Elke gedaanteverandering is een wedergeboorte.

Over meervoudige identiteiten en het geluk van niét zichzelf te kunnen zijn

Regelmatig wordt in wetenschappelijke studies gesteld dat meertaligheid de werking van het breinmetamorfose bevordert, ons mentaal fit houdt, en zelfs dementie tegenhoudt. Dat zou wel eens kunnen kloppen: rust roest, dat geldt ook voor de hersenen. Alleen: het gaat hier volgens mij niet om de hersengymnastiek zelf. Wel om de persoonlijkheidsverdubbeling die met meertaligheid gepaard gaat: bij elke taal kruipen we ook in een andere huid, dat houdt ons mentaal fit. De vurige tongen van de polyglotte apostelen, tijdens Pinksteren door de Heilige Geest bevangen: het is een metafoor voor het opgeven van de enkelvoudige identiteit, ten voordele van een veeltongig, samengesteld individu, dat zijn “gedaante” kiest in functie van de ruimte, de omgeving, de gelegenheid, de anderen.

Het Ik als gevangenis

Het ontstaan van een meervoudige of “gespleten” persoonlijkheid wordt doJekyllorgaans uitgelegd als iets pathologisch, het gevolg van een zwaar psychisch trauma bijvoorbeeld. Nochtans is poly-identiteit de normaalste zaak van de wereld. In elke ruimte, elke omgeving, doen we ons anders voor. Milieus zoals de werkplek, thuis, het gezin, maar ook virtuele plekken zoals Facebook en Twitter: telkens verandert de habitus, de taal, de omgangsvorm. In mijn optiek blijft het echter niet bij een attitude, een vorm van sociale mimicry: we veranderen écht, ook vanbinnen. Het uitwisselen en inwisselen van personae kan primair een aanpassingsgedrag zijn, maar leidt soms tot een virtuose “meertaligheid” waarbij mensen zich soms echt ontpoppen tot een nieuwe persoonlijkheid. Bekend is het geval van de vreedzame huisvader die een beest wordt achter het stuur. Of het verlegen jongentje dat ik was, en zich op een podium helemaal transformeerde tot redenaar en komiek.

In de criminologie en de misdaadliteratuur kennen we uiteraard het syndroom van Dr. Jekyll en Mr. Hyde, de goede en de slechte in één lichaam, beschreven in de roman van de Schot Robert Louis Stevenson (1850-1894) en verfilmd in 1941. Goede aanzet, maar in wezen toch een variant op het Christelijk dualisme en de idee dat er een engel en een duivel in ons huist. Waarbij de ene uiteraard de andere in bedwang moet houden. Tot op vandaag is de meeste moraal op die goed/slecht-tweeledigheid gebaseerd, de vrijzinnige evengoed als de religieuze. Terwijl we zouden moeten kunnen accepteren dat we uit een veelheid van personen bestaan. En dat de bekwaamheid om te migreren van de ene persoonlijkheid naar de andere, overeenkomstig de scène waarop we ons bevinden, van vitaal belang is om psychisch en zelfs fysiek welzijn te creëren.

Alleen zichzelf kunnen zijn is de grootste bron van eenzaamheid. Het ongeluk is enkelvoudig. Wie zich kan splitsen, vermenigvuldigen, kan het ongeluk overwinnen.

Vanaf onze geboorte krijgen we maar één identiteit mee, die een leven lang zou moeten meegaan. U bent wie u bent. De foto verandert, de naam niet, het paspoort is definitief en onherroepelijk, het curriculum vitae kan zich ontrollen.  Dat is onrealistisch en dwangmatig: leven is zich constant ontpoppen en iemand “anders” kunnen worden. Gedaanteverwisselingen: kinderen experimenteren er doorlopend mee, maar volwassenen worden geprangd in een identitair keurslijf dat het leven troosteloos, saai en ééndimensioneel maakt. Het heet dan dat kinderen een “onvolgroeide persoonlijkheid” hebben. Terwijl het net andersom is: volwassenen hebben meestal een verkommerde, gescleroseerde persoonlijkheidsstructuur.

Hun enkelvoudige identiteit is gestold, onder invloed van de sociale, politieke en juridische bureaucratie. Ze zijn  begraven in hun eigen Ik, eigenlijk al dood tijdens het leven. Hooguit vluchten ze nog eens in de dronkenschap en de roes om “iemand anders” te zijn, om dan weer terug te zinken op het nulniveau van het Ik. Alleen zichzelf kunnen zijn is de grootste bron van eenzaamheid. Het ongeluk is enkelvoudig. Wie zich kan splitsen, vermenigvuldigen, kan het ongeluk overwinnen.

Dat doen, zoals ik al aangaf, mensen die een zwaar trauma achter de rug hebben, bijvoorbeeld zware kindermishandeling en seksueel misbruik, maar het is principieel een positieve strategie die ook geluk kan voortbrengen. Leven is vluchten, ont-vluchten, uit-vluchten, van de ene ruimte in de andere. Het ontkennen van de identiteit, het vluchten voor de administratie en de politie is geen voorrecht voor criminelen: we doen het heel de tijd, zolang we kunnen, zolang we er de mentale energie voor hebben.

Theoretisch vertel ik u nu niets nieuws. De Franse filosofen Michel Foucault en Gilles Deleuze hebben, onder invloed van Friedrich Nietzsche én de Oosterse filosofieën, afgerekend met dat enkelvoudige Ik (het cogito), als een Cartesiaanse dwaling. Alleen verkopen ze het als een theorie, terwijl het de grondslag is van uw en mijn existentie. We doen het allemaal, zonder theorie, we zijn zo: niet enkelvoudig, zelfs niet de duale behuizing van goed en kwaad, maar een kast vol personages, en elke verkleding is een metamorfose.

De terreur van het foto-album

Het wordt nog erger, voor wie dacht dat identiteit iets duurzaam en complexloos was. Onlangs ontmoette ialbumk een jeugdvriend waarmee ik jarenlang optrok. Hij haalde herinneringen op en zag me als die persoon van dertig jaar terug. Weliswaar ouder, grijzer, maar toch: dezelfde. Het werd een uitzichtloos dovemansgesprek: ik was niet meer diegene die hij dacht terug te zien. Ja, ik herinnerde me die voorvallen en situaties wel die hij zo enthousiast aanhaalde, ik zag zelfs de jongeman voor me die erin acteerde, maar ik kon me er niet mee identificeren. Hij was dood.

De vraag is natuurlijk, wie hier mentaal mankeert: de jeugdvriend die à la recherche du temps perdu in een oude huid rondloopt, of diegene die de huid onderweg verloren is en er al vijf andere versleten heeft. Ik heb die jeugdvriend sindsdien niet meer teruggezien. Hij rustte in vrede.

Een gelijkaardige consternatie doet zich voor wanneer een lezer me erop wijst dat ik twee jaar geleden precies het omgekeerde beweerde ten opzichte van wat ik vandaag schrijf. “Toelaatbaar voor een fictieschrijver, maar niet voor een filosoof”,- luidt het verdict. Maar is dat zo? Waarom zou de metamorfose die we levenslang ondergaan, ook geen nieuwe gedachten, gevoelens, geen nieuwe taal kunnen opleveren? Wat is dat voor een troosteloos universum, waarin men consistent en consequent zichzelf moet herhalen, tot de leegte van de dementie ons verlost?

Het Ik van vroeger is al lang dood, maar men dwingt ons om te rouwen, in plaats van de andere, nieuwe mens in ons te omarmen.

We ervaren veel te weinig de dynamiek en de veranderingsprocessen, vooral in de dingen die we koesteren. We kunnen niet loslaten en de sprongen niet zien. De eerste symfonie van Beethoven en zijn vijfde, daar zit zo’n tien jaar tussen, maar het zijn twee aparte werelden van twee aparte individuen, die weliswaar kunsthistorisch in één carcan worden gestopt (men spreekt dan over “periodes”). Nooit vertrekt de biografie van de meervoudige identiteiten, altijd van de administratieve entiteit die Ludwig van Beethoven was, en die hij zelf uiteraard ook onderging. Probeer eens een kunstenaar te begrijpen zonder de encyclopedie en het gezanik over stijl, als ging het telkens over iemand anders: uw ogen en oren zullen opengaan.

Waarom smijten we zoveel weg, waarom besluiten we opeens om de dierbaarste souvenirs naar de rommelmarkt te brengen? Omdat de herinnering op de duur het leven verlamt en de toekomst afsluit. Het creëert neuroses en depressies, die eigenlijk vermomde zelfmoordneigingen zijn. De ballast van het verleden is de echte, omnivalente doodsoorzaak. De herinnering is een obsessionele fantasmagorie. Ze dwingt ons illusionair te denken, vanuit een Ik dat niet bestaat maar dat als sociale registratiefiche ons emotioneel leven vertroebelt en vergiftigt. De terreur van het foto-album sommeert ons om niet alleen de beelden te herbekijken, maar ook de gevoelens terug te roepen, onze huidige persoonlijkheid te zien als een variante op de vorige, waardoor het verleden het heden helemaal samendrukt. Het Ik van vroeger is al lang dood, maar men dwingt ons om te rouwen, in plaats van de andere, nieuwe mens in ons te omarmen.

Nochtans is die dood zelfs biologisch een feit. Volgens de wetenschap is de substantie van ons lichaam zowat elke zeven jaar compleet vervangen. Cellen sterven en worden gemaakt, idem dito voor de hersencellen, de grondstof van ons brein. De reïncarnatie speelt zich af binnen ons, niet erbuiten.

De vraag is, wat dit betekent voor het begrip “identiteit” en wie “wij” zijn. Natuurlijk is er de genetische structuur (zowat het enige dat niet verandert), die dan ook als juridisch bewijsmateriaal van enorm belang is. Bron van wanhoop: hoe aan de genen ontsnappen? Men kan zich meteen ook afvragen of cancerogene mutaties, binnenkort de voornaamste doodsoorzaak, geen wanhoopsreactie vormen van het individu tegen de eigen genetische determinatie.

Leven is dus veranderen, maar dan niet geleidelijk en overdrachtelijk, doch “catastrofaal”, totaal, als een afscheid. Elke metamorfose is een wedergeboorte. De poging om te ontsnappen aan onze eigen biografie is een levenslang project. Houdt die ambitie op, dan is het definitief uit. We dwingen de cellen om te sterven, om zelf te kunnen overleven.

Mijn cv leest als een dronkemansverhaal, zo merk ik net. Onbruikbaar voor sollicitatie, tenzij in het misdaadmilieu. Ik schat dat ik ondertussen zo’n vijf levens achter de rug heb. Katten hebben er negen naar het schijnt, maar ik ben al heel tevreden als ik de zeven haal. Daarna mag het licht uit.

Advertenties

7 Reacties op “Elke gedaanteverandering is een wedergeboorte.

  1. Een mooi stukje, en zonder teveel Nederfrengels erin!
    Zelfs Angela Merkel zou zich er kunnen in vinden, met haar wending van koers i.v.m. het weg met ons denken.

  2. Eric Janssens

    Knap stukje, waarin duidelijk gemaakt wordt dat een mens doorheen zijn leven aanhoudend transformeert, vaak tot entiteiten die niemand van hem verwacht, ook hijzelf niet. Maar hier dient een denken op de rand aan te treden. We hebben duizenden gestalten in ons die zich afwisselend manifesteren, we zijn allen heroes with a thousand faces die door geregelde metamorfoses, door het zichzelf uitvinden en heruitvinden, hun leven tot een avontuur maken. Daarbij wordt geen gevaar geschuwd, risico’s worden genomen, belemmeringen overwonnen, oude reflexen en gewoontes overboord gegooid, vroegere remmingen afgeworpen. Anderzijds geloof ik dat dit transformatietalent zijn eigen grenzen kent, dat er natuurlijke en morele beperkingen zijn die het in acht neemt. Iemand als Verhofstadt, die gedurende de jaren ’90 zogezegd veranderde van een onuitstaanbaar joch tot een politicus met een visie en met idealen, om deze idealen na zijn machtsovername in 1999 schaamteloos overboord te gooien, heeft gewoon het volk bedrogen. Zijn transformaties waren georganiseerd, berekend en er slechts op gericht op lange termijn een vet betaald zitje in het Europees Parlement te verwerven, waar hij tegenwoordig de meest misdadige onzin spuit. Ik wil maar zeggen: geen enkel systeem kan overleven zonder een minimum aan consistentie. Dat België op de helling staat komt juist doordat het land de laatste decennia door mensen werd geleid die de volkswil niet au serieux namen. Ze namen hun eerdere uitspraken en beloftes niet au serieux (komt vaak bij politici voor) en demonstreerden in die zin continu hun meervoudig gespleten persoonlijkheden; Nochtans bleek er niemand in hun onmiddellijke omgeving bereid hen psychische verzorging te verlenen, want ze deden maar voort, ad infinitum. Hetzelfde met de EU; Gevolg: gans Europa zit in de miserie, maar de zieke geesten blijven gebeiteld aan de top. Op de eerste politicus met een krachtdadige, consistente persoonlijkheid blijft het wachten, al heb ik soms – optimistisch als ik soms ben – de neiging te geloven dat er enkele in aantocht zijn. Een volwassen politieker… het zou weer eens wat anders zijn.

  3. Herman d.V.

    Nog eens een mooi en consistent verhaal van Johan Sanctorum. Inderdaad zitten we teveel vastgeroest in ons eigen zelf, en hebben we schrik voor de andere die in ons broeit. Ik hou van dit soort teksten, ze doen me echt nadenken over het leven.
    Maar ook de opmerking van Eric Janssens snijdt zeker hout: er leven wel degelijk malafide clowns onder ons die de gedaanteverandering uitbuiten, bijvoorbeeld om ergens makkelijk mee weg te komen. Of denk aan Bart De Wever, die zich bekeert van gezellige vetzak naar magere filister: dat zijn facelifts met voorbedachte rade, politieke poses.
    Erger nog: stel dat Dutroux zou zeggen dat hij die man niet is, die meisjes verkrachtte en vermoordde, en dat hij nu iemand anders is. De vraag rond schuld en verantwoordelijkheid roept wel degelijk de noodzaak van een langetermijngeheugen op. Tenzij de slachtoffers en hun nabestaanden natuurlijk ook kort van geheugen zijn. Maar dat is blijkbaar niet zo…
    De visie op kanker vind ik wel boeiend en origineel: een wanhopig verzet van het lichaam tegen zijn eigen genetische determinatie. Weer stof om na te denken.

  4. Ralph Bisschops

    Ik reageer op dit (prachtige artikel) als polyglot. Levensomstandigheden en ook studie hebben me perfect viertalig gemaakt. Dit is een enorme verrijking – zeker – en je ontwikkelt, zoals J. Sanctorum schrijft, een “multiple personality.” Er is echter ook groot leed mee verbonden.
    Redenen:
    De meeste mensen zijn één- of maximum tweetalig. Je kan je ervaringen met hen niet communiceren. Publiceer je een tekst in het Frans, zegt de Amerikaan en Engelsman met een verlegen glimlachje: “I am sorry, but my French is not good enough to read it.” Schrijf je in het Engels, zo hebben tal van Franse lezers daar geen boodschap aan. Etc. Dit is eveneens een grote bron van eenzaamheid.
    Ik ken slechts weinig grote schrijvers die polyglot waren, met uitzondering van Samuel Beckett. Het is moeilijk taalvirtuoos te zijn als je meerdere talen spreekt. Je kan natuurlijk de taal waarin je schrijft met jouw ervaring van andere talen VERRIJKEN, maar dat wordt door taalpuristen zelden in dank afgenomen.
    Machtige naties (USA, UK) en fiere volkeren (Italianen, Spanjaarden) vertikken het een vreemde taal aan te leren. Men denke aan Churchills boutade: “Meertaligheid is goed voor kelners.”
    Meertaligheid is een kunst die door onderdrukte volkeren wordt beoefend – dat is het machtspolitieke luik van de problematiek.
    De polyglot kan wel vertaler worden. Dat is ook een bron van ongeluk, want de lezer zal jouw vertaling nooit naar waarde kunnen schatten, aangezien hij de taal van oorsprong niet kent.
    Meertaligheid kan trouwens bij sommigen tot psychomotorische storingen leiden (stotteren, tremor in de stem). Dat heeft een neuroloog mij ooit verteld.
    Vroege meertaligheid is af te raden. Ik kende ooit een kameraadje van mijn zoon dat tweetalig opgegroeid was. Hij zei: “Ik weet niet wie ik ben en waar mijn tehuis is.” Een minimum aan identiteit hebben we blijkbaar toch nodig.
    Eén voordeel heeft de meertaligheid wel: We kunnen veel boeken in het origineel lezen en naar zo veel tv-programma’s kijken, dat we er totaal debiel van worden. Trouwens zijn dat passieve bezigheden. De ware actoren zijn ééntalig en beperkt. Daarin ligt hun macht en hun sterkte.

  5. Graag gelezen, Johan… zoals meestal. Het nummer ‘Breek uit jezelf’ van Decraene past goed bij je artikel.
    Maar ik spreek als Bijbelkenner dit citaat tegen:

    “Goede aanzet, maar in wezen toch een variant op het Christelijk dualisme en de idee dat er een engel en een duivel in ons huist.”

    Je gebruikt ‘christelijk’… maar alles kan ‘christelijk’ zijn, natuurlijk… ‘Bijbels’ is het echter alvast niet. Het Bijbelse mens -en wereldbeeld is niet dualistisch. Het gat met zekerheid niet om een duiveltje dat een engelte in bedwang moet houden. Dat vind je overigens wel in de koran terug , evenals in de Rooms-katholieke apologie… maar stellig niet in de Bijbel.
    Integendeel zelfs… het geschrift gaat daar juist tegenin.

    Maar ’t is een detail, geef ik toe: je schreef een erg gesmaakt stuk.
    Was De Gaulle niet de laatste Franse president die in het Duits een persconferentie gaf?
    Ja… er zat ook een beetje een oude Duitser in De Gaulle… zou dat kunnen?

  6. Pingback: Johan Sanctorum: Elke gedaanteverandering is een wedergeboorte | Golfbrekers

  7. Pingback: Snowden vs Obama, of het vermoeden van de dubbele waarheid. | Visionair België