Boek.0: pleidooi voor ontlettering

Met het vallen van de blaren schuiven belezen Vlamingen weer in dichte drommen naar Antwerp Expo om nog slimmer, nog meer belezen te worden, en een glimp op te vangen van hun schrijvende halfgoden die zich voor één keer tussen de meute begeven. Hoewel er overal ter wereld boekenbeurzen plaatsvinden –denk aan de fameuze beurs van Peking, waar ons aller David Van Reybrouck zo opgetogen over was ondanks het toegangsverbod voor dissidente schrijvers-, zie ik die Antwerpse beurs toch als een typisch Vlaams kuddefenomeen, een teken van volgzaamheid en conformisme. De Vlaming leest, niet om zich te laten verrassen of te ontdekken, laat staan om zich boos te maken, maar omdat lezen nu eenmaal tot zijn gehoorzaamheidscultuur behoort. Nauwgezet volgt hij de aanbevelingen van de boekenbijlagen in De Standaard, De Morgen en Knack, die zich zelf dan weer laten inspireren door de oekazen van de literatuurprijs-jury’s. Het hangt allemaal perfect samen, de literatuur volgt de markt en vice-versa. Wie schrijft die blijft, maar wie leest, kan meespreken en hoort erbij. En daar gaat het om. Samen-horigheid, lectuur als groepsgebed.

Vlaamse kermis

De boekenbeurs dus. Alles wel beschouwd grijpt hier de jaarlijkse apotheose plaats van het cultuurindustrieel establishment, gepatroneerd door boek.be, de vereniging van Vlaamse uitgevers en boekhandels. Boek.be is een commerciële belangengroep met een behoudsgezinde missie die onder veel ambiance en geschetter wordt gecamoufleerd.  De boekenbeurs is geen plaats voor contestatie, zelfs niet voor controverse. Het is een Vlaamse kermis waarover een parfum van politiek-correcte weldenkendheid en intellectualistische pronkzucht hangt (de verdomd interessante lezingen en debatten, de signeersessies,…), maar ook van commerce en consumentisme. Men hoort de letteren knetteren en de kassa rinkelen, en dat alles in de grootst mogelijke harmonie. In deze cultuurbraderij wordt het huwelijk gecelebreerd van de Roman (met hoofdletter) en het kookboek, hoogcultuur en hobbyisme, onder het motto: “papier is papier”.

Hoe dichterbij het einde, des te scheller klinken de megafoons in deze hoogmis van de papierindustrie.

De wankele positie van het boek, als object en medium, maakt a fortiori ook de boekenbeurs tot een zinledig, repetitief en hysterisch spektakel. Onderhuids en off the record weet natuurlijk iedereen dat de dagen van het boek geteld zijn. Maar laat die ondergangsstemming nu net de fleurigheid van het feest uitmaken, doorspekt met ronkende zegebulletins en recordjacht: elk jaar meer bezoekers, meer standjes, meer schrijvers, meer leut. Hoe dichterbij het einde, des te scheller klinken de megafoons in deze hoogmis van de papierindustrie. Alles herhaalt zich in meer van hetzelfde: de schrijvers, de uitgevers, de distributie, de beurs, de media, het publiek.

Oude goden

Natuurlijk hebben Brusselmans en Lanoye weer elk hun roman klaar: ze ovuleren op het gepaste moment, opgepept als ze zijn met het hormonenpreparaat dat hen door hun uitgevers-soigneurs werd bezorgd. Ooit werden ze “de jonge goden” genoemd. Nu tsjokken ze, met een pak incontinentieluiers onder de arm, naar hun signeerstandje om aldaar de honneurs waar te nemen van een verlepte Vlaamse literatuur die na Claus eigenlijk niets meer te betekenen had. Herman kijkt met glazige oogjes naar de schoolmeisjes die rond hem cirkelen, Tom doet hetzelfde met de knaapjes. Meer dan twee van zulke goden heeft deze planeet niet nodig. Tegelijk loert Brusselmans met onverholen chagrijn naar de afdeling kookboeken van de naastliggende stand, Lanoye heeft als schrijver zijn toevlucht gezocht tot het laatste redmiddel als niets meer lukt: over zichzelf schrijven, de zogenaamde autobiografische roman. Moeder!

Van bijbel tot kookboek

De kookboeken dus. Critici en literatuurfreaks doen er honend over, maar ze zijn dé sterkhouders van het ineen stuikend boekenvak. Het hobbyboek vormt de laatste fase van een literair verdampingsproces dat we alleen maar kunnen toejuichen: alles eindigt in de keuken of in de garage. Na het kookboek komt er niets meer. Hopelijk. De 21ste eeuw zal de geschiedenis ingaan als de eeuw waarin de tekst zich definitief van het papier losmaakte, om vrijer te gaan zweven, los van de hiërarchie auteur/lezer en de dwang van de inhoudsopgave.

Men zou het kookboek een absolute karikatuur van de bijbel kunnen noemen: de tien geboden zijn recepten geworden. Vergeten we niet dat de boekdrukkunst een kleine 600 jaar geleden is uitgevonden om bijbels te kunnen drukken,- dus om het ware geloof te propageren en om voor te schrijven wat ons te doen staat. Geboden en verboden.

Men zou het kookboek een absolute karikatuur van de bijbel kunnen noemen: de tien geboden zijn recepten geworden.

Nooit heeft het boek zich van die oorsprong kunnen ontdoen: de gedrukte tekst is in se prescriptief, elk boek is, ongeacht de inhoud, een handboek voor de lezer én een inprentingsmachine. Het laat zich niet zomaar doorbladeren,- het bevat integendeel instructies, een gebruiksaanwijzing die ons moet beletten om de tekst te mislezen. Met de bijbel als absoluut model, pretendeert het boek ons leven een richting te geven, te beleren, al was het maar over de manier om een soufflé te maken, en dat vergt een lecturale onderwerping, een lees-discipline die ons vanaf het eerste studiejaar wordt ingelepeld.

Ontlettering

Ook de roman, de seculiere tegenhanger van het bijbelmodel, ontsnapt niet aan die manipulatieve missie. Integendeel, de zogenaamde fictie dompelt ons in een verhaal dat het onze niet is, maar waarvan de compositie ons, meer nog dan het essay of het manifest, verleidt en dwingt om ons te identificeren (of net niet) met een personage. Het verhaal zou daardoor een metaforisch verklede waarheid bezitten. Daarom zat diezelfde bijbel ook boordevol verhalen: de auteurs wisten wat ze deden.

Het verhaal blijkt nu echter een leugen, en weerspiegelt slechts de leugenachtigheid die ons sociaal en politiek omgeeft: van Irak tot Dexia, overal worden ons leugens opgedist, “nuttige fictie”, die slechts veel later aan het licht komt, met dank aan gekken als Julian Assange.

Boeken zijn puur ballast, ze vergiftigen ons bestaan, ze verzoenen ons met de fabulatie. De schrijver is God, maar die had Nietzsche al dood verklaard, dus moet het eerder om een mummie gaan, een lastig spook. Lezen wordt dan, letterlijk, een dwaling.

Terecht gaan we onmiddellijk naar de laatste pagina, om vast te stellen dat de schrijver ons heel de tijd fijntjes bij de neus genomen heeft…

De opstand van de lezer, ontlettering genoemd, ligt nu in het verschiet. De ontsluiering haalt heel de romaneske tijdslijn overhoop. Terecht gaan we onmiddellijk naar de laatste pagina, om vast te stellen dat de schrijver ons heel de tijd fijntjes bij de neus genomen heeft,- tijd die we beter hadden besteed aan interessante dingen zoals een risotto maken (zonder Jeroen Meus), een stevig potje seks (zonder Goedele Liekens), op reis gaan (zonder Michiel Hendryckx), kortom: ons eigen verhaal maken, het enige dat echt telt.

Fahrenheit 451

Zei ik “de opstand van de lezer”? Er zijn verschillende strategieën om de gevaarlijke absurditeit van het boek te neutraliseren. Men kan bijvoorbeeld het boek ongelezen in de kast plaatsen,- dat komt meer voor dan zogenaamde lezers willen toegeven. Het wordt dan een rug, een decoratief element.

Daarnaast zijn er allerlei middelen die het boek op een of andere manier ontwaarden: de ramsj, de uitverkoop, de versnipperaar, het boek als pletmiddel voor een verzameling gedroogde bladeren, of als vliegenmepper. De ecologische kritiek is een belangrijke hefboom: de papierindustrie (waarvan het boekenvak maar een tak is) is een ontbosser, en bos hebben we nodig. Niet alleen om te ademen, maar ook en vooral om de vlakte te vermijden en te kunnen verdwijnen. Een boom is in die zin het perfecte boek: ongelezen, tekstloos, puur organisme.

Bijbels en korans het eerst in de fik, later ook de romans en de dichtbundels, en als laatste, euh.., waarom niet, ook de kookboeken.

Het boek (etymologisch van “beuk” afgeleid) is onnatuurlijk en natuurvijandig, zoals cultuur tout-court. In die zin zou men de distopische en herhaaldelijk verfilmde roman van Ray Bradbury  “Fahrenheit 451”, over een toekomstige samenleving waar boeken verbrand worden, kunnen ont-lezen tot een utopie. De boekenverbranding, vandaag nog gezien als hét symbool van barbarij, kan even goed een ritueel worden in een zoektocht naar nieuwe authenticiteit en autonomie. Bijbels en korans het eerst in de fik, later ook de romans en de dichtbundels, en als laatste, euh…, waarom niet, ook de kookboeken.

Dom blondje

Op een legendarisch geworden foto ziet men Marilyn Monroe, absoluut prototype van het domme blondje, op een bankje James Joyce “lezen”. Maar men ziet zo dat ze alleen naar de letters kijkt, mogelijk houdt ze het boek zelfs omgekeerd vast. Die dislexie opent mogelijkheden, misschien was Marylin wel veel slimmer maar ook veel onaangepaster dan wij allemaal samen. De zogezegde verloedering van de taal bij de jeugd, via het chatten en SMS-en, zou men als een spontane deconstructie kunnen opvatten van een literair kolonisatieproject dat ergens bij Gutenberg begon. De “domheid” is niet dom, ze is vooral een weigering om de tekst te accepteren zoals hij er staat. Men kan verontwaardigd zijn over van alles en nog wat, maar in laatste instantie moet de taal heruit gevonden worden, en dient de tekst “ontlezen”. Onbegrip, vervorming, analfabetisme, dislexie, dialect, allerlei niet-reguliere idiomen, taalfouten: ontlettering is tegelijk zich uitschrijven,- uit de monotheïstische bijbelcultuur die ons nog steeds domineert.

De “domheid” is niet dom, ze is vooral een weigering om de tekst te accepteren zoals hij er staat.

Het internet is een nuttig middel (maar meer ook niet) om dat tweevoudig proces van het ontlezen en het uitschrijven te faciliteren. Alleen het dagboek zou deze boekenverbranding kunnen overleven, als een neerslag van het persoonlijk geheugen, waar geen lezer zaken mee heeft, tenzij, op zeldzame “uitgelezen momenten”, een zielsverwant, en daar is geen boekdrukkunst of boekenbeurs voor nodig.

Met de verdwijning van het boek, als collectief fetisj en cultuurobject, verdwijnt ook de klassieke school (schola, scholastiek: ook die is theologisch), en wenkt een nieuw bestaan van de buitenstaander, dilletant, analfabeet, dagboekschrijver, zondagsschilder, dienstweigeraar, maker van onbestaande kunstwerken, reiziger, grensbewoner. Dit gaat over nieuwe naaktheid, naïviteit en levenslang beginnen. Domweg.

Meer over ontlettering:

Het boek, de bomen en het bos

Epi-fanie

Advertenties

16 Reacties op “Boek.0: pleidooi voor ontlettering

  1. Na Claus niets meer van betekenis? Van idolatrie gesproken…

  2. hilde franckaert

    Beste Johan,

    Is dit schrijven van jou?
    of was je in een onaanspreekbaa humeur toen je dit neerschreef? Me dunkt !

    600 jaar gleden is de boedrukkunst uitgevonden niet om bijbels te drukken in de eerste plaats en als dat dan al was, was het enkel bedoeld voor notable volgelingen van het pauselijk koninkrijk, die zeker geen tegenspraak zouden geven door hun instituut om de oren te slaan met principes die in dat boek staan geschreven en waar de kerkheersers zich niet aan hielden, laat staan het zelf geloofden.

    Bovendien gold er tot 1960 +- een leesverbod van de bijbel in Vlaanderen. Men wou een kritische en eigen vrije mening en interpretatie door her volk daarmee de kop indrukken. Een eigen mening of interpretatie was immers ketters. Het was aan de religieuze gezagvoerder om te bepalen hoe we mochten lezen of denken en al zeker niet ‘het in vraag stellen’ van de bemerkingen in het boek waar ze zich niet aan hielden en zelfs tegen zondigden. Is het nu nog steeds niet zo?

    Dit heeft zich gewoon verplaatst naar de gehoorzaamheid onder de huidige culturele en politieke dictatuur van vandaag.

    Men heeft toen het bijbellezen eruitgeklopt om ons dom te houden en onmondig. Al vergeten?
    Wie die bijbel wel las, werd en word bij sommige katholieken nog steeds uitgescholden als een ketter. (onlangs nog meegemaakt)

    Maar zie u zelf als een ketter van de gepromote heilige boeken van de gevallen lettergoden en cultuurbarbaren der schrijfkunst van vandaag!

    Je stampt nog liever tegen hun schenen dan warm ontvangen te worden als een lieveling van de tegenwoordige cultuurelite.
    Welkom gij Geus, gij protestant van de letteren..:-)

  3. U schrijft : “De Vlaming leest, niet om zich te laten verrassen of te ontdekken, laat staan om zich boos te maken, maar omdat lezen nu eenmaal tot zijn gehoorzaamheidscultuur behoort. Nauwgezet volgt hij de aanbevelingen van de boekenbijlagen in De Standaard, De Morgen en Knack, die zich zelf dan weer laten inspireren door de oekazen van de literatuurprijs-jury’s. Het hangt allemaal perfect samen, de literatuur volgt de markt en vice-versa. Wie schrijft die blijft, maar wie leest, kan meespreken en hoort erbij. En daar gaat het om. Samen-horigheid, lectuur als groepsgebed”.

    “Alles herhaalt zich in meer van hetzelfde: de schrijvers, de uitgevers, de distributie, de beurs, de media, het publiek”.

    “Het verhaal blijkt nu echter een leugen, en weerspiegelt slechts de leugenachtigheid die ons sociaal en politiek omgeeft: van Irak tot Dexia, overal worden ons leugens opgedist, “nuttige fictie”, die slechts veel later aan het licht komt, met dank aan gekken als Julien Assanges”.

    Dat is heel juist gezien. Je moet ‘in’ zijn door bepaalde auteurs gelezen te hebben. Dan hoor je bij ‘de club’. Maar je mag ook niet te kritisch zijn en zeker niet komen aandraven met een echt alternatief.

    En u schreef ook : “Een boom is in die zin het perfecte boek: ongelezen, tekstloos, puur organisme”.

    De boom is inderdaad een gesloten boek waarvan de essentie alleen maar kan worden ontdekt door een Sjamaanse benadering of een Keltische spiritualiteit van Barden, Ovaten en Druïden. Nu is diezelfde boom tot slaaf verworden van een cultuur die haar tot drager maakt van haar eigenste ‘pulp fiction’.

    En ook schreef u nog : “Alleen het dagboek zou deze boekenverbranding kunnen overleven, als een neerslag van het persoonlijk geheugen, waar geen lezer zaken mee heeft, tenzij, op zeldzame “uitgelezen momenten”, een zielsverwant, en daar is geen boekdrukkunst of boekenbeurs voor nodig”.

    Het echte ‘boek’ is inderdaad vaak een soort ongelezen (en nooit uitgegeven) Manuscript, doorheen een geheel mensenleven uitgerijpt, en geschreven met een onzichtbare inkt die als wijn lange tijd moet liggen ‘rusten’ om beter te worden en dat zodoende finaal als een verslag van een mensenleven verhelderend kan werken voor diegene die dezelfde existentiële ervaringen deelt… en dus enkel en alleen aan diens zielsverwant of tweelingsziel een ‘in-zicht’ verschaft over diens echte levens zoals ‘verslagen’ in diens GeheugenPaleis…

    U schreef heel terecht : “…en (er) wenkt een nieuw bestaan van de buitenstaander, dilletant, analfabeet, dagboekschrijver, zondagsschilder, dienstweigeraar, maker van onbestaande kunstwerken, reiziger, grensbewoner”.

    Daar ben ik het allemaal diep-existentieel mee eens.

    Toch even een randopmerking over de bijbel en vooral over Jezus’ “Blijde Boodschap” die vooral een boodschap was aan de zieken, de verschopten, de kreupelen, de armen, de doven, de stommen, de blinden en diegene die waarlijk hun hart volgen en de weg begaan van de waarlijke gerechtigheid en die enkel als echt “blijmakende boodschap” maar in vreugde wordt ontvangen door diegenen die Jezus tot de ‘Zijnen’ heeft verklaard in zijn welbekende zaligsprekingen (dat is zijn enigste en ‘echte publikum’). De rest is verzinsel, leugen, fabel dat verhuld werd in de glans van de echte heiligen… met als enigste opbrengst van 1700 Jaren kristenDOM : vele ‘schijn-heiligen’…

    De Roomse Kerk heeft sinds Constantijn (om en rond het jaar 300 Anno Domini) – als accapareerders van de martelaren die in de Romeinse circussen om het leven gebracht werden – de mondelinge en geïncarneerde Blijde Boodschap (die geen papier behoeft) op vele punten 180° gekeerd én is een Machiavelliaanse bureaucratische Papieren Tijger geworden die nooit heeft kunnen voorkomen dat de interpretatie over die authentieke geincarneerde (=voorgeleefde Blijde Boodschap) finaal geleid heeft tot 1001 kristelijk geïnspireerde denominaties.

    De Roomse Kerk heeft – vanuit het machtscentrum van de wereld in die tijd – een God naar mensenbeeld gemaakt die ‘soort-zoekt-soort’ aantrekt en waaraan machthebbers ‘een boodschap’ hadden en die ze vóór hun karretje hebben gespannen : zo verwordde God tot een grimmig, gruw, ruw, chagrijnig OpperMonster, jaloers tot op het bot die de mensen met een schuldbesef heeft opgezadeld (en de angst voor de hel) waardoor ze week en zwak en manipuleerbaar werden. Dat alles staat in evenwel in immens schril contrast met de evangelische bijbelteksten zelf (zelfs met de vier gecanoniseerde evangelische teksten!!!). Het is inderdaad een lang aangehouden ‘geheim zonder geheim’ geweest in diezelfde Roomse kerk dat de bijbel zelf een ‘verboden boek’ was voor het voetvolk, de ‘plebs’ zeg maar. Tja, de Roomse clerici wisten waarom… zoals “echte mannen steeds weten waarom”… 😉 Wie immers de evangeliën met het hart leest komt tot een totaal andere mondiale kristen-gemeenschap van de ‘zuiveren’ of ‘ketters’ want beide woorden zijn synoniem van elkaar. Of er nu één denominatie is die zulke zuiverheid kan claimen, betwijfel ik. Waar zijn de kristen-primitivisten – al dan niet vegetariërs – van de 21ste eeuw? Heel wat filosofen hebben hun tanden kapot gebeten op een Roomse schijnkerk en intussen hebben ze die “God” dood verklaard of de zoektocht naar de ware God allang opgegeven.

    De ware queeste van de mens ligt in de zoektocht naar de Interne Intelligentie van ons menselijk lichaam en naar de Maker ervan die elkeen van ons liefheeft en daartoe een wereld heeft voorzien die totaal anders georganiseerd is en waarin elkeen vrede kan vinden… evenwel als een ‘koninkrijk dat niet van deze wereld is’… en die dus in schril contract staat met de wereld die Jezus finaal heeft omgebracht. Het zou in onze dagen niet anders zijn dan 2000 jaren geleden… Lees vooral eens het verslag van de laatste dagen van Jezus en zie zo’n mens in onze tijd optreden…. Hij zou niet lang leven…

    Onze wereld wordt al sinds de dageraad van de mensheid door een 180° gekeerde macht begeesterd dito door een vervaarlijke soort van ‘struggle for life of the fittest’-denken/handelen die zelfs de Interne Intelligentie – die ook in de dieren huist – ver overtreft in haar graad van ‘verval aan datgene dat als meest heldere noties ook in de menselijke geest en hart kan worden teruggevonden sinds diezelfde dageraad van diezelfde mensheid’.

    Zoek die God én die Wereld, binnen én buiten deze Aardse wereld, waarin we alsnog ontzettend veel te leren hebben van de aangeboren wijsheid van de dieren. Observeer hierbij vooral dieren die ooit mensenkinderen hebben geadopteerd… Dieren zijn op z’n minst dan toch al “primitivisten’ die enkel maar doden uit noodzaak (uit verdediging) of omdat ze nu eenmaal als ‘roofdier’ geboren werden en zo zijnde wel aangewezen zijn op hun ‘prooien’).

    De mens is het enigste roofdier dat jaagt en dood om veel meer dan alleen maar ‘overleven’ te weten voor het bestendigen/veiligstellen/garanderen/verzekeren van luxe, “buiten-alle-maten”-eigenbelang en nog zoveel meer van al dat weinig fraais… In die zin had de speelfilm ‘Instinct’ met Anthony Hopkins echt wel een verhelderende boodschap.

    Er zijn in ons universum – dat ontzettend afhankelijk is van ‘de elementen’ (ongeacht wat deze ook zijn) – totaal andere regionale en mondiale pacificale mogelijkheden dan onze blauwe planeet met al dat soort van de “schijn-mensenrechten” die elke dag met de voeten worden getreden omwille van het grote “kleine eigenbelang” van een fractie van de 7 miljard bewoners op deze planeet. Het is enorm verhelderend om daarover lange tijd te reflecteren en ‘Astraal te reizen’. Ooit zal omtrent deze Queeste een (audiovisueel) GeheugenPaleis worden teruggevonden.

    En toch nog even een laatste opmerking over ‘boeken’ en/of ‘boodschappen’ op handgeschreven en/of gedrukte dragers : een boodschap is ansich niet beter omdat ze ofwel mondeling ofwel op schrift wordt gesteld.

    De mooiste boodschap is de boodschap die jezelf belichaamt en incarneert met een uitgedragen leven dat getuige aflegt van een boodschap die je heeft geïnspireerd en begeesterd tijdens je levensloop.

    Al de rest is ofwel ‘beschreven/gedrukte pulp’ ofwel ‘verwaaide mondelinge idolatrie’.

    En toch hou ik ontzettend van de Mondelinge Overlevering en de Levende Traditie.

  4. Filip van Laenen

    Als magere troost: in Noorwegen is het niet veel beter… Zelfde idolatrie, maar gelukkig wel minder kookboeken.

  5. Ralph Bisschops

    Een moedige tekst naar mijn hart. Ik treed Sanctorums positie volledig bij zoverre men van een boek mag verwachten dat het een oorspronkelijke en reële ervaring of belevenis weerspiegelt. Deze ervaring kan uiteraard ook wetenschappelijk zijn (voor Hegel betekende het woord ‘ervaring’ in de eerste plaats de wetenschappelijke vaststelling). De ervaring is tegenwoordig vaak zoek (dat zag reeds Adorno) en worden we met loutere mythologische constructies of tweedehandse ervaringen en infos zoet gehouden. (Ralph Bisschops)

  6. “… tijd die we beter hadden besteed aan interessante dingen… kortom: ons eigen verhaal maken, het enige dat echt telt”.

    Heel pertinent én juist gesteld, Johan.

    Een boek – of een tekst – schrijf je als schrijver alleen voor jezelf… Anderen mogen over je schouder heen meekijken maar wat zij ervan vinden is totaal van geen enkel belang. Daar gaat het als schrijver ook nooit over.

    Ik geloof dus ook niet in het broodschrijverschap van allerlei verzonnen en dus pulp-ervaringen, tenzij ze allemaal echt kunnen zijn en teruggrijpen naar echte existentiële verslagen van échte mensen van vlees en bloed en vele tranen (van echte vreugde en van echt verdriet). Niet alle fictie is zomaar fictie en niet alle realiteit is zomaar realiteit.

    Zoek en tracht te vinden dus eerst een degelijk beroep en wordt zoiets als bv. een lenzenslijper. Het “reflecterend over het leven schrijven” is steeds alleen maar iets dat erbovenop bijkomt. Wie alleen schrijft om te schrijven zal antrofiëren in lichaam én in geest. Die mist ook het échte contact met de gewone échte mens en diens noeste arbeid en alle hardheden van zulks menselijk bestaan. Over wat schrijft zulke persoon dan wel, als hij daarvan nu net zo geheel vervreemd is geraakt, he?

    “Tja, inderdaad : de inhoud”, zul je misschien vragen, “en de erkenning… en de roem”? Ach : dat is van geen enkel belang… En wat de boodschap ervan betreft : “Love it or leave it!” Sommigen zullen je hiervoor volgen tot op de maan en anderen zullen je erom verketteren tot gruis op een stinkende vuilnisbelt… Dat is nu eenmaal zo. Dacht je dat het ooit anders zou kunnen? Het enige dat je te doen hebt is sereen verder te leven en te doen wat je te doen hebt en dit alles zonder om te zien naar datgene wat het teweegbrengt. Dat zijn dan trouwens jouw zorgen niet eens meer.

    En of je nu mee optrekt met de schrijver in diens ontboezemingen of niet : de queeste wordt toch gemaakt en het echte verslag erover wordt toch steeds opgetekend als een logboek-notitie van een kapitein over diens eigenste levensschip-vaart en alle stille geheimenissen van diens wedervaren…

    Dit authentieke levensverhaal – het enige verhaal waaraan waarde kan worden gehecht – dat in een Onuitgegeven Manuscript opgetekend wordt zal op datzelfde levensschip steeds meegenomen worden tot het dan toch eens in een storm zal vergaan en alzo zal verzinken tot de abbys-velden van de oceaan waar alle levensverhalen van alle ooit geleefde mensen als nooit ontdekte schatten begraven liggen.

    Een waarlijke schrijver voelt zich diep verbonden met deze echte en verborgen schatten van de diepzee. Een waarlijk schrijver is zodoende een kompaan van hen en dus genoodzaakt iemand zonder naam noch gezicht. Hij blijft bewust anoniem en hij zoekt noch uitgever noch boekenbeurzen op om aldaar iets te gaan verkopen. Hij verhandelt niets. Hij verkoopt niets. Hij leeft en brengt enkel maar verslag uit. Het brengt hem nooit een duit op. “All for free”… zonder auteursrechten…

    Wie dat authentieke levensverhaal echt wilt ontdekken zal het moeten zoeken, en zijn leven moeten riskeren om het aldaar op te halen… en zal zodoende dus eerst hebben moeten leven zoals de maker ervan om dan de werkelijkheid van de woorden van dat Manuscript in de juiste levensomstandigheden te kunnen vatten als ware het dan plots een spiegel van diegene die het pas dan in zulke omstandigheden kan gelezen hebben… In elk ander geval lees je enkel woorden en zinnen die nooit werkelijk werden geïncarneerd… Zo’n lectuur is totaal waardeloos.

    Zulks kan je alleen beamen in het Grote Stille Ogenblik van het Leven als dat ultieme gecompresseerde levens-tijdsmoment zich ontpopt tot haar volle ontluiking en dus tot datgene dat dan echt zal geteld hebben… als vrucht van al jouw noeste en stille arbeid…

    Ja : “kortom ons eigen verhaal maken, het enige dat echt telt”…

  7. Toen ik vorige week bij een (of) andere pseudo de mening opperde dat een boek en zeker een dichtbundel slechts een handleiding is, viel me achteraf vooral hoon te beurt. Thans lees ik hier hetzelfde, – mooi. Toch kan ik me niet van de indruk ontdoen dat deze bewering hier niet meer is dan een commercieel interessant, maar voor de rest vooral een zeer vrijblijvend standpunt. Als morgen een of andere Ammerlaan aanbelt en met honderdjes zwaait, zal Johan Sanctorum wel et cetera. Gelukkig gaat ‘Nemo Xeno’ een stap verder in de goede richting. Wat is immers enerzijds het eigenhandig bouwen van een huis anders dan het zelf schrijven van een boek, en anderzijds: rol de regering, rol zelf uw sigaretten. Ik heb de voorbije 40 jaar op gegarandeerd subsidievrije wijze meer dan honderd boekjes allerhande uitgegeven van nu eens zelfverklaarde literaire halfgoden en dan weer van dezelfde regelrechte idioten, en ik heb minstens evenveel tentoonstellingen ingericht. Helaas! (Niets werd me in dank afgenomen, gelukkig maar, en alleen in het buitenland kreeg ik erkenning, – maar ook die hoef ik niet.) De slotsom is dat ik met haast geen middelen in ballingschap ben gegaan, in steeds andere woorden mijn eigen ultieme boek schrijf, een fruitgaard aanleg en groenten teel, haha boeken lees, en me met nog zo een en ander onledig hou. En ik weet: (behoudens onvoorziene prettige omstandigheden) zal mijn leven eindigen op het moment dat het boek af zal zijn. Ondertussen stuwen boek en leven mekaar vooruit, vaak in oncontroleerbare richting. Zo is alfabetisatie nog zinvol, en voor de rest is alles kwestie van geven volgens mogelijkheden en nemen naar behoefte.
    (En opdat me geen hoge eigendunk zou verweten worden: hoog loop ik niet op met mijn gedoe.)

  8. “De 21ste eeuw zal de geschiedenis ingaan als de eeuw waarin de tekst zich definitief van het papier losmaakte”

    Toch vreemd als men bedenkt dat heel de beschaving – althans in haar teerste en voornaamste elementen – zo lang aangewezen was (en gedeeltelijk nog is) op de meest broze materie die bestaat: op het papier.
    Ik moet er aan denken, hoe – tot voor kort toch – heel het wereldcrediet nog bestond uit banknoten, in wissels en mandaten, die niets anders zijn dan reepjes papier. Ik bedenk, dat heel het industrieel bezit der continenten bestond uit milliarden aandelen en obligaties: stukken papier. De kantoren der notarissen en advocaten waren volgepropt met documenten en contracten, waar het leven van millioenen en millioenen mensen van afhangt: dun beklad papier. De bevolkingsregisters der gemeenten, de archieven der ministeries en der staten: kadasters van vergeeld papier. De openbare bibliotheken: stapels bedrukte vellen (nog steeds).
    In de openbare kantoren, in de legers, in de scholen, in de universiteiten, in de parlementen vond alles voortgang dank zij papieren stukken: circulaires, bons, kwitanties, stembiljetten, wetsontwerpen, rapporten, – met de hand of met de machine beschreven papier, bedrukt papier. Nog steeds verwerken zowel de kranten als de waterclosets ieder jaar tonnen papier!
    De goederen en de rechten der mensen werden (en deels nu nog) aan een deegje van hout en lijm – bederfelijke en brandbare stoffen – toevertrouwd, even zeer als de schatten der wetenschap en der kunst. Het vocht, het vuur, wormen, mieren en muizen konden (en nu nog) deze ongehoorde opstapeling van papier, waarop alles wat ons op aarde het dierbaarst was (of nog steeds is) berust, ongedaan maken en vernietigen.

  9. Gerard Bodifee

    Sanctorums pleidooi voor rebelsheid barst van de clichés. Daar zijn ze weer: het domme blondje, de heiligverklaring van Hugo Claus, het obligate schoppen tegen kerk en traditie, en meer van dat. Ondertussen heeft niemand in de gaten dat de kerk nog het enige instituut is dat durft ingaan tegen de heersende tijdgeest. Wat hebben we aan de zoveelste would-be anarchist, die niet verder komt dan de verwerping van de eigen cultuur en de verheerlijking van de natuur? Wie zijn de echte vrijgevochtenen? Ik zie alleen bevrijding bij diegenen die nog durven uitspreken wat ingaat tegen de geboden en bevelen van een hypernerveuze, onverdraagzame seculiere maatschappij die het alleenrecht van opinie opeist.

    Gerard Bodifee

    • Inderdaad heb ik het artikel niet verder kunnen lezen toen bleek dat nu ook Johan Sanctorum ene Hugo Claus tot de groten rekent. Claus was een behoorlijk goede toneelschrijver, meer echter niet. Kookboeken verkopen nu eenmaal goed sinds de gemiddelde huisvrouw niet meer bestaat en dus ook niet meer kan koken. De boekenbeurs dan. Heel soms ga ik er nog naartoe. Niet voor de boeken, wat ik lees vind ik er doorgaans niet. Wel voor de smoelen. De betere dan, zoals Peter Verhelst. Ik heb er nog nooit meer dan een boek laten signeren.
      Dus is de vraag inderdaad: wie heeft dit stuk feitelijk geschreven? De tekstverwerker?

  10. “Ondertussen heeft niemand in de gaten dat de kerk nog het enige instituut is dat durft ingaan tegen de heersende tijdgeest.”

    In the previous entry, I said that the Vatican’s proposal for a global central global banking authority sounded like something out of the Left Behind series, with the Vatican taking on the role of the anti-Christ. In fact, the Vatican’s idea for a central world bank is nothing compared to a much more ambitious proposal which Pope Benedict himself made in the recent past but which I missed at the time and did not know about until today. In July 2009 Benedict issued an encyclical, Caritas in Veritate, in which he said the following:

    In the face of the unrelenting growth of global interdependence, there is a strongly felt need, even in the midst of a global recession, for a reform of the United Nations Organization, and likewise of economic institutions and international finance, so that the concept of the family of nations can acquire real teeth. One also senses the urgent need to find innovative ways of implementing the principle of the responsibility to protect and of giving poorer nations an effective voice in shared decision-making. This seems necessary in order to arrive at a political, juridical and economic order which can increase and give direction to international cooperation for the development of all peoples in solidarity. To manage the global economy; to revive economies hit by the crisis; to avoid any deterioration of the present crisis and the greater imbalances that would result; to bring about integral and timely disarmament, food security and peace; to guarantee the protection of the environment and to regulate migration: for all this, there is urgent need of a true world political authority, as my predecessor Blessed John XXIII indicated some years ago.
    Such an authority would need to be regulated by law, to observe consistently the principles of subsidiarity and solidarity, to seek to establish the common good, and to make a commitment to securing authentic integral human development inspired by the values of charity in truth. Furthermore, such an authority would need to be universally recognized and to be vested with the effective power to ensure security for all, regard for justice, and respect for rights. Obviously it would have to have the authority to ensure compliance with its decisions from all parties, and also with the coordinated measures adopted in various international forums. Without this, despite the great progress accomplished in various sectors, international law would risk being conditioned by the balance of power among the strongest nations. The integral development of peoples and international cooperation require the establishment of a greater degree of international ordering, marked by subsidiarity, for the management of globalization. They also require the construction of a social order that at last conforms to the moral order, to the interconnection between moral and social spheres, and to the link between politics and the economic and civil spheres, as envisaged by the Charter of the United Nations.

    I particularly like (if that’s the right word) that bit about how the only alternative to a universal authority with the power to enforce obedience to itself is a “balance of power among the strongest nations.” But of course a balance of power among different secular power centers is the way humanity has always been organized, something the Catholic Church used to understand and support. But Benedict doesn’t like that. He wants to break with history in all its messiness and inequality and have a gnostic sect rule mankind for the well-being and equality of all.
    And do you believe that he actually said that his aim is for the “concept of the family of nations [to] acquire “real teeth”? Real teeth? That’s the sort of menacing language you expect from a Leninist.

    There’s no other way to put this. Insofar as the Catholic Church is a political organization as distinct from a spiritual organization, it is now indistinguishable from the transnational left that already runs Europe and that seeks a global totalitarian state.

    http://www.amnation.com/vfr/archives/020833.html

  11. @ j.a. Fernand : leuk om dan toch eens wat zielsverwanten aan te treffen op misschien toch wat verlaten uithoeken van het internet waar de man waar jij over spreekt (of is het een vrouw) – her en der – haar of zijn eitjes leg… “Laat het anderen maar verder uitbroeden”, denkt hij misschien wel. “Visionair België” is zo’n eilandje waar hij vaak op terugkeert. De gastheer laat hem doen, wat al niet weinig is. Hij is JS daarin toch wel erkentelijk voor.

    Met andere ‘rare vogels’ doet hij zijn trek doorheen de wereld… Hij strijkt dus steeds neer op andermans eigendom… Hij zingt zoals een cuculus canorus, een vrolijke koekoek, dus…

    Zo trekt hij doorheen de wereld, met op de ene schouder een koekoek en op de andere schouder een ekster, en met een valk die steeds voor hen uitvliegt en met een uil die op zijn hoofd zit…

    En met een ezeltje als hun gezamelijke metgezel. “Ezels in de mist” zou het verhaal wel kunnen heten.

    Zelf bouwt hij met glas-in-lood, ja zelfs wat met (half)edelsteenslijpen en met niet weinig steenhouwwerk zijn blokkendoos bouwwerkje bij elkaar… begeesterd als een jongen die opgaat in zijn eigen gecreëerde wereld…

    Hierbij worden zowel edelstenen (met haar kristallografie), alsook hun kleuren en finaal geslepen vormen met getallensymboliek gebruikt die allemaal hun eigenste verhaal vertellen voor wie haar taal kan lezen en daar ontvankelijk voor open staat…

    Pianospelen hoort ook bij het plaatje… en het oppuntstellen van een dans-vocabularium van ‘postures’ en ‘gestures’ over datgene wat deze wereld terug tot waarlijke “back to basics” zal brengen lijkt wel zoiets als zijn levensadem-project.

    Ooit was er dat levensdrive-project om “hét” ook cinematografisch te willen uitbrengen… Misschien maakt hij er alsnog toch enkel een previsualisatie (Previz)-pareltje van, zoals een architect met een blauwdruk toch zijn dramaturgisch-artistieke visies kan uitwerken. De technische tools op de dag van vandaag zijn nu van dien aard dat zulks echt wel mogelijk wordt.

    In de zomer 2006 – na het volbrengen van zijn tweede queeste-pelgrimstocht naar Santiago de Compostela – stond hij op de kathedraals-bouwwerf van Don Justo die al meer dan 44 jaren totaal solo aan zijn kathedraal bouwt : een man dus naar zijn hart! Hij wist al jarenlang van het bestaan van die man af. In een winkeltje (nou ja een religieus boekenwinkeltje 😉 in Cadiz zijn ze, via internet, die kathedraalbouwer op het spoor gekomen. Zelfs tot in 2006 was die Don Justo zo goed als totaal onbekend in zijn eigen land en dat zelfs nadat zijn bouwwerk toch in die voorbijgaande decennia echt wel uit de grond was opgerezen… De eerste jaren, en zelfs eerste twee decennia, zullen ze hem totaal zot hebben verklaard. Don Justo staat nu op wikipedia geboekt als een ‘outsider artist’ oftewel een ‘visionary artist’, naast dus andere ‘gekken’. Het helpt hierbij wel dat je een tik van de molen hebt gekregen… “Prettig gestoord, dus, lukt het wat beter”. Dat weet hij best zelf ook wel. Op zijn omzwervingen in Spanje heeft hij meermaals de rondzwervende ziel van die zielsverwant Don Quichote ontmoet.

    2160 Basisnoties, verdeeld over 720 druïdale Triades, geconstrueerd op een Raderwerk van Caroussels wordt een stil uitgerijpt levenswerk waar een heel mensenleven lang werd aan gewerkt met zelfs een aanslag erop in 2008 maar niets houdt hem tegen. Alles gaat gewoon door en vanuit de ruinestenen zal een bouwwerk worden opgetrokken dat beter is dan het voorziene origineel : collectie, modelleren, in elkaar passen, polijsten, inkleden en finaal… doen verzinken… tot de abbysgronden van de diepzee als existentiële levensact…

    Gaandeweg werd iets in hem tot een soort cineast-zonder-camera (mid-jaren ’90) en omtrent 2006 had hij eraan gedacht om me in één van de bergen in Spanje terug te trekken en er als één van hun 300 kluizenaars contemplerend te gaan leven…

    Finaal is zulk leven nooit echt veraf… Uiteindelijk wenst de ziel in hem een fabuleus (lees : animistisch-angeliek/animaal) totemisch Manuscript na te laten in een eigen fictieve – uiterst gecompresseerde – taal gebracht die haar eigen werelden en universa creëert die reëel opbouwbaar zijn maar die zich niet echt laten inpassen op deze blauwe planeet (nu nog niet!). Er zijn heel zeker andere universa waarin de schepselen minder van hun omgeving dito metabolitische symbiose ermee afhankelijk zijn… en die hun planeet totaal anders hebben georganiseerd en die veel wijzer zijn dan alle onze intelligentie samen. Zij hebben zich immers geconnecteerd met de Interne Intelligentie van onze lichamen. Dat is dé Queeste!

    Aan dat Manuscript zal niet eens één boom opgeofferd geweest zijn.

    De ‘Wilde Merlijn’, kluizenaars, lonely wolves en vele andere ‘rare snuiters’ zijn diens metgezellen op een alom vreemd levenspad.

    En de Atlantische Oceaan zal steeds zijn stille kompaan zijn geweest.

    Van de Stille Oceaan wordt gezegd dat ze geen geheugen heeft (quote uit de langspeelfilm “The Shawshank Redemption” (ik hoop dat ik het goed schrijf). “Redemption” heeft steeds iets louterends (en dus ‘zuiverends’).

    Van de Atlantische Oceaan weet hij dat ze de GeheugenPaleizen van vele dromers herbergt.

    “Leven en laten leven”, is zijn levensmotto.

    Ik zou de stelling van Johan Sanctorum wat willen bijstellen omdat ze steeds “té” is gesteld maar ik begrijp heel zeker de diepere teneur van datgene dat echt wel authentiek is in zijn betoog dat ik volkomen kan beamen. In al zijn overdrijvingen stelt hij intussen wel heel pertinent juiste zaken te berde.

    Het gaat er finaal om dat je zelf een soort Open Boek wordt voor andere generaties en dit terwijl je gedurende een geheel leven anoniem en als onbekende hebt geleefd waarin de boodschap van dat manuscript in grote lijnen gesloten bleef voor de eigen tijdsgenoten of waaraan ze niet echt een boodschap hadden en hij zich zozijnde en zodoende gaandeweg een “schim” begon te voelen in hun omgeving en zodoende dat leven zich enkel nog in de marge ervan kon doen “overleven”. Het is niet voor niets dat hij 3300 kms op de zoom van deze landen – op hun zandstranden en desolate kustpaden – heeft gelopen en dit vanaf van de Shetlands tot in Gibraltar, hierbij ergens het land ‘links laten liggend’… en hij zich ergens veel meer geconnecteerd voelde met de vele doden van de Atlantische Oceaan (sinds de dageraad van de mensheid) en ook een band begon te voelen met hen die angeliek werden gered door de Rescue Teams en door de geesten van de vuurtorenwachters…

    Dit leven is een soort trektocht doorheen een soort schimmenrijk waarin het zogenaamd “echte” enerzijds niets meer is dan vals en niet-authentiek en anderzijds het uitkristalliserend ingebeeld-gedroomde enkel tot de waarlijke wereld behoort…

    Wie zo’n stapper van buitenaf gadeslaat ziet niets meer dan een voorbijtrekkende man met een rugzak… Wie evenwel doorheen zijn ogen kijkt en oren luistert en de ademhaling voelt en het hartritme als stappende cadans mede voelt gaat met hem mee en ‘op’ in een totaal andere wereld… Zo’n lucide waarnemer geraakt dus geconnecteerd met een Inner World als de voor hem enige en echte wereld die hem doet doen wat hij doet.

    Enkel een langdurend “Donkere Tunnel”-bestaan leidt tot deze verborgen Oase-DroomWereld. De tunnelvisie – liefst van al uitmondend in zoiets als kapitein Nemo’s onderzee-wereldrijk – is inherent aan het menselijk bestaan. Laat jezelf nooit de enorm verengende tunnelvisies van anderen opleggen want finaal hebben ze zelfs niet eens een zuurstoftent noch oase-vlakte met fabuleus panoramisch zicht. Vaak mondt het uit in een allesverslindende “Niets” uit de ‘Neverending Story’.

    Ooit zullen de begeesterden ooit worden rondgeleid in dat “Geheugen¨Paleis van een Fantast” en diens DroomStede waar hij een koning te rijk was en hun gastheer zal wezen, hen allen uitnodigend met de woorden :

    “Welkom in mijn Thuisstede en schenk ons iets van uw geluk en voorspoed en… verwonder ons. Zoniet, verras ik jullie met mijn caleidoscopische visies van alles in alles. Vertrouw me en geef jullie over in deze grote Vrije Val”.

  12. @ Johan Sanctorum: twee verbeteringen: het is Julian Assange (niet Julien Assanges) en het is Marilyn (niet Marylin) Monroe.

  13. Pingback: Hout en Nieuw 31 « rook en vuur

  14. E. Janssens

    Bodifiée: ‘Wat hebben we aan de zoveelste would-be anarchist, die niet verder komt dan de verwerping van de eigen cultuur en de verheerlijking van de natuur?’ Ik denk dat Sanctorum er juist op doelt de verwerping van de eigen cultuur door de grote massa te kritiseren. Van waar anders de islamofilie, de algemene en massale onwetendheid, gepromoot door het moderne onderwijs, van de wortels en de sterktes van onze westerse beschaving. Die beschaving, meneer Bodifiée, is zowel joods-christelijk als seculier, en ze is uitzonderlijk. En als u liever niet in een ‘seculiere, onverdraagzame’ maatschappij woont, dan raad ik u aan het eens in Iran te proberen.
    De frustratie over de ondergang van de christelijke kerk blijkt uit uw tekst. Mijn frustratie geldt de opkomst van een godsdienst die qua onverdraagzaamheid alle andere godsdiensten meer dan in de schaduw stelt. Waarom fulmineert u daar niet tegen i.p.v. te razen tegen het secularisme, dat hopelijk nog het einde van de 21ste eeuw haalt? Laten we voor die redding bidden, u met ons, meneer Biodifieé, want de toekomst schijnt me islamtheocratisch en dus eeuwig duister toe! (U zoudt het beter opnemen voor uw vervolgde geloofsgenoten in Egypte, Syrië, Libanon, Irak, Pakistan, Turkije etc. dan u druk te maken over zowat de enige werkelijk kritische stem die Vlaanderen nog rijk is. En dat van Claus, dat klopt: Claus was de grootste onder de dwergen, maar dat maakt hem nog niet groot).

  15. @ Hout en Nieuw 31 “rook en vuur

    “Leven en laten leven”. Elkeen speelt zijn rol. Het moeten dus plots inderdaad niet allemaal Facteur Chevals’ worden maar het is wel goed dat er zo’n mensen zijn.

    En finaal mag er wel geanimeerd worden (wat zou het triest zijn zonder een Herman Van Veen, een Rogier van Otterloo, een Thijs Van leer, een Jan Akkerman, een Guido Gezelle, een Felix Timmermans… en diens Pallieter (dito haar verfilming)… om er maar enkelen te vernoemen…

    Het zal wel steeds te kort door de bocht zijn door te stellen dat de wereld alleen moet worden bevolkt door één bepaalde soort van auteurs, acteurs, dansers, componisten, filmregisseurs enz.

    En kritiek moet kunnen. Ofschoon het vaak teveel en snel te scherp uit de bocht gaat vind ik de bijdragen van Johan Sanctorum wel goed. Jammer dat hij het steeds teveel gemunt heeft op heel concrete personen. Dat zwakt zijn algemeen betoog immers enorm af. Dat is zijn enorme zwakte want finaal is hij… God niet… en kan hij al bij naam genoemde personen toch niet oordelen. Maar toch moet zijn algemene sferische kritiek kunnen omdat ze steeds juiste zaken aan de kaak stelt die moeten gezegd en geschreven worden.

    Het was me immers in de mid-jaren ’90 evenwel reeds enorm opgevallen dat alle maatschappijkritische boeken – die hoog in de ranking stonden en op de boekenbeurs gesigneerd werden – nooit echt naar oplossingen zoeken. Het corpus van het betoog van deze schrijvers komt nooit veel verder dan een analyse van vaak ook nog eens veelal verkeerd voorgestelde oorzaken en gevolgen. Zodoende zijn er nooit gevolgtrekkingen die dus nog veel minder kunnen uitmonden in een aantal mogelijke oplossings-scenario’s. Het lijkt wel ‘in’ te zijn om maatschappijkritisch te zijn maar kom nooit aandraven met oplossingen want dan ben je direct ‘out’. “Links” is echt zo links niet meer. Ik treed daarin de visionair Jean-Pierre Van Rossem bij die durft te komen aandraven met niet-conventionele oplossingen waar menigeen van de steeds te stevig ingezeten machten zijn neus voor ophaalt. Op youtube kan je deze uitmuntende ideeënman aan het woord zien.

    Er kan daarbij nog gesteld worden dat de echte oplossing in een fusie ligt tussen enerzijds een uitweg die moet worden bedacht door een PanHumaan Mondiaal Planbureau dat minimale leefomstandigheden (en alle geherdefiniëerde primaire behoeften) voor 7 miljard mensen tracht te garanderen en anderzijds een verlichte neo-liberalisme (waar de meeste van ‘links’ ook reëel – doorheen hun dagdagelijkse levenswandel en -handel – toe behoren, blijkbaar) dat gelimiteerd door het eerste alsnog ergens voor enige ‘luxe’ kan zorgen wat betreft de invulling van secundaire en tertiaire behoeften (ook wederom te herdefiniëren)… en dat voorkomt dat zo’n sociaal experiment in de valkuilen van een drama à-la Holodomor (cfr. Ukraïnse hongersnood van de beginjaren ’30 van voorgaande eeuw) zal versukkelen want utopisten dienen zich te hoeden voor het dystopia dat zich als venijn in de staart van hun betrachtingen schuilhoudt.

    Dus een fusie én dit dus binnen een reconvertie van het hier-en-nu naar een daar-en-straks t.w. een strikte planeconomie voor het garanderen van een rantsoeneringsminimum voor elkeen op aarde én een verlichte vrije markteconomie die ergens voor de ‘flair’ dient te zorgen.

    Finaal wordt die fusie-oplossing een mengelmoes van allerlei historsch bestaande “-ismen” (de ideologieën van de 19de en de 20ste eeuw met al haar sociale experimenten) en zullen er verschillende bestuursvormen ingeschakeld worden (de politieke besluitvormingstelsels) daar waar ze het meest efficiënt hun deel-doelstelling kunnen invullen, maar zorgend dat het klokwerk wel in haar geheel blijft ronddraaien en de deel-doelstelling nooit het totaalzicht mag verliezen. Het zal allemaal dan heel sterk lijken op een soort oorlogskabinet (lees eerder : een mondiaal crisiskabinet met gelijkaardige kabinetten in alle naties hier op aarde). In crisissituaties moet adequaat gehandeld worden. Het kan dan echt niet anders. Op elkaar afgeven en het malkontent vuurspuwen is de luxe van diegenen die nooit hun verantwoordelijk opnemen.

    En toch moeten er vrije kritische geesten blijven bestaan die toekijken, zolang hun aandeel niet ontaard in iets dat immens subversief dreigt te worden.

    @ Bodifiée en E. Janssens

    Het welles-nietes omtrent ‘oude remedies’ die niet meer helpen zal zichzelf door de opkomende mondiale crisis in de marge drummen.

    De club van Boedapest zal om en rond 2012 nog vaker van zich laten horen.

    We staan op het punt van een Grote Paradigma-switch…
    We staan op een historisch scharnierpunt en alleen een pacificale Reconvertie kan voorkomen dat de vlam in de pan slaat…

    Het Romeinse kristenDOM (ik zeg niet het authentieke kristelijke : dat is iets anders) heeft gefaald. De hardliners van de islam moeten dat nu niet gaan naäpen. Maar dat doen ze in een aantal landen wel. Ik begrijp hierin wel de opmerking van de heer janssens. De Inquisitie, de brandstapels, de boekverbrandingen, de ketterjacht, de heksenwaan enzovoort liggen achter ons.

    De Islam zal ook lessen moeten trekken over het Verval van dat kristendoms-machtscentrum en er terdege rekening mee moeten houden dat zulke evolutie eveneens in hun verschiet ligt. Een godsdienst die met geweld wordt opgelegd faalt finaal altijd. De waarlijke religieuze boodschap kan enkel maar uit het hart komen. De Europese Islam dient heel snel tot dat besef te komen. Misschien kunnen hun esoterische stromingen (zoals de Soefi’s) hierbij helpen.

    Misschien biedt het Boek Urantia ook wel enige verlichting, hoewel een tot dusver onbekende Kosmologie nog veel meer opzien zal baren.

    Dus, heren : jullie hebben beiden ongelijk. Met dat soort bekvechten kom je nergens. Dat brengt geen aarde aan de dijk. Misschien her en der wat stemmen’ maar daar gaat het mij nooit om.