Maandelijks archief: januari 2009

Van “Bushism” tot “Obamania”

Hoe zou rebel Michael Moore zich deze dagen voelen?

 

Het kroningssmoore2pektakel zit erop, de eedaflegging van Barack Obama kwam onder een nooit geziene belangstelling in kleuren en geuren op het TV-scherm. De grote TV-zenders en dagbladen verdrongen zich om dit gebeuren in de verf te zetten en er wat extra kijkcijfers of oplages mee te genereren. Want de crisis doet zich gevoelen in de sector, en alle beetjes helpen.

Het “historische feest van de hoop en de democratie” dus. Afgezien van het feit dat ik nooit begrepen heb hoe de Amerikanen iemand als Bush hebben kunnen verkiezen (al kon de eerste editie nog als een accident beschouwd worden), en nog minder hoe ze hem ook nog eens konden hérkiezen, wijst de hype rond Obama, de zgn. Obamania, niet echt op een gezonde democratie. Wat we vandaag meemaken is uiteraard de terugslag van een pendule die veel te lang naar één richting is uitgeweken, en nu met een enorme kracht terugzwaait. Amerika lijkt, eens het feest afgelopen, toch wel toe aan een introspectie, een gewetensonderzoek. Dit vraagt om een proces. Geen juridisch proces, geen tribunaal. Maar een moreel-historisch. De cruciale vraag die zich opdringt, is: als iedereen vandaag zo gelukkig is, wie of wat heeft de publieke opinie in de V.S. dan haast acht jaar bevroren? Waarom viel Bush niet eerder van zijn voetstuk?  Het antwoord is eigenlijk analoog aan de verklaring waarom moderne dictaturen en schijndemocratieën overleven: door nieuwsmanipulatie, indoctrinatie, professionele spinning,- en vooral door een media-industrie die in heel deze maalstroom meegaat en essentieel medeplichtig is aan desinformatie.

CNN gewaagt in een recente peiling haast euforisch van een historisch record:  84% van de Amerikanen staat momenteel achter Obama. Impliciet is deze deelname aan de ambiance echter een schaamlap: CNN heeft in het verleden altijd de Bush-kaart getrokken en blonk uit door zijn gekleurde, eenzijdig-optimistische verslaggeving van de Irak-oorlog. Ik spreek dan nog niet over de hardnekkige geruchten als zou de zender in 2004 met de exit-polls geknoeid hebben in het voordeel van G. Bush.

De echte republikeinse propagandazender was overigens Fox News Channel (vooral bekend van de stunt in 2000 om Bush tot winnaar uit te roepen nog voor de uitslag bekend was), die Obama in reportages “per ongeluk” herhaaldelijk als Osama betitelde. Maar ook Fox keerde net op tijd zijn kar en begon, toen het duidelijk werd dat Obama het ging halen, zelfs aan een gênant charme-offensief bij monde van topman Rupert Murdoch.

Het desinformerend en indoctrinerend karakter van de Amerikaanse massamedia, die nu massaal bakzeil hebben gehaald en de Obamania zelf aanzwengelen om zich uit de wind te zetten, mag o.m. blijken uit de speciale behandeling die Bush-critici van het eerste uur zoals Michael Moore (1954) te beurt viel. Hij ging, al in 2000, resoluut in de aanval tegen het Bush-regime, maar ook tegen de verziekte mediacultuur, wat hem o.m. de uitroep tegen CNN ontlokte:  ‘For once, CNN, can you tell the truth about Iraq, about healthcare, about…?’

Ha, die Moore. Men kan niet zeggen dat de maker van politieke documentaires zoals Fahrenheit 9/11 (waarin de relatie tussen de familie Bush en het koningshuis van Saoedi-Arabië aan de gebeurtenissen van 11 september 2001 wordt gelinkt), Bowling for Columbine (tegen de Amerikaanse wapen- en geweldcultuur), en Sicko (tegen de falende gezondheidszorg in de VS) in het begin veel publieke bijval genoten. Zeker niet in het bij het conservatief establishment aanleunende Hollywood, waarmee Bush-adviseur Karl Rove zoete broodjes bakte. Toen Moore de onvergetelijke quote ‘Shame on you, mister Bush’ de zaal inslingerde, n.a.v. een oscar die hij in 2002 kreeg, werd hij uitgejouwd, op een paar dapperen na. Zowel in de reguliere pers als in de blogosfeer werd Moore deskundig gemarginaliseerd en gestigmatiseerd tot een socialistische (een zwaar scheldwoord in de VS) flapdrol, een publiciteit zoekende onbenul, een paranoïde sociopaat, artistiek een klungelaar en ideologisch achterlijk. In mei 2004 nog verbood het Amerikaanse amusementsconcern Walt Disney, via distributeur Miramax, om Fahrenheit 9/11 uit te brengen, vanwege het “staatsvijandig” karakter. Amerika, het paradijs van de vrijheid? Nu ja….

 

Van paranoia tot pensée unique

Amerika creëerde zijn eigen nachtmerrie en ontwaakt nu vrolijk. Wat moet men met deze paradox. Wat de “paranoïde” dissident Moore al acht jaar eenzaam staat te orakelen, staan nu breed in alle kranten, als een pensée unique: Bush deugde niet. Alles, zijn War on terror, de Irak-oorlog, Guantanamo, het torpederen van Kyoto, Katrina, heel de verwevenheid van zijn administratie met de olie- en wapenbusiness, het stonk allemaal. Van CNN tot Luc van der Kelen,- ze maken nu allemaal om ter luidst het proces van “de slechtste president ooit”.

De enige verklaring is, dat de oppermachtige media-industrie vertragingseffecten genereert in het collectief bewustzijn. De allesverzengende hypecultuur, in combinatie met agressieve politieke spinning waar geen immuniteit tegen wordt gekweekt, zorgen ervoor dat de publieke opinie jaren lang in een “luchtbel” kan leven, afgezonderd van de realiteit. De Irak-soap van CNN is slechts het meest frappante voorbeeld van die virtualisering, daar waar media en macht in elkaar grijpen, en journalistiek “embedded” geraakt in het systeem.

Moore had dus gelijk, maar kreeg het nooit. Wat altijd opnieuw als ziekelijk complotdenken wordt afgedaan blijkt in zijn geval scherpzinnigheid en helderziendheid. Achteraf, wel te verstaan.

De conclusie is, dat systeemkritiek nog altijd een zaak van heldere, hardnekkige individuen is, die ergens een gat geboord hebben in de “luchtbel”. We hebben meer dan ooit mensen nodig die tegen de mediatieke stroom ingaan. Het zijn grotendeels éénmansprojecten van publicisten, bloggers, excentrieke filmmakers. Existentieel is hun toestand hachelijk; Moore had uiteindelijk nog een “markt” voor zijn producties, de meesten hebben helemaal niks en worden weggedrukt door het mediageweld.

De Obama-hysterie is verontrustend. Niet omwille van de figuur van Obama op zich, maar vooral omdat de zogenaamde “vierde macht”, pers en media, een sleutelrol blijkt te spelen in processen van maatschappelijke bewustzijnsvernauwing. Terwijl haar primaire missie het omgekeerde pretendeert. We worden dus belazerd, simpelweg. Ik zie in onze eigen Vlaamse “kwaliteitspers” dezelfde vernauwingseffecten: de manier bv. hoe paars gedurende heel het Verhofstadt-regime werd opgehemeld, en hoe kritische geluiden door De Morgen én door de Standaard werden gemarginaliseerd en geridiculiseerd (denk bv. aan wat D.J. Eppinck overkwam), heeft uiteindelijk geleid tot de 800.000 anti-stemmen van Leterme, de hype, én nadien de kater. Zoiets is slecht voor de democratie.

Hoe zou de activist, onderzoeksjournalist en kunstenaar Michael Moore zich overigens deze dagen voelen? In feeststemming? Ik betwijfel het. Het moet hem enorm steken dat zijn protest uiteindelijk allemaal niks uithaalde; dat Bush weliswaar werd uitgewuifd als “de slechtste president aller tijden”, maar meer ook niet. De media buigen mee als riet met de wind. Tegen de wind inroepen is nutteloos. Gisteren was het “the war on terror”, vandaag is het “change”. Ik zou willen dat iemand als Obama dit soort luchtspiegelingen overstijgt, zijn magistrale redevoeringen hebben ook mij begeesterd. Maar slechte karakters als Michael Moore zijn overal nodig, altijd. Vooral als iedereen juicht.

 

Johan Sanctorum

Glimlach, u komt in beeld

Waarom gekke Jeff niet helemaal ongelijk had

(Verschenen in “AchterHetNieuws”, 15/1/09)

 

Onlangs was plastisch chirurg Jeff Hoeyberghs het “slachtoffer” van een grap, verzonnen door de makers van het gloednieuwe satirische VRT-programma “Zonde van de zendtijd”.

De man zou vereerd worden met een wassen beeld in het (onbestaande”) Brusselse filiaal van Madame Tussaud, maar werd tenslotte door de vrolijke VRT-jongens met een candid camera geconfronteerd. “Sorry mijnheer Hoeyberghs, het was maar om te lachen.” Jeff kon er evenwel niet mee lachen en eiste een schadevergoeding van 10.000 Euro wegens misbruik van vertrouwen.

Laat ik vooreerst stellen dat elke poging van elke omroep om zich in dit land aan satire te wagen, absoluut moet worden toegejuicht. Ik kijk reikhalzend uit naar het moment waarop bv. een fiere Pieter De Crem de Nobelprijs voor de Vrede gaat afhalen en in Café De Vrede te Westvleteren belandt. Of de dag dat kardinaal Danneels, op weg naar een oecumenisch conclaaf, tot zijn verbijstering in een zwarte mis annexe sexfestijn terechtkomt. Wie hoog op de sociale ladder staat, mag al eens afgaan. Dat scheelt een stuk verzuring, en het is vooral goed voor het relativeringsvermogen van de personen in kwestie.

Maar wat was nu eigenlijk de gram van Jeff Hoeyberghs? Dat zijn “vertrouwen misbruikt” was,- of dat hij als kleine zelfstandige zijn kostbare tijd had verleuterd aan een flauwe TV-grap? Want voor laatstgenoemd bezwaar kan ik namelijk wél enig begrip opbrengen. Het doet me denken aan die keer toen ene Aart De Zitter mij voor een Panorama-uitzending had weten te strikken, en me een hele namiddag was komen interviewen rond het Antwerpse Oosterweelgebeuren. Als schrijver van een aantal essays rond overheidscommunicatie, en meerbepaald over de schimmige rol van figuren als Noël Slangen, waren ze bij mij aan het juiste adres. Van twee tot zes zat ik onder de lampen voor een interview… waarvan uiteindelijk geen seconde werd uitgezonden, vraag me niet waarom, een uitleg werd nooit gegeven. En jawel, als free-lancer en zelfstandig journalist heb ik toen een factuur gestuurd naar de VRT. Niet omwille van een “misbruik van vertrouwen”, maar gewoonweg omdat ik die tijd veel beter en lucratiever had kunnen besteden. Zonde van mijn tijd, absoluut. Dus Jeff, daar heb je zeker een punt: TV-figuren van de derde garnituur, die zelf voor elke wind die ze laten betaald worden, moeten niet denken dat ze anderen maar gratis kunnen laten opdraven, als daar zelfs geen luttele seconde TV-publiciteit tegenover staat.

 

Ondertussen in de montagekamer

Natuurlijk heb ik nooit een cent gezien van de VRT, of wat dacht u. De echte gedupeerden van dit soort piraterij zijn overigens de gewone mensen die zich laten verleiden om in “human interest” programma’s als “Man bijt Hond” te figureren. Camera’s die de argeloze Vlaming meedogenloos registreren als een stotterende kluns. Koppels die, tijdens een gefilmde verbouwing, de ruzie van hun leven krijgen waar heel Vlaanderen van kan meegenieten. Vals zingende amateurs die door een jury verbaal worden afgeslacht: de welbekende uitlachtelevisie. Formats waarbij ik spontaan denk: “Is er dan niemand die deze mensen tegen zichzelf kan beschermen?” Er zit toch wel een vreemde psychologie achter de candid camera-toestanden: mensen worden gefopt, maar moeten het absoluut grappig vinden. De verplichting om het spel mee te spelen leidt tot een bizar soort onderwerpingsgedrag, zure lachjes, geforceerde hilariteit, allerlei underdogattitudes.

Het welbekende motto van Andy Warholl “Leve de televisie, nu is iedereen vijftien minuten beroemd”, is nog een understatement, want die vijftien minuten zijn voor de overgrote meerderheid onder ons een rituele, obligate zelfvernedering. In een maatschappij die steeds meer op controle gericht is, en camerabewaking haast iets universeel wordt, zijn TV-grappen met de kijker misschien toch niet zo onschuldig. Misschien zijn ze wel het carnavaleske spiegelbeeld van een maatschappelijk raderwerk dat registreert én regisseert tegelijk. In dat geval is satire, zeker als het genre de “gewone man” viseert, geen middel tot ontluistering, maar veeleer een bevestiging van de bestaande orde. Humor is in dat perspectief veeleer onderdrukkend en ont-individualiserend.

Het gebeurt maar heel zelden dat een slachtoffer zich actief verweert tegen die discrete terreur, door bijvoorbeeld zelf de camera te viseren, of een reporter te lijf te gaan. “In de gloria” (een straf staaltje zelfsatire van het medium overigens) presenteerde eens een sketch waarin een taxichauffeur helemaal uit het lint ging tegen een candid-camera-ploeg. Maar de man was, binnen het verhaal, dan ook uit een ontslagen psychiatrische patiënt op zijn eerste werkdag… Voor de rest constateer ik vooral gelatenheid. Zoals in de tram ook nooit iemand recht staat als er een reiziger wordt afgetuigd.

Dus samengevat: heeft B.V Jeff Hoeyberghs zich weer eens vergaloppeerd in zijn reactie? Ongetwijfeld. Maar zijn fuck-you-gebaar zou wel een voorbeeld kunnen zijn voor de duizenden onbekende Vlamingen. Een hint dat het nu ook weer niet zó vanzelfsprekend is om elk om de beurt door de staatsomroep te kakken te worden gezet. Ik begin zelfs te snappen waarom mensen in bepaalde “minder geciviliseerde” culturen woedend worden wanneer ze iemand met een camera zien. En iets minder begrip kan ik opbrengen voor journalisten die in elke vertrapte camera een bedreiging voor de democratie en de vrijemeningsuiting zien. De vrijheid voor ons, figuranten, om in de schijnwerpers te komen en zelf de scenario’s te bepalen, bestaat namelijk niet. En zelfs al zou u uw eigenste nummertje brengen, de montagekamer en de lachband zullen er anders over beslissen.

Iemand die de regie verstoort, geef ik dus altijd enig krediet. Zoals dat ene moment, toen diezelfde Jeff Hoeyberghs bij Goedele Liekens (VTM-“Recht van Antwoord”) tierde dat vrouwen uit hun aars praten,- doelende op politica Katleen Van Brempt. Of was dat nu ook weer door de regiekamer uitgelokt?

Zoals ik al zei op de laudatio voor mijn goede vriend Jan Verheyen: TV-kijken is schadelijk voor uw gezondheid, maar op TV komen, dat is pas gevaarlijk.

http://www.youtube.com/watch?v=aSvM77JN8OU

 

 Johan Sanctorum