Af en toe klepperen de zonneblinden

Pleidooi om alle processen blijvend te heropenen

Op het einde van het Darwinjaar, nu het apologetisch getoeter wegebt, is het misschien eindelijk weer tijd om de Neanderthaler, die “dode tak” van de evolutie, posthuum in eer te herstellen. Daarmee zetten we onze positie als winnaars en survivors op de helling, en wordt het proces, waarin de doden een stem krijgen, heropend. Einde van de sorrycultuur en het postmoderne theater van de verontschuldiging?
Wat is onze relatie vandaag met het ‘dodenrijk’? Op 1 november zetten we een bloempot met chrysanten op het graf van een nabestaande, om te beletten dat we er heel het jaar door mee zouden bezig zijn. De rouw is een vervelende kwaal die we moeten uitzieken, want “het leven gaat door”. De doden hinderen ons, we formoliseren ze in een statistiek, de spoken van het verleden moeten in quarantaine. En wie toch nog last heeft van “innerlijke stemmen” moet dringend naar de psychiater.
Ooit beheerste deze relatie tussen levenden en afgestorvenen nochtans het doen en laten van een samenleving. In de animistische natuurreligiën van de niet-gechristianiseerde wereld (de zgn. “volksislam” inbegrepen) vormt de communicatie met de voorouders de zenuwknoop van heel de individuele en sociale existentie. Vandaag is die band doorgesneden, en dat uit zich op heel verschillende vlakken, zoals het Darwinistische dogma (The survival of the fittest). Dat het in deze tijden excuses regent van staatshoofden voor de uitroeiing van aboriginals, sluit daar perfect op aan: het is een elegante oplossing om de doden opnieuw te begraven.
Tijd voor een stevig potje cultuurkritiek, verdere deconstructie van de political correctness, en een poging om religiositeit te herdefiniëren

Lees het artikel

Advertenties

3 Reacties op “Af en toe klepperen de zonneblinden

  1. Een briljant essay beste Sanctorum. Er is trouwens -weliswaar licht en eerder schoorvoetend tegenwind, zelfs binnen de wetenschap. Bijvoorbeeld http://www.youtube.com/watch?v=uzulLkfEaq4

  2. Vreemd en interessant om een van m’n favoriete artikels herwerkt te zien…

    Geloof, in zijn breedste zin, is nergens voor nodig, maar bijna niemand durft zover te gaan, inclusief de skepptici, integendeel. Alles wordt verder gefragmenteerd in betekenisloze objecten, herleid, afgevlakt.
    Inzicht in ons denken en in het grote, samenhangende geheel (~ wholeness ~ holiness), het (her)ontdekken van de zin, is de enige uitweg uit de waanzin en de onzin.

    De Taoïsten bijvoorbeeld waren heel goed op weg. Bij hen bestaat geen sorry, geen god, wel nog wat vaag geloof, dood en leven zijn één, en anonimiteit is zowat het hoogste goed. (Dat laatste blijft voor mij persoonlijk een dilemma: toezien en zwijgen of (s)preken in een wereld die zich verder perfectioneert in het herleiden en statische beeldvorming?)

  3. Jan Braeken

    Vooreerst apprecieerde ik in dit artikel zeer de herdenking van het leven en de dood van Davey Vanden Berghe. Daarmee verbonden, en mijn bespreking slechts in sommige opzichten beperkend tot deze jongeman, vond ik het oordeel over zijn moeder te snel, ongenuanceerd en te weinig onderbouwd, niet in het minst omdat de hoofdschuldige van dit drama volgens een aantal krantenberichten de stiefvader Christiaan Mechele was. Deze laatste werd in dit artikel slechts zijdelings vernoemd, hetgeen ik moeilijk begreep. Uiteraard is het niet eenvoudig een aantal cruciale details uit de context van dit proces op de juiste manier aan zulk een lang artikel toe te voegen, gezien zij het geheel te omvangrijk zouden kunnen maken, maar niettemin zou de toon van het artikel daarmee volgens mij een drastische wending kunnen nemen. Ter bestrijding van het contextuele nihilisme onder andere – geen onbelangrijke strijd na een boek als “Het einde van de psychotherapie” van onze vriend Paul Verhaughe – miste ik een poging om het beknopte levensverhaal van beide daders in dit familiale, en daarmee ook cultureel-maatschappelijke drama te reconstrueren, van in het begin. Kernelementen van hun specifieke, gedetailleerde achtergrond ontbraken volledig, en mogelijk zijn het deze elementen die ons psycho-filosofisch en cultureel-maatschappelijk inzicht in datgene waar dit artikel over gaat sterk zouden kunnen verbreden en verhogen : de verbinding tussen ons fysieke leven, onze fysieke dood, en, wat Pim Van Lommel terecht noemt, ons eindeloze bewustzijn. In dat verband stel ik mij de prangende vraag hoe twee volkomen onschuldige baby’s in België, geboren in de jaren zestig, na drie decennia westerse opvoeding, scholing en socio-culturele ervaringen veronderstel ik, en na een relatie met elkaar te zijn aangegaan, uitgroeien tot de sadistische monsters die uit hun proces naar voor kwamen ? Hoe kunnen zij na zo veel onuitsprekelijke wreedheden één van hun kinderen uiteindelijk ijskoud de dood in jagen ? Hoe kan de hoofdschuldige, de stiefvader, een dakbedekkingbedrijf runnen, en tegelijk een stiefzoon zo gruwelijk folteren, zonder dat ook maar één van zijn werknemers of iemand uit zijn nabije omgeving dat sadisme opmerkte ? Is dat sadisme soms een uitvloeisel van een typisch Westerse, in oorsprong fundamenteel religieuze, diep ingesleten gewoonte van ziekelijke zelfpijniging die bijna alle westerlingen schijnbaar dagelijks op zichzelf toepassen in hun werk ? Ziekelijke kapitalistische zelfpijniging, louter om geld te verdienen ?

    Zijn er bijgevolg nog meer medeschuldigen in dit proces dan Johan Sanctorum vernoemde ? Sluit de confrontatie tussen onbegrijpelijke, onbeschrijfelijke wreedheden en de buitengewoon beperkte informatie die we onophoudelijk over daders blijven hebben of krijgen – toegedekt, ik herhaal, door onze alom geprezen privacy, en daarmee contextueel reductionisme en contextueel nihilisme voedend –, een juist en gedetailleerd begrip daarvan eindeloos uit, samen met ons inzicht daarin ? Is schuld niet altijd contextueel en daarmee ook altijd collectief, omdat geen enkel individu kan geïsoleerd worden van zijn of haar omgeving ? Waarom moet het besef van het bestaan van een context, of het ontstaan van dat besef, zo dikwijls gepaard gaan met drama’s ? Is dat soms omdat we zo ongevoelig zijn geworden voor onze omgeving dat alleen nog de shock van een moord ons daar opnieuw van bewust kan maken ? Wordt er op dat moment misschien een evenwicht van extremen hersteld ?

    Ook in een schuldcontext, een schuldomgeving of een schuldnetwerk blijft volgens mij die cruciale, gerichte, directe en gedetailleerde privacyinformatie verborgen, met name over de specifieke familiale en sociale aard en grootte van medeschuld, over de vele onbekende verbanden die er tussen mensen en dingen in hun vele netwerken bestaan. Als gevolg van die geheimen blijven een potentieel leerproces en toekomstige preventieve maatregelen tegen dergelijke drama’s bij voorbaat uitgesloten. Mensen zonder meer 30 jaar opsluiten in een gevangenis – een onzichtbaar, verraderlijk postmodern surrogaat voor de middeleeuwse vergeetput –, blijft voor mij een medeplichtig antwoord op een wrede misdaad omdat het de vernoemde oorzakelijke privacy blijft beschermen, zodat niemand iets kan leren en de oorzaken van drama’s blijven bestaan. In de eindeloze stroom van drama’s die daar zal uit blijven volgen is iedereen bijgevolg medeplichtig. Een blind en doof opsluiten is moedwillig en verplicht vergeten. De bekende oud-inspecteur-generaal van het Bestuur der Strafinrichtingen, Harry Van Oers, één van de gegijzelden bij de beruchte ontsnapping van Kapllan Murat (met de BMW) uit Sint-Gillis, heeft over zulke blinde vrijheidsberoving een en ander van belang toe te voegen. Op 8 augustus 2009 had De Standaard met hem een buitengewoon boeiend interview daarover: http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=I52DHI77 .

    Een obligaat, ostentatief en definitief penitentiair vergeten van de context van drama’s is niets minder dan een doofpotoperatie van de privacy. Met andere woorden, het is een gevolg van- en de bestendiging van de gevangenis van de privacy. Het is in tegenspraak met de titel van Sanctorum’s artikel : alle processen permanent openhouden. Het omgekeerde van oneindig vergeten is het oneindig herinneren en eeuwig openhouden van alle processen, met andere woorden ze eindeloos verder openen : ze onderzoeken. Het is ook het eindeloos openen van ons bewustzijn. Met andere woorden : eindeloos bewustzijn, en, naar Popper, The open mind and it’s enemies. Dat is in dit geval het blijven zoeken naar- en vinden van de vele oorzaken van wreedheden, en hun samenhang met andere wreedheden.
    Anderzijds stel ik mij opnieuw de vraag wat woorden vertegenwoordigen, vandaag bijvoorbeeld, gisteren, en het onderscheid daartussen. Wat vertegenwoordigen zij in de geschiedenis van de mensheid, met het woord “Neanderthaler” als één van de vele ijkpunten ? In welke mate hebben we vandaag meer zicht op hun representatielegitimiteit in vergelijking met vroeger, en wat houdt die representatielegitimiteit precies in ? Hoe kunnen we een totaal betekenisrelativisme vermijden ? In hoeverre kunnen wij daders als onbekenden correct inschatten, verwoorden, of anders gezegd, talig, legitiem en naar de volledige waarheid representeren ? Contextueel additionisme, het toevoegen van contextuele waarheid in plaats van het reduceren daarvan, veronderstelt in dat verband dat er spontaan een regen van vragen in ons opkomt, net zoals dat bij elk ander onbekend, acuut vraagstuk zou moeten gebeuren. Dat gebeurt schijnbaar niet meer, of is dat nog nooit gebeurd ? Leefden deze daders voorafgaande aan die wreedheden zelf in een wrede samenleving, om er nog één te noemen, een wrede relationele omgeving misschien, en kende zij geen andere, betere manier, geen ander voorbeeld om met mensen om te gaan ? Zulk een vraag mag misschien absurd klinken in verhouding tot hun wreedheden, maar wie kent onze samenleving zo door en door dat hij of zij met geruststellende zekerheid die vraag kan antwoorden ? Zijn die samenleving en mogelijk die relaties van hen, niet alleen van hen, nog altijd even wreed ? Wie kent alle relaties, en in hoeverre idealiseren wij ze, en veralgemenen wij ze ? Met andere woorden, is die wrede samenleving na de dood van Davey en de opsluiting van zijn opvoeders ook maar iets veranderd ? Wie heeft er wat precies van geleerd ? In het geval van Iris Vanden Berghe en Christiaan Mechele, maar ook in alle andere gevallen inclusief dat van onszelf : in hoeverre reduceren wij met onze woorden hun en ons hele leven, met alle gedachten, fantasieën, gevoelens en daden, tot beperkte en beperkende combinaties van klanken en letters, die ons vervolgens in reacties daarop aanzetten tot weer nieuwe beperkende gedachten, fantasieën, gevoelens, daden en woorden, en in hoeverre is dat geheel legitiem en terecht, of onterecht ? Ik vind dit niet zo eenvoudig als wij het met onze huidige woorden soms willen voorstellen. Gezien woorden en legitimiteit in een rechtbank zo belangrijk zijn, stel ik mij opnieuw fundamentele vragen bij onze besprekingen van- en oordelen over daders, net zoals ik dat voorheen deed bij het artikel van Johan getiteld “In naam der koningin…”

    Verder verafschuw ik voor alle duidelijkheid elke religie, vooral het Christendom. Ik verafschuw elke vorm van religieus geloof en al hun valse principes, zoals de typisch Christelijke, blinde, kritiekloze vergevingsgezindheid bijvoorbeeld – speciaal die vergevingsgezindheid, omdat het dikwijls domweg vergeten is, en zelfs goedpraten –, of zoals hun specifieke opvatting over- en praktijk van “de liefde”, vanwege hun onvergeeflijke, ijskoude en wrede schijnheiligheid, en daarmee samenhangend, vanwege hun ontologisch-subjectief nihilisme : de vervanging, opheffing en vernietiging van het “zijn”, in het bijzonder van elke identiteit, door een God. In die zin, en op nog andere vlakken, zijn religies per definitie gewelddadig. Onder andere een dergelijk wreedaardig, gewelddadig, onto-nihilistisch en schijnheilig religieus geloof kan aan de basis liggen van wreedheden die tegen Davey waren gericht, maar dat weet ik niet. Het kan. Met respect, waren de daders bijvoorbeeld gelovig ? In hoeverre vernietigden zij dwangmatig, gewelddadig en religieus traditiegebonden hun eigen ik, ten voordele van welke God ook, en verplaatsten ze daarmee dat geweld naar hun kind toe ? In hoe verre beseften ze hun eigen wreedheid ? Wie van ons beseft zijn eigen wreedheid, of beseft nog heel wat anders niet ? Is het voor buitenstaanders niet zeer gemakkelijk soms bliksemsnel te oordelen over bepaalde wreedheden, zonder dat men echt weet of de daders zich daarvan ten volle bewust waren ? Wat dachten deze daders over spiritualiteit, en hoe brachten zij die in de praktijk ? Ik meen dat dit essentiële ontbrekende informatie kan zijn in ons inzicht in hun misdaad. Ik kan mij voorstellen dat het rechtstreeks aanhoren van alle gruwelijke details in dit proces op de rechtbank elk voelend mens woedend zou maken, en dat men vervolgens voor beide daders onmiddellijk de doodstraf zou eisen. Uitzinnige gevoelens staan begrip echter in de weg, ook onmiddellijk, en daarmee eveneens het voorkomen van een herhaling. Dergelijke gevoelens zijn volgens mij dikwijls zelf even wreed. Het is duizend keer moeilijker een oordeel over wreedheden uit te stellen en de redenen daarvan te onderzoeken, dan innerlijk zelf wreedheden te begaan, of dan wrede mensen te vernietigen. De spiraal van wreedheden voeden en voortdurend vergroten past nog niet in België. Daarvoor moeten we vandaag in Israel zijn, in Irak, en in Afghanistan bijvoorbeeld. Het kan er nog wel van komen. Een spiraal begint altijd zeer klein, bijna onzichtbaar. Hopelijk ziet iedereen die spiraal nu duidelijk groter worden in dit land, en wordt men zich van die spiraal bewust. Hopelijk blijft er nu niemand nog permanent blind voor, ondanks, of zelfs dankzij al die drama’s die nu met de regelmaat van de klok in de media verschijnen (ik refereer naar Shana en Kevin). Want bij een dergelijk collectief besef bestaat de mogelijkheid dat meerdere mensen eindelijk collectief iets fundamenteel willen veranderen. Nu vind ik die wil nog bijzonder zwak.

    Misschien is de vervanging van onvergeeflijke, wrede religies door zeer complexe en inzichtelijke, fijngevoelige en warmhartige menselijke spiritualiteit, een oneindige spiritualiteit voor mij, één van die effectieve preventieve maatregelen tegen wreedheden. Indien zulk een vervanging een fundamenteel onderdeel wordt van toekomstige opvoeding en scholing, en van zelfopvoeding en zelfscholing, passend in een nieuwe evolutietheorie, zie ik hoop. Volgens mij had Darwin weinig begrepen van inzichtelijke, psychologisch verantwoorde spiritualiteit die eveneens onze evolutie fundamenteel stuurt, en huldigde hij een typische positivistische, gevoelloze, materialistisch-reductionistische en simplistische opvatting over evolutie, net zoals zijn vele volgelingen en zelfs critici vandaag. Ook Iris was daar mogelijk het slachtoffer van. De gevolgen van het gevoelloze positivisme zijn volgens mij ontzaglijk groot. Zij bestrijken alle aspecten van ons bestaan. Niemand zal ooit willen onderzoeken welke geneesmiddelen daders bijvoorbeeld nemen, wie die geneesmiddelen voorschreef, en hoe die hun gevoelens, gedachten en het besef van hun daden vertroebelden en verdoofden. Die geneesmiddelen zijn een rechtstreeks gevolg van het (neo)positivistische, materialistische bedrog dat ons inzicht nu lang genoeg heeft vergiftigd, en ons gevoel gedood.