Maandelijks archief: juni 2011

De slutwalk, van onderuit bekeken

Kleine futurologie van de seksualiteit.

De coup-de-théâtre rond IMF-baas Dominique Strauss-Kahn en zijn fatale uitschuiver in het New-Yorkse Sofitel-hotel heeft echo’s veroorzaakt die het politieke schandaal ver te buiten gaan. Eerst leek het op een aflevering van een middelmatige hotelsoap, enkel goed voor de tabloids. Maar Straus-Kahn is een icoon van geld en macht, en dus werd het een breder verhaal van een arm kamermeisje van Afrikaanse komaf, belaagd door een geile (uiteraard blanke) superkapitalist. Ook dat is natuurlijk een cliché, maar gecombineerd met een karikaturale kijk op de Frans-libertijnse losbandigheid, jawel, gegrondvest op het ius primae noctis uit het prerevolutionaire tijdvak, leverde dat een aardige mix op van sociale verontwaardiging en soft-feministische oprispingen. Hoogtepunt hiervan was de manifestatie van hotelkamermeisjes die DSK eendrachtig en onder grote persbelangstelling kwam uitjouwen bij het verlaten van de rechtszaal. Aandoenlijk.

Het werd pas echt interessant toen, in het zog van de DSK-affaire, de sletten op straat kwamen: vrouwen en meisjes in hoerige outfit, fel beschilderd en rauwe kreten slakend… met de duidelijke boodschap dat korte rokjes niet wijzen op seksuele beschikbaarheid. Meteen kreeg de slutwalk een antropologische dimensie die alle politieke en sociale bespiegelingen ridiculiseert. Hoezo, slettig maar niet slets? Het is te gemakkelijk om dit fenomeen af te doen als een variatie op het liedje “als ze neen, zegt, bedoelt ze ja”. Veeleer lijkt het me een resolute afwijzing van oeroude codes, en een afkondiging van een nieuwe lichaamstaal die de klassieke prikkels (zichtbare bovenbenen, decolleté, hoge hakken, heupwiegen,…) omzet in verbodstekens.  Wat zijn de sletten met ons van plan, waar willen ze naar toe? Dit moet futurologisch uitgeklaard worden.

Keren we eerst even terug naar de ongecompliceerde zoogdierenseks: een mannetje dat een loops wijfje bespringt, eventueel voorafgegaan door enige gesnuffel en een paringsdans. Soms gaat het met enige dwang en zelfs risico op verwonding gepaard (bijvoorbeeld de olifantenstier die een koe kan verpletteren), soms wordt er onder rivaliserende mannetjes een robbertje gevochten, soms is de paring alleen voorbehouden aan het alfadier van de groep. De semiotiek blijft echter overeind: om en bij de ovulatie scheiden seksueel beschikbare wijfjes feromonen af, en sporen met allerlei lichaamstaal tot de daad aan,- signalen die als dusdanig ook begrepen horen te worden, zo heeft het moeder natuur gewild.

Lang verkeerden wij in de illusie dat deze paleo-biologie zou geldig blijven, weliswaar in een regelmatig geupdate versie. Het universum van de antropoloog Desmond Morris (“The naked Ape” e.a.), is zeer overzichtelijk, het speelt zich in de oertijd af. Heerlijk stabiele clichés waren het. De billen verdubbelen de borsten, en vice-versa. Parfum imiteert de geur van het loopse secreet. Hoge hakken doen de kont meer wiegen. Lippenstift doet de mond op een vagina gelijken. Enzoverder.

Weliswaar trad er doorheen de geschiedenis een raffinement van de seks op, die de voortplantingsfunctie volstrekt in de schaduw dreef (Don Juan, hofmakerij, techniek van de verleiding, goede manieren, hoofse liefde, Tristan en Isolde), naast een instrumentalisering (prostitutie, secretaresse die haar baas neukt, valstrikken en chantage zoals bij Julian Assanges), en zelfs een  virtualisering (porno, cyberseks, webcamera’s,…), maar over de basiscodes bestond geen twijfel: zonder een vochtige vagina geen penetratie. Tenzij in geval van verkrachting en andere pathologieën: zieke exemplaren die zichzelf uit de groep zetten.

Nadat de seksualiteit was losgekoppeld van de voortplanting, worden nu ook de seksuele signalen losgekoppeld van hun inhoud, hetgeen een enorme ruis veroorzaakt, een stortvloed van irrelevante/onleesbare cosmetica.

De codes waren gevarieerd, ze vergden kennis en initiatie, maar eens onder de knie was het wippen geblazen. Nog maar enkele jaren terug was het een verbreid gebruik in de supermarkt om met een komkommer en twee pompoenen in het karretje aan te geven dat men iets anders ambieerde dan het maken van een groenten- of fruitcocktail. Beide geslachten maakten gebruik van die code, het was discreet en duidelijk tegelijk. Nu snapt niemand het nog: probeer het, u zult van een kale kermis thuiskomen.

De slettenmars deponeert Desmond Morris bij het groot vuil, samen met alle andere aspecten van de scientia sexualis, zoals Michel Foucault ze karakteriseert. Want gaandeweg ontwikkelde zich een vrouwelijke modelijn die wel de codes behield maar niet hun betekenis. Ze is dus wezenlijk “pervers”. Een rok, daar scharrel je niet onder, al is het ding daar ooit voor gemaakt. Zwaar aangekleurde lippen, dat is gewoon voor de fun, onnodig er iets achter te zoeken. Nadat de seksualiteit was losgekoppeld van de voortplanting, worden nu ook de seksuele signalen losgekoppeld van hun inhoud, hetgeen een enorme ruis veroorzaakt, een stortvloed van irrelevante/onleesbare cosmetica.

De seksuele moraal zelf komt daardoor in een vreemd flou artistique terecht, dat de erotische praxis zelf helemaal in de war stuurt. Andermaal is de kledingmode gangmaker. Een frappant voorbeeld is de seksueel getinte (of zelfs semi-pornografische) kinder- en jeugdmode. In het post-Dutroux-tijdperk heeft de heksenjacht op pedofielen onwaarschijnlijke proporties aangenomen. Zodanig zelfs dat een normale intimiteit tussen volwassenen en kinderen, laat staan tussen pedagogen en pupillen, haast niet meer mogelijk is. Dat nieuwe puritanisme vloekt echter met de uitdagende kledij die men bv. heel jonge meisjes opdringt. Ik spreek dan niet over gewone korte rokjes, maar over topjes met het opschrift “fuck me!” en voorgevulde beha’s voor zevenjarigen. Dat zijn toch zeer expliciete seksuele signalen, specifiek naar liefhebbers van jong vlees. De Britse conservatieve premier Cameron trok onlangs ten strijde tegen deze dubieuze pedo-mode, maar de druk van de reclame is enorm. Succesrijke kindvrouwtjes uit de show-bizz zoals Lady Gaga zetten verder de toon en inspireren fenomenen zoals het Junior Eurovision Songfestival, bestemd voor pubers en prepubers: een geweldige piepshow voor pedofielen.

Vagina dentata

De paradox van seksuele signalen die niet als dusdanig mogen begrepen worden, laat staan geconsumeerd, kan niet losgezien worden van een algemene virtualisering in de communicatie, eigen aan onze (post)moderne beeldcultuur. De schijn (het simulacre, dixit J. Baudrillard) regeert, niets is wat het lijkt. Zoals een halfnaakte hostess op een blinkende bolide in het autosalon ook niet voor consumptie bedoeld is, maar puur als lokmiddel, zo gedragen mensen zich steeds meer als een icoon, een verklede pop. Maar wanneer de hostess nog een commercieel duidelijk oogmerk heeft (namelijk het verkopen van meer auto’s), is het volstrekt onduidelijk wat iemand wil “verkopen” die hoerig gekleed is, zonder enige bijdoeling. Gewoon, zomaar. Jamaar.

De tooi wordt een gevaarlijk spel met verbroken conventies. Wat zich breed aandient, in alle maten en gewichten, is een vleeswarenetalage zonder ingang. Een theatrale sur-realiteit van niet-consumeerbare, frigide vampen, waarop mannen vergeefs hun strategie pogen af te stemmen. Zij worden mee in het theater gelokt, fantaseren, verzinnen nep-identiteiten, en liegen ook voluit als ze betrapt worden, zie D.S.K. Ontkennen is de boodschap (Bill Clinton: “I never, I repeat, I never had sex with that woman…”). Uitlokking inroepen helpt echter niet meer, want de spelregels zijn veranderd, en iedereen wordt verondersteld om de wet te kennen. Wie toch aan de verleiding toegeeft en de rok oplicht, wordt gecriminaliseerd (als verkrachter) of gepathologiseerd (als seksueel bezetene). Het is dus kwestie om de gevangenis of het gekkenhuis te vermijden. Meer zit er niet meer in.

De vrouw tooit en mystifieert, de man liegt en simuleert. Vanonderuit bekeken is de slutwalk een vrolijke begrafenisstoet met de fallus als trofee. De scientia sexualis is dood, maar ook de oeroude verbindingslijnen tussen de geslachten raken geblokkeerd. Onder het feminisme, als lineaire emancipatiebeweging, loopt een grondstroom met grote draaikolken, die iets helemaal anders blootlegt: een afwijzingsfront tegenover de (hetero-) seksualiteit, de klassieke erotiek, wellicht tegen de man zelf en zijn biologische voorbeschiktheid van roofdier, verleider, inseminator, bezitter.

De vagina dentata, het grote schrikbeeld van de fallus, doemt daarmee op: een getande kut die elke indringer ogenblikkelijk castreert. Deze tegenhanger van de mannelijke vampier, nu al vlot circulerend als amulet of broche, is vooral bedoeld als afschrikking en afvlakker van het mannelijk libido. Mogelijk zal het ook kunnen ingeplant worden in de vagina: een compleet messcherp kunstgebit, aan het spierstelsel gehecht, om ongewenste indringers deskundig en voor goed te neutraliseren.

Het cliché “Mannen komen van Mars, vrouwen van Venus”, kan nu worden omgekeerd: elk terug naar zijn planeet, met dien verstande dat Venus de leiding in handen neemt voor de komende tien millenia.

Het maagdelijk ideaal van het vrouwenconvent krijgt nu nieuwe glans. Mannen zijn niet meer nodig, zeker niet voor de vrouwelijke lustbeleving, waar ze toch nooit om bekommerd waren: zelfs bij de cunnilingus bleven zij de garagist die onder de motorkap kijkt.

Een splitsing m/v van de antroposfeer lijkt onvermijdelijk, alles zal zijn eigen versie krijgen, een mannelijke en een vrouwelijke, met een minimum aan vertaling en uitwisseling. Dat is nog eens wat anders dan de splitsing van België. Met het imploderen van de heterosexualiteit zal niet alleen het overbevolkingsprobleem opgelost raken, maar zal het mannelijk geslacht ook geminoriseerd worden, zelfs in getal. Het aids-virus treft namelijk vooral mannelijke homofielen die via anale seks de ziekte overdragen. Alleen al uit veiligheidsoverwegingen zal het femdom zich afzonderen. Uiterlijk lijkt het wat op de strenge regels die in bv. de islam van kracht zijn, maar het gaat nu om een vrijwillige apartheid: eigen scholen, eigen zwembaden, eigen cafés, eigen TV-programma’s (die zijn er natuurlijk al lang), eigen literatuur, eigen cultuur. Het bordje “mannen niet toegelaten” zal doorheen de 21ste eeuw vrij algemeen worden. Deze nieuwe segregatie wordt dan alleen nog onderbroken voor commerciële doeleinden, en altijd zeer hygiënisch, we denken dan vooral aan de seksindustrie, overigens haast een pure mannenbehoefte.

Het cliché “Mannen komen van Mars, vrouwen van Venus”, kan nu worden omgekeerd: elk terug naar zijn planeet, met dien verstande dat Venus de leiding in handen neemt voor de komende tien millenia. De antropologische revolutie die zich al lang aankondigde, en die voorbereid werd door het feminisme in zijn verschillende sociale verschijningsvormen (de begijnen, blauwkousen, suffragettes, Dolle Mina’s,…) betekent allicht het ontstaan van een wetenschap en cultuur die in niets lijkt op de huidige.

Het matriarchaat wenkt: een tamelijk horizontale samenleving, doorkruist met spontane hiërachieën en gedomineerd door biologische processen die met de vrouwelijke hormonenhuishouding verbonden zijn. De microniveau’s zijn bepalend, de kalenders biologisch. Aan elk product is een stamboom van processen verbonden die bepalend zijn voor de kwaliteit en de eindbeoordeling.

De man heeft dan geen andere keuze dan zich op te sluiten in een subcultuur van homo’s, rukkers en eunuchen. De mannencultuur zal verschrompelen tot de afmetingen van een naar bier en sigaretten ruikende biljarttafel. Zelfs voor de voortplanting is hij niet meer nodig,- dat kan geregeld worden via kloning. Misschien is er voor hem nog een status voorbehouden van werkmier, lastezel, ja mogelijk zelfs wandelende dildo. Mannelijke pogingen om zich ongemerkt in de slut walk te mengen, of om via chirurgische ingreep te vervrouwelijken (transsexualiteit), zullen zeker toenemen, naast travestie, maar dit alles zal streng beteugeld worden met de vagina dentata, hét foltertuig van de toekomst.

Het is dus niet nodig om zich met politieke en maatschappelijke futiliteiten nog bezig te houden, als er antropologisch zoiets broeit. Snel zal de slutwalk de andere processies inhalen en ze naar de folklore verwijzen. Utopie of distopie? Geen van beide, het is gewoon wat het is. Het moment waarop alle boeken moeten herschreven worden, of misschien zelfs helemaal niet.

Johan Sanctorum