“Epilogue”: passieverhaal, of sterfscène op zijn Pfaff’s ?

Over mediatisering, esthetisering, en voyeurisme

Het is heel moeilijk om niét met een krop in de keel naar de film “Epilogue” te kijken, waarin de 50-jarige en zwaar aan kanker lijdende Neel Couwels thuis afscheid neemt van haar familie, om dan het finale spuitje toegediend te krijgen.

De vrouw wou blijkbaar aan haar vrijwillig levenseinde een publieke dimensie geven en haar laatste zes maanden in een bioscoopfilm gieten, “om te laten zien dat sterven thuis ook kan”, lees ik in de krant. Voer voor het Grote Euthanasiedebat,  wie ben ik om de beslissing van Neel te bediscussiëren. Met de regisseur Manno Lanssens wil ik anderzijds wel eens een boom opzetten over beeldcultuur, openbaarheid, sensatie en voyeurisme, in het bijzonder wat de meest intieme momenten van een mensenleven aangaat.

Ik weet wel dat het allemaal met toestemming van de betrokkenen gebeurt: ouders die hun baby’s onder de TV-spots ter wereld laten komen, koppels die filmpjes van hun seksuele esbattementen op het internet plaatsen, Hot Marijke op kanaal 2, Komen Eten (lekker gluren in de living), Expeditie Robinson, enzoverder. Onmiskenbaar is er in de spektakelmaatschappij een gretigheid om te kijken, én om bekeken te worden, zich in te schrijven in een klein verhaal, daar waar men beweert dat alle “grote verhalen” dood zijn: we heten allemaal een beetje Pfaff.

De ultieme verantwoordelijkheid is niet die van de beeldenmaker maar van de toeschouwer. Met welk recht dringen wij als wildvreemden binnen in het huis waar een vrouw sterft?

Maar bij de sterfscène van Neel is er toch wel meer aan de hand. Net heel de wollige woordwolk rond emotie, respect, intimiteit (!), enz. lijkt me een alibi van de makers om de grenzen van het voyeurisme te verleggen. Vergeten we dan niet dat het om een artistiek én commercieel project gaat, en dat de film ook al op een prestigieus festival werd gepresenteerd.

Op een of andere manier grijpt hier dus een soort artistiek vampirisme plaats, vanwege de kunstenaar naar het onderwerp. De bedoeling is zeer ambigu. Sensibiliserend, jawel, maar ook gericht op emo-effect. Is het onbehoorlijk om te stellen dat deze euthanasiefilm tot de nieuwe sentimentcultuur moet gerekend worden, die, zoals de opera’s van Puccini van weleer, aan onze traanklieren trekt? De grote sterfscènes op het theater zijn evenwel slechts kleinbier, vergeleken bij deze reality-TV. Het is echt, authentiek, maar tegelijk in scène gezet en gemanipuleerd, daarna ook nog eens verknipt en gemonteerd tot, nu ja, een volwaardig cinemaproduct.

Lanssens mag wel zeggen dat het allemaal heel respectvol gebeurde, maar ik probeer me de situatie voor te stellen van een huis vol kabels en technische toestanden die nu eenmaal bij het maken van een film horen, waar op de set dan iemand ligt te sterven in het bijzijn van de kinderen. Het zegt toch iets over de brutaliteit van onze moderne beeldcultuur, waarin de graatmagere Neel Couwels als ultieme diva helemaal opging, maar waar haar kinderen, zo lees ik toch, grote reserves bij hadden.

“Persfoto van het jaar”

Laten we dan ook maar alle morele premissen rond dit spektakel achterwege laten en de echte drijfveren erkennen: Neel was een met-zwarte humor-begaafde actrice en een beetje exhibitionistisch –haar kinderen moesten eraan wennen, je respecteert nu eenmaal de laatste wens van je moeder-, en Manno Lanssens is anderzijds een ambitieuze artiest die zijn acteurs weet uit te kiezen. Die collusie maakt, en nu ben ik heel oneerbiedig, het Pfaff-gehalte uit van de sterfreportage. Ook de dood van bompa Pfaff kreeg een enorme amplitude, zij het dat de man gewoon ’s avonds was ingeslapen en niet meer wakker werd, slechte timing dus, pech voor VTM.

Nogmaals: let op de visuele gelijkenis tussen de slotbeelden van “Epilogue” en de grote sterfscènes op het operatoneel, én de geschilderde iconen van het lijden bij bv. de Vlaamse primitieven (ik denk aan “De dood van Maria” van Hugo van der Goes, ca. 1480, zie afbeelding hiernaast).  Dit is hoogwaardige cinema. Het perspectief verschuift genadeloos van de intimiteit naar het publiek spektakel en wordt zelfs een cultuurhistorisch citaat. Dat de camera altijd een beetje liegt, ondervond overigens ook dochter Sanne, toen ze de film bekeek en zei dat ze geschrokken was:  “Toen pas heb ik goed gezien hoe mama gestorven is. Want in het echt hield ik haar in mijn armen. Dat is een ander perspectief.”  Neen Sanne, volgens mij is alleen jouw standpunt het ware, en is de camera –wij allen dus- de indringer en vervalser.

Dit lijkt me iets voor de betere pedagogie: kinderen het besef bijbrengen dat toekijken niet onschuldig is, en dat beelden kunnen versluieren of liegen.

Iets zegt me dat ik hier afstand moet houden. De publieke dood van Neel staat op hetzelfde niveau als een koppel dat het en plein public doet. Ook al was het haar beslissing, ik doe niet mee en sluit het venster. De ultieme verantwoordelijkheid is niet die van de beeldenmaker maar van de toeschouwer. Met welk recht dringen wij als wildvreemden binnen in het huis waar een vrouw sterft? Men zou die schroom kunnen uitbreiden naar andere voorbeelden van een perverse beeldcultuur.

De foto bijvoorbeeld, zie hiernaast,van een Columbiaans meisje dat langzaam in een modderstroom verdrinkt (Frank Fournier, persfoto van het jaar, 1985). Zij is geen actrice, maar de fotograaf is wel een kunstenaar die met zo’n beeld in de prijzen valt. Waardoor zij gepromoveerd wordt tot fotomodel en figurante, luttele momenten voor ze definitief die put in verdwijnt. Over een dubbele pagina (centerfold) laten glossy bladen het resultaat zien, ter grootte van een schilderij: het schone en het verschrikkelijke, in één snapshot gevangen. Het is alsof ze terug kijkt naar ons, en zegt: “wat valt er te zien?” In die zin weiger ik de foto, niet uit onverschilligheid, maar net uit respect. Of de foto van een vrouw in Somalië die haar stervend kind in de armen houdt. De catastrofe die zich in die landen afspeelt is een politiek probleem van de eerste orde, maar trekt ook een zwerm muskieten aan die voorbij elk schaamtegevoel het menselijk leed pornificeren en ons meezuigen in een voyeuristisch perspectief dat eerder sentiment dan opstandigheid creëert.

Misschien zijn er wel naievelingen die de totale zichtbaarheid van alles voor iedereen als de apotheose van de communicatiemaatschappij beschouwen. Dit lijkt me dus iets voor de betere pedagogie: kinderen het besef bijbrengen dat toekijken niet onschuldig is, en dat beelden kunnen versluieren of liegen. We moeten ze kunnen weigeren als we vinden dat er een grens overschreden wordt. Hoe sterker en dwingender het beeld, des te moeilijker wordt het om doorheen de oppervlakte te breken en achter het beeld te kijken: wie, wat, waarom. Epilogue: het verhaal achter het verhaal is dikwijls interessanter.

Johan Sanctorum

Advertenties

9 Reacties op ““Epilogue”: passieverhaal, of sterfscène op zijn Pfaff’s ?

  1. E. Janssens

    Bevallingen in kraamklinieken of thuis, sekspartijen boven of onder water, op vreemde stranden of in clubs, gehandicapten die zich tot algemene hilariteit tegoed doen aan borden pap, nu, als laatste nog te doorbreken tv-taboe: massaal het stervensuur van iemand bijwonen, op haar eigen uitnodiging… waarom niet? Zo maak je, al dan niet postuum, BV’s, nietwaar? Ondertussen takelt een tweeduizend jaar oude beschaving zienderogen af, en weinigen die het zien. Of zou deze stervende vrouw de Europese beschaving / verlichting hebben willen symboliseren? Waarschijnlijk niet, maar ze doet het wel. Europa dat crepeert, Europa dat overspoeld wordt, Europa dat commercialiseert (en niets anders doet dan dat), Europa dat opgekocht of opgeblazen wordt, Europa dat euthanasie pleegt en gans de wereld staat erbij te kijken en geniet ervan.
    ‘It’s easy to see without looking too far, that not much is really sacred,’ zong Dylan. We hebben de eindtijd met veel bombarie ingezet. Laten we meegenieten, maar dan wel op een beschaafde wijze 🙂

  2. Best wel handig beste heer Scrotum: deze foto’s van menselijk leed gewoon bannen uit de media en hopla… een schoon geweten.
    Show the picture or it didn’t happen… No picture so it didn’t happen.
    Makkelijk… erg makkelijk maar wel laf.

  3. Avondlander

    Beste heer Frits,

    heeft u het artikel wel gelezen en begrepen? Of moeten we uw motivatie afleiden uit uw vulgair woordgebruik?

  4. U schrijft :

    “Dat de camera altijd een beetje liegt, ondervond overigens ook dochter Sanne, toen ze de film bekeek en zei dat ze geschrokken was: “Toen pas heb ik goed gezien hoe mama gestorven is. Want in het echt hield ik haar in mijn armen. Dat is een ander perspectief.” Neen Sanne, volgens mij is alleen jouw standpunt het ware, en is de camera –wij allen dus- de indringer en vervalser”.

    einde citaat.

    Die laatste zin vind ik wel heel gepast en enorm lucide opgemerkt. Finaal gaan anderen die dochter van de overleden moeder opdringen wat ze moet ‘gezien’ hebben. Wat zij zag was haar werkelijkheid, de manier waarop zij dat beleefde en dat is inderdaad haar enigst werkelijke realiteit. Een andere realiteit hoeft haar niet te worden opgedrongen (of haar dan toch niet uit haar lood te slaan). Elkeen leeft vanuit de eigenste levens-tunnel-visie die haar eigen rechten mag doen gelden. Haar beleving was haar ‘feit’.

    De “goede cinema” zou haar Inner World-standpunt hebben ingenomen en dit dan niet tijdens een reality-TV-spektakel hebben vastgelegd maar wel tijdens een echt in scene gebrachte ‘realiteit’ met echte keigoede acteurs , zoals het echte cinema ook past. Ik snap dit punt van de heer Sanctorum dus ergens wel.

    Ik herinner me dienaangaande een persoon die gefotografeerd werd naast zijn zopas overleden moeder. Op die foto stond die man met een – voor toeschouwers onbegrijpelijk – ‘boos’ gezicht. In werkelijkheid was het een ander verhaal. Alle dagen van de aftakeling was hij bij haar geweest. Hij had haar beloofd om er ook te zijn op het ultieme ogenblik want zo wilde ze dat. De ochtend van haar overlijden was de enige dag/nacht dat hij nu net niet bij haar was geweest. Resultaat : een man staat ‘boos op zichzelf’ op een foto met zijn overleden moeder. Zijn “innerlijke belevings”-realiteit staat dus op die foto niet afgebeeld, zodoende geeft deze foto iets weer waarmee men kan gaan leuteren. Ja, die foto vervalst ergens dus wel.

    @ Frits : uw statement begrijp ik best ook wel (uw ‘afrekening’ is hierbij dan ten persoonlijke titel). Soms moeten zaken ook rauw getoond worden om de mensen wakker te schudden. Toch even hierbij opgemerkt : een nieuwsbeeld vind ik toch nog altijd iets anders dan een reality-TV-SHOW-beeld…

    Dat meisje dat in die put verdrinkt is toch echt wel een wat ambigu beeld. In een rode kruis-hulppost worden slachtoffers ook niet gefilmd noch gefotografeerd, uit privacy-overwegingen. Deze foto zit in een soort grijszone. Beelden over rampen worden nu eenmaal ook getoond om internationale hulpacties op de been te krijgen en financiële steunfondsen op te richten. Deze beeldverslaggeving kan vanuit die overweging misschien wel verdedigd worden. Beelden van hongersnood moeten wel getoond worden. Kunstzinnige beelden van zo’n taferelen – waarmee men in de fotoprijzen valt (vooral dit laatste is dan wat “ongepast”) – vind ik dan weer eerder iets wat in de grijze zone thuishoort. Zonder dat fotoprijs-gebeuren krijgt het een andere – en betere – klank.

    Beelden over hongersnoden moeten getoond worden. Het zou inderdaad al te gemakkelijk zijn om ‘in naam van de ongepastheid’ daarmee dan al dit soort van ‘storende beelden voor het geweten van anderen’ weg te moffelen.

    En Reality-TV vervalt dan anderzijds weer al te snel tot “exhebitionisme voor voyeurs” t.w. dat het altijd een sensatiewaarde moet hebben met het doel steeds hogere kijkcijfers te halen waarin niets nog sacraal is en alles verkoopbaar is. Daar heeft de heer Sanctorum zeker wel een punt.

    Ik kan dit artikel dus best wel smaken op bepaalde punten en dit vanuit beeldcultuur-kritische invalshoek, maar dan toch met de opmerking van Frits hierbij indachtig.

  5. Heer Sanctorum,
    Ik had er niet bij stilgestaan, maar nu het zo zegt … het was er misschien inderdaad een beetje over. Een mens is geneigd welwillend te staan tegenover de reportagemaker omdat het hier een ernstig onderwerp betrof, maar toch …
    Met vriendelijke groeten,
    De Drs.

  6. Beste Nemo,
    zonder die foto van dat meisje in de put wist niemand iets af van een modderstroom in Columbia.
    Voor mij ligt het ‘perverse’ niet bij de fotograaf, die doet nl enkel zijn werk: fotograferen en registeren.
    En hier zit mr Scrotum verkeerd: ‘… fotograaf is wel een kunstenaar die met zo’n beeld in de prijzen valt….’
    De fotograaf is geen kunstenaar, maar de fotograaf is een feiten-vastlegger. De wedstrijden allerhande, die meestal zelf foto’s nomineren en in de prijzen laten vallen, maken van de fotograaf een ‘kunstenaar’.
    En dat is een subtiel verschil.

    • Na mijn bedenking over die foto kom ik enkele zinnen later al tot de slotsom : “deze beeldverslaggeving kan vanuit die overweging misschien wel verdedigd worden.

      Het woordje ‘misschien’ is dan inderdaad te zwak want met dat ene fotografische beeld werd de modderstroom van Columbia getoond en kwam de hulpactie pas voorgoed op gang omdat er geïndividualiseerd leed werd getoond. Zoiets heb je ook met human interest-documentaires die een aantal specifieke mensen volgen waarmee de binding tussen het publiek en die “echte mensen van vlees en bloed” verhoogd wordt, anders blijft het allemaal een “heel ver van mijn bed”-gegeven en wordt leed een abstract gegeven dat niet eens beklijft en zeker niet engageert.

      U hebt gelijk dat die bewuste fotograaf ansich een feitenvaststeller is en dat de ‘foto-prijzen’-realiteit – op een ander moment en door andere mensen bepaald – hiervan dient te worden losgekoppeld.

      Zo’n beelden mogen emoties losweken. Ik zie daar niets dé-sacraliserends in.

      Bedankt voor de kritiek.

  7. Jet Haanstra

    Mijnheer Frits
    Afgezien van uw mening over dit onderwerp, vind ik het degoutant en beneden alle peil dat u het steevast over “Scrotum” hebt als u Sanctorum bedoelt.
    Ik vraag me af of de webmaster hier niet moet ingrijpen, want mijnheer Frits mist elke vorm van elementair fatsoen.

  8. Jef,
    dat is toch gemeengoed in bijv ’t Pallieterke, om humoristische variaties te gebruiken voor namen??Ik pas me gewoon aan…