Over heksen, zondebokken en dulle Grieten

Het voorbije weekend naar de tweejaarlijkse heksenfeesten geweest in Nieuwpoort. Deze stad heeft zich in het verleden namelijk onderscheiden in het verbranden van vrouwelijk afval van allerlei aard. Alleen komen te staan, met kruiden bezig zijn, een kwade buur, een jaloerse minnaar, er wat raar uitzien: het volstond allemaal om van hekserij beschuldigd te worden. Of hoe een gemeenschap, in plaats van te revolteren, een zondebok voor haar miserie uitkiest en het systeem in stand houdt. Komt daarbij dat de Kerk tussen 1250 en 1750 dat zondebokmechanisme in een theologisch kader plaatste van de duiveluitdrijving en de strijd tegen ketterij en zogenaamde zwarte magie. Vooral de Dominicanen en de Jezuïeten blonken uit in deze parallelle kerkelijke “rechtspraak”, waarin de schuld op voorhand vast stond, beter bekend als inquisitie.

Men schat dat er in Europa zo’n 50.000 vrouwen (het aantal mannelijke “heksen” is miniem, er bestaat niet eens een woord voor) op gruwelijke wijze werden geëxecuteerd, als straf voor het heulen met Satan. Dat zoiets moet gevierd worden, wekt bij een buitenstaander enige verwondering. Wat valt er eigenlijk te vieren in Nieuwpoort? Men zou zo ook Jodenfeesten in Auschwitz kunnen organiseren, met nagespeelde terechtstellingen, de verkoop van lampenkappen (vervaardigd uit echt mensenhuid) en de finale verkiezing van de opperbeul.

Zich wellicht bewust van deze dubieuze folklore, waar heksen in kooien worden rondgevoerd naar hun nepverbranding, ging burgemeester Roland Crabbe (CD&V) de voorbije weken over tot een geniale verkiezingsstunt die zijn stad én het bijbehorende festival meteen op de wereldkaart zette: een grote akte van berouw met verontschuldigingen. Dat “eerherstel” werd eerder ook al door de stad Keulen gedecreteerd, eveneens bekend van zijn middeleeuwse heksenprocessen.

Anderzijds hield burgemeester Crabbe,- en dat tekent toch de echte katholiek-, een slag om de arm: aan het eerherstel is een grondig onderzoek vooraf gegaan, “om er zeker van te zijn dat die mensen hun straf niet terecht hadden gekregen.” Qué

Politieke correctheid

De lapsus van Crabbe is voor velerlei interpretaties vatbaar, we zijn er hem dankbaar voor. Er mogen dan in de beschaafde wereld wel geen heksen meer verbrand worden, het zondebokmechanisme is anderzijds springlevend. Net in het collectief bewustzijn waar tolerantie, anti-discriminatie en diversiteit dé mediagestuurde stoplappen zijn, is de dictatuur van het mainstream-denken prangend. Er mag variatie zijn, zelfs een onschadelijk soort dissidentie, maar wie echt buiten de lijntjes kleurt valt in het luchtledige. Het anders-zijn is toegelaten en wordt zelfs aanbevolen, maar dan enkel als een soort capriool, een gedragsvariabele die met modes, hypes en trends verbonden is.

Via facebook en de beruchte zeven-stappen-wet die iedereen met iedereen op deze planeet verbindt, is de inclusie quasi-totaal, meedoen is de boodschap. Maar net in dit verstikkend “iedereen inbegrepen”-verhaal moet de ingehouden agressie van de kudde zich op een fatale uitzondering kunnen richten, die dan met alle zonden van Israël wordt beladen.

Een instelling als het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding beantwoordt perfect aan die dubbelheid: onder het voorwendsel van de democratie te beschermen en de diversiteit te waarborgen, heeft het zich ontwikkeld tot een echt inquisitie-orgaan waar de Jezuïeten van eertijds een punt hadden kunnen aan zuigen. Alle schijnargumenten, cirkelredeneringen, verklikkingsmechanismen, ontmaskeringstrucs en self-fulfilling prophecies van de middeleeuwse bloedrechtbanken keren hier terug.

Deze paradox van de “verdraagzame samenleving” die zichzelf doorlopende censureert, staat beter bekend als politieke correctheid. Ze zet een dwingende norm uit van de breeddenkende Gutmensch, en roept tevens de antipode op van de onopvoedbare, Satanische onmens of anti-mens, die aan de norm niet beantwoordt en wordt verbrand op de Nieuwpoortse feesten, om te lachen uiteraard. Maar toch. Het volk wil verstrooiing. In wezen leven we nog steeds middeleeuws.

God en zijn apparaat

Essentiëler nog is de vaststelling dat de middeleeuwse heksenvervolging maar een symptoom is van een diepe vrouwenhaat, die inherent lijkt aan onze Westerse beschaving, ondanks alle politiek-correcte schaamlappen. We hoeven zelfs op de zgn. vrouwonvriendelijke islam niet te sakkeren: ook en vooral de Westerse moderniteit is nog steeds mannelijk-fallokratisch, tot in de diepste vezels. Heel het wetenschappelijk-industrieel complex, de manier hoe de grootschalige staatsbureaucratie (nu in Europese vorm) ons bestaan usurpeert, werkt top-down, vanuit een discrete patriarchale beheersingsdrang. Maar ook het abstracte denken, de ratio, het miskennen van intuïtie en gezond verstand, de dominantie van het boek en geschreven teksten, het overwicht van de productiviteitsnorm en het profijt tegenover duurzaamheid en zorg, wijzen op die doorgeërfde macht van de oervader, waaraan alle zonen min of meer participeren.

Antropologen nemen aan dat de overgang van polytheïsme en natuurreligie naar monotheïsme een beslissende rol heeft gespeeld in het ontstaan van dat mannelijk machtsdenken, dat in de middeleeuwen zijn terreur kon botvieren, maar dat vandaag in een meer gesofistikeerde vorm vrolijk doorsuddert.

Heel het wetenschappelijk paradigma is op-en-top monotheïstisch en zoekt obsessioneel naar hét principe, dé verklaring, dé waarheid,- terwijl er misschien wel vijf of tien of honderd ultieme principes naast elkaar bestaan en elkaar affecteren. Een “vrouwelijk” denkbeeld dat absoluut taboe blijft.  Filosoof-moralist Marc Schoeters maakte me er attent op dat het recente hoera-geroep rond het ontdekte Higgs-boson als een mannelijk orgasme klinkt, na een geslaagde penetratie in de materie, inclusief het “bombarderen” van deeltjes met een reusachtig apparaat. Het is een benadering van de natuur die wel veel lawaai veroorzaakt en spectaculair oogt, maar die tegelijk rücksichtlos en obsessioneel op haar doel afgaat dat ze op voorhand heeft gedetermineerd. Een vorm van inquisitorisch denken en handelen dus: quod erat demonstrandum,- zo luidde de afsluiting van de middeleeuwse bewijsvoering die behalve heksen ook schapen en ezels betichtte van pomperijen met de duivel.

Terwijl net het fallokratische principe van de natuurbeheersing ons naar de ontregeling en de catastrofe leidt, zie Fukushima en alle vuurwerken die ons nog te wachten staan.

De moderne vrouw

Wat me uiteindelijk nog het meest verbaast, is dat vrouwen vandaag deze mannelijke waan overnemen om op de sociale ladder te klimmen. Ik zie nergens een vaginaal sabbat-discours, een vorm van “vrouwelijke ratio ” die zich daar tegenover zou stellen en tot andere benaderingen, methodes, strategieën, inzichten zou leiden. In wetenschap, zakenwereld, politiek en cultuur wordt het mannelijk theater gaandeweg aangevuld met manwijven die leuke dingen doen met hun kunstpenis, maar die eigenlijk maar een mistgordijn en alibi vormen om de oude, patriarchale denkpatronen te laten overleven.

De brandstapels hebben wel degelijk geholpen: de moderne vrouw is transsexueel en vuurvast. Ze wil carrière maken, autorijden, voetbal spelen, oorlog voeren, en alle andere vunzige geplogenheden die het leven op deze planeet vergallen. Slechts hier en daar is er nog een glimp van echte hekserij. Zoals dierenrechtenactiviste Anja Hermans die ooit een McDonalds in de fik stak, en gedurende jaren aan de psychiatrie werd overgeleverd. Ze is de Dulle Griet, zo weggelopen uit Brueghels schilderij. Of Alexandra Vercammen, -neen, u kent haar niet- die samenwoonde met Flurk, een hangbuikzwijn, en door buren werd aangeklaagd wegens “overlast”. Zonder twijfel waren deze vrouwen een paar honderd jaar geleden op de brandstapel geëindigd, zeker als ze in Nieuwpoort woonden, het gezellig stadje aan de monding van de IJzer.

Dit maar om te zeggen dat ik uitgeregend en met zeer gemengde gevoelens terug thuis ben gekomen. Hoe komt het toch dat volksfeesten, the day after, ons zo bedrukt en balorig maken. Het kan aan de Rodenbach liggen,maar toch.

Johan Sanctorum

Advertenties

3 Reacties op “Over heksen, zondebokken en dulle Grieten

  1. het miskennen van intuïtie en gezond verstand, enz. En inderdaad het gaat zo voort. Vercammen ken ik niet bij naam maar dat hangbuikvarken is me toch in het geheugen blijven hangen. Zeg, Johan, toen je al die Rodenbach, terecht het bier van hier, op had, heb je toch niet beter gedaan dan met de trein terug rijden? of ben je eerst op het strand gaan uitwaaien? Kortom, je hebt hier een stuk gepleegd dat meteen rijp is voor de annalen.

  2. Leuk en doordacht, zoals steeds! 🙂

  3. Johan, De “Heksenhamer” is geschreven door een inquisiteur aan het einde van de middeleeuwen en bij het begin van de renaissance. Juist, data zijn voor historici heilig, maar soms minder helder of onwrikbaar als de leek denkt. Bovendien heeft er zich in Vlaanderen, vergeleken met Duitsland een veel minder heftige heksenvervolging voorgedaan, al is niet helemaal duidelijk waarom dit zo zou geweest zijn. Een mogelijke verklaring biedt Herman Pleij die laat zien hoe in Antwerpen en andere Brabantse en Vlaamse steden het onderwijs in de zestiende eeuw grotere omvang heeft dan wij plegen aan te nemen. Ook de rol van vrouwen in de samenleving is minder helder dan men pleegt aan te nemen, aldus Pleij want vrouwen nemen deel aan het publieke leven, in rederijkerskamers, in het onderwijs en daarbuiten. Kortom en ten overvloede, ons beeld van het verleden lijkt nog altijd voort te bouwen op niet wetenschappelijk onderbouwde aannames, terwijl het historisch onderzoek in de brede media nog nauwelijks enige aandacht krijgt. Misschien vandaar dat uw balorigheid u parten speelt. Voor het overige denk ik dat dat die hkesenfeesten in Nieuwpoort of Vielsalm – daar als mertille-feesten verkocht – wel degelijk nopen tot het ledigen van menige beker Rodenbach en dan kan men best even laten overwaaien dat gedoe. Of nog, als een stad uitpakt met heksen- of kattenstoeten, dan moet men er zich rekenshcap van geven dat niet de morele aanvechtbaarheid van hekensenverbrandingen maar de histoisch juiste situering in het geding. Dus niet de middeleeuwsen situatie is aan de orde, maar de werkelijkheid van de renaissance, terwijl toen toch Rudolf II zich inliet met alchemie en Giordano Bruno de Hermetische traditie opnieuw vorm gaf. Maar dat staat niet in de krant, dus heeft het geen betekenis.