Epifanie

Pleidooi voor een cultuur van uitschrijven en ont-lezen

Als een windhoos raasde expert Jan Hoet door het Paleis van Schone Kunsten. De Standaard had hem dit voorjaar uitgenodigd om de inzendingen te inspecteren van “De Canvascollectie”, een door de VRT georganiseerde talentenjacht die vooral naar het “innerlijke, verbazende, en weerbarstige” op zoek was,- dixit de jury. Op een zondagavond werden alle inzendingen nog eens op TV getoond, aan de snelheid van één beeld per seconde. De hyperkinetische Jan Hoet had voordien al in een halve minuut alles bekeken en 90% platgetrapt, zo lees ik toch in De Standaard van 12/5/2010:
 “‘Allee, wat hangt hier nu? Die tenten, wat is dat voor iets? Je kunt ook caravans schilderen. Maar kunst is het niet. Het is zelfs niet echt goed gedaan. Zie, hier, die rode tent, dat is een dood stuk. Rood en toch dood!’”
 Moest ik in die tent gezeten hebben, ik was eruit gekomen en had de eminente curator een pak slaag verkocht, en daarmee en nieuwe uiting van action-painting toegevoegd aan de collectie. Jan Hoet doet zich voor als een speurder naar het excentrieke en onverwachtse, maar eigenlijk hanteert hij de strenge, haast dogmatische regels van zijn eigen modernistische tabulatuur.
 “Slecht, tot zeer slecht” zuchtte de kunstpaus, “Mama mia, wat is dat hier, die kent er helemaal niks van”.
 Uiteindelijk waren het toch weer echte profs die wonnen. Geen onbekend talent, geen verrassing, geen eigenzinnigheid, maar een koppel fotografen dat al dertig jaar meedraait in het circuit. Ingewijden dus…

In dit essay wil ik het niet over Jan Hoet hebben, zelfs niet over kunst, het is maar een binnenkomer. Het gaat over machten die ons beheersen, ons leven bepalen, en die –misschien- kunnen ontweken worden, met als hamvraag: Hoe de collecties ontlopen?

Lees meer

Advertenties

2 Reacties op “Epifanie

  1. Eddy Strauven

    Waarde Johan

    Graag houden wij eraan u te danken voor uw bijzondere prestatie tijdens het openingsweekend van ‘Het zoekend hert ° The searching deer’. Zelf was ik bijzonder geboeid door uw uiterst gedegen bijdrage. En ik niet alleen. Bij de quasi unaniem enthousiaste reacties noteerde ik tweemaal – en los van elkaar – de beoordeling ‘briljant’. Dit laatste onder meer uit de mond van een letterkundige, die anders zeer spaarzaam is met loftuitingen. Iemand zei ook dat het maar een kwestie van tijd kan zijn, vooraleer u ook in Nederland wordt opgemerkt. Wij zijn het daar hartsgrondig mee eens.

    Namens filsofiehuis ‘Het zoekend hert’
    Eddy Strauven en Christel Kersemans

  2. Inderdaad en helemaal waar hoe de kunstindustrie,het literaire of muziekwereldje werkt. Meester-keurders zoals Jan Hoet, zwaaien het dirigeerstokje over de orchestratie in de artistieke abatoirs en stellen de canon der corryfeeën met hun keurmerk samen. Twee dingen begrijp ik niet nml. 1/ Wat is de maatschappelijke relevantie van ‘ontschrijven’of het grensland waarin alles voorlopig is, nog niet is aangekomen? Het zoveelste conceptuele?
    2/ Ten einde de door u beschreven machinaties te weerstaan, is het dan niet beter dat kunstenaars massaal hun rug naar deze pausen keren?