Godin, secretaresse, voetveeg, zeug

Kleine archeologie van de Muze

Gepubliceerd in Forum, mei 2008

Toen ik onlangs, in mijn hoedanigheid van filosoof-onderzoeker, een mailtje stuurde naar de vermaarde schrijver Tom Lanoye, kreeg ik tot mijn verbazing een week later een bondig antwoord terug van een dame, een zekere Saskia, die me dringend vroeg géén berichten meer te sturen omdat de Meester de laatste tijd al te veel correspondentie kreeg. Tja, een letterkundige die zijn brievenbus verzegelt, dat is natuurlijk een vreemde zaak. Afgezien daarvan probeerde ik me reeds allerlei moois voor te stellen tussen Tom en Saskia, maar gezien de geaardheid van de dichter had ik het kunnen weten: ze bleek een assistente, gelieerd aan de vennootschap NV Lanoye, -het ding bestaat nog echt ook- die efficiënt alles opruimt wat de concentratie van de kunstenaar zou kunnen verstoren.

Lees meer

Advertenties

5 Reacties op “Godin, secretaresse, voetveeg, zeug

  1. Ik heb altijd al gedacht dat sekretaresses veel interessanter zijn dan meesters. Hebt gij geen sekretaresse, Johan? A propos, lang geleden dat ik La Stasi hier nog heb gezien. Ze is u toch niet aan het p..pen zeker?

  2. Het eenzijdige geredeneer naar een conclusie ‘Er zijn dus geen grote vrouwelijke artiesten’ is maar mogelijk als op voorhand een karikaturale omschrijving van het begrip kunst aangemaakt is. Men noemt dat een stromandrogreden. Het lijkt onderbouwd omdat er kwistig links en rechts cultuurbeelden rondgestrooid worden. De indruk moet gegeven worden dat hier een Waarheid staat. Het bewijs: psychoanalyse, iets wat uit een uitsluitend mannelijk brein voortgesproten is en dus zo subjectief als het groot is.
    Met het doel subjectieve praat te camoufleren, zoals “Ik vind die Lanoye een opgeblazen klier” of “In het SMAK staat rotzooi”, waar ik het overigens mee eens ben.
    Zonder psychoanalyse kan ik u met evenveel gezag verklaren: er zijn vrouwelijke grote kunstenaars en genieën. Je moet ze gewoon WILLEN zien, zoals je moet willen zien dat 80% van de hedendaagse kunst bedriegt-den-boer is.
    Maar dat ‘willen’ lukt natuurlijk bijzonder moeilijk binnen een louter mannelijk dorp, zoals dat bijv. van ‘In Flanders’ Fields’. Ze zouden u eens kunnen uitlachen.

  3. Mijn man is mijn muze. Muze hier in de zin van: degene die je inspireert, je een spiegel voorhoudt, die je aanreikingen geeft om je denken te nuanceren en verdiepen.

    Ook als ik geen ‘kunst’ of ‘literatuur’ produceer is hij mijn muze. Kleine, schijnbaar onbeduidende dingen die hij doet kunnen me aanzetten tot grootse daden. Zoals het gebruikelijke zoentje dat hij me wel eens geeft op mijn nek, als ik met mijn hoofd wat voorover gebogen sta te afwassen.
    Dat kan dan zomaar het laatste zetje zijn om de een of andere diepe gedachte op papier te kunnen verwoorden.

    Ik vermoed dat ik ook zijn muze ben. Soms denk ik verbanden te zien tussen successen in zijn werk en de mate waarin ik hem liefheb. (Hij is IT’er, by the way.)

    Het grote verschil tussen de mannelijke en de vrouwelijke ‘groten’ is, dat vele mannelijke groten persee zichtbaar groots en meeslepend willen leven. Zij willen erkend worden. Gezien worden door een groot publiek. Aanbeden worden.

    Het vervelendste boek uit de Nederlandse literatuur is bij uitstek Eline Vere. Louis Couperus schijnt gezegd te hebben dat de grootste motivatie om dit sentimentele boek te schrijven was: meisjes kunnen versieren. Liefst naieve meisjes met een goede fysieke conditie die zich stierlijk verveelden, want daar heb je natuurlijk langer profijt van in bed dan van de een of andere bevallige werkster (wiens rug meer lasten heeft te dragen dan een paar dagelijkse beurten).

    Gelukkig bestaan er ook mannen die, hoeveel genialiteit ze ook bezitten, hun voetstuk kunnen delen met een minsten zo geniale vrouw.

  4. -toevoeging-

    …en die pas gelukkig zijn als zij ook gelukkig is.

    Dat zijn de niet-narcisten, die gek genoeg maar weinig in de geschiedenisboeken terug te vinden zijn.

  5. NB Ik vind het overigens maar een domme aanname dat die Saskia (Lanoye’s mailbeantwoorder) een voetveeg zou zijn.

    Wie weet wat voor winst zij wel niet behaalt uit haar taak, die misschien maar anderhalf uur tijd per week kost?

    Geld? Een netwerk? Een mogelijkheid tot gratis internetten?
    Het kunnen observeren van een schrijver, om daar dingen van te leren? Ik kan me voorstellen dat een schijnbaar “nederig” klusje stiekem heel veel nuttige dingen kan opleveren.

    Of is dat weer een veel te “vrouwelijke” en daarom “minderwaardige” manier van carriereplanning?