Festina lente

dolcefarnienteGebroken armen en benen tijdens de skivakantie, lawaaierige of stinkende kamers, hotelbranden, verkrachtingen, voedselvergiftigingen, huidkankers door zonnebrand, diefstal, ontvoeringen, zopas nog een toeriste in Thailand  omgekomen: moeder, waarom reizen wij?    Antwoord: het is de onrust van de moderne mens die ons naar de horizon drijft, terwijl die horizon alleen maar opschuift. Compleet zinledig tijdverdrijf dus, dat reizen, op de loop voor onze eigen schaduw.

Die moderne mens, zowat opgestaan anno 1500, is ongeduldig, neurotisch, genotzuchtig en daardoor nooit voldaan. Het reizen is de rituele afspiegeling van die snelheidshysterie. We slokken de ruimte op, we malen kilometers, maar eigenlijk is het de ruimte die óns opslokt en de tijd die ons inhaalt.

Of men nu gaat voor het comfort of het avontuur, altijd is er de stress om op tijd te zijn, als eerste te ontdekken, de grootste kick te ervaren, het meest te kunnen opscheppen thuis. L’enfer, c’est les autres: nergens geldt het meer dan op vakantie. Het zoeken naar de andere plek (Foucault spreekt van “heterotopie”) ontaardt in een permanent gevecht om de beste plek.

Hilarisch was in dat opzicht de clandestien gefilmde territoriumoorlog rond het openluchtzwembad van een luxehotel (het satirische VRT-programma “Is ’t nog ver?”): mensen die alleen maar bezig zijn met het veroveren van het beste zitje rond dat zwembad, en daarvoor best hun nachtrust, zelfs heel hun vakantie willen opofferen.

 Pane e coperto

TroelaAnderzijds,- en dat is misschien onze redding,- biedt de vijandigheid van de plek ons eindelijk een uitvlucht om thuis te blijven: toeristen worden steeds meer als een opdringerig, barbaarse horde ervaren. In Brugge is er een burgerbeweging actief die de stad wil terugwinnen. De stad wordt als bezet gebied beschouwd, waarbinnen de autochtone bevolking een soort guerilla-tactiek toepast.

Allerlei krijgslisten doen zich voor in de verhouding tussen ‘bezetter’ en het ingenomen gebied. Zoveel mogelijk de toeristen afzetten bijvoorbeeld, de verkeerde weg wijzen, of zelfs vrouwelijke gasten verkrachten (recent in Indië).

In Venetië hebben alle inwoners doodeenvoudig de stad verlaten. U kan ze wel bezoeken, er duur en slecht eten, door de gondeliers afgetroggeld worden, maar Venetianen krijgt U niet te zien: die bestaan namelijk niet, de stad is een louter decor en consumptiepark, één grote hinderlaag voor Uw portefeuille. Romeinen zijn er in Rome nog wel, maar ze vermijden elk oogcontact met vreemdelingen en antwoorden niet als U de weg vraagt. Pane e coperto, en voor de rest lezen ze op straat de krant, of eten er het middagmaal, nadrukkelijk met de rug naar de toeristen gekeerd. Heel gewoon. Zij zijn namelijk thuis.

Carroussel

vuilHet toerisme is de triomf van de trivialiteit, met cultuur nota bene als glijmiddel, en het digitale fototoestel/camera als moordwapen. Recent gehypte steden zoals Barcelona en Lissabon weten wat het betekent om toeristische topattracties te worden. Elk jaar komt er een nieuwe ‘culturele hoofdstad van Europa’ op de kaart, waarna de overrompeling plaatsgrijpt en de stortplaatsen ontstaan.

Want het toerisme sleept een enorme vervuilingsgolf met zich mee: fysiek, mentaal, ecologisch, cultureel. Is dit enkel een stedelijk probleem? Allerminst. Op de weg naar de top van de Mount Everest –de heilige berg der Tibetanen- is er constant een kuisploeg in de weer om de rommel van de aanschuivende klimploegen op te ruimen. Dit is bandwerk, voor de toeristen én voor de gidsen.  English spoken, hier spricht man Deutsch. Snel worden talen geleerd, routes gemarkeerd en vuilnisbakken geplaatst. Overal verlagen de drempels, rolt het geld, en versmallen zich de ogen van inboorlingen tot loense spleten: wie het moderne consumptiekapitalisme wil begrijpen, moet de vakantie-industrie bestuderen. De Franse schandaalauteur Michel Houellebecq wijdde zijn roman ‘Platform’ (2001) aan dit fenomeen.

Uiteindelijk verdwijnt ook elk gevoel van ‘ergens anders’ te zijn, of het verlangen om in een andere rol te kruipen: we zijn overal en nergens thuis. Reizen als doodservaring. De snelheid van de wereldeconomie vernietigt alle ritmes, mentale tegenstellingen en emotionele spectra: alles gebeurt in de duizelingwekkende synchronie van de carrousel. De toerist is een metafoor voor de postmoderne consument die geconsumeerd wordt, de geëconomiseerde mens die leeft én geleefd wordt. Plekken zijn er niet om te rusten maar om uit te wisselen, door te geven, af te lossen, hypersnel, als in een goedkoop bordeel.

Eigenlijk gelooft sinds 2001 geen zinnig mens meer dat de wereldhandel alles en iedereen beter maakt, dat de planetaire communicatienetwerken mensen dichter bij brengen, of dat reizen ‘verrijkt’. Veeleer blijkt het om collectieve dwangneuroses te gaan waar we niet van af raken, hardnekkige tics of zelfsturende mechanismen die mentaal én fysisch vervuilend werken, en die alleen kunnen stopgezet worden met een soort shocktherapie.

Conclusie: blijf thuis, doe iets (on)zinnigs, laat u wegzakken, knuffel uw kind, wied de tuin, of… doe gewoonweg thuis wat het gros van ons op vakantie uiteindelijk maar wil doen: helemaal niets. Festina lente. Zopas nog het summum van kleinburgerlijkheid en/of geitenwollensokken-filosofie, maar nu prioriteit nr. 1:  het (her)ontdekken van traagheid, een half millenium na Columbus, maar ook na Gutenberg en Macchiavelli. Dat kan geen toeval zijn.

Johan Sanctorum

Lees het complete essay  “English spoken – Hier spricht man Deutsch”

Advertenties

Een Reactie op “Festina lente

  1. Festina lente mag alleen gebruikt worden, wanneer het de lading dekt. En dat doet ze nu. Eindelijk iemand die het begrijpt.
    Men wordt er niet beter van wanneer een vakantie gehaast wordt begonnen of gehaast wordt beleefd, integendeel. Deze mensen begrijpen er niets van. Vakantie, waar dan ook, is de kunst van het onthaasten. En maar zeer weinig mensen weten hoe dit werkt. Wij ontwikkelen onszelf juist door groei waarbij de snelheid van het handelen en geduld, zelfbeheersing en roekeloosheid gelijkmatig zijn ontwikkeld.
    Merçi. En ik wil hier graag aan toevoegen: Carpe Diem.