Maandelijks archief: augustus 2009

Go for it, Laura!

Onze dolgedraaide samenleving van de kick schuwt het echte avontuur

LauraUitgerekend in het jaar van Charles Darwin –u weet wel, de man die zijn revolutionaire wetenschappelijke inzichten opdeed tijdens een wereldreis per boot- waagt een tienermeisje het om dat exploot over te doen. Zomaar, omdat ze er zelf de tijd rijp toe acht, niet omdat regels of programma’s dat voorschrijven of om records te breken. Zomaar, omdat ze er zelf de tijd rijp toe acht, niet omdat regels of programma’s dat voorschrijven of om records te breken. Deze instinctieve Wanderlust is in onze moderne samenleving moeilijk te plaatsen. O jawel, we gaan jaarlijks op vacantie naar het zuiden, we slaan op de vlucht voor alles, vooral voor onszelf; we vergapen ons aan semi-fictieve Robinson-toestanden op TV; de woorden “uitdaging” en “avontuur” zijn dé clichés geworden van een hyperkinetische prestatiemaatschappij. Maar momenten waarop een eigenzinnige tiener echt wil doorzetten en een eigen marsrichting kiest, het weze intellectueel, cultureel, of gewoonweg de boot op en het zeegat in, dan komen ineens de wetten, practische bezwaren en veiligheidsprotocollen naar boven die onze samenleving zo complex maken.

Is men echt zo bezorgd om dat meisje, of voelt het systeem zich gepasseerd? Ik denk veeleer het laatste. De actuele veiligheidsobsessie en de overbescherming van tieners in het post-Dutroux-tijdperk lijkt vooral in dienst te staan van een postmodern, betuttelend conformisme (“het gevaar loert overal, dus blijf op de rechte weg”), daaraan gekoppeld natuurlijk de mogelijkheden van een commerciële strategie gericht op een belangrijke, zeer beïnvloedbare markt, door de amusementsindustrie (vooral de popmuziek) aangestuurd. De jeugd is een cruciale doelgroep voor marketeers, die laat je niet zomaar vertrekken. Het element “vrijheid” is daarin zeer problematisch en hypothetisch. Onder het mom van totale willekeur en normenloosheid wordt het jonge individu permanent gekneed, gemodelleerd en gebrainwashd, waardoor er überhaupt zoiets als een jongerencultuur mogelijk is. In zo’n constellatie besluit dan iemand om alleen de wereld over te zeilen in plaats van naar Pukkelpop te gaan. Intrinsiek getuigt dat van een subversiviteit die, om nog eens Darwin in herinnering te brengen, aantoont dat de menselijke geest het best sprongsgewijs functioneert in plaats van gezapig het vaste spoor te volgen. Er is geen enkele reden om de eigenzinnigheid van grote geleerden of kunstenaars los te koppelen van de hormonale processen die zich in Laura’s interne keuken afspelen. Dat wat de filosoof Nietzsche zag als een aan de mens inherente boosaardigheid om te tarten, te negeren en te verbreken, is dezelfde drift die tieners doet weglopen, mensen hun job doet opzeggen of Einstein naar de relativiteitstheorie voerde. De afwijking is het enige dat ons kan redden. Via heel veel mislukkingen, uiteraard,- het instinct is geen toverpad.

 De mythe van de puberteit

13 jaar, het is een sleuteljaar in iemands leven. Toen ik twaalf was pakte ik zonder veel na te denken mijn fiets en reed van Antwerpen naar Oostende, mijn geboortestad. Mijn ouders hielden me niet tegen, ze hadden toch niet gekund. Uiteraard niet te vergelijken met de wereldreis van Laura, want misschien nog veel gevaarlijker: achter elke boom kon er wel een Dutroux staan, en ik gebruikte de toenmalige steenweg van Antwerpen naar Gent, berucht als de “dodenweg”.

Toch is 12 de leeftijd waarop kinderen klaar zijn om met gevaar om te gaan, hetgeen in traditionele culturen zoals die van de Masai bezegeld wordt met een jachtproef (op zijn beurt met de sexuele inwijding verbonden). Doordat de moderne samenleving echter de puberteit verlengt tot 18 jaar, ontstaat er een vacuüm inzake psychosociale ontwikkeling tot zelfstandigheid Er bestaat een sexuele gedoog-vrijheid die niet existentieel kan ingevuld worden,- het is een pure prutserij van geslachtsdelen bij tieners die voor de rest als baby’s gepamperd blijven. De neurotische situatie van de adolescent is het gevolg van een decalage tussen fysieke maturiteit en gedwongen psychische immaturiteit die in de school wordt gecultiveerd. De vrijheid van de tiener is leeg en risicoloos, hij maakt deel uit van het post-’68-syndroom. Ze mogen alles, omdat niets ertoe doet. Daarom vervelen jongeren zich ontzettend, hangen rond, worden baldadig. Er is geen eigenlijke initiatie, geen verlokking van het avontuur, enkel een planmatig “leerproces” met examens en diploma’s, en daar tussendoor een hedonistische leegte. De verlengde leerplicht en het verbod tot zelfstandigheid creëren als vanzelf Oedipale spanningen die weerom moeten afgeleid worden naar de roescultuur van popmuziek en drugs.

Het feit dat ouders sterk ontmoedigd worden om hun kinderen zelf op te voeden, als alternatief voor het publieke onderwijssysteem, maakt duidelijk dat de familie op zich, als oer-tribaal substraat, niet meer gerechtigd is om in te grijpen in dit bureaucratisch systeem van verlengde adolescentie zoals het publiek onderwijs dat cultiveert, zie bij voorbeeld het tijdschrift “Klasse”.

Ook zelfstudie en autodidactisme horen eigenlijk niet thuis in een veralgemeende bureaucratie die voor iedereen “trajecten uitstippelt” en elke burger pedagogisch wil “begeleiden”. Laura wil in haar bootje tijdens de kalme uren nochtans wel degelijk studeren en achteraf een soort middenjury-examen afleggen, maar daar willen de Nederlandse leerplichtambtenaar (het woord alleen al), staatssecretaris Van Bijsterveld van Onderwijs en de Kinderbescherming niet van horen. Laura moet schoolgaan en de middelmatigheid ondergaan. Laura moet socialiseren en zich aanpassen. Het is een dwang die niets te maken heeft met bezorgdheid om haar fysieke of mentale integriteit, maar alles met de ijver van een systeem om jongeren klaar te stomen voor een gepreprogrammeerd leventje waar alles gebeurt zoals het te verwachten is. De school is zo saai en abstract als het leven van Jan Modaal zelf. De kennis, gecompileerd in dikke leerpakketten, is voor de meesten nooit een vertrekpunt voor een autonoom traject maar integendeel een doelloos weten, iets dat je uitspuugt op een examen.

Wat heeft de school ons dan te bieden dat de moeite waard is? Niets. Ik heb er me alleszins rotverveeld, jammer dat ik geen ouders met een mooie zeilboot had. In “Emile, ou de l’éducation”  (1762) betoogt de Franse Verlichtingsfilosoof Jean-Jacques Rousseau al dat het leven ons moet wijzer maken, niet de school en het maatschappelijk systeem (Laura in een interview op het Nederlandse jeugdjournaal: “Ik wil gewoon de levensschool volgen”). Vrijwel dadelijk belandde het boek op de index, wegens ondermijnend en staatsgevaarlijk…

In dat opzicht is er weinig nieuws onder de zon: de overheid is als de dood voor autodidactisme of voor onderwijs in kleine, oncontroleerbare circuits. In “Deschooling Society” (1971) herneemt Ivan Illich J.J. Rousseau’s ideeën, en stelt dat het geïnstitutionaliseerd onderwijs eenvoudigweg nodig is om het socio-politiek status-quo te handhaven, de reproductie van de instellingen zelf dus, waarin we braaf horen mee te draaien. De onderwijsprogramma’s zijn eigen aan een inert systeem dat zo min mogelijk wil veranderen. De school handhaaft de maatschappelijke orde ten nadele van het (naar verandering snakkende) individu.

En daarin is het begin van wat wij als de puberteit aanzien, 12-13 jaar, hét cruciale aangrijpmoment. De mythe van de puberteit is reactionair en regressief. Aankomende pubers mogen dus niet loslopen, hun hormonen moeten in een kleutertuin uitsudderen. Niet zozeer uit schrik voor pedofielen, wel omdat ze, zoals Laura, hun geslachtsrijpheid zouden kunnen vertalen in echte onafhankelijkheid die het systeem en zijn codes op losse schroeven zet.

 Ik blijf het ondertussen vreemd vinden dat onze supergemediatiseerde maatschappij van de kick en de opwinding het echte avontuur uitsluit. De kick bestaat alleen binnen de grenzen van zijn stimuli,- datgene wat media en publiciteit genereren om de amusementsindustrie in gang te houden. Daarbinnen kan werkelijk alles. Ik zie dus wel piepjonge voetballertjes door hun ouders opgepept worden om de volwassen voorbeelden in het potstampen te overtreffen. Ik zie ook kind-meisjes van twaalf in hitsige korte rokjes het podium opdraven van het Euro Junior Songfestival. Hop maar, in die charades kan de volwassenheid niet snel genoeg bereikt worden, als beeld en karikatuur. Alleen een dwarse tiener die het zelf wil uitzoeken in een wereldreis-zonder-camera’s, dat kan dan weer niet,- zoiets past niet in de beeldvormingsstrategie van de société du spectacle.

Heel haar stout plannetje, weliswaar nu door de media uitgemolken, heeft dan ook niks uitstaans met de nieuwe totalitaire openbaarheid zoals die bv. in facebook wordt gecultiveerd. Ze heeft de publiciteit niet gezocht, het is veeleer omgekeerd. Ze wil het gewoon allemaal zelf uitzoeken. Haar taal en lichaamsenergie is die van het enkelvoud, de cel, de bark, dobberend op de oceaan, de spiegel van de kosmos.

Een ontdekkingsreis naar het onbekende die samenvalt met een reis naar zichzelf. Terug meester worden over zijn/haar eigen lichaam, het is een reconquista die elke prille tiener zou moeten aangaan, tegen de stroom van hypes en trends in die het individu nietig maakt. De boot in dus. Niks geloven, zelf uitzoeken of de aarde echt wel rond is. Ik zou zeggen: Go for it, Laura! Ook al wordt ze wellicht in de eerste haven onder strenge bewaking terug naar huis gestuurd, toch moet ze vertrekken. Dat alleen al is een overwinning.

Johan Sanctorum 

Advertenties

No milk today – Saskia bindt haar tepels af

Is er een (vrouwelijke) anti-cultuur in de maak?

monalisa_duchampsOp 2 augustus j.l. voltrok zich in het Parijse Louvre een microdrama dat men zou kunnen lezen als een kleine cultuurclash. Over het algemeen denk ik trouwens dat ogenschijnlijk onbenullige voorvallen uit de rubriek “gemengde berichten”  intrinsiek veel meer betekenis hebben dan geleerde uiteenzettingen van experten.
Een niet nader genoemde Russische vrouw gooide er met een aardewerken kopje naar Da Vinci’s Mona Lisa. Uiteraard zonder schade (alleen het kopje sneuvelde), de dame werd afgevoerd naar een psychiatrische instelling.
Een zottin die zich vergrijpt aan een halfgodin, zo lijkt het. Nu is de Mona Lisa een duurzaam mikpunt van kunstvandalisme. Ze werd in 1911 ontvoerd, in 1956 overgoten met een bijtend zuur en in dat zelfde jaar gestenigd. Marcel Duchamps gaf haar al in 1930 een snor. Iets zet mensen, dikwijls totale leken, ertoe aan om dit soort in een kunstwerk ingebedde supermuzes te verminken. Pure barbarij? Of willen losgeslagen toeschouwers doorheen de esthetische oppervlakte iets, lelijk, onnozel of walgelijk releveren? En welke vreemde rol spelen vrouwen in het doorprikken van deze mannelijke fantasmes?

Lees meer

Is het toeval dat die ontsnapte zware jongens allemaal Mohammed of Youssef heten?

Oussama Trimini LaTrabelsingeri, Abdelhalim Akil, Youssef Oulad Haj Chaib. Zo luiden de namen van de drie zware criminelen die in het slecht beveiligde Brussels justitiepaleis het hazenpad kozen. Amper twee weken geleden gingen Mohammed Johry, Abdel Had Kahjary Mulloul en Ashraf Sekkaki hen in Brugge vooraf. Er lijkt in de fatsoenlijke pers een taboe te rusten op het hoog exotisch gehalte van dit gezelschap, om toch maar het Centrum voor Gelijke Kansen en Anti-Racisme niet te bruskeren. Toch legde een gerespecteerd criminologe als Marion Van San in het verleden al herhaaldelijk de vinger op de zere plek: zowat de helft van de Marokkaanse allochtonen kan als een gewoontecrimineel beschouwd worden. 70% van onze gevangenispopulatie is overigens van allochtone herkomst. Het is in onze contreien een hachelijke zaak om dit aan te kaarten: altijd weer komt men in het extreem-rechtse verdomhoekje terecht. Maar werkelijkheidsontkenning heeft nog nooit een probleem helpen oplossen.

Marion Van San signaleert ook een familiaal-culturele oorzaak: het ontbreken van enig ouderlijk gezag in de Marokkaanse gezinnen, de inherente machocultuur, en het feit dat jongens er sowieso vrij spel hebben, creëert een totale afwezigheid van normbesef. Geweld is de regel, de straat het primaire actieterrein. Achterliggend speelt het idee dat de (westerse) samenleving de oorzaak is van hun sociale achterstand (een mythe die decennia lang door links werd gecultiveerd, waardoor de allochtonen al bij voorbaat elke kans tot responsabilisering werd ontnomen), en dat ze hiervoor zelf de passende compensatie mogen bedenken. Criminaliteit als sociale vendetta en Wiedergutmachung dus.

Meteen komt hier het thema van de multiculturele samenleving terug op tafel. De ironie is namelijk dat het ongebreidelde cultuurrelativisme en de westerse ideologie van de Gleichschaltung een subcultuur in het leven riep en deed bloeien, die helemaal vijandig staan tegenover onze waarden, inbegrepen de multiculturaliteit zelf en het verlichte pluralisme. De homejacking met een kalasjnikov, waarbij een driejarig kind een wapen tegen het hoofd krijgt, is niet alleen een criminele tactiek maar ook een intimiderend gebaar van haat tegen de westerse samenleving. Terreur dus. Daarbij is de houding tegenover onze materiële welstand zeer ambivalent: men haat de symbolen van het decadente westen, maar men wil ze ook toeëigenen. Men wil bezitten én vernietigen, contesteren én imiteren,- vandaar het zo karakteristieke beeld van de jonge Marokkaan-in-de-BMW.

Criminaliteit en terrorisme

Xenofobe en racistische praat? Wacht, hier komt de uitsmijter. België is – daar weten ze bij de Staatsveiligheid alles van- dé Europese uitvalsbasis van Al Quaeda. De Marokkaanse gemeenschap, vooral in Brussel, vormt een noodzakelijke achtergrond, camouflagegordijn en zelfs rekruteringscentrum voor deze nederzetting. 

De Tunesische ex-voetballer Nizar Trabelsi (foto), een Al-Quaeda-activist die momenteel achter slot en grendel zit, schijnt een sleutel- en scharnierfiguur te zijn in de Belgische osmose tussen zware criminaliteit en moslimterrorisme. Het netwerk dat de ontsnapte gangsters assistentie, dekking en een onderkomen gaf, overlapt voor een flink deel met het islamfundamentalistische terreurnetwerk dat vanuit Brussel opereert. Het gaat om dezelfde personen, en vooral, om dezelfde gevoelsmatige, culturele en religieuze onderstromen die in deze schotelantenne-cultuur gisten, vooral bij de jeugd. Mohammed, Youssef, en de anderen, zijn niet alleen slachtoffers van kansarmoede, maar (vooral) krijgsheren in een cultuuroorlog, zeer bewonderd door hun achterban.

De vraag is dan zeer, in hoeverre advocaat Sven Mary, die de internering van Ashraf Sekkaki trachtte tegen te houden, zich ethisch en intellectueel nog wel staande kan houden. Hij onderkent bij zijn cliënt exact het syndroom van de normenloze jongeman die als een god gekoesterd werd in het Marokkaanse moslimgezin (DS 1/8/09), doch trekt hieruit geen maatschappelijke, laat staan politieke conclusies: het wordt louter weeral gebruikt als een stoplap en verontschuldiging. Kunnen advocaten zich nog wel verstoppen achter het Latijnse formalisme van de rechtstaat, zonder zich rekenschap te geven van de cultuurclash die zich voltrekt, die zonder meer bedreigend is voor die rechtstaat zelf? Worden hij en zijn confraters niet eerder gezien als nuttige idioten, in afwachting dat de sharia het zonder hun tussenkomst kan stellen?

Allemaal vragen waar de voorbije ontsnappingsexploten aanleiding toe geven: het gaat niet enkel over budgetten en beveiliging, maar vooral over de wortels van de criminaliteit en over de vraag waar we met deze samenleving naar toe willen. Het zal ook niet volstaan om te bashen op Stefaan De Clerck, die een door-en-door rot departement erft. Veeleer moet een diepgaande en eerlijke sociologische analyse tot op het bot gaan en politieke conclusies trekken. Mohammed en Youssef vormen wel degelijk een probleem, we hebben het namelijk zelf gecreëerd en zullen het ook moeten oplossen, zonder wollig idealisme.

Ondertussen zijn we nog maar eens de internationale risée. Het surrealistische België viert weer zijn hoogdagen, zo blijkt uit de buitenlandse kranten. Maar ook als Vlaanderen de bevoegdheid van justitie claimt en verwerft, zal het Brussels-Marokkaanse netwerk, met zijn uitlopers naar het internationale terrorisme, niet verdwijnen, integendeel zelfs. Probleemloos zullen zij grenzen overschrijden in een ontgrensd Europa. Ook daarover mag eens nagedacht worden in deze komkommertijd.

Johan Sanctorum