Beyoncé danst Rosas, so what?

Pleidooi voor méér artistieke en intellectuele copycats

Groot alarm: een Amerikaanse popzangeres die alleen onder de voornaam Beyoncé bekend is (terwijl ze voluit Beyoncé Giselle Knowles heet), heeft danspassen “gepikt” van Anne Teresa De Keersmaeker en in een videoclip verwerkt, zonder iets te vragen. De reactie van de bekendste Vlaamse (of moet ik in haar geval zeggen: Belgische) choreografe is dubbelzinnig. Enerzijds voelt ze zich vereerd en lijkt dit een teken van erkenning. Anderzijds laat ze Beyoncé weten dat “er protocols bestaan, en dat zulke handelingen gevolgen hebben”. Meisje is dus stout geweest, meisje moet in de hoek en zal de rekening gepresenteerd krijgen.

Zonder twijfel is Anne Teresa De Keersmaeker een mijlpaal in de geschiedenis van de moderne dans, daarover gaat de discussie niet. Wel bemerk ik een latent superioriteitsgevoel van de “hoogcultuur” t.o.v. de  “populaire cultuur”. De eerste manifesteert zich als experimenteel, vernieuwend, origineel, doordacht, intensief, diepzinnig. Van daaruit wordt de tweede geëtiketteerd als “mainstream”, inspiratieloos, entertainend, oppervlakkig, commercieel.

Establishment

Een groot deel van De Keersmaeker’s discours omtrent Beyoncé’s zogenaamde misstap draait rond dat moreel-intellectueel superioriteitsgevoel. Er is een “onbaatzuchtige” kunst die creëert en met de diepere levensinhouden omgaat, en er is een lucratieve amusementsindustrie die maar wat aanmoddert. Op een dansvoorstelling van Rosas werken onze hersenen op volle toeren en stokt onze keel, een clip van Beyoncé is slechts oppervlakkig volksvermaak. De grote choreografe schudt meewarig het hoofd en constateert vervolgens het grote gelijk van de avant-garde: “Now that I see Beyoncé dancing it, I find it pleasant but I don’t see any edge to it. It’s seductive in an entertaining consumerist way”. Terwijl de kunst van De Keersmaeker, met alle respect, zich tot een elite richt met een hoog zelfknuffelgehalte,- mensen die nu eenmaal Rosas nodig hebben om in interessante gesprekken te tonen hoe gecultiveerd ze wel zijn.

Ik zou daarbij ook het lelijke woord “establishment” kunnen gebruiken, maar ik zal me beperken tot de vaststelling dat het zogenaamde materialisme en de diva-allures van Beyoncé Knowles wortelen in de sociale ambities van een Texaans, cultuurloos low middle class gezin, terwijl barones Anne Teresa De Keersmaeker binnen de cocon van het Vlaams-Belgische subsidiecircuit is groot geworden. Haar uitgangspunt is, dat de overheid Cultuur met een grote C financieel moet in leven houden omdat de samenleving anders mentaal verkommert, terwijl Beyoncé gewoon op de markt is gaan staan en naast zichzelf ook nog parfums verkoopt. Ik stel gewoon de clash tussen twee werelden vast.

SABAM

Binnen dat cultureel establishment was er groot begrip voor de houding van De Keersmaeker, al klonk het hier en daar ook wel dat dit ontmaskerde plagiaat een mooie publiciteit oplevert. Wat ik in de discussie mis, is de cultuurfilosofische pointe: wat betekent “plagiaat” nu eigenlijk, en bestaat er zoiets als “intellectueel eigendom”?

In België waakt hoofdzakelijk de auteursvereniging SABAM over de “rechten” van de kunstenaar. Afgezien van de gerechtelijke dossiers die tegen deze vereniging lopen wegens financieel gesjoemel, en het feit dat ze een pyramidale ledenstructuur kent (waar alleen de top geld terug krijgt, en de onderlaag vooral bijdraagt), is er al jarenlang kritiek omwille van de repressieve stijl en de nultolerantie die ze hanteert jegens bijvoorbeeld muziekliefhebbers die eens een blaadje muziekpapier copiëren. Ook de gretigheid waarmee ze in alle delen van het publieke én privé-domein ingrijpt om “billijke vergoedingen te innen” (zoals voor een radio die in de werkplaats van een garagist galmt, of de heffing op blanco-CD’s waarop u waarschijnlijk toch “beschermd werk” gaat branden) wekt veel kwaad bloed.

Fundamenteel echter is SABAM een dinosauriër, een levend fossiel in een wereld waar ideeën, beelden, teksten steeds sneller circuleren. “Intellectueel eigendom” is in onze cultuurgeschiedenis altijd al iets problematisch geweest. Originaliteit is in se een belachelijk fetisj. Hoeveel keer is het thema van Don Juan vanaf de renaissance tot heden overgenomen en doorgegeven, zonder copyrightperikelen? Moet een onderzoeker de nazaten van Einstein toestemming vragen om de relativiteitstheorie te mogen gebruiken?

In de 21ste eeuw is het begrip “auteursrecht” gewoonweg onhoudbaar, omdat ten eerste de massaculturele participatie een feit is, vooral dankzij het internet, en omdat de technologie zich buitengewoon leent tot copiëren, verveelvoudigen, maar ook spiegelen en vervormen. De schemerzone tussen copie, plagiaat, referentie, citaat en bewerking wordt steeds breder. Zelfs een “plagiërende” student met een thesis vol copy-pasts is iemand die ideeën doorgeeft en aan cultuurspreiding doet. Waarom hem buizen?

Intertekst

Vandaag leven we in een bad, door filosofen “intertekst” genoemd, waarvan slechts het schuim aan de oppervlakte zichtbaar is als cultuur. Vanonder stroomt alles door elkaar, waardoor er telkens nieuw schuim ontstaat. Ideeën moeten kunnen bewegen om gerecycleerd te worden. Het vermogen tot imiteren, absorberen, copiëren, parafraseren, permuteren,… is zelfs een maat voor de mentale fitheid van een samenleving. Beschermde ideeën zijn dode ideeën. De toekomst is aan de dilettant en eclecticus, iemand die weet te shoppen en te zappen, het bestaande combineert en synthetiseert. We hebben de mond vol over horizontale communicatie, de kennismaatschappij en de netwerkcultuur, maar dan moeten we niet flauw doen over het uitwisselen en doorgeven van wat de moeite waard is.

Goede ideeën verdienen om overgenomen te worden. Of om het met Anne Teresa te zeggen: Beyoncé heeft een goede smaak, chapeau. De Keersmaeker zou dan toch ook moeten erkennen dat ideeën die zelf ergens anders vandaan komen, niet kunnen ontvreemd worden. Als een auteur een roman schrijft, “zijn” roman, dan resoneert heel de wereldliteratuur daarin mee (ik hoop het voor hem), maar ook de boodschappenlijstjes van zijn vrouw en de teksten van La Esterella. We zijn maar deeltijdse, fragmentaire wervels van een enorme chemie. Het is de grote verdienste van de popcultuur dat ze die intertekst ten volle erkent en beleeft, ook al zit ook zij uiteraard in de greep van het auteursrechtenspook, de managers, productiehuizen en CD-labels.

Respect dus voor grote vernieuwers en hun vermoeienissen, maar evenzeer voor pikkedieven als Beyoncé, die moeiteloos rythm & blues, hiphop, soul, Brigitte Bardot, Andy Warhol, Rwigyy, Diana Ross en… Anne Teresa De Keersmaeker in elkaar klutst. Ik pleit dus voor meer copycat, én natuurlijk ook voor speurzin die de draadjes ontrafelt en stamlijnen traceert. Dat is gewoon een opgave voor de betere journalistiek. Zoals het geld moet rollen in de economie, moeten ideeën van eigenaar kunnen veranderen in de culturele wereld,- dat is een bewijs dat het goed gaat. Beyoncé Knowles brengt dus goed nieuws, ze is een spons die het goed kan uitleggen, en ze heeft mijn volle sympathie.

Johan Sanctorum

Advertenties

6 Reacties op “Beyoncé danst Rosas, so what?

  1. Helemaal mee eens, Johan.

    Je kan je toch maar uitleven in een talent waarover je beschikt en je kan zulks toch maar gedeeld hebben met de wereld, via je eigen performance of via goede kopie-genererende mensen die het je nadoen en “hét” in de wereld brengen in hun actieradii en waarvan hun glorie op jezelf terug afstraalt.

    Een artiest zou moeten kunnen leven van zijn kunst om zich verder ook te kunnen bekwamen door er dagdagelijks mee bezig te kunnen zijn. Akkoord! Maar als een populair artiest iets ontleent aan een andere kunstenaar dan is dat toch ‘goed meegenomen’ voor die laatstgenoemde kunstenaar en dan is dat toch veel beter dan duur en zinloos betaalde reclame voor een dans-stijlvorm die anders enkel en alleen genoten wordt door een subcultuur binnen de subcultuur ‘dans’, niet?

    Al dat té overdreven Sabam-gedoe of die megalomane bedragen die aan popsterren (of aan prof-voetballers als balspel-‘kunstenaars’) worden uitbesteed hoeft echt niet.

    Wees als kunstenaar of topsporter toch blij dat je jouw eigenste talent hebt mogen ontdekken waaraan je elke dag kan werken om het op meesterlijke hoogte te brengen. Hoeveel mensen zijn er in de wereld die deze gelukzaligheid van het plezier van hun meest-eigenste levensacten mogen genieten? Als je hiermee dan ook nog het geld kan verdienen waarmee je behoorlijk goed kan leven – en je kan vrijkopen om ander werk te moeten doen om je boterham te verdienen – dan is dat toch voldoende, niet? Indien Sabam dit minimum betracht dan vind ik dat goed. De rest is er gewoon ‘over’.

    In die zin is een boek of een film, gemaakt via open bron (open source), hét communicatiemiddel van de toekomst.

    Draag iets aan dat anderen begeestert en week dan in hen hun talenten los waarmee ze het aanvankelijk aangebrachte enorm kunnen verrijken én waarbij dus samen, met convergente inspanningen, iets uitzonderlijks kan worden neergepoot in dienst van de samenleving en van iets waarmee het individu zichzelf overstijgt.

    “All for one. One for all. And all for FREE”.

    Doe wel en zie niet om. Gewoon genereus zijn. Dat is de boodschap.

    “Alles uit deze publicatie mag gekopieerd worden, hoe meer, hoe liever” zou het nieuwe handeling-paradigma moeten worden van een nieuw aanbrekend tijdperk.

    Helemaal mee eens, Johan.

  2. Als er op intelligente wijze uit mijn teksten wordt gejat, voel ik me vereerd. Met Wannes zeg ik ‘ne zanger (ne schrijver) is een groep…’
    JC

  3. Heer Sanctorum,
    Die sneer naar het kunstwereldje en hun ‘moreel-intellectueel superioriteitsgevoel’, dat heeft deugd gedaan aan mijn hartje. Als het van de grote kunstkanonnen komt, dan is het waardevol en het bekijken waard, maar als het van de gewone mens komt (amateurtoneel, bijvoorbeeld), dan is een meewarige aanmoediging ruim voldoende. En zelfs dat niet, ach neen, eigenlijk is het dan quantité négligeable.
    Met vriendelijke groeten,
    De Drs.

  4. Dus beste heer Scrotum,
    als anderen jouw publicaties en gedeeltes volledig kopiëren en er hun eigen naam onder zetten en dan duizenden en duizenden euro’s er aan verdienen, dan voel je je vereerd en heb je er geen problemen mee?

    En wat betreft SABAM: volledig mee eens. Heb hun wereldvreemdheid en graaicultuur dit weekend weer zelf mogen ervaren…

  5. so what?
    je argumenten slaan werkelijk als een tang op een varken, beste heer sanctorum. een ipod, een laptop of een danspas… pikken is pikken. er is arbeid voor geleverd. respect voor andervrouws arbeid mag worden afgedwongen.
    niks dubbelzinnigs aan reactie van ATDK. ze spreekt haar bewondering uit voor B. maar evenzeer haar onbegrip voor het niet volgen van het protocol.
    als je in de popmuziek het werk van een collega wil ‘coveren’ dan wordt daar eerst toelating voor gevraagd. zo vanzelfsprekend is dat. voor ‘danspasjes’ hoeft dat niet volgens u? wel, dat is respectloos tegenover de kunstenaar. en of het nu ‘lage’ of ‘hoge’ cultuur betreft, dat is volledig naast de kwestie. (de scheefgegroeide situatie met SABAM staat er al evengoed los van. niettegenstaande een belangrijke kwestie.)

  6. Filip van Laenen

    Tja. Op die manier is de serial name dropper Mathias de Clercq natuurlijk meteen ook een filosoof waarop die andere filosoof Johan Sanctorum best niet te veel neerkijkt 🙂