis in eerste aanleg van 2004, omtrent de zaak Kelchtermans, was nochtans duidelijk: ‘Het plegen van dergelijke vorm van criminaliteit getuigt van een verwerpelijk gebrek een normbesef (…) en een ernstig misprijzen voor de gewone burger’.  Met dit boeiend, door een intelligent rechter weggegeven uitgangspunt voor een journalistiek-filosofische analyse doet Knack jammer genoeg niets,- het artikel gaat niet in op de ethische dimensie, ontrafelt geen systemen of netwerken maar speelt puur de man. Draulans’ tekst blijft bijgevolg hangen in een steriele, anekdotische schandaalsfeer, die verder uitdijt over de haast dagelijkse communiqués op de Knack-website, de ludieke nepsites die Slangen zelf opzet, zoals www.meneerrik.be, en diverse welles-nietes-discussies via radio en TV. Op de duur kreeg het gekissebis iets koddig en vermakelijk, waardoor de publieke indruk is ontstaan dat het veel drukte om niets is.

En dat is uiteraard precies het effect dat de VLD-strateeg wilde bereiken: het verzanden van de discussie in gimmicks en scheldproza. Alles gaat in de richting van een uitzichtloze stellingenoorlog die steeds grotere lettertypes gebruikt, maar die zal eindigen in de kleine lettertjes van de procedureslag waar geen kat meer naar omkijkt. Miststrategie dus: doel bereikt. De inhoudelijke zwakte van Draulans’ artikel geeft Slangen de gelegenheid om de intellectuele discussie te verleggen naar een formalistisch-sofistisch steekspel vol semantische vaagheid. Dit lokken van de tegenstander naar een voor hem nadelig terrein is uiteraard een krijgslist. Noël Slangen is immers als de dood voor een fundamenteel-intellectuele discussie rond politieke vermarkting en mediagestuurd ‘opiniemanagement’. Dat zijn sukses kadert in een regimekrisis, en de kloof tussen overheid en burger net daardoor alleen maar zal vergroten, is natuurlijk het onderwerp van een veel verreikendere, maar ook veel delicatere en op background gebaseerde denkoefening. En daarvoor lijkt Dirk Draulans me, met alle respect, een paar maatjes te licht. 

En de media, zij keken ernaar…

In deze negatieve spiraal is het van cruciaal belang hoe de andere media, als derde, reageren. Kunnen of willen zij meer doen dan monkelend becommentariëren aan de zijlijn? Dat het publiek méér wil dan sensatie en opgewarmde kost, is duidelijk. Een lezersbrief in De Morgen van 23/4 smeekt om enige analyse en diepgang die ‘het kat-en-muis-spel overstijgt’. Tja, dat is toch wel pech, want uitgerekend De Morgen –gebeten om te weten– stelt zich traditioneel op als hét forum van Noël Slangen, goede maatjes met hoofdredacteur Yves Desmet. In een column van 22/4 portretteert de VLD-campagneleider er zich zowaar als een  ‘wroetend zelfstandig ondernemer’ (sic) die zich wist op te werken en nu door mediagigant De Nolf en zijn duistere netwerken dreigt te worden versmacht. In het ochtendprogramma op Radio 1 van Koen Fillet en Annemie Peeters, mocht de strateeg dat gebleir nog eens overdoen. Het is opmerkelijk, hoe de flamboyante B.V., thuis in allerlei TV-spelletjes en talkshows, zich bij de eerste kritiek terugplooit naar de status van zakenman die ‘commerciële schade ‘ondervindt, en daar genoegdoening voor eist. In de assertieve mediastunts ziet men dus de publieke figuur en politicus Noël Slangen aan het werk, in het defensief treedt de reklamemakelaar naar voor die klaagt dat zijn winkel beklad wordt. De schrijver van bovenvermelde lezersbrief blijft hoe dan ook op zijn honger zitten, want naast dit pathetisch lamento was en is De Morgen opvallend karig met commentaar: de ‘progressieve’ krant heeft geen zin in fundamentele discussies en laat de communicatiegoeroe breeduit zijn ding doen. Het moet geleden zijn van de tijd van Jos Van Eynde en de Volksgazet, dat een krantenredactie zich zo sloom opstelde.

De Standaard dan maar, die andere kwaliteitskrant? Hier overheerste dezelfde lakonieke stijl van berichtgeving, het leken wel gecopy-paste Belga-communiqués. De Standaard was duidelijk niet van plan om met het onderwerp iets te doen, de marketingregel indachtig dat je geen issue opraapt dat door een concurrent is gelanceerd. Over alle mogelijke en onmogelijke onderwerpen kropen de ‘analisten’ van het huis die weken in de pen, maar geen woord over de positie van de spin-doctor en zijn achterliggend ideeëngoed, n.a.v. het Knack-Slangen-dispuut. Wel mochten de huiscolumnisten grappig-badinerend het object als een voddepop de lucht ingooien tot het letterlijk niets meer om het lijf had, zoals Patrick De Witte (‘De snakemeister is helemaal niet gevaarlijk, alleen zou ik er nooit een tweedehandsauto van kopen’ – DS 26/4) of Tom Naegels, die zowaar de krakkemikkige zinnen van Slangen’s inderdaad erg slecht geschreven stukje taalkundig op de korrel neemt (DS 28/4).Conclusie: ofwel zien de twee ‘grote kranten’ echt niet dat er een probleem is, wanneer de waarheid via de filters van een ingenieus ‘opiniemanagement’ tot ons moet komen, ofwel hebben ze eendrachtig besloten om dit heet hangijzer te laten passeren,- mogelijk omwille van verborgen afspraken met het onderwerp in kwestie. En misschien is een goed verpakte leugen ook wel mediagenieker en commercieel lonender dan de waarheid.

Heeft Slangen de grote media mee in het bad getrokken van een gedoogcultuur rond zijn persoon en denkstijl? Herhaaldelijk heb ik De Standaard én De Morgen, in de aanloop naar de juni-verkiezingen, betrapt op bewonderende uitlatingen omtrent de VLD-barnumcampagne, en evenredige minachting voor bv. Leterme’s franjeloze down-to-earth-communicatie. Waarom? Omdat het eerste meer gemakkelijke copij en betere plaatjes oplevert dan het tweede? Zo heeft de gewone man, met al zijn vooroordelen, toch weer gelijk: politici liegen, de kranten schrijven maar de halve waarheid. En de partij die pocht dat ze de ‘politieke inhoud’ heruitgevonden heeft, wordt gedomineerd door de marktleider in de gebakken-lucht-industrie.

Eens kijken wat dat geeft op 10 juni.  

Advertenties

Een Reactie op “Knack vs. Slangen,- een maand later

  1. Dan moet je Knack es screenen 😉