Maandelijks archief: december 2010

Zeg geen dingen die je voordien nooit zei.

Over het Orwelliaanse wereldbeeld van Annemie Turtelboom.

“Het gaat om het detecteren van lonely wolves, jongeren die volledig in hun eentje via internet een “knip- en plakideologie” voor zichzelf samenstellen.” Zo omschrijft Annemie Turtelboom (VLD), minister van binnenlandse lopende zaken, haar nieuw mobilisatieplan tegen “radicalisering en polarisering”, speciaal bij de veelvuldig op het internet surfende jeugd. Op advies van criminologen Paul Ponsaers en Brice De Ruyver moeten scholen en verenigingen actief ingeschakeld worden in de neiging van jongeren om “zich af te zonderen” en zomaar op hun eentje te gaan grasduinen in de wereld van ideeën en levensbeschouwingen. Vroeg of laat komen ze bij Bin Laden terecht, zo leert ons professor Brice De Ruyver, voormalig veiligheidsadviseur van Guy Verhofstadt. Dus kunnen we dat schuinmarcheren maar beter proactief tegengaan en de kudde bijeenhouden.

Eerst iets over die “knip- en plakideologie”. Ik ben respectievelijk Vlaams-republikein, ecologist met sterke sociale reflexen, libertariër, bewonderaar van de utopische socialist Charles Fourier, en cultuurconservatief,- ik spreek dan nog niet over mijn andere aberrante en schier inconsistente voorkeuren en hobby’s.  Alles is voor mij –daarom niet voor anderen- deugdelijk samengesmolten in een behoorlijk functionerend conceptueel kader waarmee ik de wereld te lijf kan gaan, dingen kritisch kan analyseren, me kwaad kan maken, enthousiast kan zijn. Zonder twijfel gaat het hier om een bricolage, een knip-en-plak-ideologie. Kent u er een ander? Kan men op een andere manier een identiteit en een wereldbeeld vormen,- behoudens dan de complete brainwashing, het educatief pletwalsen, de totale nivellering, het klonen van compleet gehomogeniseerde individuen?

Laat die afwijking nu toch wel een wezenlijk aspect van onze westerse cultuur zijn: het vreemdgaan, Parsifal, de reine dwaas, de onnozele hals, de buitenstaander, de eenzame bricoleur…

Door nadere studie weet ik dat zelfs die Fourier de mosterd elders is gaan halen, gelezen en geplukt heeft wat hem het best paste,.. dus ook “geknipt en geplakt heeft”. Zoals alle filosofen. En volledig in zijn eentje! Die afkeer van de eenzaamheid en de zelfstudie bij de steeds in het zwart getooide Annemie, daar moet toch iemand eens een psychoanalyse van maken. Wie iets “alleen” doet, bakt er voor haar per definitie niets van, of begeeft zich in de zonde. Men kan zich nochtans afzonderen om velerlei redenen: naar het toilet gaan, om Nietzsche te lezen, om opera te luisteren, om te bidden, om gedichten te schrijven, om te masturberen, of om bommen te maken. Maar voor de minister is dat allemaal hetzelfde: wie zich buiten de kudde waagt, is een lonely wolf, een anomalie in de samenleving. Het onaangepast zijn wordt een kwaal op zich. En laat dat nu toch wel een wezenlijk aspect van onze westerse cultuur zijn: de deviantie, het vreemdgaan, Parsifal, de reine dwaas, de onnozele hals, de buitenstaander, de eenzame bricoleur (die in het verhaal, zoals bij Parsifal, de goegemeente redt uit haar sclerose).

En dan dat mopperen tegen radicaliteit, die doorlopend met extremisme verward wordt. Radicaliteit en polarisatie zijn het zout en peper van onze samenleving. Ik hou van mensen die weten wat ze willen en echt gekozen hebben. Omwille van haar ideeënloze ideologie beschouwt mevrouw Turtelboom echter de democratie als een vrolijke markt van instant-meningen, waarin zich een shoppende kiezer/consument lichtvoetig beweegt. Radicaliteit is daarin hinderlijk, hoekig. Het is juist deze ondraaglijke lichtheid die –terecht- gecounterd wordt door een andere visie op democratie: die van een latente burgeroorlog, of laten we het een gewapende vrede noemen. Een maatschappij die haar eigen dialectiek accepteert, –de idee dat alles wordt, uit tegenstellingen en conflicten. Respect voor andersdenkenden hoort daar bij, lankmoedigheid en compromis-bereidheid niet. We leven al ettelijke decennia in een context van het Belgische compromis en de consensus, en het systeem blijkt van geen kanten meer te werken. Het politieke midden is mentaal dood, elders in Europa en de wereld trouwens evengoed, en het behoort tot de perverse logica van de hedendaagse parlementaire democratie dat dit midden zich desondanks steeds weer opdringt als het centrum van de waarheid. Quod non: de waarheid zit helemaal in de marge. Geef mij maar Wilders, het Vlaams Belang, naast Gaia en de PvdA. Radicale visies die zich bij voorkeur meten met andere radicale visies. Zij lokken de waarheid als het ware uit haar schuilplaats. Het extremisme komt pas op de proppen, wanneer die confrontatie geweigerd wordt, en de polemiek plaatst maakt voor het enkelvoudig dogma. Maar ik zie vooral juist in het midden een weigering van de confrontatie, zie bijvoorbeeld het “cordon sanitaire”.

Dat er dan een paar mafkezen zich in naam van Allah willen opblazen met zelfgemaakt speelgoed, is dan niet het probleem van de radicaliteit op zich, maar vooral van de desbetreffende doctrine, in casu de islam. De ideologie zelf dus, niet de mate van engagement die men ervoor opbrengt. Dat vergt dus weerom studie, analyse,… confrontatie.

Talrijke gevaarlijke individuen gingen u voor

Maar daar wil mevrouw Turtelboom niet aan beginnen. Mensen die van een mening hun overtuiging maken, zijn per definitie gevaarlijk. Dus ook de Vlaamse separatisten, of de getuigen van Jehovah, of Greenpeace. Haar visie is dus liberaal-nihilistisch, om niet te zeggen: postmodern-fascistisch. Ze gelooft in niets meer, zeker niet in de vrijheid van het individu, zelfs niet in haar eigen gelijk of in de billijkheid van het systeem waarin ze functioneert. Ze wil gewoon beletten dat er zich identitaire kernen vormen van individuen of groepen die zich buiten het mainstream-denken stellen dat door de massamedia wordt ingelepeld.

De afwijking wordt dus een kwaad op zich, te remediëren met opsluiting of met een spuitje. Filosoof Michel Foucault waarschuwde er al voor: onze zogenaamde democratische “open samenleving” kan niet om met marginaliteit, die gemedicaliseerd of gecriminaliseerd wordt of, als het even kan, beide.

Plots wordt dat politiek nihilisme ook weer zeer religieus-kerkelijk en exorcistisch: het enkelvoud wordt als afvallig en heterodox beschouwd, vreemd aan de rechte leer, apocrief. De gelovige massa wordt op dat moment ingeschakeld als zelfcontrolerend organisme voor de duiveluitdrijving. En hier komt de Orwelliaanse dimensie van het verhaal om de hoek kijken: de minister wil ook dat oren en ogen worden opengehouden om “verdachte” bewegingen te detecteren en te melden. We hebben dus allemaal een meldingsplicht. De scholen en verenigingen, door de minister opgevorderd als antennes, zijn dan de ideale doorgeefluiken:

“Wanneer zij merken dat iemand zich afzondert en dingen gaat zeggen die hij voordien nooit zei, moet dat een signaal zijn om die jongere daarover aan te spreken. En wanneer dat niks oplevert, vraag ik dat ze de politie inschakelen.”

Tja, wie zou er zo allemaal dingen gezegd hebben die hij/zij voordien niet zei? Hebt al wel eens iets gedacht dat u voordien niet gedacht had? Neen? Dan zit u safe. Indien toch, dan bent u op het verkeerde pad. Nitwits als Jezus, Boeddha, hogervermelde Friedrich Nietzsche, Schopenhauer, Einstein,- zijn u voorgegaan, tot hun scha en schande. Allen hebben ze iets gezegd dat ze voordien nog niet gezegd hadden,- erger nog: dingen die voordien nog niemand gezegd had. En dat vies oud ventje, een zekere Immanuel Kant, die zich zo afzondert, wat doet die elke dag om halfvier, met zijn hoed en regenjas, zogezegd op wandel? Hmm… dit moeten we toch melden, waar is dat formulier ook weer.

De gelovige massa wordt op dat moment ingeschakeld als zelfcontrolerend organisme voor de duiveluitdrijving. En hier komt de Orwelliaanse dimensie van het verhaal om de hoek kijken…

In laatste instantie gooit de minister van binnenlandse camera’s zoveel kinderen met het badwater weg, dat men echt van cultuurnihilisme kan spreken. Het de facto plaatsen onder aanhoudingsmandaat van al wie zich even afzondert, produceert op het einde een Orwelliaanse hel, de oorlog  van allen tegen allen, wellicht het tegendeel van wat mevrouw Turtelboom in haar menslievendheid zogezegd beoogde.

Maar de strijd van Annemie is bij voorbaat verloren: hoe meer het afwijken verboden wordt, hoe aantrekkelijker. Het is juist de oppervlakkigheid van de consensusdemocratie en haar spectaculaire spin-offs, de valse mythe van de “warme” samenleving en de verplichte sociale cohesie, die jongeren op zoek doet gaan naar intellectueel houvast, naar engagement en diepgang. Een liberaal die zo’n daad van vrijzinnigheid, in de echte zin van het woord, verbanvloekt,- daar kan mijn verstand niet bij.

En euh…, à propos, is dit eigenlijk nog wel een lopende zaak van een ontslagnemende regering? Of zijn we onmerkbaar al in een nieuw regime binnengegleden, van de nieuwe orde-op-zaken, la Belgique nouvelle qui est arrivé? Een zakenkabinet dat via een wazige war-on-terror-doctrine, geleend van George W. Bush, de greep van de overheid op de samenleving verstrakt?

Ik zou zeggen tot de surfende jeugd: snel weg van deze plek! Google eens onder de woorden Nietzsche, Sartre, Kant, Schopenhauer. Blijf vooral zoeken naar dingen die niet voor het grijpen liggen, laat u niet Turtelbomen. En jawel, zoek gelijkgezinde lonely wolves, dat is nog zoveel prettiger. En ongemakkelijker voor het systeem.

De jacht is geopend

Niet alle complotdenken is paranoide

Toen “De vierde onmacht” verscheen, het vervolg op “Media en journalistiek in Vlaanderen”, samengesteld door F. Thevissen en mezelf, kwamen nogal wat lieden aan mijn mouw trekken met de vraag waarom ik voor de tweede editie bedankt had. Daar zijn verschillende redenen voor.
Ten eerste ben ik niet de man van de eindeloze “sequels”, het uitmelken van een thematiek waarin eigenlijk geen nieuwe elementen te bespeuren zijn. Het punt was gemaakt, de rest behoorde hoofdzakelijk tot de persoonlijke agenda van Frank Thevissen die ik –sans rancune– ervan verdenk om na zijn ontslag aan de VUB geestdriftig op zoek te zijn naar een tweede leven, dat zich voor hem ergens in de sfeer van de “mediakritiek” situeert. Een persoonlijk overlevingsproject waarvoor dan ook wel wat lui moeten opdraven.  Fundamenteler is de vaststelling dat “De vierde onmacht” in hoge mate geschreven blijkt door insiders, nl. diegenen die in de eerste editie nog onder vuur lagen: de beroepsjournalisten zelf. De “externe kritiek”, het perspectief van de buitenstaander, blijkt geruisloos vervangen door de scope van de kenner, de participant, de ingewijde in de netwerken. Van Dirk Barrez, Pol Deltour, Cas Goossens, over Tom Nagels en Tim Pauwels, tot Luc Van der Kelen en Guido Van Liefferinge. Allemaal interessant volk en publicitair goed voor het boek, maar ze behoren wel tot de ons-kent-ons-cultuur waar “Media en Journalistiek in Vlaanderen” zo tegen te keer ging. Wat is er met de echte mediawatchers gebeurd? Waarom haakten zij af?

Lees het essay