Op zoek naar een zebra-pad

Over humanitaire waan en identitair gebakkelei
Het is nu definitief: de Beatles behoren tot het werelderfgoed. Meteen is heel de omgeving in Liverpool, waar de vier gabbers hun carrière begonnen (Abbey Road, de muziekstudio’s aldaar, het zebrapad waar ze in 1969 voor een fotoshoot poseerden,…) sacrosanct verklaard. Het toerisme van de stad Liverpool vaart er wel bij, maar daar gaat het niet om.
The Beatles verwerven ook een plaats in de muziekgeschiedenis, en komen na Bach, Beethoven, Wagner en Stravinsky in de galerij der genieën. Op zich is daar weinig tegen in te brengen: een heiligverklaring is per definitie iets arbitrair. Ook Bach werd maar beroemd na zijn dood, en Stravinsky werd aan het conservatorium als absoluut talentloos beschouwd. Beethoven was een zonderling, Wagner een gestoorde megalomaan. The Beatles waren schreeuwende ragebollen die geen noot muziek konden lezen. Tot daar horen ze beslist in één rijtje thuis.
Maar daar zit nu juist de valstrik: moeten we rijtjes maken? Als elke kunstenaar in se een gabber is, die het warm water telkens opnieuw uitvindt, voor zichzelf, zomaar,… via welke weg komen ze dan in één traditie terecht, letterlijk een “overlevering”? Heeft er iemand iets overgeleverd? Of is dat een misvatting die eigen is aan musicologen, en, algemener, de historici tout-court?
Ik zal me hier als advocatus diaboli presenteren en betogen dat The Beatles niét in de galerij der eeuwigheid thuishoren. Straffer nog: eigenlijk hoort niemand er thuis.
Eerst rekenen we af met de fabel van de traditie, daarna met het nostalgische denken en de cultus van het langetermijngeheugen, om tenslotte het identiteitsbeginsel zelf te deconstrueren. Op de achtergrond speelt een algehele ontluistering van het humanisme en de humanitaire hypocrisie, net op het moment dat we in naam van de beschaving unaniem ten oorlog trekken…
Advertenties

22 Reacties op “Op zoek naar een zebra-pad

  1. Pas en ontvangen en al een antwoord? Dat kan niet ernstig zijn. Zo is het niet echt bedoeld, gewoon omdat JS een handschoen werpt die ik wel kan smaken. Ik denk dat lijstjes maken, canons met een top 1000 desnoods, heeft geen zin. In die zin kan ik JS volgen. Ook dat er een teleologie in zou schuilen, lijkt me voor de kunsten soms zeer bizar omdat Ludwig von in sommige werken eeuwig nieuw blijft. Het dehumaniseren en de gelijkschakeling kan men maar beter vermijden, omdat net zo een Boris Vian of een Violist (Gustave van de Woestijne) op zich kan bestaan en gesavoureerd kan worden. Pronken met universaliteit is inderdaad aanmatigend, want die heer Verhofstadt, is die dan thuis in de wereld van de sjamanen, waar Russische musici de mosterd gingen halen. Verschil, onderscheid en zo meer moet er zijn omdat mensen uniek zijn en tegelijk beantwoorden aan wat de wetenschap de homo sapiens sapiens noemt. Toch kan JS niet heen om de kwestie dat het best leuk en boeiend is eens door Eco onderhouden te worden, zoals met “de begraafplaats van Praag” het geval was. Heeft het betekenis? Precies om aan te tonen dat tradities soms zeer schots en scheef met de werkelijkheid aan de haal gaan. We denken er verder nog es over na.

  2. Johan,

    De essentie van filosofie is te komen tot consistente kennisgehelen, waarin nieuwe observaties zonder contradictie kunnen geïntegreerd worden in wat al geweten is. Deze passage is dan ook pijnlijk:

    “Ik heb het dus opgegeven om mezelf te rechtvaardigen voor een essay van zes maanden geleden: het lijkt wel geschreven door iemand anders. Ik lees het dan ook met de verwondering van een neofiet: ik ben op elk moment een alter ego, en dat geldt voor elk van ons. In het bewustzijn dat de schrijver én de lezer constant veranderen, is er noch een schriftuur, noch een lectuur, in de klassieke zin en volgens de traditionele machtsverhoudingen. We zijn niemand, het begrip “identiteit” zelf lost compleet op, samen met het fantasme van de “collectieve identiteit”, ook wel cultuur genoemd. En doordat we geen gemeenschappelijke geschiedenis hebben, kunnen we ook de grootste en gevaarlijke mythe ontmaskeren: de humanitair-humanistische engel des doods.”

    Wat is dat toch met die plotse uitbarstingen van compleet relativisme van je? Zie je dan niet dat dit identitair nihilisme net dat is wat elk debat onmogelijk maakt? Trouwens: iets wat niet wil bestaan, bestaat in zijn wil om niet te bestaan. Identiteit is axiomatisch, onontsnapbaar. Wat probeer je toch te doen? Het heeft geen enkele zin.

    Mengele een humanist noemen, de simpele paradox van Zeno opvoeren als enigma, en op de koop toe Tuymans opvoeren als een individu, terwijl hij de meest platte afvlakking is van een karikatuur van een kunstenaar, een icoon van de verkoop van lucht – het gaat me te ver. Dit is spielerei van de laagste plank. Tijdsverlies.

    Ik citeer: “Alleen het vergeten kan ons redden.”

    Sta me dan ook toe dat ik deze onzin regelrecht vergeet. Schrijf maar over politiek, metafysica is niets voor jou.

    Beste groeten,

    Brecht.

    • Brecht,

      Dat filosofie geen contradicties aanvaardt, omdat een consistente visie het doel is van het filosofische benaderen van de wereld en de mensen, mag niet verdoezelen dat dit niet altijd mogelijk is gebleken. Een snuifje anarchistisch afwijzen van de gekende paden kan daarom ook voor de filosofie geen kwaad. Wat JS over Mengele heeft geschreven, deed bij mij intussen een andere alarmbel rinkelen, want Mengele zag in de mens wel degelijk iets, maar daartoe moest hij eerst zijn slachtoffers ontmenselijken. Daar lijkt jS ver uit de bocht te gaan en crashen. Toch is duidelijk dat we vandaag te gemakkelijk naar WO II verwijzen voor allerlei gerieflijk denken dat onze eigen inzichten sowieso ondersteunen moet. Daar kan men maar beter eens ernstig over nadenken. Het boek van Draaisma is dan weer een opsteker, omdat de auteur ons kennen, herkennen en vergeten ernstig onderzoekt en het spel met quizz-kennis inderdaad onder druk weet te zetten.
      De dehumanisering van de markt blijft echter een kwaal van deze tijd, waar de hedendaagse filosoof relatief weinig over te melden heeft en dat blijft voor een groot verdriet.

      • Bart,

        “Dat filosofie geen contradicties aanvaardt, omdat een consistente visie het doel is van het filosofische benaderen van de wereld en de mensen, mag niet verdoezelen dat dit niet altijd mogelijk is gebleken. Een snuifje anarchistisch afwijzen van de gekende paden kan daarom ook voor de filosofie geen kwaad”

        Klopt. Maar daarop zeg ik:

        “Dat het niet altijd mogelijk is gebleken om een consistente filosofie te construeren, mag niet verdoezelen dat de taak van de filosoof nog steeds is om dat ideaal na te streven.”

        Dit “anarchistisch pad” is steriel. En hoe kun je het traditionele pad verlaten als de hedendaagse filosofie niet erkent dat er zoiets bestaat als een traditioneel pad. Dit is gewoon nullen na de komma van een nul toevoegen. Thanks but no thanks.

        Beste groeten,

        Brecht.

  3. Kleine rechtzetting, Johan: de Abbey Roadstudio’s (aan dat gelijknamige zebrapad) liggen niet in Liverpool, maar in Londen…

  4. Sorry, Johan, maar in dit essay, dat ik nu helemaal las, volg ik je volstrekt niet: ik ben het met je eens dat abstractie een vorm van geweld kan inhouden. Maar ik zeg wel duidelijk: ‘kan’. Is het gewelddadig duizend en één verschillende bomen aan te duiden met een en dezelfde soortnaam, ‘boom’? Dat zie ik heus niet. Natuurlijk verschillen mensen van elkaar, maar even dom als die verschillen te ontkennen, is het de gelijkenissen te willen ontkennen.

    Het grootste probleem dat ik met je tekst heb, is dat je gelijkenissen meteen gelijkstelt aan abstracties die de mens de realiteit zou opleggen. Maar als het gaat om soorten (zoals de mensheid) is het net andersom. Dat er zoiets als ‘mensen’ bestaat is niet iets dat wij de realiteit opleggen (zoals bij onze aanduiding van bomen wel het geval is). Wijzelf, als zelfbewuste wezens, zijn het resultaat van gelijkenissen die altijd al voor ons hebben gekozen. Zelfbewustzijn, wat ons als mensen aan elkaar bindt en gelijkstelt, is net het resultaat van een zowel aangeboren als aangeleerde vertrouwdheid met het gegeven dat wij net als de anderen zijn. De mens bezit een gevoeligheid voor het menselijke. Een gevoeligheid voor gelijkenissen dus: als ik dat niet had gehad, had ik een glimlach bij mijn vriend nooit spontaan als een glimlach kunnen zien, maar had ik daar theoretisch over moeten nadenken (wat ons met het zombieprobleem zou hebben opgescheept, waar we nu gelukkig niet mee zitten).
    Nu, wat dat ‘menselijke’ dan precies is – daar kan ik je dan weer in tegemoet komen -, dat zullen we nooit precies kunnen vastleggen. Het draait allicht rond een lichamelijkheid met een hoofd, twee armen en twee benen… Maar zelfs dat staat niet vast… Die ondefinieerbaarheid is maar goed ook. Wie het menselijke denkt te kunnen definiëren, staat misschien inderdaad niet zo ver van Mengele af. Maar dat is dus niet omdat er geen gelijkenissen bestaan en er geen eenheid zou zijn, maar wel omdat wij die gelijkenissen niet hebben gekozen, maar zij ons…

    Nog één ding: ik begrijp echt niet waarom je zoiets als ‘traditie’ denkt te moeten aanvallen. Ik ben toevallig een grote Beatles-, Bach- en Stravinskyfan, en als er één ding is dat zij allen met elkaar delen, is het wel net hun ontzag voor en onuitputtelijke nieuwsgierigheid naar hun eigen traditie: the Beatles voor de rock ’n roll uit de jaren vijftig, Bach voor de polyfonisten en Stravinsky voor onder meer Bach… En geloof me maar, dat is veel meer dan een pr-stunt: ik ben zelf singer-songwriter en alleen maar voor een pr-stunt zou ik nooit die tienduizenden Beatles-luisteruren hebben geklopt, die ik nu fluitend en met een glimlach tot achter mijn oren heb ‘doorstaan’.

    Het spijt me, Johan, maar in dit essay heb ik werkelijk de indruk dat je maar wat blind in het rond schopt…

    Natuurlijk blijf ik je komende essays met interesse volgen,

    houd je goed!

    • “Nu, wat dat ‘menselijke’ dan precies is – daar kan ik je dan weer in tegemoet komen -, dat zullen we nooit precies kunnen vastleggen.”

      ==> Een mens is een rationeel dier. Wie zich irrationeel gedraagt, gedraagt zich dierlijker.

      • Brecht, jij geeft een mooi voorbeeld van een abstractie die gevaren met zich mee kan (ik herhaal: kan) brengen. Want wat doe je dan met ‘mensen’ die niet meer rationeel kunnen denken (door een of ander ongeval of een hersenprobleem)? ‘Zij gedragen zich dierlijker,’ zeg je. Goed, maar mijn punt is net dat jij die andere zich zogenaamd dierlijk gedragende persoon niet anders zal kunnen zien dan als een menselijk persoon: je definitie verwaait van zodra je dat zogenaamd irrationele dier in het gezicht kijkt. De persoon die je voor je ziet is in eerste instantie een mens voor je. Die eerste spontane reflex is wat ik ‘de gevoeligheid voor het menselijke’ noem. En wat dat precies is, zal zich nooit laten vangen in definities. Het is ook geen statisch gegeven – zeker in de komende generaties, met alle technologische innovaties die het ‘uitzicht’ van een menselijk lichaam wel eens grondig zouden kunnen veranderen, staan er ons op dat vlak heel wat verschuivingen, en dus ook uitdagingen, te wachten. Een definitie van wat zogenaamd écht menselijk is, zal daarbij wel het laatste zijn dat we nodig hebben. Wel des te meer een oprechte openheid voor die onpeilbare gevoeligheid in ons, want het is ook die gevoeligheid die ervoor zorgde dat wij zijn wie we zijn. Definities keren alles om: wie het menselijke tracht te definiëren, zaagt de tak af waarop hij zit.

  5. Ik begrijp wel wat je schrijft Sanctorum maar hier la je u meedrijven op de waan van een soort magisch cultuurpessimisme. Mij krijg je niet mee.

    Gelukkig is de lente terug daar. Luister even naar het leven dat tussen de lovers kweelt. Humanitair is slechts een woord over een soort.
    “Identitair gebakkelei” is een modewoord over echte verschillen tussen de oren. Indien alle berbers nu eens tjilp-tjalp zouden kwelen in plaats van alla-akbar te roepen zou ik me al al een stuk beter voelen.

  6. Ik en ik en ook ik alsook ik hebben genoten van je woorden, mjam. Was dat lekker. Even tegen kaartenhuisjes schoppen, héhé. Natuurlijk, heb je gelijk. Helemaal. Subliem die passage : “Deel de tijd op, en u merkt dat er hij niet bestaat. Een dag verdelen we in uren, die uit minuten bestaan, die zelf uit seconden bestaan, dan nanoseconden, enzoverder. De paradox van Zeno stelde al vast dat de tijd, als continuüm, een fantasme is, want ze kan oneindig verder gefractioneerd worden. De kunst is dan, om de tijd als illusie te overstijgen, en in het moment te leven. Er zijn geen verbanden en geen categorieën, er is geen tijd en geen geschiedenis. Alleen het vergeten kan ons redden.” En zoiets durven schrijven… in tijden van jeugd verheerlijking… hahahahaha Tijd is een illusie. Leeftijd al helemaal. Toch?

  7. Speel eens met de legoblokjes en vindt plezier in de opbouw van ‘werelden’, iets wat de Britse filmregisseur Ridley Scott het toppunt van creativiteit en waarlijke kunstzinnigheid vindt.

    Zet een wereld – die inderdaad vaak grotendeels totaal op haar kop staat – op haar kop om haar enigzins terug op haar voeten te krijgen… Maar wees hierbij veel eerder toch steeds constructief… Bouw iets… Zeg het met de opbouw van het tegendeel van datgene wat je hekelt…

    Cultuurpessimmisme, defaittisme, nihilistisch-relativisme is immers nu nét datgene waar de moderne mens aan ten onder dreigt te gaan… Trap niet in die valkuil.

    Nog vóór ik de reacties van de anderen had gelezen had ik bij het lezen van jouw nieuwste essay zoiets van ‘oei, Johan toch’… Met dit essay ga je er soms héél vér over…

    En andere mensen oordelen is steeds iets immens precair, vind ik… Je hebt een scherpe pen… maar kwets geen concrete mensen, maar schrijf veel eerder eerder in de zin van : ‘wie het schoentje past, trekke het aan’…

    De dingen, en zeker mensen, zijn nooit zoals we denken dat ze zijn. Met elk oordeel over iemand concreets dreig je enkel maar een oordeel over jezelf uit te spreken.

    Ik mis een pen van een mens die werelden opbouwt ipv ‘oude werelden afsnauwt’… Waarschijnnlijk is dit ook niet de gepaste website voor datgene wat ik zoek…

    Niemand komt met een macabare “mengele moes” van allerlei figuren die je op één hoop gooit één stap verder in de bouw van een meer menselijke samenleving… Ik mag toch veronderstellen dat je zo’n meer menselijke samenleving echt wel wilt,niet?

    Lucide – al dan niet ludiek gebrachte – én erg gevatte kritiek op wantoestanden in deze post-postmoderne mondiale ‘samen?’-leving moeten evenwel geuit kunnen worden. In sommige van jouw essay-bijdragen was het écht wel raak! Daarom keer ik in pozen steeds naar deze website terug.

    Maar nu haspel je – naar eigen willekeur – mensen zoals Mengele, humanisten, Bach en anderen op één hoop en je maakt er een potpouri van die je dan uit het losgeslagen vuistje bekommentarieert…

    Ik besef dat mensenrechten in onze huidige mondiale wereldconstellatie een sprookje zijn én dat ‘Alle mensen worden broeders’ niet strookt met datgene wat de ‘zogenaamde humanen’ in de wereld effectief aan het neerzetten zijn…

    Ga misschien tevens ook een ambacht leren wat je linkt met 1001 ambachten én met de menselijke arbeid en wees blij met dat vakmanschap en de kick van de mooie kunst die inderdaad niet verhandeld moet worden via de logica van de opbod van geldspeculanten die evengoed uit de geparfumeerde drol van een ‘moderne ster’ munt kunnen slaan. Heel wat mensen hekelen deze verwordingsgang (dat hoop ik dan toch).

    Waar wil je zelf nu écht naartoe? Weet je dat zelf echt wel?

    Bij de libertariers wordt het vaak ook stil als je echt vraagt hoe zij een concrete samenleving “op een eiland” willen organiseren met daarbij verschillende gradaties van uitgangsomstandigheden, gaande van ‘de hoorn des overvloeds’ tot steeds ‘meer en meer beperkende omstandigheden’ én dit in het gegeven van de “concrete menselijke conditie”… om dan voor zichzelf te zien waar ze uitkomen…

    Ik geloof niet in utopieen maar wel in realiseerbare, evenwel steeds menselijk feilbare en “finaal steeds falende werelden”…

    Daarom geloof ik ook niet in Belgie…. maar dat is een ander verhaal…

    Met een hoog vitterijengehalte kom je nergens en verlies je het noorden. Je bent je kompas kwijt.
    Zoek dat instrument en herpak je.

    Ergens snap ik ook dat verhaal over die alter ego’s die teksten schrijven en die je maanden daarna leest alsof iemand anders ze heeft geschreven. Ik herken dat zelf ook wel.

    Vlaanderen lijdt heel sterk aan een soort meervoudig persoonlijkheidssyndroom… Jij bent – net zoals ik trouwens – één van hen én daar zijn de Dansaert-Vlamingen ook niet vreemd aan en zelfs BDW moet hierin voor niemand van ons onderdoen. We zijn met velen.

  8. Erna Vandeneynde

    Het lijkt me toch dat de meesten die hier reageren, niet goed snappen waar Sanctorums tekst eigenlijk over gaat. Eentje spreekt er zelfs over “cultuurpessimisme”, terwijl de tekst daar nu juist tegen in gaat, zo heb ik het toch begrepen: het zijn net de cultuurpessimisten en traditionalisten die hier de volle laag krijgen. Al die cultuurfreaks die constant denken dat we Bach moeten spelen om de wereld te redden.
    Een andere denkt dat Luc Tuymans hier wordt verheerlijkt, terwijl ook die te kakken wordt gezet. Begrijpen die mensen dan geen ironie?
    Sanctorum exploreert hier, denk ik, de absolute uithoeken van de postmoderniteit. Het is ook geen tekst waar je zomaar doorwandelt. Ik heb hem nu drie keer gelezen, en ontdek steeds weer andere facetten. Van alle essays die ik van Johan gelezen heb, is dit ook het extreemste, daarom brengt het allicht lezers in de war. De woorden “humaan” en “humanitair” krijgen een macabere bijsmaak (met het oog daarop werd wellicht Josef Mengele erbij gehaald), en dat is een klik die niet iedereen zomaar kan maken. Met de “humanitaire” oorlog tegen Kadafi op de achtergrond, lijkt het me toch plausibel.
    De rest vind ik zeker het nadenken waard: het langetermijngeheugen als een soort super-ego dat ons beknelt, het zoeken naar andere vormen van (non)-identiteit die daarop inspelen.
    Meesterlijk taalgebruik, waarin (en dat is een paradox die me steeds weer treft bij Johan S.) de schrijver doet wat hij zelf bekritiseert: de lezer verleiden.
    Tenslotte onthult Johan hier iets autobiografisch wat de moeite lijkt om over te bezinnen: het feit dat hij geen boeken wil schrijven, enkel nog essays, en dan nog op het internet. Zoals hij dat voornemen van “inconsistentie”uitwerkt (of is het meer een aanleg, een instinct?) , vind ik het toch wel bijzonder subversief en tegendraads. Iedereen schrijft tegenwoordig wel een boek, ik krijg er de fleurus van.
    Neen, geen essay voor de doorsnee-humaan. Roept weerstand op in ons geconditioneerd brein. Ik denk ook wel dat je wat moet gelezen hebben (Nietzsche, Foucault) om alle nuances en allusies te snappen. Dus toch het grote geheugen? Blijf ons verrassen en verwarren, Johan.

    • Cultuurpessimisme is iets wat me al langer boeit, al heb ik er de nodige moeite mee, omdat het zo gemakkelijk blijkt: je betreurt dat er geen grote kunst meer gemaakt zou worden, geen grote schrijvers meer zijn of boeiende toegepaste kunsten… terwijl we in de waan leven dat wat de bladen ons brengen net zozeer mainstream is, dat het een goed zicht ontneemt op wat welig tiert.
      Brecht geeft aan dat je filosofisch moet proberen, tegen heug en meug een consistent beeld van de samenleving en de wereld die het geval is, echt alles wat het geval is, op te bouwen. Intussen zien we dat filosofen, zeker in de Angelsaksische wereld zeer analytisch bezig zijn, hebben er blijkbaar geen zin meer in.
      Aan de andere kant is er het feit dat een aantal evoluties in de wetenschappen onze aandacht vergen, maar onvoldoende onder de aandacht komen om er het fijne van te weten.
      Daarom heeft het wellicht weinig zin een boek te schrijven om te blijven. Dan kan zo een webstek-essay meer soelaas bieden. Er zijn meer en meer tekenen dat het publiek de rol van media, vooral de brede of massamedia in vraag stellen. Nichezenders en dito bladen, krijgen meer belang. En vooral de nieuwsgierigheid die JS aanport komt me daarom zo belangrijk voor. Daarom mijn prompte reactie en tegelijk de vaststelling dat het essay van JS best nog enige reflectie velen kan.

  9. Het heeft geen enkele zin te willen vergeten, en evenmin te willen onthouden. De culturele tradities waaien ons permanent tegemoet, ze waaien door ons heen, of we ’t nu willen of niet. Ze maken deel uit van ons leven, zoals de vogels, de auto’s, onze vrienden en onze gevoelens dat doen. Als ik zin heb om naar Brel te luisteren dan doe ik dat, of hij nu een cultureel icoon is of niet. En verder heb ik met plezier Sanctorums voorbijgaand gegrinnik beluisterd. Enjoy your life, die onstuitbare vloedgolf van veelsoortige momenten. De rest is niets dan stilte.

  10. @ Erna

    Ik geef toe dat ik de tekst waarschijnlijk niet goed begrepen heb. De ironie rond ‘humaniteit’ en plots die opgevoerde Mengele was ergens nogal raar en zelfs heel ‘naar’ (naar mijn persoonlijk gevoel dan).

    Persoonlijk heb ik – uit een totaal verkeerdelijke loyauteitsbetrachting (die me ergens duur te staan is gekomen) – te lang in een biotoop rondgewaard van allemaal verzuurde, verbitterde mensen die allemaal met vlagen en oprispingen van rancune, cynisme én satire zich van de ene dag in de andere trokken… wat me finaal van daruit definitef heeft doen wegtrekken om in een eigen wereldje onder te dompelen waarin werelden worden gecreeerd… zoals ‘Vlaanderen’ voor mij veel eerder een bouwplan is waar je écht achter kan gaan staan ipv van dit een soort verijlde (of nu net andersom een versteende) ideefix is… Ik ben eerder een architect dan een filosoof… en mis bepaalde kennis om doorheen al die onderlagen de ironie achter bepaalde woorden te snappen… Met wat ik geschreven heb zeg ik weinig over Johans’ tekst maar meer over ‘mezelf’. Die ‘laatste’ is ook maar de enige die ik intussen wat heb leren kennen.

  11. Verdorie, daar heb ik nu eens niks van begrepen, zie!
    Ik moet hier maar niet te veel meer komen, want dat is niet goed voor mijn zelfvertrouwen.

  12. Nemo Xeno

    @ Alter Ego JS dixit Johan A.H.

    😉

  13. Al uw artikels daarnet nog eens diagonaal overlopend – de tranen rolden soms veelvuldig over mijn wangen van het lachen – wordt het meer en meer overduidelijk :

    je loopt zowat alle heilige huisjes van de post-postmoderiniteit (of hoe heet dat ding feitelijk?) plat, sabel met je pen elkeen als een sateetje op een stokje (met ‘Belgische frietjes’, wel te verstaan) bij elkaar en je plaatst op het einde van het duel tegen het monster met vele koppen een “Z van Zebra” op de vele anderen “in hun hemd gezetten”… als puntjes op de ‘i’ van alle ‘correcten’ die het nihilistisch relativisme tot een absolute waarheid verheffen… en intussen humaniteit veinzen en intussen wel terdege isoleren, monddood maken of verbannen al diegenen die – zoals je zegt – deze nieuwe cultuurcanon niet kunnen ‘proeven’.

    Meestal ‘hyperpijnlijk gevat én raak’… rebels en waarlijk ‘geuzig’ of ‘geuzellig’…

    Men kan inderdaad geen nieuwe huizen bouwen zonder eerst de oude rommel wat op te ruimen…

    In feite is het toch wel jammer dat er zo iemand moet bestaan… maar alles weloverwegen : het moet én – dat moet ook gezegd – het doet niet iedereen ‘goed’…

    vanwege één van de alters van een andere “niemand(al)”, een “anonieme ‘vreemde’ ” in een wereld die zichzelf steeds bij elkaar orakelt en waar je dan – liefst van al – in de marge van dit gebeuren blijft staan. WE ZIJN MET VELEN.

  14. JS zet de bijl in de steunpilaren van het huidige establishment dat gegrond is in een oud paradigma dat volledig op de helling komt te liggen. Hij “Z”-st in de metafysica van de oplossende paradigam’s ‘die hun tijd hebben gehad’… Hier duwt er één alter, verder trekt daar een ander alter. Zo gaat dat nu eenmaal met q-MP-disorder-lingen… Die vormen samen een symbiose. Samen met anderen vormt hij het eerste Bondgenoten Gezellen Genootschap, het Fellowship van de ‘onderste plank’… Met de zwammen en opruimertjes doen zij ‘hun ding’…

    Wie goed op de hoogte is van bacteriologie en virologie kan hierbij heel wat nuttigs opsteken ivm strategieen van wat men ‘parasieten’ – zoals ik – noemt. Het internet is een nieuw middel én tal van www-platformen fungeren hierbij als B-Oasen… Geef je informatie in deze omgeving door aan anderen in de vorm van plasmidische usb-sticks… en schep een parallelle vierde macht… En produceer dus kettingmails die heel de wereld rondgaan… en ‘infecteer’ anderen die vanuit hun “posite” hun “gemuteerd ding” doen… zonder dat ze genoodzaakt de anderen moeten kennen én op hun plaats blijven. Dat is nu net hun sterkte én ‘geheim’… Dit gebeurt dus tevens in het tijdperk dat gekenmerkt wordt door de dé-denominaties, ttz geen ‘verenigingen’ in de strikte zin van het woord vormen. Ze vormen het Tweede Bonte Gezellen Genootschap… de “Second Fellowship”, zeg maar…

    Anderen – de zieners onder hen – werken dan aan een gedegen alternatief… een blauwdruk, een heus Marshallplan, zeg maar… En de diplomaten en reconversisten onder hen zullen ervoor zorgen dat niemand ooit in het ijskoude ijs terecht komt (of dan toch enkel maar eventjes om uit de somnambulistische slaapwaaktoestand wakker te worden) en mede te werken aan een nieuwe renaissance… Ze vormen het Derde GezellenBondGenootschap van de Triade.

    De Pacificaal-Cuculianen – met hun Gezellen-genootschappen én met hun vele 101 ‘lonely wolves’-satellieten – vormen dan het sluitstuk van deze ‘Bond’. Die houden zich al 20 jaar ‘klaar’! Die doen “hun ding” op het gepaste moment en op een totaal onevenaarbare wijze. Zij zijn het Tetrarchische Gezelschap of het Musketieriaanse Vierde Sluitstuk van het Genootschap van de Pacificale Radix Multatuliaanse Avatar-VolkerenBond dat na 2012 haar vleugels zal gaan strekken.

    Alleen in dàt gegeven zullen de inwoners van Brüxssellas, Vlaanderen, Wallonie én de Oost-Kantons waarlijke zuurstof krijgen in een Ander Europa en in een Andere Wereld.

  15. @ Drs. Johan Arendt Hopladré…

    Op deze plaats zou dan een aurale emoticon moeten komen in de vorm van DE LACH VAN DE BULDERENDE NAR (of was het niet eerder de Joker) 🙂

    Er wordt gewoon veel te weinig gelachen, he Hippoliet… Happolliet… O, het is Happolati… Wat een naam, zeg! Onder welke steen heb jij gelegen?

    Een vlucht op Arendsvleugels zou hier nu eens het verschil maken, zie…

    Hoe heette de verteller van Erasmus’ Lof der Zotheid ook alweer…. Hidrodaleus… tja, mijn halfbakken Latijn, hé… Ik ben BDW dan ook niet… En – merde nog an toe – “mijn geheugen” laat me in de steek… om met al die grote mensen hier synchroon mee te doen sla ik toch wat een dom figuur… Zijn naam (ik bedoel van die ‘hygrodaleus’) betekende iets in de zin van : NONSENSE… Als naam van de narrator kan dat tellen, he! Zijn verhaal doet nu nog zelfs de ronde… aan de “uniefs” dan nog wel!De Universitas Cucularia heeft zo haar eigen vizie op deze nonsenserij…

    500 Jaar na het verschijnen van diens Lofrede aan de stapelkrankjorum Zotheid moet er toch iets speciaals verschijnen “te zijner gedachtenis…” want alles moet herdacht worden, hé …. al dan niet met
    inaugur(k)ale openingen… Heeft iets te maken met het openen van bokalen met augurken, denk ik… niet, toch? Om de oxidatie van het zure milieu wat tegen te gaan… Hahaha! Hmmm… Hoewel wat acuut “Alzheimeren” voor mij ook wel best eens deugd zou kunnen doen… “Resetten… die Machine!” En met een nieuwe lei beginnen…

    In feite begrijp ik er ook niets meer van. We kunnen misschien een Bond maken van de supersnullen. Ik heb alvast hierbij ingetekend. Wie neemt de pen over?

    Alle gekheid op dat satee-stokje van daarnet : ik ga nu een pannekoekske bakken! Doet gij hetzelfde, beste Johan. In gedachtenissen verenigd om 19u bij de eerste hap in die eerste pannekoek, teken ik

    met smakelijke groet

    vreemde nietsnut snottebel sjamaan
    met op de ene schouder een witte raaf of ekster (die elkaar als raadgevers afwisselen) én op de andere schouder een… koekoek, als vaste fluister-leidsman! En met een uilenmuts op het hoofd… en met de engelenstem die elkeen van onzer alters ‘vleugels geeft’ en ons met ons aller totemdieren doet verenigen… en alzo het verenigd angeliek-animale ons als ‘mensen’ maakt ‘van goede wil’…

    Tot bij die pannekoek-synchroniteit deze avond! En laat het jullie smaken, op dat feestmaal der supersn(m)ullers.