Waarom de Nationale (k)loterij altijd wint

Onlangs bereikte ons via de pers het bericht dat de goeie oude Nationale Loterij, die krantenboeren undercover controleert of ze geen krasbiljetten aan minderjarigen verkopen, dat onlangs zelf deed tijdens een muziekfestival in Leuven. Publicitair hoogst vervelend voor deze naamloze vennootschap van publiek recht en ressorterend onder de bevoegdheid van de Minister van Financiën Steven Vanackere. Maar de vraag is natuurlijk of in het feest van seks, drugs en rock ’n roll een krasbiljetje bij onze tieners nog het verschil maakt. Veel interessanter is het fenomeen van de staatsloterij op zich, als een door de overheid uitgebaat gokinstituut en populair massaspel.

De machine van Pascal

Zo’n twee weken geleden hield ik in deze kolommen de Olympische gedachte tegen het licht, en haar bekende dubbelzinnige motto “deelnemen is belangrijker dan winnen”, waarmee de massa in haar verliezersrol wordt geconsolideerd. Velen zijn geroepen, weinigen uitverkoren. Welnu, het loterijwezen vertrekt van dezelfde gedachte, maar dan uitgepuurd tot een mathematisch systeem waarin alleen de spelmaker zelf (hier dus: de staat) altijd wint.

Het was de beroepsgokker Chevalier de Méré die in het midden van de 17de eeuw de wiskundige Blaise Pascal inspireerde tot het begin van wat we vandaag kansberekening en statistiek noemen. Van de diep-religieuze Pascal is het ultieme geloofsargument bekend, gebaseerd op de waarschijnlijkheidsleer: niet geloven in God geeft u 50% kans op de hel, door wel te geloven riskeert u niets. Dus…

God als spelverdeler en teerlingenwerper in het heelal: van daar was het maar een kleine sprong naar de ontwikkeling van een sluitend kansspelsysteem dat altijd overeind blijft, sub specie aeternitatis. Zonder kansberekening geen loterij, om de eenvoudige reden dat het systeem anders over kop zou gaan: de prijzenpot mag nooit groter zijn dan de netto-winst, en liefst kleiner. Via deze rekenkunde verliezen de spelers, als groep, altijd, terwijl tegelijk de illusie van de vrijheid overeind blijft, want U koopt het lotje, U vult het lottoformulier in, U krast, of net niet, geheel naar keuze, het maakt toch niets uit: de staatsloterij wint altijd.

De wiskunde van Pascal leidde zo tot een aleatorisch apparaat dat de Raison d’Etat in een hogere vorm representeert. Een perfecte apologie voor het regime. Geen dictaat meer van een tiran, geen repressie, zelfs nauwelijks nog een reglement, maar simpelweg een volautomatisch spelconcept met balletjes die blindweg springen en een willekeurige combinatie opleveren, maar toch altijd de “juiste”. De ultieme erfenis van de Zonnekoning, die stierf in het geboortejaar van Pascal?

“Immanente rechtvaardigheid”

Het immorele karakter van de staatsloterij en haar afstompende werking is zo frappant, dat het me verbaast dat er nooit enige filosoof-ethicus, politicus of een van de duizenden opiniemakers in Vlaanderen zich kritisch heeft over uitgelaten. Vooral vanuit libertarische hoek, maar ook vanwege gauchistische moraalridders, de zogenaamde verdedigers van de kleine man, of de eeuwige zeurpieten van SKEPP zou men iets meer mogen verwachten bij dit frappant geval van volksverlakkerij.

Immers, door zich als institutionele gokmachine te presenteren, ontmoedigt het systeem reflexen van zelfredzaamheid, vertrouwen in eigen kunnen, mondigheid en kritisch burgerschap, kortom: “het lot in eigen handen nemen”. De loterij leert ons hopen, wachten, berusten. De uitslag is definitief, beroep is niet mogelijk. De herhaling is belangrijk: niet winnen mag niet leiden tot afhaken, maar moet, integendeel, aansporen tot verder krassen, wekelijks, een leven lang, tot in het graf.

In een tijd waar men de mond vol heeft over empowerment van het individu, is dit door de overheid georganiseerd gokspel een permanente opvoeding tot fatalisme.

De Nationale Loterij staat hierbij boven elke verdenking. Haar bij wet vastgelegd monopolie geeft haar ook een status van immuniteit. De immanente rechtvaardigheid (“iedereen gelijke kansen”) van het spel belet elke vorm van opstandigheid: nooit wordt de machine zelf gecontesteerd. Daarom is er ook altijd een deurwaarder in de buurt van de trekking, er mag niet de minste schijn van vervalsing zijn. Een “onschuldige kinderhand” trekt het papiertje of duwt op de knop. Lang geleden waren het gekke, geüniformeerde ballenrapers die als marionetten volmaakt synchroon het nummer uit de cloaca van de machine opvisten en aan het publiek toonden. Nu ziet men alleen nog de ballenmixer draaien. Rechtstreeks op TV, het kan tellen als boodschap: blijven hopen, vooral niet ingrijpen. Het geluk en het toeval staan altijd aan de kant van het instituut, zonder dat dit ooit verontrust kan worden.

De (machinale) mystificatie van het lot, en de (aleatorische) mystificatie van de macht brengen op die manier een manisch-depressieve game society voort van krassende en gissende kansspelers die alleen ten koste van elkaar kunnen winnen maar die het spel niet in vraag te stellen. De bedoeling is dat de totale populatie meespeelt: iedereen inbegrepen. Dat vergroot de prijzenpot en dus de zuigkracht van het spel, maar belet vooral dat niet-deelnemers zich vragen zouden stellen over de Pascaliaanse machine.

Dus wordt er zwaar geïnvesteerd in publieksbewerking. Met allerlei nevenproducten zoals Lotto, Joker en Keno wordt een heel gamma gepresenteerd van fatalistische teasers, smaakmakers van de verzaking en het apolitisme. De veelheid van producten is slim bekeken: het maskeert het monopolie, introduceert schijnkeuzes (ook waspoedergigant Procter & Gamble heeft zo’n tien merken in de rekken staan), en geeft het gokken een aureool van leut en postmoderne lichtheid. In de lijn van de wet van 19 april 2002 legt het beheerscontract tussen de Belgische Staat en de Nationale Loterij, onder andere, de gedragslijnen vast die deze laatste moet naleven om haar taak uit te voeren als “sociaal verantwoordelijke en professionele aanbieder van spelplezier”.

Verdoken belasting

De realiteit is, dat het, behalve om dwangmatig onderwerpingsgedrag aan het (nood)lot, om een verdoken belastingsysteem gaat, een vrijwillige afdracht die vooral sociaal kwetsbare groepen en lage inkomens wordt aangepraat. Ik ken mensen met een vervangingsinkomen die al tien jaar elke week trouw hun lottoformulier invullen. Het is een automatisme van geleidelijke verarming: geheel volgens de wetten van Pascal winnen ze af en toe een klein bedrag, maar ze zijn in totaal het tienvoudige al kwijt.  Armoede is de drijfveer om te spelen, en armoede is meestal ook het resultaat. De Nationale Loterij werd opgericht in volle crisistijd (1934), als een instrument om politiek onbehagen en burgerlijk ongenoegen te kanaliseren, én om het aanzwellende leger werklozen het Rad van Fortuin voor de ogen te draaien. Het Belgische staatsfascisme dus, om het nu eens niet over de extreem-rechtse flaminganten van de jaren ’30 te hebben. Vandaag is de loterij vooral in derde-wereld-landen razend populair, omdat de kadukke, van corruptie vergeven economie mensen toch niet toelaat om zich met hard werken uit de miserie te hijsen. Men koopt met zijn laatste geld liever een lotje dan een brood,- een corrupt gebaar op zich.

Voor de rest niets dan lof voor de gulheid van onze Nationale Loterij. Via een zogenaamde filantropische missie spijst ze een flink aantal goede doelen, of komt tussen bij ramp en onheil,- dat is goed voor het imago. Ooit heette ze trouwens Koloniale Loterij, en werd het steunfonds voor een deel gebruikt om krukken te kopen voor negers die een voet waren afgehakt.

Besluit: zo snel mogelijk afschaffen die handel. De Loterij (waar vooraan nog één letter mankeert) als verslavend gokinstituut, als demoraliserend machtsorgaan, én als belastingsstelsel op de armoede. In een tijd waar men de mond vol heeft over empowerment van het individu, is dit door de overheid georganiseerd gokspel een permanente opvoeding tot fatalisme. Bestormen die ballenmachine, de beuk erin!

Advertenties

8 Reacties op “Waarom de Nationale (k)loterij altijd wint

  1. Daniel Deblaere

    Schitterend artikel. Mag ik er een ” bonus” aan toevoegen van Godfried Bomans: “Wat spelers telkens weer vergeten is, dat ook het toeval geen geheugen heeft.’

  2. Komt nog bij dat de winst voor uitgesproken Belgische doeleinden wordt gebruikt. Als Vlaams-nationalist moet je dubbel van lotje getikt zijn om een lotje te kopen: je wordt gepluimd, en daarna met je eigen geld nog eens gehersenspoeld!

  3. Brilliant artikel dat zoals altijd NIET door de lotterijspelers zal worden gelezen. Hoe ironisch!

  4. De Nationale loterij en andere al of niet koninklijke initiatieven grossieren in “schenkingen” die vervolgens door een elitair (belgisch) kransje herverdeeld worden naar eigen goeddunken. Het is een waarmerk geworden van ons staatsapparaat om met het geld van anderen aan mecenaat te doen. Zou de Loterij in navolging van de Nationale bank op haar inkomsten ook de notionele belastingtruuk toepassen?

  5. Schitterende analyse.. of hoe een overheid ‘niet praktiseert wat ze preekt (of zou moeten preken)’

  6. Een deel van de winst wordt door de minister van Financiën toegewezen aan de gewesten/gemeenschappen die op hun beurt een aantal sport- cultuur of andere evenementen hiermede betoelagen en afhankelijk maken van het regime. Maar de Raad van Bestuur van de Nationale Loterij sponsort bovendien zelf rechtstreeks een aantal uitverkoren instellingen. Uitsluitend zij die de politiek-correcte boodschap uitdragen en van linkse signatuur zijn.
    Of er ooit een einde aan deze hypocrisie van de overheid zal komen, mag betwijfeld worden : het klootjesvolk zou in opstand komen.

  7. Marc Bergmans

    Het ‘argument van Pascal’ is natuurlijk wel een stuk subtieler dan dat. Als God bestaat en je gelooft niet, is je kans op de hel 100 (honderd) procent. Als God niet bestaat en je gelooft, riskeer je niets. Het addertje onder het gras is natuurlijk: wat is de kans dat God bestaat? Op die vraag wist Pascal alleen een intuïtief plausibel maar technisch fout antwoord te geven.

    Voorts: Pascal werd geboren in 1623. Voor zover ik weet is dat niét het sterfjaar van de Zonnekoning (1638-1715)

    Met de kwalificatie van de activiteiten van de Nationale Loterij als “verdoken belastingsysteem” en “vrijwillige afdracht die vooral sociaal kwetsbare groepen en lage inkomens wordt aangepraat” ben ik het natuurlijk hartsgrondig eens. Met de commentaar van Filip van Laenen hierboven ook, trouwens!

    PS Het moet natuurlijk zijn: “negers die een voet WAS afgehakt”. “Voet” is het onderwerp, “negers” het meewerkend voorwerp. Sorry, maar spraakkunst is spraakkunst.

  8. Filip van Laenen, men moet sowieso van het lotje getikt zijn. Vlaams nationalist, tjeef, paarse liberaal of groene socialist, het maakt niet uit. Alleen Bart D.W. doet reeds alsof hij de lotto gewonnen heeft. Dat stemt tot nadenken.