Maandelijks archief: juni 2008

Een fruitvlieg in Hotel Regina

Verschenen in AchterHetNieuws, juli 2008

Enkele recente faits divers in het Vlaamse medialand hebben de eeuwige discussie rond ‘kwaliteitstelevisie’ weer aangescherpt.
Het eerste betreft het gekibbel tussen voor- en tegenstanders van de VT4-voetbaltalkshow Hotel Regina, gepresenteerd door Carl Huybrechts. ‘Slechte televisie’ beweren een paar Standaard-redacteurs. ‘Door jalousie geïnspireerde vooroordelen van een VRT-gezind dagblad’, replikeren enkele aan VT4-gelinkte mediafiguren (Luk Alloo, Luc Van Doorslaer). Voor alle duidelijkheid: ik heb het programma nooit gezien, en vind de grond van het debat dus interessanter dan de aanleiding. Want wat is eigenlijk ‘goed televisie’? Kan een massamedium, zelfs een nichezender, buiten de paradoxale waarheid dat kijkdichtheid en kwaliteit (verstaan als ‘hoogstaand’, ‘creatief’, ‘kunstzinnig’, ‘complex’…) omgekeerd evenredig zijn? En dat een omroep zonder kijkbereik geen enkele bestaansreden heeft,- wat des te meer geldt voor een commerciële zender?
 Toch doen zich af en toe uitzonderlijke momenten voor, waarin een medium die kijkcijferlogica bewust overtreedt, zoals de kinderzender Nickelodeon die op woensdag 25 juni gewoon niks uitzond en een ‘Buitenspeeldag’ organiseerde. Ach, natuurlijk is dat vooral een promotiestunt van deze zender, inclusief de obligate festivalsfeer, de liedjes, gitaren en drums die het happening-gehalte moeten oppeppen, nota bene met steun van cultuurminister Bert Anciaux. Het idee blijft niettemin fascinerend: televisie die erkent dat er nog een wereld daarbuiten is, en dat je die enkel kan ontdekken door géén TV te kijken. Cultuur als antithese van de medialogica,- uit de virtualiteit treden…

Lees het artikel

Vlaanderen en de VRT in het post-Mary tijdperk

Doorbraak, Juli 2008

De missie van een openbare omroep vraagt om méér dan marketing

De schandalige manier hoe Suez/Electrabel, vanuit zijn commerciële machtspositie, het publiek misleidt en de wetten van de zogenaamde “vrije markt” dicteert, doet denken aan de donkerste dagen van het staatsmonopolisme. Dit Franco-Belgisch kluwen, verweven met de oude haute finance, domineert de energiemarkt op een manier die tot bezinning noopt over hoe wij het in het Vlaanderen van morgen gaan aanpakken. Het neoliberale dogma werkt niet overal,- soms moet de overheid -de gemeenschap, wij dus- zelf opnieuw de teugels in handen durven nemen. Vooral in vitale sectoren, domeinen die we collectief willen beheren,- water, energie, onderwijs, gezondheidszorg, enz. Wat Europa er ook van denkt.

Ik wil in dat opzicht ook een pleidooi houden voor de opwaardering van wat sommigen smalend als de ‘staatsomroep’ betitelen. Het is waar dat de VRT, de zogenaamde ‘rode burcht’, in het verleden zwaar mismeesterd is. Wat een omroep met hoge kwaliteitsnormen zou moeten zijn -een ‘Vlaamse BBC’-, was vroeger weinig meer dan een aftakking van de partijpolitieke bureaucratie. Vandaag echter is het een flets spiegelbeeld van de commerciële omroep, net omdat men zich liet verleiden tot een markteconomische benadering van iets wat in essentie met cultuur te maken heeft.

Het verschijnsel Woestijnvis is typerend voor deze vermarkting. Het is het succesverhaal van de gewezen VRT-sportjournalist Wauter Vandenhaute, die midden de jaren ’90 handig inspeelde op de crisissfeer binnen de publieke omroep, waar men geen antwoord vond op de uitdaging van de jonge tegenspeler VTM. Samen met ander VRT-personeel dat voor eigen rekening was begonnen, zoals Marc Uytterhoeven, kon hij de top ervan overtuigen dat werken met een extern productiehuis veel makkelijker, gestroomlijnder en efficiënter verloopt dan zelf programma’s ineenknutselen.

In 2004 sloegen de gladde jongens van Woestijnvis dan hun grote slag, via een monstercontract dat het bedrijf tot 2011 op rozen zet. De fabelachtige condities en de details van de overeenkomst (goed voor een slordige 30 miljoen Euro ’s jaars), die vol bonusclausules en exclusiviteitsgaranties zit in het voordeel van het productiehuis, zijn sinds oktober van vorig jaar uitgelekt. Per ongeluk, want VRT-baas Tony Mary wilde helemaal niet dat de Vlaamse kijker/belastingbetaler er zich mee ging bemoeien.

De vieze luchtjes die nu bovenkomen, n.a.v. het vernietigende rapport van het Rekenhof, situeren zich precies rond ex-gedelegeerd bestuurder Tony Mary en ex-algemeen directeur televisie Aimé Van Hecke, die op de werkvloer ook nog eens rollebolde met ex- Eén-nethoofd Bettina Geysen (bezielster van het “Fata Morgana”, het meest kleffe feel-good-programma dat ooit de Vlaamse huiskamers teisterde).

Het moraliteitsgehalte én het intellectueel niveau van dit ‘exen’-trio verklaren voor een groot deel waarom Woestijnvis aan zijn genereus contract kwam. Het is namelijk ontstaan in de schemerige ons-ken-ons-sfeer van de exquisite etentjes (dikwijls in het etablissement van Vandenhaute zelf, Couvert-Couvert nabij Leuven) en de wufte saloncultuur (de fameuze ‘Bobo-avonden’ waar Mary elke vrijdagavond op kosten van de VRT de beau monde tracteerde en zijn opvallend Belgicaine netwerkje uitbouwde). Op deze frivole bestuursstijl entte zich een soort intellectuele luiheid (of is het omgekeerd?), waardoor het maken van programma’s a.h.w. bijkomstig werd. Produceren, dat was iets voor facilitaire satelietbedrijfjes die maar hun factuur moesten binnenbrengen. De top was vooral bezig met zakendoen, negociëren, strategieën bedenken en het ontwikkelen van grootse marketingconcepten vol newspeak en managerslatijn (crossmediaal is er zo eentje).

Het Rekenhof heeft echter duidelijk méér gedaan dan wat gerekend, als je dingen leest in het rapport als: “De openbare omroep koopt tv-programma’s aan zonder visie of doelstellingen, met weinig transparantie en mededinging, en een gebrekkige motivering.”

Ik lees daarin zonder meer dat de VRT zijn kerntaken schromelijk heeft verwaarloosd en de braindrain richting privé zelf bestendigt. Het gaat er zelfs niet om of een programma meer of minder kost in uitbesteding. Het ‘huis van vertrouwen’ moet zelf het inventief laboratorium zijn waarin een modern, open-minded kijkerspubliek zich herkent. Waar blijft het talent dat wél in de structuur en binnen de missie wil werken van een Vlaamse gemeenschapszender? Of omgekeerd: wanneer wordt het uitstralend effect van een openbare omroep weer krachtig genoeg om creatievelingen aan te trekken?

Het huidige Vlaamse medialandschap munt uit door schrale middelmatigheid en gebrek aan diversiteit. De ongezonde verstrengeling Corelio/VRT/Woestijnvis, ook al door het Rekenhof gesignaleerd, wijst erop dat er achter de schermen verder wordt gecombineerd in de richting van een Electrabel-achtige monoliet. Met alle gevolgen vandien. Het trio Mary-Vanhecke-Geysen waren niet alleen slechte managers, ze blijken ook inspiratieloze televisiemakers geweest te zijn met een heel geborneerde kijk op actuele mediacultuur en de mogelijkheden van een Vlaamse kwaliteitszender.

Ook kersvers aangestelde gedelegeerd-bestuurder Dirk Wauters komt uit de bedrijfswereld. Hopelijk een beter bestuurder. Toch zou ik graag aan het hoofd van de publieke omroep eens iemand willen zien met visie. Daarom geen artiest à la Hoet of Mortier, maar op zijn minst iemand met een cultureel-pedagogische achtergrond, en die ook echt gelooft in de meerwaarde van een gemeenschapszender. Een ‘intendant’ dus, die zakelijk op de vingers mag gekeken worden.

Toeval of niet, de grote sponsor van Fata Morgana heet Electrabel. Slechte televisie, gemaakt met fout geld. Belgisch, al te Belgisch…