De engel, de maagd en de koorddanser

Over macht, theatraliteit en tegencultuur

Nog niet zolang geleden zag ik in een achterzaaltje een beginnende stand-up-comedian aan het werk. Hij deed het behoorlijk, zijn timing zat goed, zijn grappen sloegen aan. Hij had het publiek “in zijn zak”, zoals dat heet, en bespeelde het als een instrument. Soms permitteerde hij zich zelfs om iemand op de eerste rij aan te spreken en voor schut te zetten, wat behoorlijk wat gène bij het slachtoffer en leedvermaak bij de omzittenden opleverde. Toen gebeurde er iets vreemd. Hij werd misschien wat overmoedig, maakte een fout, iets onbenullig, een onhandig woord, verkeerde timing, een misstap op het podium, ik weet het niet goed meer. Maar alleszins begon heel het zaakje te kantelen. Hij trachtte zich te herpakken, maar gleed steeds meer weg, bij manier van spreken dan. Men scheen niet meer om zijn grappen te lachen,- men lachte hem veeleer uit. De magie was weg, en maakte plaats voor een publieke vernedering, jawel: op het einde werd de man echt weggehoond en kreeg hij ei-zo-na tomaten naar zijn hoofd. Zijn verdiende loon? Was deze afgang een weerwraak voor de impact die de komiek voorheen had opgebouwd? Is theater… oorlog? En… volgt het politieke theater, de demagogie, dezelfde geweldlogica?

Wat weerhoudt ons er dan van om ook de politicus, als verleider en misleider, terecht te stellen?

Lees het artikel

Advertenties

15 Reacties op “De engel, de maagd en de koorddanser

  1. Sanctoriaans gezegd, althans dat hoop ik, zou ik deze tekst in een emmer zeepsop steken, grondig wassen, laten drogen, en met wat er van overblijft opnieuw beginnen. Ik wil niet dat Sanctorum in de toekomst tegen zijn wil geassocieerd gaat worden met de kleine verzameling toiletschrijvers die België rijk is, of dat de (Nederlandstalige) literatuur zelf in het vernoemde sop oplost. Ambivalenties, sarcasme en cynisme ten spijt is literair nihilisme voor mij geen optie. Friedrich Nietzsche, Rainer Maria Rilke, Primo Levi en Imre Kertész hebben niet voor niets geschreven.

    Een pleidooi

  2. Luc Van der Sanden

    Ben het niet eens met je, Jan. De manier hoe Sanctorum het literair en artistiek project deconstrueert, is toch wel verbluffend. Beangstigend ook, dat wel, door de relatie met macht en geweld. Hebben wij Rilke voor niets gelezen?
    Iedere keer als ik een essay van J.S. lees (vooral de laatste drie, vier) denk ik: straffer kan het niet. En toch wordt het nog erger. Er zit trouwens veel Nietzsche in, vooral die “Kulturfeindlichkeit”, de haat tegen het intellectualisme… waar Sanctorum uiteraard zelf bij hoort. Zelfhaat dus? Ik weet het niet. Daarvoor zijn de teksten zelf te ironisch, driest en soms zelfs leutig. Prettig-barbaars.
    Moeilijk geval.
    Heb ook gemerkt dat je bij herlezen steeds nieuwe details opmerkt, het is een schriftuur in lagen.
    Maar ik ben wel met je eens dat dit soort teksten alleen extreme voor- en tegenstanders kan hebben.

    • Jan Braeken

      Bedankt voor je commentaar Luc.
      Sorry, maar ik vind deze “deconstructie” zoals jij ze zeer accuraat noemde verre van verbluffend. Zij is eerder tegenstrijdig, en in het beste geval paradoxaal. Op zichzelf is deze tekst ook een postmoderne hulpconstructie voor datgene waar zij tegen ageert.

      Waar ik niet tegen kan, en dit is persoonlijk, een persoonlijke gevoeligheid, is de ranzigheid en vunzigheid die af en toe in Johan’s teksten opduikt -in deze tekst valt het nog mee in vergelijking met de vorige -, en zijn recent ontwikkelde gewoonte om hete theoretische hangijzers al te dikwijls te seksualiseren, ironisch of niet. Afin, dat is mijn interpretatie. Ironie, in gelijk welke vorm, en vooral het overmatig seksualiseren, is voor mij een symbool van beperktheid, van de grens. Het is de constructie van een kunstmatige grens van het gevoel en het intellect, die vooral het postmodernisme op alle mogelijke manieren tracht te doorbreken. Terecht.

      Anderzijds stel ik in mijn eigen commentaar opnieuw vast dat een en ander mij toch weer heeft aangezet tot schrijven. Zeer verwarrend allemaal. Hopelijk hanteerde Johan het weinig bekende, schitterende principe van de schrijfkunst : schrijf het omgekeerde van wat je wil zeggen, en het effect is maximaal. Tot iedereen dat begint te doen natuurlijk). Als hij dat principe hanteerde, ben ik akkoord met de verbuffeling ;-).

    • Jan Braeken

      Dag Luc (en Jo),

      Ondertussen heeft een tweede lezing mij al op iets andere gedachten gebracht. Vooral bij het doornemen van de begeleidende mail begin ik de zaak wat minder chaotisch, getunneld en minder snel te bekijken. Ik ben er nog niet uit. Ben ik van plan om alles in detail en stap voor stap te becommentariëren, maar zal dat weer een paar weken tijd kosten ? We zullen zien. Maar verder zie ik nog geen andere reacties, en dat verbaasd mij wel. Ongetwijfeld zijn anderen niet overhaast, en veel wijzer ?

  3. Ben er eindelijk doorgeraakt, het is een fameuze boterham deze keer. Een tekst die veel vertakt (Van Handke naar de R.A.F en dan zo naar John Cage, en dat allemaal in één paragraaf…). Hoogst uitzonderlijk voor JS komt er zelfs een schoon schema in (de zeven trappen van de performer!?)
    Toch ben ik geneigd om Luc bij te treden: de hoofdtoon van dit essay is helder én schokkend, namelijk de spiegeling tussen tiran en kunstenaar. Het minste wat je kan zeggen is, dat de tekst het ongewone verenigt en het normale opensplijt.
    Tom Lanoye en Mussolini op één hoopje gooien, dat is natuurlijk om problemen vragen.
    De politici én de kunstenaars of kunstminnenden kunnen dan ook niet anders dan deze tekst negeren (zou kunnen verklaren waarom het niet storm loopt met reacties). Wie wil er nu met Hitler vergeleken worden? Einde van alle vrome intenties rond kunst en cultuur. Een dosis populisme zit er zeker bij, zoals daar waar JS foetert dat hij zijn vuilzakken niet om het even waar op de stoep mag zetten, terwijl kunstenaars “alles mogen”. Maar dat vind ik zelfs gezond en louterend, het heeft iets van de kleren van de keizer.
    Tot slot: men is nooit san(c)t in eigen land. Ik zie overal in onze media buitenlandse filosofen zoals Houellebecq opgevoerd (ook een “cynicus” die alles neerhaalt), maar over Sanctorum lees je nooit wat, hoewel hij stilistisch en inhoudelijk naast deze Franse denker mag staan. Ligt het aan JS zelf, of aan de media, of hebben wij gewoon geen traditie in het lezen van filosofen, omdat alles gefocust wordt op dat handvol gehypte “toiletschrijvers” (goed gezien, Jan!) ?
    Ik zou het niet weten. Alleszins verdienen deze essays een ruimere belangstelling. Misschien moeten ze toch in een boek verzameld worden, ook al profileert JS zich als boekenverbrander.

  4. er zit zonder twijfel zeer veel in je hoofd, maar zo verward en steeds vertolkt in hyperbolen: leer toch eens logischer schrijven met meer zelfbeheersing –
    wat je tot nu hebt gedaan is ‘épater les bourgeois’: leuk voor wie zich laat overbluffen, maar voor echte filosofen moeilijk om ernstig te nemen

  5. Boeiende beschouwing.

    Het ware effectief een grote verandering mocht er psychologische anarchie zitten aan te komen, maar dat lijkt me veeleer wishful thinking. De consensus trance is heel sterk, ondanks de scheuren en gaten.

    De onbekende schoengooier of “revolutionaire” artiest wordt op zijn/haar beurt een held en doet vervolgens een dansje op de zeven-trappige ladder. De aanzetten tot desillusionering worden systematisch ontzenuwd, ingehaald, omdat er teveel belangen mee gemoeid zijn.
    Meer nog, de overgrote meerderheid (zowel passieve als actieve spelers) wil geweld ervaren, alleen al uit gewoonte, van het gekibbel in persoonlijke relaties, een rockoptreden of het gebekvecht in een soapserie tot politieke executies en (godsdienst)oorlogen, omdat het een tijdelijk gevoel geeft van energie, van leven, van verandering, in tegenstelling tot de grijze dagdagelijksheid, de zinloosheid. En het moet steeds weer gevoed worden natuurlijk.

    Elke revolutie, elke reactie, is een verderzetting van het gekende liedje, uiterlijk vertoon, met conflict en “nieuwe” illusies als pijlers. Innerlijk verandert er weinig tot niets.

    + Doet me eraan denken om Erich Fromm nog eens vanonder het stof te halen…

  6. Dag Erwin,

    Ik ben eerlijk gezegd zeer blij met jouw positieve, optimistische reactie. Het contrasteert erg met de nogal duistere toon van het artikel van Johan Sanctorum, die ik pas na de derde lezing begon te zien. (Ik hoop dat dit een projectie is, maar ik vrees van niet).

    Verder begin ik nu wel te vinden dat hij overdrijft. Als men in alles macht en geweld begint te zien, dan is er iets mis met de perceptie. Dan neemt macht en geweld de controle over de eigen geest over, en kan men niet meer van op afstand een objectief oordeel over de gebeurtenissen vormen, noch subjectief uniek blijven. Voor mij blijft veel kunst en literatuur nog altijd vrij van macht en geweld. Men moet die twee eigenschappen ook niet geforceerd, kost wat kost in kunstwerken gaan invoeren of zelfs in rammen om een bepaald punt proberen te bewijzen, of erger, om maar ineens alles te willen vernietigen in naam van zogenaamde “nieuwe inzichten”. Dat is zelfbedrog.

    Verder had ik Sanctorum bijna beschuldigd van oversekste vuilspuiterij, – een reductie -, waar ik misschien eerder zou moeten zeggen dat hij zich nu schijnbaar begint te ontpoppen als een donkere provocateur. Wil hij zich onbewust profileren tot een iconiserende iconoclast, een zelfrestaurerende boekenverbrander ? Wij hebben allemaal af en toe zelfdestructieve neigingen, wie heeft die niet, wegens een ongecontroleerd evenwicht van tegengestelde extremen. Maar bij Sanctorum duurt het in dit artikel voor mij te lang. Opnieuw tijd voor een stevige, brede zelfreflectie ? De zelfcontrole hervinden ?

    Bij het lezen dacht ik voorts aan een (on)bewuste, macabere dans van bodemloze dubbele bodems, in een reusachtig labyrint van emergente contradicties, waar iedereen verondersteld wordt eerst in verloren te lopen eer zij het licht kunnen zien. Geen prettige gedachte. Het wijst eerder op dwalingen in de tekst, op veralgemeningen en idealiseringen van bepaalde kernpunten, doelen en methoden.

    Laat mij hopen dat Johan met deze extreme tekst in zoveel woorden geen emotionele, intellectuele of zelfs ethische gewelddadigheid predikt zoals ik toch wel regelmatig voelde, want dat wordt zijn ondergang. Onbewust een spiraal van confronterende paradoxen en tegenstrijdigheden oproepen is een kunst die op zich ongevaarlijk is, maar de manier waarop men dat doet kan levensgroot verschillen. Het effect op anderen is liefst niet zodanig gewelddadig en destructief dat het zijn doel van vredevolle verandering voorbijschiet. Misschien is het goed zich bewust te blijven van dat potentiële effect op anderen. Indien J. voortdurend de grenzen blijft aftasten van hoe ver hij kan gaan zonder zijn lezerspubliek te verliezen zoals hij hier ongewild schijnt te doen, is dat op termijn niet zonder gevaar. Als hij dwangmatig of ongecontroleerd over de grens van de emotionele draagkracht van zijn lezers wil gaan of ongewild gaat, over de grens van ethiek zelfs, of over de grens van wat mensen op andere vlakken nog kunnen verdragen, en indien hij al die grenzen onophoudelijk wil verleggen ten koste van anderen, ze wil opschuiven richting wat precies?, dan vrees ik dat hij (zelf)destructief bezig is. Voor mij is roekeloosheid in dat geval het hoofddeksel van de dwaas. En dan vrees ik voor de gevolgen.

    Sanctorum als enigma ? Zoveel krediet verdient hij nog niet !

  7. Ik wil een schoen gooien naar Jan Braeksel.

    • Geachte heer Vox Populi,

      Ik accepteer uw kritiek zonder morren. Het doet wel pijn, maar ok. Dat zal deel zijn van het leerproces.

  8. @ Jan Braeken: “Wil hij zich onbewust profileren tot een iconiserende iconoclast, een zelfrestaurerende boekenverbrander ?” Sorry, maar ik vind deze “deconstructie” verre van verbluffend. Zij is eerder tegenstrijdig, en in het beste geval paradoxaal. Op zichzelf is jouw reactie ook een postmoderne hulpconstructie voor datgene waar jij tegen reageert.

    • Het zou kunnen dat u gelijk hebt. Point taken.
      De recente toevoeging van Johan rond zelfkritiek, samen met zijn terechte kritiek op het humanisme, wijst zeker in die richting. De precieze interpretatie van deze tekst is voor mij nu opnieuw een zeer stevige oefening in zelfkritisch denken. Dat is constructief.
      Groeten,
      Jan

  9. Goeie vraag: hoe zorg je ervoor dat een kunstenaar kan leven, en niet door de flikken lastiggevallen wordt, zonder hem te ketenen en mogelijk irrelevant te maken? Veel kunst heeft namelijk wel maatschappelijk nut, in tegenstelling tot wat u lijkt te suggereren met uw opmerking rond de ontduikers, zwartwerkers en sluikstorters die hun wil doordrijven tegen de staat maar evengoed ook tegen de anderen (geweld, iemand?). Waar zit hem daarin de kunst volgens u? Ook vrijheid van expressie stopt waar je een ander schaadt. Weggesleept worden omwille van een ongewenste opinie is niet acceptabel maar kan soms samenvallen met afgevoerd worden voor geluidsoverlast.
    Hoe bieden we de kunsten een forum waarbij regeltjes en overgevoeligen niet dwars gaan liggen?

    Stenen gooien en spuwen op mensen vind ik niet bepaald aanvaardbaar, en dat is eerder iets dat in de buurt komt van uw vuilzakken tegen de afspraken in laten rondslingeren, terwijl er toch inspraak is. Als dat niet volstaat kan u beter ijveren voor dictatuur met uzelf aan het hoofd en u weet duidelijk al hoe dat afloopt.
    De kopie van hiphop die uit onze banlieus komt en boefjes en gangsters verheerlijkt is meestal niet bepaald artistiek hoogstaand of origineel, maar ze is wel maatschappelijk relevant. Meer dan de muziek van de white trash boneheads en dergelijke die eigenlijk de idoolcultus willen vervoegen en die het uitschreeuwen dat ze anderen als concurrentie aanzien.
    Dààr zit er agressie in would-be kunst, maar niet bij elke performer zoals u stelt, niet bij echte kunst. Graag gezien willen worden en tegelijk dingen in vraag stellen die het publiek niet constant wil horen, tenzij goed verpakt, daar draait het om. Bij de idolencultus is dat zelfs een lege schil geworden, een pose of een flauwe kopie, een afkooksel zonder veel substantie. En inderdaad overbluffen zoals u toont. Iemand willen inpakken is nog geen geweld, zolang dat publiek de keuze behoudt. Als er daarentegen peer pressure aan te pas komt en je wordt meegezogen in een geweldcultuur… maar dan is de masssa de agressor en niet de performer die wordt herleid tot medium.

    Tip: Foutje net voor de epiloog: “overschaduwt wordt” moet ‘overschaduwd’ zijn. En Johnny Rotten was er vóór Front 242.

    Vriendelijke groet,
    J.

  10. Waar maakt die Jan Braeken zich nu zo druk over? Strikt genomen schiet Johan S. inderdaad onder zijn eigen duiven, maar dan niet op VTM of bij Phara of Terzake. De schade is dus nog beperkt. Hij spreekt met andere woorden uit de biecht waar het niet deert; namelijk onder intellectuelen. Dat er nog zijn die daar onmiddellijk krampachtig op reageren omdat ze de gevolgen van Johans uitval al in hun portemonnee menen te voelen, toont aan dat het lieden betreft die weinig gevoel voor verhouding hebben, aangezien de heffe des volks deze webstek niet bezoekt maar zijn tijd liever spendeert aan Man bijt Hond, de Turkse Riviera of drugconsumptie in discotheken op vrijdagavond. Panikeer toch niet meteen, Jan. Johan S. is voor de intelligentsia wat carnaval is voor de katholieken. Hij spiegelt af en toe zijn gelijken hun Dorian-Grayachtige portret voor. En daarna zijn ze weer gelouterd. Niemand leest Johans staatsgevaarlijke en gezagsondermijnende manifesten en ze zijn – God zij dank – ook zo geschreven dat de gemiddelde burger het bij de eerste zin al laat afweten. Maar de eer van de intelligentsia is gered doordat er een Johan S. opstaat die al een keer wat verder gaat in de zelfkritiek dan de andere conformistische ‘rebellen’ die we kennen.

    • Beste M.,

      Ondertussen heb ik al spijt van wat ik geschreven heb, en wil ik mijn excuses aan Johan aanbieden. Als er iemand is die moet denken aan een brede zelfreflectie, dan ben ik het. Het ben ik die opnieuw, en eindeloos opnieuw, in mijn eigen val loop : die van de reductie. En de gevolgen laten zich weer voelen. Nu ben ik bijvoorbeeld bang geworden dat de zelfkritiek waarvan sprake is teveel doorslaat naar het andere uiterste. De balans tussen zelfkritiek en kritiek op anderen vliegt alle kanten op. Ik ben bang dat Johan op de duur niet meer zou durven schrijven wat hij eigenlijk moet schrijven. Die angst zal wel onterecht zijn, en enkel een projectie van mijn eigen angst daarvoor, maar dit moet mij toch van het hart. Het meeste van wat ik bij deze tekst schreef was waarschijnlijk gewoon projectie, en dat maakt het er voor mij niet gemakkelijker op.

      Ik heb weinig positiefs gezegd over deze tekst van Johan, en dat is niet juist. Ik moet dat nog rechtzetten. Zijn inleiding over de nieuwe stand-up comedian was bijvoorbeeld zeer goed. Dus zal ik toch weer opnieuw een paar weken volledig in zijn tekst moeten duiken, om een fatsoenlijk doordachte, genuanceerde en gedetailleerde commentaar af te leveren, zoals dat misschien altijd hoort. Onmiddellijk reageren vanuit het gevoel, zoals ik weer deed, is niet verstandig.

      Verder zou ik de potentiële impact van dit artikel zeker niet onderschatten, door het te interpreteren als iets dat louter beperkt zal blijven tot lichtvoetige discussies en vluchtige percepties onder intellectuelen. Niemand weet wie dit forum allemaal bezoekt, en welke effecten zulke teksten op sommige mensen hebben. De taal die Johan hanteert is zeer indringend meen ik, en de effecten kunnen dus zeer groot zijn. Dat voel ik tenminste bij mij van binnen.

      Uw voorbeeld van Dorian Gray vond ik wel zeer goed gekozen ;-). Het inspireert tot een paar interessante vragen. Wie is hier de schilder, en wie de jongeman die geschilderd wordt ? Is de tekst zelf de schilder, en zijn alle commentatoren samen die jongeman ? 😉

      Tot slot denk ik niet dat we het geheel van Johan’s teksten kunnen minimaliseren tot kortstondige frivoliteiten voor de intelligentsia, en dat hun eer daarmee zou gered zijn. Dat vind ik al te eenvoudig. In tegendeel, zijn teksten zijn ook een frontale aanval op die intelligentsia en zeker op hun valse eer. Het effect daarvan op lange termijn zal ook van ons afhangen. Wat wij verder met die teksten doen, hoe lang we er iets mee doen, en waar, bepaalt mee dat effect. Ikzelf discussieer er momenteel nog altijd over met mijn vrienden. Dat vind ik een goede bijdrage.

      Beste groeten.

      Jan