Zachtjes kraken de voetnoten, luid jubelen de zeloten

Hoe een in-memoriam Leopold Flam een ex-memoriam wordt

 Vandaag, 16 maart 2010, zou mijn voormalige leermeester filosofie, Leopold Flam (1912-1995), achtennegentig geworden zijn. Ik heb hem als professor aan de VUB gehad tussen 1974 en 1979,- een “Vrije Universiteit” die toen nog alle binnenkomende studenten verplichtte om een Vrij-Onderzoek-verklaring te ondertekenen, wat ik dan ook deed, niet zonder achteraf naar Galilei’s voorbeeld een “E pur se muove” te mompelen. Als achttienjarige wou ik toen weten, begrijpen, maar vooral ook doorzien, ontrafelen, ontmaskeren: De vrijdenker en niet-doctrinaire humanist Leopold Flam was een verademing in een wereld die me verbeeldingloos, dwangmatig en uitermate hypocriet overkwam. Freud, Marx en Nietzsche waren de pijlers van zijn discours, zijdelings ook Kant.

Een systeemdenker was hij niet: het kwam soms behoorlijk warrig, monomaan en hypersubjectivistisch over, maar dat was een essentieel tegengewicht voor het dorre vakjesdenken dat in de hedendaagse filosofie eerder een “hulpwetenschap” ziet, een stuk loodgietersgerief voor de “echte”, positieve wetenschappen. Authenticiteit was een cruciaal criterium in zijn beoordelingskader. Een tekst moest voor hem vanuit de buik en de darmen komen, aan een scriptie met veel voetnoten en weinig eigen inzicht had hij een hekel. Meteen was Leopold Flam ook de beste illustratie van zijn eigen stelling dat de (levende) filosofie op de universiteit niet thuis hoort. De middeleeuwse scholastiek heeft haar ooit geënterd, nu was het kwestie om ze er weer uit los te weken. Dat hadden wij goed begrepen, al bleef de meester zelf verknocht aan die comfortabele positie van vast benoemd hoogleraar. Een van de talloze inconsequenties die hem kenmerkten.

Een sympathieke verschijning of een goed pedagoog was Flam allerminst. Hij had enkele vertrouwelingen, een resem nalopers en een tros vijanden,- ik behoorde tot de eerste soort en bouwde doorheen de jaren een bijzondere verstandhouding met hem op, waarin het ongezegde soms essentiëler was dan de woorden. Maar stilaan begon ik ook te beseffen dat het “existentialisme” van de professor irrationele, rancuneuze vormen kon aannemen, en de tegenstand uitvergrootte tot paranoïde proporties. Zo sloot de vrijdenker zich op in een mentaal bastion,- een zelfversterkend mechanisme dat hem in de marginaliteit dreef, maar ook de studenten die voor hem gekozen hadden. Heel mijn studietijd aan de VUB stond in het teken van die loopgravenoorlog. Op het einde, in het jaar dat ik mijn licentiethesis moest afleveren, was het pleit beslecht en stond het kiezen van Flam als promotor zowat gelijk met academische zelfmoord. De sfeer was te snijden, subtiele dreigementen vanwege proffen en assistenten waren schering en inslag. Op een zeker moment circuleerde er een petitie om hem af te zetten, die op niets uitliep, wellicht dankzij zijn sacrosancte status van Joods Buchenwald-overlevende en logelid, plus vermoedelijk ook nog wel een partijpolitiek regenscherm.

Soit, mijn eindverhandeling ging over sprookjes en hun psychoanalytische gelaagdheid, bij Flam uiteraard, wat dacht u, en dus een schietschijf voor heel de faculteit. In mijn commissie zaten behalve de promotor alleen maar lui die zijn bloed konden drinken en het afgeleverde werk uitsluitend vanuit die ambitie beoordeelden: mijn thesis was niet vrijzinnig genoeg, onwetenschappelijk, te rechts, zelfs “fascistisch” (toen al was dat een stok waarmee je elke hond morsdood kon slaan) te dit, te dat. Onder de scherprechters: prof. Herman De Ley, toen Trotzkist en RAL-sympathisant, nu voorstander van het invoeren van de sharia in België. Met de hakken over de sloot haalde ik het, wat moesten ze anders met die JS aanvangen. Enige tijd later ging Leopold Flam op welverdiend pensioen en verbraken we elk contact. Een doctoraatsproject bleef in de schuif liggen.

Ach, die Vrije Universiteit. Ik was zo gedegoutteerd dat ik besloot om de werktuigen die Flam me had toevertrouwd, ver buiten het academisch terrein aan te scherpen, en richtte samen met o.m. Ghislain Belmans en Jan Struelens het tijdschrift “O” op, een semi-ondergronds periodiek verschijnsel in de vorm van een journalistiek-filosofische kroniek. We spiegelden ons aan de befaamde Franse filosofische magazines zoals Tel Quel en Esprit, maar het gefotocopieerd boekske was ook zeer Vlaams, vettig-barok en concreet van inslag. Satire, overdrijving, reductio ad absurdum waren vaste bestanddelen van dit situationistisch observatorium toen er van internet nog geen sprake was. Niets menselijks was ons vreemd in die jaren ‘80. Het ging zelden of nooit over een filosoof of over teksten: onze thema’s waren het leven zelf, in heel zijn paradoxale en catastrofale manifestatie. Het werk van de jonge Jan Fabre is er zichtbaar door beïnvloed. Achtereenvolgens passeerden de waanzin, machines, het heilige, eten, het bad, reizen, het getal, geweld, sex, de dood (waarin Flam, heel uitzonderlijk, als Danteske persona figureerde) de revue. Elk thema werd ook op scène gebracht en gespeeld, als reality-show avant-la-lettre: de presentatie van het voedselnummer ging gepaard met een hoogst onsmakelijk banket vol quasi-oneetbare gerechten, het bad-nummer eindigde in het zwembad van Eeklo met de toenmalige waternimf Carine Verbauwen, de editie over het reizen werd aan het publiek voorgesteld via een hellevaart langs o.m. Leuven-Centraal, de basiliek van Scherpenheuvel, en zo richting de Limburgse mijnterrils (waar de rijkswacht ons onderschepte).

Het waren de donkere, grimmige jaren van de CCC, de rakettenleugens van Wilfried Martens, De Zwijger, en de Bende van Nijvel. Net zoals deze twee laatsten loste “O” midden de jaren ‘80 op in het niets en gingen we elk onze weg: na het uitbenen van hogervermelde existentieel-filosofische topthema’s kon het alleen nog bergaf, gewoontjes worden, middelmatig, en dat haatten we.

Alles keert terug

Die diaspora is achteraf mijn geluk geweest, want na zulke unzeitgemässe Betrachtungen  valt er aan een reguliere carrière eigenlijk niet meer te denken en kon ik de levensschool verder afwerken. Ik werd achtereenvolgens electricien, drukker-zaakvoerder, muziekschooldirecteur, operaregisseur, communicatiestrateeg en tenslotte publicist/internetactivist/free-lance onderzoeksjournalist, kring gesloten, terug van weggeweest. Met de webstek www.visionair-belgie creëerde ik tenslotte rond de milleniumwissel een persoonlijk digitaal platform, gewijd aan de kritiek en de deconstructie op het vlak van cultuur, politiek en media. De insteken zijn anarchistisch, anti-elitair, enigszins populistisch, ecologisch, republikeins-flamingant. Ik besef de verwantschap met “O” én de verschillen: in de postmoderne 21ste eeuw, waar alles subjectief en versplinterd is, met het internet als groteske weerspiegeling, moeten bewustzijnskernen op kleine schaal en autonoom trachten het complete plaatje te hertekenen, aan systeemkritiek te doen, de mens in het onmenselijke raderwerk te zoeken en het onmenselijkende te ontmaskeren.

Nog altijd voel ik de behoefte niet om Flam te citeren, steeds minder zelfs. Wellicht is op hem de boutade van toepassing die Nietzsche voor Schopenhauer bedacht: “Was er lehrte, ist abgetan. Was er lebte, wird bleiben stahn. Seht ihn nur an –Niemandem war er undertan.”  Hij blijft dus in het halfduister rondhangen, als een van mijn schimmen, en dat is goed: een gids die slechts af en toe vanuit het verleden in het heden verschijnt en voor de rest discreet de achterkeuken van het geheugen bewoont. Het is in dat perspectief dat ik voor het Huldeboek Leopold Flam een bijdrage schreef. Zonder hem één keer te citeren maar op de manier van hem tegenwoordig te maken in de tekst, zo zou hij het zonder twijfel ook gewild hebben. Deze voelbare aanwezigheid van en dialoog met de doden, hét kernpunt van de animistische natuurreligies, vormde meteen ook de leidraad van mijn essay, getiteld “Cum mortuis in lingua mortua – Fluisterstemmen in het Darwinjaar”.

Ik definieer het in de inleiding als volgt:

“Doorgaans bulkt het eerbetoon aan een oud-leermeester van de citaten. Onder het motto ‘de mortuis nil nisi bene’ is ook een apologetisch discours verplicht, waarmee de overledene als een mummie wordt ingekapseld in een galerij van cultuurhelden. Bij Leopold Flam stelt zich daarbij een probleem. Hij is eigenlijk een vergeten filosoof, een schim, eenvoudigweg omdat Vlaanderen geen filosofische traditie heeft en alles versmald wordt tot een academisch-bureaucratisch discours, naast uiteraard het gezwam van locale letterkundigen. Het probleem rond Flam is dus dat van de herinnering, die geen reconstructie van feiten is of het post mortem opwarmen van teksten, maar een haast fysieke invocatie van de dode. Als atheïst geloofde hij niet in het hiernamaals. Toch was zijn denken doordrenkt van een geloof in verbondenheid, geestesverwantschappen en zelfs ‘paranormale’ intuïties die maken dat mensen op een bepaald tijdstip en in een bepaalde ruimte niet toevallig aanwezig zijn. Een zinnige relatie tussen Leopold Flam en zijn nabestaanden definieer ik dus als esoterisch. Een relatie die niet tot het gangbare cultureel-literaire circuit kan gerekend worden. De her-innering moet de dode een stem geven, waardoor hij uit zijn schim-zijn, al was het maar voor even, ontzet wordt en incarneert.”

Ik stuurde het essay op naar de samensteller, ene Ivan Cloet die me voor de rest compleet onbekend was, waarna het een hele poos zeer stil bleef. Toen ik uiteindelijk toch informeerde naar de stand van zaken, kreeg ik een berichtje met de nogal bureaucratische mededeling:  “De redactieraad huldeboek Flam heeft unaniem besloten uw bijdrage niet in het huldeboek op te nemen”. Na enig aandringen om uitleg volgde de even lakonieke toevoeging dat “…er over deze beslissing niet gecommuniceerd wordt”.

Een ex-communicatie, en unaniem dan nog… Hallo, hoorde ik daar iemand zich in zijn graf omdraaien? Nu heb ik zelf al een aantal essaybundels voor gerenommeerde uitgeverijen geredigeerd en weet ik dat er soms moet bijgestuurd worden in een sfeer van goed overleg met de auteurs, in het belang van het geheel. Des te meer erger ik me aan dit bot soort amateurisme dat de uitgave van een essaybundel verwart met een opstelwedstrijd voor scholieren of een yoghourt-tombola. Ach, het woord censuur gaan we hier niet in de mond nemen; veeleer is het project gekraakt onder de voetnotenobsessie en citatendwang waar Flam zo tegen te keer ging,- de ironie ten top. Zo werd het huldeboek toch nog een uitdrijvingsritueel en lijkt Leopold Flam, zelfs postuum, ten prooi gevallen aan die fenomenen waarover hij altijd zijn verachting heeft laten blijken: de middelmatige wetenschapsbureaucratie, de dorre letterneukerij, het geïntrigeer van naijverige zeloten, het ellebogenwerk van lieden met veel ambitie en weinig talent.

Mijn essay “Cum mortuis in lingua mortua” verscheen uiteindelijk in het cultuurtijdschrift Streven.  Op het kaft van het bij de VUB-Press uitgegeven, met veel citaten gelardeerde huldeboek, prijkt enkel de naam van ene Willem Elias, een gladde jongen die in mijn tijd al handig laveerde in het academische mijnenveld. Ik merk in de inhoudsopgave ook bijdragen op van studiegenoten zoals Jef Van Bellingen, die wél op tijd het geweer van schouder veranderden, vrolijk meededen aan het Flam-bashen en hun thesis niét bij de omstreden hoogleraar afwerkten,- het heeft hun verdere academische carrière zeker niet geschaad. En natuurlijk de onvermijdelijke professor-op-rust Hubert Dethier, die tijdens de cursussen jammerend in tranen placht uit te barsten over “wat die man hem allemaal had aangedaan”. Van hogervernoemde “O”-medewerkers die in de jaren ’80  de denkwereld van Flam écht aan het terrein toetsten en riciso’s namen, anderzijds geen spoor. Ook in de 21ste eeuw blijft de VUB een kleine universiteit, in alle opzichten.

Veelzeggend tenslotte is de coverfoto, die door zijn tegenstanders indertijd al als karikatuur werd gebruikt: het enigszins clowneske beeld van de molenwiekende rattenvanger en praatzieke Narcist. Ja, dat was hij, ook, maar dat is niet de schim die in mijn achterhoofd verscholen zit en waar ik mee verder fiets doorheen het hobbelige landschap van de postmoderniteit. Selectief geheugen? Allicht. Maar het bewijst dat een in memoriam gemakkelijk een ex memoriam wordt, en dat men filosofen alleen eert door te schrijven wat zij zelf niét schreven, en door te doen waar de tegenwoordigheid toe noopt.  Al de rest is literatuur.

Johan Sanctorum

Advertenties

7 Reacties op “Zachtjes kraken de voetnoten, luid jubelen de zeloten

  1. Ach ja, ze laten zich weer zo voorspelbaar kennen beste vriend. En dan nog maar goed dat je er geen communicatie studeerde, waar de ‘wetenschappelijkheid’ van een tekst wordt afgewogen aan het aantal keren dat het woord ‘wetenschappelijk’ erin voorkomt. Ook nu weer is er in datzelfde departement tumult omdat ik recent een bijdrage leverde aan het VUB-press boek ‘Anders zichtbaar’: volgens de volgelingen van Stalin, en met name hooglerares, loge-zuster, spa-lid en kersvers regeringscommissaris, Prof. dr. Caroline Pauwels moet de liquidatie immers totaal zijn en heeft ze mijn bijdrage in dat boek op haar zwarte lijst geplaatst: het is nu nog enkel wachten op een baroneslintje, want dit zijn immers de nieuwe academische praktijken waarvoor men tegenwoordig (politiek) beloond wordt. Scientia vincere tenebras … Flam keert zich ondertussen zevenvoudig om in zijn graf. FT

  2. Zeidegij echt nen elektrieker geweest? Kunde nekeer lansgkomme?

  3. Johan Sanctorum

    Gewéést. Nu veroorzaak ik alleen nog kortsluitingen. Voor mijn plezier.

  4. De inzichten van een intellectueel die ooit in zijn leven noemenswaardig écht heeft gewerkt, zijn héél anders dan die van de Zurenborgenaren, uitgedost in de gewaden van de rijke bourgeoisie van Anvers rond de Belle Époque.

  5. Scientia vincere tenebras. Ik kreeg in de “humaniora” last met het aar(t)sbisdom wegens een iets of wat naiëve verhandeling met dezelfde naam ten tijde van Leuven Vlaams. Méér mens worden op dezelfde plek zat er dus voor mij niet meer in. Naar de althans in naam vrijheidslievende universitas dan maar. Toen ik daar van de leiding van de kring met dezelfde naam hoorde dat lidmaatschap van de VNSU strijdig was met de principes van het vrij onderzoek (?!), was ook daar mijn conclusie snel getrokken. Het laffe verraad tegenover de altruïstische professoren van de eerste generatie aan alle faculteiten van de VUB is nog steeds een van de meest notoire intellectuele misdaden in mijn geheugen.

  6. Eric Janssens

    Ook ik heb Flam als vertrouweling gekend, de wijze waarop Sanctorum hem schildert klopt als een bus. Paradoxaal was Flam genoeg. Zo zei hij tijdens een examen tegen hogergenoemde Ivan Cloet, een idioot met een metersdikke olifantenhuid – iemand die je dus niet kon beledigen, zelfs al noemde je hem een stuk stront in een afgedragen kous – dat hij, Cloet, ieder van zijn medestudenten in de schaduw stelde. Of die uitspraak deze kerel het zelfvertrouwen heeft gegeven om zich het recht toe te eigenen een stuk van J.S. voor het Huldeboek Flam te weigeren weet ik niet, maar het zou me niet verbazen als Cloet in zijn leeghoofdige eigenwaan gelooft dat hij de enige échte erfgenaam van Leopold Flam is.
    Intellectuele erfgenamen heeft Flam in geringe mate of misschien helemaal niet gehad. Maar hij heeft bij een aantal mensen wel wat losgeweekt. Niemand heeft me zoveel geleerd als deze filosofieprofessor, die eigenlijk als enige bedoeling had zijn studenten aan te sporen kritisch en zelfkritisch te beginnen denken en je daarvoor ook de noodzakelijke ‘tools’ meegaf. Wat Sanctorum zegt ivm Flam die vanuit de achterkeuken van het geheugen blijft fluisteren, dat geldt ook voor mij. Zelden treedt hij nog op de voorgrond van mijn gedachten, maar af en toe word ik me ervan bewust dat hij als een stille schaduw aanwezig blijft. En daarmee illustreert hij postuum dat de geest een universum is waaruit niets definitief kan verdwijnen, en vooral niet de herinnering aan een aantal van zijn uitspraken, zoals ‘De Islam is de godsdienst van de wrok'(rond 1980 gedaan) en ‘iedere waarheid die niet kan tegengesproken worden is een leugen’. Die laatste had hij van Hegel, door Sanctorum hierboven als een pijler van Flams discours onvermeld gelaten, maar die zelfs niet als pijler voor dat discours, maar veeleer als beton voor het fundament van Flams filosofie heeft gediend).

  7. Johan Sanctorum…. Frank Thevissen… VUB… Communicatiewetenschap… Oei, wat ben ik “vér weggeweest”… reeel en in gedachten en gemoedssferen…

    Ik heb zelf ook aan de VUB gestudeerd… Ik stond in 1990 klaar om bij prof. dr. Hubert Dethier een licentieverhandeling “dat een half doktoraat was” (dixit prof. Dethier) te gaan verzilveren. Ik moest in het buitenland op zoek naar twee co-pomotoren.

    Spijtig genoeg bestond het WWW toen nog niet, noch het enorme voordeel van mondiale emailcorrespondentie.

    Dit doktoraat ligt nog steeds in de koelkast, net als dat van de heer Johan Sanctorum, begrijp ik nu…

    Mijn eindwerk had ten dele ook veel met Vladimir Propp’s “Morfologie van het sprookje” te maken, gemixt met modern droomonderzoek, hypnose, Egyptische hierogliefen, vuurtorens, Thanatos… met indirect heel wat linken naar antropologie… en grenzend aan -wat doorheen het Establisment al te gemakkelijk -‘pseudowetenschap’ wordt genoemd – concepten van de Oude Wereld…

    hoewel ik kritisch blijf voor verkeerde fuseerders tussen Oude en ieuwe Wereld en voor die waarlijke ‘pseudowetenschappers’ maar evengoed voor hun ‘sceptici’ die vaak even zo ‘sectair’ zijn…

    Volgens de copromotoren was de licentiaatsverhandeling ansich een antivoorbeeld van communicatie (als communicatie was geheel deze verhandeling dus totaal mislukt én dit dus afgeleverd aan het departement communicatiewetenschap) maar was het toch goed voor een grote onderscheiding…

    En wie zegt dat ik ooit iets heb willen ‘communiceren’ of echt heb willen delen met anderen? Het was immers niet af en ik zag het eerder als een instrument om daarmee visionaire speelfilms te kunnen neerzetten, dus als een soort vooreerst op te maken expertsysteem voor een pragamtisch ingetsled (would-be)-filmmaker… Heel dat eindwerk was in feite “in code” geschreven… Het wilde – zoals de chemie – een zo coherent mogelijke decoderings-tool geven aan de evenwel “synthetiserende filmmmaker om dieeen tool in handen te geven om alle audiovisuele nonverbale taal-codes/tekens van alle door hem/haar uit te denken “filmshots” als structuurformules gaan uit te schrijven, weliswaar met een (protowetenschappelijk) ‘alchemische’ connotatief en emotieve gelaagdheid.

    Ik ben nog steeds bezig de wetenschappen van de Oude Wereld met de wetenschappen van de Nieuwe Wereld te fuseren. In 1980 werd dat voornemen – dat werd me her en der gezegd want zelf had ik zulks niet in de gaten – met enorme argusogen gadegeslagen…

    Na pas in 2008 een 20-tal jaargangen van het Nederalndse “scepsis” te hebben doorwoeld weet ik nu beter het waarom hiervan.

    De Moderne Wetenschap meent al te zeer “over alles” zomaar het grote gelijk aan haar kant te hebben staan. De Oude Wereld had evenwel ook evenveel oog voor andere ‘dimensies’, andere gelaagdheden’, andere waarden… Eén ervan was “levenszingeving, ook al ging alles je fysisch en psychisch en materieel en financieel (en zelfs amoureus) tegen”… dan had het leven blijvend zin en dit omdat het Nihilisme (of het denken in termen van ‘alles is niets anders dan een enorm toeval’) totaal onbekend…

    Maar terug naar de VUB en dat eindwerk : ik had alleen maar “een goed onderwerp”, de methodiek om op hoog-heuristisch niveau vaardig te zijn om bronnen wereldwijd op te zoeken in gidsen op bibliografien, bibliografien van bibliografieen, Abtracts (Communication Abstract, Ergonomic Abstracts , Dissertation Abstract, Antiloppe Gids met overzicht van alle Journals in alle Universiteiten van Belgie)enz. waarbij 1001 wetneschappelijke journals “ge-excepteerd” werden (zeg ik het goed)… en ik al gedegen bewezen had om deze heuristische tools waarlijk te kunnen gebruiken… Ik had – en heb nog steeds – het talent om monnikkenwerk te leveren, me in te graven in het onderwerp dat ik quasi-multidisciplinair benader, en dus van zowat alle kanten belicht om het dus – bijna zoals een antropoloog een natuurvolk benadert -“holistisch” te bekijken, met intussen ook een diep aanvoelen ba, hun medicijnman en hun geloof in een Afterlife en in een geesteswereld die inderdaad veel weg heeft van de kindergeest, de animist en de ‘gek’ (visionary artist en “…”, de naam onstanpt me heel even : zoiets als “de gekke kunstenaar”)…

    Wie heeft – in dat verband – ooit nog de heer Ruud Rayé gekend, assistent bij prof. dr. Namenwirth… Deze gentelman bereidde een doktoraat voor over “De Abnormale Kunstenaar”… Deze excentrieke onderzoeker – mét hoed – werd op jonge leeftijd – in de bloei van zijn leven- geveld door een vreselijke, terminale ziekte en stierf op Goede Vrijdag met op zijn doodsprentje het Hoogpriesterlijk Gebed met o.a. de woorden “Opdat ze alleen één mogen zijn zoals Wij één zijn”… Ik vond dat toen ergens toch bijna “ironisch”… Een VUB-assistent met deze tekst op zijn doodsprentje… In feite vond ik dit al-bij-al ergens “geweldig”, “prachtig”, “droef”, sereen”, “getuigend zonder praalzucht”, “eervol ontboezemend vanuit het hart”… De VUB zou een universiteit moeten zijn van echt “vrije denkers”… ongeacht welke geloofsovertuiging men ook als eerste ‘levens’-axioma neemt… Ze is – mijns inziens – gestrand in een strak dogmatisch “atheistisch-humanisme” dat vér weg staat van de Europese humanist Desiderius Erasmus van Rotterdam.

    Ik heb profesosor Flam persoonlijk niet gekend… maar ik begrijp wat u zegt over “die schim op de achtergrond die nog steeds van zich laat horen”…

    Hij heeft mensen autonoom, zelfstandig leren denken en laten reflecteren over allerhande onderwerpen – wars van alle a priori gemaakte afwegingen ivm mogelijke nadelen ervan voor de eigen “status” – en zijn studenten leren nadenken en ‘te denken gegeven’ los van eer of roem of erkennning… die je nooit te zoeken hebt… en die je ook nooit gegeven wordt… Het resultaat van het autonome denken moet aan zichzelf voldoende hebben… Ik mis enorm zo’n VUB…

    Ik ben zelf al – hoewel communicatiewetenschapper – geen TV-kijker (heb nooit TV gehad, noch radio) maar lees veel op het internet… Wat informatie betreft : “less is more”. Er wordt immers 1001x hetzelfde liedje gespeeld… Die venylplaat kraakt dat ze barst… In 1001 special interest-tijdschriften wordt – keer om keer – een oud refrein nieuw leven ingeblazen… Neen, TV en radio hoeven echt voor mij niet… En kranten, wel ja… dat is goed om weten wanneer er waar een Tsunami is langsgeweest… Al de rest van het menselijke bedrijf laat zich toch raden… Eenmaal je de fond van de menselijke conditie kent, is de rest voorspelbaar… Kranten berichten niet meer dan de anecdotes die men misplaatst wereldnieuws of “geschiedenisfeiten” noemt…

    En al dat “cordon”-denken en -handelen in dit land en erbuiten (waar en tegenover wie dan ook) is nefast voor dit land en voor elk land… Met broodroof en heksenjacht en demonisering geraak je nergens… Zo sluit je per definitie alle rede uit… Je hebt per definitie immers al het evangelie klaar en wie zich daar niet aan houdt moet sowieso direct het verdomhoekje in… Zo’n aanpak heeft allang bezewen dat ze niet werkt. Antclerikaal wil voor mij zeggen : teveel gebiologeerd door de clericalen waardoor je dat denken en doen ineens zelf gaat overnemen. Niet doen, beste mensen!

    Niemand heeft immers het totaal-gelijk aan zijn kant, noch het immense totaal-ongelijk… M.a.w. heeft elke mens en elke groep ergens een bepaald ‘soort gelijk’… Het is de taak van elke onbevoorrechtte onderzoeker om te zoeken naar dat ‘gelijk’ bij anderen en dat vraagt soms nederigheid om erkentelijk te zijn tegenover ‘lieden’ waar je misschien niet zoveel uitstaans mee hebt… Maar er bestaat zoiets als intellectuele eerlijkheid.. En die is vandaag heel ver zoek… Je moet durven ‘de advokaat van de duivel’ te zijn… Wat hier in Belgie nu gebeurt is immens hypocriet… Men hekelt het ene fascisme maar laat het andere met even veel gemak toe…

    En toch zijn er elegante en charmante oplossingen voor deze problemen… Het is dan wel nodig om het eigen dogmatische denken even buiten spel te zetten.
    Is men daartoe in staat of bereid? Niet, blijkbaar…

    Er zijn oplossingen voor dit land maar dat vraagt de moed om het “eigen clubjes”-denken eens terdege los te laten… Men verwijt de heer Johan Sanctorum dat hij niet ideologisch vast is… Ach, wat een nonsense. Immers : ideologieen zijn niets meer dan afgeleidde ideefixen op basis van -ismen die ooit historisch zijn ontstaan als op dat ogenblik noodzakelijke correcties op een fundamenteel gemis aan iets dat nadien tot een isme verwordt met eigen clubje… Isme is een reactie op een zijnsgesteldheid-met-een-gemis(te kans). En vaak strandde dit -isme dan in een teveel aan datgene wat eerst gemist werd… Finaal dien je te zoeken naar een “ismen”-loze samenleving waarin alles in een goede verhouding aanwezig is en de vrijheidsbterachting niet moet stranden in liberalisme en het sociale zichzelf niet moet ondergraven door alles “socialistisch’ te maken of waarbij een gewoon ‘wij-gevoel’ geen enkele nood heeft om te gaan ontsporen in een “nationalisme”. En wat nu dat laatste betreft : een “wij-gemeenschap” is – om en rond een levenszingevend basis-religie-cultus – een cultuur of een welbepaalde manier van samenlevingsweefsel met haar ‘eigen identiteit’ (dat ansich niets “mytisch” is)en dat niets anders is dan een gemeenschap die haar boontjes op een welbepaalde manier is gaan ‘doppen.

    Een cultuur is een soort geconsolideerde ruwbouw van een samenlevingsweefsel met een aantal fundamenten en steunpilaren en speerpunten, met tal van regelmechanismen, terugvalmechanismen, en mechanismen om overdruk ‘te lossen’ op ogenblikken dat zulks nodig is… De mensen van een land die al 100den jaren samenleven – en dus al eeuwenlang op elkaar zijn “afgesteld” geraakt op dat “systeem” vormen een natie (nogmaals : ‘bloed en bodem’ heeft daarmee niets vandoen). Elke natie genereert evenwel ook haar ‘nationale syndromen’. Wat we vandaag zien is het toppunt van het ‘Belgisch nationaal syndroom’.

    “Humor” is een soort uitlaatklep die – mensen in zo’n systeem aan elkaar geklusterd – alsnog de collectieve “slappe lach” uitlaatklep biedt… De Franse hadden vroeger een grote komiek zoals Luis de Funese die meesterlijk de draak stak met het Frans chauvinisme, de kleine driftkikker-directeur…, onhandig en gewiekt, charmeur en ‘diplomaat als het moest’ en chef zoals het hem goed uitkwam, en onderdanig om te overleven… Enfin, soit : de “Fransman” (met verschillende rassen die zich in dat soort van systeem en wij-gevoel gesetteld hebben) ten voete uit… Maar doen niet alle gemeenschappen dat? Dat is een pertinente vraag. Het zijn die specificiteiten van het “systeem” dat zich wel uit in specifiek drainage-gedrag… En men is geen Fransman door genen of door ‘bloed en bodem’ maar enkel door geintegreerd te zijn in die gemeenschap, met hun levenden en met hun doden… En zo is dat voor elk ‘volk’…

    In zijn LP “Anderson go classic” maakt Ian Anderson (van de ‘formatie Jethro Tull’)heel wat opmerkelijke statements over ‘groepsvorming’, over de “schoonheid van diversiteit” en over de gevaren van zogenaamd ‘politiek correct denken’ en de ‘niuewe missionarissen van de postmoderniteit” … Het zou goed zijn dat ‘artistiek Vlaanderen’ daar eens ten rade zou bij gaan… Dat si een volbloed artiest en een volbloed ondernemer… Die weet waarover hij spreekt…

    Arm Vlaanderen, en haar voetvolk van knechten en meiden, steeds buigzaam tot een “boetvolk” geneigd… zichzelf aanbiedend steeds als schotelvod… steeds onder de voet gelopen (zoals de Sicilianen) door vreemde mogendheden (Spanjaarden, Oostenrijkers, Fransen, Hollanders… en nu de ‘Belgen’ en Saksen en Coburgers)… Ach , wat jammer toch dat ze door hun begrijpelijk verzet tegen een onderdrukker (Ghandi indachtig) plots verzeild geraken in WO II in een collaboratie waar ze ook maar de tweederangs ‘Flamen’ waren (Hitler had meer oog voor Leon Degrelle en een Gouw Belgie met Oud-Patricische koningshuizen als een restant van het Oud-Romeinse Rijk dat een onderscheid maakte tussen Romeins burgerschap en haar adel enerzijds en de ‘plebs’ waar je ook iets ‘mee moet’)… Die Flamen-plebs – met al hun autonomistische dromen – waren voor Hitler meer een hinder dan een zegen… Het VNV wou dan nog graag gejheel zelfstandig blijven buiten dat Duitse Derde Rijk… Het VNV was diensaangaande een potentiele geduchte vijand… Maar bij een deel van die Flamen stijgt het hoog in hun bol en die denken zelf plots Pan-Nederlands en vinden een soort “gereligiseerd natie”-denken uit… Of Devlag-ers gaan zelfs zo ver dat ze SS-denken… ‘OP zoek naar een Vaderland”… Met bloedwanen ten top… Ja, dat soort van politieke collaboratie houdt Vlaanderen vandaag ng steeds ‘van binnenuit’ gegijzeld… En dit alles in feite als een soort overcompensatie op hun insé minderwaardigheidscomplex (dat hen gewiekt bezorgd werd) en dat dus onstpoort in een soort superioriteitsdenken waar bepaalden in het Vlaams Belang nog steeds niet van verlost zijn geraakt…

    I.p.v. een cordon te cultiveren en dus in stand te houden kan je beter “met de beste mensen onder hen” verder bouwen opdat zodoende die overcompenserende exponenten in die zo gehate partij vanzelf “stilvallen”… In feite is geheel Belgie vastgereden en gestrand op dat cordon, met haar – in de laatste decennia – gevoerdde 2-tot-3-partide-fusie-politiek, met haar BV-partijen, met haar immense geconditioneerdheid door dat Blok-aan-hun-been…

    Het Cordon, het dakloze links-ecolo, het zielige vertoon van francofoon Belgie met Madama Non die zich Robin Hood van Wallonie waant met het leegroven van de Vlaamse schatkist maar die intussen bondgenoten hebben die evenwel nog even kolonialistisch denken en handelen als in 1830 maar nu uit het vuistje moet eten van Vlaanderen (dat moet wel pijn doen) en zodoende heel Vlaanderen – dat meer en meerv geirriteerd geraakt – dan maar ineens allemaal tezamen bij de bok wenst te zetten, met het intussen toelaten van een ander blok dito fascisme (al was het maar om diegenen achter dat achter het cordon opgesloten zit de loef af te steken) zijn blijkbaar allemaal toch themata en zienszijwen die gedeeld worden in deze webblog ‘Visionair Belgie’, door een ex-VUB-student “gerund”… Ik besef dat u persona non grata bent geworden, intussen…

    Het links-sociaal flamingantisme is iets waar ik het bestaan heel recentelijk pas heb van ontdekt… doodgezwegen omdat het niet past in een “gevoerde politieke lijn”… van bedenkelijke machten en krachten die progressief ogen…

    In een sceptisch wetenschappelijk blad las ik twee jaar geleden een artikel “Gaat de verlichting uit”… Op het eind van dit artikel wordt grondig het hypocriete (lees : selectief verontwaardigd)karakter van de gevoerde politiek gehekeld. Het ‘politiek correcte denken’ is minder ‘correct’ dan dat het zich voordoet…

    Ik mis écht “vrije denkers” die exoterisch en esoterisch durven zijn… Zoals in de eindjaren 80 toen ik – vrij naief wat onwetend – in en rond mijn licentiaatsverhandeling concepten had ontwikkeld die om gedegen uitwerking vroegen maar die – totaal buiten mijn weten – “scheef werden bekeken”…

    Wist ik toen veel hoe elk begrip dat ik gebruikte toen blijkbaar al “gelinkt” werd met daarbij veronderstelde “groepen” dewelke ik daarmee blijkbaar “belichaamde”… en dit terwijl ik enkel en alleen een enorme ecclecticus ben en die gewoon “het goede” zoekt en vindt in alles wat ik als rotsblokken in mijn onderzoeksveld omdraai en analyseer… En ik zodoende alle bruibaarheden hierin, zonder me te bekommeren over de auteurs (en hun relatie tot kerken, loges, partijen, fracties, groupuscules, high society, establishment, underdogs, persona non grata’s of wat en wie nog meer)synthetsiseer en met bronvermelding van onderdelen waarbij ik dus schatplichtigheid erken tegenover diegenen de me zulke inzichten hebben aangereikt…

    Nu voel ik me een anarchist, een primitivist, een totaal-andersglobalist, met o.a. iemand die o.a; het volgende voorstaat : slow money, totaal ander “banksysteem” dito opdoeken van het daaraan gekoppelde kompleet waanzinnige beurssysteem, ruilhandel, echte ‘ecolo’, … (via wikipedia val je van de ene ‘aansluitende term’ in de andere en met hen leer je mensen en hun ‘stromingen/bewegingen’ kennen…)…

    Ik voel me verbonden met dat “volkje” in de film Avatar dat onder de voet wordt gelopen door ‘The struggle for life of the fittest’-lingen… Op de website Avatar Movie Review heb ik daaromtrent naar enkele jonge mensen toe mijn hart eens kunnen luchten…

    De VUB is voor mij een ‘ver vervlogen tijd’… Ik had geen partijlidkaart, ik ben geen logeman, … Ik ben voor de kleine volkeren – zonder gevaarlijke “bloed en bodem”-fratsen… – maar intussen ook wel voor zoiets als Gaia… met meer dan alleen maar “materialisme”… En toch ben in geen naturalist of natuurfilosoof. In de “fond” ben ik een “anarcho christan”… Ik heb hierbij een immense hekel aan het Rooms-Constantijns “christendom” (dat met geweld wordt opgelegd en waarin vele zogenaamde “kristelijke keuze’s” totaal haaks staat op wat in de evangelies staat en waarvoor Jezus van Nazareth écht “staat” en “gaat”). Het Pact met Constantijn is dé historische fout van de Ecclesia geweest die te hellenistisch-filosofisch én te Romeins-denkend/handelend (en dus tot een wansmakelijke Machiavelliaans-Jezuietisch kerkpolitiek dito kerkpastoraal model is verworden) en van daaruit onstond alles wat zich gedurende de gehele geschiedenis zich als “militant christianisme” (=christendom of ‘hoe dom een ogenschijnlijke kristen zich kan voordoen) heeft geprofileerd… Terecht is hierop veel opstand gekomen, vanuit de kerk en later van buiten de kerk.

    Ach, de VUB zou totaal anders én echt een universiteit van totaal vrije denkers kunnen zijn… Maar kan ze dat? Wil ze dat? Of zit ze zelf teveel gevangen in eigen dogma’s over levensbeschouwelijke en sociale en politieke thema’s dito keuze’s waarbij de ene de andere controleert om niet over de schreef te gaan… en waarbij in onmin geraakten de deur wordt gewezen… Ik hou niet van dat soort van zelfcensuur omwille van de geneugten en allerlei voordelen van de club. Ik ken evenwel de VUB te weinig om te zeggen dat het daar allemaal alzo verloopt…

    In feite ken ik de interne keuken van de VUB helemaal niet (in feite ben ik – sinds decennia al – een soort kluizenaar en daarbij een enorme einsenganger)… en in feite interessert me dat niet eens zoveel.

    Ik zoek eerder naar mensen waarmee ik iets heb ipv me steeds te moten afschermen van mensen waarmee ik weinig of niets gemeenschappelijks heb.

    In feite voel ik me niet geroepen om op andere mensen te gaan schieten. Satire, sarcasme, cynisme, ironie : het zijn allemaal verbeten vormen van rancune die enkel revanchisme genereert… “Rancune is een slechte raadgever”, heeft me ooit iemand vertelt…

    Heel mijn leven lang zoek ik naar een samenlevingsweefsel waarvan ik sereen, kalm, doch kordaat en ergens fier kan getuigen : “hiervan maak ik deel uit”… Of waar ik – als die fierheid al net iets teveel is – dan toch niet steeds niet om moet geschaamd voelen…

    Ja, vele jonge mensen voelden een pijnschuit toen ze uit de bioscoop kwamen, mijmerend over een soort Avatar-“blauwe volkje”… mensen die niemand buiten hun groep bedreigden maar zelf bedreigd werden en enkel – met eerlijke en eenvoudige middelen – terugvochten om een bestaansrechgt… een zelfbeschikkingsrecht.. het recht om er te mogen wezen, te mogen bestaan, zichwzelf in te richten op een lap grond waarop ze zelf konden beschikken over de manier waarop er samengeleefd wordt. Ja, zo’n volk of gemeenschap mis ik… We zijn in de moderne tijden immens uit elkaar gegroeid… De ene groep gierend en tierend op de andere… De ene leeft bij de gratie van het falen van de andere. Neen, in zo’n Vlaanderen kan ik me niet herkennen… En Belgie is al 180 jaar een totale miskleun. Daar wens ik het allang niet meer over te hebben. Een sociaal en vredelievend, dock kordaat en assertief Vlaanderen dat voorgoed en voora ltijd eens ontvoogd en bevrijd van allerlei minderwaardigheids- en schuldcomplexen zichzelf kan en mag zijn, samen naast Wallonie dat zichzelf ook heeft mogen en kunnen vinden… buiten al die politieke rotzooi… Vlaanderen waarin anderen zich komen integreren en waar we samen – in een winwin-positie – van elkaar kunnen leren en we onderling daartegenover erkentelijkheid kunnen betuigen.

    Dat soort van Vlaanderen heeft niets te maken met genen, noch met “bloed en bodem”… Aan zo’n Vlaanderen zou ik terecht ook een bloedhekel hebben.

    In Noord-Indiaanse stammen (Native American)kon je als blanke geadopteerd worden… Je was dan één van hen en één met hen… In elk van ons zit die “Indiaan”, die “piraat”, ja… die “underdog”…

    Ook in Wallonie en in geheel Vlaanderen… ook bij de s-pa en de groenen vind je heel zeker deze betrachting …

    Jammer dat Walen en Vlamingen elkaar nog steeds niet gevonden hebben. Waarschijnnlijk staat nu nét Belgie – als manipulatief instrument met onderhuidse chantages en afrekeningen dat vanuit koloniaal denken 180 jaar lang totaal is misgroeid – deze echte toenadering in de weg.

    De Tijl Uilenspiegel in Vlaanderen zou beter eene een terdege Verbond maken met Robin Hood in Wallonie en een Verbond smeden om de waarlijke onruststokers ‘die verdelen en heersen’ (onder het mom van L’union fait la Farce’) buitenspel te zetten en ‘lam te leggen’ en die dan vertroeteld kunnen worden door Lamme Goedzak en die intussen niet langer nog verhinderen dat wtee naties vreedzaam naast elkaar hun eigen weg gaan en in een goed nabuurschap elkaar eens echt gaan vinden (wat na 180 jaar Belgie nooit echt is kunnen gebeuren).

    Mijn echte ‘Analyse over de Pyschosyndromatiek van Belgie’ is in handen van de heer Bart De Wever. Wat die nu doet is me ergens een raadsel, hoewel ik meen te weten wat hij doet. Hij weeft iets…

    Ofschoon ik de heer Johan Sanctorum persoonlijk niet ken en dus enkel maar heb leren kennen via dit webblog – en andere fora waarin naar dit webblog wordt verwezen – vind ik het jammer dat bepaalde essays van hem een persoonlijke vete lijken uit te vechten met bepaalde mensen of mensen met een welbepaalde levensingesteldheid… Ik zou het allemaal wat minder “hard-van-stapel-lopend” stellen… Nieuw-rechts is helemaal niet “hét pad” : dat weet u ook wel, neem ik aan.. noch satire en sarcasme…

    Deep ecology, echte Gaia, écht en waarlijk Groen, basis demcoratie, responsabilisering van onder uit, een -ismen-loos geworden samenleving, een gezond “wij-gemeenschap”-denken zonder superieure-poehah maar sereen doch kordaat een maakbare wereld neerzettend met allen die tot deze gemeenschap behoren (ook nieuwe Vamingen en Walen en Brusselaars) en dit zonder utopisch denken (lees : zonder dystopia te gaan brouwen voor diegenen die na ons komen), zonder wishfull thinking denken (en daarbij dus zonder blindzijnd voor datgene wat men ‘niet wil gezien hebben’) is iets waar geheel dit land nood aan heeft…

    Laten we samen dat plan Y uitwerken… De heer Flam zal er niet onblij mee geweest zijn dat in en rond hem zulks scenario is gestalt geworden…