De terugkeer van Hoegaarden naar Hoegaarden: achtergronden en symboliek

(gepubliceerd in 'Doorbraak'-November 2007)

Rien ne va plus: soms is stilstand échte vooruitgang

De aanslehoegaarden1.jpgpende institutionele crisis die sinds 10 juni België in zijn greep houdt,- en op het moment van dit schrijven, medio oktober, nog steeds aan de gang is- wordt door de meeste perscommentatoren als iets nefast gekwalificeerd. Het beraad ‘slabakt’, er wordt ‘nauwelijks of geen vooruitgang geboekt’, Elio di Rupo spreekt hilarisch van een rondje ‘surplacen’. Toch zijn het misschien net die clichés die ons op een andere waarheid wijzen: traagheid heeft ook zijn voordelen. In die vier maanden zijn immers meer zekerheden in vraag gesteld dan in 175 jaar vaderlandse geschiedenis. In Brussel verschenen er tricolore vlaggen aan de balkonnetjes, een ‘Red België’-petitie werd door zo’n 500 nostalgische B.B.’s ondertekend,- maar vooral: er kwam een publiek debat op gang rond zin en onzin van de bestaande instellingen, de Belgische constructie, de monarchie. Elke dag brokkelt in Vlaanderen, volgens peilingen, de meerderheid af die nog heil ziet in het bestaande regime. Pendent opera interrupta, het raderwerk stokt, de tongen komen los: de geschiedenis leert ons dat dingen kantelen vanuit een impasse.

Zowat een maand geleden deed zich een opmerkelijk feit voor dat op het eerste zicht niets met de huidige regimecrisis te maken heeft, – nl. de terugkeer van de Hoegaardse witbierproductie uit Jupille naar de plek waar het begon, Hoegaarden zelf. Er werden syndicale vreugevuren ontstoken, in het dorp kon de leut niet op, en ook de bierliefhebbers waren in hun sas. De bredere symboliek van deze gebeurtenis ging nochtans onopgemerkt voorbij, ook bij bovenvermelde commentatoren. En ik heb het dan niet over het feit dat een Waalse brouwerij vruchteloos probeerde om een Vlaams recept copiëren. De conclusies uit Interbrew’s Hoegaarden-debâcle reiken veel verder: ze leiden tot het inzicht dat niet alles om ’t even waar en door om ’t even wie kan gemaakt worden. Dat schablonen niet zomaar universeel kunnen toegepast worden. En dat de rekenkunde van een multinational even abstract en wereldvreemd is, als de rekenkunde die Europa en België voorlopig nog samenhoudt. Ik reconstrueer kort dit verhaal over rationaliteit en magie, kwantiteit en kwaliteit, snelle winst en trage gistingsprocessen. Het kan de tenoren van het huidige institutioneel debat van pas komen

‘Twee keer straffer, en dan verdunnen’
De oorsprong van het Hoegaardse witbier gaat terug tot in het begin van de 14de eeuw, en heeft te maken met de intense tarweteelt in deze steek: tarwe is het hoofdbestanddeel van het troebele witbier, naast mout, hop, water en een heel specifiek kruidenmengsel. Eeuwenlang teerde Hoegaarden op deze exclusiviteit, die als het ware door de vette Haspengouwse bodem zelf werd gemaakt. Maar de moderne marktwetten drongen zich op. Al in de 18de eeuw speelt de globalisering dit streekproduct parten: door de uitbreiding van het wegennet wordt het witbier door de pilsbieren (zoals Stella) weggeconcurreerd. Bovendien is de pilsproductie minder tijdrovend (time is money) en dus goedkoper. In 1957 houdt de laatste Hoegaardse brouwer, Tomsin, het voor bekeken.
Zo’n 10 jaar later probeert de melkventer Pierre Celis, die nog in de oude brouwerij had geholpen, het opnieuw. Hij slaagt erin, vanuit het geheugen en door gesprekken met ex-werknemers, het recept op te diepen en brengt de nieuwe Blanche op de markt, met groot sukses. Sindsdien werd Celis herhaaldelijk, naar eigen zeggen, tamelijk agressief benaderd door het Leuvense Interbrew (het huidige Inbev) om De Kluis te verkopen. Celis houdt de boot af, maar in 1985 vernielt een brand de brouwerij in Hoegaarden nagenoeg totaal. De oorzaak is nooit achterhaald, het gerechterlijk onderzoek werd vrij snel stopgezet. Tot op vandaag wordt er in het dorp gefluisterd dat deze catastrofe Interbrew bijzonder goed uitkwam, temeer omdat de gistingketels zelf intact bleven…
En inderdaad: vrijwel onmiddellijk verscheen de Leuvense biergigant op het toneel om vers kapitaal te injecteren en zich in De Kluis in te kopen. Daar moest wat tegenover staan: om de productie te versnellen en de capaciteit op te voeren voor de wereldmarkt, werd Celis verzocht om zijn bereidingswijze aan te passen: twee keer zo straf brouwen, en dan met water aanlengen. Een aanzienlijke tijdbesparing, tel uit Uw winst. Kenners begonnen opmerkingen te maken over een fletse smaak,- Pierre Celis voelde er zich hoe langer hoe slechter bij en verkocht tenslotte zijn resterende aandelen om in Amerika een nieuw bier te ontwikkelen.
De rest van het Interbrew/Inbev-verhaal is gekend: Hoegaarden verhuisde naar Jupille. Alleen de bottelarij en de nagisting-op-fles bleven ter plekke. En, o ja, de multinational plantte er zowaar ook een museum neer, een educatief bezoekerscentrum om enige folklore te creëren rond het gekidnapte streekbier. Het cynisme van de communicatie-experten bestond er in, om het spookdorp tot themapark uit te roepen, een soort Bokrijk van het witbier. In Jupille slagen ze er ondertussen niet in om het Hoegaardse recept uit te voeren. Complete sloten afgekeurd brouwsel (zelfs de kleur trok niet op de aloude Blanche) worden in de Maas gekeild, of aan Nederlandse veevoederfabrikanten verkocht (boze tongen beweren dat deze foezel via-via toch in de Hollandse cafés terechtkwam…). Tot heel de delocatie wordt afgeblazen en de Braziliaanse fluitjesbierproducent beteuterd moet toegeven dat het toch niet zo simpel was als de boekhouders hadden voorgerekend.

Zo kwam de Witte terug thuis. En inderdaad, de terugkeer van Hoegaarden naar Hoegaarden is ‘maar’ een symbool. Inbev behoudt het label en strijkt de winst op. Morgen kan De Kluis met één pennetrek weer een lege schuur worden. Toch is het verhaal hoopgevend. De globalistische mythe van de totale maakbaarheid en inwisselbaarheid houdt hier op, en wordt gecounterd door iets wat we voorlopig maar ‘de magie van de plek’ zullen noemen. Het vertelt ons dat er andere, ‘trage’, onzichtbare processen aan het werk zijn, die de snelle procédés inhalen. Onder de waan van de dag, het gereken en het gesjacher, gist een fundamentele maar discrete chemie, die vroeg of laat haar waarheid doet gelden. Eilanden van kwaliteit, die op een of andere manier hun integriteit weten te bewaren. Uniek, vrouwelijk, plekbewust, compromisloos. In een wereld waar alles onderweg is, zo rap en goedkoop mogelijk, zijn onverzettelijke individuen, onverplaatsbare processen en oncopieerbare recepten een verademing.

Advertenties

7 Reacties op “De terugkeer van Hoegaarden naar Hoegaarden: achtergronden en symboliek

  1. Pingback: hoegaarden rosé « ivan deboom

  2. Hoewel ik deze tekst veel te populistisch vind (Belg-bier-leut), is de analyse toch opmerkelijk. En de filosofie die U eruit destilleert, veel smakelijker dan het Witbier zelf.

    Val.

  3. De brand in de brouwerij De Kluis is inderdaad aangestoken. Dat weet ik nu toevallig heel zeker. Ah, de verschrikkelijke jaren 80…

  4. Simplicissimus

    Mijn hele leven al slijt ik horizontaal op mijn bed mediterend over trage, onzichtbare processen. Was ik een snelle jongen geweest als Sanctorum ik had er een filosofisch oeuvre aan kunnen wijden.

  5. Doordat de mens een creatief en denkend wezen is, kan je hem voor de gek houden. Natuurelementen en machines kun je niet voor de gek houden. Miljoenen aandeelhouders over de hele wereld zijn van mening dat de bedrijven en mensen die er werken hun bezit zijn en dat ze er bijgevolg mee kunnen doen wat ze willen. Het echte kapitaal: de kennis en de natuurlijke processen laten zich niet zo makkelijk manipuleren. Gelukkig is de oude Hoegaarden brouwerij niet gesloopt door een bouwpromotor om er flats neer te poten, anders hadden we nu nooit geen Hoegaarden meer, omdat de mannen en vrouwen met het geld dachten dat ze het beter wisten dan de mannen die de ketels bedienen. Een fijne waarschuwing aan iedereen die zonder respect voor “het systeem” op zoek gaat naar winstgroei.

  6. Als liefhebber van Belgische stijl bovengistende bieren heb ik me wat verdiept in de geschiedenis hiervan. Daarom voel ik me geroepen om wat correcties te suggeren.
    Witbier of tarwebier was bij mijn weten in de late middeleeuwen de exclusiviteit van de Hollandse steden Gouda en Leiden. Niet leuk om te horen, maar troost u, in die tijd was er nog min of meer sprake van de Lage Landen. Het deel van het land waar ik woon is overigens ingepolderd en aangelegd door Vlaamse monniken. Afijn, dit tarwebier was zeer geliefd, maar op bepaald moment is men het monopolie kwijtgespeeld aan de streek rond Leuven. De rest zou ik moeten opzoeken.

    Inbev is natuurlijk een hele grote en de hele groten halen hele grote gemene streken uit. Ik heb gehoord van kleine ambachtelijke bierbrouwerijtjes die niet konden bottelen, doordat Heineken gauw alle flesjes opkocht. Kennelijk is men daar erg bevreesd dat sommige consumenten het verschil leren proeven tussen eerlijke, met liefde gebrouwen en smaakvolle bieren en een op je ochtendwater na een avond doorhalen gelijkend aftreksel.

    Wie geïnteresseerd is kan bij mij recepten voor witbier bekomen. Belgisch bier is hier zo duur, door allerlei accijnzen en strijkstoktechnieken, dat zelf brouwen je best veel euro’s scheelt en het is ook nog leuk. Zoals zelf koken ook meestal betere resultaten oplevert dan uit eten gaan in een doorsnee Nederlands restaurant en het scheelt wederom hopen poen.
    Of even de grens over, naar Essen, waar ik dan lekker allemaal Belgische bieren van kleine brouwerijtjes insla (en de Inbev bierplas ongemoeid laat).

  7. Hallo Peter,

    Realiseer me dat ik reageer op een 2 jaar oude blog! Woon in de Filipijnen en ben sinds kort bezig met bier brouwen. Via via Engelse spray malt en gist gekocht. Wil echter ook witbier en andere Belgische bieren brouwen. Hier is NIETS te krijgen aan granen of hop of gist. Kan jij me helpen aan recepten en/of malt, hop en gist hiervoor. Opsturen naar hier is eenvoudig via de zg “balik bayan box”. Bij voorbaat dank.

    Groeten,

    Rob de Hommel
    robdehommel@hotmail.com