Wat ik van facebook denk

Groeten van de Dalai Lama

dalai_lamaHet is dus toch eindelijk zover: Facebook staat op ontploffen. Het werd al een tijdje aangekondigd, maar nu zowat alle geälfabetiseerde Vlamingen op deze “sociale netwerksite” zijn aangesloten, is het ding geen virtuele ontmoetingsplek meer, maar veeleer een voor marketeers onschatbare snuffelpaal. Politici hebben Facebook natuurlijk ook allang ontdekt, en zetten er, eventueel via digitale stromannetjes, “fansites” op (de zo anti-moderne Bart De Wever heeft er, op het moment van dit schrijven, 5.885 ingeschreven supporters op staan). Afgezien daarvan is er aan Facebook een advertentieprogramma gekoppeld, Beacon genaamd, dat gretig gebruik maakt van uw en mijn persoonlijke info die wij zelf argeloos hebben prijsgegeven. Schier ongemerkt heeft Facebook onlangs zijn handelvoorwaarden veranderd, en de passage geschrapt waarin stond dat gebruikers op elk moment hun gegevens kunnen verwijderen. Na wat gemor werden de scherpe, privacy-verstorende kantjes wat afgevijld, maar het systeem loopt lekker verder, of wat dacht u: bedenker Mark Zuckerberg behoort tot de 400 rijkste personen op deze aardkluit. Dat steekt natuurlijk de ogen uit. Nadat Google en Yahoo bot hadden gevangen, nam Microsoft een minderheidsparticipatie in Zuckerberg’s goudmijn. Dit maar om te zeggen dat het om harde business gaat, en dat het een manier als een ander is om commerciële informatie te verzamelen en doelgroepen aan te spreken. Het idee van “communiceren” en “netwerken” is daarbij een louter alibi, zeg maar: een lokmiddel.

Dat brengt ons op het bizarre concept van de “vriendschappen” binnen dit netwerk. Zelf sta ik al zo’n half jaar op Facebook, om het fenomeen wat beter te leren kennen, en ook -laat ik niet schijnheilig doen- om vele nieuwe vrienden te maken, kwestie van mijn steentje bij te dragen tot de wereldvrede en de verzuring te bekampen. En natuurlijk om die ene schoolvriendin terug te vinden. Maar wat blijkt? Ongeveer 80% van mijn “vrienden” ken ik van haar noch pluim. Ze stellen zich aan je voor, je duwt op een knop en ze behoren tot je “vriendenkring”. Af en toe, evenzeer toegegeven, kan ik ook niet aan de verleiding weerstaan om zelf “op jacht” te gaan. En wat blijkt? Zelden of nooit slaat iemand mijn uitnodiging af. Persoonlijke boodschappen levert het niet op, wel massa’s groepsmail en invitaties voor “causes” (het Nederlands van Facebook kan nog wel beter: het blijkt te gaan om alle mogelijke goede en minder goede doelen waar geld voor kan geschonken worden), naast natuurlijk de uitnodigingen van “fansites” om de hoop te vergroten.  De gewichtloosheid van dit soort “sociale activiteit” maakt er haast iets bureaucratisch van. Het resultaat is weinig meer dan een collectie namen-met-foto’s, de kleine versie van het grote bestand waar we allemaal inzitten en af en toe worden uit geplukt, namelijk het rijksregister.

Of wacht, vorige week kreeg ik toch een voorstel van een oude bekende om “vriend te worden”: de Dalai Lama, jawel. Dus niet gewoon zijn fanclub, maar het was de Meester himself die op mijn laptopvenster kwam tikken. Nu ja, zijn geboortedatum in de info klopt wel niet met deze die ik ken uit de biografie, hij is blijkbaar geïnteresseerd in “afspraakjes” met mannen en vrouwen, en bij zijn burgerlijke staat kan men lezen “het is ingewikkeld”. Onze boeddhistische voorman moet dat profiel dus in een verregaande vorm van Tibetaanse trance gemaakt hebben, ofwel is hier een toegewijde discipel incognito aan het werk geweest. Elke grappenmaker kan namelijk via een e-mail-alias zo’n profiel aanmaken. Onze weerman Frank Deboosere bekloeg er zich al eens over dat een hele serie dubbelgangers van hem op Facebook stoeien en er het goede weer maken. Een nep-profiel van Filip De Winter leert ons dan weer dat de man “bisexueel” is. Recent ben ik dus persoonlijk bevriend geraakt met een Nobelprijswinnaar.

De leegloop van het w.w.w.

Wat is nu eigenlijk de conclusie? Ten eerste: dat het begrip “identiteit” hier in snel tempo verdampt. We weten niet meer wie we zijn, wie we aanspreken, we worden om het even wie of wat. We eigenen ons personae toe, profielen, al dan niet voor de grap. We retoucheren, liegen, faken. Sommigen spreken al over Fakesbook. En dat wordt een zwaar probleem voor de cyberruimte: ze engageert ons niet, we investeren er niet echt emotioneel in,- het is een spelruimte die alle regels van de sociologische speltheorie volgt, zonder existentiële implicaties. Het resultaat is maskervorming, de alias, de virtuele identiteit die de existentiële identiteit vervangt. In de limiet neemt dat pathologische, schizofrene vormen aan. Waartoe is iemand met een geleende identiteit in staat? Is er een verband met de “zinloze” moordpartijen bij duidelijke gevallen van bewustzijnsvernauwing zoals Kim De Gelder? Een vette kluif voor psychologen. Misschien bevinden een massa Vlamingen zich al in een Second Life zonder dat ze het goed beseffen, tot er een fatale kortsluiting optreedt.

Ten tweede moet dit ons doen nadenken over de essentie van een “digitaal netwerk”. In de subjectieve sfeer (liefde, relaties, vriendschap) bestaan netwerken namelijk niet,- het is een woord dat intrinsiek met manipulatie en institutionalisering te maken heeft. De machtslogica die daarachter zit (iedereen wil sowieso het middelpunt zijn van “zijn” netwerk) is abstract, obsessief en usurperend. Men instrumentaliseert zijn omgeving en beschouwt de andere als een middel, een tool, een pion op het bord, een verlengstuk van zijn eigen macht. Gemeenschappen anderzijds (communities, kleine groepen, combines, koppels) functioneren niet volgens die logica: het zijn organische entiteiten, al-dan-niet hiërarchisch geordend, waarin individuen symbiotisch met elkaar omgaan. Antropologisch gaat dat terug op archaische verbanden van de familie, de clan, het gezin. Twee apen die elkaar ontvlooien, volgens Desmond Morris het prototype van de sociale cel, vormen geen “netwerk” maar een groep, letterlijk een samen-leving. En daarin ligt, naar alle waarschijnlijkheid, ook onze toekomst: het herontdekken van kleinere schalen waarop leven en communiceren plaats grijpen..

De sinds enige tijd voorspelde implosie van de staat, als superstructuur, is dus eigenlijk helemaal analoog aan de implosie van Facebook, als mega-netwerk. Grote gehelen zijn gedoemd om uiteen te vallen. Abstracte structuren worden na verloop van tijd brokkelig, gewoon omdat er na de fascinatie een saturatie- en zelfs een walggevoel optreedt. Dat lot lijkt ook het internet beschoren. De eerste Facebook-generatie heeft het netwerk alweer verlaten, en is overgestapt naar dissidente spelers zoals het Vlaamse Netlog, tot ook hier het “familiegevoel’ verdampt en de dubbels van de Dalai Lama opdoemen. Misschien is heel het w.w.w. (world wide web) al over zijn hoogtepunt, en gaan we terug naar een de-globalisering, ook op digitaal vlak: een veelheid van webben, intranetten, virtuele eilanden die onderling niet of uiterst spaarzaam met elkaar geconnecteerd zijn, en beveiligd tegen indringers of nep-individuen.

En misschien is het ook wel gewoon terug leuk om die schoolvriendin van vroeger in First Life eens te knuffelen. Echt en fysiek. Dàt gebrek aan emotionele vaardigheid levert ons natuurlijk ook de drama’s op zoals vandaag, 11 maart, nabij Stuttgart. Weeral in een school. Iets om over na te denken.

Doch, halt, nu moet ik weer terug naar mijn virtuele speeltuin, want ik kreeg zonet een alarmmelding :”You are missing out on flirts because your date card is incomplete.”

Ik breng het dadelijk in orde,  Mr. Zuckerberg.

Johan Sanctorum

.www.visionair-belgie.be

Advertenties

7 Reacties op “Wat ik van facebook denk

  1. Ik kan je alleen maar gelijk geven. Hoewel ik bijna heel de dag mijn pc heb aanstaan en zo ook Facebook, waarvan ik toch gebruik maak om meer mensen naar mijn eigen blog te lokken, moet ik bekennen dat ook bij mij het saturatiepunt bijna bereikt is. Hopelijk is dat binnenkort ook zo bij mijn buren, RL vrienden en dorpsgenoten en kunnen we nog eens de stoelen buiten zetten op straat en ‘buurten’ of een terras opzoeken.
    Ik wist trouwens niet dat Gates ook van Facebook een stukje heeft kunnen bemachtigen. Dan zal ik wel op Google Chrome om hem zoveel mogelijk te vermijden overschakelen en hem ongeweten langs de achterdeur weer terug binnen laten!

  2. Elly V.d.B.

    Ik heb allang mijn bedenkingen over dat facebook-gedoe, en heb onlangs mijn profiel verwijderd. Benieuwd wat mijneer Zuckerberg met mijn gegevens gaan aanvangen.
    Misschien keer ik terug als iemand anders, de rattenvanger misleid, ja, dat is nog eens een idee.

  3. Elly V.d.B., er worden eigenlijk muizen gevangen en geen ratten. En naarmate de muizenjacht wordt voortgezet, lopen we het gevaar ons door de ratten te laten regeren. Die komen heus niet allemaal uit de VS. In België zijn er eigenlijk nauwelijks Amerikaanse ratten maar eens zo veel Franse. En die wordt geen strobreed in de weg gelegd. Ze hebben al Wallonië, Brussel en de Vlaamse Rand besmet en ze zijn niet plan te stoppen. Ze rollen helaas hun matten niet. En het Pruisisch kanon zwijgt thans.

  4. Zelf heb ik geen facebook-account. En ik ben principeel zeker niet tegen. Maar hier mijn bedenking bij de psychologie achter het volgende: “Ongeveer 80% van mijn “vrienden” ken ik van haar noch pluim. Ze stellen zich aan je voor, je duwt op een knop en ze behoren tot je “vriendenkring”. Af en toe, evenzeer toegegeven, kan ik ook niet aan de verleiding weerstaan om zelf “op jacht” te gaan. En wat blijkt? Zelden of nooit slaat iemand mijn uitnodiging af.”

    Dit lijkt me de drang naar “beroemd zijn”: “iedereen beroemd.” Iedereen zijn 5 minuten wereldfaam. (“de slimste mens ter wereld,” zelfs als het programma alleen in Vlaanderen bekeken wordt.) Mogelijk zit dit ons ingebakken: de drang om de hoogste te zijn in de hierachie. En geliefd willen zijn door mensen die je zelf niet afkan. De kasteelheer die geliefd wil zijn door wat hij het gepeupel noemt.

    In de aflevering Homerpalooza van The Simpsons (http://www.snpp.com/episodes/3F21.html) waarin Homer het schopt tot een bekende cirkusattractie, wordt de essentie van beroemdheid heel treffend beschreven in volgende korte dialoog:

    -Bart: So, what’s it like being famous, dad?
    -Homer: People know your name, but you don’t know theirs. It’s great.

    Mensen die je vrienden zijn, maar die je niet kent, geven je een gevoel van beroemd te zijn. Wanneer een populaire artiest als David Bowie optreedt voor 50.000 mensen, dan kent iedereen in het publiek zijn naam, terwijl hijzelf hooguit een paar personen uit het publiek echt goed zal kennen – veelal andere beroemde mensen die zijn concert bijwonen. In het geval van facebook is dat natuurlijk een soort van surrogaat-faam, want de persoon die je als vriend toelaat – ook al ken je hem niet echt – heeft ook jou tot vriend gemaakt – en hij kent jou evenmin goed.

    Benieuwd vanavond naar de docu ‘Connected: the power of six degrees’ op Canvas: over de stelling dat iedere persoon op aarde kan gelinkt worden aan elke andere persoon in maximum 6 stappen. Dat opent perspectieven op vlak van het aantal facebook-vrienden, doch naar het schijnt leeft een mens “maar” 2.5 miljard seconden (3 miljard hartslagen), dus dat wordt moeilijk om iedereen tot vriend te maken. Doch er bestaan al programma’s om je aantal vrienden pijlsnel de hoogte in te jagen: bvb: Friend Blaster: http://www.addnewfriends.com

    “Misschien is heel het w.w.w. (world wide web) al over zijn hoogtepunt, en gaan we terug naar een de-globalisering, ook op digitaal vlak: een veelheid van webben, intranetten, virtuele eilanden die onderling niet of uiterst spaarzaam met elkaar geconnecteerd zijn, en beveiligd tegen indringers of nep-individuen.”

    Dit bracht de herinnering naar boven aan volgend boek: “Amazon.com: The Future of the Internet–And How to Stop It: Jonathan Zittrain: Books” (http://www.amazon.com/Future-Internet-How-Stop/dp/0300124872)

    Product Description

    “This extraordinary book explains the engine that has catapulted the Internet from backwater to ubiquity—and reveals that it is sputtering precisely because of its runaway success. With the unwitting help of its users, the generative Internet is on a path to a lockdown, ending its cycle of innovation—and facilitating unsettling new kinds of control.

    IPods, iPhones, Xboxes, and TiVos represent the first wave of Internet-centered products that can’t be easily modified by anyone except their vendors or selected partners. These “tethered appliances” have already been used in remarkable but little-known ways: car GPS systems have been reconfigured at the demand of law enforcement to eavesdrop on the occupants at all times, and digital video recorders have been ordered to self-destruct thanks to a lawsuit against the manufacturer thousands of miles away. New Web 2.0 platforms like Google mash-ups and Facebook are rightly touted—but their applications can be similarly monitored and eliminated from a central source. As tethered appliances and applications eclipse the PC, the very nature of the Internet—its “generativity,” or innovative character—is at risk.

    The Internet’s current trajectory is one of lost opportunity. Its salvation, Zittrain argues, lies in the hands of its millions of users. Drawing on generative technologies like Wikipedia that have so far survived their own successes, this book shows how to develop new technologies and social structures that allow users to work creatively and collaboratively, participate in solutions, and become true “netizens.” “

  5. Overigens, dit stuk doet me terugdenken aan een ander stuk van JS over “ontlezen”. Nogal wat commentatoren leken niet begrepen te hebben dat het stuk pleitte voor selectiever lezen, eerder dan echt stoppen met boeken lezen. (Dat gebeurt hier wel vaker, dat commentatoren een aantal hyperbole zinnen wat te serieus nemen, en er dan nog een schep bovenop doen.)

  6. @ moderator: een post van mij wacht nog op goedkeuring. (Dit is overigens lang niet de eerste keer dat ik daarover heb moeten verwittigen. Wordt er dan geen waarschuwing gegeven?)

  7. Ondertussen zijn we een week verder. Gelieve mijn 3 (met dit erbij dus 4) berichten te schrappen. Dank U.