Maandelijks archief: juni 2010

Belgavox, Radio Nostalgie of de Trust der Vaderlandsliefde

De vaststelling is al tot in den treure gemaakt: als het erop aankomt kiest het Vlaamse cultureel establishment voor België. Het omkleedt dit met een discours dat de zgn. “belgitude” omarmt: dit land zou zijn rijkdom ontlenen aan de culturele diversiteit, die snel wordt doorverbonden met begrippen als “soepelheid”, “compromis-bereidheid”, en ja, uiteindelijk komt dan altijd wel het surrealisme uit de mouw, als ultieme Belgische esthetica van de frivole rekkelijkheid waarin alles kan en niets moet. Daarnaast wordt ook nog het solidariteitsthema bespeeld (“Vlaams” is gelijk aan egoïstisch en bekrompen), en als het even kan komt zelfs nog het oorlogsverleden en de collaboratie, ondertussen al meer dan een halve eeuw achter ons, op de proppen (“Vlamingen zijn fascisten en racisten”).

De clichés en de stereotypes bepalen dus de toon. Een treurig voorbeeld daarvan was de recente scheldkanonnade van schrijver Dimitri Verhulst in De Standaard –opvallend toch, hoe graag die krant een forum geeft aan het Belgicistisch discours, vooral in verkiezingstijd…-, een Vlaming die uit overtuiging in Wallonië woont, een tamelijk pathetisch geval van vrijwillige ballingschap, of noemen we het gewoon zelfhaat van de Vlaamse underdog in het kwadraat. Het geval Verhulst verraadt eigenlijk, ongewild, hoe wereldvreemd de culturele elite zich opstelt in de hedendaags politieke landschap. Het is een elite die zichzelf het etiket “progressief” aanmeet, maar niet te beroerd is om een koninklijk lintje te ambiëren. Haar slobberig discours van openheid, breeddenkendheid en verdraagzaamheid blijkt bij nader toezien vooral een glijmiddel om status te bekomen of te handhaven. Er is geen enkele ambitie om zich in te schrijven in een politieke beweging die de bestaande orde op de helling zet: het gros der Vlaamse intellectuelen en kunstenaars bestaat uit lakeien, enkele witte raven zoals musicus Jan Mues en cartoonist Erwin Vanmol niet te na gesproken, naast de bekende usual suspects van de contramine, door de media geweerde opiniemakers zoals Frank Thevissen, Mark Grammens, Wim van Rooy,…

Een week voor de verkiezingen, op 6 juni e.k. is het in Brussel weer verzamelen geblazen voor een “groot volksconcert”, georganiseerd door de vzw Belgavox. In “Vive le Roi & Drink Coca-Cola” lichtte ik zowat een jaar geleden deze bizarre periodieke opstoot van vaderlandsliefde al eens door: artiesten (vooral muzikanten) die oproepen tot solidariteit en samenhorigheid, en dat onder een vlag van het Belgisch nationalisme. Ook deze keer wordt het weer een tricolore happening met een niet mis te verstane boodschap: stem vooral niet op een “communautaire” partij. Want V-partijen zijn zuur, rechts, onmuzikaal, bekrompen, en leiden vroeg of laat naar een oorlog tussen hutsi’s en tutsi’s.

Het ongezonde aan dit initiatief is inderdaad precies het flou artistique waarin volksvermaak, muzikale vrolijkheid, en sentiment rondom vriendschap en verbondenheid een politieke boodschap omwikkelen. Belgavox is politiek-onder-de-gordel, subliminale indoctrinatie. Een blik op het brede sponsorveld –financieel zit de organisatie op rozen- zegt ons veel over de manier hoe ideologische, culturele en mediatieke actoren vervlochten zijn in het neo-Belgicistische netwerk: de traditioneel unitaristische vakbondszuilen, naast de door onafhankelijke kunstenaars zo gehate auteursrechtenorganisatie SABAM, de Franstalige omroep RTBF, La Deux, en het Brussels Gewest. De hoofdlijn is duidelijk francofoon, en ook dat is de evidentie zelve: vooral de Franstaligen klampen zich vast aan de Belgische constructie, in de eerste plaats om economische redenen. De doelstelling van de vzw Belgavox echter, zoals we die op de website lezen, verbergt deze (op zich legitieme) missie in een mistgordijn van politieke correctheid. Ze glijdt probleemloos van het (sociale) solidariteitsthema, over het “samenhorigheidsgevoel” en de multiculturele doctrine, naar het thema van de “Belgische identiteit” die moet versterkt worden. Geniet even mee van de semantische verschuivingen:

“Belga-Vox is een vzw die wil bijdragen tot het versterken van de solidariteit, de dialoog, het respect, het samenhorigheidsgevoel en de multiculturele diversiteit in België. De vzw wil bovendien helpen bij het versterken van de Belgische identiteit.”

Dat laatste is een heikel punt: Jules Destrée schreef al in 1912 aan Koning Albert I dat die Belgische identiteit per definitie niet bestond, en dus moest geconstrueerd worden. Maar hoe doe je dat in godsnaam, een identiteit “construeren”? Op facebook gaat dat vrij vlot, maar dan is het een nep-identiteit, een leugenprofiel. Een echte collectieve identiteit “construeren” kan alleen door diepgaande indoctrinatie, om niet te zeggen hersenspoeling: het originele, organisch gegroeide collectief bewustzijn wegwissen, en vervangen door een kunstmatig amalgaam van ideeën, geleende emoties, door de massamedia geplugde iconen, semi-intellectuele simulacres. En zo kreeg het culturele establishment zijn historische opdracht rechtstreeks uit de hand van het politieke establishment: “Creëer een Belgisch gevoel”. Normaal gezien een opdracht voor een reclamebureau, maar er bleken genoeg artistieke Belgen bereid om in deze volksverlakkerij mee te stappen. De mythe van het Belgische surrealisme zou van die identiteitsconstructie de gangmaker worden, naast de meer volks-toeristische iconen zoals bier, chocolade, frieten, het Atomium, Manneken Pis. Maar ook de sport (hoe bekakt de nationale ploeg het vandaag ook doet) en massa-manifestaties zoals het Eurovisiesongfestival moeten deze illusie levendig gehouden. Cultuur moest dus, als logisch gevolg van de Destrée-doctrine, het land bijeenhouden. Al de rest is bijzaak. De geldstromen richting cultuur, met of zonder grote C, worden ook volgens die logica beheerd.

Moderne dorpspastoors

En zo zijn we weer bij Belgavox en de sponsoring van het cultuurcircuit door het Belgisch nationalisme. In dit geval vooral de lichte sector: Rocco Granata, Barabara Dex, Sandra Kim, men kan hier moeilijk spreken over culturele toppers. Veeleer gaat het om artiesten die, laten we eerlijk wezen, ietwat misleid zijn door de emo-boodschap van de “grote solidariteit”, en daarnaast in België een markt zien die niet mag teloor gaan. Fundamenteel echter constateer ik in heel die artistieke belgitude, van Verhulst over Fabre en Delvoye tot Belgavox, een panische poging om onvatbare, populistische stromingen te bezweren die het politieke en sociale status-quo op de helling zouden kunnen zetten. Belgavox is, zoals de naam het al doet vermoeden, een stem uit het verleden, een nostalgische reflex van kunstenaars zonder politiek bewustzijn (het is misschien niet toevallig dat Radio Nostalgie een hoofdsponsor is…). In navolging van activist en flamingant Paul Van Ostaijen moeten we hier van een echte “Trust der Vaderlandsliefde” spreken: een grotesk kluwen van kleinburgerlijk Ancien-Régime-pathos, artistiekerige sentimentaliteit rond vriendschap en verbondenheid, en uiteraard commercieel rekenwerk. Dat alles met de echte Belgicistische toneelmachine op de achtergrond, aangestuurd door de Brusselse Haute Finance, het koninklijk hof, en de duizenden grote en kleine potentaten die allemaal ergens een plaats bezetten in het institutionele labyrinth dat België heet.  

Laten we het dus maar scherp stellen: de Belgavox-artiesten zijn de moderne dorpspastoors, of misschien zijn het maar misdienaars..De belgitude van de Vlaamse culturele klasse heeft gewoonweg te maken met angst voor verandering, contra-revolutionaire koudwatervrees. De publieke opinie in Vlaanderen is dus een stuk radicaler dan die cultuursector, en ook minder gehecht aan het status-quo dan de grote Vlaams media die tegen die conservatieve culturele elite aanschurken. De toplaag heeft een hoog Lamme Goedzak-gehalte, niet de basis. Historisch is dat een vreemd fenomeen, want elke revolutie heeft een intellectuele bovenlaag, een sturende “elite” die de behoefte aan change, om het met een Obama-woord te zeggen, van tekst en context voorziet, haar kan plaatsen in ruimte en tijd.

Wat de in 2007 overleden Joost Ballegeer constateerde (“De Vlamingen: een volk zonder bovenlaag”), en wat de belgicist Marc Reynebeau onlangs in De Standaard nog neerpende, is dus een waarheid als een koe geworden, al komen beiden tot tegengestelde conclusies. De Vlaamse beweging is geëvolueerd naar een anti-establishmentbeweging, en ontleent haar emancipatorische impuls steeds meer aan een foert-gevoel tegenover traditionele politiek, de media, de culturele elite. De drie V-partijen surfen elk voor een stuk op dat burgerlijk ongenoegen.

Omgekeerd –en wat door wat wordt veroorzaakt is hier een kwestie van de kip en het ei-, is die elite gevlucht naar een eiland van de goede smaak, de multiculturele harmonie en de reeds genoemde Belgische rekkelijkheid. De kloof neemt elke dag nog toe, en dat is eigenlijk socio-cultureel ongezien: een elite zonder basis, en een basis zonder elite. Het kan niet anders dan dat de Vlamingen, die binnenkort via een V-partij voor verandering stemmen, deze Trust beginnen te haten en letterlijk links laten liggen. De Vlaamse republikeinse beweging –de veel bredere erfgenaam van de klassieke Vlaamse beweging- moet het doen zonder kunstenaars of intellectuelen. Die moeten dan ook niet verbaasd zijn dat ze morgen ontwaken in een onafhankelijke Vlaamse staat waar de cultuursector minimaal zal betoelaagd worden, uit dank voor onbewezen diensten.

Ik zou dus, in hun welbegrepen eigenbelang zelfs, de artiesten van Belgavox durven aanbevelen om wél de Vlaamse kaart te trekken. Mankeert het politiek bewustzijn, dan zou het van elementair gezond verstand getuigen mochten ze België laten voor wat het is: een failed state. Beter is nog, dat schrijvers en kunstenaars zouden inzien dat de Vlaamse republiek een project van de toekomst is, en België een verhaal van het verleden. Nostalgie of change? Het wordt tijd dat ze wakker worden, de Verhulsten, de Fabres en de Tuymansen. Of ze zullen de geschiedenis ingaan als tamelijk koldereske Ancien-Régime-intellectuelen.

Wat Belgavox betreft: een gratis concert, het zal altijd wel volk trekken, het is als het uitdelen van stylo’s en sleutelhangers in de goede oude tijd. Of het uitdelen van brood aan het plebs in het oude Rome. Maar of men met Rocco Granata het einde van België zal tegenhouden? Alle twee hebben ze hun beste tijd gehad,- hun plaat is alleszins grijsgedraaid, om nog eens een politieke uitspraak te parafraseren. En laat mij dat, als Vlaamse republikein én melomaan, tot enig genoegen stemmen…

Johan Sanctorum