Maandelijks archief: november 2011

We hebben (bijna) een regering, leve de oppositie!

Habemus papam, de witte rook zal dra uit de Wetstraat opstijgen. Dat het compromis à la belge niemand begeestert –en daarom wellicht een “goed compromis” is- lijkt vooral een zelflovend statement van de politieke klasse. De waarheid is veel onthutsender: het kan Jan en Mie Modaal geen fluit schelen of we een regering hebben. De gevolgen voor de portemonnee, dat gaat ons natuurlijk wel aan. Maar het idee op zich, dat er weer een kapitein aan het roer staat, dat we weer voor vol aanzien worden in het buitenland, neen, dat zal ons worst wezen. De schijterige antiheld Leterme had nog tot in de eeuwigheid met voorlopige twaalfden mogen schuiven.

De algemene weerzin tegen politiek en politici zal alvast in Vlaanderen niet verdwijnen, integendeel. Zeker met een premier wiens Nederfrans we tenenkrullend aanhoren, en met een regering die niet eens een meerderheid heeft aan Vlaamse kant, is Di Rupo gedoemd tot het acteren van zijn eigen karikatuur. Cartoonist Erwin Vanmol scherpt nu al zijn potloden.

Ach, eigenlijk willen wij het liefst helemaal geen regering. Er mag wel iemand op de winkel letten, maar het charisma van de macht is bij ons haast iets obsceen. Soms probeert men die Vlaamse anti-establishment-attitude historisch te duiden. Ik houd het bij de val van Antwerpen in 1585, toen onze lokale “cultuurdragers” (zo noemen ze zich graag)  alle tijd kregen om naar het Noorden te emigreren, waarna burgemeester Marnix van St. Aldegonde de poorten opende voor de Spaanse furie.

Sindsdien hebben de Antwerpenaars lak aan de bewoners van ’t schoon verdiep én aan intellectuelen. Het liefst zien we ze stuntelen, spartelen, slijkworstelen, of gewoon zachtjes sudderen in hun eigen vet tot ze radeloos in het rond beginnen te twitteren.

Incivieke strategie

De politici onverantwoordelijk? We hebben vooral burgers zonder burgerzin. Het initiatief van David van Reybrouck sloeg niet aan, de frietrevolutie leverde al bij al slechts wat slappe, op te lage temperatuur gebakken drentels op.

Het is uiteindelijk de Vlaamse kiezer (en als ik nog specifieker mag zijn: de Antwerpse stembusganger) die de incivieke strategie van de onthouding heeft gevolgd en verantwoordelijk is voor de langste regeringscrisis ooit. Hij schoof de underdog naar voor, maar dan in de heimelijke hoop dat die zijn politieke maagdelijkheid zou behouden,- een rol die Bart De Wever met verve speelt.

De politici onverantwoordelijk? We hebben vooral burgers zonder burgerzin.

De Vlaamse kiezer – om maar eenvoudigheidshalve van dit statistisch wezen te blijven spreken- gebruikt de politicus enkel nog om het systeem te destabiliseren. De Winter, De Decker, De Wever zijn de hefbomen van deze ontwrichtingsstrategie. Men spreekt over “populisme”, als van een politiek die het volk naar de mond spreekt, maar dat is een understatement: eigenlijk heeft het volk met de politiek al lang afgerekend en zoekt het nu de uitgang.

Bart De Wever zal zijn charisma behouden, zolang hij aan de macht niet deelneemt. En ik denk ook dat hij het weet, daarom weigert hij bij voorbaat elk ambt. Zijn macht bestaat uit pure contre-démocratie, het tegengewicht van de niet-deelnemer en saboteur, zoals voordien het Vlaams Blok/Belang dat uitoefende. Wordt Bart De Wever burgemeester van Antwerpen, dan is de pret er helemaal af, en kiezen we wel weer een andere schaduwpoliticus.

Testosteron

Het is pas door dit inciviek fenomeen in een internationale context te plaatsen, dat we beseffen hoe ver we onze tijd vooruit zijn. In plaats van altijd maar weer te schelden op de antipolitiek, is het boeiender om dat fenomeen eens ten gronde te doordenken.

De 21ste eeuw wordt vooral een eeuw van de ontluistering, de desublimatie en het iconoclasme: het neerhalen van regimes, van systemen, maar vooral van personen die in het systeem een glansrol vervullen. De man die in Irak ooit een schoen gooide naar president Bush, heeft iets veel fundamenteler in gang gezet dan alle Arabische en andere revoluties samen. We gaan naar een tijdperk van taarten en rotte eieren gooien, uitschelden, en wellicht ook het straffere werk: de aanslag.

Deze focus op persoonlijke machtspunten, in plaats van steriele systeemkritiek, wijst op de heropleving van de antieke tirannenmoord. Het besef groeit dat  kritiek zinloos is, omdat in elk systeem hetzelfde soort machtsbeluste individuen opduikt dat zich op het verhoog weet te hijsen (“verantwoordelijkheid nemen” is het steevaste eufemisme). Dus moeten die individuen eraan.

Testosteron is de enige en echte motor van deze planeet.

Van Julius Caesar tot Pol Pot,- altijd weer reïncarneren ze zich, de performers die zich ontpoppen tot tirannen. De weerzin tegen dit machtsmisbruik, en het inzicht dat macht zich ook alleen maar lààt misbruiken, levert wereldwijd een enorme dosis negatieve energie op.

De dagen van bejaarde potentaten zoals Jean-Luc Dehaene of Dominique Strauss-Kahn zijn geteld. Financiële en/of sexuele graaizucht, het sprookje van de “erotiserende macht”,- het is allemaal gedaan, de roedel wil de scalp van het alfadier. Vooral de jacht op DSK had een hoog gehalte van seksuele afgunst. Testosteron is de enige en echte motor van deze planeet.

V for Vendetta

De haast biologische rancune van de groep tegen de leider, het politieke dier, de volksheld, de demagoog, de vedette, die eerst gekozen wordt en daarna als zondebok wordt afgemaakt, betekent het einde van de democratie, in de klassieke zin van representatieve macht. Wie uitverkoren wordt, wacht nog enkel de schande. Elk podium verandert bliksemsnel in een schavot,- het geldt voor kunstenaars, schrijvers, politici, celebrities: we willen ze zien sterven, zo  goor mogelijk. Het lynchen van Mussolini in 1945 (omgekeerd opgehangen aan de dwarsbalk van een benzinestation) is een waarschuwing voor alle acteurs en performers, politieke en andere, vandaag en morgen. De functie van de zgn. schandaalpers is, om eerst het proces van de vedette te maken en dan zijn publieke executie te voltrekken.

De machtswissel interesseert ons niet, we genieten puur van de val.

De machtswissel interesseert ons niet, we genieten puur van de val,- dit woord zo letterlijk mogelijk te nemen. De boeksens zijn hun tijd ver vooruit: dit wraak- en zondebokproza is de literatuur van de toekomst. Het gaat om wraak en genoegdoening, niet om zelf de macht over te nemen. Het is opmerkelijk hoe de “occupy”-bewegingen in New-York, Londen, Rio en Rome, met dat anarchistisch rechtvaardigheidsgevoel spelen. Gemaskerd achter de tronie van een wraakengel uit een film van Alan Moore, zoeken ze ronduit de man en viseren de excellenties van de G-20 en de G-8. Geen systemen, maar concrete personen, fysieke lichamen, naakte apen. Eerst ludiek en soft, maar het is een kwestie van tijd alvorens er ook echt koppen vallen. “V for vendetta”:  het volk ruikt bloed en zal het krijgen.

 

Vrouwen, kinderen, gekken en homo’s

Als laatste uitweg, om die catastrofe te vermijden, zien we nu hoe de macht in alle geledingen figuren naar voor schuift die een soort valse onschuld uitstralen: vrouwen, kinderen, gekken, homo’s. Gezette tantes zoals Angela Merkel, die schiet je toch niet af, hijs ze maar door het glazen plafond. Ook Elio Di Rupo straalt, mede door zijn geaardheid, de aseksualiteit uit van een handpop die geen vlieg kwaad zou doen. Dat imago van de nette homo levert hem een enorm voordeel op: hij oogt niet als een op wijfjes belust alfadier. In een bepaalde Vlaamse satirische pers wordt hij nu al vergeleken met Pulcinella, de hansworst uit de commedia dell’arte. Het aanstellen van een nar, een gek: het kan een middel zijn om tijd te winnen, denk aan Claudius in het oude Rome. We denken dan in ons geval aan een absolute mislukking van de natuur zoals pain-in-the-ass pdw. Of een paard, ezel of kat, die zouden het zeker ook goed doen als Belgisch tussenpremier.

Tenslotte worden broekjes zoals Matthias De Clercq, Bruno Tobback, en jawel, zelfs Alexander De Croo (niet toevallig allemaal zonen of kleinzonen van) door de voorvaderen op het verhoog geplaatst, in de hoop dat de meute hen genadig zal zijn. Het zgn. jeunisme in de politiek, de komedie van de troonsafstand, is een laatste stuiptrekking van de aloude krokodillenstrategie, maar misschien ook het begin van een post-Darwiniaans paradigma waarin de macht eigenlijk enkel nog als vacuüm zichtbaar wordt.

De politieke discussie dient dringend gedepolitiseerd.

Zelfs de afvaardiging van de kind-vedette Iris, alias de 16-jarige Laura Van den Bruel uit Herentals, naar het Eurovisiesongfestival, lijkt op een ontwapenende tactiek tegen de ongenadige boulevardpers. Kinderen? Afblijven, alleen pedo’s vergrijpen er zich aan.

Elio dus als schim op een onbezette troon, de waarnemer van een postmodern interregnum: meer zat er echt niet meer in voor België. Let op mijn woorden, en ik zeg het zonder fobie voor wie of wat dan ook: de vrouwen, kinderen en homo’s zijn de goede engelen die als laatste linie tegen de volkswoede worden ingeschakeld.

Ziezo, met deze antropologische duiding is de toon van de buitenparlementaire oppositie gesteld. De politieke discussie dient dringend gedepolitiseerd. Het gaat eigenlijk helemaal niet om BHV of de transfers, maar om esthetica, theatraliteit en hormonen. Als ze slim zijn maken ze volgende keer een vrouw tot eerste minister. Ik televoot nu al voor Iris.

Johan Sanctorum

Vive la République

We weten allemaal dat bovenstaande leuze door ene Julien Lahaut werd geroepen tijdens de eedaflegging van Koning Boudewijn op 11 augustus 1950. Een week later werd hij voor zijn deur geëxecuteerd. De leden van het doodseskader, afkomstig uit Leopoldistische kringen, verbonden met het koninklijk Hof, de CIA en het Gladio-netwerk, waren bekend maar zijn nooit verontrust. Ondertussen is de zaak verjaard en voer voor historici. Jean-Pierre Van Rossem deed het in 1993 nog eens dunnetjes over, toen Koning Albert werd gekroond.

Op elke 15de november, Dag der Dynastie, worden we er nog eens aan herinnerd dat we in een (weliswaar constitutioneel) koninkrijk leven, als relict van het middeleeuwse feodalisme. De Belgische kloof is hier bepaald frappant. Ik woon in Overijse, aan de taalgrens, en hoef maar een paar honderd meter te wandelen om te zien hoe talrijk de driekleur wappert in Wallonië, en hoe zuinig in Vlaanderen. De Vlaming heeft mentaal al lang afscheid genomen van het Koningshuis, al heeft datzelfde Koningshuis zijn overleving ooit te danken gehad aan diezelfde Vlamingen, toen het na WO. II tot een referendum kwam bij de terugkeer van Leopold III.

Die onthechting is het resultaat van een langzaam proces dat toch eerder met verlichting en emancipatie te maken heeft, dan met verzuring en negativisme. Maar zo ziet de Belgitude het niet, een verzamelnaam voor de systeem-ondersteundende elementen en geledingen in dit land: België, het vorstenhuis van de Coburgs, de gestelde lichamen (waarmee alle institutionele en maatschappelijke dragers worden bedoeld), en de veronderstelde culturele identiteit van deze natie (geassocieerd met het surrealisme, bier en frieten),- het behoort tot één onlosmakelijk pakket. Wie aan één van deze pijlers raakt, wordt haast als inciviek beschouwd. Ergo: Laken is en blijft het mentale middelpunt van deze natie, en frieten zullen er gegeten worden. Zijdelings speelt ook het kerkorgel nog altijd mee, want vandaag, 15 november, is de Basiliek van Koekelberg de place-to-be.

Lakeien

Jan Fabre: plafonddecoratie Koninklijk Paleis

Men zou in theorie België kunnen hermodelleren tot een republiek. Maar dat schijnt niet in de genen van deze staat te zitten. De verwevenheid van de politieke, economische en culturele elites met het Hof is daarvoor te groot, en te historisch gedetermineerd. De gestage productie van baronnen en baronessen mag men als de meest geslaagde marketingstrategie van het Belgische koningshuis beschouwen: allemaal mannen en vrouwen met verdiensten voor de samenleving, maar meteen ook gewillig ingelijfd in het tricolore establishment.

Men kan koning Albert en zijn troonsopvolger Filip niet kwalijk nemen dat ze voor hun job vechten, ik zou het misschien ook doen. Maar dat kunstenaars zoals Anne Teresa De Keersmaeker en Jan Fabre daarin enthousiast meegaan, bewijst dat ze het politiek statement achter zo’n eretitel zeer goed begrijpen én onderschrijven: het is een steun aan de het koningshuis, de Belgische constructie (in Vlaamsgezinde kringen “la Belgique à Papa” genoemd), het establishment, en de daarbij behorende identitaire ideologie.

En dat is een zeer dubieuze affiniteit. Waarom afficheren ze zich als rebellen, en gedragen ze zich als lakeien? Acties zoals “Niet in onze naam” dragen onmiskenbaar deze signatuur. Speciaal het initiatief voor dit KVS-evenement is in uiterst-linkse artistieke kringen ontstaan, maar de teneur is conservatief, tricolore, en, jawel, lichtjes Albertiaans.

Meteen valt het republikeinse discours vrijwel samen met het radicaal-flamingante. De ironie is, dat de links-progressieve Vlaamse cultuurwereld die tendens heeft bewerkstelligd. Hier en daar zie ik een eenzame dichter, genre Dirk Van Bastelaere, die zich onbeschaamd republikein durft noemen (daarom nog niet flamingant), maar doorgaans zie we overal tamelijk bizarre, “tegennatuurlijke” combinaties van modern artiestendom met melig royalisme dat we eerder in de boekskens verwachten.

Meteen is ook de complete Vlaamse culturele klasse vervreemd van een groot deel van de Vlaamse publieke opinie. Ze weet het, en gedraagt zich als een verlichte minderheid tegenover de domme, “rechtse” Vlaming. Deze haat-liefde-verhouding is sterk uitgesproken bij schrijvers als Dimitri Verhulst en kunstenaars zoals Wim Delvoye: zo Vlaams als hun idioom is, zo Vlaamshatend is hun ideologie, of wat daarvoor moet doorgaan. De Vlaming houdt dus ook niet van zijn kunstenaars, en terecht. Volgens alle clichés van de links/rechts-tegenstelling, is er een echte loopgravenoorlog ontstaan tussen de culturo’s en de zwarten, ik gebruik met opzet de stigmatiserende benamingen, zie bijvoorbeeld ook de manier hoe schilder Luc Tuymans zich in deze profileert. De affiniteit van links met het Belgische koningshuis blijft daarin een duurzaam breekpunt.

Het Land van Ooit

Het is wachten op de dag dat de Vlaamse linkerzijde het republikeins gedachtegoed herontdekt, de filosofie van de Res Publica (letterlijk: “de zaak van iedereen”) die eigenlijk tot de harde kern van ons immaterieel Europees erfgoed behoort. De republiek is dé institutionele uitdrukking van de democratie. Een rechtstreeks verkozen staatshoofd met beperkte legislatuur, en een hoge graad van burgerparticipatie (de zgn. “rechtstreekse democratie”, inclusief bindende referenda) behoren tot de essentie van die natievorm. Zelfs een pure representatieve, “ceremoniële” functie van een koninklijk staatshoofd is niet meer van deze tijd, en fantomiseert de democratie. We zitten dan met schaduwpolitiek, ongestelde lichamen en veel ruis op het debat. Een land dat samengehouden moet worden door een monarch, wordt beter afgeschaft, zo spreekt het gezond verstand.

Burgerparticipatie kan men niet afdwingen: ze moet gestimuleerd worden, ook pedagogisch, in een maatschappijvormend kader. Maar in Vlaanderen smelt dat kader nog elke dag weg: we herkennen ons niet in een natie, er is geen gemeenschapsgevoel. De culturele elite die hier een pedagogische opdracht heeft, is weggelopen en koestert zich in een vrijwillige ballingschap, zoals ze na de Val van Antwerpen in 1585 deed.

Nu het G-1000-initiatief in elkaar is geklapt tot zijn reële, niet-gemediatiseerde afmeting, namelijk die van een vaderlandslievende hobbyclub, is het tijd voor een ander, breder verhaal. Vanaf dag 1 werd David van Reybrouck al uitgespuwd door de kanunniken van de Vlaamse beweging. Hij zal er plezier aan beleefd hebben, en het opgevat hebben als een zelfbevestiging. Toch zijn ze op elkaar aangewezen, en wordt het tijd dat de Vlaamse intelligentsia de emanciperende kracht van het republikeinse denken (her)ontdekt, en dat, omgekeerd, die Vlaamse beweging uit haar stereotiepe klaagzang der kruideniers geraakt.

Voor het Belgische regime, het friet-en-bier-nationalisme, en voor onze vorst en zijn hofhouding, is er dan geen plaats meer. We hoeven hen niet naar de guillotine te sturen. Ik pleit eerder voor een Europees “Land van Ooit”, waar alle monarchen en hun uitgebreide families in een groots domein een luxueus leven kunnen leiden, met als enige tegenprestatie het publiek tentoonstellingskarakter daarvan. Ideaal voor schooluitstappen. Ze kunnen in dat sprookjesbos verder onder elkaar keuvelen, staatsiebezoeken afleggen, cohabiteren, zelfs trouwen en kindjes krijgen. Ik ken zelfs een park in Tongeren dat daar ruimte voor biedt.

Daar vallen ook de handelsmissies van Prins Filip te situeren, de troonredes, het raadplegen van verkenners, de colloques singuliers,- zelfs af en toe een aanval van onmacht, zoals het Boudewijn I overkwam toen hij de abortuswet moest ondertekenen.

Neen, als romanticus hou ik echt van operakoningen, prinsen en prinsessen, hun tribulaties, hun emoties. Het goed bestuur van een gemeenschap is natuurlijk iets helemaal anders,- daar hoeft geen drama, komedie, of, godbetert, surrealistische kunst, bij te komen kijken.

De roep “Vive la République” klinkt, speciaal in België, als vloeken in de kerk. Speciaal vandaag, als het Te Deum weerklinkt, blijven we hopen dat dat daar eens iemand recht staat en…

Johan Sanctorum