I like/dislike Facebook

Een libertarische kijk op de “sociale netwerken”

Zopas raakte bekend dat Facebook in maart een nieuwe “app” (toepassing) lanceert waarmeeZuckerberg gebruikers kunnen zien waar hun vrienden zich bevinden. Facebookbaas Mark Zuckerberg heeft er geen dubbelzinnigheid over laten bestaan waar het hem om te doen is: de reclame-inkomsten verhogen. Want wie de illusie nog mocht koesteren dat dit een filantropische onderneming is: het gaat uiteraard puur om harde dollars.

Meteen wordt weer duidelijk welke ruiloperatie aan de zgn. sociale media ten grondslag ligt: wij kunnen gratis communiceren en virtuele netwerkjes opbouwen, zij verkopen reclameruimte en cashen. De omvang van het systeem is zijn kracht: momentaal al ruim een miljard gebruikers wereldwijd.

De digitale republiek

facebookUiteindelijk doet het netwerk zelfs veel meer dan internetcommunicatie aanbieden: het herorganiseert de geglobaliseerde samenleving tot een super-community die de oude socio-politieke gemeenschappen opslorpt, inclusief heel het machtsapparaat dat hen superviseert.

Vergeet de klassieke Big Brother, de politiecomputer (die in België trouwens verschrikkelijk sputtert), de staatsveiligheid en de camera’s op straat: het consortium van Google, Facebook Google, en weet ik nog wie meer, dat aan de einder opdoemt, regelt vanuit een commerciële logica een planetaire federatie waar iedereen met iedereen verbonden is volgens het fameuze zes-stappen-model. Overeenkomstig de theorie van Carneiro, dat we sociaal maar tot honderd kunnen tellen, bevat een gemiddelde FB-vriendenkring inderdaad zo’n 100 “vrienden”. Maar elke kring is met andere kringen verbonden, het is haast niet mogelijk om er een geïsoleerd intranet op na te houden. Grotere groepen en like-pagina’s smeren de doorloop en geven het systeem zijn virale kracht.

De nieuwe wereldorde is dus een digitale republiek, waarop je vanuit pc, I-pad en I-phone inlogt. Alle menselijke activiteiten, geaardheden, interessesferen en subculturen vinden een plek. Doch meteen wordt ook heel ons doen-en-laten in real time in kaart gebracht, zie de nieuwe locatie-app waarvan sprake. De impact op het zogenaamde privé-leven (wat we zelf met veel overgave prijs geven) is maar het begin: finaal kunnen alle samenlevingsproblemen, die vroeger via overheidsbemiddeling en het justitie-apparaat hun beslag moesten krijgen, nu via FB beslecht worden. Denk aan het gefotografeerde pestgedrag, de straatagressie en de daaropvolgende wraakpagina’s: de nieuwe justitie is een cybergestuurde volksjustitie.

Het aloude “sociaal contract” is hopeloos achterhaald. De nieuwe wereldorde is een digitale republiek, waarop je vanuit pc, I-pad en I-phone inlogt.

Men kan daar flauw over doen of niet, maar de onmacht van de politieke klasse en het fundamenteel sluimerend onbehagen omtrent de falende rechtstaat, hebben het alternatief wel in het leven geroepen.  Het aloude sociaal contract, door de 18de eeuwse Verlichtingsfilosofen Thomas Hobbes, John Locke en Jean-Jacques Rousseau gepropageerd, waarbij de burgerrepubliek werd voorgesteld als het resultaat van een vrijwillige machtsoverdracht in ruil voor zekerheid en orde, is hopeloos achterhaald. Politici spartelen wanhopig om het oude model van de burgerlijke democratie nieuw leven in te blazen en zo hun eigen status te vrijwaren, maar tevergeefs: de nieuwe soeverein heet Mark Zuckerberg, beheerder van de vind-ik-leuk-democratie, en gesteund door complementaire roddellijnen als Twitter.

Zelfs de media lopen deze (r)evolutie achterna: in bepaalde TV-programma’s duikt nu ook Facebook op –in feite een concurrent-, terwijl kranten steeds meer de mosterd op Twitter gaan halen. Vergeet dus ook de Vijfde Macht en de zogenaamde mediadictatuur: binnen 10 jaar is een krant of een TV-zender weinig meer dan een Facebookpagina. Idem dito overigens voor politieke partijen of vakbonden.

Spinnen in het netwerk

DislikeEdoch, het sociaal contract 2.0, eigen aan de digitale republiek, wordt ondertussen wel geëxploiteerd door een beursgenoteerde privé-onderneming, en dat veroorzaakt in onze linkerhartklep enige jaloezie: waarom zouden wij Mark Zuckerberg en zijn aandeelhouders nog rijker maken?  Het op zo’n 17 miljard dollar geschatte persoonlijk vermogen van deze klein begonnen entrepreneur met het gezicht van een autoverkoper, herleidt de term “sociaal medium” tot zijn echte dimensie van geldmachine. Vermits echter ook de klassieke politiek door belangengroepen (en soms echte private lobby’s) wordt gedomineerd, is dat eigenlijk nauwelijks nog een argument. Vrijwel heel de Europese besluitvorming is bijvoorbeeld gestuurd door lobbygroepen.

Het is dus inderdaad de vraag, of we niet beter af zijn met de digitale republiek van Mark Zuckerberg, die ronduit voor de poen gaat, dan met de hypocrisie van het politieke Machiavellisme, en zijn ontelbare grote en kleine Borgia’s.

De pineut zijn we altijd, maar laat de façade van ideologie en moraal maar achterwege. Als we toch onze autonomie moeten inleveren, dan liever aan een verkoper dan aan een tiran, al is het er een van fluweel. Bovendien blijft ook, en misschien vooral in die digitale republiek, de antropologische constante overeind, die zegt dat mensen de neiging hebben om zich los te weken uit grote structuren, en dat groepen op natuurlijke wijze uiteenvallen in groupuscules (van maximum 100 eenheden). En dat is het echte gevaar voor megaplatformen als Facebook: men zou het kunnen gebruiken als middel om contacten te leggen, om daarna “privé” te gaan in een ander, kleiner netwerk. Zelf doe ik dat trouwens consequent: interessante nieuwe connecties tracht ik onder te brengen in een eigen netwerkje, hoofdzakelijk opererend via e-mail en een webplatform/blog.

Als we toch onze autonomie moeten inleveren, dan liever aan een verkoper dan aan een tiran, ook al is het er een van fluweel.

Zuckerberg en C° zijn zich daar terdege van bewust: de mogelijkheid om e-mailadressen van FB-gebruikers te exporteren is drastisch beperkt, iedereen krijgt sowieso een facebook-email toegewezen. De lichte onrust van de soeverein is begrijpelijk: de reclametarieven kunnen enkel op peil blijven, als het netwerk homogeen en mega-monopolistisch blijft. Elk parasitisme en/of lekkage tast het businessmodel van het systeem aan: je moet het spel correct meespelen.

Vergelijk het ook met de kruistocht van Christian Van Thillo, grote baas van De Persgroep, tegen het skippen van reclameblokken tijdens uitgesteld TV-kijken. Ik beoefen dat doorspoelen met de grootste vreugde, maar de adverteerders vinden dat uiteraard niet leuk. Het is dan ook kwestie van tijd voor daar een technische oplossing voor gevonden wordt, en dan zullen wij weerom onze creativiteit aanwenden om die te omzeilen.

Kijk, dat vind ik nu het meest positieve aan het digitaal tijdperk: zoals de aloude politieke macht ons aanzette tot creatieve subversiviteit (van flitspaaldetectie over foutgevulde vuilzakken tot belastingontduiken), zo zal de kersverse cyberrepubliek altijd verstoord worden door middelpuntvliedend gepruts en gemorrel. Het hoeft niet eens om hacken en cyberterreur te gaan, al kan ik smakelijk lachen als het informaticasysteem van het Pentagon wordt gekraakt. Evenmin vormen de pogingen om “witte vlekken” te creëren (locaties, bezigheden en groepjes zie zich willen ont-digitaliseren, meestal iets voor ouwe hippies) nog een uitdaging. Neen, we moeten Mark Zuckerberg dankbaar zijn voor zijn uitvinding, want het is een nieuwe Gordiaanse knoop die moet ontward worden, wat veel vermaak en opwinding kan geven, maar wat ook ons verstand aanscherpt.

Overigens sanctioneert Facebook veelvuldig “ongeoorloofd gedrag”, schrapt willekeurig profielen, verbant mensen uit het netwerk, of ontneemt hen tijdelijk de mogelijkheid om te “frienden”: de soeverein treedt echt soeverein op, zonder enig recht op beroep. Met het medium omgaan vergt dus echt wel inzicht en intelligentie,- iets wat wij gaandeweg verleerd hebben dankzij de repressieve tolerantie, eigen aan de democratie en de rechtstaat.

Overeenkomstig het gezegde van Diogenes “De weg naar buiten gaat langs binnen”,  is een spel van kat-en-muis met de nieuwe soeverein dus aangewezen. De zwakke plekken van het netwerk benutten, omleidingen en shortcuts leggen, de uitgestrektheid van het systeem misbruiken. Zelfs het hacken van heel de FB-server of het infiltreren van het Facebook-bedrijf is niet uitgesloten. De film “The Social Netwerk” (2010) behandelt o.m. de interne kwetsbaarheid van zo’n commercieel-technisch megaproject, en de mogelijkheid om het te kapen.

De omvang van het netwerk is zijn macht en zijn zwakte: richt bijvoorbeeld een anti-Facebookpagina op, en kijk eens hoe lang het duurt voor de beheerders het door hebben.

De mogelijkheid om als foute spinnen in het netwerk opereren, net onder de lijn van de zichtbaarheid, is iets wat we nog volop moeten leren. Via, jawel, FB-kringen.

Post-civiele ironie

Corry

Corry met haar hondje op FB

Tot slot nog iets over “privacy”.  Van Dale omschrijft dit als “persoonlijke vrijheid, het ongehinderd, alleen, in eigen kring of met een partner ergens kunnen vertoeven; gelegenheid om zich af te zonderen, om storende invloeden van de buitenwereld te ontgaan, een toestand waarin een mens er zeker van is dat zonder zijn toestemming zo weinig mogelijk andere mensen zich op zijn terrein zullen begeven.”  Het VN-verdrag over politieke grondrechten, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, de respectievelijke grondwetten,… alle schermen ze met dat begrip privacy en “bescherming van de persoonlijke levenssfeer”. Vooral juist de nieuwe internetplatformen zoals Facebook en Google worden geviseerd, als “privacy-bedreigend”.Dat klopt uiteraard: uw persoonlijke voorkeuren zijn van groot belang om gerichte publiciteit te kunnen verkopen, of dacht u dat die Viagra-reklame in uw mailbox daar per toeval terecht komt. Maar is de politieke overheid niet slecht geplaatst om dat aan de kaak te stellen? De staat moeit zich met alles, ook de privé-sfeer, en altijd met het algemeen belang als kapstok. Van het proces-verbaal voor vuurtje stoken in de tuin, over huisuitdrijvingen door deurwaarders, telefoontap, tot de Patriot Act (die de Amerikaanse overheid inzagerecht in privé-gegevens verleent, in het kader van de terreurbestrijding): het binnendringen van de privé-sfeer gebeurt doorlopend en is keurig in wetteksten gegoten.

Historisch gezien is politieke macht namelijk, al van het ontstaan van de eerste agrarische nederzettingen, altijd een inperking van die zogenaamde privésfeer geweest. Men laat u hobby’s beoefenen, koken, TV-kijken en neuken, zolang het de continuïteit van de macht niet aantast. Overschrijdt u die grens, dan is het plots uit met de privacy en kan u in iets terecht komen waar per definitie geen enkele privacy heerst: de gevangenis. Uiteindelijk was zelfs heel dat sociaal contract van de Verlichtingsfilosofen maar een alibi om moderne macht te legitimeren. We zijn als individu niet vrij, nooit geweest, en zullen het in het civiel universum ook nooit worden.

“Privacy”? Het feit dat Mark Zuckerberg en heel de planeet mag weten hoe dikwijls we per dag naar het toilet gaan, is in feite een enorme kaakslag voor elk politiek regime. 

In dat opzicht lijkt me de pogingen van het politiek systeem om de sociale media te reguleren via het privacy-argument (“bescherming van de persoonlijke levenssfeer”) veeleer een laatste stuiptrekking. De politiek weet dat het gedaan is, en schiet nog even in paniek op het nieuwe netwerk dat haar overbodig maakt. De digitale wereldrepubliek dus.

Het feit dat Jan en alleman ongevraagd al zijn familiekiekjes op Facebook gooit, of van uur tot uur over zijn en laten bericht, weerlegt de stelling dat het sociaal medium de privacy aantast. We doen het namelijk zelf. De reden van dat exhibitionisme is complex, maar wellicht heeft het veel met een soort post-civiele ironie te maken: de ontgoocheling van de burger over de staat, en het massaal dumpen van private gegevens in een nieuwe constellatie die, bevrijd van alle ideologisch gezwam, in de gedereguleerde wereldmarkt opereert.

Het feit dat Mark Zuckerberg en heel de planeet mag weten hoe dikwijls we per dag naar het toilet gaan, is in feite een enorme kaakslag voor elk politiek regime.  Het is een enorm fuck-gebaar. Jazeker, de fiscale inspectie houdt uw Facebookprofiel in de gaten, op zoek naar sporen van ontduiking. Vakantiekiekjes die wijzen op zwart geld, bijvoorbeeld. Maar het gevaar is veel reëler dat de man in kwestie via datzelfde Facebook wordt ontmaskerd en met pek en veren door de cybercommunity wordt achternagezeten.

Dat eindspel, beste vrienden, maken we vandaag mee van op de eerste rij: de strijd tussen oude en nieuwe macht, én de opkomende tendensen binnen die nieuwe constellatie van enkelingen en groepen om het systeem te slim af te zijn. I like/dislike Facebook, ik zeg het in het Engels opdat Mark het zou verstaan. Wat erachter zit, weten u en ik.

Johan Sanctorum

Advertenties

3 Reacties op “I like/dislike Facebook

  1. Beste Johan,
    Het grappige is, dat ik geen last heb van de reklame op facebook (of op tv of waar dan ook), omdat ik niet kijk, totaal daarin niet geïnteresseerd ben. Als de reklame-wereld ontdekt dat het geen omzet genereert, dan zoeken ze wel weer een ander medium, denk je niet?
    Het is aan ons om zo zuiver en slim mogelijk gebruik te maken van wat er in de wereld aangeboden wordt. Facebook levert een mogelijkheid om onzin te delen, maar ook om uw verhaal te delen en meer interessante groepen die op een positieve manier actief zijn om de wereld een beetje aangenamer en zinvoller te maken.

    Hartelijke groet en I “like you” op facebook,
    Geertje Kuipers, Culemborg (NL)

  2. Net als het stille gezoem van de vaatwasmachine wordt de reclame op facebook door mijn hersens weg gefilterd.
    (Zou daar een Latijnse uitdrukking voor bestaan?)

  3. De absolute soevereiniteit van Facebook is meteen ook de reden waarom het zeer verstandig en volstrekt legitiem is dat landen zoals China, uiteraard tot grote neid van de hele links-liberale mensenrechtenindustrie die de universaliteit van haar sacerdotaal gezag bedreigd ziet, Facebook blokkeren en hun burgers lokale alternatieven bieden zoals i.c. Renren.

    Immers, als de burger dan toch moet onderworpen worden aan absolute soevereiniteit, dan liever een lokale soeverein zoals de Chinese Communistische Partij die zich nog zonder enige schaamte van het discours van de meester durft bedienen, vertegenwoordigd door het gelaat van de vrolijk monkellachende en goed doorvoedde Xi Jinping, dan de soevereiniteit van de hypocriete neoliberale moembakkes van Zuckerberg en zijn Silicon Valley-evenknieën type Eric Schmidt van Google.

    Laatsgenoemde had na zijn recente uitje naar het reeds 20 jaar constant door hongersnood geteisterde stalinistische Noord-Korea de volgende parels van wijsheid voor de wereld: het probleem van Noord-Korea was dat ze het internet niet willen omarmen en dat dit een rem zou zetten op hun economische ontwikkelingskansen. Erst die Google Anzeigen dan möglicherweise das Fressen. De soeverein houdt van al zijn onderdanen, zozeer dat hij zelfs de meest verloren schaapjes hoogdstpersoonlijk komt redden.