Grootvader heeft het gedaan

De oorlog tegen Freud is zelf voer voor psychoanalyse

Het is oorlog in het land van de shrinks. Niemand minder dan Sigmund Freud, vader van de psychoanalyse, en diens voornaamste adept, de Franse psychiater Jacques Lacan, worden van hun sokkel gehaald: “in onverstaanbare abrakadabra verpakte nonsens, criminele kwakzalverij”, zo luidt het verdict over Freud en de school die hij voortbracht. De discussie wordt vooral op de Franse intellectuele scène gevoerd, maar als het in Parijs regent, druppelt het in Brussel (of in dit geval: vooral in Gent),- dus bekogelen pro en contra elkaar ook bij ons met krantencolumns.

Vanop enige afstand lijkt het een discussie over het geslacht der engelen, waar gewone mensen, die zich afvragen of ze volgend jaar nog een inkomen zullen hebben, met enige verbijstering op staan te kijken. Een platvloers standpunt dat ik geneigd ben om te delen: dit hemelbestormend “debat” smeekt om vulgarisatie en een terugkeer op de begane grond.

Als all-round-filosoof heb ik dan ook geen zin om me in de discussie onder vakbroeders te mengen. Wel roepen de stijl en de toon van de beeldenstormers grote vragen op, die zelf aanleiding geven tot een Freudige greep in het kruis. Wat drijft hen? Waarom doen zij het? Vanwaar dat chagrijn?

Exorcisme

Zonder al te technisch te worden, en voor absolute leken: Freud is de man die aan het begin van de 20ste eeuw heel de klassieke zielkunde overhoop haalde, door de mens op te vatten als een vat vol driften, het onbewuste genoemd, met de seksuele appetijt als de voornaamste drijfveer. Door cultuur en opvoeding proberen we die wilde energie onder controle te houden, anders zou het sociaal nogal een zootje worden. Die zelfcontrole lukt echter maar half, want ze levert maagzweren op of, erger, muizenissen en depressies, tot en met stoppen die compleet doorslaan. Gelukkig zoekt het onbewuste ook uitlaatkleppen waar de censuur niet geldt (eens goed uittieren rond het voetbalveld kan al veel oplossen, al worden ook daar tegenwoordig de spreekkoren op hun poco-gehalte gecheckt), en laat het zich o.a. in onze dromen gelden. Dat is ook de essentie van de therapie op de welbekende sofa: een goed gesprek, opdiepen wat in ons achterhoofd zit en er niet uit kan, doet al wonderen.

Maar een clubje gelijkhebbers aan de Gentse univ heeft beslist dat het nu maar eens gedaan moet zijn met dat Weense wufte sofa-gedoe. Onder de veelzeggende titels “De val van de psychoanalyse”, “Proefvlucht in het luchtledige” en “De helse zielenknijper” wordt er een hallucinant stukje schijnboksen tegen Freud opgevoerd, met een fanatisme dat, jawel, aan de meest donkere periodes van de kerkgeschiedenis herinnert. Vade retro, Satanas…

Het blijft bij bashen, verdachtmakingen, en demoniseren van een figuur die al meer dan zeventig jaar dood is, en waarvan de kritikasters, laten we eerlijk wezen, intellectueel nog niet tot aan zijn enkels reiken.

Tot de rechters van deze inquisitie behoren: de professoren Johan Braeckman en Filip Buekens, journalist Joël De Ceulaer, en vooral de door de media als wonderkind opgevoerde Maarten Boudry, pupil van Braeckman. Wat opvalt in al hun artikels en essays is, dat ze eigenlijk maar weinig constructiefs in te brengen hebben, laat staan dat ze een volwaardig alternatief paradigma zouden ontwikkelen. Het blijft bij bashen, verdachtmakingen, en demoniseren van een figuur die al meer dan zeventig jaar dood en begraven is, en waarvan de kritikasters, laten we eerlijk wezen, intellectueel nog niet tot aan zijn enkels reiken.

Boudry gaat de discussie ten gronde dan ook zorgvuldig uit de weg. Veeleer gebruikt hij een afrekeningsvocabularium dat bol staat van de bezweringsformules. Vreemd voor een wetenschapsfilosoof, dat doordrammerig gebrek aan empathie. Dit is geen gezonde invraagstelling meer, maar een ziekelijk exorcisme, vanwege mensen die van zichzelf ongetwijfeld vinden dat ze het religieuze denken ver achter zich hebben gelaten, maar waar Freud een hele kluif aan zou gehad hebben. Andermaal: wat is het probleem van Maarten Boudry? Op de sofa ermee…

Minder Freud, meer pillen

Uiteraard zijn de heren beeldenstormers ook allemaal grote fans van SKEPP (Studiekring voor Kritische Evaluatie van Pseudo-wetenschap en het Paranormale), een gezelschap dat uitblinkt in zelfgenoegzaamheid, en dat de banvloek uitspreekt tegen alles waar de actuele Wetenschap (met hoofdletter) niet goed raad mee weet: telepatie, UFO’s, graancirkels, onschuldig volksvermaak zoals astrologie en handlezen, maar ook acupunctuur, homeopathie, kruidengeneeskunde en alternatieve kankertherapieën. Straks wordt ook het Higgs-boson naar het rijk der fabelen verwezen, als zijnde een “pseudowetenschappelijke” hersenschim. Wie zal SKEPP durven tegenspreken?

Vooral een zekere Dr. Willem Betz laat zich hier opmerken als verdediger van de klassieke Ars Medica én de bijbehorende pillendraaierij: als de farmaceutische industrie zich een ideaal lobby-instrument droomt, dan zou het SKEPP moeten heten. (→ lees ook: “Van heksenjacht tot pharma.be”).

Want wat deze club van rabiate ratio-puristen ook moge beweren,- hun argumentatie is iets té corporatistisch, gericht tegen de concurrentie van niet-gehomologeerde therapeuten, die uiteraard als “kwakzalvers” worden betiteld. Terwijl men, puur vanuit intellectueel standpunt, een brede diversiteit zou moeten voorstaan van ideeën, theorieën, therapeutische visies. 

In dat perspectief is en blijft de sofamethode van Freud een interessant nichegebeuren voor believers. Geloof je het niet, blijf er dan weg.

Aan de patiëntzijde (want die patiënt is men wel even vergeten in heel de hetze) valt anderzijds het eclectische shoppingmodel te verdedigen: indien de ene therapie niet helpt, probeer dan een andere. Als ergens de vrije markt een zin heeft, dan is het wel in de geneeskunde: weg met de Orde en de therapeutische monocultuur.

In dat perspectief is en blijft de sofamethode van Freud (vertellen, herhalen, herinneren, en vooral: een therapeut die luistert) een interessant nichegebeuren voor believers. Geloof je het niet, blijf er dan weg. Maar bij SKEPP wordt, onder het waakzaam oog van peetvader Etienne Vermeersch, elke vorm van heterodoxie en alternatief denken gebrandmerkt als “boerenbedrog” en “charlatanisme”. Een verregaande vorm van onverdraagzaamheid als u het mij vraagt,- om niet de meer beladen term “wetenschappelijk racisme” te gebruiken. Of is het toch de farma-lobby die hier in de coulissen dicteert? Minder Freud, meer pillen?

Parodische valstrikken

Het nemen van intellectuele risico’s is de essentie van de wetenschappelijke praxis. Soms blijven ze marginaal, soms groeien ze uit tot holistische systemen, die de spiegel vormen van ons eigen mentaal labyrinth. De psychoanalyse is en blijft een formidabele poging van het brein om zichzelf te denken,- een onderneming die per definitie tot mislukken gedoemd is, want we kunnen nu eenmaal niet slimmer zijn dan onze eigen hersenen. Net daarom, omwille van die stoutmoedigheid, verdient dit alomvattende antropologische perspectief, met zijn filosofische, literaire én wetenschappelijke lagen, euh… respect. Het koor van brullende muizen overtuigt mij anderzijds niet. Het is kleingeestig en rancuneus. Ik zou zeggen: doe zelf eens een poging om een alomvattende theorie uit te bouwen, in plaats van te zaniken. Als de psychoanalyse “gedoemd is om te verdwijnen”, dan zullen we dat wel zien. Maar dan zal het zijn omdat de patiënt daarvoor kiest, en niet via kinderachtig ressentiment, dat bijvoorbeeld ook spreekt uit tendentieuze documentaires zoals Le Mur (Fr.), waar de visie van de psychoanalyse op autisme wordt verhaspeld via een weinig bonafide montagetechniek.

Ook de valstrikken à la Sokal (naar een vaktijdschrift een nonsensikale pastiche insturen en dan eens goed lachen als de redactie erin tuint) behoren tot het register van de parodische grapjasserij. Vermakelijk, maar voor de rest: passons. Voor mij ontmaskeren ze niets, tenzij de vervalsing zelf, want er zijn ook schilders die perfect Van Gogh kunnen imiteren en respectabele veilinghuizen om de tuin leiden. Maar zegt dit iets over Van Gogh?

Het koor van brullende muizen overtuigt niet. Ik zou zeggen: doe zelf eens een poging om een alomvattende theorie uit te bouwen, in plaats van te zaniken.

Het is dus het een of het ander: voortbouwen, ofwel van nul beginnen. Men kan de relativiteitstheorie corrigeren, ofwel vervangen door straffer spul. Maar in de scepsis blijven hangen is tamelijk nihilistisch en wordt op het einde lachwekkend.

Idem voor Freud’s theorie. Ofwel zoekt men naar missing links, ofwel begint men van nul. In het eerste heeft iemand als Maarten Boudry geen zin, voor het tweede is zijn intellectuele slagkracht gewoon niet toereikend. Of is er nog meer aan de hand? Is de theorie van het “onbewuste” gevaarlijk drijfzand voor wie van vastigheid houdt? Komaan zeg, hoe zit dat daar in Gent?

Neopositivisme

Dat brengt ons op de politieke agenda van de nieuwe gedachtepolitie. Boudry en konsoorten zijn de apostelen van het neopositivisme, dit zowel in de wetenschappelijke als in de politieke betekenis. Heel hun zogenaamd scepticisme is reactionair, en vooral gericht tegen theorieën en attitudes die onze cultuur en samenleving op losse schroeven zetten.

Er moet orde in het denken zijn, klaarheid in de taal, en speculeren is des duivels. De ééndimensionele SKEPP-algoritmen tonen ook hier de weg: onder het mom van strenge verificatiecriteria worden nogal wat systeembedreigende inzichten en vermoedens onder de mat geveegd. Zo zijn ook complottheorieën niet meer toegestaan: we beelden ons maar wat in. Neen, U wordt niet belazerd, neen, er was niets aan de hand met de Irak-oorlog, Julian Assange lijdt aan paranoia, en neen, de media maken ons niet dom. De kruistocht tegen Freud, maar ook tegen Hegel, Marx, Deleuze, Lacan (uiteraard), en heel de kritische filosofie tout-court, draait rond een postmoderne afwijzing van denkmethodes en analyses die de socio-politieke constructies zouden kunnen ondergraven.

De politieke koffiedikkijkers zouden bijvoorbeeld gerust wat méér aan psychoanalyse kunnen doen, om aan te tonen wat voor een gekkenhuis de Belgische politiek wel is…

Want, weliswaar heeft de psychoanalytische school een stevige traditie opgebouwd, en gedraagt ze zich als een autoriteit, toch blijft ze subversief, omdat ze de vettige onderlagen van het menselijk theater exploreert en de schone schijn ontmaskert. De politieke koffiedikkijkers zouden bijvoorbeeld gerust wat méér aan psychoanalyse kunnen doen, om aan te tonen wat voor een gekkenhuis de Belgische politiek wel is, hoezeer macht op haantjesgedrag berust, en op welke sofa bij ons het concubinaat van politiek en media wordt beoefend, ook wel bekend als de Wetstraatmatras.  

Incestueuze kermis

De stinkende potjes moeten dus gedekt blijven, business as usual. De haat tegen de psychoanalyse loopt parallel met een schrik om zelf geanalyseerd te worden. Voor de rest gaat dit natuurlijk vooral over carrières en academische erfopvolging, wellicht is dat zelfs de essentie. Johan Braeckman is namelijk de opvolger van Etienne Vermeersch, en houdt zelf de stoel warm voor zijn poulain Maarten Boudry. Alle drie kloppen ze op dezelfde nagel, met dezelfde hardnekkigheid, en met evenveel arrogantie, elkaar wederzijds bejubelend.

Traditie dus, in de slechtste zin van het woord: drie generaties wetenschapsfilosofen die elkaar het gen van de domheid doorgeven. Waarom wordt hier eens geen vadermoord gepleegd? Wie doorbreekt de hiërarchie? Niemand dus. De media spelen er onbeschaamd op in en breien verlengstukken aan deze incestueuze kermis der ijdelheid. Zo bestond De Standaard het, om een recensie van het meesterwerk van de tandem Braeckman-Boudry, “De ongelovige Thomas heeft een punt”, uit te besteden aan Geerdt Magiels, een amicale collega van beiden, tevens zelf een notoire Freudbasher. Het kon niet op met de superlatieven. Van kritisch denken gesproken.

Academische loopbanen worden nu eenmaal niet gemaakt via het schoppen tegen de schenen van een promotor. Veel gemakkelijker is het om eendrachtig tegen een standbeeld te plassen.

Het lijkt dus allemaal weinig meer dan een afleidingsmanoeuvre. De oorlog tegen Freud –of beter: tegen diens spook- is een opportunistische karaktermoord van mensen die de moed niet hebben om binnen hun eigen omgeving en vakgebied autoriteit in vraag te stellen. Om het in het jargon te zeggen: een geval van overcompensatie, en een verschuiving van inwendige agressie (zelfcensuur) naar een externe pispaal. Vader is immuun, maar grootvader is de pineut,- een Oedipale poespas voorwaar, die per ongeluk in de vaderlandse media is opgespetterd. Academische loopbanen worden nu eenmaal niet gemaakt via het schoppen tegen de schenen van een promotor. Veel gemakkelijker is het om eendrachtig tegen een standbeeld te plassen. Het puberachtig iconoklasme van Boudry en konsorten, dat zichzelf verschrikkelijk ernstig neemt, is dan ook grotendeels te herleiden tot de retoriek van een academische generatiewissel. Het voorstel is daarbij, om de Gentse vakgroep Psychoanalyse gewoon op te doeken: weer een paar plaatsen die vrijkomen in de universitaire krabbenmand. Jammer dat een monument als Freud hiervoor moet sneuvelen.

Dan getuigt het idee van Abu Amrin om het Atomium af te breken toch van meer gevoel voor humor. Salamaleikum.

 

Johan Sanctorum

Advertenties

52 Reacties op “Grootvader heeft het gedaan

  1. staf de wilde

    ik deel je ergernis maar merk op dat Freud is gestorven in 1939 en geen anderhalve eeuw geleden

  2. U hebt een punt, mijnheer De Wilde.

    JS

  3. Het beeld wordt helder, al lusten we het niet echt. Want we kunnen niet om met de onzekerheid die de vele volgelingen van Freud en co ons voorhouden. Ik denk dat je gelijk hebt, Johan, maar toch kan je het nog sterker uitdrukkingen: via oefeningen in formele logica kan men zowat alles afwijzen als pseudowetenschappelijk. André GEim liet als wetenschapper zien dat positivisme zelf een aberatie en formele methodes tot bezigheidstherapie kunnen leiden.

    • Dag Bart

      ik heb geen idee waarom jij hier formele logica bij haalt. Bezoek eens de website van de vakgroep logica aan de universiteit Gent (http://logica.ugent.be/centrum/members/members.php). Ik zie daar geen enkele naam tussen staan van de mensen die in JS artikel hierboven worden ‘geattackeerd’.

      Over positivisme gesproken. Ik zou je (en JS) ook uitnodigen te verdiepen in Boudry’s visie op ‘Intrinsiek Methodologisch Naturalisme’ en ‘Pragmatisch Methodologisch Naturalisme’. Leg mij uit wat daar aan schort. Bestudeer dat! Dus, niet wat men over het algemeen over (neo)positivisme denkt en de vage beschuldigingen die hier worden aangehaald, maar het standpunt van Boudry zelf, en toon mij de zwakheden aan. En onmiddellijk ook, want zo zit JS blijkbaar in elkaar, geef mij een beter voorstel.

      Groeten.
      B.

      • Mijn waarde, eerst deze bemerking: Wijlen Koen Raes heeft niet een keer, maar meermaals gesteld dat de filosofie die hij aan de universiteit beoefende en die hij neerpende in A1-journals niet ter sprake bracht in de brede media. Ook andere beroepsfilosofen hebben dat probleem overduidelijk. Wat ik in mijn naspeuringen heb gevonden en die zonder dure abonnementen bereikbaar zijn heeft vaak erg veel van Lacan. Dat filosofische geschriften niet tussen de soep en de patatten genoten kunnen worden spreekt voor zich, maar soms kan ik alvast niet aan de indruk ontkomen dat het allemaal wel heel complex gemaakt wordt. En wat de vakgroep filosofie betreft, goed voor hen dat de vakgroep zo uitgebreid is geworden. Maar voor zover ik het over lengte van jaren kan zien en de publicaties in alvast de brede media, denk ik toch dat uw opmerking weinig steekhoudend is; Als ik de geschriften die u noemt “Pargmatisch methodologisch naturalisme” vindt, zal ik er mij met de nodige aandacht wel toe brengen. Maar, wat u zegt over valse beschuldigingen over neopositivisme, kan ik u slechts laten weten dat de heren hun visie dan wel eens rechttoe rechtan kunnen komen vertellen. Het positivisme is uiteindelijk in een onvoorstelbare overschatting uitgedraaid, maar ook met het neopositivisme lijkt men die weg op te gaan. Nu nog eens kijken wat de heer Boudry te melden heeft.

  4. Door de toenemende islamisering komt het rationalisme in gevaar en voelt het zich bedreigd. Deze aanval van zgn. rationalisten op iets dat reeds een lijk is (de psycho-analyse is nu al zo goed als dood, waarom haar nog aanvallen?) lijkt me dan ook een produkt van frustratie. Men durft het vanuit rationalistische hoek – op enkele uitzonderingen zoals Wim van Rooy na – niet aan de volkomen irrationalistische islam aan te vallen, dit uit angst zich te bezondigen aan zgn. racisme, xenofobie, islamofobie of allerlei andere moderne, door de media uitgevonden zonden des duivels. Maar men blijft door dit gevaarlijke klimaat wel met angsten zitten (jaja, rationalisten kennen ook angsten!) en wil die dan verdringen door een hysterische aanval tegen vadertje Freud en zijn kompanen in te zetten. Belachelijk gewoon, maar toch menselijk al te menselijk!
    Overigens vermoed ik dat men de postmoderne raaskaller Lacan erbij haalt om via diens volkomen irrelevante werk de interessante Freud onderuit te halen. Lacan Freuds voornaamste adept noemen, zoals Sanctorum doet, is het spelletje van deze gefrustreerde hyperrationalisten meespelen. Er waren andere leerlingen, en om zich hierover op de hoogte te stellen leze men best het werk van Freuds kennis en biograaf Ernest Jones… Er waren Jung, Rank, Ferenczi, Reich, Adler, Abraham etc.Hun school heeft gedurende meer dan een halve eeuw de psychologie gedomineerd, en aan die heerschappij is pas een eind gekomen toen er vanuit de zich ontwikkelende neurologische wetenschap inzichten ontstonden die met de Freudiaanse in tegenspraak waren.
    De kritiek die o.m. Oliver Sacks op Freud uitoefent is bijvoorbeeld rationeel en wetenschappelijk verantwoord, i. t.t. de irrationele hetze vanwege Braeckman en diens SKEPP-adepten, die uit angst de politiek-correcte dogma’s te verlaten hun geweer op een dode mug richten. Ondertussen stormt een kwaadaardige olifant recht op het hart van de Europese cultuur af. Daarover wordt (vooral aan de gepolitiseerde universiteiten) oorverdovend en in alle talen gezwegen. Natuurlijk, erover spreken kan niemands carrière en gezondheid vooruit helpen (zie Pim Fortuyn en zovele anderen). Lafaards zijn het, die zogenaamde SKEPP-rationalisten!

    • Ik kan u wel volgen in deze kijk op de zaak. Bedenken we wel dat bijvoorbeeld Fromm of Peter Gay ook zo hun benaderingen hadden en waarbij kritiekloosheid ver weg was. Wat Lacan betreft, het punt is dat velen in de culturele wereld er wel lang hoog mee opgelopen hebben. Er worden nog altijd publicaties van de man verkocht bij Tropismes en het is moeilijk te begrijpen waarom, als men er niet bezig is. Het punt lijkt dat de Gentse filosofische school zich echt wel boven elke kritiek verheven acht. De aandacht die men er aan formele logica besteedt, komt mij soms devoot voor.

  5. Positivisme kan waardevol zijn maar het moet als wetenschappelijke onderzoeksmethode ook haar beperkingen kunnen inzien. Blijkbaar doet ze dat niet, enkele uitzonderingen daargelaten. We zitten nog steeds in het aloude ‘Medische schollen dispuut’, dat al dateert vanuit de tijd van Hippocrates.

    De medische wetenschap staart zich – mijns inziens – en toch intussen ook al het andere wat uitsluitend – veel té blind op de biochemische processen die zijn wat ze zijn en hun aandacht zeker moeten opeisen… bij de behandeling van zieke mensen. Maar dat is vaak niet voldoende. Er is ook soms zo weinig tijd en de persoonlijke, directe opvolging van zieke mensen schiet heel zeker veel te kort. Vandaar de soms zo lage therapietrouw en het heel snel shoppen (idem dito van ‘alternatieve therapeut’ naar een andere ‘alternatieve therapeut’).

    Persoonlijk ben ik een voorstander van integratieve, complementaire gezondheidszorg waarbij ook nieuwe peri/para-medische beroepen zoals gezondheidsbegeleider en welzijnscoach eens maatschappelijk dienen aanvaard te worden en die zich nu reeds aanbieden (opleidingen verzorgd door o.a. het syntra) en die preventief trachten te zijn vanuit gezondheids-behoud én het promoten van gezonde leefstijl(en).

    Ik vind heel die hetze tegen de pyschoanalyse er echt wel vér over en ik kan de kritiek op SKEPP grotendeels toch wel delen. Je neus wordt bijna voorwaar afgebeten door SKEPP-ers als je niet denkt en spreekt zoals zij. Ik snap goed de revolte hiertegen van JS.

    Interessant hierbij is ook om in het kader van deze discussie een website zoals iocob op de voet te volgen : http://www.iocob.nl/
    Men kan kritiek spuien op hun aanpak en op hun groen/oranje/rood-knipperlichten)systeem maar het is toch iets dat, mijns inziens, de goede richting uitgaat.

    Er is ook een enorm hiaat in de samenleving wat betreft profylactie en het bewaarheiden van het adagium ‘voorkomen is beter dan genezen’. Vaccinatieprogramma’s, het school-medisch onderzoek en het screenen van risicogroepen vanaf een welbepaalde leeftijd volstaan niet. Die voorzieningen wensen vroegtijdig ziekten op te sporen (wat bewonderenswaardig is) maar mensen gezond houden door te wijzen op voedingspatronen en een gezonde levensstijl lijkt wat in de taboe-sfeer te hangen. Meestal zijn er economische belangen die niet zo te vinden zijn voor de promotie van één of andere gezonde levensstijl om hun producten daarmee ‘vloeken’.

    En finaal is het de vraag of een ‘medische claim’ niet altijd wat geforceerd is. Hypes en rages in de medische gezondheidssector komen en gaan. De producenten van gewas W of product X zullen altijd geneigd zijn om selectief waar te nemen en tegenstanders van deze producten (die vaak dan aan de kant staan van de producenten van producten Y en Z) doen in feite net hetzelfde.

    Het gezond boerenverstand geeft me in om te kijken naar mensen die zonder zoekte oud worden en ook te kijken naar planten die niet vaak of bijna nooit lijden aan ziekten. Het is dienaangaande interessant om eens een (grondig in-)kijkje te nemen op de blauwe zones op aarde (dit zijn gebieden waar de bevolking ‘en masse’ gemakkelijk de kaap van de 100 levensjaren overstijgt). Deze schouwing reveleert het één en ander. Zoek zelf maar op via internet en verras jezelf met de resultaten.

    Sommige mensen moeten ook gecoacht worden om hun voedingspatroon te veranderen. Het volstaat dan niet als arts om een lijste van pro’s en contra’s mee te geven want zo werkt dat niet. Een huisarts heeft daar vaak geen tijd voor of speelt zelden die rol van coach…

    Ook chronisch zieke mensen voelen zich snel “uitgedokterd” en gaan dan op zoek naar andere therapieën waar ze van het ene naar het andere ‘shoppen’… Ze wensen vaak een medicament in te nemen zonder hun ongezonde levensstijl te veranderen… Tja…

    Voor een kritische analyse van complementaire verzorgingsmethoden/technieken : zie Iocob-website

    En wens je jezelf te informeren door al die therapeuten zelf dan volstaat het om het boek ‘Geneeswijzen in Nederland – Compendium alternatieve geneeswijzen” van de hand van de arts Paul van Dijk eens grondig door te nemen en te wikken en te wegen. Het grote voordeel van dit boek is dat het per alternatieve therapie een overzicht geeft van :

    1. de basisfilosofie over gezondheid en ziekte kan nalezen, alsmede ook een zicht krijgt op de
    2. diagnostische methoden,
    3. de therapie,
    4. de gebruikte geneesmiddelen/instrumenten,
    5. de onderzoek/resultaten vanuit de reguliere wereld,
    6. de schadelijke effecten,
    7. de indicaties,
    8. de contra-indicaties,
    9. de kosten,
    10. het aantal behandelingen en duur van de behandeling,
    11. het aantal beoefenaars,
    12. hun (beroeps)organisaties,
    13. hun opleidingsinstituten en
    14. de diverse adressen .

    Vanuit voorlichtingsstandpunt vind ik dit een enorm interessant boek. Die arts gaat als voor-lichter vóór je uit en ‘belicht’ heel het veld van de alternatieve genezerswereld en laat zien wat er zich daar aanbiedt zonder zelf een oordeel te vellen.

    Met de bijkomende lectuur van de IOCOB-website en van de SKEPP-website kom je een heel eind ver om je een eigen, zelfstandige beeld en oordeel te vormen.

    We zijn geëmancipeerde mensen die zelf wel de voor- en nadelen kunnen afwegen.

    Ik blijf er wel bij dat (alternatieve) therapeuten zelf best allemaal eerst een artsenopleiding moeten gevolgd hebben – of op z’n minst samenwerken met artsen – en dit om echte kwakzalverij en charlantanisme tegen te gaan. Want ook bepaalde van die alternatieve genezers – vooral dan de cowboys onder hen die ook alleen maar door geld geleid worden – bijten al even gemakkelijk jouw neus af als je te kritisch durft wezen. Maar dat is dan mijn persoonlijke ervaring.

    De rest heb ik in het lang en in het breed uitgeschreven als commentaar bij dat andere artikel van Johan Sanctorum : lees : Van heksenjacht tot pharma.be

    Het is aan elkeen om zelf tot een oordeel te komen.

  6. Marc Schoeters

    Het is eigenlijk heel eenoudig. Het hele universum kan verklaard worden door de wetten van de fysica. Deze wetten zijn exact (ook in hun probabilisme) en proefondervindelijk hard te maken. Zoiets horen de heren academici van SKEPP natuurlijk graag. Maar er blijft wel één vraag – beantwoorden de wetten van de fysica zelf aan de wetten van de fysica ? Met andere woorden – de wetten van de fysica verklaren waar het universum vandaan komt, maar waar komen de wetten van de fysica zélf vandaan. UIt het brein van Galilei, Newton, Einstein en Bohr ? En wie of wat zijn dat ? Net als de heren academici van SKEPP mensen. Primaten. De derde chimpanseesoort – Pongo sapiens. Met vettige en verborgen driften – zoals neuken tegen de sterren op en het machtswellustige verlangen om tegenstanders de kloten van het lijf te trekken. Ziedaar een goede beschrijving van de verborgen krachten die het academisch onderzoek drijven. Het heet dan ook niet voor niets ‘onder’zoek. En Freud heeft het startschot gegeven om naar dat ‘onder’ te zoeken. Naar al die vettige verborgen driften. Wat is er lekkerder dan je intellectuele tegenstanders publiek af te maken ? Goed voor de eigen carrière overdag (= machtswellust) en lekker om het vrouwtje te neuken ’s avonds (= wellust tout court) Ik kan dus heel goed begrijpen dat de heren academici van SKEPP kwaad zijn. Ze worden niet graag in hun blootje gezet – zeker niet door zo’n Weense baardaap. Zie ze in hun bloot onderlijf staan – de SKEPPers. Na tweeduizend jaar christelijk klokkenspel blijkt er nog niks veranderd – het is en blijft een klokkenspel.
    Onnozelaars !

  7. Filip Buekens

    leuk stukje. I’ts a free country! Een puntje toch: mijn kritiek op Lacan was nooit door ‘postmoderne’ motieven ingegeven. In tegendeel: veel postmoderne nonsens is een rechtstreeks produkt van ‘Lacanisering’ van de wereld. En psychoanalyse is voor mij een pseudohermeneutiek. Geen pseudowetenschap. Subtiel maar belangrijk!
    hartelijk, filip buekens

  8. Wat ik mij afvraag: mensen zoals Sanctorum, zijn dàt nu werkelijk de grote denkers van vandaag? Waarom ben ik dan helemaal niet onder de indruk van de fletse verdachtmakingen, de woordspelletjes, de valse analogieën, de gratuite beschuldigingen, de kromgetrokken redeneringen, etc … Sanctorum denkt gewoon ongelofelijk slecht, klutst zaken door elkaar en speelt ongelofelijk in op de man in plaats van inhoudelijk robuust argumentatiewerk af te leveren. Hoe kan je zo iemand nu au serieux nemen? Mocht het artikel tegen mij gericht zijn, ik zou mij meer storen aan het gebrek aan onderbouwing in diens kritieken, dan mocht hij daadwerkelijk een punt hebben, want dan zou je er op zijn minst nog iets van kunnen bijleren. Maar dit? Maar nu? Nu sta je te gapen op een hoopje gescheld in het luchtledige. Mijn ad-hominem-detector heeft het begeven. Hopelijk schreef Sanctorum twintig jaar geleden betere stukken. Als ‘all-round’ filosoof zou men beter Wittgensteins laatste stelling uit zijn ‘Tractatus’ in acht nemen, anders wordt het wat beschamend.

    Enkele bedenkingen:

    (1) “Een “debat” dat smeekt om vulgarisatie.” Als er iets is wat Vermeersch, Braeckman en Boudry delen, dan is het wel het belang inzien van en de kunst begrijpen om zaken eenvoudig en duidelijk uit te leggen zonder aan nuancering in te boeten, concepten helder te definiëren en de vraag aan anderen om je niet te verhullen achter verbale drukdoenerij. Net iets waar Lacan wel een talent voor had. Zowel Boudry’s opinieartikelen als wetenschappelijke publicaties zijn echter van een meesterlijke helderheid.
    (2) “Wat opvalt in al hun artikels en essays is, dat ze eigenlijk maar weinig constructiefs in te brengen hebben, laat staan dat ze een volwaardig alternatief paradigma zouden ontwikkelen” Wat mij opvalt is dat Sanctorum bijvoorbeeld nog geeneens de moeite heeft genomen om het doctoraat van Boudry te lezen (in het bijzonder chapters 2, 9, 10) of zijn artikelen in Philosophy of Science, Philosophia, Foundations of Science, Quarterly Review of Biology, en binnenkort bij Chicago UP. Wat ik eveneens merkwaardig vind is de idee dat men geen kritiek mag uiten als men niet tegelijkertijd in staat zou zijn een beter alternatief naar voor te schuiven (wat Boudry dus wel kan als je zijn werk leest – of beter gezegd, dat hij zich aansluit bij andere disciplines in de psychologie waar veel meer voor te zeggen valt). Iets aanklagen, iets kritisch ondergraven, iets blootleggen wat behoort tot de archeologie van de wetenschapsgeschiedenis, oei, dat is te negatief, daar kunnen we niet mee over weg. Deze ‘horror vacui’ eist onmiddellijk invulling als troost. Arme wereld zou dat zijn indien men de regel zou hanteren ‘als je slechts iets kan ontmaskeren hou je beter uw muil.’
    Boudry gaat de discussie ten gronde helemaal niet uit de weg. Lees zijn doctoraat, formuleer je bedenkingen op zijn kritieken, ondergraaf hem en laat mij je inzichten weten. Stuur ze gerust door, ik ben nogal leergierig ingesteld. Zoniet heb ik geen grammetje respect voor de opeenstapeling pseudo-intellectuele kwakjes van Sanctorum.
    (3) ‘Kunst vervalsen (Van Gogh)’ vergelijken met ‘pseudo-wetenschappelijk gewauwel’ kopiëren (Sokal), het werk toch nogal op de lachspieren. Dat je dit kan bedenken als argument en op de koop toe serieus menen: ik zou het nog niet durven, ook al zou men er mij geld voor geven. Regels en concepten uit de esthetica en het technische kunnen met borstel en verf toepassen op de wetenschap – bij een normale denker geeft het kortsluiting in de bovenkamer. Maar ja… heeft Sanctorum het boek van Sokal en Bricmont wel gelezen?
    (4) De bespreking van het boek van Braeckman en Boudry is inderdaad gebeurd door een vriend. Daar maken ze zelfs geen enkel geheim van. Ook de vriend geeft dat duidelijk aan in de laatste alinea van zijn artikel. Je kan je afvragen waar Sanctorum problemen mee heeft? Zou hij nog nooit een tekst laten schrijven hebben over hemzelf door een vriend, zou hij nog nooit een tekst geschreven hebben over een vriend? Is dat op zich belangrijk? Neen, dit is ad hominem. Ja, want dan zijn we meer alert voor wat we te lezen krijgen in het artikel. Maar wederom, geen inhoudelijk argument te bespeuren.
    (5) Weet Sanctorum trouwens hoe het er aan toegaat tussen mensen van SKEPP? Heeft hij ooit discussies onder hen meegemaakt waaruit blijkt dat ze binnen die organisatie allemaal krek hetzelfde denken? Leidt hij het gebrek aan diversiteit binnen deze organisatie af aan die vier mensen die hij ervan kent en de indruk die hij daarvan krijgt?
    (6) “De haat tegen de psychoanalyse loopt parallel met een schrik om zelf geanalyseerd te worden.” Dit lijkt opmerkelijk goed op het soort immunisatiestrategie dat Freud zelf al aanbracht. Volgens hem was de weerstand of de kritiek die de psychoanalist te verwerken kreeg van zijn patiënt net het teken dat hij als therapeut op het goede spoor zat. Het moet reeds opvallen: daar krijg je natuurlijk geen speld tussen. Net alsof mijn beste vriend mij zou verwijten dat ik zijn twee jaar geleden overleden moeder hebt verkracht. Hoe meer ik mij verzet tegen deze beschuldiging, zou dan volgens dit soort redenering, net een bewijs zijn van juistheid van zijn vermoeden.

    Dus, komaan Sanctorum, doe nog ne keer uw best jongen ;-p!

  9. Als popanalist (mijn eigen versie van de analyse) las ik heel wat logisch-positivistische kritieken op Freud en co, te beginnen bij die van Wittgenstein. (Ik neem aan dat positivisten ook analytische kritieken op hen lezen.) Al dat gelees verandert natuurlijk niet veel aan onze gemaakte keuze: aan alles zijn voor- en nadelen.
    Een van de voordelen van analyse is inderdaad dat het een anti-wetenschap (als instituut) is. Ik geloof trouwens dat de hardcore Lacanianen in Gent ondertussen buiten den unif opereren.
    Zij bestuderen bovendien ook de “laatste” Lacan, maar ik heb de indruk dat zij daar zelf last mee hebben: die Lacan beweert namelijk zelf koudweg dat de analyse charlatanisme is! Die redenering kunnen zelfs zij nog niet recupereren. Terwijl het een schitterende en vruchtbare analytische gedachte is.
    Sanctorum heeft het over het alomvattende, waarmee hij m.i. de complexiteit bedoelt, die voorlopig (een door Freud trouwens vaak gebruikt woord) het dichtst benaderd wordt door de analyse. De positivisten doen ofwel niets (psycho-educatie: aanvaard dat ge autist zijt) ofwel hetzelfde als de analist (gokken: misschien werkt dat pilletje). De positivistische gok is echter vrouwelijk: hier, een snoepje. De analytische daarentegen mannelijk: daar, wie denkt ge wel dat ge zijt.
    Op de een of andere manier hebben de verwijfde positivisten ook voortdurend last van schuldgevoel: ouders kunnen er toch niks aan doen dat ze een autistisch kind hebben? Maar psychologie is ook geen moraalfilosofie: ’t is niet omdat ze de oorzaak zijn, dat ze schuldig zijn, evenmin als de zwaartekracht het vallen van de appel verweten kan worden.

  10. Jongen, jongen.

    Leest de Denker Sanctorum nog eens wat? Het is wat gemakkelijk om te beweren dat Braeckman, Boudry of Betz maar ineens een encyclopedie over de geest moeten mee afleveren bij hun kritiek. De kennis over hoe ons brein werkt vordert met zeer rasse schreden, met één boek kom je niet toe. En uiteraard presenteert deze Denker de complotten van Big Farma als overkoepelend verklarend thema voor de drijverijen van Betz, Boudry, Braeckman en andere skeptici. Populisme gaat er altijd goed in.

    Er is wel wat afgeschreven over de evolutie van ons brein (Pinker is een goed adres om te beginnen), over evolutionaire psychologie als verklarend kader en over cognitieve gedragspsychologie als therapeutisch kader. Die verklarende psychologie vordert door het formuleren en toetsen van hypothesen, zoals dat past, en ze vordert snel. Je kan met de kritiek op Freud beginnen bij KR Popper (steeds een huis van vertrouwen – en tot spijt van wie het benijdt na al die jaren nog steeds met voorsprong de meest geciteerde wetenschapsfilosoof, dacht ik), ook heruitgelegd door Greenberg, (een epidemiologisch theoreticus). Die kritiek staat nog altijd zo recht als een huis: je kan met Freud alles verklaren, maar niets voorspellen.

    Ik ben geen filosoof, maar ik weet wel wat bewezen werkt en wat niet. In tegenstelling tot de zwanzers van de psychodynamica, of hoe deze secten ook heten, hebben de behandelende psychologen heel hard hun best gedaan om te bewijzen dat hun cognitieve therapieën ook werken. Ze duren veel korter en zijn veel goedkoper. “Psychoeducatie” is gewoon een manier om te ontdekken hoe je denkprocessen met je op de loop gaan, en hoe je dat kan verhinderen.

    Voor de gevaarlijke idioten die ouders de schuld geven van autisme of schizofrenie: er is daar veel betrouwbare kennis over gegenereerd. We weten met grote zekerheid dat dat een ontwikkelingsstoornis is (wat uiteraard nog maar een klein facet van de waarheid is, maar toch al dat). Je bent er als ouders zo schuldig aan als aan een gespleten verhemelte of een horrelvoet.

    • Ik denk niet dat u mijn laatste zin correct las.
      Anderzijds: denkt u dat ouders van een kind met een horrelvoet géén schuldgevoel hebben?
      Schuldgevoelens kan men misschien met psycho-educatie bestrijden, niet met het niet willen onderzoeken van mogelijke verbanden.

      • Al die schuldgevoelens hoeven niet. Tenzij je in reïncarnatie gelooft en dat je hierbij stelt dat je je eigen ouders kiest en dat elke ziekte altijd wel je eigen fout is (van een voorgaand ‘slecht leven’, weet je)… Het wordt pas echt ergerlijk als alternatieve therapeuten hun eigen frustraties gaan projecteren in hun cliënten (en in die hun vermeende voorgaande levens)… En als je dan kritisch bent als patiënt naar zo’n soort therapeut toe dan vertaalt zich dat ook direct in de verhouding cliënt/patiënt die er steeds wat grimmiger op wordt en dan wordt de steeds aanpassende “psycho-diagnostiek” op die nieuwe inzichten van de therapeut over zijn kritische cliënt afgesteld… als een soort ‘afrekening’ en dit terwijl je jer als patiënt al blauw betaald… Ooit las ik – volgens bepaalde duistere theorieên – dat kinderen met het syndroom van Down (mongooltjes) in een voorgaand leven massamoordenaars geweest zijn… Je zal maar ouder zijn van zo’n kind, he. Op dat soort momenten heb ik dan zoiets van : “leve de reguliere geneeskunde!” : die hebben op z’n minst niet zo’n rare en heel nare gedachtenkronkels… Ik snap dat SKEPP daartegen echt in opstand komt. Groot gelijk hebben ze.

        Je zal zelf maar ooit chronisch ziek geweest zijn of een ouder hebben gehad die aan kanker is gestorven om daarbij de uitleg (lees : levensfilosofie dito filosofie op gezond-zijn en ziek-zijn) te moeten verdragen van mensen die (vaak) zelf nooit ziek zijn geweest en luchtig hun waanbeelden voor waarheid verkopen (en jammer genoeg niet aan de straatstenen alleen)…

        Het indirecte pleidooi van JS is steeds veel te lichtzinnig en getuigt vaak van een niet-kennis van zaken of van de luxe om vanuit de hoogte om het even wat te stellen en neer te pennen…

        Zo’n waanbeelden horen thuis in de duistere middeleeuwen. Ik dacht dat we dat époque nu voorgoed achter de rug hebben ofschoon ik daarmee zelf geen vrijzinnige hoef te zijn.

        Deze discussie is zo oud als de geneeskunde zelf.

        Ik sta voor heel veel open wat betreft complementaire hulpverlening (is niet hetzelfde als ‘alternatieve genees-wonderdoeners’) maar als ziekten en ‘dikke bult, eigen schuld’ aan elkaar gelinkt worden en de hoofdtoon beginnen te vormen van het algemene discours van zo’n lieden dan haak ik resoluut af.

    • Geachte heer, ik ben doorgaans zeer geinteresseerd in uw inzichten over epidemies. Maar het lijkt mij dat Sanctorum in algemene termen reageert op een algemene kritiek aan het adres van de psychoanalyse vanwege… Ik weet iets van autisme en heb de indruk dat sinds de jaren 1970 nogal bijgesteld zijn. Het waren geen psychiaters die mijn ouders uitlegden wat er met mijn broer scheelde, c.q. autisme. Maar over de oorzaken hebben ze niet veel gehoord omdat die artsen wisten dat ze er geen verklaring voor hadden. Sinds Kanner, die als eerste het syndroom of de psychopatie heeft onderkend, zocht men naar een eenduidige en enige verklaring. Met alle respect, dat lijkt me weinig wetenschappelijk en in die zin kan men Bruno Bettelheim en Klein, Lacan, naast anderen onderzoeken. Op het gevaar de regels van de privacy te overtreden moet ik zeggen ken ik nogal wat ouders van autisten en ze verschillen evenzeer van elkaar als de ouders van leden van de Rotary. Unieke verklaringsmodellen vallen meestal moeilijk aan te houden, zeker bij psychische aandoeningen. Maar ik denk dat het probleem van het autisme niet zomaar aan filosofen kan overgelaten worden, maar ook sommige psychoanalytici kunnen het blijkbaar niet laten. Maar, met alle respect is het niet zo dat ook de wetenschap soms herleid lijkt tot het vinden van een unieke verklaring, een unieke oorzaak?

  11. Luc Bonneux heeft het prachtig verwoord, ik zou het niet beter kunnen daarom beperk ik me tot een ander opmerkelijk punt in deze post dat Luc waarschijnlijk te onnozel vond om op te reageren:
    Je verwijt Skepp dat ze een gezelschap zijn dat “uitblinkt in zelfgenoegzaamheid, en dat de banvloek uitspreekt tegen alles waar de actuele Wetenschap (met hoofdletter) niet goed raad mee weet: telepatie, UFO’s, graancirkels, onschuldig volksvermaak zoals astrologie en handlezen, maar ook acupunctuur, homeopathie, kruidengeneeskunde en alternatieve kankertherapieën.”
    Hoe bedoel je? Geloof jij echt in astrologie, graancirkels, handlezen en UFO’s?
    Denk jij echt dat dubieuze kankertherapieën niet moeten bestreden worden?
    En indien niet, wat verwijt je Skepp dan wel? Gewoon dat ze niet houden van bedrog? Ik dacht dat dat juist een nobele activiteit was…

    • “Geloof jij echt in astrologie, graancirkels, handlezen en UFO’s?”

      Voilà, een mooi voorbeeld van een typische Skepp-immuniseringsstrategie. Als je niet voor hen bent, dan ben je tegen hen. Als je kritiek hebt op hun wetenschapsfundamentalisme, dan ben je zelf een astroloog? Dat is pas een onnozele redenering.

      De storm die nu losbarst is een goede zaak. Het is duidelijk dat ze door de mand vallen zodra ze eens wat meer weerwoord krijgen dan van een eenzame sterrenwichelaar.

      • Paul, maar je beantwoord de vraag niet.
        Ik zie in mijn tekst trouwens niet waar je de immuniseringsstrategie haalt.
        Ik zeg niet of je zelf een astroloog of wat dan ook bent, ik vraag alleen of je daarin gelooft. Blijkbaar neemt de auteur niet alleen psychoanalyse serieus, maar ook al die dingen die hij opnoemt.
        Dat staat daar toch in die tekst? Ik heb gewoon copy paste gedaan omdat ik het een rare gedachtegang vind. Ik kan begrijpen dat mensen in een

  12. Beroepshalve kan ik de Skeppers hier en overal geruststellen: er zijn nog weinig mensen bezig met marginale nevenverschijnselen als astrologie, handlijnkunde, UFO’s, graancirkels etc. De indruk dat het juist de Skeppers zijn die deze bijgeloven in leven trachten te houden door er steeds opnieuw over te zaniken laat me niet los. En bovenal, ik zie geen direct gevaar voor de westerse democratie dat zou kunnen uitgaan van de enkele eenzaten die zich nog met deze randfenomenen bezighouden.
    Zou SKEPP nu niet eindelijk eens de fascistoïde ideologie aanpakken die samenhangt met een zekere woestijngodsdienst die sedert veertig jaren hier in Europa van overheidswege systematisch geïmporteerd, gepromoot, gesubsidieerd en zelfs in sommige gevallen opgedrongen wordt? Of ontbreekt het de geachte heren (want meestal gaat het om heren) aan een minimaal, gezond politiek bewustzijn? Of aan moed?
    We leven in apocalyptische tijden, zowel op sociaal-economisch, politiek, cultureel als ecologisch vlak. Wellicht zal binnen 50 à 100 jaren de wereldbevolking ten gevolge van allerlei rampen en oorlogen uitgedund zijn tot omzeggens één miljard personen. Het rationalisme zal tegen dan volstrekt ontoereikend of zelfs irrationalistisch gebleken zijn. Noch Marx, noch Freud, noch Hume, noch Christus, Boeddha, Darwin, Nietzsche en allerlei andere grootheden (om niet te spreken van Braeckman & Boudry, natuurlijk) zullen volstaan om te begrijpen wat er gebeurt. Het is duidelijk dat de mens, ondanks of dankzij de moderne wetenschap (dat laat ik in het midden), geen toekomst heeft, dat hij er niet in geslaagd is met al zijn kennis werkelijk rationeel ingerichte samenlevingen op te bouwen en dat het rationalisme zoals we het tot heden toe kennen failliet is. Er zijn zeven miljard mensen op deze aardbol waarvan de overgrote meerderheid niet kan denken en zich daarom gedachteloos voortplant. Zou u tegen die collectieve en politiek georganiseerde stompzinnigheid niet eerder eens ingaan, dan tegen het reeds ontbonden lijk van vadertje Freud aan te schoppen? Waarom vraagt u onze dames en heren politici eens niet of het wel rationeel verantwoord is om het huidige kinderbijslagsysteem recht te houden? Zou dat niet van wat meer moed getuigen?

    • Beroepshalve (wat is uw beroep?) kan ik evenzeer E. Janssens verzekeren dat het bijgeloof in al deze zaken ongelofelijk leeft bij een zeer groot deel mensen. Ik ben leerkracht zedenleer, en ik nodig u uit in mijn lessen waar deze zaken heel vaak besproken worden, van derde tot zesde middelbaar. Ik nodig u ook uit op de bijeenkomsten van de leerkrachten zedenleer, om daar eens te horen, hoe veel moeite het ons kost dit rustig en rationeel te weerleggen, de weerstand die we heel vaak voelen en de drogredenen waar mensen mee komen aandraven, hoe slecht men geïnformeerd is en hoe moeilijk het is voor mensen om vroegere denkbeelden in vraag te stellen.

      Ik moet dus zowel Bart als E. Janssens ontgoochelen.

      Vragen aan SKEPP dat ze zich bezighouden met het bestrijden van een woestijngodsdienst, is vragen aan shampoo-fabriekant dat hij brood gaat bakken.

      • Ik ben boekhandelaar, en een boekhandelaar heeft voeling met de onderwerpen die het publiek kunnen boeien. Ik kan u verzekeren dat de interesse in astrologie, handlijnkunde en alle onderwerpen die u zo vreselijk vindt volkomen inééngestort is, althans bij volwassenen. Wat pubers aangaat: zij zijn meer in elkaar dan in boeken geïnteresseerd.
        Die laatste vergelijking loopt gewoon mank. Skepp en leerkrachten zedenleer zouden de eersten moeten zijn om te waarschuwen tegen een irrationele en agressieve woestijngodsdienst die momenteel gans Noord-Afrika in de ban houdt en die ook meer en meer de Europese cultuur en haar zgn. universalistische waarden bedreigt. Ik vaag me af waar het kritische, anti-godsdienstige bewustzijn bij atheisten, moraalfilosofen etc. tegenwoordig gebleven is. Eerlijk, ik ben helemaal niet bang van astrologen en andere esoterische varianten (al interesseert het me zelf helemaal niet), wel van Europese hoogwaardigheidsbekleders die geen graten zien in het invoeren van de sharia, van Parijse straten die ingenomen worden door massa’s biddende moslims etc. De godsdienst, meneer, wordt opnieuw deel van het openbare leven, en juist daartegen hebben uw godsdienstkritische voorgangers (vanaf de Franse’ Revolutie) gevochten. U zou dus beter uw pijlen op wat anders richten.

      • Wel, meneer Janssens.

        U moet toch beseffen dat u een enorm vertekend beeld heeft. U krijgt alleen mensen over de vloer die boeken kopen. Het is niet omdat mensen geen boeken kopen over iets, dat ze er niet in geloven en hun leven niet naar richten. Dus wat u er uit af leidt is een drogreden: non sequitur.
        U krijgt dus (1) een bepaalde sectie van de bevolking over de vloer en (2) u leidt uit koopgedrag iets af dat je er niet voor 100% kan uit afleiden.

        Ik gaf ondertussen in meerdere scholen les, en momenteel aan zowel ASO, TSO als KSO (en in het verleden aan BSO). De verwondering van de blikken en reacties is groot als ik hen wat uit de doeken doe. Je zou schrikken hoeveel mensen er homeopathie gebruiken en naar waarzeggers gaan. Het is stuitend! Ze zitten in zedenleer, en neen ze geloven niet meer in God (that’s easy), maar ze zijn ongelofelijk gelovig (;-p). Ze geloven in vanalles! En hoe komt dat? Van waar halen ze het? Omdat ze het van de ouders halen, omdat die zich daarmee bezig houden en daar zwaar in geloven. Thuissituaties zijn nogal bepalend qua gedachten van jongeren.

        Dus je andere stelling, dat volwassenen zich daar niet mee bezighouden is hiermee toch eerder ondergraven: eerder een fout buikgevoel dan een realistisch beeld. U hoeft mij met andere woorden niet te veel te verzekeren, want uw beeld is verkeerd. Daarenboven, uw beeld van jonge mensen is anders ook wel wat eng naar mijn mening.

        Een laatste woordje over de inhoud van mijn lessen. Denkt u dat ik (en wij allemaal van zedenleer) van het 3de tot het 6de middelbaar alleen maar daarover lesgeven? Dat zou nogal onnozel en beperkt zijn. Alsof wij niet constant aan godsdienstkritiek doen, ook omtrent de islam (hoe zou men ook anders kunnen de laatste jaren?). Dat zit trouwens in ons lessenpakket. Soms klagen de leerlingen dat ze meer over god en allah te horen krijgen in zedenleer ;-p dan die in de godsdienstles, haha! Dus als u ons zegt dat wij ons daar mee moeten bezighouden en niet weet dat dit gebeurt, dan bent u zeer slecht geïnformeerd. Uw beweringen getuigen van onwetendheid. Uw ondertoon heeft iets van een misplaatste arrogantie. Wij zijn niet zo eng dat wij onze pijlen alleen richten op alternatieve geneeswijzen, zesde zintuigen, astrologie, etc, maar ook op godsdienst, alsook tientallen andere relevante maatschappelijke en existentiële kwesties.

  13. Ik zal beginnen met een simpele populistische oneliner: “De filosofie is een beetje zoals de vakbonden: ooit waren ze heel nuttig, maar vandaag de dag zijn ze eerder een -hindernis- voor de vooruitgang.” (Om er Daniel Dennett eens bij te halen (wiki): “[Others] note that my ‘avoidance of the standard philosophical terminology for discussing such matters’ often creates problems for me; philosophers have a hard time figuring out what I am saying and what I am denying. My refusal to play ball with my colleagues is deliberate, of course, since I view the standard philosophical terminology as worse than useless — a major obstacle to progress since it consists of so many errors.”)

    Het waardevolste dat filosofen vandaag de dag nog kunnen doen is jonge mensen die filosofie zouden willen gaan studeren aanraden iets anders te doen. Filosofie is interessant als hobby, of voor mensen die op pensioen zijn en aan de universiteit (uiteraard dan niet op kosten van de gemeenschap!) de richting willen volgen om bezig te blijven. Of voor mensen die éérst iets anders gestudeerd hebben, en zich dan specialiseren in de filosofie van dat vakgebied. (Dat heeft de filosofie dan gemeen met de journalisten- en lerarenopleiding)

    Ik heb ook mijn bedenkingen bij sommige aspecten van Skepp hoor: sommigen doen vooral aan het ontmaskeren van pseudowetenschap omdat ze zich dan beter voelen over zichzelf, getuige het vaak zelfgenoegzame sfeertje (Sanctorum kent ongetwijfeld wel ene (pdw) ). Die stijl zal zelden twijfelaars weten te overtuigen van de juistheid van het skeptische standpunt, en net dat zou toch de bedoeling moeten zijn. Een leraar die meer bezig is met het bewijzen van zijn eigen superioriteit dan met het aanleren van allerlei kennis en kunde zal zelden een goede leraar zijn.

    Herman Roelants een tijd geleden in Knack: “[U lag mee aan de basis van Skepp, de Studiekring voor Kritische Evaluatie van Pseudowetenschap en het Paranormale. Bent u nog actief?] Nee. Ik volg de sceptische publicaties in binnen- en buitenland nog altijd met veel interesse. Maar ik heb niet de agressieve ingesteldheid van veel sceptici. Het heeft volgens mij weinig zin om die paranormale wereld met zoveel energie en felheid te bestrijden: door iets te debunken, zoals dat heet, zullen mensen zelden van mening veranderen. Daar komt nog bij dat ik het probleem van de pseudowetenschappen almaar minder belangrijk ben gaan vinden. Er zijn grotere problemen in deze wereld waarmee we ons kunnen bezighouden.”

    De alternatieve geneeskunde, en ook de psychoanalyse, zullen niet verdwijnen door de debatjes tussen filosofen en psychoanalysten. Maar door de steeds verder ontwikkelende geneeskunde en wetenschappen. In de (nabije) toekomst zullen minder en minder mensen het nog in hun hoofd halen te vertrouwen op alternatieve geneeskunde wanneer ze bvb. kanker hebben, omdat de evidence-based geneeskunde gewoon overdonderend effectiever zal zijn. Wil je per se alternatieve geneeskunde en psychoanalyse en consoorten bestrijden, dan ware het beter een ander beroep dan filosoof of journalist te kiezen.

    Dus ik ben het wel eens met E. Janssens hierboven: “Beroepshalve kan ik de Skeppers hier en overal geruststellen: er zijn nog weinig mensen bezig met marginale nevenverschijnselen als astrologie, handlijnkunde, UFO’s, graancirkels etc. De indruk dat het juist de Skeppers zijn die deze bijgeloven in leven trachten te houden door er steeds opnieuw over te zaniken laat me niet los. En bovenal, ik zie geen direct gevaar voor de westerse democratie dat zou kunnen uitgaan van de enkele eenzaten die zich nog met deze randfenomenen bezighouden.”

    En ja, meneer Janssens, ‘de islam’ kan ongetwijfeld een van die ‘grotere problemen’ zijn, wanneer Herman Roelants verwijst naar onze prioriteiten. (Wie over problemen, en over ‘grotere’ problemen (en dus automatisch ook over ‘kleinere’) spreekt, verwijst duidelijk naar een hiërarchie van belangrijkheid, en dus naar ‘prioriteiten’.)

  14. JS heeft ons duidelijk willen maken dat de mensen van SKEPP er een nogal enge visie op nahouden omtrent het wetenschappelijke bedrijf. Het valt mij op dat in de hele discussie drie vragen niet aan bod zijn gekomen:

    1. Hoe ziet de normale, gezond geachte mens eruit?
    2. Als mensen een of andere aandoening ervaren in de ziel, een pathologie ontwikkelen, hoe kan men die oplossen, genezen?
    3. Wat heeft de wetenschap te zeggen over levenskunst?

    De eerste vraag is in wezen gemakkelijk te beantwoorden zal men denken, maar als je discussie over autismespectrum gedrag of sommige vormen van Asperger volgt, dan wordt het al wat moeilijker. Helemaal complex wordt het als we kijken naar een helaas beruchte moordzaak, waarvan de dader een leraar was en die in zijn omgeving als een goed mens geboekstaafd stond. Maar als we om ons heen kijken, dan weten we vaak niet of de andere niet diep in zich een een of ander probleem heeft, dat min of meer naar bevrediging is opgelost. Niemand kan ontkennen overigens dat steeds meer mensen via de reclame ziektes krijgen aangepraat, omdat men geen publiciteit mag maken voor geneesmiddelen. Er is overigens geen enkele reden waarom mensen die aan een ziekte lijden ook per se ongelukkig zijn, al kunnen we dat als buitenstaander niet bevroeden. In punt drie zullen we hierop terug komen.

    2. Een van de gevolgen van de vooruitgang van de geneeskunde is dat meer mensen overleven die een halve eeuw geleden wellicht niet overleefd zouden hebben. Aan de andere kant, “le Grand malade”, men kan kiezen, Voltaire of Heinrich Heinde, was in het verleden niet gehinderd om iets van het leven te maken. Een persoon met een ernstig probleem aan het been en mankt zal wellicht niet gaan voetballen, maar kan zich misschien best goed voelen bij het schaken en als wetenschapper of schoenlapper een goed leven hebben. Nu, sommige ziekten ziet men niet. Depressie is zo gruwelijk soms dat mensen die eraan leiden en een volkomen vertekend beeld van zichzelf en de wereld hebben, heel moeilijk te bereiken zijn voor psychoterapie. Naderhand, als een goede arts de patiënt met aangepaste geneesmiddelen weet te genezen, hoeft die therapie niet per se. De behandeling met name is heel vaak een zaak van geval per geval goed te bekijken en de patiënt heel goed te volgen en te zien of de medicijnen ook aanslaan. In het hele discours van Boudry en co is wetenschappelijke activiteit een zaak van het vinden van universele geldende normen en wetten. Het behandelen van patiënten behoort tot een andere vorm van wetenschap bedrijven. In die zin is ook de analyticus die geval per geval onderzoekt, een diagnose stelt en vervolgens heel gericht behandelt. Ik merk dat sommige artsen, psychiaters die een behandelingsplan opzetten en daarbij de medicijnen op hun effecitiviteit voor die of die patiënt testen, zonder ervan uit te gaan dat elke patiënt op dezelfde manier op de aangeboden medicijnen reageert. Het stellen van daden in deze vorm van geneeskunde is even wetenschappelijk als wat de farmaceut doet in het laboratorium maar intensiever omdat elke patiënt uitgebreide screening en behandeling vergt. Een eenduidige behandeling voor alle gevallen is in de geneeskundige praktijk overigens zelden goed mogelijk. Maar zoals Mevrouw Trudy Dehue schrijft in de Depressie-epidemie, is er een cruciaal probleem, namelijk dat de faramceutische nijverheid en artsen juist wel die universaliteit van hun medicijnen claimen.

    3, Het derde punt zal vreemd voorkomen in deze discussie, maar met Joep Dohmen, die over levenskunst schreef of Erich Fromm die over de zelfstandige mens schreef, om Michel Foucault niet te vergeten, die over de “souci de soi” een en ander uitlegde in zijn laatste boekje. Levenkunst dus kan men leren, leert men deels door het leven van anderen te leren kennen. Het zorgen voor het zelf komt erop neer dat mensen zichzelf opbouwen en verhinderen dat ze door het leven opgeslorpt worden. Het leven te leven is sinds Thales en Herakleitos voorwerp van vele geschriften en discussie. Het gaat erom dat we beseffen dat we niet kunnen zonder onze naasten, zonder onze voeding en andere zaken te verzorgen en tegelijk door zekere tegenslagen te leren incasseren.

    Ik denk dat het grootste bezwaar tegen psychoanalyse kan zijn dat men niet altijd universeel gelden vaststellingen te koppelen aan een totaal beeld. Kan men van de spijsvertering vertellen hoe die hoort te functioneren, dan kan men dat minder goed bepalen voor het brein. En zelfs als neurologen nog veel verder komen met hun onderzoek, want volgens sommige neurologen is men nog niet halfweg, zal men zich moeten afvragen of het kan dat men dat bewustzijn dat ons bepaalt, wel altijd moet opgefleurd worden. Welke aandoeningen moet men aanpakken en welke niet en dan inderdaad kan men ontdekken dat mensen “ondanks alles” gelukkig zijn, doof, blind of in het besef van een manische aanleg. Hier kan men niet zomaar oordelen, laat staan handelen. En gelukkig zijn? Het heet het hoogste goed, maar als men er obsessief naar zoekt, zoals DSK, kan het dan wel aanspreken.

  15. Marianne van der Sanden

    Het was natuurlijk te denken dat Sanctorum alle SKEPP-tici en heel de Gentse clan rond Braeckman over zich heen zou krijgen. En jazeker, hier en daar giert de filosoof heel kort door de bocht. Maar zijn stukje heeft ook onmisbare kwaliteiten. Het is ten eerste extreem duidelijk en polariserend, en dat kan ik wel smaken. Het is de spreekwoordelijke knuppel in het hoenderhok.
    Bij JS geen schijn van vaagheid of compromis. Take it our leave it. Ik ben ook niet akkoord dat zijn stellingname niet onderbouwd zou zijn. Wel is een strikt logisch-positivistisch apparaat niet aangewezen om dit soort polemiserende columns onder het vergrootglas te leggen.
    Anderzijds vind ik de agressiviteit van sommige reacties (zoals die van Brecht D.) ronduit verontrustend. Jongens toch, zoveel zurige, humorloze gelijkhebberij bij die pur-sang-wetenschappers! Filip Buekens, toch ook vernoemd in de tekst, is wat dat betreft een witte raaf.
    Tenslotte ben ik wel gecharmeerd door het idee van Sanctorum dat er een pluralisme moet zijn inzake theorieën, visies en therapeutische praxis. Niemand kan het monopolie op de waarheid hebben. Geef aan Freud wat Freud toekomt en aan de “Intrinsiek Methodologische Naturalisten” (whatever that may be) … enzovoort.
    Ik ben jarenlang mismeesterd door een gediplomeerde dokter die me anti-allergiepillen voorschreef tegen iets wat achteraf een astmatieke aandoening bleek te zijn. Een acupuncturist heeft dat ontdekt en het ook doeltreffend geremedieerd.
    Ik bedoel maar: enige bescheidenheid zou de klassieke geneeskunde sieren.

    Marianne

    • U heeft gelijk, Marianne, mijn eerste reactie was op sommige punten overbodig giftig. Ik moet mij daarvoor verexcuseren – ik was te impulsief. Ik was dan ook erg ontzet door zoveel non-argumenten, verdachtmakingen, ononderbouwde uitlatingen, gescheld en het gratuit toeschrijven van allerlei motieven aan de critici van de psycho-analyse. Het was lang geleden dat ik nog eens iets gelezen had dat zo slecht en achterbaks (weliswaar op slimme wijze) in elkaar zat, dat ik mij even niet heb kunnen beheersen. Dat is mijn fout. Ik ben zelf geen wetenschapper (zoals u mij betitelt – dus al zeker niet pur sang) maar weet wel hoe die in elkaar zit, en ben een beetje vertrouwd met wetenschapsfilosofie.
      Het feit is dat ‘de’ filosoof constànt kort door de bocht giert, en dat je op basis van deze tekst moeilijk van ‘filosoof’ kan spreken, eerder een goed retoricus die de geloofwaardigheid van anderen onder wil halen. Inhoudelijk heb ik echter geen arbeid verricht gezien. Ik vind JS tekst nu net wél bulken van de vaagheden, eigen aan postmoderne denkers zeker? (zou ik dan willen grappen, aangezien u terecht opmerkte dat mijn post geen humor bevatte – de uwe wel misschien ;-p? Ik heb me toch niet onmiddellijk een breuk gelachen ermee).
      Het feit dat er slechte dokters bestaat, en aan slechte wetenschap wordt gedaan, is echter geen reden om daar een argument in te zien om iets als alternatieve geneeskunde ook maar enige geloofwaardigheid te schenken. Slechte klassieke geneeskunde moet evenzeer bestreden worden als alternatieve geneeskunde. Ik zou benieuwd zijn naar de argumenten van degenen die hier niet mee akkoord is.

  16. Jan van ter Lande

    Pleidooi voor een Centrum voor Kenleer, Logica en Interdisciplinaire Wetenschap

    ‘De krachteloze schoonheid haat het verstand, omdat het iets van haar verlangt waar ze niet toe in staat is. Maar niet het leven dat terugschrikt voor de dood en dat zich ongeschonden voor de vernietiging behoedt, maar het leven dat de dood verdraagt en in de dood standhoudt, is het leven van de geest.’ – Is dit het gelal van een dronkelap die diepzinnig wil doen? Neen, het is een fragment uit Hegels Phänomenologie des Geistes, een werk dat door diegenen die betaald worden om ‘continentale wijsbegeerte’ te bestuderen en te doceren wordt beschouwd als één van de hoogste prestaties die een ‘geest’ ooit heeft geleverd. Honderden van dit soort teksten worden tot op vandaag nog altijd door professionele (en andere) ‘wijsgeren’ besproken, geanalyseerd, ge(her)interpreteerd en ‘uitgelegd’ voor een publiek van studenten die, ontvankelijk als ze zijn voor orakeltaal, braafjes zitten te knikken. – Of wat dacht u van het volgende fragment, geplukt uit nog zo’n ‘meesterwerk’ dat behoort tot de canon van onze filosofische traditie: ‘Zelfs als we vragen: ‘wat is “zijn”?’, houden we ons al op in een verstaan van het “is”, zonder dat we in begrippen zouden kunnen vastleggen wat het “is” betekent.’ – Jawel, aan het woord hier is Heidegger, zowat de fetisj-filosoof voor al wie zich graag boven het ‘alledaagse’ boerenverstand verheven waant. Overigens weet elke minimaal nuchtere geest dat reeds Immanuel Kants Kritik der reinen Vernunft, bekend als een toonbeeld van rationaliteit en kritische geest, vol wartaal staat. Daarom dienen we de kwestie van de psychoanalyse binnen een ruimer perspectief te bekijken. Uiteraard is de psychoanalyse een pseudowetenschap die, juist vanwege haar wetenschappelijke pretenties, meer schade berokkent dan bijvoorbeeld astrologie of tarot, en is het stuitend dat er hier en daar nog aan universiteiten intellectuele energie wordt verspild aan het ‘onbewuste’. Maar wat te zeggen van Plato, Augustinus, Thomas, Spinoza, Hegel, Nietzsche, Heidegger, Sartre en consoorten, om nog maar te zwijgen over de Franse ‘postmodernisten’? Men betoont de ‘theorieën’ van al deze alom geëerbiedigde namen nog teveel eer wanneer men ze als onjuist bestempelt. Er is simpelweg geen methode of experiment denkbaar aan de hand waarvan hun beweringen als juist of onjuist zouden kunnen worden aangemerkt. Alleen wie zich graag bedwelmt met esoterische, bezwerende spreuken neemt dit soort ‘wijsgeren’ nog ernstig. De vraag is dan ook of het in onze tijd, die meer dan ooit nood heeft aan duidelijke oplossingen voor duidelijk gestelde problemen, verantwoord is om de jeugd nog langer in dit soort abracadabra te initiëren. Kan men jonge mensen niet beter kritisch en sceptisch leren denken, met zin voor empirie en zorgvuldige methodologie, in de plaats van hun geesten in verwarring te brengen met ‘transcendentaal onderzoek’, ‘negatieve dialectiek’, ‘zijnsdenken’, ‘deconstructie’, ‘symbolische castratie’ en wat nog allemaal? In dit verband mogen we in alle bescheidenheid stellen dat de vakgroep Wijsbegeerte aan de Universiteit van Gent in ons land, en misschien wel op het hele Europese vasteland, toch wel een avant-garde-functie heeft. Zij is het verst gevorderd in het systematisch uitbannen van alle vormen van obscurantisme. Jammer alleen dat haar naam haar nog in de weg zit. ‘Wijsbegeerte’? Roept dit niet al te zeer associaties op met allerlei kwalijke pseudodiepzinnigheid? Klinkt dit niet te oubollig – en vooral: te dweperig, te sehnsüchtig? Wij stellen dan ook voor om radicaal een punt achter het duistere verleden te zetten en de Faculteit voor Wijsbegeerte om te dopen tot Centrum voor Kenleer, Logica en Interdisciplinaire Wetenschap (CKLIW), zodat iedereen meteen merkt dat er in Gent alvast geen plaats is voor conceptuele rookgordijnen. Kliew – het klinkt alvast zelf als een onomstotelijk feit waar niemand omheen kan. Uiteraard kan er binnen dit centrum nog altijd plaats zijn voor een cursus filosofie, mits die duidelijk wordt gepresenteerd als een cursus ideeëngeschiedenis – met de nadruk op geschiedenis. Net zoals het nuttig kan zijn om te weten dat de Romeinen uit de vlucht van de vogels meenden te kunnen afleiden welke beslissing ze moesten nemen, zo mag de student gerust, zij het zo summier mogelijk samengevat, kennis nemen van de wonderlijke ideeën waarmee de oude ‘wijsgeren’ goedgelovige zielen, maar eerst en vooral zichzelf, een rad voor de ogen wisten te draaien.

    Nele Avondrood, bio-ingenieur
    Dirk den Dooven, nanotechnoloog
    Hans Dierickx, chemicus
    Joos Gelderijcke, directeur van het Centrum voor Statistiek
    Dries Tremelant, personeelchef Pharmalogicon
    Ben Vandervorst, human resource manager
    Otto van Outrive, medewerker Centrum voor Ballistische Wetenschappen
    Bert van Overzee, neuropsychiater
    Jan van ter Lande, filosoof

    • Zie ik nu spoken, maar ik vind geen enkel van deze ondergetekenden ook maar ergens op het internet. Google eens elke naam ;-p!

      Zou dit gepost zijn door de man van Annick Verbauwen ;-p?

    • aan van ter Lande: door 75% van de filosofen uit de geschiedenis van het denken af te doen als onnozele obscurantisten zal u nooit kunnen begrijpen hoe de huidige beschaving met haar onuitsprekelijk waardevolle Verlichtingsideeën ooit is kunnen ontstaan. Trouwens, Hegel is een obscurantist en Marx niet? Plato is er één, maar Aristoteles niet? Is uw kennis van de filosofie dan zo miniem dat telkens de tweede de eerste nodig had om zijn geest te kunnen ontwikkelen?
      Het zijn hoogmoedige dwergjes die over reuzen menen te moeten oordelen. Vanuit hun bijdegronds standpunt geloven ze natuurlijk niet dat er zoiets als bergtoppen bestaan.
      En verder: de filosofie van Spinoza heeft een enorme impact gehad op het politieke en etische denken, maar wellicht hebt u over deze wijzen van denken nog nooit gehoord. Het cliché dat wetenschappers niet buiten hun hokjes kunnen denken en vinden dat alleen maar wetenschap en nog eens wetenschap mag bestaan wordt door uw schrijven volkomen bevestigd. In volksjargon heet zoiets ‘vakidiotie’.
      Tracht Hegel, Plato, Spinoza, Nietzsche (u bent overigens Schopenhauer vergeten te noemen, maar kom) eens te lezen en te begrijpen. Het zou uw momenteel geharnaste geest kunnen losmaken en u een bredere kijk op het leven kunnen schenken. Blijkbaar bent u bang van de duisternis. Wel, alle door u verachte schrijvers, ook Freud, hebben het over de duisternis, over angst, over de dood. Zou het niet kunnen dat alles wat een mens eigenlijk aanbelangt besproken wordt door de door u zo verachte filosofen, terwijl we allen weten wat voor wereldvreemd en emotioneel verarmd wezen Newton eigenlijk wel was? Zou het kunnen dat de filosofie in Gent nog bloeide toen heren als Kruithof en Bohm er nog doceerden, terwijl het nu tot een ideeënarme verzameling van nagekakelde dogma’s geworden is?

  17. Pingback: Freud online | skepfile·be

  18. Marianne van der Sanden

    Mijnheer Brecht D., u bent best wel grappig. Eerst excuseert u zich voor uw stigmatiserend woordgebruik, en in de volgende zin doet u het opnieuw (die “slechte en achterbakse” Sanctorum!).
    Ik begin toch te geloven dat de SKEPP-tici met een probleem zitten. Je zou zowaar J. Sanctorum nog gaan geloven dat ze dringend eens op de sofa moeten.
    Wat me ook verontrust, is het feit dat dezelfden ook hevig van leer trekken tegen filosoof Slavoj Zizek, waarmee J. Sanctorum inderdaad een aantal punten gemeen heeft, nl het provocerende discours, het anti-establishment-gehalte én.. jawel, het zich beroepen op auteurs als Freud en Hegel, die nu door jullie in het verdomhoekje worden geplaatst. Zie ook bovenstaande brief, waarin ook Nietzsche (ik dacht al: waar blijft die naam?) op de verboden lijst terecht komt. Dat begint op de pauselijke idex van verboden boeken en auteurs te lijken.
    Een complot tegen het nieuwe revolutionaire denken dat vandaag ontkiemt? Of zie ik spoken?

    • Nee, spoken ziet u niet. Iemand hierboven had over de Duistere Middeleeuwen. Men moet maar durven dit epitheton nog maar eens uit de kast te halen. En dat noemt zich wetenschappers. Maar ja, geschiedschrijving is ook al zo een duister metier en een teleologische visie op de geschiedenis getuigt van rustige zelfzekerheid. Het zijn net dit soort uitschuivers die er mij toe brengen uw visie te onderschrijven. Men hoeft JS nog Slavoj Zizek te beschouwen als Johan de Doper of de messias, om hun inzichten toch in overweging te nemen. En dat SKEPP blijft jagen op pseudowetenschap is hun goed recht, maar als wetenschap alleen is wat volgens een bepaalde methode tot stand komt, moet toch eens tegen het licht houden of en hoe ideeëngeschiedenis er moet uitzien. De Filosofische geschiedenis is niet hetzelfde als onderzoek naar de kruisbestuiving die er steeds heeft bestaan tussen de ouden en de nieuwen. Of kan men inderdaad niet aannemen dat het zinvol is te begrijpen dat Giordano Bruno allerminst behoort tot de kring van filosofen-wetenschappers als Newton, Copernicus of Galileo. Zij leefden niet tegelijk, maar Copernicus had geen idee van de hermetische traditie waarmee Bruno uitpakte, al zal hij wellicht Ficino gekend hebben. Ik weet het, dit is esoterie, zo diep doordringen in de filosofische traditie en de vele aspecten ervan. Nog dit om het af te leren. Leibniz had het over de beste der werelden, Voltaire vertelde vervolgens een conte philosofique en toverde Candide te voorschijn. Zou dit ook onder de verboden literatuur horen?

      • Hey Marianne,

        zin om eentje te gaan drinken op café ;-p? Kunnen we eens op het gemak een babbel doen, een paar uur lang, met enkele rode wijnen erbij.

        Trouwens, Nietzsche is toevallig mijn lievelingsfilosoof. En Zizek vind ik persoonlijk nog wel genietbaar.

        Groetjes

      • De meeste grote lichten hielden zich terdege bezig met religie en/of met datgene wat nu esoterie wordt genoemd en leefden vanuit dat bewustzijn en gaven van daaruit gestalte aan hun mens-zijn. Ze hebben de geschiedenis gehaald op basis van randaspecten – waar ze zich ook mee bezighielden – en die door de moderne mens werden geaccapareerd en in de spotlights werden gezet terwijl hun echte levenswerkfocus in het duister werd gehouden door bepaalde fracties van diezelfde moderne mens. Gelukkig worden die duister gehouden aspecten nu weerom in het licht geplaatst… Elk tijdperk heeft blijkbaar voorkeuren om bepaalde zaken in het zonlicht te zetten en andere facetten wat te verdoezelen… Elk tijdperk heeft dus zijn ‘duistere aspecten’ (wat niets zegt over die aspecten zelf maar over diegenen die het bedekt houden). Het begrip ‘duistere midddeleeuwen’ komt hiermee in een ander daglicht te staan 😉

  19. Dus u blijft erbij dat de Middeleeuwen duister waren? Geniet van uw flesjes rode wijn, maar als een leraar moraal afkomt met zoiets als de Duistere Middeleeuwen, dan stelt een mens zich vragen. Men hoeft toch niet de topoi van anderen steeds weer te herhalen. En nog minder te geloven in een teleologische opvatting van de geschiedenis, want die valt niet te staven.

    • Dag Bart,

      heeft u het op mij? Waar heb ik iets over de Middeleeuwen geschreven??

      • Ik heb inderdaad bij die groep olv Jan van ter lande een verwijzing gelezen naar duister verleden en heb dat wat kort door de bocht aldus geinterpreteerd. Excuses dus.

  20. Als niet-filosoof maar wel geïnteresseerde heb ik me weer eens kunnen vermaken aan de welles-nietsspelletjes die hier worden opgevoerd. Alles was een stuk leuker dan de hele tekst van JS die hiertoe de aanleiding was.

    Eén ding moet me toch van het hart. Ik geef een voorbeeld.

    Jan van ter Lande begint met een zin van Hegel:

    ‘De krachteloze schoonheid haat het verstand, omdat het iets van haar verlangt waar ze niet toe in staat is. Maar niet het leven dat terugschrikt voor de dood en dat zich ongeschonden voor de vernietiging behoedt, maar het leven dat de dood verdraagt en in de dood standhoudt, is het leven van de geest.’

    Deze tekst wordt gebruikt om aan te tonen hoe oeverloos bepaalde filosofen kunnen doorzwammen. Ik begrijp er ook geen snars van en dat komt misschien wel omdat ik onvoldoende onderlegd ben in het vak en mogelijkerwijs ook een intellectuele dwerg ben vergeleken met het genie dat dit heeft neergeschreven.

    E. Janssens zegt even later als reactie hierop:

    Het zijn hoogmoedige dwergjes die over reuzen menen te moeten oordelen. Vanuit hun bijdegronds standpunt geloven ze natuurlijk niet dat er zoiets als bergtoppen bestaan.

    E. Janssens kan hiermee best wel gelijk hebben, maar hij zou me beter overtuigd hebben van zijn standpunt als hij de moeite had genomen mij de zin van Hegel uit te leggen in plaats van te beginnen aan een lange scheldtirade.

    Geef toe dat een aantal schrijvers hier zich beperken tot het rondstrooien van beledigingen. Inderdaad niet bevorderlijk voor een goed overleg. Deze intellectuele dwerg had het liever anders gezien.

    • Beste,

      1. het is, mits een beetje kritisch bewustzijn, erg makkelijk te begrijpen. Met ‘de krachteloze schoonheid’ bedoelt Hegel de lege schoonheid (bijv. van modepopjes) die natuurlijk het verstand haat omdat dat soort schoonheid nog geen verstand ontwikkeld heeft en dus niet op de vragen van het verstand kan antwoorden. Kortom, lege schoonheid kan niet denken en is daarom afgunstig.
      2. Welke moeilijkheden u met de rest van de door u gekopieerde tekst van Hegel kan hebben begrijp ik niet. Enkel wie de idee van de eigen dood kan aanvaarden (zonder zoals in het christelijk denken er een beloning voor te verwachten) kan werkelijk denken. Hegel neemt hier de sterfelijkheid op in het denken. Zonder ons van onze eindigheid bewust te zijn kunnen we niet denken, maar slechts holle, ijle frasen produceren.
      3. Misschien kan ik de bal terugkaatsen door u te melden dat uit de hele geschiedenis van de filosofie volgens mij Wittgenstein de ‘denker’ is die de meeste woorden nodig heeft gehad om helemaal niks te zeggen. Zijn werk bulkt van de lege opmerkingen, zinloze taalspelletjes, uit de duim gezogen woordkettingen, ijle luchtkastelen. Wat de relevantie is van Wittgenstein heeft nooit iemand me duidelijk kunnen maken. Toch concludeer ik niet uit zijn opname in het pantheon der allergrootsten dat, zoals van ter Lande doet, dat hele pantheon dan alleen maar uit reine zwetsers kan bestaan. Wellicht ontgaat er me bij Wittgenstein iets, zoals van ter Lande niets snapt van de belangrijkste denkers van Plato tot Heidegger. Spijtig voor hem, ik zou me niet in zijn positie willen nestelen. Maar goed. U mag me arrogant noemen, maar hoe noemt u dan iemand die tweeduizend jaar denken in één alinea als flauwekul meent te moeten afdoen? Een blaaskaak, of wat?

      • De discussie over de betekenis van het werk, het filosofische werk dat sinds ongeveer 2700 jaar bij elkaar werd geschreven, waarvan meestal maar enkele namen kennen en hoogstens enkele paragrafen hebben gelezen, kan men niet voeren als niet eerst een ernstige studie wordt gedaan. Maar ook dient men een zeker besef te ontwikkelen voor de stappen die werden gezet, die vaak voortkwamen uit de nood aan een rationeel benaderde werkelijkheid, waarbij men niet mag uitgaan van de situatie post factum. Neem nu de ontwikkeling van de ideeën over het ik, het individu. Wat we daaronder verstaan was niet goed mogelijk zonder het tasten en zoeken van al die mensen, de bekende en ook de minder bekende. Maar goed, vandaag staat het goed stevig uit te halen tegen de bewoners van de filosofische parnassus, waarbij men zich op het standpunt plaatst dat alleen de wetenschap met duidelijke taal kan afkomen. De inzichten in de wis- en natuurkunde lijken evident, maar als je de zogenaamde wiskundemeisjes (in de Nederlandse media) aan het werk hoort, dan merkt men al gauw dat er een niveau van hogere wiskunde is waarvan niet men kan beweren dat zij gewoon of eenvoudigweg te begrijpen zijn. De zoektocht naar de bouwstenen van de materie brengt overigens nog steeds verrassingen en wat met het Giggsdeeltje aan de hand is, vormt vooral het bewijs hoe de theoretische benaderingen altijd nog in de waarnemingen bevestigd moeten worden. Maar dat brengt ook mee dat men het wereldbeeld van de wetenschap zo eenduidig is als sommigen hier beweren. Als we die balans opmaken, dan denk ik dat de discussie over psychoanalyse enigszins overtrokken is. Het bewijs dat men vraagt dat de psychoanalyse zou kunnen kloppen kan men niet in een wiskundig bewijs leveren. Bovendien is lang niet duidelijk wat de ziel, of noem het het bewustzijn nu wel is. Men kent er een aantal facetten van. En ja, in breingeheim op NL 2 kon men afgelopen zondag nog zien dat het met ons brein goed gesteld is, maar dat de kennis ervan, hoe snel men ook vordert, nog steeds op het niveau van het zoeken van de puzzelstukken zit en van grote theoretische samenhang nog aan de orde zou zijn. Maar als men het dan toch zou weten, wat zou dat bijbrengen voor de kwaliteit van ons leven en van ons bewustzijn. Tijd dat de filosofen daar eens over gaan nadenken, niet?

  21. Ik – evenals Ridelo hierboven – snap er ook niet veel van, maar ik heb wel genoten van de ambiance, dat is toch ook wat waard.
    Schalkse groeten,
    De Drs.

  22. Ik pik er dit even uit:

    …het leven dat de dood verdraagt en in de dood standhoudt, is het leven van de geest…

    Op hoeveel manieren kan ik, would-be filosoof, dit interpreteren?

    1. Wat wordt hier met leven bedoeld? Biologisch leven? Dat houdt niet stand in de dood. Ook de geest overleeft de dood niet, of je moet de religieuze toer opgaan. Ik ken Hegel te weinig om hem daarvan te verdenken. Maar in de 19° eeuw zou dat best nog gekund hebben.
    2. ‘Leven’ zoals een schrijver verder leeft in zijn boeken? Dat verdraagt de dood van de schrijver en dat houdt stand na zijn dood. Maar ik zou zeggen: “Man, zeg dat dan ook. Wind er geen doekjes om.”

    Misschien mis ik nog wel een aantal mogelijke interpretaties. Maar hoe verwarrend is dit allemaal als iedereen er zijn eigen Hegel uit kan distilleren. Geef mij dan maar ‘droge’ wetenschap. Daar streeft men er tenminste naar om de termen ondubbelzinnig te omschrijven en, als dat nog niet lukt, nederig te zeggen dat ze het nog niet weten. Ja, ze laten zelfs de mogelijkheid open dat ze het misschien nooit zullen weten. Heb ik daarstraks nog gelezen in een ‘kinderboek’. De laatste van Dawkins: De Betovering van de Werkelijkheid. Ten zeerste aanbevolen aan wie over wetenschap, religie en filosofie wil beginnen na te denken. Ik zeg dat niet om iemand hier te beledigen. Maar soms heb ik de indruk dat er veel langs elkaar heen wordt gepraat.

    Natuurlijk is het onzin vroegere filosofen als onzinnig af te doen. Er zullen daar best diepe waarheden in terug te vinden zijn. Maar geef toe dat deze filosofen ook maar mensen waren en, net als vroegere wetenschappers, af en toe de bal stevig hebben misgeslagen. Daar is niks mis mee. Ook Freud zal af en toe de nagel op de kop geslagen hebben. Het feit dat na hem zoveel psychoanalytische scholen zijn ontstaan zegt toch genoeg dat deze ‘wetenschap’ niet voldragen was. In een echte wetenschap worden – hoe dikwijls moet dat herhaald worden – de uitspraken aan de werkelijkheid getoetst. IK haal er even een vrij vertaald citaat van Richard Feynman bij:

    “We hebben uit ervaring geleerd dat de waarheid zal uitkomen. Andere onderzoekers zullen je experiment herhalen en ontdekken of je juist of fout waren. Natuurfenomenen zullen het met je theorie eens of oneens zijn. Hoewel soms wat tijdelijke roem en opwinding je deel zal zijn, zal je als wetenschapper geen goede reputatie krijgen als je niet geprobeerd hebt heel voorzichtig te werk te gaan. Het is dit soort integriteit, deze manier om jezelf niet voor de gek te houden, dat voor een groot deel ontbreekt in pseudowetenschap.”

    Hier vind je het citaat: http://en.wikiquote.org/wiki/Richard_Feynman

    Hoe kan je iets wetenschap noemen als er voor wat er ook gebeurt ‘achteraf’ altijd een uitleg kan worden gevonden, zoals Luc Bonneux het hier zei?

  23. Men leze maar eens het volgende artikel: ‘Why does Stephen Hawking think science has overtaken philosophy?’ | Nicholas Blincoe [guardian.co.ukhttp://www.guardian.co.uk/commentisfree/belief/2010/sep/08/stephen-hawking-philosophy-maths]

    Vergeet vooral niet de commentaren te lezen! Daar zie je perfect de leegheid van de filosofie van vandaag! (en hoe de meeste mensen dat gelukkig doorhebben) De nutteloosheid ervan! Maarten ’t Hart zei ook al dat je van de filosofie eigenlijk niet veel kan leren.

    Of straffer: ‘Mij dunkt: wij moeten niet wijsbegeerte als leervak invoeren op de middelbare scholen, wij moeten, mede gelet op het feit dat elke student filosofie de staat jaarlijks een vermogen kost, de wijsgeren, overgoten met pek en veren, smadelijk wegjagen van onze universiteiten. Kan het eindelijk eens afgelopen zijn met die gevaarlijke onzin?’

    ” ’t Hart heeft jarenlang allerlei filosofen bestudeerd en daarnaast heeft hij als bioloog jarenlang diergedrag geobserveerd en bestudeerd. Daarbij bleek hem steeds weer dat veel filosofen allerlei meningen over dieren en het verschil tussen mens en dier ten beste gaven, waaruit bleek dat ze er geen bal van afwisten.”

    Als filosoof kan je vandaag niet meer om de wetenschap heen.

    Waar zouden we vandaag staan als we alléén maar filosofen hadden (en geen wetenschappers)? Wat zouden we vandaag missen als sinds korte tijd *niemand* nog filosofie zou gaan studeren met de bedoeling ‘filosoof’ te worden?

    Interessant dat hierboven Wittgenstein wordt genoemd in de volgende hoedanigheid: “de ‘denker’ die de meeste woorden nodig heeft gehad om helemaal niks te zeggen. Zijn werk bulkt van de lege opmerkingen, zinloze taalspelletjes, uit de duim gezogen woordkettingen, ijle luchtkastelen. Wat de relevantie is van Wittgenstein heeft nooit iemand me duidelijk kunnen maken.”

    Patricia de Martelaere was het eens met wat zij zag als de centrale gedachte van Wittgenstein: “De meeste wijsgerige problemen zijn slechts een verwarring ontstaan uit onzorgvuldig taalgebruik en kunnen door een analyse van de taal worden opgelost.”

    Over haar filosofiestudies:

    ” “Die neiging om door te gaan had ik als kind al. Ik ben daardoor in alle naïviteit filosofie gaan studeren. Ik dacht dat ik met denken erachter zou komen hoe de werkelijkheid was.

    De ontdekking dat dit een te rooskleurige verwachting was, kwam na ongeveer drie weken. ‘Toen voelde ik me al zodanig bedolven onder een duizelingwekkende veelheid van theorieën en denksystemen, dat ik in een diepe filosofische crisis geraakte. “Zo zit dat in dit vak”, dacht ik teleurgesteld, “de filosofie biedt mij niets dan definities, termen en concepten. En tegenover iedere theorie kun je een andere stellen.” ”

    “Filosofie is een volkomen nutteloze bezigheid, meent De Martelaere. Maar op de vraag of het dan niet verstandiger is dat vak maar af te schaffen, reageert zij met een bits: ‘Waarom?’

    ‘Er zijn in een hoog geciviliseerde samenleving als de onze zoveel dingen die volstrekt nutteloos zijn en die nochtans niet worden opgeheven. Wat als cultuur wordt aangeprezen is in feite niet anders dan een verzameling fundamenteel nutteloze dingen.”

    Kijk, daar ben ik het best mee eens! Natuurlijk moet filosofie niet afgeschaft worden, moet niet alles een nut hebben. Maar moet de gemeenschap dan meebetalen voor de filosofiestudies van jonge mensen? En dat ze er het woord ‘cultuur’ bijhaalt is interessant! De popmuziekproducer Brian Eno zei ooit heel simpel dat ‘cultuur’ is wat je niet moet doen.

    ” ‘Culture’ is everything we don’t have to do. Culture consists of the gratuitous stylistic extras that we add to the things we do have to do. You have to eat, but you don’t have to decorate elaborately prepared curries with silver leaf. You have to move around, but you don’t have to dance.”

    In die zin lijkt filosofie wat mij betreft vandaag de dag op gastronomie. Je moet eten om ervoor te zorgen dat je lichaam en geest kunnen functioneren. Maar je moet niet noodzakelijk op restaurant gaan, waar het eten een doel op zich is geworden. Misschien dat filosofie vroeger wat meer ‘gewone kost’ was; vandaag is het als gastronomie, veelal beoefend door snobs die in wijnen allerlei dingen proeven waarvan je je afvraagt hoe ze erbij komen, en in welke mate ze aan zelfbedrog doen. Het doet onze lichaam en geest niet beter functioneren dan gewone kost, integendeel!

    “Ze doet een bekentenis over haar filosofische carrière: ze heeft zich nooit echt gelukkig gevoeld met de filosofie. Zoals zo veel beginnende studenten had zij een verkeerd beeld van wat filosofie is:

    ‘Ik begon filosofie te studeren vanuit het verlangen om eindelijk te weten te komen hoe het zat in de wereld. Hoe de werkelijkheid was. Hoe ik zelf in elkaar zat. Sommige jonge mensen hebben dat verlangen. Dan raak je als filosofiestudent wel snel ontgoocheld, omdat filosofie daar helemaal niet over gaat. Filosofie studeren gaat over de theorieën van filosofen.’ ”

    Filosofie dus als een deelrichting van de studie geschiedenis: toegespitst op ‘de geschiedenis van de ideeën van filosofen.’

    “Ook in haar academische carrière lijkt ze toch wat ontgoocheld te zijn over de vrijblijvendheid die ze in filosofie ziet. Ze zegt in het interview dat ze heel graag lesgeeft en concepten verheldert, maar zich vragen stelt bij de zin ervan:

    ‘Het is een heel andere vraag of ik datgene wat ik aan het zeggen ben, ook nog geloof. Ik zou het eigenlijk niet weten. Ik heb er geen idee van wat het allemaal waard is, en dat geldt voor vrijwel alle filosofen die ik al heb uitgelegd.’ “

    • Eerder toevallig kwam ik zonet op volgend artikel terecht: ‘Het grote publiek smult van postmoderne abracadabra – Filosofie – TROUW’

      “Hoe valt deze paradox – hoe duisterder de taal, des te groter het publiek – te verklaren? Op het eerste gezicht schreeuwt het postmoderne proza om een ervaren bureauredacteur. Die kan de lange zinnen opknippen in behapbare brokjes en de vaagste taalvondsten verduidelijken. Wellicht wordt dan duidelijk wat de precieze bedoeling van de auteurs is.

      Maar waartoe zouden auteurs zo iemand inschakelen? Ze geven grif toe dat hun teksten ingewikkeld zijn. Dat is op zichzelf genomen nog geen diskwalificatie. Voor tal van zaken – van muziek luisteren tot wijn drinken – geldt immers dat waardering groeit na oefening. Problematisch is echter als deze relatie wordt omgekeerd, zoals veel postmoderne filosofen doen. Een ondoordringbare tekst zou dan identiek zijn aan een goede tekst.

      De Franse psychoanalyticus Jacques Lacan, een van de hoofdpersonen in de Sokal-affaire, zegt het vrijwel letterlijk. “Teksten dienen niet om begrepen te worden”, legt hij uit aan de bezoekers van zijn seminars. “Daarom precies bent u niet verplicht om die van mij te begrijpen. Als u ze niet begrijpt, zoveel te beter, dat geeft u de gelegenheid om ze op te helderen.” Zo verandert elke tekst in een rebus. Lekker puzzelen.”

    • Nog even Noam Chomsky erbij halen:

      Chomsky sees science as a straightforward search for explanation, and rejects the views of it as a catalog of facts or mechanical explanations. In this light, the majority of his contributions to science have been frameworks and hypotheses, rather than “discoveries.” As such, he considers certain so-called post-structuralist or postmodern critiques of logic and reason to be nonsensical: “I have spent a lot of my life working on questions such as these, using the only methods I know of; those condemned here as “science”, “rationality,” “logic,” and so on. I therefore read the papers with some hope that they would help me “transcend” these limitations, or perhaps suggest an entirely different course. I’m afraid I was disappointed. Admittedly, that may be my own limitation. Quite regularly, “my eyes glaze over” when I read polysyllabic discourse on the themes of poststructuralism and postmodernism; what I understand is largely truism or error, but that is only a fraction of the total word count. True, there are lots of other things I don’t understand: the articles in the current issues of math and physics journals, for example. But there is a difference. In the latter case, I know how to get to understand them, and have done so, in cases of particular interest to me; and I also know that people in these fields can explain the contents to me at my level, so that I can gain what (partial) understanding I may want. In contrast, no one seems to be able to explain to me why the latest post-this-and-that is (for the most part) other than truism, error, or gibberish, and I do not know how to proceed.”

    • Bedankt voor deze tussenkomsten, Bart. Vooral de citaten van de Martelaere stellen de vraag naar de zin van de filosofie en de al dan niet bestaande nood aan de overleving ervan.
      Ik denk dat we geen academische filosofie, maar wel de kracht om te filosoferen meer dan ooit nodig hebben. Filosoferen betekent kritisch denken, weigeren je bij dogma’s, van welke aard ook, zomaar neer te leggen. Ik heb de indruk dat nogal wat wetenschappers hun wijze van experimenteren, van beschouwen van de werkelijkheid en hun idee van wat werkelijkheid is niet meer in vraag menen te moeten stellen. Ze stellen zich niet meer de vraag hoe zijzelf die werkelijkheid ervaren en welke juist de determinanten van hun persoonlijke ervaringswijzen zijn. Nochtans is dat o.m. waarover filosofie gaat. Je eigen gedachten en achtergedachten ontleden, de herkomst ervan nagaan, het waarheidsgehalte ervan doorgronden, jezelf diepgaand en persoonlijk kritiseren als dat nodig is.
      Zolang kritische reflectie en zelfreflectie een drijvende kracht in het bewustzijn van een beschaving vormen heeft die beschaving een overlevingskans. Legt men zich echter algemeen bij bepaalde dogma’s neer, al dan niet van wetenschappelijke aard, dan zal die beschaving ertoe neigen te atrofiëren. Dat is wat momenteel met de westerse beschaving gebeurt, waardoor een agressieve godsdienstige ideologie als de Islam alle ruimte krijgt om zich gezapig in te nestelen en de boel zonder weerstand over te nemen. Fundamentele godsdienstkritiek lijkt meer en meer uit den boze. Nochtans is het onder andere dat soort kritiek geweest waardoor het westen groot geworden is. De secularisering die plaatsvond vanaf de late middeleeuwen hebben we immers niet alleen te danken aan wetenschappelijke inzichten, maar ook aan filosofische kritiek. De middeleeuwse denkers als Llullus, Averroës, Van Cusa, nadien de Renaissance- en de Verlichtingsfilosofen, dan de idealistisch-romantische school, tot Schopenhauer, Nietzsche, Marx en Freud, hebben er alle toe bijgedragen dat de godsdienst, in casu het christendom, zijn greep op de samenleving verloor, waardoor er geestelijk opnieuw vrij geademd kon worden. Het gaat me dan ook aan het hart dat deze uiterst waardevolle traditie kortjes afgedaan wordt als een hoop flauwekul, waarmee men natuurlijk willens nillens in de kaart speelt van de voorgenoemde godsdienstige ideologie. Indien de westerse cultuur en beschaving definitief ten grave worden gedragen ten gevolge van de verdwazing die uit Mekka en elders wordt geïmporteerd, dan zijn daaraan ook de logisch positivisten met hun eenzijdige focussen en hun armoedige ideetjes van wat kritisch denken is onmiskenbaar medeplichtig.

    • Overigens moet het onze alwetende logische positivisten niet erg bevallen dat een vooraanstaand wetenschapper als de door u vermelde Stephan Hawking in het bestaan van aliens gelooft. Zelf zou ik nooit zover gaan dit te beweren, ik laat het al dan niet bestaan van aliens in het midden. Zoals ik ook de effectiviteit van homeopathie in het midden laat. Het is niet omdat er geen wetenschappelijk bewijs voor de werking of het bestaan van iets is, dat degene die die werking of dat bestaan erkent half of helemaal gek of ontrouw aan de waarheid is.

      • Dit is heel juist gezien, E. We kunnen vaak enkel maar zeggen dat we – met onze huidige ‘erkende’ modellen – de precieze effecten(cascade) (nog) niet in kaart kunnen brengen, zodoende stellen de positivisten in de medische wetenschap dat een middel niet veilig is zolang het niet totaal gedocumenteerd is. De dosering maakt immers hét geneesmiddel of het ‘gif’ en er zijn teveel risicogroepen (zwangere vrouwen, bortsvoeding gevende moeders, pasgebpreren/zuigelingen/(kleine) kinderen, mensen met metabolische stoornissen, zieke mensen en ouderlingen met veel lever- en nierproblemen) waarbij het onwijs is om onvoorzichtig te gaan handelen. Daar hebben de positivistische medische wetenschappers dan wel méér dan een punt.

        Maar intussen staat het vast : fytochemie werkt! De fytochemische bestanddelen in etherische oliën zijn enorm werkzaam. Ze doen ‘van alles’ : soms goede dingen, soms minder goede of soms zelfs totaal nefaste dingen (bij bepaalde mensen/risicogroepen).

        Maar iemand die geloof hecht aan de reële en effect hebbende werkzaamheden van (nog) niet echt aanwijsbare markeerders in de planten is inderdaad helemaal niet gek of ontrouw aan de ‘waarheid’.

        Bedenk hierbij eventjes het volgende : als je ‘getuige’ zou zijn van een moord dan is het soms nog een huzarenstuk om het ‘te bewijzen’; “Bewijs” dat maar eens, he, als er geen andere getuigen zijn en de moordenaar hyperlucide ‘de perfecte moord’ heeft begaan. M.a.w. ‘bewijslevering’ en ‘effectieve werkzaamheden’ zijn twee totaal verschillende zaken.

        Acupunctuur “werkt” (lees : “doet van alles”) ook al ontegensprekelijk en is geïndiceerd voor verschillende soorten kwalen/ziekten/symptomen…

        Massage doet ook van alles en als je de dermatomen kent dan kan je hierop inspelen en dan breng je tevens van alles op gang.

        De algemene vraag bij dit voorliggend artikel (en ruimer beschouwd naar de ‘effectieve werking’ enerzijds en ‘bewijsvoering hoe iets precies werkt’ anderzijds is dan wel :

        “wie zijn al die critici en spreken die wel met “verstand van zaken”. Kennen die wel de zovele subdisciplines in de wetenschap en de toonaangevende ‘journals’ van deze subdisciplines?”.

        Als ik soms de zovele nonsens lees van de twee elkaar bestrijdende groepen dan twijfel ik daar heel sterk aan.

      • Als ons universum het gevolg is van een Big Bang en waarbij partikels van de oerstof, van waaruit alles lijkt te ontstaan, op onze planeet is terecht gekomen en doet wat het doet, waarom is het dan zo moeilijk om aan te nemen dat er op andere planeten in andere melkwegstelsels ook ‘aliens’ zouden leven (lees : levende wezens, al dan niet ‘intelligent’ en waarbij zij misschien een andere definitie hanteren over ‘intelligent leven’
        :-).

        En misschien lopen daar allemaal ‘mensen’ rond, net zoals wij, maar zijn we alleen maar van elkaar afgescheiden door – tot op heden (of altijddurende?) – onoverbrugbare lichtjaren afstand… Misschien hebben ze daar nog geen radiogolven en kunnen ze ons geen signalen sturen maar misschien leven ze daar zoals in de tijd van de Romeinen… met gigantische gebouwen en steden… en kunnen wij dat met onze heelal-afscreen-toestellen niet ‘detecteren’…

        En stel dat het ons dan toch lukt om met een generatieschip zo’n bewoonde planeet te bereiken. Met wat brute pech hebben we dan allemaal een onbekende ‘ruimtereis’-ziekte (virus) opgelopen en worden we bij onze eerste stapjes op die planeet door de plaatselijke oermensen neergeknuppeld… : einde van de trip 😉 én kunnen we het ultieme ‘bewijs’ niet doorsturen…

        Wie kent – in dit pietluttig landje van ‘petits esprits’ – de vele wetenschappelijke subdisicplines van de wetenschap die grondig het gehele heelal afscreent naar ‘aliens’?… Kennen de ‘wetenschappers’ in Vlaanderen/België deze onderzoeken (onderzoeksinstellingen) wel of bekampen op deze website de onwetenden elkaar en is mijn uitspraak over dit land misschien wat voorbarig? Vaak zijn de opgedane inzichten – en hypothesen – van deze subdisciplinaire onderzoekscentra veel boeiender dan al die in UFO’s gelovende mensen die vastzitten in hun vooroordelen over de wijze waarop die wezens er moeten uitzien en de ruimteveren die ze zouden gebruiken… Misschien zijn ze hier in de vorm van ‘bacteriën’… 😉

        Ik neem aan dat er vele bewoonde planeten bestaan en misschien leggen ze geen contact met ons als ze zien hoe hopeloos slecht we mondiaal georganiseerd zijn : hun “astro-antropologische scan” zal hen vertellen : ‘inpakken en wegwezen’… Contact maken met deze planeet aarde? No way!!!!

        Of misschien houdt men het bestaan van ET’s stil (zoals in de film ‘Stargate’) omdat een buitenaardse beschaving die ons kan bereiken met hun geavanceerde wetenschap steeds als bedreiging wordt aangevoeld – en zodoende als potentiële vijand wordt bejegend – en wie weet bedelven regeringen en mediaconcerns ons met hopen leugens… Dat is intussen ook wel zo over tal van andere ‘topics’…

        Als ik iets geleerd heb op de VUB – en van het in de midjaren ’80 genoten kritisch historisch en wetenschappelijk onderzoek – dan is het wel om vele kritische vragen te durven stellen en niets uit te sluiten. Op die manier werkt ook elke onafhankelijke forensische wetenschapper t.w. : “hou alle pistes open en sluit niets uit en volg vooral het ‘belang’ (lees : het geld dito hun kleine eigen voordeeltjes) en trek daaruit je conclusies en zie wat er dan gebeurt (met jouw persoon : ‘vervroegd pensioen, misschien of weggepromoveerd) en trek daaruit ook je conclusies over ‘de realiteit’.

  24. Wat bart hier zegt, kan ik volgen en beamen. Hij is er blijkbaar veel beter in thuis dan ik. Wat Sanctorum, Van der Sanden en E. Janssens zeggen blijft voor mij erg duister. Wat ik regelmatig lees over ‘de twee culturen’ lijkt me een valse tegenstelling. Ofwel probeer je een goed model van de werkelijkheid – hoe ingewikkeld die ook mag zijn – te maken ofwel zit je te brabbelen. Dat model mag stikvol hypotheses zitten, maar ze moeten getoetst worden aan de werkelijkheid. Voldoen ze hieraan niet, verban ze dan voorlopig maar naar het rijk van de science fiction. Ook dat is cultuur.