“Joke, Joke, haal ’t spinrag uit je haren, Joke, Joke, trek je witte jurkje aan !”

Misschien is een “onmondige” cultuurminister wel een verademing

paolaZonet liep Koningin Paola weer langs bij kunstschilder Luc Tuymans n.a.v. diens tentoonstelling in Brussel “Against the day”. Tuymans verzorgt zijn public-relations, dat is het minste wat men kan zeggen. Maar het is natuurlijk ook een statement: de Commandeur in de Leopoldsorde associeert zich hier (opnieuw) openlijk en expliciet met het Belgisch ancien régime waar in Vlaanderen nauwelijks nog een draagvlak voor is.  Paola, die het nooit verder bracht dan een krakkemikkig Nederlands, is bovendien een vergeeld symbool van macht uit een tijd toen knechten nog werden opgeknoopt als ze appels stalen uit de boomgaard van de Heer. Dat kan tellen. Hoe briljant Tuymans als penseelridder ook moge wezen, politiek leeft hij op Mars, en is zijn kunst louter decorum. Ze schurkt zo dicht aan bij de bovenbouw en de machtssymbolen, zonder de minste vorm van ironie zelfs, dat ze elk systeemkritisch moment ontbeert.

Want laat dit nu net dé bestaansreden van het creatieve proces in de moderniteit zijn: wat mij interesseert in de kunstenaar, is de mate waarin zo iemand het collectief onderbewuste naar boven kan brengen: hoop, verlangen, frustraties, gevoelens van onbehagen die in een samenleving gisten en die moeizaam een uitweg zoeken. Slechts de meest gevoelige antennes en de sterkste handen kunnen die signalen detecteren en opwerken tot een zinnig, leesbaar icoon. Kunst is in se marginaal, middelpuntvliedend, dissident. De verhouding met de macht kan daarom niet anders dan problematisch zijn: waar de politiek onrust tracht te bezweren, roept de kunstenaar ze op. Waar de kunstenaar vragen opwerpt, verwondering uitlokt, wil de politiek vereenvoudigen en beheersen.

In dat opzicht is “cultuurpolitiek” een pervers fenomeen. Het idee dat een staat, een regime, de culturele dynamiek steunt, superviseert, regisseert, kan alleen begrepen worden vanuit een poging om kunst en de kunstenaar zoveel mogelijk onschadelijk te maken en onder te brengen in een bureaucratisch stelsel van subsidies, projecttoelagen, prijzen, jury’s, commissies, etc. Men kan dat zonder meer een vorm van chantage noemen: het politiek establishment steunt cultuur maar koopt vooral goodwill, en creëert een cultureel establishment. Daartoe moet kunst geïnstitutionaliseerd worden en gekanaliseerd in beheersbare structuren die naadloos aansluiten op de bestaande officiële administraties. De overheid wil vooral met grote theatergezelschappen en kunstencentra zaken doen, niet met kleine, oncontroleerbare garnalen die in de marge af en toe toch stoute dingen doen zoals performance-kunstenaar Benjamin Verdonck (die nu overigens ook om den brode onderdak zocht bij het Toneelhuis).

Via een perverse ratio combineert deze kunstbureaucratie een hemelbestormende esthetica met platte boekhouderslogica. Men moet in dat opzicht “Courant” eens ter hand nemen, het driemaandelijks magazine van de Vlaamse theatersector, je gelooft je eigen ogen en verstand niet meer. In duizelingwekkende volzinnen broeden cultuurapparatsjiks er de geloofsleer uit die kunst een schijn van relevantie moet geven. Bij nader toezien is het een taal die uitsluitend naar zichzelf verwijst, het esoterisch discours van een elite die zich afdekt en tegelijk één oog op de subsidiepotten gericht houdt. Want daar gaat het in laatste instantie over,- al de rest is pretext-: over centen (“middelen”), rekeningen, budgetten. De Vlaamse kunstensector heeft het parasitisme zelf tot kunsttak verheven.

Onbevlekt ontvangen

In dat opzicht Schauvliegeis de aanstelling van CD&V-politica Joke Schauvliege een opportuniteit van formaat. Het feit dat een complete dilettante door de politieke loterij de post van cultuurminister werd toebedeeld, zou de sector in kwestie kunnen inspireren tot een aantal fundamentele, grensverleggende vragen.

Kunnen kunstenaars en cultuurmakers hun subversieve rol eigenlijk nog wel spelen, als ze compleet ingebed zijn in een logica van de vetpotten? Moet een administratie bepalen wat goed voor ons is en welk soort kunst, via een of andere betoelaging, aan het publiek mag geserveerd worden? Is een ‘cultuurminister’ eigenlijk wel nodig, tenzij men cultuur inderdaad reduceert tot een “sector” die het midden houdt tussen entertainment, volksverheffing en terapie voor schizo’s? Kan men dat departement niet beter afschaffen, en het infrastructuurbeheer aan de regie der gebouwen overlaten om kunst… gewoon kunst te laten zijn? In welke richting zou kunst van binnenuit veranderen, mocht ze de navelstreng durven doorknippen met het overheidsapparaat?

Maar daar schijnt de discussie helemaal niet over te gaan. Verontruste coryfeeën zoals Erwin Mortier en Tom Lanoye zijn vooral begaan met de vraag of mevrouw Schauvliege de regels van het spel wel begrijpt. Zou ze bijvoorbeeld “Courant” wel kunnen lezen, of legt ze het boekje na één bladzijde met een geeuw weg, vanuit een instinctief gevoel dat dit nergens over gaat? Ze is zo blank en onbeschreven, dat ze het normale betoelagingssysteem wel eens zou kunnen destabiliseren, onder het motto “jongens, ga elders spelen”. Het liefst hebben onze kunstbroeders eigenlijk normaalbegaafde, matig geïnteresseerde diensthoofden die de cash-flow van overheid richting kunstenbedrijf niet belemmeren (Erwin Mortier in de Morgen van 15/7:” Stellen ze qua belangstelling voor hun beleidsdomein niet veel voor, dan zijn we best tevreden met hun budgetten”). Cultuur moet, volgens de heer Lanoye, als een ernstig-gecompliceerde materie beheerd worden, zoals economie, waarbij hij vergeet dat de “oikos” in het woord “economie” “haard” betekent. Alles is in wezen huishoudkunde, wisten de Grieken al, misschien moeten er juist wel méér huisvrouwen de staatskassen beheren, dat zou ons veel onzin en ergernis besparen.

Hun eis van “een mondige cultuurkenner als minister” (Tom Lanoye in DS van 19/7/09) verraadt bijgevolg vooral de vrees om aan een huismoeder-in-de-luiers te moeten uitleggen waarom kakmachines nodig zijn. De aanstelling van Joke Schauvliege is, behalve het resultaat van de normale koehandel en het reguliere postjesgeschuif, ook een cultuurschok. Toevallig, maar toch: een opportuniteit. Zoals ook mijn hond of een kind van vijf op de troon dingen kan veroorzaken die alles doen kantelen, het sprookje van de kleren-van-de-keizer, weet u wel. Kevers aan het plafond? Een toneelvoorstelling, bestaande uit halfnaakte vrouwen die met sla-olie overgoten worden? Zuilen die van hespen, voedsel dus, zijn gemaakt? Mja. Ik snap er niks van, ik wil het ook niet snappen. Misschien is het wel gewoon onzin, dure en onsmakelijke onzin die aan de markt van vraag-en-aanbod moet worden overgelaten: als er liefhebbers zijn die ervoor willen betalen, so be it.

De consternatie van de sector is dus gewettigd: een patronesse die interviews geeft met een baby op schoot, daarin te kennen geeft dat ze heel af en toe eens een amateurtoneelopvoering bezoekt en nooit een boek leest, daar druipt elk wereldvreemd discours vanwege het kunstengild van af als regen van een paraplu.

“Joke, Joke, haal ’t spinrag uit je haren, Joke, Joke, trek je witte jurkje aan !”,- zo zong Jan De Wilde ooit. Misschien is een “onmondige minister” wel een verademing in Culturistan. Ik ben haar grootste fan, nu al.

“Koesteren” is haar geliefde woord, wat moeten we eigenlijk nog meer. De geest van J.J. Rousseau, de filosoof die besefte dat cultuur een mannelijke afwijking is, daalde eindelijk over Vlaanderen neer, met Joke wordt het perfect. Onwetende wijsheid en kennis die enkel vanuit het moederlichaam komt, zonder het fatale zaad van de mannelijke waan: sinds de Onbevlekte Ontvangenis hebben we het niet meer meegemaakt.

Lanoye en consoorten zullen deze subtiele ontlettering, waar we eigenlijk allen naar snakken, niet overleven. Weg met Paola en het geconsacreerde hoerendom. De afbouw van de kunstbureaucratie en de opgang van het nieuwe dilletantisme,- laat dit het eerste en enige programmapunt zijn van de laatste cultuurminister.

Johan Sanctorum

Advertenties

35 Reacties op ““Joke, Joke, haal ’t spinrag uit je haren, Joke, Joke, trek je witte jurkje aan !”

  1. Jos Verhulst

    Er hoort helemaal geen minister van cultuur te zijn. Cultuur die onder een minister valt, is geen cultuur, doch boerenbedrog. Ik denk dat men de maatschappelijke destructie die uitgaat van de miseries van cultuur en van onderwijs geweldig onderschat. Die ministeries bewerken, dat écht vrij denk- en cultuurleven wordt gesubstitueerd door allerlei subsidievreters, die zich rond de belastinstrog verdringen en bij wijze van compensatie dan de politiek-correcte ideologie uitschijten, die de machthebbers dienstig vinden. Zogezegde cultuurdragers die de staat inzetten om ten eigen bate hun medeburgers (via de fiscus) met geweld te beroven, hebben een maffieuse mindset. Nog eens: het enige goede ministerie van cultuur is géén ministerie van cultuur.

    • Met geweld beroven?
      Wij zijn bestolen door de Rechtbank Maffia, die van Turnhout van Koophandel, en nu zijn ze onbevoegd, eerst stelen en alles vernietigen en dan schrijven ze in een vonnis dat ze (de curatoren) van geen weet heeft van gelden (133.000.000.-) van ons patrimonium dat ze hebben gestolen op basis en onder het MOM van een faillissement wat er nooit was.
      Opgezet in 1992 en uitgesproken op 26.07.2000, nooit betekend en dus nooit uitvoerbaar volgens de wet.
      Thans is het zover da

      • dat de belastingen moet bewijzen dat er gelden waren die aan de failliete boedel toebehoren!!vermits de curatoren die nooit wettelijk waren aangesteld alles hebben gestolen.
        De faillissementwet is voor ons uitgeschakeld vanaf artikel 1 tot en met 10 in het nooit betekende verstekvonnis, dus de grondwet werd uitgeschakeld wat verboden is, maar nep curatoren als Poltie-Rechter Van Deun Anne-marie uit Oud-Turnhout en Vandecruys Tom uit Geel hoeven zich niet aan de wetten te houden.
        Verder hebben ze aktes opgemaakt voor verkoop van onze gronden met vermelding van een nep identiteit, zonder geboorte datum, zonder identiteit dus onwettige aktes en toch verkocht op basis van lucht.

  2. @ Luie chef,

    Je mist het punt volledig. Het gaat erover dat in een vrije samenleving de culturele elites inherent anti-establishment zijn. Ze zijn de dragers van een gevoel dat leeft onder de bevolking, de voelsprieten van nieuwe evoluties, de emancipators bij uitstek.

    In België is dat cultureel establishment vergroeid met het politiek establishment. Ik heb het niet over concrete partijpolitieke diensten (daarvoor hebben de meeste kunstenaars niet eens genoeg voeling met het partijpolitieke spel), maar wel over een algemeen kritiekloze houding ten opzichte van ondemocratische praktijken, selectieve verontwaardiging en opportunistische blindheid.

    Onze culturele wereld is door en door rot. De autocensuur is omnipresent.Dat is reden waarom kunst in Vlaanderen zo pervers is: terwijl ze een diepgeworteld gevoelen vanuit de bevolking zou moeten kunnen vertolken, vertolkt ze vooral de perversie van ongecontroleerde macht.

    Met betrekking tot het communautaire verhaal fungeert onze eigen Vlaamse culturele elite als een soort superstructuur die onze geesten in een Belgisch-denkend keurslijf moet houden. Dan krijg je Bart Peeters die Vlaanderen maar niets vindt, maar niet kan uitleggen waarom, artiesten die op Belgavox met de tranen in de ogen staan te zingen, en zelfs nieuwe artiesten zoals Milo die zich al helemaal geen vragen meer stellen bij de gang van zaken. Slechts enkelen (Jan Verheyen, Pieter Aspe, …) voelen nog de inherente perversie van het Vlaamse cultuurleven.

    De misvatting is nu dat we de subsidiekanalen moeten veroveren door politieke strijd en aanwenden voor een pro-Vlaams geörienteerde culturele strijd. Wie daarvoor pleit, valt even laag als de Belgicistische machinerie en deze methode dreigt het Belgisch politiek establisment gewoon te vervangen door een nieuw, Vlaams, maar daarom niet minder machtsgeil establishment. Willen we echte kunst, die goed voelt in lijf en leden, die vertolkt wat mensen denken, dan moeten we het hele idee van cultuursubsidies overboord gooien, en resoluut terugkeren naar het mecenaat. Cultuur is … alles wat niet gesubsidieerd is.

    Beste groeten,

    Brecht Arnaert

    PS: Een cultuurfilosofisch stuk vindt u op http://smithsonsplace.blogspot.com/2008/01/laudatio-urbain-servranckx.html

    “Urbain Servranckx. Serendipiteit”

    Op dit moment werk ik aan een stuk, “De Krimson Crisis”, genoemd naar het gelijknamige album van Suske & Wiske: http://www.zilverendolfijn.nl/ser1-htm/suswis/215-nl-v01.jpg

  3. Mady Vermeulen

    Mooi geschreven, Johan. Zoals altijd. Blijf echter consequent en laat deze dure, en veel te vaak onsmakelijke onzin over aan de markt van vraag-en-aanbod.
    Bert Anciaux was, net als Joke, een volslagen leek toen hij tot minister van cultuur werd benoemd. Op zich is het al veelzeggend dat er de ene na de andere onbenul op dat departement wordt gedropt. Bert, ooit een Vlaams-nationalist, bewees meer dan eens dat ook hij gevoelig was voor de macht van blauw bloed. Met CD&V-Joke zal dat dus zeker niet anders zijn. Voor de macht die uitging van de mensen achter de ontwerper van de kakmachine was Bert al evenmin immuun. Hij liet er zich immers naast opvoeren op de staatstelevisie. Als een “Vlaamse” minister van Cultuur er niet eens voor kan zorgen dat de Vlamingen hun “boterhammekes in het park” mogen opeten, ja zelfs nauwelijks in staat is om het Gruuthuse-handschrift “veilig te stellen” is hij de prijs van een peperduur kabinet niet waard.

  4. Als de minister van cultuur ervoor kan zorgen dat er nog wat hersenen, harten en handen creatief aan het werk kunnen blijven om voor het volksdeel dat het kan bevatten een glimlach, een traan of een euforie te ontwikkelen, en zonder zich voor de reclame of marketing te prostitueren, dan mogen we content zijn.

  5. Goeie tekst Johan.

    De reacties van de cultuursector waren te verwachten, maar ze zouden eens aan zelfreflectie moeten doen…

    Voor elk wat wils, maar de Cultuur die door voornamelijk linkse rakkers met een hoofdletter geschreven wordt, komt bij mij vaak in de categorie “probaat middel tegen slapeloosheid” terecht.

  6. Kostelijk. Een passende reactie op twee pagina’s Standaard-geëmmer van de usual Reynebeau’s.
    En deze vondst verdient een prijs: ‘om aan een huismoeder-in-de-luiers te moeten uitleggen waarom kakmachines nodig zijn.’

  7. Elke vorm van overheidssubsidie dient op infrastructurele wijze (bv. repetitieruimten, studio’s, ateliers,expositieruimten) geboden te worden ipv. gerichte financiële steun aan ensembles, organisaties of managementbureaus. Zo kan ieder met gelijke kansen zijn cultureel talent ontplooien en tentoonspreiden. Contraproductieve en overheidsgecontroleerde systemen zoals Cultuurinvest moeten omwille van de afhankelijkheid van overheidsgoekeuring van businessplannen van de kunst sterk veranderd worden. Uittreksel uit de missie van Cultuurinvest:
    “Gelet op het investeringskarakter van Cultuurinvest is het van groot belang dat er zakelijke criteria gehanteerd worden bij de evaluatie van de dossiers.”
    Critisch werk dient bijgevolg vooral zakelijk te zijn om van de overheid te mogen overleven, waardoor ze eigenlijk niet meer critisch kan zijn.
    Wat Joke Schauvliege als minister betreft: als kunst eerlijk moet zijn, moet een opinie dat ook zijn, en die kan je pas tijdens of na een beleid vormen, niet ervoor.Voor alle duidelijkheid:ik ben geen CD&V’er
    Mvg, Jo CLaus (voorzitter Centrum voor Democratie en Rechtvaardigheid)

    • “Elke vorm van overheidssubsidie dient op infrastructurele wijze (bv. repetitieruimten, studio’s, ateliers,expositieruimten) geboden te worden ipv. gerichte financiële steun aan ensembles, organisaties of managementbureaus.”

      Jo Claus: volledig akkoord. Nog nergens heb ik deze redenering gelezen -behalve Sanctorum’s referentie naar de Regie der Gebouwen-, maar volgens mij is dit inderdaad een objectieve(re) maatstaf voor subsidiëring.

      Het jammere is dat het cultuurapparaat hiermee niet gediend is en bijgevolg vrees ik dat dit idee geen realiteit worden zal.

  8. De kunstenaars, zowel bekende namen als totaal onbekende creatieven, vertellen me bijna allemaal hetzelfde ding: de meerderheid schijnt echt wel met bepaalde gevoelige antennes te worden geboren en het leven van een kunstenaar is vaak zowel een zegen als een vloek. Mensen in deze instantie liggen in eerste instantie niet echt wakker van geld, maar natuurlijk moet de kunstenaar wel zien te overleven. Ik gun iedereen het recht om levenskunstenaar te zijn, of dit nu om huisvrouwen of ministers gaat. Wat mij betreft heeft elk mens recht op voldoende middelen om te leven en zijn levenstaak uit te voeren, zoals beschreven in de verklaring van de rechten van de mens én de Belgische grondwet. Ik vind de kritiek op de nieuwe cultuurminister een beetje overdreven, geef het mens de kans om haar werk te doen, alvorens ze meteen neer te kogelen. Een echte kunstenaar in hart en nieren staat buiten welke politiek dan ook. Het enige wat telt is dat mensen kunnen veruiterlijken wat in hen leeft, of dit een filosoof, een wetenschapper, een kunstenaar of friturist betreft. Ik hoop dat ook de kleintjes een kans zullen krijgen. Vele getalenteerde zielen zie ik al jaren in ondergrondse milieu’s zwoegen om creatief bezig te kunnen blijven, zonder subsidies, zonder middelen, in de marge. Waarom? Omdat het in hun bloed zit om dit te doen … Dat wordt vaak vergeten. Ik ben langs de andere kant niet jaloers op het establishment. Van mij mag iedereen er zijn, maar het is inderdaad een feit dat pionierende stromingen op verschillende gebieden in de samenleving vaak andersdenkenden zijn die zich tegen de gevestigde orde keren. Een vrij mens blijft onafhankelijk van politieke spelletjes en geld en doet wat hem te doen staat, wat dat ook moge zijn. Boeiende column, Johan!

    • “Wat mij betreft heeft elk mens recht op voldoende middelen om te leven en zijn levenstaak uit te voeren, zoals beschreven in de verklaring van de rechten van de mens én de Belgische grondwet.”

      ..dit is het soort redenering dat tot het monumenteel faillisement van onze sociale zekerheid aan het leiden is.

  9. Joke heeft tenminste eigenlijk wel iets in het daglicht gesteld. Om het te citeren uit een column in het laatste nieuws “welke boodschap heeft een jonge moeder die dag en nacht tussen kakpampers zit nog aan een kakmachine”…

  10. Ik ben het er volledig mee eens dat kunstenaars het collectief onbewuste naar boven moeten brengen. Een kunstenaar die deze taak ernstig neemt gaat niet voorbij aan essentiële uitdagingen van deze tijd zoals de ecologische crisis, de financiële crisis, de hongerende massa’s in de wereld, schending van mensenrechten, corruptie en decadentie. Dat is noodzakelijk, langs de andere kant kan ik wel lachen met een kakmachine …

  11. Hup..’tis weer zo ver,blijkbaar kan voor veel Vlamingen het niet boemen welke richting de volgende 5 jaar uitgaat men het geld dat besteed wordt door de (belgische gezinde) Vlaamse deelregering en hun Minister van Cultuur…zelfs onze Verkozenen van de enige rechtse Volks-partij hebben geen enkele zin om ook maar iets mogelijk in vraag te stellen tegen over deze nieuwe Minister van Cultuur of het zij…we zien wel na afloop van haar 5 jarige dienst als behoederes die nu al in de lijn zal liggen…Kunst -staat – geloof..!
    Heef de hele Vlaamse beweging dan géén enkele zin om ook maar iets op te werpen of in vraag testellen dat Cultuur ook verbonden kan zijn met..Taal – Volkseigenheid – streek en leefgemeenschap..ENZ..ENZ..(en dat heef niets te maken met het derde of vierde rijk zoals links altijd goedkoop verzindt)
    Allee..moet men dan altijd meegaan in de linkse Cultuur gedachten (windtje) dat de mens enkel maar kak en vervuilt water achterlaat..vandaar hun “kak machine”?
    Zullen de Vlamingen dan nooit van zich laten horen”nu is het genoeg”..en toe laten dat links en hun belgische bezettings vrienden zelfs via hun politieke gemeente-raden onze 11 Juli “Vlaamse Gemeenschaps feesten”..ombuigen naar linkse genaamde “ONTSPOORINGS” samenkomsten met als doel Vlaanderen steeds méér en méér links en Multi- Kult in tekleuren…
    Neen Wij moeten genoeg doening nemen met de woorden”enkel oordelen” als Joke 5 jaar dienst heeft uitgediend..!
    Maar goed,ook op de Nva moeten we nu niet véél rekenen als het op Vlaams Cultuur-beleid aan komt want zoals deze nu de belgische kaart trekt…of zouden deze misschien op 21 juli “alternatieve Vlaams gezinde Belgische” feestjes houden onder de noemer…”Vriendschappelijke ONTBINDINGS” feesten?

  12. @Noorderling: ik denk dat je daar niet alleen in staat. Hetgeen wat ik schreef over die kakmachine, had zowat diezelfde redenering.

    Cultuur is links en een kunstenaar die niet links is, schept geen Kunst.

    Flauwe zever dus en in die zin vond ik het eigenlijk wel best te pruimen dat Schauvlieghe zei dat haar laatste toneelstuk gewoon amateurtoneel was, wat meestal recht(s) voor de raap is.

  13. Roger Van Houtte

    Er is geen probleem met cultuur, er is een probleem met de definitie van cultuur. Die wordt gegeven door een kleine groep “culturele correcten”, de Reynebeaus, Lannoyes, Van der Taelens, Fabres,Tuymansen en zelfs Bartje Peetersen van deze wereld en zij vinden overvloedige steun bij de media, die natuurlijk even commercieel correct zijn als al die vaandeldragers. De liefde tussen beide kleine groepen is ontroerend mooi.
    De culturele oppergoeroes moeten niet zo vlug in paniek schieten. Het meiske Schauvliege, nu nog oningwijd in het correcte culturele denken, zal zich vlug aanpassen en de overgesubsidieerden niets in de weg leggen. Het komt allemaal in orde, hoor.
    Het zou misschien beter zijn dat een overheid de cultuur vrij laat. Overheden moeten een armoedebeleid hebben, een economisch en sociaal beleid, een energiebeleid en zo veel meer, maar geen cultuurbeleid en ook geen mediabeleid. Want dit komt steeds neer op een gedachtenbeleid. Jammer voor de gesubsidieerden, maar veel beter voor de vrijheid van denken.
    Maar vreest niet, dat zal niet gebeuren. De miljoenen zullen – ondanks de noodzaak van een saneringsbegroting – onverminderd blijven vloeien naar dezelfde culturele machtigen en hun beschermheren in de media.

  14. vaerendonck andré

    Eigenlijk komt het altijd op hetzelfde neer : we mag wat verdienen om wat te doen m.a.w. wat mag een kunstenaar nu eigenlijk verdienen ?

    Blijkbaar is het nu allemaal een kwestie van marketing dat de wetten van vraag en aanbod dirigeert.

    Sommige kunstenaars zijn daar blijkbaar heel goed in, anderen duidelijk minder maar zo is het natuurlijk bijna in elk beroep : jezelf goed kunnen verkopen, loont altijd !!!

    Kunst wordt blijkbaar gemeten aan de hand van zijn marktwaarde (en misschien ook door wie die kunst koopt !!!). Het idee van : “Ik kan het kopen, ik heb het, dus ik ben van aanzien!!!”. Wees gerust, ijdelheid is ook aanwezig bij de rijken !!!

    Probeer als kunstenaar een idool te worden en je broodje is waarschijnlijk gebakken !!!

  15. Piet De Pauw

    De fundamentele vraag is of er wel een door de overheid georganizaard cultuurbeleid dient te zijn. Als ik vrijwillig geen geld over heb voor bepaalde vormen van “cultuur”, waarom is het dan wel OK dat de staat hiervoor geld bij mih wegrooft om het op arbitraire wijze aan projecten te besteden in lijn met de doctrine van de machthebbers?
    Geen cultuurbeleid en geen minister van cultuur dus. Laat de mensen zelf beslissen, waaraan ze geld geven.

  16. Beste Johan, in een reactie van Eric Erckens ben ik aan het woord terwijl ik enkel een keer gereageerd heb. Foutje in programma? Groeten Jo Claus

  17. Bart Caron

    Mijnheer Sanctorum,

    Ik wil graag reageren op één facet van uw blogbrief. Namelijk over de status van wat u cultuurpolitiek heet. Ik wil het hebben over het volgende tekstblokje: “In dat opzicht is “cultuurpolitiek” een pervers fenomeen. Het idee dat een staat, een regime, de culturele dynamiek steunt, superviseert, regisseert, kan alleen begrepen worden vanuit een poging om kunst en de kunstenaar zoveel mogelijk onschadelijk te maken en onder te brengen in een bureaucratisch stelsel van subsidies, projecttoelagen, prijzen, jury’s, commissies, etc. (…) Daartoe moet kunst geïnstitutionaliseerd worden en gekanaliseerd in beheersbare structuren die naadloos aansluiten op de bestaande officiële administraties. De overheid wil vooral met grote theatergezelschappen en kunstencentra zaken doen, niet met kleine, oncontroleerbare garnalen die in de marge af en toe toch stoute dingen doen zoals performance-kunstenaar Benjamin Verdonck (die nu overigens ook om den brode onderdak zocht bij het Toneelhuis). “

    Hierin schuilen een aantal oordelen die niet, wellicht omdat ze niet geargumenteerd worden, als feiten of slechter nog, als hele waarheden worden gedebiteerd. Of cultuurpolitiek pervers is, weet ik niet, maar ik weet wel dat het dezer dagen niet de bedoeling is van de cultuurminister om de kunstenaar onschadelijk te maken door die onder te brengen in een rigide decretaal kader, dat daarenboven bevolkt wordt met perverse commissieleden. U vergist zich minstens met een halve eeuw. Immers, het is sinds we een regelgevend kader hebben, dat politiek favoritisme, vriendendiensten, of chantage teruggedraaid zijn. Ze komen nog voor, jazeker, maar hoogst marginaal. Ik vrees wel een beetje de CD&V, maar on verra. We zijn zover geëvolueerd dat we kunstenaars beoordelen op basis van hun intrinsieke kwaliteiten, en helemaal niet op basis van trouw aan het apparaat, het al of niet bij het cultureel establishment behoren of het salonfâhige karakter van hun kunst. Nee hoor, zelfs de meest controversiële figuren krijgen steun van de cultuurpolitieke verantwoordelijken. En net om de politieke kleuring in te dijken, is er een vrij complex stelsel van advisering gekomen. Niet om kunst te institutionaliseren. Maar om een transparant systeem en dito procedure te hebben. Je kan dat overigens niet, kunstenaars laten zich niet opsluiten in structuren, maar ze willen wel structuren waar ze bij kunnen aankloppen voor een theaterproductie, een tentoonstelling, een boek …

    Om het even over Benjamin Verdonck te hebben. Hij kreeg, net als vele rebelse collega’s van hem, subsidie om zijn werk te kunnen maken. Hij krijgt dat soms individueel, soms via een ander kunstenhuis. Leve de oncontroleerbare garnalen.

    Ik wil u even kwijt dat ik tussen de regels van uw betoog lees dat u vindt dat de overheid zich niet moet bemoeien met het wezen van de kunst, en met wat kunstenaars doen. Ik ben het met u eens. Ik kan principieel de stelling van de negentiende eeuwse politicus Thorbecke volgen die stelde dat als de overheid zich niet met kunst moet bemoeien. Maar daarna komt de vraag of u dat concretiseert in een ultraliberaal cultuurbeleid dat enkel vertrekt van de markt en aan de overheid geen rol toebedeelt, dan wel of u vindt dat de overheid als die iets wil doen, zich vooral afvraagt hoe dat moet gebeuren. Ik kies uitdrukkelijk voor het laatste – cultuur die we als waardevol beschouwen moet een plaats krijgen; en als dit niet zonder subsidie kan gemaakt / gesmaakt / geëduceerd worden, dan moet de overheid bijspringen, of we missen een breed cultuurpalet en beperkt het aanbod zich tot wat door marktwerking leefbaar is.

    Ik ben nu wel lid van oppositie, maar ik heb veel ervaring in de meerderheid. Ik ben een oud-kabinetschef. Ik zou het niet durven denken dat er een cultuurbeleid zou bestaan zoals u het beschrijft. Ik heb zelf verschillende decennia gevochten tegen een betuttelende, controlerende en sturende cultuuroverheid. Dat gevecht is grotendeels gewonnen. Ik nodig u uit om het laatste restje weg te vegen.

    Over de nieuwe cultuurminister zelf, wil ik liever nu niet discussiëren. Laat ons even tijd nemen, en haar vooral wat tijd geven, vooraleer we harde oordelen vellen. Al is haar belangstelling niet echt indrukwekkend te noemen. Het regeerakkoord daarentegen, dat ligt er, en dat belooft niet veel goeds. Ik sluit me aan bij wat Marc Reynebeau terzake schreeft. Ik nodig u uit om mijn bespreking te lezen. Zie http://www.bartcaron.be/ en klik onder de eerste blog.

    Ik lees met veel genoegen en vaak uw columns. Helaas, deze keer slaat u de bal helemaal verkeerd. Ik zou overigens een gelijkaardig tegendiscours kunnen voeren over het vakblad Courant, of over Jan Fabre, over naakt, over hedendaagse beeldende kunst. U snapt het niet zegt u? Er zijn dan twee antwoorden mogelijk: of u doet de moeite om wat bij te leren of u doet dat niet. In het laatste geval blijft u het niet snappen. Geen probleem hoor, u mag het onzin noemen. Dat is nu net het verschil tussen kunst en exacte wetenschap. Dat vergt enige inspanning, en vooral belangstelling.

    Populisme is een ernstig vergif. Het dringt overal door en is moeilijk uit te roeien.

    Groet,

    Bart Caron

    • Wel mijnheer Caron de meerderheid van de bevolking wil het niet “snappen” en dat is ook hun goed recht. Het is dan ook niet netjes van u om met hun geld uw belangstelling te sponsoren.
      Dat is de kern van het betoog van Sanctorum en daar dribbelt u hoogdravend rondom heen.
      Het is trouwens niet omdat men iets snapt dat men het ook moet appreciëren. Men natuurlijk zo vol zijn van zichzelf dat men iets snapt dat je dat ten overvloede moet verkondigen aan de “niet-snappers” (in feite niet geïntresseerden) en zich daar verheven door voelt.

  18. Wilfried Pauwels

    Beste Johan,

    Proficiat! Tenminste een idee. Dat ontbreekt in de gesubsidieerde pers à la Reynebeau. Cabinetards lijken mij niet geschikt om over serieuze dingen een ‘persoonlijk’ oordeel uit te spreken. Wat voor een rommel staat er in onze ‘moderne kunstmusea”. Betaald door Jan en alleman met de zegen van kruiperige adjudanten. Doe zo voort Johan. Laat je niet de les lezen door anderen, die dreigen met gevaren van populisme en C°.

    Wilfried

  19. Alsmaar die commentaar op Jan Fabre, ik stond ooit eens 20 minuten met hem te praten bij Troubeleyn in de Seefhoek en hij praatte niet uit de hoogte en stond heel goed met zijn voeten op de grond had ik de indruk. Ik ben ervan overtuigd dat het een ontzettende harde werker is die zijn succes niet zomaar heeft gekregen. Critici zou ik willen vragen: doet U het hem eens na! Kunst overstijgt politiek links of rechts. Kunst die niet in totale vrijheid kan ontstaan is niet compleet. Langs de andere kant is een kunstenaar, ondanks zijn grote invloed en vaak heldenstatus, ook maar een mens die nooit boven zijn medebroeders staat. Iedereen zou vanuit voldoende middelen moeten hebben om niet in armoede te moeten leven. Mensen die bepaalde talenten ten volle benutten en zich meer inspannen mogen natuurlijk wat extra krijgen. Vele kunstenaars zijn gedoemd hongerkunstenaars te zijn, vaak eccentrieke figuren tijdens hun leven, arm en verguisd, en in de dood verheven tot helden, wanneer het te laat is.

  20. ik ben gewoon benieuwd wat ze ervan gaat bakken. en ze krijgt van mij het voordeel van de twijfel. maar voor mij hangt er ook niks aanvast dus ik heb makkelijk praten…

  21. Meraviglia

    Johan, ik heb graag je tekst gelezen en wil een inbreng doen vanuit mijn situatie en ervaring als beeldend kunstenares. Ik ben ervan overtuigd dat veel goede en sterke kunst in de marge huist,in de schaduw leeft en vaak weinig of niet gezien wordt. Kiest een kunstenaar daarvoor?, stel ik mezelf de vraag. Zijn of haar PR verzorgen (‘Networking’)is voor velen moeilijk. Tuymans is er misschien goed in, maar laten we niet vergeten dat de stuwende kracht achter hem de Antwerpse galerie Zeno x is, die hem ‘ontdekt’ heeft, gepromoot en hem ook internationaal op de kaart gezet heeft. Ik ken het Antwerps circuit vrij goed. Zoals waarschijnlijk overal het geval is: je moet er de juiste mensen, op de juiste momenten tegenkomen en ze zien achter je te krijgen. Ik heb er zelf samengewerkt met een galerie, maar ben er weggegaan na drie jaar. Het werd een gevangenis, een ketting rond m’n been en serieus achterstallige betalingen. Er is veel kaf tussen het koren. Financieel is het voor kunstenaars vaak moeilijk, om te overleven, maar ook om hun oeuvre uit te bouwen. Het kan jaren duren voor je werk begint te verkopen. Uit ondervinding weet ik dat het bijna altijd dezelfden zijn die de beurzen krijgen, vaak jaren aan een stuk. Ik gun het mijn collega’s. Ik heb zelf twee keer een subsidie, een werkbeurs, aangevraagd. Aanvankelijk toonde de commissie enige interesse, maar bij de tweede aanvraag was hun repliek zodanig weerzinwekkend (neen, niet omdat het besluit weer negatief was en heus ik sta open voor kritiek)dat het hilarisch was. Een derde aanvraag indienen werd mij aangeraden: tarara! Het hoeft voor mij niet meer. Uiteindelijk heeft kunst in se niks met deze bureaucratie te maken.
    Eigenlijk moet een kunstenaar hier allemaal een beetje boven staan, koppig, eigenzinnig en vastberaden zijn weg gaan, met of zonder subsidies, met of zonder galerie die hem vertegenwoordigt. Maar, kunst is interactie, ze wordt mede bepaald door de blik van de toeschouwer. Als ze niet gezien wordt, hoe sterk en goed ook,en ze enkel in de leefwereld van de kunstenaar in kwestie blijft, bestaat ze niet echt.”we zijn verbonden met groepen en netwerken” (jou citerend)Iedereen heeft nood aan erkenning voor wat hij doet.Ook een kunstenaar.
    Verder: kunst mag voor mij vele paden bewandelen, van engagement tot schoonheid en verwondering, wat niet wil zeggen dat ik het allemaal goed vind. De kak machine…ach ja,
    ik hou meer van Manzoni’s tinnen blikje “Merda d’ artista”…spreekt meer tot mijn verbeelding.
    ok, dag en bedankt voor je tekst, die ik altijd graag lees en die mij soms tot nieuwe inzichten brengt.

  22. Monoculturele Mon (geen familie van linkse Vuile Mong)

    Alles is beter dan dat nestbevuilend Brussels Bleitbakkes dat weigerde het Zangfeest te subsidiëren wegen niet progressief (cfr kakmachine van Delvoie, hesp op Gentse pilaren of Koninklijk kever plafond van Fabre) en niet intermultiFLAUWEKULtureel genoeg .
    Joke Schouwvlieger verdient een kans, alleen al omdat ze er zo Vlaams-fris uitziet en zo ongedwongen kan glimlachen, GO FOR IT CHEMNYFLYER !

  23. De gustibus et coloribus non disputandum est

    Ik vind Tuymans een commerciëel geniale mannekensbladtekenaar, zou ik nu een KULtuurbarbaar wezen ?

  24. In het belang van het niveau en het intellectueel serieux van de discussie, wil ik hier nogmaals stellen dat berichten, gepost onder schuilnaam, op hun relevantie gecheckt worden. Soms kan iemand een goede reden hebben om zijn/haar echte naam niet gepubliceerd te willen zien, maar het mag geen systeem worden.
    Berichten met een vals email-adres (email-adressen verschijnen niet op de blog) worden sowieso verwijderd.

    Johan Sanctorum

  25. Waarom worden stukjesschrijvers als Lanoye nooit eens de artistieke maat genomen door -pakweg- een cultuurjournalist? Het stoort me mateloos dat zo’n types bij elke kans in het gezicht van de ‘burgerij’ spuwen, omwille van haar platvloerse smaak. Er is nochtans (uitzondering Petry?) geen enkele hedendaagse Vlaamse schrijver in staat tot literatuur, maar dat is blijkbaar allemaal niet erg. Evenmin problematisch is gebrek aan kennis: Schouvlieghe is geen Minister van Kunsten, en voor haar inhoudelijke adviezen wordt ze geïnformeerd door interne en externe experten. Maar de klap is aangekomen: Schouvlieghe is nu al stevig neergezet als een onbekwame boerentrien.

  26. Ik wil nog even reageren op de reactie van de heer Erik Arckens, het feit dat het zich baseren op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en de Belgische grondwet tot de ondergang van de sociale zekerheid zou leiden. Wel mijnheer Arckens, de politiek partij waartoe U behoort is heel rechts en streng, het stoort met niet, mijn eigen oom zit in de gemeenteraad van uw partij in Willebroek, hoewel wij politiek een andere mening hebben natuurlijk, ik ben van de linkerzijde, maar ik kan met iedereen tot dialoog gaan. Ik kan U verzekeren dat ik leef van eentiende van uw inkomen, doch heb ik me steeds ingezet voor de mensenrechten, vrijwilligerswerk gedaan en noem maar op. 90% van wat ik doe is gratis, niet iedereen is een profiteur van de sociale zekerheid, ik heb het werk van Herman Deleeck grondig bestudeerd, en ik volg ook wat Bea Cantillon te vertellen heeft. Verdiept u zich eens in wat de Verenigde Naties te vertellen hebben, misschien dat U mij dan beter kan begrijpen.

    In vrede,

    Kristof

    • Beste Kristof,
      ik kan niet zeggen dat de inhoud van uw antwoord vooringenomen is. Toch wordt het gekleurd door het foutieve idee dat ik de Erik Arckens van het Vlaams Belang ben. Ik ben zijn ideëen niet ongenegen maar ik ben iemand anders.

  27. Dan biedt ik U mijn oprechte excuses aan, beste Erik, voor mijn vooringenomenheid …

  28. Dan bied ik U mijn oprechte excuses aan, beste Erik, voor mijn vooringenomenheid …