Maandelijks archief: november 2007

Is er cultuur voorbij het wow-effect?

Kritische achtergrondreflecties op het Bamford-rapport  (1/12/07)

De tempels van Abu Simbel in Egypte, de Gilles van Binche, het opebamford.jpgragebamford.jpgbamford.jpgbouw van Sydnebamford.jpgbamford.jpgy, de scheepslift van Strépy bij La Louvière, de binnenstad van Firenze, de partituur van Beethovens 9de symfonie… wat hebben ze gemeen? Juist, ze behoren tot de wereld-erfgoedlijst van de UNESCObamford.jpgbamford.jpg, het culturele departement van de V.N.
Nu ja, de compleet nutteloze en meestal defecte scheepslift van Strépy kwam er door de Belgische wafelijzerpolitiek en schittert veeleer als surrealistisch meesterwerk dan als wonder van technisch vernunft. En het is de Beethoven-partituur die de eer te beurt viel, het hoopje papier dus dat zich in de Staatsbibliotheek van Berlijn bevindt, niet de muziek zelf.
Wat wordt er gered en wat gaat er teloor? Het loont de moeite om na te gaan, op welke definitie van ‘cultuur’ heel die wereld-erfgoedgedachte steunt. En hoe die visie binnensijpelt in onze eigen kabinetten van cultuur en onderwijs.
Lees het artikel  
Dit artikel openen in PDF-formaat

Advertenties

Belgische paranoia (bis)

(Gepubliceerd in AchterHetNieuws – December 2007) 

Ex-bokser slaat gepensioneerd TV-journalist K.O.

En andere hilarische verhalen uit medialand

Het is mfreddy-de-kerpel.jpge toch wel een volkje, dat Vlaamse journalistengild. Kort nadat, nu exact een jaar gfreddy-de-kerpel.jpgfreddy-de-kerpel.jpgeleden, in dit magazine mijn bespreking verscheen van Walter Zinzen’s boek ‘”De Wereld is een schouwtoneel. Maar wie doet de regie?”, kreeg ik van de auteur een zwaar verongelijkte mail. Hij wou ‘niet in polemiek treden’ (wat ik jammer vond, want dan wordt het pas spannend), en concludeerde meteen dat ik zijn boek niet gelezen had,- dat is pas een affront voor een lettervreter als ondergetekende, die terloops ook nog als een ‘fan van Philippe De Winter’ (sic) werd gekwalificeerd. Mij een raadsel waar hij het vandaan haalde, maar soit. Tenslotte vroeg hij ook om zijn naam uit de mailinglist van mijn weblog te schrappen, teneinde nooit meer aan mijn bestaan herinnerd te worden. Het totale anathema dus. Van het webmagazine Mediadoc kreeg hij gedaan dat het een voorziene nabespreking van mijn recensie annuleerde, en verving door een ‘propere’ versie.
Vanwege iemand die doorgaat voor een verstandig en mondig man, nog afgezien van zijn professioneel verleden, vond ik dat een vreemde reactie. Want ofwel vond hij mijn artikel naast de kwestie en dus die heisa niet waard, ofwel sneed het wél hout, en vroeg het om een repliek. Die er dus niet kwam. Ik heb Zinzen altijd gerespecteerd als Terzake-journalist en scherp interviewer. Toch wanen op een bepaald ogenblik ook deze verlichte geesten zich ‘untouchable’, en vervallen ze in een knorrig soort perplexiteit wanneer hun eigen discours eens kritisch gewogen wordt. Misschien teveel op het scherm geweest? Schaden schijnwerpers uiteindelijk het relativeringsvermogen?
Het tweede verhaal is pas genant, want het betreft een familielid. Weeral in AchterHetNieuws (dit magazine wordt echt gevaarlijk voor mijn gezondheid) publiceerde ik twee maand geleden een bespreking van het zopas verschenen boek van Chris de Stoop ‘Het complot van België’. Toevallig is de man de levensgezel van mijn zus, wat ik niet te berde bracht omdat het ook niet terzake deed. Waar ik wél op inging, waren de m.i. foute premissen waarvan het boek vertrok (dat het klootjesvolk zich in waandenkbeelden verliest, en dat alleen professionele journalisten een gezond wantrouwen mogen cultiveren), en de opmerkelijke conclusies die de auteur in een aantal kranteninterviews debiteerde (dat de publieke paranoia gevoed wordt door ‘separatisten à la Bart de Wever’, en de ronduit idiote vergelijking met Ruanda als uitsmijter).
Nu bestaat er, afgezien van obscure tijdschriftjes als Deus Ex Machina en De Brakke Hond, eigenlijk nauwelijks een literatuurkritiek in Vlaanderen. Want over De Stoop’s boek is, bij mijn weten, tot op vandaag geen enkele ernstige recensie verschenen in een krant of weekblad. Alleen flemerige hagiografieën die zo afgeschreven leken van de flaptekst, met lappen van foto’s, waarin men de deskundige hand vermoedt van de P.R.-afdeling van de uitgever. Omdat zo’n kandidaat-bestseller toch méér verdient, vond ik het nuttig om de vruchten van mijn kritische lectuur te publiceren, niet vermoedend dat dit een familiale fatwa zou opleveren. Want jawel, midden november kreeg ik een lakoniek bericht van mijn geliefde zwager dat hij n.a.v. dit artikel ‘geen polemiek wilde’, maar met mij meteen ook ‘geen enkel contact meer wenste te hebben’. Jasses, ons moeke in alle staten. De familiereünies op kerstmis, ik zie het al helemaal voor me: de Heer De Stoop, mokkend in een aparte kamer met zijn fans, zoals het AKO-prijsbeest A.F.Th. van der Heijden niet langer in één ruimte wil vertoeven met zijn collega en criticus Arnon Grunberg. Moet er nog soep zijn?

Ze zijn zo lief voor elkaar, meneer
Ik vrees dat het in deze twee anekdotes niet enkel gaat om geëxalteerde kinderachtigheid, want dan zou ik ze niet aanhalen. Het euvel zit dieper. Het nieuwe cultuurlandschap dat zich aftekent, wordt in toenemende mate gedomineerd door perslui met literaire ambities,- een uit de VS overgewaaid fenomeen: de journalist als suksesschrijver-in-bijberoep. Gaandeweg wordt ook in Vlaanderen het non-fictie-genre ingenomen door het personeel van de geschreven en audiovisuele media, ze passeerden allemaal de revue in de voorbije boekenbeurs: Chris De Stoop, Dirk Draulans, Jan Leyers, Rudi Vranckx, Marc Reynebeau en noem maar op. Behalve met persoonlijke ambities, heeft dat beslist ook te maken met de concurrentie in medialand, het overwicht van marketing op inhoud, en de noodzaak bij de resp. media om ‘sterjournalisten’ op te kweken en daarmee te pronken.
Deze intellectuele vedettes hebben de licentie om tegelijk aan informatie, duiding, commentaar en emotainment te doen. De boeken die ze schrijven, zijn zowel een verderzetting van de toegeëigende journalistieke superbandbreedte, als een statussymbool. Diepgang en originaliteit zijn zelden te bespeuren, maar de naambekendheid garandeert afzet, die op zijn beurt weer het journalistieke prestige verhoogt. Het weze hen allemaal gegund, maar het fenomeen heeft enkele opmerkelijke neveneffecten.
Ten eerste verdwijnt daarmee de onderzoeksjournalist pur sang die geduldig, traag en discreet mechanismen analyseert en netwerken ontrafelt: de zichtbaarheid is totaal,- men kan niet meer anoniem werken, en het moet vooruitgaan. Ik kan me niet voorstellen dat iemand als Chris De Stoop, wiens foto paginagroot in De Standaard verscheen, nog ergens undercover in een netwerk van vrouwenhandel kan infiltreren, zoals hij ooit voor zijn eerste boek deed. Daarbij verandert ook de toon en het niveau: van sec naar soft, van analyserend naar badinerend, van gravend naar glijdend, van taaie brokken naar vlot-leesbare hapstukken. Marktstrategisch is dat een onvermijdelijke evolutie in de literaire industrie: op een bepaald ogenblik worden thema’s en stijl nu eenmaal gewogen t.o.v. publieke smaak en commercieel rendement.
De transitie van journalist naar suksesauteur heeft nog een tweede effect: er ontstaat een kransje van collega-B.V.’s die elkaar overal tegenkomen, op persvoorstellingen, privé-feestjes, en natuurlijk de TV-talkshows. De leden van deze pers-nomenklatura verstaan zich onderling bijzonder goed en hebben geen zin om met elkaar in de clinch te gaan. Iemand als Marc Reynebeau komt daar rond voor uit: polemiek onder collega’s, dat doe je niet. Binnen dit genoeglijk gekabbel van coryfeeën worden meningen uitgewisseld en ontstaan common-sense-opinies: op het einde denken al deze mensen min of meer hetzelfde over dezelfde onderwerpen, hooguit de stijl verschilt. Tot die politiek-correcte mainstream-opinies is bv. het neo-Belgicistisch discours (‘Red België) gaan behoren, dat ik bij De Stoop bespeurde, maar dat bv. ook de denkwereld van Zinzen of Reynebeau kenmerkt: de B.V. is graag ook een B.B.
Vanuit die ideeën-incest komt dan weer een derde effect naar voor: de allergie voor externe kritiek,- zie de twee anekdotes van zoëven. Deze lui zijn zo verwend en gewoon om hun mening bevestigd te zien, dat ze elke vorm van tegenspraak, controverse of polemiek schuwen als de pest. Dit gebrek aan Voltairiaans esprit en (zelf-) ironie uit zich zelfs in een blokvorming tegen dissidente geluiden, en een misplaatst soort solidariteit: als je er eentje op zijn teen trapt, krijg je de hele hoop tegen. Het hoog ons-kent-ons-gehalte binnen de kring van journalistieke VIP’s doodt elke zin om via een scherpe woordenstrijd verlichting, inzicht, en uiteindelijk misschien verzoening te brengen. In de plaats komen de reacties van verbolgenheid (‘Hoe durft U…’), pogingen om de criticus te stigmatiseren, en finaal zelfs de uitdrukkelijke en definitieve communicatiestop.
En dat brengt ons naar het laatste symptoom van het nieuwe journalistiek-literaire vedettariaat: vrijemeningsuiting en discussie worden gebanaliseerd tot gezever van jan-met-de-pet en internetroddel. Aan de ene kant heb je dus een vrij homogeen establishment van media-intellectuelen die het in hoge mate met elkaar eens zijn, en aan de andere kant mag het gepeupel ‘meningen’ ventileren die er niet toe doen. De postmoderne spektakeldemocratie speelt daar perfect op in: we zien ofwel de intellectuele consensus van de B.V.’s, ofwel de televotingmachine en de praatbarak. Iets ertussen, de echte discordantie, de ideeënstrijd onder bekende én onbekende Vlamingen, over onderwerpen die iedereen aangaan,- lijkt helemaal weg te deemsteren.
Conclusie: journalistieke kwaliteit en BV-schap verdragen elkaar moeilijk. Men kan niet op onderzoek uitgaan en zelf nieuws zijn. Men kan niet tegelijk de schijnwerpers richten en er zelf onder staan. Men kan niet in één moeite de charades proberen te doorzien, en zelf in de touwtjes van het poppenspel hangen. De haast existentiële paradox die daaruit ontstaat, kan alleen maar een neurotisch soort werkelijkheidsontkenning opleveren, een verlies aan kritisch perspectief en een overdosis eigenwaan.

Doch deze column moest gaan over een ex-bokser en een TV-journalist, merk ik nu. Op maandag 12 november keek ik op VRT-1 naar ‘de slimste mens’, (iedereen heeft al eens een zwak moment), en zag hogervernoemde Walter Zinzen roemloos ten onder gaan tegen oud-bokskampioen Freddy De Kerpel. De gewezen Terzake-journalist zat met zijn mond vol tanden bij een vraag over internationale politiek,- bij Freddy uppercut rolde het er gewoon uit: Noriega, Panama, drugs, CIA, alstublieft.
Zinzen, die heel het programma door had zitten monkelen en knipogen (‘zie mij de intellectueel hier eens leutig doen’), staarde op het einde beteuterd voor zich uit: in een kenniskwis geklopt door iemand die tot zijn 14de naar school is geweest. Kijk, voor dit soort momenten hou ik mijn TV-toestel nog even binnenshuis.
Voor ingewijden mag De Kerpel’s glorieuze K.O.-overwinning nochtans geen verrassing zijn. Blijkens een interview in De Standaard van 12/7/2001 is hij een echte boekenvreter; hij wees zelfs de fouten aan in De Stoop’s verhaal over de Bende van de Miljardair (‘Ze zijn zo lief, mijnheer’). Freddy heeft het betere vuistwerk namelijk geleerd in wat men noemt ‘de onderkant van de samenleving’, en kent het milieu door-en-door. Zeg nu zelf: als zo iemand boeken begint te lezen,- daar kan geen deftige journalist tegen op.

Het bos, de bomen en het boek

Pleidooi voor ontlettering
Gepubliceerd in Menzo-magazine, November 2007

Novemlanoye.jpgber is boekenmaand, en we zullen het geweten hebben. Zopas opende de Antwerpse boekenbeurs haar deuren. Als kuddes vee drummen we doorheen de helverlichte pulpschuren, volgestouwd met leesvoer voor de lange winteravonden en de saaie nachten. Door megafoongeschal aangekondigde skribenten dalen gewillig uit het pantheon neer om zich te laten besnuffelen en hun edele boekdelen te signeren. Bussen met schoolkinderen worden voorbij de kassa’s gedumpt, in de hoop dat de dodelijke drukte, het geleuter van de lezingen, de geur van verse inkt en de discrete terreur van de eindeloze letterbrij hun opstandigheid zal temperen. Wat is dat toch met dat schrijven, dat lezen, die parade van letterkundigen, dat typisch Vlaams moment van volksverheffing?

Lees het artikel  
Dit artikel openen in PDF-formaat