Maandelijks archief: maart 2009

Open-VLD is een gezellige familiepartij

degucht-schiltz-declercq-40We kenden al Matthias De Clercq (“een nieuw, wervend project voor de 21ste eeuw”), Jean-Jacques De Gucht, Willem-Frederik Schiltz, Miguel Chevalier, Wouter Gabriëls, Alexander Decroo, en nu vergeet ik er vast nog een paar. Allemaal naaste verwanten: het kan geen toeval zijn, deze partij draagt het talent in de genen mee. De traditie moet zowat begonnen zijn met Patrick Dewael, kleinzoon van Arthur Vanderpoorten en neef van Marleen.
 Maar nu zijn er ook twee vrouwelijke sterren aan het VLD-firmament opgedoken, nl. Ariane De Croo en Eva Vanhengel. Twee schatjes. Twee aanstaande Wetstraatprinsessen. En zoals het met blauw bloed het geval is, tracht men ook binnen de VLD de dynastieke lijn zuiver te houden en het edele ras niet te laten bezoedelen door vreemde smetten. Zo komt het dat Eva Vanhengel en Jean-Jacques De Gucht ook in het leven een aardig koppeltje vormen, waaruit vast nieuwe telgen van het succesvolle liberale geslacht zullen geprocreëerd worden. Het bed is warm, de liefde heet, de toekomst verzekerd.
 Daarmee is het “familiebedrijf dat VLD heet” (dixit prof. Carl Devos) in een fase gekomen dat de naam écht doorslaggevend wordt om carrière te maken. Eén of twee keer kan toeval zijn, maar in deze dosis wordt het een echte dynasty-soap, naar aristocratische traditie, in de 19de eeuw geïmiteerd door de families van rijke industriëlen en bankiers.
 Het gebrek aan gêne, waarmee dit in de media wordt geëtaleerd, verraadt onmiskenbaar de signatuur van Guy Verhofstadt: verwaand, Narcistisch, zelfgenoegzaam. Met een kunstbochel zijn leermeester Noël Slangen-terug-van-weggeweest imiterend. De man die de gebakken lucht in de Belgische politiek als vaste hoofdschotel introduceerde. De bezieler-architect van paars, wiens schaamteloos potverteren tijdens de vette jaren nog generaties na ons zullen bekopen (dixit prof. Paul De Grauwe).
 “De toekomst telt, niet de afkomst”, zo luidt de slogan van de Open-VLD.
 Maar misschien is de afkomst wel de toekomst bij de Vlaamse liberalen. Dat is in het Darwin-jaar, lijkt me, niet meer dan logisch. Mogen de fitste, schoonste, jongste, rijkste exemplaren winnen in juni en met gouden postjes beloond worden!

J.S.

Johan Sanctorum

Advertenties

Briljante Mitterand-biografie blijkt van een Vlaams Belang-politicus

Wanneer schuilnamen terug nodig zijn om censuur te omzeilen

dillen_mitterandTot voor kort kende ik alleen ene Charles Gounod, van de smartlapopera’s uit de 19de eeuw zoals “Roméo et Juliette”. Maar Vincent Gounod, schrijver van een spraakmakende en alom geprezen biografie over François Mitterrand, neen, die was me verder onbekend. Ook het feit dat de man “diplomaat is en in Genève werkt”, zoals de achterflap onthult, maakte me niet veel wijzer.

Het boek over Mitterand werd in Vlaanderen en (vooral) in Nederland enthousiast onthaald. Claude Blondeel spaarde in het Klara-programma “Ramblas” de superlatieven niet voor Gounod’s onthullend portret van de Franse ex-president. Het is het verhaal van de jonge François die zich aan maarschalk Pétain van het collaborerende Vichy-regime verbrandt, en zich vervolgens tracht te zuiveren door een links alibi te construeren. Als agitator tegen generaal de Gaulle en via de gerecupereerde revolte van Mei ’68 bracht hij het uiteindelijk tot socialistisch staatshoofd en liet zich omringen met een keur van linkse intellectuelen. Maar J.P. Sartre en François Mauriac (“Mitterand, charlatan”) doorzagen hem al in die tijd, en bestempelden hem als een leugenachtige poseur.

Wat er ook van zij, de turf van ruim zeshonderd pagina’s is een “schitterend verhaal, dat leest als een roman”, aldus Klara-recensent Blondeel. Maar wat blijkt nu? Achter het pseudoniem van Vincent Gounod -allicht een speels homoniem van “who know(s)” – schuilt Koen Dillen, Europees parlementslid voor het Vlaams Belang, en zoon van de stichter van deze niet bepaald door de media gekoesterde partij.

De vraag die nu op de lippen ligt van elke onbevooroordeelde waarnemer: zou dit boek evenveel aandacht en positieve commentaar gekregen hebben, als men op voorhand de ware identiteit van de auteur gekend had? De vraag stellen is ze beantwoorden: natuurlijk niet. Geschriften van VB-intellectuelen zijn gedoemd om een stille dood te sterven, met de huisuitgeverij Egmont als tussenstation. Het maakt helemaal niets uit, hoe goed of hoe slecht ze zijn. Geen enkele Vlaamse uitgever wil er zich mee inlaten, wellicht uit vrees om zelf in het cordon terecht te komen.

Het zegt veel over de mentale gesteldheid van het Vlaamse boekwezen (via  boek.be gecontroleerd door de groene Stalinist Jos Geysels, een der bedenkers van het “cordon”) en het toont vooral aan hoe diep de mechanismen van censuur en zelfcensuur eigenlijk wel werkzaam zijn in onze zogenaamde democratie. Het verklaart meteen ook waarom Dillen alias Gounod zijn heil moest zoeken bij de tamelijk obscure Hollandse uitgeverij Aspekt (nog wel gespecialiseerd in zeer linkse non-fiction…), die uiteraard wél van wanten wist maar zich niet door enige politieke banvloek gebonden voelde.

Het is eigenlijk een formidabele grap, en vanzelfsprekend zet die sluwe vos van een Koen Dillen de VRT voor een probleem. Moet die lovende Klara-recensie nu gereviseerd worden? Zijn het dan toch niet allemaal zo’n achterlijke imbecielen bij dat Vlaams Belang? Neen dus. De genaamde Koen Dillen blijkt een fijnbesnaarde, francofiele intellectueel te zijn, die ook al een Sarkozy-biografie publiceerde (onder de schuilnaam Maarten van der Roest). Het huis van vertrouwen beschouwt evenwel intellectuelen met een VB-signatuur als paria’s, en heeft zich ook uitgebreid ingegraven in dat discours van political correctness. De veroordeling in april 2004 van het toenmalige Vlaams Blok wegens racisme -hetgeen tot de naamsverandering leidde-, was voor de publieke omroep een geschikt alibi om orde op zaken te stellen, en de beruchte nota “De VRT en de democratische samenleving”nog eens boven te halen en op te frissen.

In deze nota van september 2001 staat letterlijk “Er moet dus bijzonder omzichtig worden omgesprongen met het aan het woord laten van vertegenwoordigers van het Vlaams Blok, zeker in rechtstreekse uitzendingen.” Schriftelijke klachten over deze uitzonderingsbehandeling, vanwege de partij bij de bevoegde commissie, worden in dezelfde nota omschreven als een “guerilla-techniek”. Sorry jongens, waar zij we mee bezig? Zouden een paar clevere, integere journalisten-met-ballen nu eindelijk eens niet kunnen opstaan en de zittende collega’s overtuigen om met dat Jacobijnse geneuzel te stoppen? Wanneer steekt de Vlaamse Vereniging van Journalisten, waar ik jaarlijks mijn lidgeld aan betaal in ruil voor een onbenullig ledenblad, eens zijn nek uit? Wanneer krijgt de verzamelde Vlaamse culturele/academische elite, van de locale cultschrijver Verhulst tot de onvermijdelijke en alomtegenwoordige professor Vermeersch, het eens over de lippen dat dit soort anathema’s, gepaard gaande met sociale uitsluiting, mensen haast schrik doet krijgen om een deviante mening te hebben?

Het is een veeg teken aan de wand dat in onze democratie pseudoniemen terug opduiken, niet als spielerei maar als bittere noodzaak. Het wijst erop dat de mediatieke, socioculturele en sociale uitzaaiing van het “cordon sanitaire”, oorspronkelijk een partijpolitieke entente met een strategisch oogmerk, een verarming betekent voor het culturele klimaat in Vlaanderen. Mijn linkse vrienden zullen het me wel weer kwalijk nemen, maar ik weiger een cultuur, een politiek systeem, en een zogenaamde rechtsstaat au serieux te nemen die een partij én haar kiezers diaboliseert, met het anti-racisme als alibi. Want laten we wel wezen: de échte ontstaansreden van het “cordon” ligt in een Belgicistische paniekreactie, zoals ex-Standaard redacteur Manu Ruys ooit stelde:

“Is het zo vermetel te veronderstellen dat het Vlaams Blok ook en vooral wordt vermaledijd, geboycot en in een schutskring geneutraliseerd, omdat het onvoorwaardelijk en ondubbelzinnig opkomt voor een onafhankelijk Vlaanderen en bijna 800.000 kiezers achter zich kon verenigen?” (De Tijd, 26/4/2004)

Ik geloof dus wél in polariteit en conflict, zonder dat we elkaar de hersenpan hoeven in te slaan. Ik wil het VB op de tribunes, zonder voor een VB-er te moeten doorgaan. Ik vind het ongezond dat schrijvers zich moeten camoufleren om mediagewijs aan bod te komen. Laat duizend bloemen bloeien en ideëen botsen, dat is de essentie van democratie. Van zodra men mensen uitsluit van het debat, omwille van hun achtergrond, hun naam, hun maatschappelijk etiket, is men eigenlijk met cultureel racisme bezig, een zwart wit-denken dat finaal tot een bewustzijnsvernauwing leidt. De media dragen hier een verpletterende verantwoordelijkheid.

Ondertussen suggereert Koen Dillen een boeiende, postmoderne strategie om dat domme cordon met zijn verborgen politieke agenda’s te omzeilen: een even dubbelzinnig spel van persoonsverwisselingen, schuilnamen, quiproquo’s. De maatschappij van de censuur zal een dolle maskerade voortbrengen, waarin niet alleen ministers er ghostwriters op nahouden, maar waarin ook de als politiek-incorrect bestempelde intellectueel verstoppertje speelt met de media.

Voor mij niet gelaten, dat kan nog amusant worden, zeker als de maskers af en toe vallen zoals nu is gebeurd. Of de recensenten en de verzamelde redacties van de kwaliteitspers daar gelukkig mee zullen zijn, dat is nog wat anders.

Misschien dus toch maar beter eens proberen om elkaar terug recht in de ogen te kijken en ons terug de geest van de eigenzinnige vrijdenker Voltaire eigen te maken, in plaats van deze van de tiran Robbespierre?

Tot op heden zwijgt de VRT in alle talen en op alle netten over deze zaak van de schrijver-met-de-foute-familienaam. Het splitten van K-3 is blijkbaar interessanter nieuws. Het zal dus nog niet voor morgen zijn. Vrees ik.

Johan Sanctorum

www.visionair-belgie.be

Wat ik van facebook denk

Groeten van de Dalai Lama

dalai_lamaHet is dus toch eindelijk zover: Facebook staat op ontploffen. Het werd al een tijdje aangekondigd, maar nu zowat alle geälfabetiseerde Vlamingen op deze “sociale netwerksite” zijn aangesloten, is het ding geen virtuele ontmoetingsplek meer, maar veeleer een voor marketeers onschatbare snuffelpaal. Politici hebben Facebook natuurlijk ook allang ontdekt, en zetten er, eventueel via digitale stromannetjes, “fansites” op (de zo anti-moderne Bart De Wever heeft er, op het moment van dit schrijven, 5.885 ingeschreven supporters op staan). Afgezien daarvan is er aan Facebook een advertentieprogramma gekoppeld, Beacon genaamd, dat gretig gebruik maakt van uw en mijn persoonlijke info die wij zelf argeloos hebben prijsgegeven. Schier ongemerkt heeft Facebook onlangs zijn handelvoorwaarden veranderd, en de passage geschrapt waarin stond dat gebruikers op elk moment hun gegevens kunnen verwijderen. Na wat gemor werden de scherpe, privacy-verstorende kantjes wat afgevijld, maar het systeem loopt lekker verder, of wat dacht u: bedenker Mark Zuckerberg behoort tot de 400 rijkste personen op deze aardkluit. Dat steekt natuurlijk de ogen uit. Nadat Google en Yahoo bot hadden gevangen, nam Microsoft een minderheidsparticipatie in Zuckerberg’s goudmijn. Dit maar om te zeggen dat het om harde business gaat, en dat het een manier als een ander is om commerciële informatie te verzamelen en doelgroepen aan te spreken. Het idee van “communiceren” en “netwerken” is daarbij een louter alibi, zeg maar: een lokmiddel.

Dat brengt ons op het bizarre concept van de “vriendschappen” binnen dit netwerk. Zelf sta ik al zo’n half jaar op Facebook, om het fenomeen wat beter te leren kennen, en ook -laat ik niet schijnheilig doen- om vele nieuwe vrienden te maken, kwestie van mijn steentje bij te dragen tot de wereldvrede en de verzuring te bekampen. En natuurlijk om die ene schoolvriendin terug te vinden. Maar wat blijkt? Ongeveer 80% van mijn “vrienden” ken ik van haar noch pluim. Ze stellen zich aan je voor, je duwt op een knop en ze behoren tot je “vriendenkring”. Af en toe, evenzeer toegegeven, kan ik ook niet aan de verleiding weerstaan om zelf “op jacht” te gaan. En wat blijkt? Zelden of nooit slaat iemand mijn uitnodiging af. Persoonlijke boodschappen levert het niet op, wel massa’s groepsmail en invitaties voor “causes” (het Nederlands van Facebook kan nog wel beter: het blijkt te gaan om alle mogelijke goede en minder goede doelen waar geld voor kan geschonken worden), naast natuurlijk de uitnodigingen van “fansites” om de hoop te vergroten.  De gewichtloosheid van dit soort “sociale activiteit” maakt er haast iets bureaucratisch van. Het resultaat is weinig meer dan een collectie namen-met-foto’s, de kleine versie van het grote bestand waar we allemaal inzitten en af en toe worden uit geplukt, namelijk het rijksregister.

Of wacht, vorige week kreeg ik toch een voorstel van een oude bekende om “vriend te worden”: de Dalai Lama, jawel. Dus niet gewoon zijn fanclub, maar het was de Meester himself die op mijn laptopvenster kwam tikken. Nu ja, zijn geboortedatum in de info klopt wel niet met deze die ik ken uit de biografie, hij is blijkbaar geïnteresseerd in “afspraakjes” met mannen en vrouwen, en bij zijn burgerlijke staat kan men lezen “het is ingewikkeld”. Onze boeddhistische voorman moet dat profiel dus in een verregaande vorm van Tibetaanse trance gemaakt hebben, ofwel is hier een toegewijde discipel incognito aan het werk geweest. Elke grappenmaker kan namelijk via een e-mail-alias zo’n profiel aanmaken. Onze weerman Frank Deboosere bekloeg er zich al eens over dat een hele serie dubbelgangers van hem op Facebook stoeien en er het goede weer maken. Een nep-profiel van Filip De Winter leert ons dan weer dat de man “bisexueel” is. Recent ben ik dus persoonlijk bevriend geraakt met een Nobelprijswinnaar.

De leegloop van het w.w.w.

Wat is nu eigenlijk de conclusie? Ten eerste: dat het begrip “identiteit” hier in snel tempo verdampt. We weten niet meer wie we zijn, wie we aanspreken, we worden om het even wie of wat. We eigenen ons personae toe, profielen, al dan niet voor de grap. We retoucheren, liegen, faken. Sommigen spreken al over Fakesbook. En dat wordt een zwaar probleem voor de cyberruimte: ze engageert ons niet, we investeren er niet echt emotioneel in,- het is een spelruimte die alle regels van de sociologische speltheorie volgt, zonder existentiële implicaties. Het resultaat is maskervorming, de alias, de virtuele identiteit die de existentiële identiteit vervangt. In de limiet neemt dat pathologische, schizofrene vormen aan. Waartoe is iemand met een geleende identiteit in staat? Is er een verband met de “zinloze” moordpartijen bij duidelijke gevallen van bewustzijnsvernauwing zoals Kim De Gelder? Een vette kluif voor psychologen. Misschien bevinden een massa Vlamingen zich al in een Second Life zonder dat ze het goed beseffen, tot er een fatale kortsluiting optreedt.

Ten tweede moet dit ons doen nadenken over de essentie van een “digitaal netwerk”. In de subjectieve sfeer (liefde, relaties, vriendschap) bestaan netwerken namelijk niet,- het is een woord dat intrinsiek met manipulatie en institutionalisering te maken heeft. De machtslogica die daarachter zit (iedereen wil sowieso het middelpunt zijn van “zijn” netwerk) is abstract, obsessief en usurperend. Men instrumentaliseert zijn omgeving en beschouwt de andere als een middel, een tool, een pion op het bord, een verlengstuk van zijn eigen macht. Gemeenschappen anderzijds (communities, kleine groepen, combines, koppels) functioneren niet volgens die logica: het zijn organische entiteiten, al-dan-niet hiërarchisch geordend, waarin individuen symbiotisch met elkaar omgaan. Antropologisch gaat dat terug op archaische verbanden van de familie, de clan, het gezin. Twee apen die elkaar ontvlooien, volgens Desmond Morris het prototype van de sociale cel, vormen geen “netwerk” maar een groep, letterlijk een samen-leving. En daarin ligt, naar alle waarschijnlijkheid, ook onze toekomst: het herontdekken van kleinere schalen waarop leven en communiceren plaats grijpen..

De sinds enige tijd voorspelde implosie van de staat, als superstructuur, is dus eigenlijk helemaal analoog aan de implosie van Facebook, als mega-netwerk. Grote gehelen zijn gedoemd om uiteen te vallen. Abstracte structuren worden na verloop van tijd brokkelig, gewoon omdat er na de fascinatie een saturatie- en zelfs een walggevoel optreedt. Dat lot lijkt ook het internet beschoren. De eerste Facebook-generatie heeft het netwerk alweer verlaten, en is overgestapt naar dissidente spelers zoals het Vlaamse Netlog, tot ook hier het “familiegevoel’ verdampt en de dubbels van de Dalai Lama opdoemen. Misschien is heel het w.w.w. (world wide web) al over zijn hoogtepunt, en gaan we terug naar een de-globalisering, ook op digitaal vlak: een veelheid van webben, intranetten, virtuele eilanden die onderling niet of uiterst spaarzaam met elkaar geconnecteerd zijn, en beveiligd tegen indringers of nep-individuen.

En misschien is het ook wel gewoon terug leuk om die schoolvriendin van vroeger in First Life eens te knuffelen. Echt en fysiek. Dàt gebrek aan emotionele vaardigheid levert ons natuurlijk ook de drama’s op zoals vandaag, 11 maart, nabij Stuttgart. Weeral in een school. Iets om over na te denken.

Doch, halt, nu moet ik weer terug naar mijn virtuele speeltuin, want ik kreeg zonet een alarmmelding :”You are missing out on flirts because your date card is incomplete.”

Ik breng het dadelijk in orde,  Mr. Zuckerberg.

Johan Sanctorum

.www.visionair-belgie.be

Vrijheid in het luchtledige

“Nova Civitas” lauwert publicist Mark Grammens

mark_grammensOp 9 maart e.k. vindt te Gent de uitreiking plaats van de jaarlijkse “Prijs voor de Vrijheid” aan publicist Mark Grammens (° 1933), welbekend van het politieke éénmansmagazine “Journaal”. Zonder twijfel een terechte onderscheiding: afgezien van ondergetekende verdient niemand deze prijs meer dan hij. Het siert overigens de initiatiefnemers, de rechtsliberale denktank Nova Civitas, dat ze iemand lauweren die niet bepaald een rechtsliberale stempel draagt, maar wel consequent “…het recht op de vrijheid van meningsuiting dagelijks in praktijk brengt. Met pittige Vlaamse accenten. En dit al zijn ganse leven. Zonder zich ooit te hebben laten verleiden door de gemakkelijke successen van de mainstream – journalistiek”. Aldus de motivatie van het bestuur. De prijs is overigens puur symbolisch, misschien kan een sjieke club als N.C. toch eens een echte geldelijke geste overwegen, maar soit.

Mark Grammens, zoon van taalactivist Flor Grammens, behoort als ex-redacteur van De Vlaamse Linie en De Nieuwe tot de zeldzame soort van linksnationalisten die tussen alle stoelen vallen. Voor rechts-conservatief Vlaanderen -nog altijd de dominerende strekking in de Vlaamse beweging, zeg maar het verzamelde publiek van Vlaams Belang, NVA en LDD- is hij een onbetrouwbare gauchist die zich o.m. sterk afzet tegen het VS-imperialisme, de Joodse lobby, en het voor de Palestijnen opneemt. Zo mocht de door Grammens anders niet bepaald lieflijk bejegende Bert Anciaux in”Journaal” van 17 februari zelfs het genoegen smaken om door hem verdedigd te worden, daar waar de minister de kindermoord in Dendermonde associeerde met het bombarderen van een VN-ziekenhuis in Gaza. Argument: als de Israëlische bezetting legitiem is, dan moet men ook de geschiedenis van de 2de wereldoorlog herschrijven en het verzet tegen de Duitsers afkeuren. “Een bezetting is een bezetting”.  Geen speld tussen te krijgen, maar politiek-correct is de redenering niet, dus werd Grammens op allerlei rechtshangende blogs zwaar op de korrel genomen en betiteld als dhimmi of moslimvriendje.

In de kringen van weldenkend links wordt Mark Grammens echter al evenzeer als een onkosjer specimen beschouwd. Heeft de man niet ooit nog op een blauwe maandag in ’t Pallieterke geschreven? Is hij geen notoir tegenstander van het “cordon”? De onverholen separatistische standpunten, geventileerd in Journaal, blijven het culturele establishment in Vlaanderen een doorn in het oog, omdat in deze milieus -zeg maar het lezerspubliek van De Morgen- nu eenmaal de klik nog niet is gemaakt dat de Belgische monarchie terminaal lijdt aan democratievervuiling.

Voeg daarbij nog zijn ongenadige mediakritiek (recent veegde hij Peter Vandermeersch nog de mantel uit omwille van de tabloid-achtige DS-verslaggeving over het “drama in Dendermonde”), en u begrijpt dat de man weinig vrienden heeft en ook in de pers wordt doodgezwegen.

Samizdat in Liedekerke

Het is dus één tegen allen, zoals vader Grammens er indertijd met de verfborstel ’s nachts op uit trok om Franstalige straatnaamborden te overschilderen,- het moet in de genen zitten. Zoon Mark heeft zich verschanst achter zijn prehistorische Adler-tijpmachine aan de stationsstraat te Liedekerke, van waaruit hij Vlaanderen bestookt met onwelvoeglijk-scherpe politieke analyses en dito randcommentaar. Het tweewekelijkse Journaal (waar hij naar eigen zeggen van kan leven) beslaat 8 pagina’s A4 en wordt met de nodige huisvlijt, mede dankzij echtgenote Els, gelay-out, naar de drukker gebracht, onder briefomslag gestoken en naar de post gebracht. Elke 14 dagen, het moet een helse klus zijn om dat vol te houden. Gaat de man dan nooit met vakantie? Wat als hij ziek wordt en zijn abonnés niet meer kan gerieven? Of als, wat God behoede, zijn vrouw geen postzegels meer wil plakken? Wat als die Adler het laat afweten?

Kijk, daar vind ik de rebel nu echt iets teveel een Don Quichotte. Waarom kiest hij voor het isolement en het eenzame prutsen in de marge? Is een papieren éénmanstijdschrift vandaag echt de aangewezen contra-strategie in het door middelmatigheid geteisterde Vlaamse medialandschap? Is zoiets niet eerder een Samizdat-taktiek, geschikt om ondergronds een totalitair regime te bestoken met clandestiene pamfletjes, tot men van zijn bed gelicht wordt?

Ik vrees dat Journaal, behalve een briljante en provocerende periodiek, ook een symptoom is van het Vlaamse eilanddenken, het idee van Ik-tegen-de-rest-van-de-wereld, de onmogelijkheid om via netwerken van gelijkgestemden grotere verbanden te creëren en echt bakens te verzetten. Het blijft wachten op een groots persinitiatief waarin het kruim van de Vlaamse intelligentsia, nog niet besmet door political correctness, de softe floddergazet van Peter Vandermeersch én de Vlaamse Pravda, bijgenaamd De Morgen, belachelijk maakt. Af en toe laat iemand eens zo’n ballon op, maar dan hoor je er weer niks meer van. Mark Grammens zou echter in zo’n project wellicht nooit functioneren. Niet zozeer omwille van zijn zware gehoorstoornis en zijn beperkte mobiliteit, maar gewoonweg omdat het intellectuele solospel tot zijn tweede natuur behoort, inklusief het hardnekkig vasthouden aan de in 1996 afgeschafte voorkeurspelling die woorden als redaktie met een “k” schreef.

Tenslotte is ook het papieren medium zelf een bewust gekozen archaïsme in dit digitaal tijdperk. Het strookt niet echt met de ecologische bekommernis die ik af en toe bij Grammens ontwaar (een jaaroplage van Journaal, daar moeten toch wel wat bomen voor sneuvelen), maar wel perfect met zijn splendid isolation, die ook het internet en de blogosfeer op een veilige afstand houdt. Terwijl je toch zou denken dat een kwalitatief hoogstaand webmagazine, bulkend van talent, waarvan ik Mark Grammens onmiddellijk tot ere-super-opperhoofdredacteur zou bombarderen, vonken zou geven en het establishment echt zou verontrusten.

Het blijft dus molenwieken in het luchtledige. Maar op 9 maart is het alleszins feesten en smullen geblazen in de Gentse Vlerick Management School (met o.m. “Lamscarré in een persillade van pistache en munt”), althans voor wie daar 75€ voor over heeft. Trends-redacteur Frans Crols brengt het eresaluut. Vorig jaar sprak ik te Antwerpen nog de laudatio uit voor Urbain “Urbanus” Servranckx, maar dit jaar deelt de Gentse “Nova Civitas” de prijzen uit. Naar het schijnt liggen de twee afdelingen al sinds mensenheugenis met elkaar in de clinch op middeleeuwse wijze, jawel, arm Vlaanderen.

Verdere kritische verslaggeving volgt (hopelijk) vanuit Liedekerke. Want zo’n stevige knuffel vanwege een deftig liberaal gezelschap, daar kan een rebel wel wat blauwe plekken aan overhouden. 

Johan Sanctorum

8 maanden cel om een veiligheidsprobleem aan de kaak te stellen

anja_hermansMilieu-activiste Anja Hermans heeft vandaag, 2 maart 2009, van de rechter in Dendermonde een effectieve gevangenisstraf gekregen van acht maanden wegens het binnendringen van de terreinen van de kerncentrale van Doel. Ze wilde aantonen dat de veiligheid absoluut ontoereikend was. Electrabel was not amused en wist het van de rechter gedaan te krijgen dat ze zelfs niet meer in de buurt mag komen van de centrale. Daarbovenop dus een gevangenisstraf die je normaal met een beetje advocaat voor een gewapende hold-up krijgt, en 1100 Euro boete.

Onnodig te zeggen dat dit buiten alle proporties is, en dat dit een afrekening is van het establishment met een lastige stoorzender. Het betekent eens temeer dat de rechtstaat niks voorstelt, en dat het systeem, als het erop aankomt, alleen zijn eigen behoud nastreeft. Het moet ons politiek doen nadenken welke draden in deze kabelkast samenkomen: Het franco-Belgische grootkapitaal (Suez), het Belgische staatsraison, de nucleaire lobby, de magistratuur. Het is jouw energie!