Maandelijks archief: oktober 2008

Een brug te ver,- een filosoof teveel?

Gisteren, 26 oktober, was op VRT-Canvas de Panorama-reportage te bekijken, getiteld “Een brug te ver”, over het Antwerpse Lange Wapper-project, de (mis-)communicatie daarrond en het groeiende Antwerpse ongenoegen.
In de aanloop naar dit programma werd ik door de samensteller gecontacteerd, ene Aart De Zitter, die me op een zeker moment bijna stalkte. Ze wilden Noël Slangen, verantwoordelijk voor de communicatie rond het project, “eens grondig aanpakken”, de onmogelijke prijs/kwaliteitverhouding van zijn diensten, zijn Machiavellistische, door de reklamelogica geïnspireerde visie op overheidscommunicatie, enz. enz.
Daarvoor waren ze bij mij, ex-werknemer van Slangen & partners en auteur van o.m. “Communicatie kan tot hersenstilstand leiden”, aan het juiste adres. Een dikke twee uur hebben ze me thuis geïnterviewd, met cameraploeg en alles erop en eraan. Ik mocht breed uitweiden over Slangen’s bijbel “Modellen van C”, waarin hij o.m. zijn opmerkelijke visie op burgercomités en actiegroepen weergeeft, het onderliggende vijandbeeld tegenover de burger, het misprijzen voor inspraak en democratische besluitvorming, enz.  Ook de psychologie van de Antwerpenaar en het aan deze stad inherente anti-establishment-gevoel, waaraan ik een studie wijdde, kwam uitvoerig aan bod.
Tot onze verbazing bleek de tussenkomst van Sanctorum compleet te zijn weggeknipt, zonder boe of ba, en kwam de communicatie-expert anderzijds opvallend goed weg uit dit programma.
We kennen VLD-directeur Noël Slangen ondertussen goed genoeg om te beseffen dat hier druk is uitgeoefend en dat de makers van het programma hun ambities, om diens visie en methodes eens grondig door te lichten, duchtig hebben bijgesteld. Dat leverde o.m. het hilarische effect op, dat iedereen zich in koor beklaagde over de lamentabele communicatie rond Lange Wapper, maar dat er over Slangen haast niet gerept werd, behoudens een korte interventie van Jan Peumans.
Zo bleek die Panorama-reportage te lijden een het euvel dat het zelf wou aan de kaak stellen: intransparantie en politieke machinaties. Droevig voor een publieke omroep. We trekken er onze conclusies uit.

Johan Sanctorum

Advertenties

Haalt het Avondland de Morgen?

Over paniek en paranoia in de ‘linkse’ pers

Verschenen in AchterHetNieuws, October 2008

Zopas verscheen mijn essaybundel ‘De islam in Europa’, uitgegeven in samenwerking met een handvol intellectuelen die traditioneel als ‘links’ geboekstaafd staan (Benno Barnard, Ludo Abicht, Geert Van Istendael, Jan De Pauw…). Een van de essays die ik voor het boek schreef, draagt de titel “Haalt het avondland de morgen?”,- een profetische titel, zo zou blijken.

Het boek, onlangs voorgesteld in deBuren/Brussel, wil een aantal taboes doorbreken rond de islam en de plaats van deze levensbeschouwing in onze cultuur,- taboes die vooral in links-progressieve middens gedurende decennia werden aangehouden. Daar zal een dagblad als De Morgen, de spreekbuis toch van de Vlaamse linkerzijde, een hele kluif aan hebben, dachten wij. Maar het Progressief Dagblad voor Vlaanderen negeerde in eerste instantie de publicatie toen uitgever Van Halewyck het ter recensie aanbood,- wellicht omdat de islamkritische invalshoek al bij voorbaat niet strookte met het ideologisch programma van deze krant.

Ondertussen was de bundel echter al verschillende bestsellerlijsten binnengedoken, had ik als auteur/samensteller al zo’n dozijn interviews achter de rug, en zaten de Morgen-redacteuren met de handen in het haar. Toen klom witte ridder Walter Pauli in zijn pen om met een B-plan het boek alsnog zijn élan te ontnemen: hij koos er één tekst uit (het anti-hoofddoeken-essay van Geert Van Istendael), en startte een diffamatiecampagne tegen deze “verrader van de linkse zaak.” De column ‘Aan Geert van Istendael, zo recht in de leer’ (DM, 13/9/08) tart elke norm van degelijke journalistiek, en bestrijdt de these van de auteur (‘Het toelaten van religieuze symbolen als de moslima-hoofddoek brengt ons terug naar de tijd van het achterlijke Vlaamse katholicisme”) met argumenten die veeleer eigen zijn aan Dag Allemaal  (toeval of niet, behorend tot dezelfde mediagroep als DM…): lange uitweidingen over de psychische disfuncties van de dementerende schrijver (W. Pauli: “Niet met mij, oude man…“), diep graafwerk in het familieverleden van de auteur, veel van horen-zeggens,… maar vooral weinig inhoudelijke tegenwerpingen en volwaardige antwoorden op lastige vragen.

Riooljournalistieke oprispingen of bewuste strategie? Want met het karikaturaal afschieten van Van Istendael (die tot in den treure replieken bleef indienen, wat hem alleen maar dieper in het moeras van de diffamatie deed wegzinken) werd zorgvuldig de aandacht afgeleid van een hele reeks islamkritische argumenten die in andere essays van het boek worden opgebouwd. Het interview, later op die week afgenomen door DM-opiniechef Bert Bultinck, baadde in dezelfde rancune van het klassiek-linkse zelotisme en vermeed zorgvuldig het fundamentele debat.  De door ’t Pallieterke gebruikte kwalificatie “Vlaamse Pravda” zit er, vrees ik, niet eens zover naast. Waarbij steeds meer Morgen-lezers zich de vraag bleven stellen waarom de krant het boek niét besprak – en tot op vandaag hardnekkig verzwijgt-, maar wel één auteur aan een soort mediatieke inquisitie onderwierp.

De identiteitscrisis bij links

Een analyse van dit euvel voert ons onvermijdelijk naar de malaise binnen de Vlaamse linkerzijde. Inderdaad, de Vlamingen hebben gekozen voor CD&V/NVA, LDD en VB, – en ik analyseer dat als een uitgesproken anti-establishment-reflex, meer dan als een uitgesproken ‘rechtse’ stem.  Heel de brede stroom van burgerprotest in Vlaanderen draagt bovendien onmiskenbaar een anti-Belgische signatuur, waar SP.A , Groen! en VLD als gebiologeerd naar zitten te kijken. De identificatie van de oude elite-maatschappij met het Belgische regime is onomkeerbaar en groeit gestaag. Vlaanderen zit dus in een politieke transitie, op weg naar de onafhankelijkheid én een nieuwe socio-culturele constellatie, waar traditioneel links geen verdienste aan heeft en waar het nooit enig begrip voor heeft kunnen opbrengen. De elite van het Antwerpse Zuid leeft dus in een vacuüm, ze peroreert helemaal buiten het volk om, dat hen de rug heeft toegekeerd.

Via deze ideologische schizofrenie tekent zich langzamerhand ook een gespleten relatie af met dat ‘volk’, waar de wereldverbeteraars zich verbaal zo voor inzetten, maar dat hun soep niet lust en liever Het Laatste Nieuws leest. De paranoia is niet ver weg, het discours wordt kribbig, nerveus, men schiet in alle richtingen: Wanneer dan nog oude kameraden zoals Geert van Istendael meeschrijven aan een islamkritische essaybundel, is het hek helemaal van de dam. In een stijl die aan de donkerste dagen van het Stalinisme herinnert, worden deze afvalligen verbaal gekruisigd en op een zwarte lijst geplaatst.

De waarheid is dus, dat  de jongens van De Morgen de voeling met de publieke opinie compleet kwijt zijn, maar ook aan paranoia beginnen te lijden wat hun eigen getrouwen betreft. De neo-Belgicistische kramp is daar een neveneffect van, en is ingegeven door een groot heimwee naar de oude staatsstructuur waarin grote, stabiele belangengroepen (zuilen, vakbonden, patronaat, loge, allerlei lobby’s, media, de partijen zelf uiteraard) onder elkaar het status-quo bepalen. De paradox dat de Vlaamse linkerzijde zich maatschappelijk conservatief opstelt, vergroot nog de frustratie en de identiteitscrisis. Deze schizofrenie loopt onvermijdelijk uit op het soort proza waar Walter Pauli in uitblinkt: schaduwgevechten tegen allerlei rechtse, reactionaire, racistische, fascistische demonen,- vanwege een intellectuele semi-elite die alleen nog zichzelf vertegenwoordigt. Voor een krant moet dat fataal aflopen, in de richting van een Rode-Vaan-achtig ledenblad. Met zijn oplage van 50000 ex. bengelt De Morgen aan de staart van het Vlaamse dagbladpeleton, en beterschap lijkt er niet echt in te zitten.

Populisme” en contre-démocratie: de klassieke media zijn niet mee

Conclusie: de linkse pers leeft nog volop in een oud politiek paradigma van de ‘verlichte elites’, terwijl de publieke opinie dat paradigma allang terzijde heeft geschoven. Dat is misschien nog het ergste aspect van het Morgen-syndroom:  zich tot de linkerzijde bekennende journalisten die zelf een deel-establishment zijn gaan vormen en de overleving nastreven van een in se verziekt maatschappijmodel, gebaseerd op een machtsevenwicht tussen belangengroepen en invloedssferen. Inbegrepen de particratie, de ontwaarding van de parlementaire democratie, de postjescultuur, het gebrek aan ‘parler vrai’ bij de grote media, de marginalisering van critici, tot en met regelrecht beroepsverbod, zie de zaak Frank Thevissen.

Onder ‘establishment’ versta ik: het geheel van institutionele mechanismen (politiek, cultuur, gerecht, media, economie…), waarvan de hefbomen bediend worden door een betrekkelijk kleine groep personen, die de sleutelposities bezetten en hun macht via deze hefbomen ook bestendigen.  Onvermijdelijk hangt deze sociale top-down-dynamiek samen met het bestaan van allerlei wisselstations waarin die personen elkaar informeel frekwenteren (loges, serviceclubs, lobby’s). Het drama van de klassieke media in Vlaanderen en België is, dat ze de nieuwe civiele protestbeweging tegen deze verloedering met lede ogen aankijken, en er verkrampt op reageren. Dat de anti-establishment-stroming wereldwijd vooral een internetgebeuren is, versterkt nog hun viscerale afkeer.

Het zgn. ‘populisme’ van LDD en VB, en in iets mindere mate NVA, is niets anders dan de erkenning van die nieuwe burgerreflex, en het zoeken naar electorale verzilvering ervan. Daar is dus niets mis mee, integendeel. Vanuit nieuw-links doet Marijnissen het met veel verve in Nederland, Ségolène Royal heeft het in Frankrijk geprobeerd door het concept ‘contre-démocratie’ van de politicoloog Pierre Rosanvallon te adopteren.

Allen beseffen ze dat het rijk van de elites uit is, en dat de politiek an sich zich zal moeten heruitvinden, wil ze overleven. Zelfs republikeinse presidentskandidaat John McCain kon niet anders dan het anti-establishment-discours van Obama overnemen, en vermijdt zorgvuldig ook maar samen gezien te worden met zijn partijgenoot, president George Bush jr. De macht is besmet, elke politicus staat voor de paradox dat hij de kant van het morrende volk moet kiezen, en tegelijk macht ambieert.

De echte revolte stelt zich als burgerprotest en als stoorgeluid vanuit de intellectueel-culturele marge, die het proces maakt van de traditionele netwerken. Zelfs een vriendelijke man als letterkundige-historicus David Van Reybrouck pleegde zonet een boekje genaamd “Pleidooi voor populisme”, waarin de kloof en de naderende clash wordt vastgesteld tussen het personeel van de netwerkstaat en de gewone man die de verhalen niet meer slikt.

Nog dit. Op 13 september j.l. ontving Filip Dewinter in Firenze de ‘Oriana Fallaci’-prijs ‘omwille van de moed waarmee hij oproeit tegen de vloedgolf van de politieke correctheid’. Oriana Fallaci, overleden in 2006, is een Italiaanse oud-verzetsstrijdster, journaliste en publiciste, die zowat alle groten der aarde aan een diepte-interview heeft onderworpen, en op het einde van haar leven enkele spraakmakende islamkritische boeken publiceerde. Voor zover ik kan nagaan heeft geen enkele Belgische krant, weekblad, radio- of TV-zender melding gemaakt van de prijsuitreiking. Ik kan dat moeilijk anders kwalificeren dan als een vorm van (auto)-censuur die deel uitmaakt van het globale democratisch deficit in dit land. Men moet geen fan van Dewinter zijn, om vast te stellen dat we hier met desinformerende journalistiek te maken hebben, gericht op een politiek-correcte uitfiltering van nieuwsitems. Het weggommen van Fallaci, een absoluut journalistiek icoon uit de vorige eeuw, omwille van een ‘foute’ laureaat, is daarbij grotesk en lachwekkend.

De panische manier hoe de gesettelde media zich verbonden hebben in een strategie van het zwijgen, toont de radeloosheid van een archaische waarzeggersklasse tegenover de opkomende civil society. Het is ongeduldig wachten op een nieuw persinitiatief dat dit fenomeen kan oppikken en omkaderen.