Telepatie, “intertekstualiteit”… of noemen we het gewoon plagiaat?

Achter het Nieuws, 3/2/09

Hoe Michael Freilich (“Joods Actueel”) opinies assembleert

Op vrijdag 30 januari j.l. verscheen in De Standaard een ingezonden stuk dat de “selectieve verontwaardiging” van de publieke opinie aanklaagt inzake de Israëlische Gaza-inval. Men stelt dat Israël steeds weer de kop van Jut is, terwijl bv. de Navo-operaties in Kosovo nauwelijks vragen opwierpen. Onder het artikel prijken de handtekeningen van Michael Freilich (hoofdredacteur “Joods Actueel”), prof. Marc Cogen (UGent), een handvol CD&V- en VLD-politici, en de onvermijdelijke Benno Barnard. Literair is de tekst niet echt een hoogvlieger, het taalgebruik is bepaald krakkemikkig. Heel het stuk geeft een gefragmenteerde indruk, met zinnen die zelfs door een geoefend lezer een paar keer moeten herkauwd worden, zoals: “Als internationale bepalingen over mensenrechten in het algemeen en het oorlogsrecht in het bijzonder nog van enige betekenis willen zijn, dan moeten ze op comparatieve wijze toegepast worden, in overeenstemming met de ernst van de inbreuken die een staat pleegt, en niet op basis van zijn populariteit in de rest van de wereld.”

Een paar dagen later zal blijken hoe het opiniestuk tot stand is gekomen: grote delen blijken gecopieerd (en slecht vertaald) te zijn uit een column van ene Alan Dershowitz in het Amerikaanse internetmagazine The Huffington Post (22/1/09).

Ter vergelijking,- de Engelse versie van bovenstaande passage luidt:

“If the laws of war in particular, and international human rights in general, are to endure, they must be applied to nations in order of the seriousness of the violations, not in order of the political unpopularity of the nations.”  Een flagrant geval van telepatie, of is hier leentje-buur gespeeld, al dan niet met toestemming van de originele auteur?

Een en ander werd ons gereleveerd door docent Jan Verbeeren, vakgroep wijsbegeerte en moraalwetenschap (UGent), die nauwgezet alle gecopieerde passages aanstipte, het zonder meer als plagiaat bestempelde, en eraan toevoegde dat hij zijn studenten al voor minder heeft gebuisd. Wat later bellen we met een zenuwachtige Michael Freilich die eerst uitvoerig nog eens de Israëlische zaak bepleit (waar het hier niet om gaat), om dan te verzekeren dat de heer Dershowitz een van zijn vaste medewerkers is, en dus niet hoefde vernoemd te worden als co-auteur. Daar had hij wel een punt, en of mijnheer Freilich dan ook even het e-mail adres van Alan Dershowitz kon doorgeven, zodat we een en ander konden natrekken? Neen, dat kregen we niet. Het vermoeden is dus inderdaad gewettigd dat de hoofdredacteur van “Joods Actueel” uit copijnood snel-snel wat heeft gesurfd naar bevriende websites, en zonder bronvermelding of wat dan ook een tekst heeft geassembleerd. Nood breekt wet.

Bloggers doen het werk van de opinieredacteurs

Op zich weegt het geval natuurlijk vrij licht. Wereldwijde politieke netwerken en lobby’s hebben nu eenmaal de neiging om met “stamteksten” te werken die her en der doorgecopieerd worden. In mijn studententijd schreven de Maoisten gewoon Pekin Information af om er hun blaadjes mee te vullen. De kwaliteit van de teksten was er ook naar, en wekte vooral de lachlust op. Toen heette dat propaganda, tegenwoordig spreekt men van “opiniemanagement”. En daar hoort ook de bezigheid van publicisten als Michael Freilich bij: het gaat primair om indoctrinatie -althans een poging tot-, met als doeleinde het opkrikken van het (na Gaza danig beschadigde) Israël-imago. Elk zijn job.

Een andere vraag is natuurlijk, of de opinieredactie van een “kwaliteitskrant” als De Standaard dit soort veredelde pamfletten zomaar moet afdrukken. Je zou denken dat ingezonden teksten toch gescreend worden, uitgevlooid op taalcorrectheid, geverifieerd op originaliteit. Niets daarvan blijkbaar. Terwijl docenten als Jan Verbeeren tegenwoordig met goede software elke vorm van internetplagiaat (ook in vertaling) kunnen opsporen.

Het is al langer geweten dat de opiniepagina’s van De Standaard geen betrouwbare staalkaart uitmaken van wat er leeft aan relevante meningen in Vlaanderen. Veeleer doen de samenstellers ervan zelf aan een soort opiniemanagement, waarbij een vast lijstje van DS-intimi om een mening worden gevraagd, polemieken worden geënsceneerd, en omgekeerd uiteraard ook een hele krans intellectuelen uit het debat wordt geweerd (de beruchte “zwarte lijst”). Mensen als Frank Thevissen en Lucas Catherine kunnen erover meespreken.

Door het feit dat men zich vooral bezighoudt met dit soort manipulatieve schaduwjournalistiek, doen de redacteurs niet wat ze eigenlijk moeten doen: waken over het niveau van wat er zoal op de redactie binnenwaait. Bronnen worden niet gecheckt, gegevens niet geverifieerd, flagrante onjuistheden niet gecorrigeerd. Een Jan Goossens bijvoorbeeld, de bevlogen KVS-directeur, die op diezelfde DS-opiniebladzijden boudweg beweert dat “de islam in de zevende eeuw al een deel van onze Europese traditie was”, terwijl elke middelbare scholier hoort te weten dat de Arabische invasie van Spanje pas in de 8ste eeuw plaatsgreep. Pientere bloggers als Marc Van Fraechem (http://victacausa.blogspot.com) hebben er een sport van gemaakt, dit soort bloopers te detecteren en dag-na-dag aan te tonen hoe slordig deze redactie wel omspringt met het aangeboden materiaal. Natuurlijk kan men beweren dat De Standaard niet verantwoordelijk is voor ingezonden stukken. Toch wijst deze nonchalance op intellectuele onernst en straalt het negatief af op het imago van de krant. Een intelligent en beslagen redacteur hoort te zeggen: “Sorry mijnheer Goossens, maar dit soort onzin kan echt niet in onze krant, ook al is ze voor uw rekening, gelieve uw huiswerk opnieuw te maken. ”

Een intelligent en beslagen redacteur had dus ook moéten zeggen: “Sorry mijnheer Freilich, maar in uw tekst lijken complete zinnen gecopieerd uit een artikel van Alan Dershowitz, verschenen in The Huffington Post”. Dat kunnen wij ook. Graag bronvermelding, of nog beter: schrijf eens zelf een tekst.”

De politici en de dichter daargelaten, weet ik niet of een hoog aangeschreven academicus als prof. Marc Cogen zich nog wel prettig voelt in dit licht-frauduleus kluwen. Jan Verbeeren windt er geen doekjes om: “Het aspect “intentie” speelt een belangrijke rol, intentie in de zin van doelbewust de bron niet vermelden om zodoende de indruk te wekken dat het om eigen inbreng gaat. In het geval men – a fortiori –  de bron niet vermeldt om de woorden van de oorspronkelijke auteur te kunnen verdraaien dan kan men zelfs spreken van grove intellectuele oneerlijkheid. En dat is in het geval van het opinieartikel in De Standaard duidelijk het geval.”

 Ten laatste willen we nog een doordenker meegeven over dat déjà-vu-gevoel dat ons, lezers van kranten, magazines, blogs steeds meer bekruipt. Misschien is het wereldwijde communicatienetwerk dankzij het web wel op hol geslagen. Er wordt gewoon overgecommuniceerd, gegoogled, gebradeerd met informatie, opinies en meningen. Alles wat we lezen hebben we al eens gelezen, niet helemaal hetzelfde, maar het lijkt er verdomd goed op. Franse intellectuelen zoals Julia Kristeva hebben daar het mooie woord “intertekstualiteit” voor bedacht, terwijl het eigenlijk toch maar om een vrij akelige eenheidsworstproductie gaat, een mainstream  waarin elk discours zich beweegt, “geïnfecteerd” als het is door elk ander discours via een oververhit systeem van de uitwisseling. Digitalisering werkt daarbij het klakkeloos copiëren -of het kunstig plagiëren- in de hand, hetgeen zelfs tot een schrikbarend nieuw analfabetisme bij scholieren en studenten blijkt te leiden.

Soms moeten we de stekker uittrekken, om weer zelfstandig te leren denken en schrijven. Het is de reden waarom mijn goede vriend Mark Grammens, éénmansredacteur van “Journaal”, zich met het internet niet wil inlaten. Teveel van hetzelfde, beweert hij. “Je mag opgewonden schrijven, maar je moet rust hebben om te lezen en na te denken, ordenen, verwerken” schrijft hij me op zijn 50-jaar oude Adler. Een attitude die ik vele vaste klanten van de opinierubrieken alleen maar kan toewensen. 

Johan Sanctorum

Advertenties

5 Reacties op “Telepatie, “intertekstualiteit”… of noemen we het gewoon plagiaat?

  1. Indien Alan Dershowitz de man is die behandeld wordt in het Wikipedia-artikeltje waar u terechtkomt als u mijn naam aanklikt (maar dat we natuurlijk altijd moeten checken met … en jarejarejare), dan acht ik het waarschijnlijker dat Freilich de ‘medewerker’ van Dershowitz is dan omgekeerd.

    In een vrije tribune die een krant aangeboden wordt, kan een auteur – in casu Freilich – geen uitgebreid notenapparaat laten opnemen. Er zijn vermoedelijk geen kranten die niet een bepaalde maximumnorm hebben wat de lengte van de bijdrage betreft. Men kan dus de heer Freilich niet euvel duiden dat hij zijn informatiebronnen niet volledig kan opgeven. Dat doet Johan Sanctorum in zijn polemische stukken hier trouwens ook zelden en zeker nooit volledig. Vaak zijn gegevens die de heer Sanctorum aanreikt aanwijsbaar fout of is er wat mis met de gedachtengang die hij volgt, hoewel mijn inziens om de een of andere vreemde reden, zijn conclusies uiteindelijk toch veelal blijken te kloppen ondanks die schoonheidsfoutjes. Het is aannemelijk dat de heer Freilich zijn feitenmateriaal ergens vandaan haalt en niet uit zijn duim heeft gezogen en dat hij zijn mening gevormd heeft door ervaring en lectuur en er niet zomaar wat tegenaan lult. Hij hoeft ook helemaal niet het warm water uit te vinden: als hij een deel van zijn opinie perfect geïllustreerd ziet in een artikel van Dershowitz, is het te gek dat hij – niet over uw welsprekendheid beschikkend en onder tijdsdruk staand – enkel om u te plezieren zich zou bemoeien met alles weer een keer anders te formuleren. Ik dien op te merken dat, hoewel ik slechts een eenvoudige en onbetekenende loodgieter ben, de vertaling van het Engelse fragment overigens niet zo slecht vind: het is mij perfect duidelijk wat bedoeld is en ik overstijg nochtans het niveau B+ niet. Voor zover mijn kennis van het Engels reikt, is de bedoeling van de oorspronkelijke tekst ook niet verraden. Wel is het mogelijk dat ik zo dom ben te denken dat ik het verstaan heb. Ik meen ook te kunnen inzien dat de heer Dershowitz van wie de visie ons bereikt via de heer Freilich, wel degelijk een punt heeft.

    De heer Freilich blijkt redelijk minzaam en charmant maar verwoordt minder flamboyant de opvattingen en verzuchtingen van dat segment van de Joodse gemeenschap in en buiten Antwerpen dat hij schijnt te vertegenwoordigen. Hij heeft in elk geval de verdienste nog voorzichtig te proberen de standpunten van Israël te verdedigen in een klimaat waarin je daarvoor in België ei zo na gelyncht wordt.

    Het is voor iedereen duidelijk dat Johan Sanctorum zijn gedachten briljant kan formuleren, maar kritischere zielen dan ik zouden kunnen opwerpen dat de heer Sanctorum ook stijlfouten maakt. Zo gebruikt de heer Sanctorum tal van Zuidnederlandismen en andere gallicismen, maar dat hindert mij persoonlijk niet. De heer Sanctorum zal wat geduld moeten hebben met al die mensen die stylistisch niet aan zijn hielen reiken, maar toch iets op de maag hebben liggen wat er kennelijk uit moet en dat slechts nederig met hun eigen beperkte taalkundige vermogens kunnen doen, eventueel met ontlening aan teksten van anderen die er beter in slagen hun denken in woorden om te zetten.

  2. Dokter Aaron-Alexandre de Tiège-Liposcucsky

    Telepathie? Het wordt wel duidelijk dat JS aan een psychiater toe is. Het verklaart vanwaar de rest van de gekke ideeën vandaan komen.

  3. De heer Yves van de Steen die het klaarblijkelijk met de heer Gie van den Berghe aan de stok heeft (http://www.serendib.be/gievandenberghe/artikels/smaad.htm), is medewerker van Joods Actueel. De heer Yves van de Steen heeft zijn solidariteit met het getroffen Joodse ras al eerder bewezen door ten tijde van de totstandkoming van de wet tegen het negationisme die voor het lijden van slechts één volk ter wereld – een lijden waarvoor de Belgen niet echt grote schuld kan worden aangewreven – de ontkenning ervan bij wet strafbaar heeft gemaakt, zijn logistiek-informatieve medewerking te verlenen aan de ieveraars voor deze wet.

    Het is wel opmerkelijk dat een land dat slechts in beperkte mate betrokken partij kan worden genoemd ‘de moed’ heeft de ontkenning van de misdaden van een ander land op wat in wezen grotendeels een ander volk dan het ‘eigen volk’ is (als je dat al zo mag uitdrukken), strafbaar te maken bij wet. Zou ‘la Belgique’ ooit de ontkenning van de misdaden van eigen koning en land in Congo strafbaar willen maken, of is dat een brug te ver? Eén zei er ooit: iedereen is gelijk voor de wet, maar de varkens zijn gelijker.
    De heer Yves van de Steen was een uitgesproken rode bestuursdirecteur van het Vlaams Parlement: zelfs zijn kantoormeubilair moest rood zijn. In de beste linkse traditie betekende het hebben van een verantwoordelijke functie, naar zeggen van zijn medewerkers, niet dat hij niet in staat zou zijn elke keer als het even te warm werd in de psychopathische instelling die het VP zou zijn volgens een gewezen directeur-generaal, verantwoordelijkheden af te schuiven naar en schuld te zoeken bij medewerkers. Rechtse bazen zijn daarin bewezen vaak minder vals. Kennelijk zoeken vele mensen het socialisme niet zozeer op om solidair te zijn, maar om op andermans solidariteit aanspraak te maken.

  4. Bartholomeus De Weever

    “Het is wel opmerkelijk dat een land dat slechts in beperkte mate betrokken partij kan worden genoemd ‘de moed’ heeft de ontkenning van de misdaden van een ander land op wat in wezen grotendeels een ander volk dan het ‘eigen volk’ is … strafbaar te maken bij wet.” = bedoelt u dat deze wat ‘gratuit’ is ? Pas op hoor, met die vaststelling kun je last krijgen.

  5. Wat mij vooral stoort, is de onbeschaamde, gewetenloze Zionistische propaganda van Mia Doornaert. Ze reduceert De Standaard bijna tot een spreekbuis voor de Zionistische regering.

    Wat Michaël Freilich betreft, hij brengt zichzelf vooral schade toe door zijn mosterd bij de foute profeten te halen. Als hij zichzelf is, is hij best een aangename jongen. Zoals de Loodgieter denk ik dat Michaël Freilich zich door Dershowitz laat beet nemen.