Alleen woestijnvissen kunnen hier nog zwemmen

Over voetbal, biermonopolies, verboden minirokken en ontplofte boorplatforms

Een paar dagen geleden kon men in de krant lezen dat het in de gemeente Werchter tijdens de festivalperiode niet toegestaan is om in het openbaar naar het wereldkampioenschap voetbal te kijken. Jawel, het is geen grap: een inboorling die in zijn voortuin (dus strikt genomen zelfs nog op privé-terrein) samen met enkele Hollandse fans naar Nederland-Brazilië aan het kijken was, kreeg een proces-verbaal aan zijn been. Volgens CD&V-burgemeester Dirk Claes moet Werchter gedurende de tijd van het festival “helemaal aan de muziek gewijd zijn”. Pardon? Aan de muziek, of aan de business van evenementengigant Live Nation, waaraan organisator Herman Schueremans zijn florerend festival verkocht?

Wellicht is dit monopolie op vertier en amusement inderdaad het onderdeel van een deal tussen de organiserende instantie en de lokale overheid. Het doet denken aan de manier hoe de FIFA in Zuid-Afrika in een wijde perimeter rond de voetbalstadia absolute exclusiviteit heeft bedongen voor haar sponsors. Het WK kreeg het statuut van ‘speciaal evenement’, waardoor het onder de Merchandise Marks Act uit 2002 valt. Daar valt niet mee te lachen. Bier dat niet uit de vaten van AB Inbev vloeit (met dank aan bestuurder Jean-Luc Dehaene), is ten strengste verboden. Zelfs de uithangborden kilometers in het rond dienen overplakt als ze namen van concurrerende biermerken vermelden: de lokale brouwerijen zullen aan dit wereldkampioenschap alvast geen Rand verdienen. Elke ondernemer of zelfstandige die ook maar durft om zijn product te linken aan iets wat op een voetbal lijkt, krijgt een boete aan zijn been.  Het incident waarbij enkele Hollandse meiden met oranje jurkjes rondliepen, en hardhandig uit het stadion werden verwijderd (de kleur zou verwijzen naar het biermerk Bavaria!), geeft ons een idee welke proporties dit aanneemt: de FIFA en haar sponsors gedragen zich als een bezettingsmacht.

Het inpalmen van de publieke ruimte (in de zin van: “ruimte, eigen aan de gemeenschap”) door grote commerciële organisaties en event-producers, met de gulle medewerking van de overheid, is een fenomeen dat ons enigszins zou moeten verontrusten. Het gaat uiteraard niet alleen om het verbod op oranje rokjes en verplicht Jupiler of Budweiser drinken: dit heeft een symbolisch-politiek karakter van vrijheidsberoving en gijzeling. De vrijheid inzake beweging, kleding, gewoonten, enz. die wij inherent achten aan de publieke sfeer, is een rituele beleving van liberale grondwaarden, eigen aan de Europese culturele traditie. Zopas protesteerde VLD-politica Gwendolyn Rutten tegen fatsoenrakker Siegfried Bracke, die vond dat zijn partijgenote Kim Geybels zich te sexy kleedde volgens de senaatsnormen. Lulkoek natuurlijk. Van mij mag ze in bh en broekje komen, of nog minder. En haar leuze klopte als een bus: ‘Free your mind’, geen democratie zonder recht op zottigheid, geen vrijemeningsuiting zonder vrijheid van bierkeuze.

Bij wijze van symbolische manifestatie mag en moet ons heilig spreekrecht, de freedom of speech, dus ook benadrukt worden via ogenschijnlijk onnozele acties, zoals het dragen van een minirok in een deftige herenclub zoals de senaat, of het drinken van Duvel op een wei waar Inbev vindt dat je alleen Leffe mag drinken. Maar dat laatste wordt dus een probleem: de wei is verkocht. Waar wij met hand en tand, op het fetisjistische af, onze burgerlijke vrijheidsidealen verdedigen, staan we ze moeiteloos af als een drankengigant erom vraagt. De overheid, grondwettelijk gebonden aan die liberale principes, plooit en laat zich door de arrogante privé-business de wetten dicteren. Ook op straat.

De privatisering en monopolisering van de publieke ruimte is daarmee een feit. De politieke dictaturen zijn out. Niet zij leggen beslag op het openbare leven, maar de grote commerciële concerns die een verzwakt politiek systeem hun wil opleggen. Dat leidt uiteraard tot zeer libertaire, zelfs anarchistische denkpistes, diegenen die daar niet tegen kunnen mogen hier stoppen.

Het grootkapitalisme is helemaal niet “liberaal”, in de filosofische zin, maar integendeel monopolistisch, totalitair, en zelfs ronduit repressief, zoals van Werchter tot Johannesburg mag blijken. Er wordt veel geblaat over de hoofddoek en de boerka (en inderdaad schuilt er een totalitaire, achterlijke ideologie achter die kledingstukken), maar de confiscatie van de publieke ruimte door commerciële belangengroepen, daar kraait geen haan naar, ook Gwendolyn Rutten niet natuurlijk, die vanuit haar ideologie beslist de Inbev-parade toegenegen is.

Het conflict tussen klassiek liberalisme en monopoliekapitalisme wordt veel te weinig geanalyseerd. Allicht koesteren de liefhebbers van de vrijemarkteconomie een zekere gêne rond dit onderwerp. Toch schuilt er een niet te onderschatten maatschappelijke verschuiving achter. Het aloude feest, als sociaal verzoeningsritueel, wordt helemaal geabsorbeerd door een megalomane marketinglogica die eigenlijk alleen de aandeelhouders van de sponsor ten goede komt. De commercialisering van de massasport toont ons heel duidelijk die verschuiving. Om het wereldkampioenschap voetbal binnen te halen, doen nationale politici letterlijk hun broek af. Steden en gemeenten vrijen de organisatoren van de Ronde van Frankrijk op, dat het niet leuk meer is (“We moeten onze stad op de wereldkaart zetten!”). Achter deze evenementen draait een geoliede marketingmachine die exclusieve sponsors toelaat om de meest exuberante eisen te stellen naar de overheid, het publiek, de neringdoenden. Het is mijn groot bezwaar tegen dat soort sportieve massa-manifestaties: ze hebben de neiging om beslag te leggen op onze handel en wandel, op eten en drinken, op doen en laten, op alles eigenlijk. De Ronde van Vlaanderen is een prachtig volksevenement, maar ondertussen heeft de steenrijke Woestijnvisdirecteur Wouter Vandenhaute de Ronde opgekocht en schuimen zijn agenten alle plekken van het parcours af, om te zien of een of andere neringdoende geen graantje probeert mee te pikken. Alain Corneille en Marieke Van Ghyseghem kunnen er met hun “VIP-tent” van meespreken: afdokken alstublieft, of opkrassen

 Laat ze begaan,en alles eindigt in zwarte blubber

Het bekende adagium van Pierre-Jospeh Proudhon, “La propriété c’est le vol”, lijkt in de postmoderne globalisering een nieuwe betekenis te hebben gekregen: het grootkapitaal eigent zich, in de hoedanigheid van “sponsor”, de stad, de openbare plekken, de publieke netwerken, de evenementen, schaamteloos toe. Dit is gelegitimeerde diefstal. Uiteraard werkt de totale privatisering van openbare diensten, volgens de beruchte Europese Bolkenstein-richtlijn, dat proces in de hand. In België heeft de “liberalisering” van bv. de energiemarkt alleen maar het quasi-monopolie van Electrabel versterkt, een tak van de Franse groep GDF Suez die met de Belgische overheid zowat doet wat ze wil. Onze electriciteitstarieven zijn dan ook zowat de duurste van Europa, idem dito voor de telecomsector.

Vreemd genoeg implodeert, samen met de publieke ruimte en het publieke management (de overheid dus), ook de privésfeer. Wellicht heeft het ene met het andere te maken. Het TV-voyeurisme is groter dan ooit, we gooien alles te grabbel op Facebook en de zgn. “sociale netwerken”, intimiteit is geen enkel criterium meer. Dit gaat niet meer over Big Brother, niemand verplicht ons tot die indiscreties, we doen het spontaan en met overgave. Men zou dus kunnen vermoeden dat mensen, door de aftakeling van de publieke sfeer en de usurpatie door de grote commerciële concerns, ook het besef verliezen van eigenheid, onderscheid en intimiteit. Deze dubbele degradatie is een van meest essentiële psychologische gevolgen van de globalisering en de zgn. “liberalisering”. De totale openheid kraakt elke identiteit.

Liberalisering en monopolievorming lijken twee kanten van één medaille.  De ontdekkingsreizen en de wereldwijde usurpatie door Europa van de natuurlijke rijkdommen en grondstoffen, vanaf de 15de eeuw, tonen op planetaire schaal hoe het toeëigeningsmechanisme werkt. De verloedering van het Afrikaanse continent heeft daarmee te maken, niets anders. Dit is uiteraard het verhaal van het (neo-)kolonialisme, Leopold II en zijn privé-bedrijfjes, de moord op Patrice Lumumba met de actieve medewerking van de CIA, de Belgische Haute Finance (die vreesde voor onteigening), en het Koninklijk Hof. Wat we vandaag meemaken in Congo, de verkrachtingen en plunderingen, het rechthouden van het schandalige Kabila-regime, is allemaal terug te brengen tot de plutocratie van enkele grote spelers op de mondiale grondstoffenmarkt. De politici dansen naar hun pijpen. Een tweede Lumumba is er nooit meer gekomen: opgeruimd staat netjes.

 Op de achtergrond en diep onder de waterlijn speelt zich momenteel dan nog het ergste af, namelijk een spuitende oliebron die nu al heel de Golf van Mexico vervuilt en wellicht grote delen van de Atlantische kusten zal teisteren. Oorzaak: een multinational die van de VS een concessie kreeg om olie uit de zeebodem op te boren, zonder de technologie te bezitten om een ramp als deze afdoende te bemeesteren. Tenzij het ook hier een kwestie van cost saving is natuurlijk. Van hoog tot laag, van Obama tot die brave Werchterse burgemeester, bemerkt men een manifest gebrek aan politiek leiderschap en een knieval voor de wetten van de big bussiness.

Het grenzeloze cynisme van BP-topman Tony Hayward is kenmerkend voor de manier hoe het grootkapitaal heel onze planeet naar de haaien helpt. De smurrie zal blijven spuiten: het lijkt meer een boekhoudkundig dan een ecologisch probleem. Naar verluidt worden Vlaamse technici, die een plan voor een oplossing zouden op zak hebben, door de VS en BP uit het gebied geweerd. Ik hoop dat de enthousiaste voorstanders van de vrijemarkteconomie en het postmoderne globalisme beseffen dat dit soort après-nous-le déluge-mentaliteit met vrijheid (van ondernemen) niets meer te maken heeft, integendeel: de “vrijheid” van Tony Hayward maakt de vrijheid kapot van allen die in aan de zuidkust van de V.S. leven van visvangst, toerisme, etc. Alles eindigt in zwarte blubber. Voor niets of niemand heeft dit graaierig pletwalskapitalisme respect. Niet voor de mens, als individu, als sociaal wezen, als soort, noch voor het leven, de aarde, de natuur. Alleen woestijnvissen kunnen hier nog zwemmen.

Dat grootindustrieel Jan De Clerck, onder het goedkeurend oog van het gemeentebestuur van Waasmunster, openbare wegen annexeert en in zijn domein inlijft, is een schandaal op zich, doch slechts peanuts in vergelijking met de wereldwijde toeeigeningsmechanismen die zich voltrekken zonder dat er een haan naar kraait. We verliezen de wereld, elke dag een beetje. De Sepp Blatters, de Wouter Vandenhautes, de Tony Haywards, de Mark Zuckerbergs,… bezetten deze planeet en we hebben er met onze stomme kop geen erg in. 

Ziezo, daarmee hebben we in deze dorstige tijden heel de actualiteit van de laatste weken op een hoopje geveegd. Het draait altijd rond dezelfde dingen. Conclusie van deze column:  meer minirokjes in het parlement, bier van alle merken overal beschikbaar, weg de topsport en zijn sponsors, feesten graag, maar zonder verplichte nummertjes, Kabila aan de galg, afschaffen van olieboringen onder zee, Hayward voor de rechters.

 Het klinkt hard en drastisch, maar vrijheid is een totaalbegrip en moet maximalistisch ingevuld worden, door zoveel mogelijk individuen. Vrijheid is totaal-distributief, of ze is niet, zo spreekt een rechtgeaarde libertariër. De aantasting van die vrijheidsmaxime door monopoolkapitalistische uitholling is de grootste bedreiging. Een hercollectivisering lijkt me dan ook de enige oplossing, zeker wat betreft publieke diensten, de openbare ruimte, de netwerken, verkeersinfrastructuur, maar zeker ook natuur, landschap en groene ruimte. Paradoxaal genoeg is die hercollectivisering de ultieme remedie om onze bewegingsvrijheid te waarborgen.

Er moet dus dringend uit andere vaatjes worden getapt. En jawel, met de herovering van de publieke sfeer zou ook de privésfeer, de coccon, opnieuw inhoud kunnen krijgen, en zou het mediatieke en digitale exhibitionisme, de manische drang om alles aan iedereen mee te delen en op het “net” te gooien, zijn glans kunnen verliezen. Een groot publiek debat dringt zich op rond deze kwesties. Buiten de grote media om natuurlijk, want die sponsoren lustig mee…

Johan Sanctorum

Advertenties

30 Reacties op “Alleen woestijnvissen kunnen hier nog zwemmen

  1. Monika van Paemel

    Beste Johan,
    Fundamenteel probleem, goede analyse. En: Wat heeft Mijnheer Bracke om verkozen te worden voor zijn (Vlaamse)gemeenschap gedaan? Zijn eerste politike daad, het protest tegen de sexy kleding van een partijgenote, is alvast veelbelovend.
    Monika

    • Ach, beste Monika, wat is er nu meer confirmerend dan een lintje aanvaarden van Laeken?

  2. Voor wie het zou interesseren, ter aanvulling op dit interessante artikel, VPRO zond begin dit jaar onderstaande docu uit:

    http://tegenlicht.vpro.nl/afleveringen/2009-2010/heilige-huisjes/trade-mark-2010.html

    Omdat volgens mij te weinig mensen deze gezien hebben.

  3. Tjerk Gauderis

    Het feit dat het klassiek (economisch) links-rechts discours geen verschillen kan of wil zien tussen vrij privé-initiatief en grootkapitalisme zorgt er volgens mij voor dat noch politiek links (meer onder controle van de staat plaatsen) noch politiek rechts (een vrijere markt) op termijn in een “vrije markt”-bestel de burgerlijke vrijheden kan waarborgen.

    Een oplossing zou kunnen bestaan naar een overheid te evolueren die enerzijds als representant van de totale bevolking een grote macht heeft t.o.v. multinationals en grootkapitaal (structuren die slechts een deel van de bevolking representeren) maar tegelijk door het feit dat het slechts een representatiestructuur is, nauwelijks structuur (op een rechtvaardigheidsstructuur a la bvb. Rawls na) kunnen opleggen aan individuele burgers en hun privé-initatief.

    Jammer genoeg zijn er doordat men vasthoudt aan klassiek links-rechts in het huidige politieke spectrum geen partijen of denkers meer te vinden die durven in een mogelijke derde richting te denken.

  4. Johan,

    Mooi stuk. Blij dat je je out als libertariër, moet ik eindelijk ook eens gaan doen. Toch nog enkele opmerkingen:

    “Het klinkt hard en drastisch, maar vrijheid is een totaalbegrip en moet maximalistisch ingevuld worden, door zoveel mogelijk individuen. Vrijheid is totaal-distributief, of ze is niet, zo spreekt een rechtgeaarde libertariër. De aantasting van die vrijheidsmaxime door monopoolkapitalistische uitholling is de grootste bedreiging. Een hercollectivisering lijkt me dan ook de enige oplossing, zeker wat betreft publieke diensten, de openbare ruimte, de netwerken, verkeersinfrastructuur, maar zeker ook natuur”

    Deze alinea doet afbreuk aan de rest van je stuk. Vaststelling: de vrijheid zoals we ze kennen, wordt bedreigd. Conclusie: we moeten weer “collectiviseren”, een term die in de praktijk eigenlijk onteigenen betekent. Wie ga je dan ontdoen van zijn eigendomstitels? Enkel de grote bedrijven? Wat is groot? Op grond van welk criterium zul je dit beslissen? Filosofie is één zaak, in praktijk brengen een andere.

    Collectiviseren lijkt me dan ook de juiste oplossing voor een verkeerde analyse van het probleem. Je maakt bijvoorbeeld een onderscheid tussen de “klassiek-liberale waarden” en “het graaierig pletwalskapitalisme” van vandaag; wat mij een artificieel onderscheid lijkt. Alsof de eigenaars van de fabrieken in Aalst geen klassiek-liberalen waren …

    Wat wel juist is, is dat publieke ruimte meer en meer door private organisaties wordt ingenomen. Ik zie dat hier bijvoorbeeld met het jaarlijks Folkfestival (dat mag nu zo niet meer noemen, nu is het “Dranouter”, ook daar is de vervlakking van de commercialisering toegeslagen) de gemeente Heuvelland de straten afzet en dat bij politiereglement de bewegingsvrijheid van ons, inwoners, drastisch inperkt. Waarschijnlijk wordt dat politiereglement door de organisatoren zelf geschreven.

    De organisatie doet al het mogelijke om onze “gevangenschap” (beetje hard woord, maar je weet wel wat ik bedoel) zo aangenaam mogelijk te maken, maar het klopt inderdaad dat het één private organisatie is die de publieke ruimte (althans voor een tijd) inneemt.

    Het filosofisch probleem heb je echter niet blootgelegd volgens mij, en dat is of het concept “publieke ruimte” niet inherent onvrij is? Want, face it, een publieke ruimte moet altijd politiek bestuurd worden, en waar politiek is, is dwang.

    Stel je voor dat alle wegen en kanalen, alle pleinen en parken, alle weiden en meren, privaat eigendom waren (libertariërs kwijlen bij de gedachte alleen al), dan zou er geen issue zijn met het bezetten van de publieke ruimte door één actor uit de privé. Dan is het duidelijk wie de eigenaar is en wat die eigenaar toelaat. Nu is niemand eigenaar, maar draagt iedereen de last.

    Analyses als de jouwe vind ik heel zinvol, maar zelden nemen ze de verdediging op van het enige morele economische systeem dat de wereld ooit gekend heeft, en dat is kapitalisme. Ik gebruik opzettelijk dat woord, (en niet: vrije markt) omdat het heden ten dage verfoeid wordt. Ten onrechte.

    Kapitalisme is een sociaal systeem gebaseerd op het respect voor de individuele rechten van eenieder, dus niet enkel van OF festivalorganisatoren OF burgers die er in de omgeving van wonen. Wil men een festival organiseren in een kapitalistische samenleving, dan moeten de organisatoren een regeling treffen met elk van de inwoners. De overheid dient in zo’n samenleving enkel om de contracten die de burgers onderling afgesloten hebben (bijvoorbeeld: u mag mijn weide als parking gebruiken tegen 1000 € huur per dag)af te dwingen met haar rechterlijke macht.

    Als festivalorganisatoren dus de legislatieve capaciteit (lees: politiereglement) van de overheid gebruiken om bepaalde individuen te dwingen, dan kun je dat bezwaarlijk kapitalisme noemen. En toch wordt kapitalisme met alle zonden van Egypte beladen. Een diepere kijk leert dat de aantijgingen tegen kapitalisme meestal neerkomen op deficiënties van de staat, en niet anders om.

    Het probleem lijkt me dus niet samen te vatten in de praktische vraag: “Moeten we onze publieke ruimte terug collectiviseren?”, maar wel in de filosofische vraag “Veroorzaakt een publieke ruimte niet inherent onvrijheid?”. Of het nu private festivalorganisatoren zijn, of gratis stadsfestivals (= publiek), veel verschil maakt dat voor de omwonenden niet uit.

    De onwaarschijnlijke grofheden van de FIFA in Zuid-Afrika die je zo goed omschrijft, zouden in een echte kapitalistische samenleving nooit mogelijk geweest zijn. Daar bestaat immers geen economisch interveniërende overheid die op staatsbevel zegt welke borden overplakt moeten worden en welke niet.

  5. Schitterend artikel.
    Ik mail het her en der rond.

  6. Yves Beaumont

    Weerom een prachtstuk, Johan!

  7. Inderdaad, de het ondernemersschap van deze tijd beroept zich op monopolies. Vreemd dan ook dat je de talloze pogingen overal copywright op te leggen niet mee in aanmerking neemt. Ten nieuwjare organiseerde een partij in het centraal station te Brussel een receptie. Ook dat was van het goede teveel. De openbare ruimte is niet te koop want de gemeente beheert die namens de stads- of dorpsbewoners, maar helaas lijkt de burger zot te zijn van ijssculpturen en ander onheil. De openbare ruimte, de markt, waar men terecht statiegeld vraagt van de kramers, loopt echter leeg. Men monopoliseert de ontspanning en laat zien dat men de lessen van 1989 nog altijd niet begrepen heeft: wie de burger het recht ontzegt al dan niet naar de Ronde te kijken, zowel die van Vlaanderen als van Frankrijk, wie de gregaire gedragingen van de Nederlanders ziet, moet zich ernstig vragen stellen. Het voetbal, wielrennen, het zijn geen volkssporten meer maar brood en spelen. Dan verkies ik ook meer bloot en spel, maar goed, dat doe ik dan mijn gecultiveerde tuintje, of ergens op een afgelegen strand waar de toerist niet komt, omdat er geen georganiseerde festiviteiten zijn.

  8. Is Johan Sanctorum nu “libertariër” of “libertair” ?
    Wat kwam Proudhon daar anders piepen ?

    • Wat is het verschil? En Proudhon, die was volgens mij een van de eerste anarchisten. Al zijn die natuurlijk familie van de libertariërs via het anarcho-kapitalisme.

      • Ik act mij niet bevoegd om intellectuele,filosofische of nog pietpeuterige discussies aan te gaan. Maar volgens mij ZIJN libertairen anarchisten, en is er géén ‘natuurlijke’ verwantschap met anarcho-kapitalsme.
        Veeleer refereert LIBERTARISME naar “VRIJ SOCIALISME” en veel belezener mensen, zoals J.S. hoop ik,kunnen u daar veel duidelijker wijs in maken.
        Met libertaire groeten, Gerard Eggermont

  9. Nikolai Konstantinovich Tchicherniev

    Goede analyse, maar zoals we niet genoeg kunnen benadrukken: wij westerlingen hebben het per slot van rekening zelf gezocht toen we overschakelden van het 19e-eeuwse laissez-faire kapitalisme naar de sociaaldemocratie, in de waan dat zulk een systeem tot stand kon komen zonder dat financiële belangen het zouden verkachten (zelfs Lenin moest de communistische machtsovername met Westers geld financieren en daarna ettelijke deals met de Westerse zakenwereld sluiten). En dezelfde mantaliteit die gezorgd heeft voor de oprichting van de sociaaldemocratie zorgt ervoor dat de in Sanctorum’s huidige aangeklaagde problemen nooit opgelost zullen worden: het gepeupel krijgt er niet genoeg van te klagen over de excessen van het monopoliekapitalisme (neem nu de anti-BP activisten) maar zien niet in de invoering in de politiek van hun “scheissemoral” (“recht op waardig leven voor iedereen”, belasting van tabaksproducten, drugsverbod, enz.) er de oorzaak van is dat multinationals zich meester maken van het beleid.
    In “Heden geen mango’s uit Ivoorkust ” verwees ik al naar de niet-kapitalistische aspecten van het neoliberalisme, en het is uit deze versmelting van de hoop op sociale voordelen én de winsten van het kapitalisme dat we ons nu geconfronteerd zien met een massa die noch het één, noch het ander vaarwel wil zeggen, met als gevolg echter dat beide elementen slecht functioneren.
    Het lijkt mij dat er duidelijke parallellen te trekken zijn met de val van het Romeinse rijk, een periode waarin we dezelfde frustratie van de massa’s zien t.o.v. problemen die ze zelf veroorzaakt hebben: de verkrachting van de senatoriële macht, de zedeloosheid, de devaluatie van de munt, die allemaal door de massa werden verlangd teneinde hun momentele pleziertjes te behartigen, maar later hard betaald moesten worden. En net zoals het gepeupel het verval destijds toeschreef aan goddelijke krachten, schrijft het dat vandaag toe aan het (monopolie)kapitalisme (die termen hebben dezelfde betekenis voor hen), een seculiere boze en slechte godheid. Kortom, ze zien de oorzaak altijd in iets anders dan hun eigen cretinisme.
    Zoals ik al eerder zei,is de enige uitweg een ultrakapitalistisch systeem met duidelijke verantwoordelijkheden, duidelijke keuzemogelijkheden en in zover mogelijk, rechtvaardige machtsverhoudingen. Alle andere systemen zijn illusie.

    • Zoals ik mogelijks ook al eerder zei :
      Het probleem van de rotte appelen in de mand, IS de MAND.
      Toen het gepeupel vroeger zijn wintervoorraad appels ‘indeed’, werden de appels op zolder open gespreid,zodat elk ‘verrottend’ exemplaar er in een oogwenk kon worden uitgehaald.
      Nu bewaard men appelen in ‘hygiënisch conservatieve’ omstandigheden waarbij geen enkel overzicht of duidelijkheid meer mogelijk is.

    • Nikolai,

      Ik ga akkoord met je analyse. De moraliteit van een samenleving kan niet uitgedrukt worden in democratische termen: het is niet omdat een massa iets wil, dat het daarom intrinsiek goed is voor iedereen.

      Zo kan een massa, geïnspireerd door een goedkoop discours van gelijkheid ertoe aangezet worden te stemmen voor partijen die de bron van welvaart, namelijk productie, zwaarder en zwaarder gaan belasten, tot de toestand ondraaglijk wordt. Kijk maar naar de ondernemers, de meest vervolgde minderheid in ons land. Zij betalen zich blauw aan belastingen en worden in feite gestraft voor hun productiviteit.

      Het klassieke antwoord op die analyse is dat ondernemers vaak net geen belasting betalen doordat ze de achterpoortjes van de wet kennen. Dat klopt, maar enkel voor bedrijven die al groot genoeg zijn om fiscalisten en juristen in te huren die aan belastingsoptimalisering kunnen doen. Dat verklaart ook meteen waarom de vaststelling dat de rijken rijker worden en de armen armer, klopt.

      Maar zoals zo vaak is links juist in zijn observaties, maar niet in zijn causaliteit: die kloof wordt niet veroorzaakt doordat te weinig economische regulering ontstaat, maar net doordat er teveel van is.

      Wetgeving ontstaat immers niet in een vacuum, maar in een arena met macht. Die bedrijven met de beste lobbymachines bij de overheid laten wetgeving stemmen die de markt onvrijer maakt, die hun positie bevoordeelt en bestendigt, waardoor de concurrentie vervalst wordt. Er bestaat geen enkel natuurlijk monopolie dat eeuwig is, enkel wettelijke monopolies kunnen dat zijn.

      De reden overigens waarmee belastingen worden gelegitimeert is de zorg voor de laagste sociale klassen. Welnu die betalen geen belastingen en frauderen vaak sociaal. De rijkste klassen betalen evenmin belastingen en frauderen vaak fiscaal. Het is de middenklasse die alle rekeningen betaalt, wat onhoudbaar is.

      Een kleine minderheid onder hen wordt – vaak bij politieke voorspraak – inderdaad superrijk, maar het grootste deel van die klasse verpaupert in sneltempo. Wanneer men dus beweert dat de kloof groter wordt, dan klopt dat: het is de middenklasse die afkalft. In collectivistische samenlevingen bestaat de middenklasse zelfs helemaal niet.

      Een systeem van “ultrakapitalisme” invoeren is daarom niet eens nodig: beperk de overheidsinterventie en je middenklasse zal terug aangroeien.

      • Ik denk dat uw begrip van de massa enigszins eenvoudig mag heten, want nog nooit was de scholingsgraad zo hoog en mensen hebben niet per se de indruk dat ze hun leven niet meer in eigen handen hebben dan een generatie geleden, alleen doen velen er veel moeite voor de massa tegenover de elite te stellen en zo een duaal systeem lijkt eenvoudig, maar klopt niet als men de samenleving beter bekijkt. Ergo, uw voorstel en dat van Nikolaj om een amoreel economisch systeem op te zetten spoort niet met de realiteit dat mensen zzich alleen als berekenende economische ratio’s gedragen. Ook het determinisme dat volgens een aantal darwinisten het logische gevolg zou zijn van de adaptatietheorie spoort niet met het onderzoek over individueel gedrag, c.q. als mensen voor een integriteitstoets staan. Sommigen gedragen zich volgens regels van wellevendheid, anderen kijken slechts naar eigen belang, meestal zoekt men naar second best solutions, waarbij gedeelde belangen ook hun plaats hebben. Uiteraard zal men hier geen absolute meetgegevens over hebben, omdat men zich pas achteraf rekenschap geeft van een moment voor zo een integriteitsproef te hebben gestaan. Hypothetische vragen die psychologen voor tests onderwerpen kunnen er een licht op werpen, maar niet volkomen. Dat betekent dat een goed werkend maatschappelijk systeem op verschillende niveaus naar kostbare, wankele en zeer tijdelijke stabiliteit leiden, al kan men stellen dat de 18de eeuw in Engeland (dus wat nu Engeland heet, zonder Schotland) en Vlaanderen zo een momenten van een economische groei kenden, zij het op totaal verschillende manieren, de Britten kenden een begin van grootschalige productie, terwijl Vlaanderen een agrarische revolutie plaats had, die tot grote demografische bloei leidde, maar ook dankzij huisnijverheden tot grote welvaart voor stedelingen, boeren en buitenlui, kleine pachters. De conclusie is dat zowel de collectieve als persoonlijke beleving ervan, die zowel in het UK als hier nagenoeg vergeten is door onder meer het negeren van dit hoogtepunt van economische, sociale en zelfs culturele bloei. Zeker de toegang tot die cultuur is nu voor ons moeilijk terug te vinden, al kan men zich in verzamelbibliotheken hiervan rekenschap geven. Het vergt dus meer doorgedreven denkwerk om het onderscheid tussen de theoretische concepten en de werkelijkheid met elkaar in verbinding te brengen, dan u doet. Wat JS doet is aangeven dat een deel van het publieke domein door de overheid aan de private sector wordt verpatst, zonder daarvan rekenschap af te leggen aan het publiek, een soms dankbaar publiek dat van brood en spelen zou houden, maar of dat om massa’s gaat, laat staan de massa, daarover heb ik mijn twijfels.

  10. Over die scholingsgraad kunnen we nog wel even redetwisten, maar het klopt dat “de massa” niet bestaat. Wat wel bestaat is een groep individuen in dezelfde sociale toestand (bijvoorbeeld arbeiders) die zich verenigen en met die macht van het aantal rechten van de samenleving afdwingen, die niet noodzakelijk het welzijn van de samenleving als geheel verhogen.

    Om terug te keren naar de oorspronkelijke discussie: ik volg de analyse van JS volledig, maar ik wees erop dat het probleem volgens mij niet is hoe we de publieke ruimte terug kunnen veroveren (“collectiviseren” zo je wil) zodat ze terug “vrij” is, maar wel OF een publieke ruimte überhaupt vrij kan zijn.

    Het gebruik van het woord “massa’s” (evengoed vervang je dat door “belangengroepen”)komt voort uit het feit dat ik reageerde op Nikolai, die het woord eerst gebruikte. Ik dacht dat het hoffelijk was om datzelfde woord te gebruiken, maar “belangengroepen’ is inderdaad accurater.

  11. Raoul De Smet

    Dag Johan,
    Goed dat je nog eens die massahysterie van festivals en sportmanifestaties onder de loep neemt. Het is natuurlijk ook interessant dat je de slimme profiteurs van dergelijke onderneming op de korrel neemt. Maar is het eigenlijke onderwerp, en oorzaak van die problemen rond vrijheid, niet de zich vervelende, genotszuchtige, karakterloze, doelloze massa die zich laat manipuleren en die overstelpt en overspannen door de informatietsunamies rijp is gemaakt tot willoos kannonenvlees? Zou de opvoeding en opleiding niet wat minder “vrij” moeten zijn zodat de massa weer leert waar die persoonlijke vrijheid eindigt en waar ze moet verdedigd worden?

  12. Gerard Eggermont

    Bij gebrek aan duidelijkheid, zal ik maar verder appelen sorteren.
    Waarbij J.S.’s stukken, hoe prachtig ook geschreven, samen met zijn outing, zich catalogeren bij het modieuze, arrogante anarcho-kapitalistisch en libertarisch gezwets zoals hierboven en mogelijks verder hieronder.
    Het worden voor mijn part (maar wie ben ik ?)schrijfsels
    die in gelijk welk of wiens hol dan ook mogen verdwijnen.
    Met pijn aan het gat, vanwege …
    Adieu.
    Anderen hebben dit reeds lang vóór mij, maar om veel opportunistischer en pc-(politiek correcte, in JS-visie)redenen gedaan.

  13. L'Empereur Beyazid

    Hebben de Byzantijnen hun pleziertjes? En welk geslacht is het nu, zegt mij da ne keer?

  14. Als we de publieke ruimte vrij laten, wordt ze ingenomen (ook juridisch) door de actueel machtige kapitalisten. Daarom zou men kunnen zeggen dat men de publieke ruimte beter onmiddellijk inneemt. En omdat we in een democratie leven, gebeurt dat door politieke strijd, die in het Westen tussen links (‘beperk de publieke ruimte een beetje’) en rechts (‘beperk de publieke ruimte zo weinig mogelijk’) gevoerd wordt.
    Afgezien van N*A*O*’s ongeloof in de rechtstreekse impact van de uitkomst van deze politieke strijd en van zijn geloof in de noodzaak van voorafgaande zware rampen (zoals de wereldoorlogen en een mondiale financiële crash), deelt hij – eventueel tegen beter weten in – Sanctorums pleidooi voor een ‘echter’, meer structureel denkend links en dus in zekere zin ook voor meer collectivisering.
    De Dag van het Socialisme van 20 maart was N*A*O*’s inziens echter een complete mislukking vanwege de ideeënarmoede van de dag organiserende folkloristische PVDA+, die niet wil inzien dat het “groot verhaal” van het internationalisme niet wervend is. Het marxisme moet geheel vernieuwd worden.
    (Idee 1) Om niet meer in stalinisme te vervallen mogen de productiekrachten niet gecollectiviseerd worden. Het staatscollectivisme moet zich beperken tot de consumptie, t.t.z. tot de distributiesector. De staat moet als tussenschakel al het geproduceerde opkopen en wordt zo een “koning klant”, die onrechtstreeks de vervreemding van het “savoir faire” (=de proletariserende productie-verhoudingen) kan tegengaan.
    (Idee 2 m.b.t. de massa’s) Tegelijk moet ook de vervreemding tussen producent en consument, de vervreemding van het “savoir vivre” aangepakt worden. Want zelfs als we niet uitgebuit worden, kopen we slaafs al die geproduceerde rommel? Als consumenten moeten we dus zelf kapitalist worden en inspraak bewerkstelligen in het productieproces. We moeten toegeven dat we meestal geïntimideerd en/of gefascineerd zijn wanneer er een geslaagd ondernemer in ons midden vertoeft. Waarom ? Omdat ondernemers door zichzelf en door allen beschouwd worden als drijvende kracht van onze samenleving. In plaats van hen achter hun rug aan te vallen, moeten we direct met hen communiceren en een van hen worden, zonder onze eigenheid te verloochenen.
    ‘Wij moeten kapitalist worden’ betekent dat onze industrie (onze motor) opgenomen moet worden in de kern van ons samenleven. Geen onderscheid meer tussen productie (van 9 tot 5) en consumptie (van 5 tot 12) : we hebben nood aan een ‘gesublimeerde’ of een ‘culturele industrie’.

  15. marc tiefenthal

    Ik heb lange tijd gedacht dat als je in de privé ruimte met of zonder broek rondloopt, hier niemand naar kraait. Noch mag kraaien. Het is inderdaad stuitend te zien dat zij die hogere belangen moeten vertegenwoordigen, om een Ronde van Frankrijk binnen te rijven of het WK Voetbal of Europese Boekenstad, hun broek uittrekken.
    In de senaat daarentegen… Sinds 1993 weet ik alvast dat heel dat gedoe om ‘onze stad, ons dorp, ons gewest, ons land, enz. op de wereldkaart te zetten’, naar de woorden van Jean Buyck van het Museum in Antwerpen, niet meer is dan marketing.
    Zet jezelf maar eens op de wereldkaart… Zonder je broek uit te trekken. Via een blog bijvoorbeeld. Liefst niet in het Engels. Tenzij je die taal beheerst.
    Grote reclameblokken, een hond die een man bijt lust ze normaal niet. Wegens niet hapklaar. Dus als Woestijnvis de Ronde van Vl opkoopt, is de woestijn dichter bij gekomen en de vis dra verdronken.

  16. Pingback: Paniek op de wei « Visionair België

  17. Pingback: De FIFA kan de pot op. « Visionair België

  18. Wat de ‘VIP-tent’ betreft meen ik het volgende te hebben gelezen…

    Vroeger betaalden ze een bescheiden bedrag aan de ronde (en mochten in ruil de ronde als reclame gebruiken voor hun tent).
    Woestijnvis eiste echter 10x zoveel, waarop de organisatoren alle verwijzingen naar de ronde lieten varen, maar wel hun tent zetten (en uiteraard niets betaalden).
    Vandenhaute ging hiertegen in door een kortgeding aan te spannen, waar hij volgens mij over de gehele lijn ongelijk heeft gekregen. De rechter argumenteerde zelfs dat ie maar zo inhalig niet moest zijn…
    (onbevestigde bron)

    Blijkt dat toch niet iedereen zomaar buigt voor de economische grootmachten die momenteel de plak zwaaien.

  19. Joost Rampelberg

    De analyse is juist. De voorstellen lijken prima. Maar kunnen die vreedzaam gerealiseerd worden? I doubt it, said the carpenter, and shed a bitter tear.

    Prof. Dr. Joost Rampelberg.

  20. Pingback: Kan de FIFA België redden? « Visionair België

  21. Pingback: Kan de FIFA België redden? « Res Publica

  22. mynickname

    test