Maandelijks archief: januari 2010

Het einde van België: catastrofe of bevrijding?

Op zaterdag 30 januari 2010 vond in “De Schelp” van het Vlaams Parlement het colloquium “O2- Zuurstof voor Vlaanderen” plaats. Het ging over Belgische splitsingsscenario’s en voorwaarden voor “ordelijke opdeling”, maar ook over gistende processen, onvoorzienbare gebeurtenissen en kantelmomenten. Over Belgisch “flou artistique” en Vlaamse identiteit, maar ook over democratie en sociale rechtvaardigheid. Over scenario’s voor een ordelijke echtscheiding, maar ook over onvoorspelbare Zwarte Zwanen, het revolutionaire breekmoment en de zin van chaos. Dit door het Vlaams Belang georganiseerd colloquium werd ruim bijgewoond door andere partijen, politieke analisten en de pers. Gastsprekers waren Julien Borremans, Frans Crols en Johan Sanctorum.

Hieronder kan u reageren op de toespraken van de drie.

Na Dendermonde heeft ook Liedekerke er zijn buik van vol

“Man bijt hond” of… “Vlaanderen kakt op zichzelf”?

Soms leidt een gebrek aan redactionele coördinatie binnen een krant tot verrassende inzichten. In De Standaard van 26/1/10 wordt op de pagina “Cultuur en media” uitvoerig de lof gezongen van het woestijnvisproduct Man bijt hond. Niet echt verwonderlijk, als men ziet hoe Corelio (uitgever van DS), VRT, Woestijnvis, en nu ook Humo-uitgever Sanoma, elkaar om de hals vallen binnen één groot mediakluwen. TV-kritiek in de geschreven pers? Het wordt meer en meer crossmediale promotie pro domo. In het bewuste artikel is nochtans een kritisch geluidje te horen van Tom Naegels, die stelt dat het programma eigenlijk een karikatuur voorstelt van de Vlaming, als kleinsteedse, dialect pratende randdebiel of gewoonweg dorpsgek. Maar als columnist-des-huizes relativeert Naegels deze kritiek onmiddellijk zelf, en zegt dat het programma “nooit over de grens van het kwetsende gaat”.

O nee? Dat is dan genoteerd. Maar op blz 24 van diezelfde krant, in de regionale editie “Vlaams-Brabant”, lezen we een heel ander verhaal, namelijk dat van de inwoners van Liedekerke, aan wie de eer te beurt viel om een ploeg van man-bijt-hond op bezoek te krijgen. Ze voelen zich gemanipuleerd, en beschrijven hoe de programmamakers via bewuste uitlokking vooral het hilarische en karikaturale zochten. Het resultaat was uitlach-televisie van het zuiverste soort: er werd gefocust op alles wat de stadsintellectueel als vreemd, idiomatisch, provincialistisch en achterlijk voorkomt. Zoals de bejaarde die zijn klein autootje met maniakale precisie in een kleine garage parkeert. Het filmpje circuleert ondertussen op U-tube, de man is tot zijn eigen wanhoop wereldberoemd.

Enige politiek-correcte vooringenomenheid was de makers ook niet vreemd: “Ze waren op zoek naar specifieke beelden en verhalen van een arm Liedekerke dat worstelt met de migratie van Brussel. Ik moest hard discussiëren om hen op andere gedachten te brengen”, aldus een van de meer weerbare dorpsbewoners, Steven Van Linthout.

Want voor de rest ging het uiteraard om kwetsbare, onmondige mensen die niet weten waar ze aan begonnen, tot ze hun kop op het scherm zagen en het lachen was geblazen. Via de regiekamer en het welbekende montagewerk ontstaat een beeldverhaal dat geen enkele plaats meer laat voor privacy of respect voor de intieme levenssfeer. Vooral het item van de oude man die via een pendel met zijn overleden vrouw communiceert, is ver over de schreef.

De Woestijnvisparodie van de cynische Vliegende Reporter (“In de Gloria”) die bij niets-vermoedende Vlamingen aan huis belt en een “spontaan interview” ensceneert, tot verbijstering achteraf van de betrokkenen, blijkt dus onrustwekkend echt. Het ziet ernaar uit dat Woestijnvis zijn eigen parodie-format tot standaard is gaan nemen voor reality-tv, zoals Prof. Katia Segers terecht stelde in Terzake van 26/1. Maar er is nog meer stront aan de knikker.

Dat Vlamingen in zo’n programma systematisch voorgesteld worden als achterlijke boertjes die moeten ondertiteld worden, is politiek niet onschuldig. Liedekerke (waar een zekere Mark Grammens woont…) ligt in het vizier van de verbrusseling. Nu, volgens een perslek, in het Dehaene-scenario vier faciliteitengemeenten bij Brussel zouden worden aangehecht om de BHV-splitsing verkocht te krijgen, kunnen de horizonten van de verfransing verruimd worden. De inboorlingen moeten daarbij hun plaats kennen.

De Belgofiele Dansaert-Vlamingen, die in Woestijnvis de dienst uitmaken, spelen in de kaart van het verstedelijkingsproces, door de karikatuur op te voeren van de landelijke, cultuurloze boches.  Deze missen het esprit dat de democratische minderheid van dit land legitimeert,- de verlichte francofonie. Woestijnvis hanteert dus een soort neokolonialisme van de evolués uit het Congo van voor de onafhankelijkheid, negers-in-maatpak die zich over hun eigen afkomst schamen. Dit zelfbevlekkingsfenomeen, dat ik eerder al beschreef, zit zeer diep in het Vlaamse cultuurcircuit. Het verklaart o.m. waarom een oer-Vlaamse auteur als Dimitri Verhulst uit schaamte in Huccorgne gaat wonen, en waarom varkenshandelaar/kasteelheer Wim Delvoye het jammer vindt dat er in Vlaanderen nog Nederlands wordt gesproken. De grappige randdebielen van Liedekerke zijn dezelfde stereotypes (Katia Segers gewaagt zelfs van “archetypes”) die door het franco-Belgisch establishment worden gehanteerd. Deze negorij lijkt rijp voor ontginning door de Brusselse immo-sector die beschaving en verkaveling kan brengen.

Maar Liedekerke heeft er dus zijn buik van vol en jaagt de camera’s weg. De conclusie is deze die ik al neerschreef in “Media en Journalistiek in Vlaanderen”, n.a.v. het “Dendermonde-drama”: de kijker én de man/vrouw, geconfronteerd met het oog van de camera, moeten zich samen tegen de arrogantie van het medium keren, door simpelweg neen te zeggen. Tv uit, camera’s buiten. Grenzen stellen, zelf de regels bepalen. Met deze bescheidenheid zal het massamedium nooit kunnen leven. Dus is het, in zijn huidige vorm, tot sterven gedoemd. Er is nog hoop.

Johan Sanctorum

Die Kunst der Fuge

 Steeds weer wordt in het universum van kunst en cultuur het begrip “vrijheid” gehypostasieerd. Onder de pathetische vraagstelling “Kan kunst de wereld veranderen?” poneerde de moderniteit een type van intellectueel dat aan de causale dwang der dingen zou kunnen ontsnappen, en als kunstenaar-profeet zelfs de geschiedenis (ten goede) zou kunnen beïnvloeden. Het genie als voluntaristisch weldoener. Nobelprijzen literatuur worden doorgaans gekoppeld aan een moreel hoogstaand engagement van de schrijver die zijn intellectuele vrijheid ten dienste stelt van democratische idealen, volksverheffing, mensenrechten, en noem maar op.
 Edoch, naarmate we de kunstwerken zelf intern gaan analyseren –en bij de ene lukt dat al beter dan de andere-, lijkt er van die vrijheid niet veel over te schieten: creatie wil zin, diepe zin, intense samenhang, logica. Is het perfecte kunstwerk geen volmaakte orde? De structuur van Bachs brein weerspiegelt zich in zijn werk, dat op zijn beurt de kosmische orde verklankt,- zo wil het de exegese. Maar dan gaat het niet meer over artistieke vrijheid doch, integendeel, over strenge wetmatigheden, die niet alleen in ons hoofd van toepassing zijn, maar ook in het universum.
 Er kan maar één orde zijn, de rest is knutselwerk. Kunst is daarom religieus, ik ken er geen andere. Wetenschap al evenzeer. Dawkins en Denett mogen vertellen wat ze willen: hun idool Charles Darwin was trouwens een diepgelovig man die de logica van de evolutie als iets “goddelijk” opvatte. Af en toe probeert iemand zelfs kunst en wetenschap in één metafysische canon te vatten. In “Gödel, Escher, Bach: an Eternal Golden Braid”, een boek uit 1979 van de natuurkundige Douglas Hofstadter, worden muziek en wiskunde als elkaars spiegelbeeld beschouwd, waarin het heelal zichzelf verklaart volgens een strenge logica die ons uiteindelijk bij het alfa en omega moet brengen,- de Bouwmeester.
 En daar wordt het pas interessant. De perfectie is niet perfect. Ook de muziek van Bach vertoont, net daar waar ze buitengewoon architecturaal en “kosmisch” oogt, hiaten en defecten. Of, om het in computertermen te stellen: bugs. Zelfs het strengste mathematisch axiomasysteem kan nooit waterdicht zijn. Iets wat Kurt Gödel in 1931 ook bewees via de zgn. “onvolledigheidsstellingen”: de wiskunde rammelt van binnen. Gaten in systemen kunnen alleen gedicht worden door hogere systemen,- een loodgietersbedrijf dat volgens Gödel tot in het oneindige kan doorgaan: God laat ons nooit de complete formule vinden. Geen vrijheid dus,- wel zwarte gaten en lacunes in de orde.
 Neem nu “Die Kunst der Fuge”, een verzameling van 14 fuga’s en 4 canons, in 1751 postuum verschenen en als het muzikaal testament van de meester beschouwd. Het hoogtepunt van muzikaal-abstracte architectuur. De Himalaya van de muziek. Streng, logisch, mathematisch. Maar waarom gaat in maat 239 van het laatste deel, nr. 14, opeens het licht uit? Dozijnen musicologen hebben er hun hoofd over gebroken. Zieke componist niet meer in staat om af te werken? Blad domweg verloren geraakt bij de drukker? Stukje partituur opgegeten door insecten? Welke orde maakte dat deze orde geamputeerd werd, als een boek zonder laatste pagina?
 Ik schoof heel het probleem als een theologisch hersenspinsel terzijde, tot mijn oog op een wetenschappelijk artikel in het weekblad Time viel, door de auteur zelf als een crazy story omschreven…

Lees meer

Moet Israëlisch charme-offensief in Haïti schande in Gaza doen vergeten?

Hebt u ook die TV-beelden gezien van Haïtiaanse kindjes die in koor quasi-spontaan “Thank you, Israël” zongen?
Het Israëlische leger was inderdaad met groot materiaal aanwezig, inclusief een compleet veldhospitaal. Dat is natuurlijk prachtig, alle hulp is welkom. Toch ruikt ook dit weer naar propaganda en imago-communicatie. Want uiteraard wordt deze generositeit overal breed uitgesmeerd. Wie het filmpje een paar keer bekijkt, merkt dat het een ingestudeerd nummertje is. Op alle TV-zenders was het geënsceneerde kinderkoor te bezichtigen. Het tijdschrift Joods Actueel kan zijn lof niet op (“Israëlische hulpteams in Haïti een voorbeeld voor de wereld.”)
Maar dat het kapotgeschoten Gaza er vandaag nog altijd als een maanlandschap uit ziet, zonder de minste infrastructuur, en vrijwel zonder medische voorzieningen, moeten we dan wel even vergeten. Of zou het een met het ander te maken hebben? Waarom maakt dit veldhospitaal niet even een tussenstop aan de achterdeur?
Natuurlijk wordt er ook de holocaust bijgehaald: in de begeleidende retoriek van de beeldcampagne heet het dat “de lijkengeur in de Haïtiaanse straten de joden vandaag herinnert aan de shoa.” Premier Benjamin Netanyahu hernam deze zinsnede in zijn wekelijkse toespraak tot het parlement. Zo is de cirkel rond: de humanitaire hulp past in de langetermijnstrategie van de holocaustindustrie, de uitbuiting van het Joodse slachtoffersschap in de tweede wereldoorlog, waardoor elke kritiek op de huidige Israëlische politiek illegitiem, haast obsceen wordt.
Sorry als dit weer ‘antisemitisch’ klinkt, maar iemand moet het zeggen.

J.S.

Witte of zwarte rook: staakt het gestook!

Wel elke dag krijg ik nu een uitnodiging om voor of tegen de benoeming van André-Mutien Léonard tot aartsbisschop te stemmen. Het standpunt van PS-vicepremier Laurette Onkelinx, dat de man “een bedreiging vorm voor het Belgische compromis”, zet echter, ongewild, de zaken op scherp. Want strikt genomen is het standpunt van mijnheer Leonard over bv. abortus niets meer waard dan dat van u en ik, citoyens. De waarheid is evenwel dat elke gezagsdrager, kaderlid van het overheidsapparaat, vertegenwoordiger van het socio-culturele middenveld, het journalistieke milieu of welk subestablishment ook, een steen is die de Belgische constructie moet rechthouden. Door een subtiel spel van compromissen tussen Vlamingen en Franstaligen, progressief en conservatief, de kerk en de loge, patronaat en vakbonden, en noem maar op, met daarachter nog een reeks schimmige lobby’s of semi-sectaire cenakels zoals Opus Dei, functioneert dit land enkel nog als een gestutte ruïne. Elke stoot kan er een teveel zijn. De angst van Laurette Onckelinx is dus pervers, zo pervers als de realiteit die erachter schuilt: zelfs de verkeerde kardinaal kan het einde van België betekenen. Ik wou dat het waar was.

Maar ondertussen wil ik ook af van deze non-discussie. Laat de katholieke kerk dit verder intern uitvechten. Ook een oerconservatieve prelaat heeft zich tot nader order te schikken naar de seculiere wetten van de civil society. En net zoals ik geen sharia zou gedogen, die inbreekt in de principes van de lekenstaat, lijkt me de facebook-hysterie de zinloze uitvergroting van een intern-kerkelijk dispuut. Dat bepaalde niet-kerkelijke Vlamingen hem op handen dragen, omwille van zijn moreel conservatisme, vind ik zo bizar, als wanneer ze zich zouden moeien met de overtuiging van het opperhoofd der Papoea’s in Nieuw-Guinea. Een beetje afstand graag, niet àlles is het probleem van iedereen.

Dus, aan al mijn dierbare vrienden en kennissen: staakt het gestook. Stuur me geen uitnodigingen meer voor een petitie pro of contra. Een café zonder (Stella-)bier, een staat zonder burgers, een aartsbisdom met lege kerken: this must be Belgium, anyway.

De wereld volgens Benno Barnard

“Antisemiet”, “Vlaamse boer”, “slijmerig creatuur”,”stuitende verraderlijke gnoom”…

Lieden die zich boven elke verdenking wanen, en binnen een mijlengrote perimeter rond hun astraal lichaam alleen maar vrienden schijnen te hebben, trekken altijd mijn aandacht. Mijn buikgevoel zegt me dat er iets niet mee klopt. Benno Barnard is zo iemand,- die dan nog graag met zijn morele superioriteit uitpakt. In onderstaande column Niets nieuws onder de zon krijgt hij een veegje uit de pan, hetgeen me de razernij van deze kleine zonnekoning opleverde.

Eerder al waagde ik het, in een privé-mail en helemaal off the record, een kritisch geluid te laten horen omtrent zijn Knack-interview met Michael Freilich. Het kot was te klein. Bovenstaande kwalificaties zijn sindsdien van toepassing op ondergetekende. Waarbij B.B. al zijn vrienden tracht te mobiliseren in een stigmatiserende anti-Sanctorum-hetze, waar het scheld- en haatproza de boventoon voert.

Ik hoop dat al die brave lui die zo weg zijn van Barnards versjes, dit ook eens in overweging nemen. In het simplistisch wereldbeeld van B.B. is er namelijk een goede kant (gevormd door zijn vrienden en bewonderaars), en een “empire of evil”, bevolkt door antisemieten, boeren en gnomen, lees: zijn critici. Met graagte blijf ik Barnard van dienst vanuit deze onderwereld: deze man heeft dringend wat meer kritiek nodig…

Johan Sanctorum Lees verder

Niets nieuws onder de zon

Over kalkoenvullende zelfkritiek bij De Standaard, pseudo-noviteiten zoals “Werktitel”, en andere simulacres in medialand

 Traditioneel proppen de onderbemande redacties van de dag- en weekbladpers tijdens de kerstperiode hun pagina’s vol met vulling die een tijdje op voorhand kan worden aangemaakt. Zoals de oeverloze lijstjes-met-voorkeuren-van-BV’s, allerlei terugblikmomenten, omstandige necrologieën, en veel vrijblijvend gezwets dat de politieke windstilte moet compenseren. Tot dat kalkoeneffect behoort zeker ook de vierdelige mediakritische essayreeks van Geert Buelens in De Standaard, getiteld “tot de vierde macht”. Huh? Mediakritiek in de media, en dan nog in de boven alle verdenking verheven kwaliteitskrant De Standaard? Dat leek ons toch dé late verrassing van 2009.

Buelens zingt uiteraard een aantal valse noten, genoeg om nog eens een avondvullend stuk te schrijven. Voor meer hierover: zie de analyse van Frank Thevissen, ik beperk me tot een lectuur tussen de regels. Onder de oppervlakte van de fraai geformuleerde tekst ontstaat namelijk de indruk dat de essayreeks vooral moest dienen om de oorverdovende mediastilte te maskeren die ontstond na de verschijning van ons boek “Media en Journalistiek in Vlaanderen – kritisch doorgelicht”. Daar wordt door zowat een dozijn analisten met scherp geschoten op het Vlaamse perslandschap, dat als middelmatig, corrupt, politiek-ingebed en commercieel verloederd wordt omschreven.

En omdat de pers nu eenmaal niet van kritiek op zichzelf houdt –een van de weinige waarheden als koeien die Buelens’ essayreeks naar voor brengt-, en ons boek anderzijds via internet een subversieve ruchtbaarheid heeft gekregen, moest het thema “mediakritiek” dringend gerecupereerd worden. En dat deed Vandermeersch met zijn typische Machiavellistische flair. Buelens mocht eerst het gordijn breed optrekken, waarna een aantal Janklaasfiguren, waaronder Marc Van de Looverbosch, VRT-journalist en voorzitter van de Vlaamse Vereniging van Journalisten, warm en koud mochten blazen. Toen de verwarring van pro’s en contra’s ten top was gestegen, verscheen Peter Vandermeersch himself als een deus ex machina, om zowaar een klein mea culpa te slaan (vooral de overkill-journalistiek in het “Dendermonde-drama” werd hem door zijn eigen lezers niet in dank afgenomen), om dan snel tot de orde van de dag over te gaan. Issue closed, die terapeutische sessie hebben we dan weer gehad.

Bij Noël Slangen heet dat “miststrategie”, zoals we in diens laatste meesterwerk kunnen lezen: laat duizend kippen kakelen, doe het debat verzanden, en ruim dan op. Dat laatste gebeurde in een uitermate dubbelzinnig editoriaal van tweede nieuwjaarsdag. Sindsdien krijgen we weer meer van hetzelfde, zoals mocht blijken uit de sensatieverslaggeving rond de “dubbele moord in Halen”, waar ook de VRT de commerciële zenders weer overtrof (“Hoe is de sfeer ginder, Caroline?”, en dan nu over naar de slager waar de verdachte wel eens 200g gehakt kocht). De simulacre-theorie van Baudrillard wordt hier grandioos in de praktijk geïllustreerd: de media scheppen hun eigen (sur-)realiteit die als een vlies wordt gespannen over de existentiële werkelijkheid, waardoor waarheid en fictie perfect uitwisselbaar worden. Alles is gesimuleerd, geënsceneerd, crossmediaal in een lus met zichzelf verbonden via personele netwerken.

Onverwacht brengt ook Geert Buelens deze theorie in de praktijk, door een bloempje uit te werpen naar de journalistieke blog http://www.werktitel.be/, “hét lichtpunt in het medialandschap van 2009”. Bij monde van werktitel-oprichter Tom Cochez wordt dat compliment ook stante pede geretourneerd (“De analyse waarvoor Geert Buelens van De Standaard vele pagina’s ter beschikking kreeg, was de eerste in zijn soort in het Vlaamse medialandschap. Die carte blanche alleen al is een absolute verdienste en het strekt De Standaard tot eer dat zij het aandurfde de knuppel voluit in het hoenderhok te gooien.”)

De eerste in zijn soort? Hallo, earth to Tom? Dit wederzijds complimenteren van vrienden is een dagelijkse geplogenheid in de Vlaamse pers. Het behoort tot een diepgewortelde netwerkcultuur die establishment-versterkend werkt, de norm van de political correctness aanhoudt, en anderzijds geluiden uit de marge (externe kritiek dus) wegmoffelt. Buelens prijst Werktitel aan, Werktitel prijst Buelens aan, zo werkt dat. Ook iemand als Benno Barnard behoort tot het clubje van intimi die elkaar interviewen en bewierroken dat het een lieve lust is (zie Knack, haast elke week). Barnard kwalificeer ik als een zeer middelmatig columnist, hopeloos vooringenomen en nuanceloos, maar met een buitengewone neus voor lobbying die hem altijd opnieuw in de picture brengt. Ik klasseer dat onder de zachte corruptie, het onder-vrienden-effect, waarvan de waarheid zelf het eerste slachtoffer is, en journalistieke integrititeit het tweede. Er lopen in Vlaanderen anderzijds een hele reeks creaturen rond die onder de omerta vallen, en ik heb het nu zeker niet alleen over de aanstichters van “Media en Journalistiek in Vlaanderen”. Ook sinoloog en filosoof Koenraad Elst, auteur van het onlangs in eigen beheer uitgegeven “Het Boek bij het Boek – Recensies over islam en koran, 1992-2008” is er zo eentje. Onverbiddelijk uitgerangeerd door de klassieke media, en dat heeft zijn reden, zoals blogger Marc Vanfraechem opmerkt: intellectuele eerlijkheid is een absolute ondeugd in het Vlaamse cultuurwereldje.

Dat brengt ons bij het reeds eerder genoemde www.werktitel.be, een initiatief van twee gebuisde De Morgen-journalisten, Georges Timmerman en Tom Cochez. Velen onder ons zullen zich de warme steunacties herinneren die een aantal in hun werkzekerheid bedreigde De Morgen-redacteuren te beurt viel. Het idee om dat dreigend jobverlies van enkele journalisten te koppelen aan een “bedreiging voor de democratie”, in de hoop dat heel Vlaanderen zou recht staan en de Persgroep tot de orde zou roepen, vond ik toen al demagogisch en van de pot gerukt. (Zie: “Red de democratie, red De Morgen, of… red de job van Bert Bultinck?” – 24/5/09). Ondertussen zijn Temmerman en Cochez dus inderdaad de laan uitgestuurd, allicht omdat er moest bezuinigd worden, maar misschien ook wel omdat Van Thillo inzag dat er met dat soort journalisten, die glunderend van het Grote Gelijk hun eigen blad hebben versodemieterd tot een marginaal verschijnsel met een oplage van twee keer niks, ook niks aan te vangen viel. Bert Bultinck vond als chef opinie onderdak bij…. De Standaard, om daar zoals voorheen ongegeneerd zijn eigen weldenkendheid te etaleren en vrienden te bedienen zoals… Benno Barnard.

Cochez en Timmerman kregen dus hun C4 en richtten uit pure miserie de Werktitel op, een blog die zichzelf aankondigt als de absolute innovatie inzake webjournalistiek, en overigens ook door Bert Bultinck regelmatig in de opiniepagina’s wordt geciteerd, kwestie van het old boys network te onderhouden. Met “onderzoeksjournalist” Georges Timmerman kwam ik in contact toen hij zogezegd in de Morgen een analyse ging uitbrengen van mijn Noël-Slangen-dossier. Hij kreeg alle stukken, maar het artikel kwam er nooit: wellicht werd hem beleefd gewezen op de diepe vriendschap tussen Yves Desmet en de reclamegoeroe uit Hasselt. Achteraf werd Noël Slangen door de rechtbank over de hele lijn in het ongelijk gesteld, maar ook dan verroerden noch Timmerman noch De Morgen een vin.

Het geval Tom Cochez oogt nog meer als de roemloze fin-de-carrière van een journalistiek lichtgewicht. Cochez is de man van drie onderwerpen: het Vlaams Blok, het Vlaams Belang, en het VB. Nu valt er over die partij heel wat te vertellen, negatief en positief (tot dat laatste reken ik de ambities van Bruno Valkeniers om zijn partij te moderniseren en met de oude demonen af te rekenen). Maar Cochez schijnt zichzelf dwangmatig te verplichten tot een eeuwigdurende beschadigingscampagne waarin elk informatief element zoek is. Iets voor de psychoanalyse, me dunkt. Foute ouders gehad in de oorlog, zoals die andere ridder van het goede geweten, Piet Piryns?

De werktitel laat ook plaats voor lezersreacties, zoals het een blog betaamt. Nu worden er regelmatig op mijn eigen blog Visionair-Belgie somse grove uitingen van afkeur gepost. Ik respecteer ze, en laat het oordeel verder over aan de andere lezers. Niet zo de Werktitel. Toen het ding de blogosfeer in ging, stond het forum bol van de felicitaties. Of de redacteurs hier zelf de hand in hadden, wie zal het zeggen. Een ding is zeker: ik deed een paar keer de proef op de som en postte, onder een neutrale naam, een kritische commentaar… die nooit on line verscheen. Tja, zo kan ik het ook.

Home Saint-Georges

Wat is nu de moraal van dit kerstverhaal?  Dat we nog lang niet aan onze nieuwe patatjes zijn, wat de kwalitatieve remonte van de Vlaamse media betreft. Het verpulpingsproces gaat gewoon verder, en diegenen, die omwille van de commerciële logica uit de grote persboot vallen, herorganiseren zich in een subestablisment dat zich aandient als de nieuwe elite van de blogosfeer, met dezelfde gemene trekjes van het klassieke journaille. Heimelijk hopen ze wellicht op rehabilitatie en blijven ze ook in contact met de oude vriendennetwerken. Hun verkleefdheid aan het politiek-correcte discours van de mei ’68-veteranen doet er geen twijfel over bestaan: onder de postmoderne volksverlakkerij van Peter Vandermeersch gist nog een hele zure laag van gefrustreerde, oud-linkse betweters die hun laatste rondjes draaien. Naar mijn gevoel vertoont de huidige VRT dezelfde mix: een jongere generatie van woestijnvissers die de nieuwe vrolijkheid inlepelen via een doordachte B.V.-inteelt (De slimste Mens, de Pappenheimers…), en een segment medioren en geprepensioneerden (genre Kris Hoflack) die tamelijk grimmig de juiste leer bewaken. Met daartussen in de Kathleen Cools-en: huisvaders en -moeders die de vox populi pogen te bespelen, en zich net daardoor journalistiek hopeloos in de gracht rijden (zie: “Goedele Liekens geeft Kathleen Cools les in journalistiek”)

Het eerste ergert me eigenlijk nog het meest: dat de generatie van twintigers en dertigers zich niet afzet tegen de verpulping, in zijn dubbele gedaante van commerciële vervlakking én politiek conformisme, maar er integendeel nieuwe formats en hypes voor bedenkt. Misschien moeten we wel wachten op de generatie van Laura Dekker, om weer iets van opstandigheid te proeven, als ook Peter Vandermeersch toe is aan bejaardenterapie.

Waar ik dan zal zijn, daar durf ik zelfs niet aan denken.

Johan Sanctorum

Lees verder