Maandelijks archief: augustus 2011

Chokri Mahassine: eerst lolbroek, nu martelaar

Hoe emo-journalistiek en politiek theater na een fatale windhoos in elkaar dreigen te haken

Tranen met tuiten. Niet alleen bij de nabestaanden van de vier overleden jongeren, maar ook bij alle festivalgangers, en meteen daarna in heel Vlaanderen, ook bij wie nog nooit van Pukkelpop had gehoord. 14 bladzijden plakkerige emo-journalistiek in de weekendeditie van De Standaard, nog overtroffen door het Belang van Limburg met zestien pagina’s brood-en-spelen. Dit jaar geen moppen over tentensletjes maar wel grootscheeps gesnik en gesteun, waarbij toch één christelijke sekte het heeft over “de straf van god”. Maar de “organisatie treft geen blaam”, zo vindt het parket en zo blokletteren alle kranten.

De beeldvorming ondersteunt deze vroege vrijspraak, of is het omgekeerd? Woorden over “verbondenheid”, troost en “steun zoeken”, grote foto’s van meisjes en jongens die in elkaars armen vallen, artiesten die organisator Chokri Mahassine hun steun betuigden en zelfs ronduit knuffelden (“lieve Chokri”). Vooral deze laatste knuffelsessie stoort me. Uiteraard heeft de heer Mahassine die dodelijke windhoos (sorry, het KMI spreekt van “valwind”) niet besteld. Maar als organisator is en blijft hij het aanspreekpunt voor kritiek. Er was het ontbrekend rampenplan, de chaos en de falende interne communicatie (met GSM’s terwijl het netwerk plat lag, in plaats van een eigen draadloos systeem), en de dubbelzinnige communicatie na de ramp. In alle media klonk het nochtans unisono dat de organisatie geen schuld trof, en dat ons niet anders restte dan collectieve verslagenheid. De analyse verdronk zo bij voorbaat in de emotionaliteit.

Op de webstek van de NOS klonk het heel anders. Daar gewagen Nederlandse festivalgangers van een “typisch Belgische” chaos.:

‘Het was een ongeorganiseerde puinhoop. Mensen liepen van hot naar her, bijna als kippen zonder kop. De communicatie vanuit de organisatie was slecht en ambulances reden af en aan. Het maakte er niet leuker op; luguber zelfs. Het waren bizarre uren tussen zes en twaalf.’

Helemaal zijdelings konden we ook vernemen (maar ook  dat waren vervelende dissonanten in het rouwkoor) dat er flink wat gejat werd in de Pukkelpop-verwarring: massapsychologie is een boeiend vak. Gezien ik er niet bij was, moet ik dus afgaan op getuigenissen. En, sorry, kritische geluiden van nuchtere Hollanders klinken voor mij geloofwaardiger dan het oeverloze geschwärm van de door de media opgepepte “massale rouw”.

Of wie het toch houdt bij zure Hollanders, kunnen we het getuigenis van Pukkelpop-medewerker Bram Nelissen aanbevelen. Ik vind dus dat Chokri iets te gemakkelijk wegkomt, met dank aan de Vlaamse media. We kennen de goedlachse Pukkelpop-organisator als BV, jeugdidool, én Vlaams parlementslid voor de S.PA. Tot hiertoe verliep die synergie vlekkeloos. Maar als er doden vallen, door welke oorzaak ook, mag er wat meer gedaan worden dan bekketrekken. Het kan niet zijn dat iemand die altijd positief in de mediabelangstelling komt dankzij een populair muziekfestival, en daar ook de persoonlijke politieke baten uit puurt, niét voor zijn verantwoordelijkheid gesteld wordt als het misloopt.

Op dat moment de martelaar uithangen is niet ernstig. Wie Chokri op het VRT-zondagavondjournaal (21/8) quasi-strompelend uit het kerkje van Kiewit heeft zien komen, ondersteund door een jonge vrouw (echtgenote? verloofde?), beseft dat we hier met wansmakelijke theatraliteit te maken hebben. Dit deed me denken aan kermiskreupelen met een verstopt tweede been om medelijden op te wekken. Ik wil er hier even aan herinneren dat C. Mahassine tot de invloedssfeer van Steve Stevaert behoort, waar ook creaturen als Noël Slangen de dienst uit maken. Ik weet niet of Slangen Chokri even gebriefd heeft, maar het komt wel uit zijn keuken: wie in het oog van de storm (letterlijk) dreigt te staan, moet zich klein maken en als slachtoffer opstellen.

Dat is het wat Mahassine deed: de kritiek bij voorbaat ontlopen door aan de kant van de slachtoffers te gaan staan. Maar in welke zin is hij een slachtoffer? Financieel doet het hem wellicht niets want hij is degelijk verzekerd. Het rampenfonds zal bijspringen en tickets worden niet terubetaald. De echte gedupeerden zijn de kleine kraamhouders op en rond de weide, die op het einde zelfs gratis hun waar uitdeelden zonder dat iemand hen dat zal vergoeden. Persoonlijk-emotionele schade dan? Chokri een gebroken man? Ik twijfel er sterk aan. In de persconferentie, de eerste uren na het gebeuren, scheen hij vooral luidop te piekeren over het feit of het feestje nu nog wel door kon gaan. Drie doden volstonden niet, vijf naderhand wel.

Macht, rouw en massahysterie

Zo komen we bij een gewaagde deconstructie: deze van de zogenaamde collectieve rouw, dé dominante ondertoon van heel de Pukkelpop-perceptie. Afgezien van het feit dat de plusminus 200 jonge verkeersdoden per jaar in België geen moment van collectieve bezinning, laat staan rouw, waard zijn, lijkt me het grootschalig rouwproces een leugen  die de echte emotie platdrukt.  Rouw kan nooit massaal zijn. Bij de begrafenis van Koning Boudewijn was de sfeer zo opgepept dat massa’s Belgen konden wenen zonder verdriet. Het is een effect, vergelijkbaar met dat van de smartlap. Echt verdriet is namelijk individueel of gedeeld binnen een kleine groep, een gezin, een hechte gemeenschap. Een massa kan niet rouwen, in de authentieke zin, omdat een massa geen emoties heeft. Althans geen existentiële emoties. Veeleer gaat het om door de media geïnduceerde golven van sentiment, die op het randje van de hysterie kunnen geraken. Uiteraard zijn pubers extra gevoelig voor deze impulsen.

We zien dat ook in het “Oslo-drama” (de stereotiepe achtervoegsels “drama” en “tragedie” spelen uiteraard zelf een rol in de uitlokking van het massasentiment). In de maand na Breiviks exploot creëerde de nationale rouw een sentimenteel-collectief flou zonder begin of einde. Verplichte tranen, overgemediatiseerde uitdrijvingsrituelen (zoals de overlevenden die de plaats van actie terug gingen bezoeken). Er hing bovendien een zweem van meta-politiek opportunisme over: de koning en de premier van Noorwegen legden via de massarouw een absolute maatschappelijke consensus (“cohesie”) op die puur fictief was, maar die ook niet in vraag kon gesteld worden. De “nationale rouw” was voor premier Jens Stoltenberg het alibi voor een 30-dagen durende mediadominantie: tel uit uw politieke winst. Wie deze observatie als cynisme afdoet, onderschat misschien het cynisme van de politieke ratio zelf, ook in Noorwegen.

De slagzin “Dit drama zal ons, Noren, sterker en, eendrachtiger maken”, lijkt onschuldig, maar eigenlijk gaat het om een opgelegde kuddegeest. Verstild fascisme als het ware, waarbij elk afwijkend geluid haast als obsceen wordt gebrandmerkt. De heksenjacht op de vermeende “medeplichtigen” van Breivik (iedereen dus die ooit een mail van de man heeft ontvangen) hoort bij deze psychose. De theatraliteit die van bovenuit en via de massamedia wordt geregisseerd, -ook al ziet het er allemaal zo “spontaan” uit,- troost nauwelijks de nabestaanden (integendeel, ze worden door de pers belaagd), maar verontschuldigt vooral het systeem. De massa weent en voelt zich “innig verbonden”. Kan de macht zich iets beters wensen?

Zo zijn we weer bij Chokri en zijn kruisgang in Kiewit. Met de onvermijdelijke Hilde Claes, Hasselts burgemeester, nog een lid van de Stevaertclan, én dochter van Willy Claes, steeds in zijn nabijheid, kan ik niet anders dan het hypertheater van Chokri duiden als een proeve van demagogie. Als rouw, in de Freudiaanse zin, een vorm van zelfagressie is, vermengd met latente schuldgevoelens, dan is de door deze politici uitgelokte massarouw een poging om menselijke weerbaarheid (waaruit dan kritische attitudes zouden kunnen ontstaan) af te dempen. We moeten wenen, veel wenen, zo geraken we onze frustraties kwijt op momenten van tegenslag. “Stille marsen”, brandende kaarsjes, praatgroepen, knuffelsessies en rouwregisters kunnen eveneens helpen. Ook het opzetten van een speciale webstek om alle emoties te kanaliseren en te recupereren, is dan een prima tactiek.

Chokri Mahassine is de man die door Stevaert is vooruitgestuurd om jong kiespubliek aan te trekken, in de context van een vrolijke, hippe popcultuur, met dat jaarlijks festival als uitsmijter. Meer moest hij eigenlijk niet doen: blijven glunderen. Ik vond het altijd al raar dat de man nooit eens uit die lachkramp geraakte. Zoals de humor een vorm van machtsvertoon kan zijn (de BV-cultuur van altijd dezelfde mediagenieke, goedlachse lolbroeken in allerhande kwis- en praatprogramma’s op TV), zo is de massale melancholie, de obligate rouw,  evenzeer een politieke strategie om de kudde samen te houden. We spreken dan over “collectieve verwerking” en “samenhorigheid”. Ook Biza-minister Annemie Turtelboom liet zich wat dat betreft niet onbetuigd. Zij is ook de politica die nog niet zolang geleden een uitval deed tegen elke vorm van politiek radicalisme, waarmee dan speciaal het Vlaams-nationalisme werd bedoeld.

Als politici de verbondenheid prediken, is het opletten geblazen. In het weer kan men van toeval en noodlot spreken, in de politiek anderzijds is niets toevallig. En nu de Kleenex op is, mogen er misschien weer eens onaangename waarheden naar boven komen.

Johan Sanctorum

Naschrift per 26/8/2011

De reacties op mijn analyse bevestigen de overdosis aan sentimentele tunnelvisie die deze zaak besmet. Er is niets zo erg als een kind verliezen, mijn oprecht medeleven met de ouders en nabestaanden, maar deze nationale hysterie gaat over iets anders.

Ondertussen blijft het smakeloze smartlapcircus maar doorgaan, nu weer met een Pukkelpop-herdenking die weer uitdraait op een tranerige pro-Chokri-manifestatie. In De Morgen konden we ook nota nemen van zijn boezemvriendschap met Noël Slangen, notoir verkoper van gebakken lucht. Zopas verwijderde de heer Mahassine (tijdelijk) alle SP.A-logo’s van zijn thuispagina. Wellicht op aanraden van Slangen en onder invloed van de discussie op deze webstek.

Uit platte commerciële overwegingen blijven de Vlaamse media voluit meedrijven op de emo-politieke blubber. Terwijl we nu juist nuchtere analyse nodig hebben, vrij van alle politieke correctheid. Te beginnen met de simpele vraag, waar er fouten gemaakt zijn, hoe we eruit kunnen leren,- en uiteraard: of zo’n massa-evenement qua veiligheid nog wel verantwoord is. Massapsychologen en klimatologen kunnen hier zeker een bijdrage leveren. Zie ook mijn analyse rond de Love Parade in Duisburg vorig jaar: “Paniek op de wei”

J.S.

“Lawaai is lawaai”

Gepensioneerd sportjournalist en koninklijk cardioloog komen op voor uw gezondheid

Kinderspelen (P. Brueghel)

Knorrige, van een royaal pensioen genietende oudjes die zich druk maken om spelende kinderen en processen inspannen tegen speelpleinen. Dezelfde oudjes die zich waarschijnlijk afrukken bij kinderporno op het internet. Tenzij ze zich vergapen aan Pieter Brueghels “Kinderspelen” in het Kunsthistorisches Museum te Wenen. Wat is dat toch allemaal met Vlaanderen en zijn jeugd? Waarom wordt kindergeluid nu opeens gelijk gesteld met vliegtuiglawaai en het geluid van zaagmachines? Eerst, naar goed gebruik, een korte antropologische ronde.

In mijn essay “Kreeft op zijn Japanees”, geschreven de avond na een bezoek aan een Japans restaurant waar levende kreeft werd geroosterd, ga ik uitvoerig in op de relatie tussen hoogcultuur, mannelijk sadisme en de kindermoord. De centrale stelling is:

1) Dat de mannelijke jager in de oertijd al doodde voor zijn plezier, gewoon als rituele machtsuitoefening

2) Dat de list die met deze moordlust gepaard moest gaan, intelligentie heeft voortgebracht: vernunft en sadisme zitten in dezelfde hersenregio (zie Dutroux, het criminele meesterbrein… )

3) Dat dit moorddadig vernunft zich, om aan vervolging door de groep te ontsnappen, tot “cultuur” heeft veredeld, waarin o.a. het culinaire dierenoffer wordt gecelebreerd, maar waar ook het kinderoffer discreet is blijven doorwerken, als een poging om de (vrouwelijke) biologie ondergeschikt te maken aan het mannelijk scheppingsproces. Gustav Mahlers Kindertotenlieder vormen er een makabere apotheose van. (Hier kwamen kwade reacties op van de kunstensector…)

4) Dat kinderen, vrouwen en dieren in deze gemaskerde macho-cultuur het voorwerp blijven van vervolging, ongeacht alle mogelijke socio-politieke correcties.

Dit laatste punt sluit aan op de huidige hetze tegen “onverdraaglijke” kindergeluiden en de lopende processen tegen kinderdagverblijven en speelpleinen. Twee opiniemakers, niet toevallig behorend tot de Vlaamse intellectuele bovenlaag, hebben het voortouw genomen inzake kinderhaat. Het taalgebruik liegt er niet om: moest men in hun discours het woord “kind” door “homo” of “allochtoon” vervangen, ze hadden zelf al een proces aan hun been vanwege het CGKR.

Eerst was er voormalig sportverslaggever Ivan Sonck, die een heuse buurtactie op touw heeft gezet tegen een kinderopvang die aan zijn tuin in het Vlaams-Brabantse Asse grenst.

Ivan Sonck is een sportfreak, dat is algemeen geweten, en maalt per dag vele kilometers. Eeuwig jong wil hij blijven, en kinderen lopen die illusie in de weg. Zijn eeuwige-jeugd-complex, dat naadloos zal overgaan in een discrete seniliteit zoals de natuur dat nu eenmaal heeft gewild, matcht gewoon niet met het echte “lawaai” van echte jongeren. Ivan Sonck is dus een onvermijdelijke karikatuur van de archaische jager: een kindervreter met een vals gebit maar met een goed pensioen. Jammer genoeg is hij een prototype, geen uitzondering: de generatiekloof groeit met de minuut, waarbij een groep van welvarende 60-plussers zijn biologische en sociale nutteloosheid probeert te maskeren door zich een tweede of een derde jeugd aan te meten. Zie ook het infantilisme van de Benidorm bastards.

Sociaal gezien is Ivan Sonck een geprivilegieerde parasiet. Zijn pedofobie kan niet los gezien worden van een opvallende laat-me-gerust-mentaliteit, eigen aan vroegtijdige renteniers.

Sonck geniet sinds zijn 60ste van een genereus prepensioen en wil er vooral niet aan herinnerd worden dat de jeugd van vandaag dat zal moeten betalen als hij de 80 haalt. In zijn idyllische oude dag wordt alle geluid, behalve het zijne, als “overlast” beschouwd: verkeer, vrachtwagens, vliegtuigen, en dus ook spelende jeugd. Daarom prefereert hij ook een industriële opvang van de jeugd in opvoedingskampen waarin sportvedettes kunnen worden klaargestoomd (interview in het Het Nieuwsblad van 26/8/05). Het voorstel van bepaalde buurtgroeperingen is inderdaad, houd u vast, om de kinderopvangcentra naar de industrieterreinen te verplaatsen buiten de centra. Indien mogelijk nabij een afvalverwerkingsinstallatie?

Oude Wolven

Dat brengt ons op het tweede pedofobe orakel, Dr. Marc Goethals, cardioloog in het Onze-Lieve-Vrouw-Ziekenhuis te Aalst, het vaste verzorgingsinstituut voor ons vorstenhuis. Koninklijk cardioloog Goethals neemt hier, als “expert”, hetzelfde on-biologische standpunt in van Ivan Sonck die de jeugd naar de fabriekterreinen wil draineren: “Lawaai is lawaai. Of het nu van vliegtuigen, treinen of wagens met een zware stereoinstallatie komt” (Opiniestuk in De Standaard van 3/8/11). Dat is manifest onjuist: in de opera kan het aantal decibels behoorlijk oplopen, om nog maar te zwijgen van een voetbalmatch of een popconcert. Geluid is uitermate subjectief en hangt compleet samen met de culturele associaties errond. Geluid kan aangenaam zijn of onverdraaglijk, naargelang onze perceptie van de bron. Maar Goethals medicaliseert verder en definieert het kinderlawaai als een aanslag op onze integriteit: “Lawaaischade manifesteert zich vooral door een hoge bloeddruk en aandoeningen van het hart en de bloedvaten (hartinfarct, hartfalen, hersentrombose), maar ook in een scala andere aandoeningen zoals ademhalingsziekten, psychiatrische aandoeningen, reumatische aandoeningen.”

Dat is een interessant perspectief: kinderen zijn eigenlijk gevaarlijk voor onze gezondheid, en moeten dus gemarginaliseerd/beknot worden. Dit is een kwestie van wettige zelfverdediging. Op een gesofistikeerde manier komt het kinderoffer terug op de proppen, via dezelfde culturele perversiteit van een ouderlingenregime (gerontocratie) dat zijn macht ontleent aan een compleet irreële meerwaarde. Dat is niet nieuw, integendeel, het is de archaische sjaman die zijn goocheltrucs vertoont,- de oude man die eigenlijk alleen maar op de groep parasiteert, maar die erin slaagt om tovenaarsallures te ontvouwen. Applaus. Kinderen en vrouwen worden dan automatisch in rang verlaagd, omdat zij de levende ontkenning vormen van die enscenering.

Ik noem ze “oude wolven”: in de natuur worden seniele wolven met asociaal gedrag uitgestoten,- in onze verzorgingsmaatschappij verenigen ze zich en stellen ze de wetten.

Zo verzinkt de klassieke mannelijke creatiedrang, gericht tegen de vrouw en de natuur, in een tamelijk steriel schimmenspel van geronten die schrik hebben van de dood. De eeuwige atleet Sonck en de koninklijke medicijnman Goethals leven in een luchtbel en zijn ervoor beducht dat een kinderhand die bel zou doorprikken. Heel hun discours ademt bekrompenheid en middelmatigheid uit.  Ze behoren tot een paternalistische, kleinburgerlijke laatcultuur, waarin bange oude mannen hun doodsangst projecteren in een pedofoob soort Narcisme.

Ik noem ze “oude wolven”: in de natuur worden seniele wolven met asociaal gedrag uitgestoten,- in onze verzorgingsmaatschappij verenigen ze zich en stellen ze de wetten. Door het kind als een uit te roeien kwaal voor te stellen, brengen ze de overleving van de soort in gevaar, maar dat is niet hun zorg want ze leven niet in een biologisch paradigma.

Kronos (P.P. Rubens)

Het probleem van de oude wolven is niet eens dat ze onproductief hun dagen slijten op kosten van de groep, in een hoogconjunctuur van materiële welvaart en goedkope geneeskunde. Het probleem is vooral dat ze hun biologische nutteloosheid ontkennen en ondergeschikt maken aan een culturele noodzakelijkheid, waardoor zoiets als het recht-van-de-oudste ontstaat.  Herinneren we ons ook het gepoch van Euro-parlementslid Dirk Sterckx over zijn pensioen en de rechtmatigheid ervan.

De mythe van Kronos is hier helemaal van toepassing: nog liever de eigen kinderen opvreten dan macht af te staan. Doodsangst leidt tot psychotisch gedrag, overgaand in kannibalisme. Zulke oude wolven zou men, strikt biologisch gezien, moeten euthanaseren. In dat perspectief lijkt me het kinderlawaai compleet zinvol: de groep kan er tegen, de gedegenereerde exemplaren gaan eraan kapot. Laat de natuur gewoon haar werk doen.

Merkwaardig is overigens dat ook wolvenroedels er een “crêche” op nahouden, waar de welpen in groep worden groot gebracht. Grijsaards die daar een probleem mee hebben, mogen het aftrappen. Het is hoog tijd om weer een “logique du vivant” te hanteren, in een samenleving die compleet van de natuur is vervreemd.

Johan Sanctorum