Brueghel afgestoft: UNESCO wil erfgoed met fatsoen

AalstSinds drie jaar behoort het Aalsters Carnaval tot het Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid, en dat zullen ze geweten hebben: Vastenavond mag vrolijk zijn, maar moet zich houden aan de regels van de politieke correctheid, vastgelegd door de internationale smaak- en zedenpolitie. Want dat was men even vergeten: met het UNESCO-label eigent die instelling zich ook het recht toe om voor schoonmoeder te spelen.

Misschien tijd om die UNESCO-bureaucratie, en, algemener nog, zin en onzin van dat “werelderfgoed” zelf eens in vraag te stellen.

Disneyficatie

toerismeDe indrukwekkende erfgoedlijst is ongetwijfeld door nobele bedoelingen geïnspireerd: wie zou nu het carnaval van Aalst of Binche, of de binnenstad van Florence willen missen. We hebben nood aan bakens, rituelen, herkenningspunten, al was het maar om ergens over te kunnen praten. Toch overvalt me een gevoel van ondraaglijke lichtheid, als ik die immer aanzwellende lijst overloop.

De erfgoedlijst lijkt namelijk steeds meer op een toeristische cataloog, waaruit we vrijblijvend een bestemming kunnen plukken, zoals we een paar sokken of een GSM uitkiezen. Ze nodigt ons uit om deze planeet te herkoloniseren, alles is van ons, zonder dat we met de plek of het ding verder enige relatie hebben. De Voil Janetten maken geen locale volkscultuur meer uit, vol tamelijk subversieve of zelfs obscene rituelen. Neen, ze zijn dankzij de UNESCO mondiale folklore geworden, geformoliseerd en ontdaan van elke subversieve inhoud.

Dat heeft gevolgen voor de beleving van cultuur. Ze is niet langer een stoorzender, een bron van onrust, een spelbederver, of iets dat afstand neemt van het geheel,- ze is gewoon één afdeling van de grote hypermarkt, ergens nabij de kassa, waar de files ontstaan en men tijdens het wachten nog dingen meegraait die men eigenlijk niet nodig heeft.

Door een losgeslagen Vlaams Brueghel-tafereel –een vulgaire, schunnige dronkemansstoet- te verheffen tot werelderfgoed, is de UNESCO tegen haar eigen grenzen aangelopen. Cultuur’ – met grote C- laat zich inlijsten, maar niet de energie die er onder door stroomt.       

Zo leidt de inventarisering en canonisering van het werelderfgoed op een bizarre manier tot banalisering en “Gleichschaltung”: alles is zichtbaar, maar niets beklijft; alles en iedereen is verschillend, maar niets of niemand uniek. We vinden onszelf ‘cosmopolitisch’, -wereldburgers-, nooit was de planeet zo klein, maar het aantal plekken dat echte verwondering teweeg brengt, daalt zienderogen. In de plaats van de ontdekking en de verwondering, komen de overrompeling, de sensatie, en de kick. Men spreekt in dat opzicht van Disneyficatie: de inrichting van deze planeet tot attractiepark. En daar lopen onvermijdelijk parkwachters rond die waken over de goede zeden.

Uiteindelijk verdwijnt ook elk gevoel van ‘ergens anders’ te zijn, of het verlangen om in een andere rol te kruipen, als vreemdeling een gebied te betreden: we zijn overal en nergens thuis.  Het aanbod is zo duizelingwekkend en biedt ons zoveel keuze, dat we er zelfs niet aan denken om de stekker uit te trekken en ons te bezinnen. Het kiezen en shoppen wordt een tic, voor sommigen zelfs een verslaving. De homo zapiens is een feit.

Eigenlijk bevordert de UNESCO zo het toerisme van de platgetreden paden.  Ze deelt labels uit, zorgt voor restauratie en toegankelijkheid, en universaliseert dingen die voorheen particulier en onherbergzaam waren.  Het reizen als “vreemdgaan” wordt daardoor steeds moeilijker. Ze bestaan nog, die onontgonnen plekken, maar alleen al dat woord “onontgonnen” wijst op een fatale koloniseringswoede die ons allen in de greep heeft.

Uitschrijven graag

De Romeinse toeristenhaat is berucht.

De Romeinse toeristenhaat is berucht.

Dé Belgische toplocatie voor het internationale toerisme is de Brugse binnenstad, nog zo’n stuk werelderfgoed. Het is een spookstad, er woont haast niemand meer. Net daarom ontstaan er acties van burgerlijk verzet tegen de Disneyficatie. Zo’n 15% van de bewoners gebruikt zelfs uitdrukkelijk de termen ‘leger’ en ‘invasie’, om aan te geven hoezeer de toerist gehaat wordt, die toch een bron van economische welstand is. De ‘gouden driehoek’ in het zuidwesten is een voor de stedelingen te mijden plek, een stuk grondgebied dat om strategische reden lijkt te zijn opgegeven. Geen Bruggeling waagt er zich nog.Het fenomeen van het toerisme als ‘stille oorlog’ tussen bewoners en bezoekers heeft zich wereldwijd uitgezaaid: de toerist wordt beschouwd als een bezetter, daarom wordt hij verwend én beetgenomen. Allerlei ondergrondse verweerstrategieën worden door de autochtonen toegepast.

In Venetië bv. hebben alle inwoners doodeenvoudig de stad verlaten. U kan haar wel bezoeken, er duur en slecht eten, door de gondeliers afgetroggeld worden, maar Venetianen krijgt U niet te zien: die bestaan namelijk niet, de stad is een louter decor en consumptiepark, één grote hinderlaag voor Uw portefeuille, met dank aan de UNESCO.

Romeinen zijn er in Rome nog wel, maar ze vermijden elk oogcontact met vreemdelingen en antwoorden niet als U de weg vraagt. Integendeel, is het bedotten van toeristen er een sport, zeg maar een wraakoefening voor de invasie. De Romein verwaarloost daarbij ook opzettelijk het eigen patrimonium en laat zijn hond plassen tegen de antieke zuilen, om aan te geven dat dit Disneyland zijn stad niet is, maar die van iets of iemand anders. Er lijken zo in toeristische toplocaties twee steden op onzichtbare wijze door elkaar te lopen of naast elkaar te bestaan,- het ‘bezet gebied’, als erfgoed,  en de ‘vrijstad’ der autochtonen, waar toeristen niet komen of niet gewenst zijn. Ironisch genoeg zijn het net die onontgonnen plekken die door de reisbureau’s als nieuwe attractie worden gepromoot: de oorlog gaat door.

Wat Aalst nu moet doen, is zich uitschrijven uit die erfgoedlijst, door te volharden in de boosheid. Zelfs bij restaurants is het een nieuwe trend: Michelin de deur wijzen.

De meest drastische actie tegen de postmoderne Disney-ideologie was wellicht de dynamittering van de Boeddhabeelden door de Taliban in Bamyian/Afghanistan (2001, afb.). Een golf van afgrijzen liep door de weldenkende wereldburgerij.  De commentaar van de UNESCO vertoonde toen enige gelijkenis met de recente reprimande naar het Aalsters Carnaval: ‘De Taliban hebben een misdaad tegen de cultuur begaan’ . Terwijl men toch zou kunnen stellen dat het ten eerste hun erfgoed is, en dat ten tweede niets onvergankelijk is, zelfs de Mona Lisa of de Akropolis niet, en de Toren van Pisa nog veel minder.

P. Brueghel de Jonge: Boerenbruiloft

P. Brueghel de Jonge: Boerenbruiloft

De Aalsterse dorpspotentaten hadden dus ongelijk in hun UNESCO-euforie: voor levende cultuur is het “werelderfgoed” een begraafplaats. Wat het Carnaval nu moet doen, is zich uitschrijven uit die erfgoedlijst, door te volharden in de boosheid. Mogelijk een signaal voor andere, door het wereldtoerisme gekoloniseerde plekken. Want de nieuwe behoefte aan particulariteit zal allicht toenemen: mensen, groepen, rituelen, tradities die uitdrukkelijk niét in de cataloog willen staan. Zelfs bij restaurants is het een nieuwe trend: Michelin de deur wijzen. Voor de UNESCO en alle sterrenuitreikers een inconveniente ontwikkeling. Voor de media al evenzeer: zij leven van toegankelijkheid, labeling en uitwisselbaarheid.

Het verhogen van drempels, codes en toegangsprotocols is het antwoord op de globalisering en de vervlakking: in essentie is het feest een esoterisch gebeuren waaraan een inwijding vooraf gaat. Openbare feesten zijn waardeloos. Ik heb goede vrienden in Aalst, en al vijf jaar wacht ik op een uitnodiging tegen Carnavalstijd, want als toerist wil ik niet gaan. Telkens is de teleurstelling groot, maar wordt de begeerte sterker. En dat is goed, want dikwijls is de begeerte intenser dan de vervulling.

Door een losgeslagen Vlaams Brueghel-tafereel –een vulgaire, schunnige dronkemansstoet- te verheffen tot werelderfgoed, is de UNESCO tegen haar eigen grenzen aangelopen. Cultuur, met grote C, kan men wel inlijsten, maar niet de donkere energieën, de onderstroom waaraan ze zich laaft. Laat dat maar eens een aanknopingspunt zijn voor een identiteitsdebat.

Advertenties

3 Reacties op “Brueghel afgestoft: UNESCO wil erfgoed met fatsoen

  1. Nog een criterium voor mijn onbewoond eiland; het mag niet op de UNESCO lijst staan 😉

    Hoewel je als (wereld)burger steeds meer het gevoel/idee krijgt, dat je niet meer een eigen mening erop mag nahouden en dat al je wandelgangen worden beoordeeld en zelfs steeds vaker veroordeeld, zijn er helaas tegelijkertijd ook nog altijd teveel voorbeelden te noemen, die aangeven dat de mens (bege-)leiding nodig heeft. Vrijheid prima, maar moet dan maar alles mogen en kunnen?

  2. Karina Uyttersprot

    alweer een fraaie bedenking bij de actualiteit Johan, altijd prettig om bijna te weten wat er gaat komen, er zelfs op te hopen en dan toch weer verrast te worden. Je bent een krak in de dingen op hun kop zetten en een verademing in de gruwel van meningen en opinies die ons dagelijks en masse door de strot geduwd worden. Maar dat de boedhabeeldenstorm in Afghanistan Talibaans recht op eigen erfgoed zou zijn, is een beetje heel scheef door de bocht. Deze beelden getuigen van een cultuur die ons als voorbeeld mag dienen, de zijderoute genaamd, waarin, zo willen wij het misschien te graag geloven, zowel de Grieken als de Arabieren, de Chinezen als de Indiers mekaar hebben beïnvloed en gevormd. Die beelden lagen in een corridor, waar menige proefbuis of high tech labo uit onze tijd jaloers op kan zijn. Dank zij zulke contacten, zijn wij wie we zijn vandaag. Ik geloof niet in de brute vernietiging van dingen, zoals je schrijft, de tijd doet zijn werk zo wel, maar opzettelijk andere culture kwetsen is een hele lelijke eigenschap en beneden elke beschavingswaardigheid. Bovendien heeft ook de islam een hele grote mystieke traditie, dus ik kan me voorstellen dat ook menig moslim net zo verontwaardigd is geweest als wij of de door jou gehekelde unesco. Deze vernietiging was eerder een soort recht van de sterkste in een strijd die in elk geloof uitgevochten wordt, zoals in elke politiek ook, een gelijk willen hebben en dat afdwingen. Net zo goed als wij naar de schoonheid van de kalligrafie en poëzie in bijv. het Alhamraa kunnen kijken, zonder meteen op kruistocht te moeten gaan (ja dat dragen we ook voor de rest van onze geschiedenis mee) zou ik toch ooit naar die beelden hebben willen gaan kijken, want ze hadden ons absoluut veel te leren. Dus wat mij betreft, ik mis ze.

  3. Voorwaar ! Alweer een (lichtgevende) komeet in de “hyperreet” !