Maandelijks archief: januari 2008

Terreur ad infinitum

Bereidt het regime zich voor op een nieuw bestaan van angst-manager?

 Op kerstavond van 2007 werd op heel het Belgisch grondgebied een terreuralarm eerste klas van kracht. We kennen de aanleiding: een vermeend ontsnappingscomplot rond ex-voetballer en Al-Queda-sympathisant Nizar Trabelsi, verblijvend in de gevangenis van Nijvel. 24 u later stond heel het gezelschap al weer op vrije voeten, want men vond nergens bezwarend materiaal. Het alarm bleef wél van kracht, tot ver na de jaarwisseling. De politieke context en het tijdstip spreken uiteraard boekdelen: de interimregering Verhofstadt was net uit de startblokken geschoten, en hoe kon men dat beter onderstrepen dan met een grootscheeps gebaar van zorg, alertheid en daadkracht.Senator Jean-Marie Dedecker sprak dan ook van een groteske ‘kerstshow’. Dat was het inderdaad. Daarbij is ook de ongerustheidheid van mensenrechtenactivisten als Raf Jespers terecht: het war on terror-concept, dat nu ook onze contreien is binnengeslopen, zet de deur open voor een permanente uitzonderingstoestand, waarin burgerrechten ondergeschikt zijn aan de ‘nationale veiligheid’, zoals dat heet.

Haast een maand na de afkondiging van het alarm, noopt dit alles echter tot bijkomende bedenkingen rond opinie-management, massamanipulatie en geënsceneerde angstpsychoses. Bijvoorbeeld over het feit, hoe draconische alarmprocedures ook échte feiten kunnen uitlokken, die dan weer een argument vormen voor een verstrenging van de procedures….

Lees het artikel  
Dit artikel openen in PDF-formaat

Advertenties

Marketeer van het jaar… of pulpkoning?

Gepubliceerd in 'Achter het Nieuws', februari 2008 
Te dikke kranten kunnen wijzen op een gezwollen tijdsgeest

In De Standaard van 2 januari werd ons op de voorpagina gemeld dat het Belgisch Staatsblad het oude jaar had afgetikt met 66.290 bladzijden. Alleen 2004 en 2006 deden nog beter. Een lawine van wetten, wetjes en decreten, die alleen maar het gevoel van stuurloosheid en bureaucratische willekeur bij Jan Modaal vergroten.  “Beseffen ze dat elke bijkomende regel de inefficiëntie van de regels doet afnemen?” vroeg een ongeruste Guy Tegenbos zich af. Hij bedoelde natuurlijk het tegendeel, “efficiëntie”, want zoals Guy het daar neerpende slaat het nergens op.

We kunnen hem uiteraard alleen maar bijtreden. Het inspireert ons zelfs tot een kritische reflexie over de geschreven pers, speciaal de dagbladen, en nog meer in het bijzonder De Standaard, jawel, die elk jaar meer volume produceert en de omvang van onze brievenbus steeds sterker op de proef stelt.

We hebben daarbij niet het gevoel dat deze aangroei ons wijzer maakt, ons meer informatie of duiding over het reilen en zeilen van deze planeet oplevert. Integendeel zelfs, journalistiek gaat deze krant er op achteruit, al stijgt de oplage. Kwantiteit lijkt de absolute maatstaf te zijn geworden, terwijl de echte, nieuwsgierige lezer steeds meer op zijn honger blijft zitten, en de draad verliest in het overaanbod van ondermaats leesvoer. De Standaard, koninginnestuk van de grootste persconcentratie in Vlaanderen, schijnt van langsom minder gedragen door een journalistieke kernmissie, en steeds meer door een amalgaam van commerciëel-strategische preoccupaties. Zoiets heet ‘verpulping’. Of om de woorden van Guy Tegenbos te parafraseren: “Beseffen ze dat elke bijkomend katern de relevantie van een dagblad doet afnemen?”

Een analyse van het weekendkrantpakket van DS geeft een idee van de omvang van deze obesitas.

 

Gewogen… en te zwaar bevonden

We nemen de editie van 5/1/08 als voorbeeld, en leggen hem op de weegschaal. Het pak dat de postbode die zaterdag doorheen de gleuf wist te wurmen, weegt een goeie halve kilo (533g). De eigenlijke krant daarin weegt precies één derde (187g), het katern met weekend-reportages en –interviews inbegrepen. Waaruit bestaat de rest dan?

Vooreerst is er die klet van een JobAt, een uit zijn voegen gegroeide advertentiekrant met 72 pagina’s vol werkaanbiedingen, waar ik als (gelukkig) niet-werkzoekende niets aan heb, samen met de overgrote meerderheid wellicht van het DS-publiek van hardwerkende Vlamingen. Het is overigens een slecht bewaard geheim dat de paginagrote jobadvertenties verkapte vormen van PR-campagnes zijn van de grote bedrijven. Ze worden afgewisseld met artikels vol irritante carrière-peptalk, die het geheel een schijn van content moeten geven. Vier managers met klinkende titels bewaken, blijkens het colofon, deze advertentiekrant: een Voorzitter, een Gedelegeerd Bestuurder, een Algemeen Directeur en een Hoofdredacteur. Daaronder natuurlijk een hele schare ‘redactieleden’. Wie uit is op een mooie, rustige, goedbetaalde baan moet misschien JobAt zelf eens contacteren.

Over naar “De Standaard 2” (32blz).  Het betreft hier een soort auto- en reiskatern met weer veel crypto-publiciteit (redactioneel verpakte reklame), dat vanaf het midden gewoon verwatert in pure advertentieruimte (te koop-te huur). Ook dit bundel is volslagen irrelevant voor wie dacht op een kwaliteitskrant geabonneerd te zijn, gefocust op informatie, analyse, duiding en achtergrond. Ik vermoed dat Corelio met dit soort bijvoegsels een papierslag levert, en vooral de al even idiote weekendbijlagen van Knack  de wind uit de zeilen wil nemen, naast de regionale advertentiebladen zoals Passé Partout (zoals Knack in handen van concurrent Roularta).

Tenslotte is er nog de eigenlijke lifestyle-bijlage ‘DSM’ (40blz), luxueuzer van druk en op beter papier, waar het wemelt van de handtassen, parfums, design, gastronomie, en alle goede dingen des levens. De scheiding tussen redactioneel werk en betaalde reklame is volstrekt vaag, de parade van BV’s en semi-BV’s daartussen, van een ondraaglijke lichtheid waar mijn goed ochtendhumeur op afknapt. Wat kan het ons schelen, in welke eethuizen Nathalie Verlinden het liefst op zakenlunch gaat? Of dat Mieke Boeckx geen liefhebster is van cervela?

Met alle respect: laat dit soort nieuws over aan de gespecialiseerde ‘boekskes’ en nichebladen, van Menzo tot Dag Allemaal, gun die mensen ook iets. Neen dus: uitgever Corelio schijnt zich voorgenomen te hebben om via een zwaarlijvige alles-in-één-formule de diversiteit in de media af te schaffen. 144 pagina’s dus, met semi-journalistieke pulp, waar ik niet om gevraagd heb, en die ook immuun is voor de rode sticker op mijn brievenbus die de rest van het reklamedrukwerk op afstand houdt.

Nu zult U zeggen: ach, gooi die weekendbijlagen de papiermand in en lees gewoon de krant. Waar maak je je toch druk over? Wel, hier kan ik verwijzen naar weeral zo’n ongevraagde DS-bijlage van 28/12/07, een 16 blz. tellend reklamekatern  waarin trendgevoelige bedrijven als Microsoft, Unilever en Fortis ons een les geven in “MVO”. Wat is MVO? Via deze afkorting wordt U verplicht om in de tekst te gaan zoeken waar hij voor staat –waarschijnlijk weer zo’n marketingtruc-. Het schijnt te gaan om ‘Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen’: rekening houden met duurzaamheid, sociale en ecologische impact, enz. Allicht een poging van de reklamesector om ons geweten te recupereren. Maar misschien ook wel een interessante denkpiste voor pulpgrossisten à la Corelio: de wekelijkse papierberg van 40 ton (pakweg 0,5 kg x 80.000) is een aanfluiting van elk MVO-principe. De papierindustrie is verantwoordelijk voor een enorme, wereldwijde kaalkap van bos en oerwoud. Vooral in Canada en Noord-Europa wordt aan een recordtempo oerwoud met een rijke fauna platgewalst, en in het beste geval vervangen door een snelgroeiende monocultuur zonder biodiversiteit.

Marketeer-van-het-jaar-2007 Peter Vandermeersch, ondertussen lid van het managementcomité van Corelio, draagt dus zijn steentje bij tot het broeikaseffect dat met ontbossing gepaard gaat. Overeenkomstig zijn recente –terechte- uitspraak dat het gros van de uitgegeven boeken het papier niet waard is waarop ze gedrukt werden, moet dit marktgenie dringend de hand eens in eigen boezem steken. Is het nog wel Maatschappelijk Verantwoord om een krantenoplage op te drijven via het opslorpen van niches, met als resultaat een overproductie van grotendeels ongelezen, bedrukt papier?

Rond die dubieuze titel ‘Marketeer van het jaar’ (een coproductie van de ‘Stichting Marketing’ en het zakenweekblad Trends) is in de herfst van 2007 dan ook heel wat te doen geweest. Het ondergeschikt maken van journalistieke content aan image-building (de media-optredens van P.V., zijn stunt-coöperaties met Le Soir,…) en commerciële strategie, leidt de facto tot een devaluatie van het kritisch-maatschappelijk potentiaal dat in een redactie onderdak pleegt te zoeken. Zoals een journalist vroeger de ideologische lijn van de krant ‘moest’ volgen, zo wordt hij nu ingebed in de marketinglogica van de persgroep.

 

Een geval van spätkultur?

Het idee om de lezer ‘zo dicht mogelijk bij de krant te brengen’ (de lijfspreuk van Vandermeersch), en hem à la limite die krant haast te laten ‘schrijven’, is bij nader inzien een copie van de postmoderne televisiedemocratie (Janneke en Mieke bepalen de inhoud). Het ontheft het medium van elke plicht tot journalistieke reflexie. Het eindeloze lifestyle-geëmmer, dat de echte informatie en duiding gaandeweg vervangt, ook bij ‘kwaliteitskranten’, leidt tot een lawine van verstrooiende small talk en licht-verteerbaar infotainment, die heel onze natuurlijke aanleg tot focussen en concentratie afbot. Het amalgaam vernietigt elk vergezicht. De kwantiteit maskeert normvervaging en het verlies aan kwaliteitsbesef. De tekst releveert niet, maar verstrooit. Het verhaal van de bomen en het bos.

Zo zijn we terug bij het Belgisch Staatsblad en zijn surrealistische logorrhee. Verpulping heeft in eerste instantie met commercialisering te maken, maar wijst anderzijds op semantische implosies in een discours dat zelfs de ambitie niet meer heeft om de wereld te ‘be-schrijven’, laat staan te structureren. Veeleer wordt de tekst een registratie van onmacht, waarbij niemand, noch de auteur, noch de lezer, de essentie van de nevenzaken kan onderscheiden. Men vlucht dan in de veelheid van beschrijvingen, opsommingen, het variété, de cultus van de eendagsvlieg en de anekdote.

Cultuurfilosofisch is dat een Spatkultur-verschijnsel: het werd beschreven door filosofen als Arnold Gehlen en Oswald Spengler. In een ‘decadente’ laatcultuur wordt het historisch paradigma, een gestructureerd geheel van waarden en visies dat door iedereen wordt ‘ingeademd’, langzaam opgelost in een nevel van opinies, geruchten, trends, weetjes allerhande. Er worden geen contradicties of paradoxen meer onderkend, alles kan in principe met alles gaan. Ook de wetenschap en de kunst zelf vallen uiteen in een ellenlange soap, een structuurloos verhaal dat bij nader inzien chaotisch knip-en plakwerk blijkt. Zelfs het suksesboek van Geert Mak, ‘Doorheen Europa’, een poging om de 20ste eeuw te begrijpen, is weinig meer dan een 800 blz lange aaneenrijging van roddels en pittige anekdotiek.

De statistiek triomfeert in een laatcultuur, vandaar het sukses van de polls, de peilingen, de extrapolatie. Er is eigenlijk geen analytisch vermogen meer, en evenmin een drang naar synthese. Er is alleen nog een eclectisch pad, waar toevallige ontmoetingen en topics aaneengeregen worden tot een alles beheersende ‘actualiteit’. Iets is actueel, of het is niet.

Dit krisisverschijnsel gaat in onze tijd onvermijdelijk gepaard met een mediatieke dijkbreuk. Vermits de media de actualiteit registreren, vormen zij de unieke organen van het collectief bewustzijn. Het is haast niet meer mogelijk om na te denken, onze omgeving en de wereld te overzien, buiten het gemediatiseerde perspectief om. Dat uit zich o.m. in het journaal en zijn afgeleiden, eindeloze reeksen talkshows, oeverloze defilés van interessante mensen met allemaal een interessante mening, die elkaar toevallig binnen één format vinden, om dan weer in het achtergrondgeruis op te gaan. Journalistiek convergeert met trendwatching.  Volgens Oswald Spengler ging deze decadente periode zo tegen het jaar 2000 op haar einde lopen. Als ik de nieuwe Canvas-formats bekijk, vrees ik echter dat het ergste nog moet komen.

Strikt genomen valt pulpkoning Peter Vandermeersch dus niet eens zoveel te verwijten: de man is gewoon met de trend mee. De kunst is echter, om net nààst de tijdsgeest te leven, ‘unzeitgemäss’ zoals F. Nietzsche het noemde, om net die dingen te zien die niemand opmerkt.

Misschien het streefdoel van een hele goeie journalist. Maar alleszins niet van een marketeer.