Maandelijks archief: april 2013

Een snelkookpan met spijkers

Boston Marathon ExplosionsTwee ogenschijnlijk los van elkaar staande gebeurtenissen van de voorbije week trokken mijn aandacht. Enerzijds de aanslag op de marathon van Boston, waarbij twee obscure Tsjetsjenen drie doden, een hoop afgerukte ledematen en andere rommel veroorzaakten, met behulp van een ordinaire snelkookpan en nog wat keukengerei. Wetenschap en technologie voor iedereen, zowaar: iedereen kan zo’n splinterbom maken, volgens aanwijzingen die vlot op het internet te vinden zijn. Vergeet Al Quaeda en aanverwanten: niet meer dan twee mafkezen en een snelkookpan zijn nodig om een stad op haar kop te zetten.

Het andere feit voltrok zich dichter bij huis: een handvol misnoegde Antwerpenaren trokken naar de rechter om de Sinksenfoor te laten verbieden die al sinds mensenheugenis op de gedempte Zuiderdokken staat. En ze haalden verdorie hun slag thuis! Men kan dat de triomf noemen van de rechtstaat en de democratie, maar men kan het ook anders lezen: als vijf mensen een kermis, waar toch duizenden bezoekers op afkomen, kunnen platleggen, dan hebben we hier te maken met een triomferende minderheid die een meerderheid gijzelt. Terrorisme dus.

De analogie met Boston ligt dan open: niet het getal is van belang, wel de aanwezigheid van kleine, middelpuntvliedende kernen die complete systemen kunnen ontwrichten. Na de emancipatie van de burger, opgestart in de 18de eeuwse Verlichting, tijdens twee daaropvolgende eeuwen getemperd door politieke stelsels variërend van dictatuur tot parlementaire democratie, is een nieuwe tijdperk aangebroken: dat van de terreur van het individu.

De aanslag

Individuele en quasi-anonieme tussenkomsten in de geschiedenis zijn uiteraard van alle tijden. Denken Sarajevowe bv. aan de moord op Frans Ferdinand van Oostenrijk in Sarajevo op 28 juni 1914, algemeen beschouwd als de aanleiding tot de 1ste wereldoorlog. Uiteraard was de tijd rijp voor een oorlog en was de situatie in Europa explosief. Toch blijft er het naakte feit dat de obscure Bosnische activist Gavrilo Princip op zijn dooie eentje een pistool trok en zo de 1ste wereldoorlog in gang schoot.  We hebben hier te maken met een enorme kortsluiting in de geschiedenis, waarbij de microbiologie en de toevallige levensloop van een of een paar personen, een enorme amplitude krijgt. De neurologische activiteit in de hersenen van Gavrilo Princip, toen, die middag van 28 juni, vormde de eigenlijke kracht die de geschiedenis van de 20ste eeuw zou bepalen. Een ontzettende vaststelling. Voor de liefhebbers van sociale pschologie is er dan weer het biografische gegeven dat Princip wegens zijn kleine en tengere gestalte niet werd toegelaten in het Servische leger, en daar onder gebukt ging. Vandaar dus die aanslag. Het minderwaarheidscomplex: een goudmijn voor schrijvers, politici-met-ambitie, en terroristen.

Uiteraard kan men zo ad infinitum teruggaan, en de geschiedenis vaststellen als een amalgaam van omstandigheden, botsingen, collusies. Telkens kan men zich dan de hypothetische, maar voor de rest volstrekt impertinente vraag stellen, hoe de geschiedenis er had uitgezien als bijvoorbeeld Gavrilo Princip zich op 28 juni 1914 zou overslapen hebben.

In een eerder essay werkte ik die “wat als”-redenering uit, met Adolf Hitler als prototype. Wat als de Weense Kunstacademie hem wél had aangenomen? Geen Auschwitz? En ook geen Israël? Of is het allemaal de schuld van Hitlers verwekkers? Wat als de wip tijdens die zonnige junidag, daar op de Oostenrijke keukentafel, niet had doorgegaan?

Zoals Shakespare al wist: de geschiedenis is een dronkemansverhaal. Men kan de aanslag als de apotheose zien van een tragikomische ketting van ongelukken en ontsporingen. Opeens neemt iemand een pistool en legt een wereldleider neer. Verontwaardiging, rouw, vervolging en straf zijn dan de normale afwikkelingen, maar nader beschouwd is de ingreep van het individu in de geschiedenis misschien wel het meest wezenlijke van die menselijke geschiedenis zelf. De moord op Willem de Zwijger, op John F. Kennedy of op Yitzhak Rabin,- ze hebben de loop van de geschiedenis drastisch veranderd, maar de uitvoerders, respectievelijk Balthasar Gerards, Lee Harvey Oswald en Yigal Amir, blijven het echte mysterie, ook al worden er ideologische alibi’s naar voor geschoven.

De kwetsbaarheid van het menselijk lichaam, ook van politieke leiders en iconen, blijft de Achillespees van het historisch bewustzijn, dat op een of andere manier gelooft in een logische afwikkeling ten goede. De guerilla wint het op de legerdivisies, de microbiologie triomfeert op de macrostrategie van enorme systemen, door hackers moeiteloos platgelegd, gewoon om de fun. Vergeet dus de systemen en hun logica. Hou het toeval in het oog. Waarom nog geschiedenis leren, waarom haar nog analyseren, als twee Tsetsjenen met een snelkookpan over haar loop kunnen beslissen? Terecht staat de afschaffing van het klassieke geschiedenisonderwijs voor de deur.

Veiligheid

De veiligheidsobsessie die zich vandaag doorzet, is een rechtstreeks gevolg van die historische collapsafetys, het besef dat alles kan door een minimale ingreep van één enkele knutselaar, onder het motto “How to Make a Bomb in the Kitchen of Your Mom” . In de middenloop van de menselijke geschiedenis hebben politieke systemen hebben met hun veiligheidsapparaat altijd preventief de terreur van de enkeling proberen te bezweren. De ideologie, de moraal en het recht leverden daarbij de argumenten om de aanslag niet te plegen. Het verbod om te moorden (Mozes’ vijfde gebod “Gij zult niet doden”) was in dat opzicht vooral een voorzorgsmaatregel ter bescherming van het establishment, tegen de terreur van het individu.

Maar met de gezagscrisis, en in het toenemende Ik-tijdperk, wordt deze preventie hachelijk en steeds draconischer. De individuele vrijheid, als religie op zich, die vooral op het internet en in de blogosfeer hoogtij viert (free speech), tot op het hysterische af, maakt van het hyperdemocratische Westen één grote hinderlaag voor al wie zijn kop boven het maaiveld verheft. Elk anoniem individu kan zich op elk moment fataal manifesteren, in woorden én in daden, om te doen wat volgens hem moet gedaan worden.

Nemen we het geval Bart De Wever. Net zijn nadrukkelijke aanwezigheid in de media en zijn populariteit maken hem kwetsbaar. Het idee dat De Wever België op zijn grondvesten doet schudden, is een uitnodiging om in te grijpen in de geschiedenis. Dit is dan ook een waarschuwing (géén bedreiging): Bart, uw dagen zijn geteld. Statistisch gezien is het zeer waarschijnlijk dat iemand deze cultfiguur binnen korte termijn naar de andere wereld helpt, gewoonweg omdat het een hoop mensen goed zou uitkomen (wat uiteraard niemand met zoveel woorden wil gezegd hebben). Men beseft dat ook binnen de éénmanspartij die de N-VA nog altijd is. Politiebewaking zal aan dat veiligheidsprobleem niets veranderen, integendeel, ze trekt zelfs nog meer de aandacht op de schietschijf.

Vergeet de systemen en hun logica. Hou het toeval in het oog. Waarom nog de geschiedenis proberen te begrijpen, als twee Tsetsjenen met een snelkookpan over haar loop kunnen beslissen?

Binnen de publieke opinie voltrekt zich dan een bizar, paradoxaal psychodrama: men polariseert, mediatiseert, discussieert, scheldt, terwijl men tegelijk overal het gevaar ontwaart en de maatschappij wil beschermen tegen extremen. De individualistische vrijheidsreligie en de aan paniek grenzende veiligheidsobsessie zijn dus, vreemd genoeg, twee kanten van één medaille: door het wegvallen van alle normatieve hinderpalen voor het geweld, neemt de angst voor dat geweld evenredig toe. De actuele discussie in de VS rond het wapenbezit is daar een typisch uitvloeisel van. Achter elke hoek van de straat loert het gevaar, omdat we zelf ook het gevaar voor de andere vormen.

Deze cumulatieve kringloop eindigt altijd in een executie. De Wille zur Macht, door Nietzsche en Schopenhauer voorspeld, krijgt pas een concrete invulling dankzij de instructies op het internet om een splinterbom te maken. Het terrorisme is de voltooiing van en de parodie op de democratische vrijheidsgedachte. Een leven is niets waard, en dat van de elites nog het minst, want het ressentiment in de lagere sociale regionen is enorm. De betogingen tegen “zinloos geweld”, telkens een maniak zijn pistool of mes bovenhaalt, zijn dan ook volstrekt hypocriet: het is de democratie zelf, overlopend in een cultus van de enkeling, die het zogenaamd zinloos geweld aanstuurt. En het zijn de media die de paradoxale eenheid van linksdraaiend libertarisme en rechtsdraaiend angstgevoel opfokken.

Het complot

De enige vraag die we ons nog kunnen stellen is: “Wie of wat drijft die enkeling?”. Vandaar het succes van de neurologie, de hersenchirurgie en de microbiologie. Abosonlles zit in ons lichaam, en heel de logica van de geschiedenis plooit terug tot een kwestie van zenuwelektriciteit en hormonale processen.

Daarom is anderzijds het complotdenken zo verleidelijk: stel dat er toch ergens, diep in de Himalaya, een wereldbestuur in permanent conclaaf huist, van waaruit alle directieven vertrekken om leiders in of uit het zadel te lichten. De complottheorie verbindt alles (religere) wat uit elkaar was gevallen. Het is een zinnige hypothese, die in feite het religieuze denken restaureert, want God is uiteraard de onbewogen beweger die alles ingang zette, zo leert ons de bijbel. Moest een extreme intelligentie aan het begin der tijden inderdaad zo’n “eerste stoot” hebben gegeven, met incalculering van alle volgende, zoals een schaker 40 zetten vooruit kan denken, dan zijn we uit de problemen: alles wat gebeurt, moét gewoon gebeuren!

Het determinisme, religieus of wetenschappelijk, is de enige attitude die ons dan kan redden uit de libertaire paniek. Doe gewoon gerust het een of het andere, het is toch voorbeschikt. Zet een snelkookpan onder het spreekgestoelte van politicus X, of doe het niet: vanaf de eerste gebeurtenis in het heelal stond uw beslissing toch al vast, feel free.

Dit goddelijk complot hebben we in een essay, getiteld “Die Kunst der Fuge” , zelfs ooit eens omgekeerd, door een extreem intelligente beschaving aan te nemen, helemaal aan het uiteinde van de tijdsas. Deze beschaving zou in staat zijn, terug te keren in de tijd en het verleden (ons heden dus) te manipuleren, waardoor ze zichzelf herconstrueert. Moeilijk om voor te stellen, maar bijvoorbeeld de onvindbaarheid van het fameuze Higgsboson, waardoor de kosmos in eer reusachtig zwart gat zou verdwijnen, leek me een leuk argument om het bestaan van deze toekomstdirectie aan te nemen.

In deze visie (die me plausibeler lijkt dan de klassieke religieuze tijdsas vanuit de schepping) doen we dus ook maar wat moet gedaan worden om de toekomst te realiseren, die toch al vast staat. De drie doden van Boston waren dan wellicht, zonder dat ze het ook maar beseften, obstakels in een afwikkeling die een beschaving ver na ons uittekent.

Het besef dat menselijke verantwoordelijkheid niet bestaat, en dus evenmin de schuld, kan een nihilistisch antwoord op de systeemcrisis lijken, maar ze zou wel tot een nieuw soort levensbeaming kunnen  leiden, onder het motto “Carpe diem”.

Voor de media zou dat slecht nieuws zijn: een posthistorische chaos die toch maar een tot in alle details uitgedokterd scenario zou volgen, waaraan niemand ook maar één komma kan veranderen. Wat kunnen media daar nog toe bijdragen? Gedaan de debatten, de analyses, het eindeloos geneuzel, de uitzichtloze polemieken.

En gedaan ook de veiligheidsobsessie: als uw dag niet gekomen is, mag u gerust de Grand Canyon op een slappe koord over wandelen, er zal niets gebeuren.

En neen, ik was niet op de Marathon van Boston, en zal ook niet aanwezig zijn op de Antwerpse Ten Miles. Niet uit angst, maar vanuit een ware doodsverachting. Thuis gebeuren immers de meeste ongelukken. Zelfs een snelkookpan zonder spijkers werd me al bijna fataal. Ooit moet het gebeuren, we zien wel wanneer.

Advertenties

Chokri, Zouzou, en het groot Vlaams pardon

Ook Gent heeft nu zijn Waarheidscommissie

Allicht doet het woord Waarheidscommissie bij u een belletje rinkelen: o.m. in Argentinië, EVillagel Salvador, Peru, en Guatemala, waar duizenden mensen gewoon in het niets oplosten onder de militaire dictatuur, drong een onderzoek zich op naar de ware toedracht. Een volk moet afrekenen met zijn verleden en de schuldigen aan massamoord ter verantwoording roepen.

Dat is ook de mening van Chokri en Zouzou Ben Chikha, twee lolbroeken van allochtone komaf (sorry, mag ik niet zeggen: verboden woord in het Gentse), die zich in uitermate knullig Nederlands uitdrukken over allerlei kwesties, ook de Vlaamse, en net daaraan hun hoge aaibaarheidsfactor ontlenen. Noem het maar positieve discriminatie: de heren zijn uit de media niet weg te branden.

Wat is hun case? Geen wrede dictatuur, geen genocide, geen doodstraffen of afgehakte handen (vandaag vooral te vinden in moslimlanden, minder langs Vlaamse wegen), maar de Wereldtentoonstelling van 1913 te Gent, waar een groep Senegalezen in een ”Village Sénégalais” figureerde. Ook een stel Filippijnen, ronddollend in hun natuurlijke habitat, vormde er een vermakelijk curiosum, het was dan ook een Wereldtentoonstelling.

De charme van de wilde dus. Al werkte het vermoedelijk toen al dubbel, en keken die mensen evenzeer naar ons als wij naar hen, en moeten we dit als een voorvorm van het sociaal toerisme beschouwen, uiteraard vermengd met het typische koloniale sfeertje van die tijd. Maar zo denken de broers Ben Chikha er niet over: op hun webstek gewagen ze van een hallucinant, racistisch en mensonterend evenement dat dus euh… een Waarheidscommissie verdient. Honderd jaar na datum.

Zo gezegd zo gedaan: raar maar waar, ze bestaat echt, het is blijkbaar geen late Aprilgrap. Het oude Gentse gerechtsgebouw doet dienst als decor. Weinig kans dat ook maar één modale Gentenaar wakker ligt van het schertstribunaal, maar daar gaat het niet om. Dit slecht theater blijkt namelijk maar een voorprogramma te zijn van een optreden van de Gentse burgemeester.

De glazen bol van Termont

Over de zin en onzin van historische excuses is er op deze webstek al veelvuldig gebakkeleid. MeestaTermontl gaat het om plat politiek stuntwerk, afgedekt door een stevige scheut moralistische aanstellerij. In dit geval met burgemeester Daniël Termont in de glansrol, die al eerder besliste om het Nederlands woordenboek van enkele onwelvoeglijke termen zoals “allochtoon” te ontdoen.

Ach, zich vergapen aan exoten, het is des Menschen, meer dan Chokri en Zouzou willen toegeven. We doen het allemaal op reis, we zijn allemaal Kuifjes in de Sovjet-Unie, nieuwsgierige en verwaande voyeurs die persé op de foto willen met die negerin (pardon) die haar kroeshoofd als een bagagerek vermag te gebruiken. Omgekeerd zijn de Bruggelingen én Gentenaars in hun Vlaams Madurodam voor al die Japanners ongelooflijk grappig en menig kiekje waard. Lachen geblazen thuis.  Om nog maar te zwijgen van de vrolijke vitrines aan de Kortrijkse Steenweg, waar de fijne vleeswaren uit de Filippijnen, Senegal, en Oost-Europa dagelijks in alle maten en gewichten worden aangeboden.

Desalniettemin vragen Chokri en Zouzou zich bezorgd af, of de denigrerende uitstalling van dat negerdorp op de Gentse expo anno 1913 toch niet iets met de Vlaamse identiteit te maken heeft. Daarop kunnen wij enkel bevestigend antwoorden: jawel, de stront aan onze klompen, die ongeneeslijke vieze adem die opwalmt als we onze donkerbruine gedachten aan de toog ventileren, dat lachen met foute moppen, het steeds maar weer voor de verkeerde partij stemmen, het zit in ons, en de Waarheidscommissie zal het eruit pulken.

Meer nog: niet alleen de Gentenaar, de Vlaming, maar meteen ook de Vlaamsche cultuur zal hier terechtstaan. Zo zal het Cyriel Buyssegenootschap zich plaatsvervangend moeten verantwoorden voor het woord “neger” dat door deze Vlaamse romancier (1859-1932) in illo tempore werd gebezigd. “De commissie moet een ondergesneeuwd en controversieel element van de Gentse geschiedenis blootleggen, en de commissie moet die bekommernis projecteren naar de toekomst toe“, aldus ene Annelies Verdoolaege, Afrikaniste aan de UGent.  Het ziet er dus naar uit dat Buysse in de nabije toekomst uit de rekken zal gehaald worden, tenzij men systematisch het woord “neger” overplakt. Met Afrikanologistische groeten.

Gewezen provinciegouverneur Herman Balthazar (S.PA), nog zo’n nobele weldenker, patroneert dit grootscheeps gewetensonderzoek, dat onvermijdelijk zal eindigen in een massaal mea culpa en een zelfgeseling van alle Vlamingen omwille van deze misdaad tegen de menselijkheid. Er was nochtans één bijdehandse jongen die het verdict niet afwachtte: terwijl de bizarre alliantie van artistieke mistspuiters en Gentse academici ijverig de stoelen klaarzette voor de zittingen van de Waarheidscommissie, leek burgemeester Termont (ook S.PA: zal het u verbazen) de uitslag al in zijn glazen bol te hebben gezien. Hij bood maar meteen, namens alle Gentenaren en voor de opgetrommelde media, zijn excuses aan tegenover heel de beschaafde wereld. ‘U kan er van op aan dat de samenleving die de stad Gent is, een heel andere samenleving is die dat vandaag niet meer zou doen’, aldus de burgervader.    De voorzet van Chokri en Zouzou recht in doel gekopt, jawel, zij het dat de match nog niet eens begonnen was.

Het leven en de werken van Leopold II

De in snelheid gepakte Commissie stond even voor gek: “we moeten het in een bredere context zien, alLeopoldIIs kritiek op het kolonialisme”, zo klonk het bedremmeld. Maar ondertussen was wel duidelijk geworden dat de milde steun van de stad Gent aan het project niet vrijblijvend was: dit moest en zou een Termont-show worden tijdens de Paaskomkommertijd. Met dank aan Action Zoo Humain, de subsidiefuik van Chokri en Zouzou, en de nuttige idioten van de Ugent.

Wat in deze kolder inderdaad nog meest in het oog springt, is de ranzigheid van het academisch establishment, dat probleemloos meehuppelt in de groteske mix van middelmatig allochtonentheater en politiek opportunisme. Kan men de fratsen van Chokri en Zouzou nog opvatten als bezigheidsterapie en een geslaagde vorm van tewerkstelling in de socio-culturele sector, en kan men nog enig begrip opbrengen voor de profileringsdrang van Daniël Termont die vóór zijn beurt in het beeld kwam lopen, dan zijn de “wetenschappelijke” uitgangspunten van deze Waarheidscommissie op zijn minst dubieus en tendentieus. Temeer omdat het hier helemaal niet gaat om de Vlaamse identiteit en onze vermeende racistische inborst, maar om het kolonialisme in zijn globaliteit, waar de Gentenaar van vroeger en nu zich helemaal niet hoeft voor te excuseren.

Er zijn nochtans duistere bladzijden uit de Belgische geschiedenis genoeg, die wél een Waarheidscommissie waard zijn. Om in de koloniale sfeer te blijven: de moord op Patrice Lumumba bijvoorbeeld, de eerste premier van het onafhankelijke Congo,- een door de CIA beraamde executie, met instemming van Boudewijn I en op aansturen van het Belgische grootkapitaal. De daartoe opgerichte parlementaire onderzoekscommissie in 2002 was weinig meer dan een doofpotoperatie waar uiteindelijk niemand met de vinger werd gewezen. Steek daar misschien eens uw tijd in, historici van de UGent. Tenzij daar vaderlandslievende bezwaren tegen zijn…

Over de wandaden van Leopold II in Congo is bij ons weten zelfs helemaal géén officieel onderzoek gevoerd,- afgezien van het nep-onderzoekje dat de vorst zelf beval, onder druk van de aanzwellende kritiek op de onmenselijke omstandigheden in de rubberindustrie, de dwangarbeid, het gijzelen van vrouwen en kinderen, het platbranden van dorpen die hun quota niet haalden, het afhakken van handen en voeten.  Men schat dat Leopolds regime tien miljoen Congolezen het leven heeft gekost. Hugo Claus schreef er ooit een toneelstuk over, dat stante pede werd verboden. Onder druk van het Koninklijk Hof, zo wordt verteld.

In het licht van deze reële historische hangijzers is de Gentse “Waarheidscommissie” over de expo van 1913, evenals het groot pardon van Daniël Termont, van een lachwekkende onnozelheid. Als pure theaterbedoening had ik er geen woord aan vuil gemaakt, leve de artistieke vrijheid (al kost het ons ook geld). Maar dat deze charade in de blubber van de lokale politiek dobbert, en, godbetert, wetenschappelijke ondersteuning krijgt vanuit de academische sector, is de schaamte voorbij.

Festina lente

dolcefarnienteGebroken armen en benen tijdens de skivakantie, lawaaierige of stinkende kamers, hotelbranden, verkrachtingen, voedselvergiftigingen, huidkankers door zonnebrand, diefstal, ontvoeringen, zopas nog een toeriste in Thailand  omgekomen: moeder, waarom reizen wij?    Antwoord: het is de onrust van de moderne mens die ons naar de horizon drijft, terwijl die horizon alleen maar opschuift. Compleet zinledig tijdverdrijf dus, dat reizen, op de loop voor onze eigen schaduw.

Die moderne mens, zowat opgestaan anno 1500, is ongeduldig, neurotisch, genotzuchtig en daardoor nooit voldaan. Het reizen is de rituele afspiegeling van die snelheidshysterie. We slokken de ruimte op, we malen kilometers, maar eigenlijk is het de ruimte die óns opslokt en de tijd die ons inhaalt.

Of men nu gaat voor het comfort of het avontuur, altijd is er de stress om op tijd te zijn, als eerste te ontdekken, de grootste kick te ervaren, het meest te kunnen opscheppen thuis. L’enfer, c’est les autres: nergens geldt het meer dan op vakantie. Het zoeken naar de andere plek (Foucault spreekt van “heterotopie”) ontaardt in een permanent gevecht om de beste plek.

Hilarisch was in dat opzicht de clandestien gefilmde territoriumoorlog rond het openluchtzwembad van een luxehotel (het satirische VRT-programma “Is ’t nog ver?”): mensen die alleen maar bezig zijn met het veroveren van het beste zitje rond dat zwembad, en daarvoor best hun nachtrust, zelfs heel hun vakantie willen opofferen.

 Pane e coperto

TroelaAnderzijds,- en dat is misschien onze redding,- biedt de vijandigheid van de plek ons eindelijk een uitvlucht om thuis te blijven: toeristen worden steeds meer als een opdringerig, barbaarse horde ervaren. In Brugge is er een burgerbeweging actief die de stad wil terugwinnen. De stad wordt als bezet gebied beschouwd, waarbinnen de autochtone bevolking een soort guerilla-tactiek toepast.

Allerlei krijgslisten doen zich voor in de verhouding tussen ‘bezetter’ en het ingenomen gebied. Zoveel mogelijk de toeristen afzetten bijvoorbeeld, de verkeerde weg wijzen, of zelfs vrouwelijke gasten verkrachten (recent in Indië).

In Venetië hebben alle inwoners doodeenvoudig de stad verlaten. U kan ze wel bezoeken, er duur en slecht eten, door de gondeliers afgetroggeld worden, maar Venetianen krijgt U niet te zien: die bestaan namelijk niet, de stad is een louter decor en consumptiepark, één grote hinderlaag voor Uw portefeuille. Romeinen zijn er in Rome nog wel, maar ze vermijden elk oogcontact met vreemdelingen en antwoorden niet als U de weg vraagt. Pane e coperto, en voor de rest lezen ze op straat de krant, of eten er het middagmaal, nadrukkelijk met de rug naar de toeristen gekeerd. Heel gewoon. Zij zijn namelijk thuis.

Carroussel

vuilHet toerisme is de triomf van de trivialiteit, met cultuur nota bene als glijmiddel, en het digitale fototoestel/camera als moordwapen. Recent gehypte steden zoals Barcelona en Lissabon weten wat het betekent om toeristische topattracties te worden. Elk jaar komt er een nieuwe ‘culturele hoofdstad van Europa’ op de kaart, waarna de overrompeling plaatsgrijpt en de stortplaatsen ontstaan.

Want het toerisme sleept een enorme vervuilingsgolf met zich mee: fysiek, mentaal, ecologisch, cultureel. Is dit enkel een stedelijk probleem? Allerminst. Op de weg naar de top van de Mount Everest –de heilige berg der Tibetanen- is er constant een kuisploeg in de weer om de rommel van de aanschuivende klimploegen op te ruimen. Dit is bandwerk, voor de toeristen én voor de gidsen.  English spoken, hier spricht man Deutsch. Snel worden talen geleerd, routes gemarkeerd en vuilnisbakken geplaatst. Overal verlagen de drempels, rolt het geld, en versmallen zich de ogen van inboorlingen tot loense spleten: wie het moderne consumptiekapitalisme wil begrijpen, moet de vakantie-industrie bestuderen. De Franse schandaalauteur Michel Houellebecq wijdde zijn roman ‘Platform’ (2001) aan dit fenomeen.

Uiteindelijk verdwijnt ook elk gevoel van ‘ergens anders’ te zijn, of het verlangen om in een andere rol te kruipen: we zijn overal en nergens thuis. Reizen als doodservaring. De snelheid van de wereldeconomie vernietigt alle ritmes, mentale tegenstellingen en emotionele spectra: alles gebeurt in de duizelingwekkende synchronie van de carrousel. De toerist is een metafoor voor de postmoderne consument die geconsumeerd wordt, de geëconomiseerde mens die leeft én geleefd wordt. Plekken zijn er niet om te rusten maar om uit te wisselen, door te geven, af te lossen, hypersnel, als in een goedkoop bordeel.

Eigenlijk gelooft sinds 2001 geen zinnig mens meer dat de wereldhandel alles en iedereen beter maakt, dat de planetaire communicatienetwerken mensen dichter bij brengen, of dat reizen ‘verrijkt’. Veeleer blijkt het om collectieve dwangneuroses te gaan waar we niet van af raken, hardnekkige tics of zelfsturende mechanismen die mentaal én fysisch vervuilend werken, en die alleen kunnen stopgezet worden met een soort shocktherapie.

Conclusie: blijf thuis, doe iets (on)zinnigs, laat u wegzakken, knuffel uw kind, wied de tuin, of… doe gewoonweg thuis wat het gros van ons op vakantie uiteindelijk maar wil doen: helemaal niets. Festina lente. Zopas nog het summum van kleinburgerlijkheid en/of geitenwollensokken-filosofie, maar nu prioriteit nr. 1:  het (her)ontdekken van traagheid, een half millenium na Columbus, maar ook na Gutenberg en Macchiavelli. Dat kan geen toeval zijn.

Johan Sanctorum

Lees het complete essay  “English spoken – Hier spricht man Deutsch”

De nederigheid van Franciscus

Over symboliek, rituelen en religieuze marketing

pausDe paus heeft op Witte Donderdag in een Romeinse gevangenis de voeten gewassen van een aantal jeugdige delinquenten (men spreekt allang niet meer over jonge boefjes), “als teken van nederigheid en ter herinnering aan het feit dat Christus dit tijdens het Laatste Avondmaal met zijn discipelen ook deed”. Aldus het officiële Vaticaanbericht. Van de 50 aanwezige jongeren werden er overigens maar 12 uitverkoren, de rest bleef met zweetvoeten zitten: het gaat, beste mensen, namelijk om de symboliek, en de apostelen waren ook met z’n twaalven, waaronder één rotte appel, genaamd Judas Iskariot (volgens sommigen geen ordinaire geldwolf, maar een lid van de Joodse ondergrondse tijdens de Romeinse bezetting).

Trekken we die symboliek en de parallel met het Evangelie door, dan heeft paus Franciscus ook de voeten van zijn verrader gewassen, en eigenlijk zijn doodsvonnis getekend,- niet geheel onlogisch gelet op de omgeving. Maar die conclusie is uiteraard niet de bedoeling: het gaat om georganiseerde symboliek met een voorbedrukte interpretatie, iets waar de dag van vandaag vooral de marketing zich mee bezig houdt. U krijgt het symbool én de uitleg. Beelden moeten spreken, maar niet méér dan door de regisseurs toegelaten. Dikwijls zijn Facebook en Twitter daarin stoorzenders, ze vervormen en ontmantelen de reclameboodschap. Dus moeten ook die sociale media bezet worden, wat de paus trouwens met veel brio doet onder de naam Pontifex (nu al zo’n vijf miljoen volgers). Het ABVV kan er nog wat van leren.

Propaganda Fide

Religie en marketing: het heeft natuurlijk altijd bestaan, we moeten daarvoor niet naar de States met hun grote aanbod van Christelijke kerkfabriekjes en welbespraakte predikanten. Als het woord Evangelion letterlijk “goede boodschap” betekent, dan moet die boodschap ook aan de man en de vrouw gebracht worden. Dat vergt retoriek, charisma, communicatievermogen. Op het water wandelen en water in wijn veranderen helpt ook. In onze mediamaatschappij zijn de wonderen vervangen door de kunst van het communiceren en het bespelen van de massamedia. Daar is onze Pontifex goed mee bezig. Net het feit dat het voetwasritueel afgelopen donderdag niét live op televisie werd uitgezonden –tegen de traditie in-, heeft dit evenement een onvoorstelbare mediatieke boost gegeven, en dat was allicht ook de bedoeling: deze nederige paus heeft gevoel voor ironie. Tenzij we een categorie hoger spelen, en het over cynisme hebben.

Want het zit in de genen van het Christendom: de Propaganda Fide, de missionarishouding, het verbreiden van het ware geloof waarbij het doel alle middelen heiligt. Franciscus behoort niet voor niets tot de Jezuïetenorde, door moraalfilosoof professor Vermeersch zeer bewonderd. Heel de moderne reclamepsychologie, de wetenschap van het misleiden, is overigens een afgeleide van de Roomse contrareformatie met haar overrompelende beeldcultuur, als antwoord op het protestantse fundamentalisme.

In een essay van Mei 2006, getiteld “Communicatie kan tot hersenstilstand leiden”,  waarin ik de huidige marketingwetenschap met dat religieus Machiavellisme in verband bracht, stel ik het zo:

“…De echte historische voorloper van onze moderne Public Relations is de 17de eeuwse “Propaganda Fide” , het instituut van de Jezuïeten dat de suprematie van de Rooms-katholieke doctrine moest vrijwaren na de frontale aanval van het protestantisme..      De Jezuïeten hebben de Kerk de moderniteit binnengeleid, door een scheiding te maken tussen waarheid en voorstelling, dat wat je bent en hoe je je dient te verkopen. Tot uiteindelijk de façade de essentie zelf wordt (“The medium is the message”).  Deze kerkintellectuelen, die heel goed beseften dat Rome de strijd op inhoudelijk vlak definitief verloren had tegen de zgn. ‘ketters’, zijn de uitvinders van de politieke propaganda, het begrip ‘publieke opinie’, beeldmanipulatie (de barokkunst!), de mediatisering avant-la-lettre, marketinglogica, het populisme, en dus onrechtstreeks ook van de massacultuur.             Hun staat van dienst is indrukwekkend: in de 16de eeuw organiseerde de Societas Jesu al de inquisitie, in de tijd van de grote ontdekkingsreizen en de kolonisatie van Zuid-Amerika vonden ze zowaar het moderne racisme uit. Een van hun beste leerlingen was overigens…. Joseph Goebbels.”

Dat laatste leverde me een proces wegens smaad én een astronomische schadeclaim op vanwege reclamemaker en Open-VLD-strateeg Noël Slangen die in dat essay werd vernoemd. Maar Slangen werd door de rechter wandelen gestuurd. Sindsdien is mijn relatie met het politieke establishment, de media, én de zgn. communicatiesector, wel grondig vertroebeld: allen voelen ze zich blijkbaar aangesproken. Terecht.

Sklavenmoral

Terug naar de symbolen en hun betekenis.   In navolging van de intimidatierituelen bij mensapen (o.m. de gorilla’s: het bekende roffelen op de borst) voelen politieke leiders vandaag de behoefte om hun fysieke fitheid te onderlijnen, met als onderliggende boodschap: let op, deze man is gevaarlijk, maar beschermt u ook.

In 1966 al zwom Mao Tse Toeng de Gele Rivier af, om duidelijk te maken dat er aan zijn suprematie niet moest getwijfeld worden. Slappe imitaties zijn sindsdien dagelijkse kost. In Vlaanderen kruipt elk beetje politicus op een koersfiets om zijn status van alfadier te onderstrepen. Bart De Wever loopt evenwel liever de Antwerpse Ten Miles, omdat zijn zwartgele toga daar beter tot zijn recht komt, met de inscriptie: “Nil Volentibus Arduum” (“voor wie wil is niets te zwaar”).

Al die krachtpatserijen verzinken echter in het niet bij de nederigheidsrituelen die het Christendom ontwikkelde: zich ontwapenen, op de grond gaan liggen, de rechterwang aanbieden na een mokerslag op links, iemands voeten wassen,- en natuurlijk het zich laten kruisigen zelf. Nietzsche sprak over Sklavenmoral, omdat hij de ironie niet snapte die al in de originele voetwassing tijdens het Laatste Avondmaal vervat zat. Jezus was namelijk helemaal niet bescheiden, noemde zich zelfs de Zoon van God, en demonstreerde op een weergaloze manier zijn moreel gezag, net door die autoriteit constant symbolisch te overstijgen. Vandaar ook de intrede in Jeruzalem, achterwaarts gezeten op een ezel: geen enkele tiran doet het hem na. Terecht vonden de Joden én de Romeinen hem in die tijd een gevaarlijk sujet.

Franciscus heeft de kracht om de biologische alfadier-rituelen te negeren en de machtssymboliek op haar kop te zetten, zonder aan kracht in te boeten, integendeel. Chapeau.

Zo ook de voetwassing en de sobere hotelkamers waarin Franciscus zich ophoudt: in deze imitatio Christi bezegelt de demagoog/kerkleider zijn absolute dominantie. Een Romeinse keizer zou die 12 delinquenten voor de leeuwen gegooid hebben om zijn almacht te onderstrepen, maar niet zo Franciscus. Hij heeft de kracht om de biologische alfadier-rituelen te negeren en de machtssymboliek op haar kop te zetten, zonder aan kracht in te boeten, integendeel. Het is alsof Bart De Wever op handen voeten, met een rode neus en een clownpak, de Ten Miles zou uitlopen, en net daardoor zijn aanhang zou zien vertienvoudigen. Quod non.

Zo blijkt paus Franciscus in zijn theatraal cynisme een paar klassen hoger te spelen dan de politici. De meest empathische volksmenners blijven steken op het niveau van het machtsvertoon en de symboliek van de kracht: marathons lopen, rivieren overzwemmen, kwissen winnen.

In het licht van die meta-symboliek heeft Franciscus dus die Romeinse jonge delinquenten de vernedering van hun leven bezorgd, door hen te ontwapenen, moreel en fysiek, meer dan enige gevangenschap of foltering dat zou kunnen. Dat er ook een paar moslims onder de gewassen voeten zaten, geeft daar een speciale dimensie aan: de islam zal het nooit halen van deze subtiele marketing, ze kunnen hem hoogstens imiteren. Ik geef ze nog twee generaties, en dan komen de imams in maatpak eraan, gewapend met handboeken in de reclamepsychologie. Propaganda Fide dus. Het Salafisme (moslimfundamentalisme) is, als beweging van de zuiverheid en uitzuivering, in dat opzicht een hopeloze stuiptrekking.

Religie als therapie

Hoe weinig het geloof me ook interesseert, des te boeiender lijkt me de Kerk, het instituut, de rituelen, de machtsuitoefening, de communicatie.

De fatale wetmatigheid – en wat mij betreft: principe van immanente rechtvaardigheid- die zegt dat een boodschap des te meer verwatert, naarmate ze meer verspreid wordt,- zal door paus Franciscus met brio in de praktijk worden omgezet. De voetwassing in de Romeinse gevangenis is, als theater van de nederigheid, een volmaakte stunt, maar ook een teken dat het geloof zelf, de individuele band met het Goddelijke, niet meer aan de orde is.  In de plaats daarvan treedt er een soort mediatieke en showbizz-achtige ceremonialiteit, het kwistig strooien in de publieke sfeer met zogenaamde symbolen die vervlochten zijn met het imago van het instituut, de protagonisten, het religieus product.

Fundamenteel is deze paus dus een signaalgever van de ontkerstening die al rond 1500 begon. Maar alles is altijd anders, niets herhaalt zich identiek. Wat ik eerder al betoogde over kunst en cultuur, nl. dat dé kunst niet bestaat en in elke tijd of ruimte iets anders is, dat wij nadien pas terug onder één noemer brengen, geldt zeker ook voor religie. In een tijdperk van de totale, globale vermarkting en mediatisering, heeft religie beslist een toekomst, maar dan als product én medium. Vroeger noemde men dat nogal wollig “zingeving” of “spiritualiteit”, maar het gaat uiteindelijk om een behoefte aan therapeutische zondagen voor een maatschappelijke rat race die steeds grimmiger, onmenselijker wordt.

De behoefte aan rituelen en symbolen is dan eenvoudigweg iets tussen, tja, wat Marx al “opium voor het volk” noemde, en het brood-en-spelen-devies. Afleiding, amusement, sentiment, vlucht, fascinatie. De nonnen die op het Sint-Pietersplein een orgasme krijgen, consumeren het religieuze product met volle teugen, wie zal hen ongelijk geven.  Vergeet het seksueel misbruik in de Kerk en de banden van het Vaticaan met de Maffia: dit is emo-industrie op hoog niveau.

God hoeven we hier niet meer bij te sleuren, en zijn tegenvoeter, de duivel of de Antichrist nog veel minder. Voor het handvol echte devoten en mystici is deze paus allicht zelf de Antichrist. Ook in de gereformeerde kerkjes van het diepe Holland zal men smalend doen over deze televisie- en internetpaus.

Voor atheïsten en godloochenaars breken evenwel boeiende tijden aan. Nu al ben ik een grote fan van Franciscus, de man die al voetwassend de wereld verovert. Paus Alexander Borgia, niet toevallig tijdgenoot en kompaan van Niccolò Machiavelli, heeft dit nooit kunnen dromen. Praise the Lord, Amen.