Maandelijks archief: februari 2008

‘Met onze God valt er tenminste nog te discussiëren’

De laatste kruisvaarders maken zich op voor een theologische contre-attaque.

Op 2 februari j.l. verscheen in De Standaard onder de kop ‘Bericht aan weldenkend links’ een curieus stukje van dbarnard_2.jpge hand van twee notoire penneridders: Benno Barnard en Geert Van Istendael. Naar aanleiding van het ‘hoofddoekendebat’ trekken de auteurs van leer tegen de fundamentele onverdraagzaamheid die van de Islam uit gaat, iets waar ze volledig gelijk in hebben, zie ons essay ‘De weg naar Mekka loopt dood’. Merkwaardig is echter de nostalgische toonzetting van hun artikel, en het centrale idee dat Europa om zeep gaat omdat het zijn eigen religieuze tradities verloochent, meerbepaald “het protestantisme en het jodendom, met hun traditie van dialectiek en zelfstandige tekstinterpretatie”.

Op het opiniestuk werd vervolgens door datzelfde ‘weldenkend links’ met losse flodders geschoten, het ene al clichématiger dan het andere, met als triest dieptepunt het scheldproza van Prof. Dr. Herman De Ley, in mijn studententijd een rabiate Marxist waarmee nauwelijks een normale discussie te voeren viel, en nu promotor van de sharia in ons rechtssysteem. Ik ga nu even voorbij aan de rommelige opmaak van het duidelijk veel te snel geschreven stukje: het op een hoopje gooien van de Bijbel, de Verlichting en het Westerse tolerante denken, versus de vrouwelijke hoofddoek, de “Insjallah!”-kreten en de dromen van Adolf Hitler die Al Quaeda zouden geïnspireerd hebben,- subtiel is het niet. Soit, in een schrikkeljaar waar carnaval op Lichtmis valt en de 1ste mei op Hemelvaart, moet men ook inzake logica enige verdraagzaamheid opbrengen.

Ik wil al deze onverlichte, krakkemikkige ezelsbruggen dan ook laten voor wat ze zijn, om direct naar de clou te gaan, waar de schrijvers wél een punt hebben. Sluimeren de genen van het Judeo-Christianisme in ons collectief onderbewustzijn? Rukt de Islam op, omdat wij dat erfgoed miskennen? Zal ik dan toch maar mijn al zolang uitgestelde Plechtige Communie doen?  Een poging tot zelfstandige tekstinterpretatie.

Lees het artikel  
Dit artikel openen in PDF-formaat

De kroon ontbloot, de politieke klasse in haar hemd…, en nu?

Gepubliceerd in ‘AchterHetNieuws', Maart 2008

Het was een vermakelijk schouwspel op 12 februari, om een triomfantelijke Peter Vandermeersch bij Phara in de clinch te zien gaan met een ietwat kribbige Yves Desmet. Want de Corelio-marketeer had ontegenzeggelijk gescoord met zijn politieke soap rond de formatiecrisis.

Bij die breed uitgesmeerde ‘onthullingen’ van de Standaard vallen uiteraard allerlei kanttekeningen te maken. De krant blijft uitermate vaag omtrent haar bronnen en blijkt vooral een semi-literair slaatje te hebben gemaakt van alle mogelijke Wetstraatroddels uit alle mogelijke hoeken. De nieuwswaarde blijft al bij al beperkt, want dat het Paleis de separatistische NVA niet lust, tja, dat hoefde ik echt niet in De Standaard te lezen,- dat is zonneklaar voor iedereen met wat gezond verstand. En dat Verhofstadt, in het liberale élan om een verkiezingsnederlaag om te spinnen tot een halve overwinning, Leterme en het kartel trachtte te beschadigen, of dat Didier Reynders gebiologeerd is door zijn eigen ego, daar kijken we al evenmin van op.

Dat deze serie de ontluistering betekent van een complete politieke klasse, kan dan ook alleen gelden voor wie vijf jaar onder het Zuidpoolijs heeft doorgebracht, en nu pas geconfronteerd wordt met dit Narcistisch milieu en zijn puberale SMS-cultuur. En dat verhaal van de ‘ontblote kroon’ en het geschonden colloque singulier, daar maken alleen verstokte liefhebbers van de koekendozenromantiek rond de monarchie zich nog druk over, naast natuurlijk grondwetspecialist Paul Van Orshoven. 

De relevantie ligt dus elders, want ze is er wel degelijk, voor de aandachtige toeschouwer. Midden in Phara’s talkshow plaatste Yves Desmet namelijk een voor zijn doen zeer intelligente, en niet van zelfironie gespeende opmerking: ‘die politici briefen de pers natuurlijk niet voor onze schone ogen, maar omdat ze daar een bedoeling mee hebben’. Daarmee raakte hij de Achillespees van heel het Standaard-verhaal: politici gebruiken de pers als een strategisch instrument, en zo moet de ‘informatie’ die zij doorspelen ook gelezen worden. Hun agenda gaat niet over het publiek recht op informatie (wat anderzijds wél een kerntaak is van een medium dat zichzelf respecteert), maar veeleer over het effect van goed getimede small talk en oordeelkundige lekkages. Dat is een wezenlijk verschillend perspectief; en het ziet ernaar uit dat de ‘onverantwoord-interessante’ krant niet echt aan onderzoeksjournalistiek heeft gedaan, maar veeleer de protagonisten van de formatiecrisis heeft laten kwetteren wat ze kwijt wilden. Daarin doorkruisen de verborgen agenda’s van de verschillende acteurs elkaar, ongetwijfeld, maar levert dit meer op dan een imbroglio van geruchten?

De neerslag van 100 uur opgenomen interviews (die we overigens niet te lezen krijgen, heb ik begrepen) vergt dus een analyse die door de lezer zelf nog moet gemaakt worden: dit zijn stukken van een partijstrategische puzzle. De Standaard maakt deze analyse niét, omdat ze anders niet alleen de kroon maar vooral de protagonisten zelf zou ontbloten. En die zullen wel garanties over discretie geëist hebben. We zitten dus met een half verhaal, en moeten de rest zelf invullen. Daarbij geldt beslist o.m. het cui bono-principe als toetssteen: wie heeft er bv. baat bij het gerucht dat CD&V-er Herman Van Rompuy zich van de kartelpartner NVA wou ontdoen? De VLD, met de bedoeling om chaos te creëren en op 23 maart een noodregering te installeren, even permanent als het terreuralarm? En hoe zit dat eigenlijk met de link tussen De Standaard zelf en de VRT, die op gespannen voet leeft met zijn voogdijminister Geert Bourgeois, lid van de ‘staatsgevaarlijke’ NVA?

Ondertussen bij de Wetstraatwatchers

Het bleef dus vrij stil in de hoek van de klassieke observatoren. Is prof. Carl Devos met vacantie, of wat? Je zou toch denken dat heel deze saga gesneden brood is voor een politiek analist. Op enkele verdienstelijke pogingen na, zoals het opiniestuk in DS van Peter De Graeve dd. 14/2 (‘Ons best bewaarde staatsgeheim’), voelde de intellectuele klasse zich niet geroepen om de peilstok in deze beerput te steken. Dit mankement is een typisch Vlaams/Belgisch fenomeen, dat in bv. in Nederland of Frankrijk, met hun sterke polemische traditie, niet aan de orde is. Meer in het algemeen kunnen de rommelige intriges van een B-film, waaruit de Belgische politiek blijkt te bestaan, niet losgezien worden van een gebrek aan kritische reflectie en intellectuele schaduwing. De politici doen het dus, omdat niemand de ballon echt doorprikt met staalharde analyses. Of is de onafhankelijke intellectueel een uitstervende soort? Of zitten ze allemaal in een of andere partijpolitiek gekleurde ‘denktank’ te broeden op ideetjes, die dan onder vorm van proefballonnen op het kiesvee worden losgelaten?

Een teken aan de wand is misschien de uitslag van een recente Knack-poppoll rond de ‘grootste intellectueel’. Het lijstje oogt, met alle respect, treurig. Natuurlijk is dit soort polls maar een reklamestunt voor het magazine in kwestie, en een goedkope manier om het TV-nieuws te halen. Maar toch. Een panel van 100 door Knack geselecteerde ‘prominente Vlamingen’ verkoos die goede oude Etienne Vermeersch met vlag en wimpel, vóór zijn collegae Luc Huyse en Bea Cantillon. Ergens bengelt ook hogervernoemde Carl Devos in de top-10.  Zes respectabele academici (ik schat evenveel logeklanten), een kardinaal, de directeur van het inrichtende blad, de Morgen-hoofdredacteur, twee notabele Wetstraatkemphanen, en de SP.A-gelinkte excuusartiest T. Lanoye,- dat is al-bij-al toch wel een stevig in het systeem ingekapseld gezelschap.

En het lijkt wel of de tijd heeft stilgestaan. Toen “De Nieuwe Maand” in 1989 zo’n hitparade opstelde, werden Vermeersch en Huyse ook al beschouwd als Vlaanderen’s strafste hersenpannen, na Leo Apostel zaliger. Ondertussen, haast twintig jaar later, zijn ze beiden hoogbejaard en professores emeriti, zeg maar: genietend van een vorstelijk pensioen, en nog altijd dient er zich geen vers bloed aan. De vraag dringt zich dan ook op: is Vlaanderen echt zo verkalkt en gefossiliseerd, dat een intellectueel onder de 70 niet au serieux genomen wordt?

De idee dat een democratie een sterke, onafhankelijke intellectuele klasse nodig heeft, die het politieke machtsspel met de grootste argwaan volgt en ook voldoende afstand houdt, is misschien wel voor het eerst uitgewerkt in het boek  “La trahison des clercs” (1927) van Julien Benda. Al 50 jaar dood, maar zijn inzichten zijn actueler dan ooit. Hij ziet de kritische, luciede enkeling als iemand die buiten dat machtsspel en de netwerken blijft (vandaar Benda’s hang naar afzondering), maar ook buiten de reguliere media, die meestal op die netwerken ingeplugd of er zelfs compleet door geabsorbeerd zijn (iets wat zowel bij De Standaard als De Morgen nagenoeg een feit is). Samen met Emile Zola koos Benda in de subversieve ‘Revue Blanche’ stelling in de fameuze Dreyfusffaire, tegen de massahysterie en de dictatuur van het politiek-correcte denken dat toen sterk antisemitisch gekleurd was. Noch Vermeersch, noch Huyse, noch een van de 10 andere ‘meest invloedrijke intellectuelen’ van het lijstje, benaderen ook maar in de verste verte dit profiel. Allen zijn ze koplopers van het academisch-cultureel establishment dat meer dan ooit verstrengeld is geraakt met de politieke agenda’s zelf.

Ethicus Etienne Vermeersch is zelfs een soort moderne hogepriester, waarop het regime steeds weer een beroep doet als het in gewetensnood geraakt of zich moet indekken. Door de sociale, professionele en mediatieke inkapseling van de intellectueel, uitmondend in zijn promotie tot B.V. en mediavedette, kan hij geen passen meer achteruit zetten om het geheel te overzien. Hij ontleent zijn autoriteit niet aan zijn eigen soortelijk gewicht, maar veeleer aan zijn pikorde in het politiek-culturele hoenderhok. Enkelingen worden dan zeer kwetsbaar. Kijk maar naar wat er momenteel met prof. Frank Thevissen gebeurt: iemand die wél onafhankelijke standpunten durfde innemen, en nu van de ‘Vrije’ Universiteit Brussel wordt verwijderd, omdat hij kritiek leverde op het beleid van onderwijsminister Frank Vandenbroucke. Zo staat het er natuurlijk niet, maar elke insider weet het; officieel heet het, dat Thevissen als docent niet meer voldeed en ondermaats was qua ‘uitstraling’. Jawel. ‘Het verraad van de klerken’ bestaat erin, dat een complete intellectuele klasse zich conformeert,- wie niet in de pas loopt, wordt uitgerangeerd.

Verderop in het niemandsland ontwaren we dan nog figuren als Marc Grammens, redacteur van het éénmanstijdschrift ‘Journaal’ en al decennia lang een stekende horzel onder het dak van weldenkend Vlaanderen. Maar Grammens komt nooit op TV, is politiek dakloos en lees je nooit in de opiniebladzijden van DS of De Morgen. Drie fatale minpunten. Met zijn provocerende stelling dat Vlaanderen pas onafhankelijk zal worden als het Vlaams Belang 40% haalt, mocht de links-anarchistische Grammens het wel vergeten bij de reguliere media.     

Meer en meer lijkt het er dus op, dat niét op TV komen, en dus ook geen kans maken in de Knack-poppoll, een teken is van elementair intellectueel fatsoen. Staan verder ook nog hoog in míjn ranking als alternatieve media:  De Stoeten Ostendenoare, het semi-ondergrondse gezwel in het achterwerk van de Koningin der Badsteden, en, waarom niet, de virtuele rioolkrant ‘tScheldt.  Niet altijd subtiel, maar wel eerlijk en to-the-point.

Tenslotte is er nog het internet. Het kan wel zijn dat meer dat 50% van het medium met porno te maken heeft, maar tussen de andere helft vind ik regelmatig pareltjes van kritische journalistiek. Ook voor de analyses rond de Wetstraat-soap moest je daar zijn, en nergens anders. Het vergt enig zoekwerk, maar dat is nu net het boeiende. Vandaag ware Julien Benda een internetpublicist, zeker weten. Tegenover de half-verborgenheid van de schrijver staat de nieuwsgierigheid van de lezer, die zoekt, exploreert, plukt. De klassieke geschreven en audio-visuele media kunnen dit heuristisch niveau nooit meer halen, hoe ‘interactief’ ze ook proberen te worden.

Voor de rest blijft het geduldig wachten op het moment dat de journalistenbonden wakker worden in de 21ste eeuw, en vaststellen dat de leerling,- het publiek,- slimmer is geworden dan de leraar. En dan is de schooltijd misschien wel definitief voorbij.