Maandelijks archief: mei 2010

Open brief, ok, maar heeft pdw wel het globale plaatje gesnapt?

Natuurlijk heeft columnist Patrick De Witte gelijk. pdw heeft altijd gelijk, zij het soms tamelijk laattijdig. In een open brief in Humo trok hij zonet van leer tegen de al jaren bestaande innige liefde tussen dat TV-blad en productiehuis Woestijnvis, waardoor naar zijn zeggen elke journalistieke integriteit wordt gefnuikt. Onlangs werd deze romance dan in een echte zakelijke overeenkomst gegoten, waarbij Woestijnvis via de holding De Vijver (vis, vijver, heb j’em?) een 49%-participatie in Humo neemt (“Humo is al jaren de bitch van Woestijnvis en nu zijn die twee nog getrouwd ook”). Niet alleen commercieel, maar ook redactioneel krijgt het productiehuis van Wouter Vandenhaute een dikke vinger in de pap bij het aloude TV-blad, dat nu toch echt wel alle dwarskijkerpretenties mag opgeven.

In een rebelse reflex constateert De Witte dus dat zijn tijd van gaan gekomen is, en verwijt Humo dat het zijn core-business, namelijk onafhankelijke TV-kritiek, verloochent. Mediawatchers die eigendom zijn van een TV-productiehuis, wie gelooft die mensen nog? De journalisten worden hier gedegradeerd tot gewillige waterdragers, en ze schijnen het nog te accepteren ook, zo fulmineert pdw tegen Humo:  “Mediajournalisten zijn in dezen zo mogelijk nog ruggengraatlozer. Omdat de meeste onder hen wel uitkijken om U voor het hoofd te stoten. Dat zouden hun respectieve hoofdredacties, die via Corelio of Sanoma gelinkt zijn aan Uw overkoepelende NV De Vijver uiteraard niet op prijs stellen.”

Het is allemaal zeer juist, maar het klinkt een beetje als een dame-van-plezier-voorbij-houdbaarheidsdatum die haar memoires schrijft en er haar oude pooier eens flink van langs geeft. Want waarom komt pdw hier nu pas mee af? Het complete plaatje oogt overigens nog een stuk complexer, en illustreert de corrupte staat van het Vlaamse medialandschap, waarin commerciële belangen en politieke machinaties, allemaal gevoed via intense persoonlijke netwerking, de redactionele autonomie allang naar de prehistorie hebben verwezen.

De “verHumoisering” van Vlaanderen

Hoe zat het ook weer in elkaar? De Vijver, waarin Woestijnvis en Humo zijn verankerd, behoort voor 40% aan Corelio, uitgever van o.m. De Standaard. Door de innige band tussen Woestijnvis en de VRT, via een uiterst lucratief en discutabel exclusiviteitscontract, zit ook de publieke omroep mee in dit troebel bad. Het productiehuis van Vandenhaute controleert daarmee, rechtstreeks of onrechtstreeks, een flink deel van de geschreven pers die de audiovisuele media – en dus ook zijn producties- kritisch zou moeten observeren. Het valt inderdaad op, hoe vriendelijk De Standaard is voor programma’s als De Pappenheimers en De Slimste Mens, die voluit gecoverd worden en een eigen nieuwswaarde krijgen. Het talent van marketeer Peter Vandermeersch kennende, moeten we er niet aan twijfelen dat dit een Corelio-strategie is, die bovendien past in het concept van de krant om zo mainstream mogelijk te werken in de richting van hapklare infotainment, gestroomlijnd nieuws rond lifestyle en human interest, zonder veel diepgang. (Sorry voor al dat Engels, maar de hedendaagse massamedia schoeien zich in toenemende mate op een Angelsaksische leest waarin het woord “journalistiek” haast een anachronisme wordt.)

Anders gezegd: de collusie tussen publieke omroep, mediawatchers, geschreven pers en een dominerend productiehuis kan niet anders dan zelfbevestigend en vervlakkend werken, en vormt de bouwstenen van een ééndimensionele spektakeldemocratie. Dat brengt ons op de volgende etappe van het verhaal, waar het pas echt interessant wordt (maar waar pdw zich in zijn Open Brief niet aan waagt): Woestijnvis creëerde via zijn formats een BV-kweekvijver die politiek uitermate rendabel blijkt. Dat Bart De Wever zijn populariteit aan De Slimste Mens te danken heeft, kan nauwelijks betwist worden. Rik Torfs en Eva Brems rolden van dezelfde productieband en spelen momenteel voor wit konijn in wat nu al de “Woestijnvisverkiezingen” worden genoemd. Anderzijds stellen de programmamakers uitdrukkelijk dat politici van één bepaalde Vlaamse partij consequent niét worden uitgenodigd,- te weten het Vlaams Belang. Binnen de VRT heeft niemand daar een probleem mee. Formats zoals De slimste mens zijn dus, onder de façade van een luchtige kwis of een talkshow, subliminale propagandashows. Een partij die daar niet aan bod komt, kan het wel schudden.

Als we nu al die stukjes van de puzzel samenleggen, dan blijkt het verhaal van pdw maar over één aspect te gaan van een veel grotere chemie. De geraffineerde promotie van vrolijke, moppentappende, “redelijke” politici die niet moeilijk of hoekig doen en het compromis genegen zijn, sluit naadloos aan bij een marketingconcept dat depolariseert en het doelpubliek zo ruim mogelijk wil houden. Elk scherp kantje moet hier worden afgevijld in dit anti-verzuringsoffensief. Alles is grappig, positief, luchtig, hilarisch, onnozel, soms zelfs een tikkeltje absurd, maar zelden echt kritisch of rebels.  Daarom hoort Humo perfect in deze constellatie thuis. Al in de jaren ’80 gewaagde Johan Anthierens (“De Zwijger”) over de verHumoisering van Vlaanderen, waarmee hij bedoelde: een dictatuur van de hippe, lollige, pseudo-subversieve small talk, uitgezet op een canvas van popcultuur, die de echte kritiek of satire vervangt. Guy Mortier, wiens zoon nu, niet geheel toevallig, carrière maakt als reklameman, heeft deze lijn uitgezet en bleef het troetelkind van Woestijnvis, al sinds begin de jaren ’90.

Van twee één. De politieke fascinatie voor de mainstream (het “centrum”, daar waar het meeste volk rondloopt) en de commerciële optimalisatie van een massaproduct vallen hier eigenlijk perfect samen,- een van de inzichten die Frank Thevissen en ikzelf ontwikkelden in “Media en journalistiek in Vlaanderen”. Het zijn twee markten die van nature convergeren, want de kiezer is een consument, en omgekeerd. Spindoctors en reklamelui kunnen dezelfde technologie toepassen, ze gebruiken dezelfde handboeken en recepten.

Die convergentie werkt alleen als je mensen ook in die richting opvoedt: de publieke opinie moet gemasseerd worden tot consumentenmassa die een enorme hoeveelheid prikkels krijgt aangeboden. Zoveel, dat het gezond verstand erbij bezwijkt. Het postmodern conglomeraat Woestijnvis-VRT- Humo-De Standaard-(en wat staat er nog op de plank?) schijnt als eigenlijke missie de depolitisering van de publieke opinie te hebben. Alles, zelfs de politiek, wordt amusement, naarmate de marketinglogica het politieke bedrijf zelf steeds meer uitholt. De politici laten het zich welgevallen. Door Bart De Wever op te werken tot vedette/entertainer, werd een dubbelslag gerealiseerd: men kon een alternatief voor het vermaledijde Vlaams Belang hypen, maar tegelijk werd ook de donkere anti-establishment-dimensie van de N-VA zelf weggestreken. Vanaf dan kon de steile opgang van de nieuwe Vlaamse centrumpartij, op langere termijn de opvolger van CD&V, beginnen.

Complottheorieën blijken toch niet altijd zo onzinnig…

De Vijver is dus behoorlijk diep en troebel. Het centrum is overal, de marge nergens (tenzij als folklore), de uitersten zijn weggegomd. Leeft een dictatuur van terreur en hersenspoeling, en klassieke machtspolitiek van indoctrinatie, dan zou men bij Woestijnvis eerder van exdoctrinatie moeten spreken, het wegzuigen van alle overtollige kritische massa. Humor behoort hier zonder meer tot wat Herbert Marcuse repressieve tolerantie noemde: hoe meer er gelachen wordt, zelfs met “stoute” grappen, des te lager wordt het subversief gehalte ervan. De zaal wordt vooraf opgewarmd, de kijker wordt gekieteld, maar het mag vooral niet overgaan in onrust of ergernis. De finale output is altijd het applaus, en eventueel een traan vanwege het goed gevoel. Voor ons doemt een manipulatiemachine op, waarbij vergeleken Silvio Berlusconi’s imperium maar speelgoed is: een multimediale Bouillon Belge zonder duidelijke ideologie, maar met een perfect traceerbare bewustzijnsvernauwende missie, ten voordele van een vaag socio-cultureel en politiek status-quo.

Dat uw en mijn geld via de VRT-dotaties naar Woestijnvis vloeien, vormt een vermakelijk detail: we financieren onze eigen hersendood. Het Grote Netwerk is dus wel degelijk een realiteit, en wat meer is: het heeft ook een inherente finaliteit. Ook al staat die nergens uitgeschreven: ze is er. Onvermijdelijk krijgt dit puzzelwerk het uitzicht van een complottheorie, wat heel vervelend is voor Patrick De Witte, een der bezielers van SKEPP (Studiekring voor Kritische Evaluatie van Pseudo-wetenschap en het Paranormale), waar doorgaans complottheorieën als paranoiaque verzinsels en volksbedrog worden afgedaan. Voor een disbeliever is er nooit echt iets aan de hand, en is de “puzzel” die we willen in elkaar passen veeleer een hersenspinsel. Maar echte onderzoeksjournalistiek blijkt op het einde altijd weer een geduldig en minutieus ontrafelen van netwerken, al dan niet geheime cohabitaties. Complotten dus, los van de James Bond-achtige connotatie van dit woord. Waardoor de integere journalist ook gedoemd is om de positie van outsider in te nemen, niét tot het netwerk te behoren tenzij tijdelijk, als infiltrant. Een vaststelling die uiteraard aan de Wetstraatjournalisten à la Ivan De Vadder niet besteed is: zij willen vooral goede maatjes blijven met hun onderwerp.

Zo lijkt de open brief van pdw niet meer dan een oprisping, een uiting van ongenoegen over een klein onderdeel van het corruptiemechanisme, namelijk dat deel waar hij met zijn neus op zit. Er is meer, en daarvoor is ook een meer extreme attitude nodig die naar het globale plaatje zoekt. Een goed jaar geleden ontwikkelde ik in “Van Bushism tot Obamania” de stelling dat systeemkritiek in het begin meestal wordt weggelachen als paranoïde gekwaak van losgeslagen driftkikkers, dikwijls door de reguliere media zelf. Onderzoeksjournalist, regimecriticus en activist Michael Moore werd in de V.S. gedurende twee Bush-ambtstermijnen voor gek versleten; pas met de inauguratie van Obama herinnerde iedereen zich plots al die “complottheorieën”, die juist bleken te zijn: de leugens rond de Irak-oorlog, de verwevenheid met de TV-stations Fox en CNN, met de wapenindustrie en olieconcerns, de relaties met het Saudi-Arabische koningshuis,…

De waarheid komt maar met veel vertraging uit, en wordt dan politiek zelfs irrelevant. De klokkenluiders liggen dan meestal al onder de zoden, of zitten in het gekkenhuis. Het is een vaststelling die Karl Marx in zijn historische kritiek al maakte: het grote verhaal is altijd geschiedenis. De wijsheid komt altijd post factum, het bewustzijn is grotendeels een herinnering, zelden iets dat het heden kan omvatten, in al zijn complexiteit. Alleen schandalen (“onthullingen”) bereiken ons in real time, de rest is, jawel “complottheorie”. De vraag die ik me, als mediafilosoof, blijf stellen, is dus: kan er een vorm van journalistiek gedijen die de werkelijkheid echt op de hielen zit? Niet als paparazzi, maar onvoorwaardelijk intellectueel-kritisch, in de vorm van een echt outsidersstandpunt, met een zin voor het algemene en een neus voor het detail?

En tja, Woestijnvis. Soms vraag ik me af, wat die Wouter Vandenhaute, ooit sportjournalist en nu echtgenoot van VRT-sportredactrice Catherine Van Eylen (van cohabitatie gesproken), bezielt. Waarom wil een bloeiend productiebedrijf van gedreven creatievelingen zonodig bladen opkopen, restaurants uitbaten en eigenaar worden van de Ronde van Vlaanderen?  Dat is geen gezond ondernemersschap meer, het gaat ook niet meer om in een business model gegoten creativiteit. Het is pure graai- en hebzucht, een drang om alles te bezitten en te controleren, die alleen nog Freudiaans te verklaren valt. De postmoderne netwerkcultuur is het biotoop van de Vandermeerschen en Vandenhautes, hoofdaandeelhouders van een universum dat drijft op communicatie, uitwisseling en joint-venture. Maar de manische gedrevenheid om overal in te participeren en een hand in te hebben, drijft ons recht in een global village waar geen buitenstaanders of outsiders meer geduld worden. Je moet erbij horen, of je bestaat niet. Men is corrupt of paranoïde, en haast iedereen kiest voor het eerste, want het leven is kort in een pluk-de-dag-cultuur waar het kortetermijnperspectief domineert.

O ja, dan is er ook nog het “groot mediadebat” waar VUB-communicatiewetenschapster Caroline Pauwels op aanstuurt. Een onderzoeks- en overlegplatform dat de bokken weer van de schapen moet scheiden, belangenvermenging moet tegengaan, regels moet opleggen, enz. Maar uit het recente verleden blijkt dat controle-organismen nooit de marketinglogica bijbenen. We hebben de CREG, toezichthouder van de binnenlandse energiemarkt, maar de duurste electriciteit van heel Europa. We hebben al een Vlaamse Regulator voor de Media, maar de politici zelf gaan liever naar spelletjesprogramma’s dan naar debatten. En tot wat zou zo’n observatorium anders kunnen leiden dan tot een nieuwe waakhond van political correctness?

Caroline Pauwels, Katia Segers, Hilde Van den Bulck  e.a. behoren tot een wetenschapsbureaucratie die, in de marge van het mediagebeuren zelf, haar eigen noodzakelijkheid probeert te bewijzen door op allerlei academische platforms een discussie over het engelengeslacht te beginnen (een beetje villein, maar gevat, noemt Carl Decaluwé bovenstaande onderzoekster een subsidiologe). En nu blijken twee van de drie wetenschapsters ook nog eens SP.A-mandatarissen te zijn (eentje staat er zelfs op de kamerlijst van die partij), en dus partijpolitiek gelinkt aan…  mediaminister Ingrid Lieten, die, wat dacht u, “… een inhoudelijk onderzoek van de media wenselijk acht”.

We hebben geen specialisten nodig om de mediamarketeers te superviseren. We hebben gewoon goeie journalisten nodig, met haar op hun tanden, zo simpel is dat: een tussenklasse van bandeloze free-lancers, die doorheen de netwerken zwemmen en zich niet meer tot inktkoelie laten degraderen. Het internet-initiatief Apache is op zich daarom niet eens zo slecht, ware het niet dat het een hardnekkige links-betweterige geur van ex-De Morgen-journalisten met zich meedraagt.

Met de anti-Woestijnvisbrief heeft Patrick De Witte wat meubilair omver gelopen, in wat eens zijn huis van vertrouwen was. Zal hij nog de lift kunnen nemen en zijn collega’s in de ogen durven kijken, zo vraagt communicatiewetenschapter Caroline Pauwels zich in De Standaard af. Ik raad hem aan, de trap te nemen. Veel gezonder, en minder kans op blokkages.

Johan Sanctorum

Kreeft op zijn Japanees

Dat muziek de zeden zou verzachten, of dat Cultuur met grote C het beste in ons zou oproepen, is onzin. Veeleer gaapt er onder het deksel van de culturele sublimatie en de Goede Smaak een beerput van mannelijk-sadistisch vernunft.

Tegen de schoonheidsfilosofie van Plato, Kant en nostalgische plattelandsdenkers zoals Roger Scruton, definieert Johan Sanctorum het menselijk intellect als een doorgewoekerd orgaan van het roofdier dat zich tot jager perfectioneerde, en zo verder tot kunstenaar, geleerde, TV-kok,…

Net daarom houdt het geweld niet op: het dodersinstinct zit in onze genen, al wordt het maatschappelijk gedraineerd naar de gastronomie, allerlei zondebokrituelen, wetenschap, de muziek, enz. Shockerende beelden van mensen- en dierenmishandeling, lustmoorden, genocide, doorbreken af en toe de illusie dat we “beschaafd” zouden zijn.

Citaat:

“Schoonheid is maar een vernis, een alibi, een vermomming. Wat daaronder zit,- dat is boeiend, bizar en huiveringwekkend tegelijk. Dus wordt luisteren ook steeds meer ont-dekken, ont-luisteren, de lelijkheid ervaren, als de gaping van de menselijke afgrond zelf.”

Passeren o.m. de revue in deze dance macabre: Mozart, Nietzsche, Ronald Janssens, Mahler, Marc Dutroux, Piet Huysentruyt, J.S. Bach, Michel Fourniret, Peter Goossens, en nog vele anderen.

Lees meer