Politieke correctheid en taalepuratie: het mysterie van de verdwenen allochtoon

Tot een van de bloedigste regimes sinds de tweede wereldoorlog kan dat van de Rode Khmer gerekend worden, de militaire tak van de Communistische Partij van Democratisch Kampuchea (nu Cambodja). Hun bezieler en leider, Pol Pot, had het plan opgevat om de stedelijke beschaving, en eigenlijk de beschaving tout court, af te schaffen via massale deportaties naar het platteland. Men schat dat tussen 1975 en 1979 2 à 3 miljoen Cambodjanen (op een totaal van 7 miljoen) zijn omgekomen.

Behalve in wreedheid overtrof Pol Pot zijn leermeesters Stalin en Mao ook inzake de totale beslaglegging op het sociale verkeer en het privé-leven. Slapen, ontlasting, eten en drinken: het moest allemaal collectief gebeuren. Alles wat naar cultuur, expressie en individualiteit verwees, werd verboden, op straffe van executie: eigendom (uiteraard), naast kleding en uiting van persoonlijke smaak (iedereen liep in het zwart), boeken (behalve dan de reguliere communistische literatuur), het dragen van een bril (te intellectueel!), kennis van een vreemde taal (gevaar voor imperialistische smetten), maar ook vriendschappen en familiale banden die konden leiden tot groepsvorming buiten de cellulaire staatsstructuur. Allemaal fout, weg ermee.

Opmerkelijk is ook het belang dat de Khmers in hun ijver hechtten aan een juist taalgebruik. Daartoe moest er grote schoonmaak gehouden worden, niet alleen in de politieke terminologie. Woorden als vader of moeder waren taboe wegens niet conform de communistische gemeenschapszin, naast een hele resem andere vervuilde woorden uit de omgangstaal. Deze opkuis vereenvoudigde het leven aanzienlijk, en zou leiden tot de ideale maatschappij, zo meenden de Khmers oprecht: hun insteek was, hoe schandalig we dat nu ook vinden, idealistisch, op het maakbaarheidsprincipe gebaseerd, en, tja, in die zin zelfs politiek-correct.

Uiteindelijk werden de Khmers verjaagd door de Vietnamezen, die hen ook eerst in het zadel hadden geholpen. Waarna de indoctrinatie gewoon doorging. Tot daar de recente geschiedenis.

Newspeak

animalfarmDe verhouding tussen politieke macht en taalcontrole was het stokpaardje van de Engelse schrijver-filosoof George Orwell. Al in 1945 publiceerde hij zijn legendarisch geworden Animal Farm, een grotesk-satirische allegorie over een boerderij waar de varkens het hebben overgenomen en een welzijnsstaat creëerden volgens hoger beschreven Stalinistische principes. Maar de wreedheid is nagenoeg afwezig: de propaganda en de indoctrinatie hebben de vrijheidsberoving en de fysieke liquidatie grotendeels overbodig gemaakt. Iedereen is gelukkig omdat… het woord ongeluk gewoon is afgeschaft, meer moet dat niet zijn!

Orwell had vooral de Stalin-dictatuur voor ogen –in die zin was hij zelfs een pleitbezorger van de Koude Oorlog-, maar de eigenlijke visionaire dimensie van zijn distopische roman reikte verder: hij zag al de “perfecte democratie” opdoemen, waar macht en controle over het discours, in al zijn aspecten, samenvalt. Daartoe is dus geen dictatuur nodig, integendeel: hoe groter het gepalaver, hoe groter de verwarring, des te beter voor het systeem.

De moderne macht is niet meer repressief, ze grijpt in op het niveau van de taal, de betekenissen, de tekst. Ze organiseert de democratie en de publieke opinie op zo’n manier, dat de free speech alleen nog een variatie is op de legitieme thema’s, in een vast verbaal stramien.  Alles wat daar buiten valt, wordt gekwalificeerd als ongeoorloofd, nefast, grof, extreem.

Het systeem dat vandaag spreekwoordelijk als “Orwelliaans” wordt gekarakteriseerd, drijft daarom voornamelijk op taalmanipulatie en massapsychologie, met de communicatiewetenschap als sleuteldiscipline. Zowel de simplifiërende on-liner als het omgekeerde, de quasi-onbegrijpelijke woordenbrij, behoren tot het retorisch arsenaal van de macht.

De moderne macht is niet meer repressief, ze grijpt in op het niveau van de taal, de betekenissen, de tekst.

Het ingrijpen in de woordenschat is daarvan een essentieel aspect: termen worden gedumpt, andere worden uitgevonden. De nieuwe termen zijn nooit helder of éénduidig,- ze zijn veeleer wollig en mistig, om de contradicties van het systeem zelf toe te dekken. In een weinig bekend essay van 1946, getiteld “Politics an the English Language”, doet George Orwell die newspeak haarfijn uit de doeken. Macht berust op verwarring en ondoorzichtigheid, en daartoe moeten er verbale mistgordijnen geschapen worden. Dat gebeurt op alle niveau’s. We kennen allemaal het fenomeen van de informaticatechneut die u om de oren slaat met vakjargon, en zo zijn autoriteit bevestigt: het is jammer genoeg schering en inslag.

Zowel systemen als individuen ontlenen hun autoriteit aan een complex taalgebruik, een groteske overdaad aan woorden, frasen, alinea’s en voetnoten, die op de duur alleen nog naar elkaar verwijzen. Het euvel komt voor bij wetenschappers, technici, kunstenaars, en zeker ook politici. Er ontstaan dan kasten van specialisten die elkaar afschermen via een jargon dat zogezegd noodzakelijk is om ingewikkelde knopen te ontwarren, terwijl ze de knopen juist nog dikker maken. (→ meer hierover: “Eilanden van gezond verstand”).

Op het politieke vlak wordt de verloren gegane legitimiteit (“wie gelooft die mensen nog?”) ruimschoots gecompenseerd door de professionele inbreng van spindoctors en communicatiestrategen allerhande. Woorden worden gecreëerd, gecombineerd, gedumpt, helemaal conform hun inwerking op de publieke opinie. Met de media uiteraard als noodzakelijke sluis, en het academisch-cultureel establishment als aangever.

Allo-wat?

TermontIk moest dan ook voortdurend aan Orwell denken, toen steden zoals Amsterdam en Gent aankondigden dat ze het woord “allochtoon” zouden schrappen.

Het woord werd ons ooit opgedrongen als hallucinant staaltje newspeak (omdat men niet over vreemdelingen, migranten of mensen-van-buitenlandse-origine mocht spreken), en nu wordt het dus door diezelfde taalpolitie weer afgevoerd. Verre van dit met het Rode Khmer-regime te willen vergelijken, stelt men toch vast dat hier een gelijkaardig politiek-correct voluntarisme aan het werk is: het idee dat problemen zich oplossen door de taal te fatsoeneren. Terwijl het net andersom is: de taal is een weerspiegeling van de sociale realiteit, die niet homogeen is, maar heterogeen en conflictueus.

De ontkenningsstrategie die erachter schuilt is perfide en lachwekkend tegelijk. Ooit stelde Steve Stevaert, nu actief als havenbaas in Vietnam, voor om de term “Vlaams Belang” niet meer uit te spreken, en enkel nog de afkorting “VB” te gebruiken (wat dan evengoed op “Vuile Bruinzakken” of “Vunzige Bastaards” kon slaan, kies zelf maar). Daarmee zou het probleem volgens hem wel van de baan geraken. Het was ook de tijd dat de zo slimme professor Etienne Vermeersch in de media elke vraag over die verboden partij beantwoordde met een lakoniek “Wie?”, in dezelfde optimistische veronderstelling dat het probleem zo zichzelf zou oplossen.

In het kader van een permanente goed-nieuws-show wordt de realiteit geregisseerd en verbaal uitgefilterd,- iets waar de media overigens voluit aan meedoen.

Dit taalkundig proberen te overrulen van de realiteit is typerend voor een maakbaarheidsideologie die au fond niet geïnteresseerd is in het werkelijke maatschappelijke spanningsveld: in het kader van een permanente goed-nieuws-show wordt de realiteit geregisseerd en uitgefilterd,- iets waar de media overigens voluit aan meedoen. De quasi-ethische omlijsting van het woordverbod (“onzuiver taalgebruik” wordt meteen ook “immoreel taalgebruik”) is kenmerkend voor een bovenbouw die wanhopig op zoek is naar legitimatie: Gent en Amsterdam, redders van het correcte Nederlands, en hoeders van de beschaving!

Op zich totaal betekenisloos geworden stoplappen als “racistisch” en “(on-) democratisch” fungeren als sleutelwoorden in deze epuratie, die ver voorbij de strikt politieke sfeer gaat. De manier bv. hoe kreupelen, steeds vanuit de bemoeizucht van de sociale sector, invaliden werden, dan gehandicapten, daarna mindervaliden, nog later andersvaliden, om voorlopig te eindigen als personen-met-een-beperking,- is tekenend voor de fascinatie van de socio-politieke sector voor labelling en semantische inkapseling.

We denken ook aan de systematische kruistocht van de reguliere media die afgeven op het “racistische”, “vunzige”, “barbaarse” taalgebruik op het internet, en de filters die worden toegepast op de eigen publieksfora.  Op die manier proberen de elites taalkundig greep te krijgen op de massa, via een progressief-ethisch alibi, met zelfs esthetische parfums van “goede smaak”. De missionarishouding dus. Het is nog maar een kwestie van tijd, voor ze bij de UNESCO er achter komen wat de term “voil Janet” precies betekent, en dan krijgt het Aalsters carnaval zijn genadeslag…

Tentensletje

vuilzakConclusie? De overheid moet zich niet moeien met taalkundige epuratie. Als ze de treinen op tijd laat rijden en sneeuw ruimt ben ik al heel tevreden. Taal is iets levend, en baart constant nieuw materiaal dat van onderuit ontstaat, als vulkanische lava. Elk jaar neemt de Dikke Van Dale zo’n 1500 woorden op die tot de omgangstaal zijn gaan behoren. Het zijn woorden die soms door individuen worden verzonnen, schrijvers of journalisten, maar dikwijls ook uit de volksverbeelding zelf voortkomen. Vooral de jeugd- en jongerentaal is een vruchtbare bron, denk aan het tentensletje van de editie 2010.

In essentie loopt het woordenboek dus steeds de feiten achterna. Dat kan ook niet anders: de officiële taal, het AN, is maar een schaduw van de levende taal. Maar de Orwelliaanse krachten in het bestel willen op de feiten vooroplopen en de maatschappij kneden via het plichtlexicon, het Groene of het Rode boekje, het geadministreerde discours.

Toen een brave academische borst recent meende dat het woord “makak” moest geschrapt worden, wees Peter de Roover er fijntjes op dat dit woord vrijwel enkel nog gebruikt wordt… als scheldwoord door Marokkaanse allochtonen onderling. Ook het woord “neger” is in onbruik geraakt, niet bij decreet maar spontaan. Het woord boerka maakt in de volksmond dan weer opgang als vuilzak voor gemengd huishoudelijk afval. De etymologie is dikwijls complex en verrassend, het gebruik onorthodox. Zo is het woord “bougnoul” van oorsprong een Arabische term die… “neger” betekent.  Verbieden dan maar?

De enige autonomie die mensen nog rest, en waar ze fanatiek aan moeten houden, is de vrijheid om hun woorden te kiezen, vanuit de onderbuik, niet alleen vanuit het hoofd.

Het verzet tegen de standaard- en plichttaal is fundamenteel, en gelukkig springlevend. Om die reden maak ik me, zoals de lezer al heeft kunnen vaststellen, ook niet al te druk over de spellingregels, uitgedokterd door een clubje taalgeleerden ergens in den Haag. Nog veel minder maak ik me bezorgd over de door puristen zo gehate chat- en SMS-taal, of andere idiomen en tussentalen. Integendeel, ze vormen een vitaal tegengewicht voor de opgelegde new speak, de bureaucratische sluiers en het abrakadabra van de systeemtechnici.

Deze stille –en soms luidruchtige- strijd tussen spontane idiomen en cultuurtaal is, is veel belangrijker dan de immer verwaterende politieke tegenstelling. Het is dé nieuwe conflictzone van de postmoderne democratie, waar alles draait rond retoriek, taalspelen, demagogie en massamanipulatie.

De enige autonomie die mensen nog rest, en waar ze fanatiek aan moeten houden, is de vrijheid om hun woorden te kiezen, vanuit de onderbuik, niet alleen vanuit het hoofd. En er desnoods nieuwe te verzinnen als het vocabularium niet volstaat.

De schutting- en straattaal, samen met het kernproza dat op het internet floreert, is geen verbale restfractie maar vormt, integendeel, de stamcellen van het spraakweefsel. In ons geval het Nederlands. Als containerbegrip, niet als standaard. De vitale kern van een taal bestaat uit schimpscheuten en krachttermen, niet uit blabla.

Daar kan de Gentse burgemeester Termont, goede leerling van Stevaert, niets aan veranderen. Gelukkig maar, dedju.

Advertenties

16 Reacties op “Politieke correctheid en taalepuratie: het mysterie van de verdwenen allochtoon

  1. This reminds me of trying to describe an incident in which my 18 year old daughter and her friends were harrassed (even had stones thrown at them) by some Muslim kids in Brussels. A woman said stopped me mid sentance and said, “you mean a bunch of angry young men, not a bunch of Muslim kids”….The omission of the word “Muslim” completely cripples the ability to explain what was going on, its implications, motivations, and on a larger scale, to describe a real problem that needs real solutions. It struck me that whilst it apparently satisfied some kind of self righteous liberal politically correct bullshit inclinations of this woman, it is not in fact very helpful in the long run to the well being of a community.

  2. Eric Janssens

    Gisteren vond ik een boekje met alle graffiti (teksten in volks Latijn) die op de muren van Pompeii na opdelving ontdekt werden. Vele zijn obsceen (bijv. ‘We schijten hier lekker, dochter’; ‘Je likt Julius’ pik’; ‘Ik heb de herbergierster geneukt’ etc.). Ik lees zulke uitdrukkingen niet in de wc’s van de goorste Antwerpse cafés (die bijna niet meer bestaan). De Romeinen namen geen blad voor de mond, ze kalkten alles op hun muren wat in hen opkwam. Wat zijn de moderne Europeanen toch brave luitjes. Waarom breken ze in Gent het stadhuis niet af, en gooien ze niet eerst de burgemeester over het balkon in een vers aangelegde mesthoop? Of ze zouden op de muren van dat stadhuis kunnen aankondigen dat ze zich aan die baldadigheden willen overgeven. Maar nee, iedere dag braaf in de pas naar het werk, en ’s avonds de shit die uit de beeldbuis stroomt gretig slikken en oplikken.

  3. Grof stukje eigenlijk, in een sublieme verpakking.
    De speelse identificatie tussen het verloren voorwerp waarvan sprake, de vrouw in Boerka, de vuilzakken en… het tentensletje, ik geniet ervan met afgrijzen.
    Orwell is natuurlijk in deze onontkoombaar. Heb ook dat essay uit 1946 gelezen, waarin o.m. staat:
    “A mass of Latin words falls upon the facts like soft snow, blurring the outline and covering up all the details. The great enemy of clear language is insincerity.”
    Zou hij daarmee dat potjeslatijn voorspeld hebben, waarmee Bart de Wever ons probeert te imponeren?

  4. Peter Debrabandere

    Beste Johan

    Ik heb je artikel “Politieke correctheid en taalepuratie: het mysterie van de verdwenen allochtoon” met veel instemming gelezen. De manipulatie van het taalgebruik gaat – denk ik – nog veel verder. De enkele voorbeelden die je geeft (“mensen met een beperking” en het woord dat nu niet meer gebruikt zou mogen worden: “neger”) zijn alleen maar de klassiekers waar iedereen het over heeft als het over eufemismen of politiek-correcte taal gaat. Die politiek-correcte stroming overheerst vandaag onze hele communicatie, zou ik bijna durven zeggen. “Conducteurs” schrikken te veel af, want roepen alleen beelden van controle en berisping op, en dus heeft de NMBS besloten dat we nu “treinbegeleiders” moeten zeggen (in het Frans “accompagnateurs de train”). Een “bestaansminimum” mag niet meer, het moet nu “leefloon” zijn, waardoor de misère die erachter schuilt, netjes opgeruimd wordt. In het hoger onderwijs worden geen “vakken” meer gedoceerd, maar “opleidingsonderdelen” en “onderwijsleeractiviteiten”, want een “vak” ruikt te veel naar kennisoverdracht, en precies dat is natuurlijk verdacht. “Lessen” en “lesuren” zijn nu vaak “contacturen”, afspraakjes dus tussen docenten en studenten. In de politieke verslaggeving is het al niet veel beter. Het sérieux dat politiek zou moeten zijn, wordt verkleuterd tot een bezigheid die zich leent tot lagereschoolterminologie. Het opstellen van een begroting is de jongste jaren steeds een “oefening”. Ministers maken “huiswerk”. Af en toe nemen kranten van ministers denkbeeldige proefwerken of examens af en bepalen ze dan of ze “geslaagd” zijn, dan wel of ze “gezakt” zijn. En ook “vergaderen” is een vies woord geworden. Je hoort steeds vaker – ook in het journaal – dat mensen “samenzitten”. De namen van de politieke partijen zijn in Vlaanderen versleuteld tot merknamen met niets ter zake doende leestekens alsof het om softwarepakketten ging. Accolades dienen om de aandacht van de inhoud van de campagneboodschap af te leiden. In de geestelijke gezondheidszorg heb je hetzelfde verschijnsel. Een traumatische gebeurtenis wordt allang niet meer “verwerkt”, maar we moeten vandaag zo’n gebeurtenis “een plaats geven”. En het volk neemt die inhoudsloze terminologie kritiekloos over. Doodgewone mensen worden na een traumatische ervaring voor radio of tv geïnterviewd en zeggen doodleuk dat ze die vreselijke ervaring nog “een plaats moeten geven”. En dan heb ik het nog niet over “zelfmoord plegen”, wat nu helemaal niet meer zo genoemd mag worden. Tot in het nieuws toe hoor je therapeutentaal: “uit het leven stappen”. En zelfs: “… heeft ervoor gekozen om uit het leven te stappen”. Het gaat dus om een bewust keuze, net als een partnerkeuze of een schoolkeuze. En ga zo maar door.

    Met vriendelijke groet

    Peter Debrabandere

    • Leo Norekens

      “… En ga zo maar door.”

      Doe gerust. Ik geniet ervan. 🙂

      Doet trouwens denken aan het paniekerige gehaspel met termen door het IPCC en ander klimaatalarmisten. Wat 10 jaar geleden nog (1) “opwarming van de aarde” (global warming) heette, werd algauw (2) “klimaatverandering” (climate change), omdat het gebrek aan opwarming (inmiddels 17 jaar) de beweging blootstelde aan al te makkeijke aanvallen. Maar dat bleek een foute keuze, want de skeptici argumenteren net dat klimaatverandering de regel is, en klimaatstilstand een irreële droom. (3) “Klimaatverstoring” (of -ontwrichting) dan maar. Climate disruption, minder succesvol in het Nederlandse taalgebied. De angelsaksische wereld zit ondertussen al weer een stapje verder: (4) “extreme weather”, bereid u voor om méér “extreem weer”, ook bij ons.

  5. Pingback: Politieke correctheid en taal zuiveringsactie: het mysterie van de verdwenen allochtoon | E.J. Bron

  6. Beste Johan, Ik wilde er zelf en stukje over schrijven omdat ik niet kon geloven dat deze censuur uit progressieve hoek komt, hoewel ik nu beter zou zegggen: pseudo-progressief. Taalmanipulatie is één van de vele uitingen van politek correct denken, wat een vorm is van hypocrisie, weze het dan een andere dan de katholieke hypocrisie die Vlaanderen kenmerkte en die mijn geuzenouders plastisch samenvatten als “in de kerk schijten en het op de heiligen steken”. Het is ook een vorm van streven naar extreme zuiverheid: alles moet proper, iederéén moet proper zijn, maagdelijk geboren en maagdelijk tot aan de dood. Zoiets is gewoon onmenselijk. Mij blijft bezighouden WAAROM beleidsmakers, journalisten, enzomeer zo’n systeem installeren en waarom zovelen meedoen. En waarom is dit een wereldwijd gebruik geworden, los van het feit dat de oorsprong ligt bij de export white male protestant “waarden” zoals gebruikelijk in de US of A? Wie denkt mee ten gronde? Want ik wil wel constateren dat een progressief bestuur (Gent in casu) de newspeak ope en bloot installeert en dat alle burgers zch daaraan zullen conformeren, ik wil ook weten waarom en hoe. En verder en ik bereid op een systematische manier een woordenschatsite te openen. Tussen haakjes vergeten we ook niet de poging, enkele decennia terug, van de Joden om alle pejoratieve uitdrukkingenn met ‘jood’ uit de van Dale te laten schrappen! In een recent opiniestuk op mijn site heb ik de BOEH! een ‘groupuscule’ genoemd en de niet-islamitische Vlaamse leden ‘zeloten’. IK heb ze vergeleken met Vlamingen die dietschzer waren de de Duitsers en snotneuzen die hun ouders verrieden voor een meer hoogstaand socialisme. Mag dat? Of moet ik van de eerste keer trutten” zeggen? Gegroet, Eddy Bonte

  7. Pingback: Zwabbelende tentslet of vuilzak | Nageltjes

  8. Nagels met koppen, Johan! Past volledig in een tijdschrift als ‘Heibel’. Noem een koe een viervoetig melkdier, maar het blijft een koe. En een dikke kont wordt niet minder dik wanneer we ze derrière noemen. Overigens: negerinnentetten – je weet wel: die ronde schuimbollen op een koekenbodem en overgoten met bruine chocola – smaken nog altijd lekkerder dan ‘Buys zoenen’. Het draait allemaal om de truc van het camoufleren. Om het vermommen, verdoezelen, verhelen, verhullen, verduiken, verheimelijken, verstoppen, verzwijgen, verschonen, verzachten, vergoelijken. Om het verbloemen. Maar met verbloemingen worden geen problemen opgelost. Wie was het weer die het gebruik van eufemismen omschreef als ‘de waarheid zo vertalen dat ze leugen wordt’. Jacob Grimm kwam in de nabijheid door een eufemisme te benoemen als ‘Glimpfwort’, en Guido Gezelle gebruikte er het woord ‘mijdspreuke’ voor. Onlangs werd door De Morgen het woord ‘illegalen’ geschrapt, we zouden alleen nog mogen spreken over ‘mensen zonder papieren’. – Straks zal een vliegtuigkaper nog een piloot zijn zonder papieren zijn, en een inbreker een deurwaarder zonder papieren, en een oplichter een zakenmens zonder papieren. – We verpakken de negatieve associaties in een dikke laag isolatiemateriaal en kleurig pakpapier, en in een handomdraai wordt een jonge crimineel een probleemjongere, wordt een bastaard een liefdesbaby, wordt een hoer een meisje van plezier… Laten we in godsnaam ophouden met die hypercorrecte shit! Laten we een kat een kat noemen in plaats van een poezeloezeke.
    Een vriendelijke groet van Frans Depeuter, Kempense Vlaming, zoon van een ‘agrariër’. En ja, redacteur van Heibel, “het blad zonder blad (voor de mond)’

  9. Interessante tekst op het scherp van de snee, vooral in politiek opzicht. Rechts Vlaanderen zal hier uiteraard van smullen. Maar eigenlijk zou ook links, en vooral libertair-links, zich moeten aangesproken voelen. Want het gaat over taal en macht, waar toch linkse goeroes als Gramsci en Chomski zich mee hebben beziggehouden.
    Orwell is zeker een brugfiguur: hij was eigenlijk vooral geobsedeerd door het Stalin-communisme (terwijl, op het moment dat “Animal Farm” verscheen, nazi-Duitsland in puin lag en de verschrikkingen van de concentratiekampen zichtbaar werden).
    Inderdaad, een wegbereider van de koude oorlog dus. Maar tegelijk een radicale systeemcriticus. Goede insteek van Sanctorum.

  10. O, wat is dit een mooie en verhelderende tekst! Ik werd er helemaal vrolijk van. En als aanvulling op de reactie van dhr. Peter Debrabandere zou ook ik willen vermelden dat we nu niet meer mogen spreken van ‘de Luchtmacht’ of van ‘de Landmacht’, (te agressief, doet teveel aan oorlog denken); enkele tijd geleden werd het ‘de Luchtcomponent’, ‘de Landcomponent’. 😉

  11. “New speak”, uitgelegd voor (door ?) Nonkel Miele (die van ‘Santé, Santé, Santé’

  12. Walter A.P. Soethoudt

    Al vele jaren geleden is de politieke correctheid een doorn in mijn en veler ogen. Wat bijvoorbeeld zeggen wanneer een uitgever van kinder- en jeugdboeken een zin als: “Toen de kinderen thuiskwamen, speelden ze nog wat in de tuin.” schrapt omdat niet alle kinderen die het boek zouden kunnen lezen over de luxe van een tuin beschikken.

  13. Dag Johan

    Afgelopen maandag citeerde NVA-fractieleidster Isabelle Declercq op de Gentse gemeenteraad uw tekst haast letterlijk, inclusief de verwijzing naar Pol Pot. Zonder evenwel de auteur te vermelden. Niet zo netjes, dunkt me, of heeft ze je gecontacteerd hierover?

    L.

  14. Pingback: Newspeak, strenge straffen voor lijders aan fobieën en een vleugje lente | De Vrije Chroniqueurs