Maandelijks archief: november 2012

Iedereen klassiek? En de rest dan?

Momenteel toert de klassieke VRT-zender Radio Klara met een campagne doorheen Vlaanderen, waarbij men “een breed publiek wil laten zien dat klassieke muziek de normaalste zaak van de wereld is”, zo las ik in de krant.

Klara

Klassiek über alles, ook bij de strijk.

Op straat, bij de bakker, de supermarkt, de ijspiste, in het strijkatelier (jawel),- overal klampt de Klara-brigade u aan om u te overtuigen van hun goede smaak, en met de dringende uitnodiging om die te delen. U ziet enige gelijkenis met de Jehovah-getuigen en hun ijver om zieltjes te winnen? U bent niet de enige.

Zelf klassiek-freak zijnde, en, erger nog, operafanaat, weet ik dat een muziekvoorkeur, eender de welke, of breder nog, een cultureel referentiekader, met de jaren wordt opgebouwd. Het heeft te maken met achtergrond, individuele geaardheid, en tja, uiteraard ook passie, een mikrobe die je opdoet. Als 14-jarige zat ik in een vrijwel leeg Antwerps operahuis naar “Tristan en Isolde” te luisteren, mijn leeftijdsgenoten gingen naar hun eerste fuif. Een half jaar spaarde ik voor zo’n kaartje, ik deed er twee per seizoen. Het was dus wikken en wegen geblazen, kiezen en… dubbel genieten. Haal ik dat aan om mijn culturele superioriteit te demonstreren? Allerminst: objectief is er niets dat dwingt om Wagner te appreciëren, elk zijn meug.

Dat brengt me op de problematiek en de toonzetting van de Klara-programma’s zelf. Het is voor een kritisch oor haast onmogelijk om deze zender langer dan vijf minuten te beluisteren. Permanent wordt de luisteraar bestookt met “laagdrempelige” teasers die heel het klassieke pantheon (met Bach, Beethoven en Brahms als absolute sterkhouders) vanuit de gaarkeuken op het bord lepelen, onder het devies “klassiek voor iedereen, op elk moment”. Wat in wezen een nichezender moet zijn, krijgt het karakter van een populistische gebedstoren.

Natuurlijk kan men ook afstemmen op MNM of Radio Nostalgie. Maar voor Klara is, in naam van de gelijke-kansen-doctrine, elke ziel vatbaar voor redding, en bestaat er niet zoiets als de anti-doelgroep, de tegenwereld van gezworen en absolute niet-luisteraars. Nooit, op geen enkel ogenblik, bespeur ik enige barst in dit pretentieus en zelfs totalitair cultuurkolonialisme. Eeuwig klinkt Chopin van het ontbijt tot de late avond, ook als er vijftig kinderen in Syrië onder een staatsbombardement sterven (dan wordt immers de Marche Funèbre uit de kast gehaald). Inderdaad: de normaalste zaak van de wereld.

Muzak

Net via deze trivialisering wordt cultuurbeleving ontdaan van elke zin voor uitzondering en individualiparticipatieteit. Men kiest niet meer, men wordt overrompeld. De verkleutering is in de plaats gekomen van de zin voor het uitzonderlijke, het moment dat men van zijn sokken geblazen wordt.

Cultuur wordt, in de meest negatieve zin, een massagebeuren, allicht ook met een politieke ondertoon van participatiedwang: massacultuur is altijd handig om mensen in de pas te laten lopen. De ludieke poging om mensen in sneltempo “klassiek bij te brengen”, eindigt in een nieuwe verstrooiingscultuur van de gedachteloze ambiance, zoals men in restaurants, hotels, supermarkten en liften, en zelfs tijdens het onvermijdelijke wachtmuziekje voor een of andere tele-helpdesk, ook een streepje Mozart te horen krijgt.

Wijst de uitdrukking “goede smaak” op iets anders dan op een poging om de eigen smaak tot norm te verheffen?

De fameuze drempels dus, en hoe ze te verlagen. Al geruime tijd behoort “participatie” tot het vaste jargon van de Vlaamse cultuurbureaucratie. In het verlengde van de aloude volksverheffingsidee, moet de zogenaamde kansarmoede bestreden worden met goedkope opera- en museumtickets. Voormalig Munt-directeur Bernard Foccroulle prijsde ze zelfs af tot één Euro, vooral ten behoeve van de Brusselse allochtone jongeren, die deze quasi-gratis kaartjes met veel winst doorverkochten om er een voetbalticket mee te kunnen kopen. Voor hen dus geen Westerse muzak. En of ze gelijk hebben: er bestaat geen operatraditie in Marokko, we moeten daar niet flauw over doen.

Foute Johny’s

Dat brengt ons tot de kernCosmos van de zaak: in een tijd waar men de mond vol heeft over multiculturaliteit, tot op het onzinnige af (bijvoorbeeld Kerstmis en Pasen afschaffen om andere culturen niet te “bruskeren”), predikt Radio Klara de monoculturele eenheidsworst.

De druk om aan de referentiecultuur deel te nemen wordt dan zeer expliciet, en sociaal afgedwongen: U hebt Congo van David Van Reybrouck nog niet gelezen? U hebt niet deelgenomen aan de Erfgoeddag? U luistert niet naar… Radio Klara? Maar.. op welke planeet leeft u?

Kijk, dit verborgen totalitarisme maakt me zo kwaad dat ik van de weeromstuit de meest triviale plekken op deze planeet koester, zoals de herberg Het Witte Paard in Blankenberge, waar het vol loopt met lieden die Mozart of Chopin niet kennen. Het epicentrum van de slechte smaak dat wellicht op de lijst staat van de te dynamitteren gebouwen. Althans als het van de Blankenbergse burgemeester afhangt, die af wil “…van het imago van marginale badstad, waar de straten vollopen met Johny’s met foute tattoo’s in lelijke trainingspakken.”  Het gaat dus wel degelijk over cultuur, en over het uitbannen van de cultuurloosheid, in de veronderstelling dat fijne kunst de barbarij weghoHetWittePaardudt en meteen ook een koopkrachtig publiek aantrekt.

Wat betekent trouwens de uitdrukking “goede smaak” meer dan een poging om de eigen smaak tot norm te verheffen? Is anderzijds de term “slechte smaak” niet gewoonweg een poging om andere culturele referentiekaders te brandmerken als oppervlakkig, dom, minderwaardig?

Het is misschien interessant voor de cultuursector, de cultuurjournalistiek inbegrepen, om te beseffen dat vrijheid erin bestaat, zich vanuit een minderheid te mogen definiëren. De vrijheid om dingen te doen, te koesteren, die vele anderen nu net niét koesteren. Laten we nu eindelijk die betuttelende gelijke-kansen-decreten in de onderste lade opbergen. Laat de Johny’s fout zijn, en stop met die megafoonfanfares rond klassiek. Geef mensen de kans om zelf iets te ontdekken, te appreciëren, of net niet. Cultuur voor iedereen is cultuur voor niemand.

Johan Sanctorum

De auteur is cultuurfilosoof en blogger

De opa’s zijn helemaal terug (van nooit weg geweest)

Zopas stelde de vers verkozen top van de Chinese Communistische partij zich voor,- nog altijd de feitelijke macht in dat land. Een select groepje van zeven (uiteraard) mannen, gemiddelde leeftijd 63 jaar. En allemaal conservatieve apparatsjiks. Niet zo direct symbolisch voor een partij die zich met woorden nog altijd “revolutionair” noemt.

Helemaal aan de andere kant van de aardbol, in Zaventem, beslist een 76-jarige Francis Vermeiren  (als bestuurder zwaar in opspraak gekomen in het verhaal Dexia/Gemeentelijke Holding, maar wie maalt daar nog om), om er nog 3 jaartjes burgemeesterschap bij te doen. Tegen de oorspronkelijke afspraak in, binnen de lokale VLD, dat hij een stap opzij zou zetten voor een jongere kandidaat.

Vermeiren is in 2008 al door het oog van de naald gekropen na een beroerte, en gaf ook op de Dexia-hoorzittingen een verwarde, vergeetachtige indruk. Tijd om van een welverdiende rust te genieten en een jonger iemand een job te gunnen? Neen dus. Dit stuitend geval van graaizucht en existentieel kannibalisme is jammer genoeg geen uitzondering. Ondanks alle geblaat over verjonging her en der, klampen de opa’s zich vast aan de macht, en het liefst nog met een dozijn mandaten tegelijk. Zij hebben maturiteit en levenservaring, zo luidt het. Maar weegt dat op tegen de fysieke en mentale degressie, die onder een net maatpak gecamoufleerd wordt?

De mythe van de wijsheid

Vanaf het 45ste levensjaar gaat het met ons mentaal snel bergaf, dat is wetenschappelijk bewezen. De “cognitieve vermogens” (zin voor logica, begripsvermogen, concentratie) laten het afweten, er ontstaan grote gaten in het geheugen. Eigenlijk is dat een verbijsterende vaststelling, want het zijn uiteindelijk de 60+-ers die over deze planeet regeren. In alle maatschappelijke geledingen zwaaien ze de plak, terwijl ze aan een recordtempo hersencellen verliezen. Het is vreemd dat men deze irrationele ouderdomsdictatuur, ook “gerontocratie” genoemd, niet méér in verband brengt met wat er wereldwijd zoal misloopt.

Want op alle domeinen falen de opa’s, van Fukushima over de Eurocrisis tot Wall Street: politiek, technologie, economie, milieu,- we gaan  regelrecht de verdoemenis in, zonder meer dankzij de gescleroseerde breinen van de decision-makers. Ik noem het de ouderdomsparadox: hoe minder hersencellen, hoe meer macht. Daar is een antropologische verklaring voor.

Wie Desmond Morris heeft gelezen (“De naakte aap”), weet wat er met oude, seniele wolven gebeurt: ze worden, in het belang van de groep, uitgestoten, tenzij ze zich gedeisd houden.

Op alle domeinen falen de opa’s, van Fukushima over de Eurocrisis tot Wall Street: politiek, technologie, economie, milieu,- we gaan  regelrecht de verdoemenis in, dankzij de gescleroseerde breinen van de decision-makers.

Biologisch is hun rol immers uitgespeeld, ze krijgen “kuren”, hun mentale verzwakking zorgt voor spanningen en verzuurt de sfeer binnen de groep. Exitscenario dus, in het belang van de groep. Maar naarmate de intelligentie toeneemt bij de hogere zoogdieren, de primaten, en uiteindelijk de mens, en er zoiets als “cultuur” ontstaat, slagen de oudere specimen erin om de uitdrijving te bezweren, zich onmisbaar te maken, en de illusie te creëren dat alles zonder hen in het honderd zou lopen. Het toverwoord luidt: “wijsheid”.

De oude mannetjes handhaven zich dus, ondanks hun nutteloosheid, dankzij het gewicht dat wordt toegekend aan traditie, de continuïteit van verhalen en rituelen, de overgeleverde kennis. Perceptiesturing heet dat. De medicijnman, de sjaman, de leraar, de filosoof, de burgemeester, de minister,- allen zijn het oude wijzen die pretenderen “iets kostbaars” door te geven, en die de samenleving gijzelen met een haast religieuze macht, gebaseerd op de mythe van de wijsheid. Zij zouden de fakkeldragers van de beschaving en de kroon op de evolutie zijn. Quod non, maar ze zitten ondertussen dus wel op de troon gebeiteld. Zelfs bij iemand als Professor Emeritus Vermeersch, sinds de jaren ’80 van vorige eeuw (!) beschouwd als “Vlaanderens grootste intellectueel”, ontwaart men steeds meer tyrannieke trekjes van de antieke wijze die zich wil handhaven en van zijn latente dementie een kwaliteitsmerk maakt. Pervers effect van intelligentie?

Alzheimercultuur

Inderdaad, zijn de verhalen van de opa’s wel iets waard? Dragen ze bij tot de overlevingskansen van de soort? Leiden ze ons naar een betere plek? Vandaag zou men veeleer het omgekeerde kunnen stellen: naarmate de catastrofe nadert, is het denken in termen van traditie, en continuïteit levensbedreigend voor onze menselijke beschaving. De “wijsheid” doet ons de das om, ze is corrupt, van Zaventem tot Peking. De Fortis- en Dexia-affaires ruiken naar een complot van seniele, oude wolven. Kijk gewoon naar het uiterlijk, het discours en de lichaamstaal van iemand als Graaf Maurice Lippens, en u weet wat ik bedoel. Het komt er dus net op aan, de ommezwaai te denken,- een radicale breuk met het verleden, de ouderdom, de traditionele waarden: de oedipale vadermoord is een terugkeer naar de biologische redelijkheid.

Maar daar schuilt nu net het conflict: de oude wolven manipuleren de besluitvorming in hun voordeel, politiek, economisch en technologisch.  De enorme middelen die worden besteed aan ouderdomszorg, medicatie, socio-psychologische pampering van de “senioren”, tot en met het ancienniteitsprincipe en het pensioenstelsel, veroorzaken nog een stijging van de levensverwachting, en dus een proportionele toename van de 60-plussers. Allen klampen ze zich vast aan het leven en aan de macht, allen willen ze hun privileges veilig stellen

Het resultaat is een Alzheimercultuur, waarbij de mens globaal steeds ouder en dus steeds dommer wordt, met een jonge generatie die vooral moet wachten en zich opwarmen. En warm zal het worden, zoveel is zeker.

Macht op zich is een ouderdomsverschijnsel. Het verticale down-top-carrièremodel, dat nog altijd het bedrijfsleven, de politieke wereld, de journalistiek, de academische wereld, en zelfs de culturele sector domineert, koppelt anciënniteit aan status. Zolang dat model gehandhaafd wordt, zal er ten gronde niets veranderen en belanden we van de regen in de drop. De lange mars door de instellingen levert uiteindelijk vergrijsde, corrupte exemplaren op, die weerom de jeugd verplichten tot geduld en een levenslang carrièreplan: de geschiedenis herhaalt zich altijd, dit is een dodelijk, autoreproductief systeem.

Naarmate de catastrofe nadert, is het denken in termen van traditie, en continuïteit levensbedreigend voor onze menselijke beschaving. De jeugd moet de macht grijpen en die macht zelf ont-culturaliseren.

Ondertussen worden kinderen en jongeren steeds meer als overlast beschouwd, alleen al omdat ze er zijn (of een broodje eten op een kerktrap), terwijl de Benidorm Bastards vrolijk onze straten teisteren. Viagra-knarren zoals Dominique Strauss-Kahn, die hun politieke macht terug willen omzetten in biologisch-seksuele macht, lopen wel eens tegen de lamp, maar dan als resultaat van een afrekening met andere, concurrerende oude wolven. Overigens doen de vrouwen, die zogezegd door dat glazen plafond zijn gewipt, dapper mee aan die oude-heren-dictatuur, kijk maar de schone Gwendolyn Rutten, die nu haar bedje spreidt voor de vergrijsde VLD-krokodillen. Of IMF-bazin Christine Lagarde, voor de verandering een oma dus, maar voor de rest business as usual in een universum dat van mannelijke logica doordrongen is. Zij is het type manwijf dat Brueghel in zijn Dulle Griet al portretteerde: een feeks die met potten en pannen de weg naar de Apocalyps aanwijst.

De jeugd wordt anderzijds in onze beeldcultuur wel gebruikt als façade en alibi (voor alle kwismasters en presentatoren van talk-shows zijn mooie jonge vrouwen een gegeerd goed, kijk ook naar de reclame…), maar ze heeft niets in de pap te brokken. Het jeunisme én het feminisme zijn pure window-dressing. De dertiger Alexander De Croo (die het gemaakt heeft dankzij zijn familienaam, zoals de Tobacken, de Van den Bossches,…) wordt beschouwd als een blaag, een wetstraatbaby, en gedraagt er zich op de duur ook naar.

De zonen-van, de legitieme opvolgers in het familiebedrijf, annuleren het Oedipaal conflict en handhaven de gerontocratie. Ze zijn al oud voor ze jong geweest zijn. Het komt er echter net op aan om niét in de fatale voetsporen van de vaders te treden, en zelfs de fora waarop die zich manifesteren, te laten voor wat ze zijn: het parlement, de media, etc.

De fameuze generatiekloof is reëel, en het zal nog toenemen. Het erkennen van de wereldwijde crisis als een gevolg van verregaande seniliteit, kan het begin van een keerpunt zijn. Misschien zijn fenomenen als de Occupy Wall Street-beweging wel een teken dat het opruimen van de shit van de opa’s toch begonnen is. Benieuwd ook hoe de vrouwenbeweging zich zal opstellen, en of ze in de valstrik van de emancipatie en de “positieve discriminatie” zal trappen via de rol van excuustruus.

Ook bij ons is het te hopen dat jongeren zich niét langer op sleeptouw laten nemen door het carrièreperspectief en de continuïteitsgedachte, maar resoluut gaan voor een breuk met de oude orde. De jeugd moet de macht grijpen, en die macht zelf ont-culturaliseren. Interneren en/of euthanaseren van de lastigste grijsaards, die hardnekkig vasthouden aan de medicijnman-charade, kan nodig zijn. Als cultuur het leven zelf bedreigt, dan moet de tweede zich tegen de eerste keren. Uit pure filantropie.

Johan Sanctorum