It ’s the economy, stupid!

LippensHet stuk “Een kus van de juf en een bank vooruit” heeft behoorlijk wat los gemaakt in de Vlaamse culturele sector. De genante vertoning waarbij Wouter Hillaert namens het “cultuurkritische” tijdschrift Rekto:Verso de prijs van de Vlaamse gemeenschap in ontvangst mocht nemen, was voor mij een aanleiding om heel de relatie tussen cultuur en samenleving nog eens scherp te stellen. En daar hadden bepaalde insiders grote moeite mee.

Iedereen doet maar, doch ik heb het gewoon voor kunstenaars, schrijvers, intellectuelen die buiten de lijntjes kleuren. Hun kritische functie is onverbrekelijk verbonden met de positie van buitenstaander, de vreemdeling, tegenover het systeem dat toch steeds weer recupereert en naar het centrum zuigt. Prijzen zijn in dat opzicht echte booby-traps, doodknuffeloperaties. Ze prikkelen onze geluksklier en genezen ons van elke boosaardigheid. Te mijden dus. Overheidssubsidies zijn nog erger: ze maken van de intellectueel een ambtenaar, en integreren hem helemaal in een door de overheid beheerde cultuurindustrie, gericht op participatie.

Lap, daar hebben we het weeral, dat lelijke woord. Participeren, erbij horen, erbij moéten horen. Twee dagen geleden nog maar beviel onze cultuurminister Joke Schauvliege van de volgende gevleugelde volzinnen:

‘Cultuur, dames en heren, heeft een intrinsieke waarde, maar is ook een inspirerend bindmiddel in de samenleving in tijden van individualisering, globalisering en schaarste. Ik hoop dat ook verenigingen en vrijwilligers in 2030 nog altijd voldoende gewapend zijn om die bindende rol te spelen, zeker als het even wat minder gaat. Want cultuur draait om mensen, om engagement. Vandaar dat cultuur eens en voor altijd met urgentie benaderd moet worden en in 2030 bovenaan de agenda van de samenleving moet prijken, onder meer als verplicht onderdeel van het curriculum in hoger en universitair onderwijs. Want, zoals de Franse filosoof en schrijver Albert Camus zei, cultuur is een geschenk voor de toekomst. Heeft daar iemand bezwaar tegen?’    (24 sept 2013 , trefdag transitienetwerk cultuur – Trix Antwerpen)

Wachtmuziekjes

Dat magische maïzena-woorSysiphusd “bindmiddel”: terecht wijst boswachtster Lieve Watteeuw erop dat de minister hier cultuur helemaal herleidt tot iets dat mensen moet samenhouden, zeker in tijden van schaarste. Het volk zou maar eens kunnen gaan morren, geef ze een streepje Mozart en zet ze in de wachtrij (recent onderzoek wees uit dat het overgrote deel van de wachtmuziekjes bij een call-center van Mozarts hand zijn, omwille van hun verzachtende werking bij iemand die al tien minuten wanhopig aan de lijn hangt).

Dat uitgerekend de compromisloze rebel en existentialist-zum-Tode Albert Camus voor dit karretje wordt gespannen, maakt het allemaal nog wansmakelijker.      Over Camus gesproken. Als er iemand is die de hedendaagse bureaucratisering van kunst en cultuur zou afwijzen, dan is hij het wel. Tegenover de zinloosheid van het bestaan en de zelfmoordgedachte kan voor hem enkel maar de esthetische attitude van Don Juan gesteld worden, of eventueel zijn alter-ego, Don Quichotte. Beiden zijn Sisyphus-types, maniakale individuen die de steen steeds weer naar boven rollen omdat ze gewoon vinden dat ze dat moeten doen. Niet omdat ze er beter, rijker, bekender door worden.

Dat levert een antwoord op aan de slimmerds die me probeerden te counteren met de vraag: “Kunstenaars moeten toch ook leven?” Natuurlijk moeten ze leven. Maar dan als over-levers, ergens in de marge, als amateur, tuinman, elektricien, die stiekem in zijn vrije tijd afbreekt wat hij/zij in zijn werktijd heeft opgebouwd. Sysiphus? Penelope? Schrap het (on)gepaste.

Een onweerstaanbare drang: homo ludens

Veel algemener nog, ben ik ervan overtuigd dat we naar een maatschappij moeten evolueren wanmbsar werken en inkomen zoveel mogelijk moeten worden losgekoppeld. Iedereen moet kunnen leven, maar arbeid zou een passie moeten worden: in iedereen schuilt een kunstenaar, een verzamelaar, een maniak. Niets is zo vervelend als nietsdoen. De “kick” van het bezig zijn geeft meer voldoening, opwinding, dan enige financiële verloning.

Winstbejag ontstaat net door dat gemis aan suspens. We willen geld verdienen omdat we niét graag werken, als smartgeld omdat het gewoon oersaai, vervelend of afstompend is (een fenomeen, door Marx aliënatie genoemd, “vervreemding”).  Foute link. Financiële verloning, en zeker overloning, trekt graaizucht aan en verdringt mensen die iets uit gedrevenheid zouden doen,- vroeger: “idealisten” genoemd. Men heeft de mond vol van gedrevenheid en motivatie, maar de enige motivatie blijkt steeds weer het geld te zijn, of de status, niet de menselijke meerwaarde van het werk zelf.

Niets verveelt zo snel als het nietsdoen. De “kick” van het bezig-zijn geeft meer voldoening, opwinding, dan enige financiële verloning. 

De discussie is bijzonder actueel, nu de nieuwe baas van de NMBS, Jo Cornu, een echte poenschepper blijkt die naast zijn wedde van spoorbaas (290.000 euro per jaar) ook nog wil blijven bijklussen als bestuurder in allerlei vennootschappen ( à 232.000 euro per jaar). Wat heeft die Cornu, een cijfervretend vergaderbeest dat bedrijven alleen kent vanuit de balansen, nu met treinen? Niks dus. Ongetwijfeld neemt hij er zelf nooit een, hij is dus in de diepste zin van het woord “vervreemd” van zijn eigen product.

Ook Bpost-topman Johnny Thijs vindt een jaarsalaris van 290.000 euro te weinig. Hallo? Ik zou zeggen: heren, pakt uw valiezen. Misschien moeten we die ideale spoorbaas wel eerder gaan zoeken in de wereld van de homo ludens, de spelende mens, die met een stationschef-kepi gaat slapen. Diegene die als kind al bezeten was van treintjes: in de wereld van de modelbouw is er nog zin voor stiptheid.  Of bij een huismoeder van 32 kinderen die gewoon is om met ogen op haar rug 50 dingen tegelijk te doen, de lastigaards een klap om de oren geeft, zorgt dat de soep op tijd klaar is, en tegelijk de knip op de beurs houdt. Multitasking en managementkwaliteiten heet dat tegenwoordig.  We hebben een wereld van kunstenaars en amatrices nodig, duizendpoten en duivel-doet-al’s, zij die handelen uit een onweerstaanbare drang. Ik heb die spel- en lusteconomie al enigszins proberen te omschrijven in mijn ode aan de universele prostitutie, waar iedereen zichzelf geeft tegen de juiste prijs, onder het motto, jawel, van Albert Camus: “La vraie générosité envers l’avenir consiste à tout donner au présent’. Misschien hebben de speechschrijvers van minister Schauvliege daar wel de mosterd vandaan. Joke moest eens weten.

Postmodern communisme

Ahum, en dus nu de economische aap uit de mouw, mijnheer Sanctorum.  Hoeveel zou zo’n gepassioneerde klussedon_juanr mogen verdienen? Ik bedoel: iemand die echt voor zijn plezier werkt? Inderdaad: een loon waarvan men goed kan leven en nog iets opzij kan leggen. Zeggen we: 3000 euro, verkocht. Al wie meer wil, is met iets anders bezig, namelijk rijk worden, en dat is een perverse attitude, of misschien wel een soort verslaving die hopelijk te genezen valt.

Het verzamelen van rijkdom is, boven een bepaalde grens, volstrekt irrationeel. Karl Marx had het over de “oorspronkelijke accumulatie van het kapitaal”, Siegmund Freud definieerde het als een anale fixatie, de behoefte om maar te blijven hoopjes leggen en ze opstapelen. Het pervers karakter van heel de banksector en het beurswezen is tekenend voor dat obsessieve kapitalisme. Er geldt geen overlevingslogica meer, zelfs niet de besognes van het goede leven, maar de wetmatigheid van de rijkdom die zichzelf wil vermeerderen. Het wordt een autonoom mechanisme, iets dat buiten ons staat en het commando overneemt. Om uiteindelijk heel onze inwendige mentale huishouding te sturen.

Kunnen we afgeraken van dat noodlot van de aliënatie, het werken met tegenzin en/of voor de poen, dan gaat er een totaal nieuw economisch model van de generositeit open, dat meteen ook heel onze cultuur- en onderwijswereld op zijn kop zet. Men studeert niet meer voor een lucratief diploma, maar uit passie. Beursgenoteerde kunstenaars als Delvoye en Fabre kunnen daarin niet meer gedijen: stuur ze wandelen, zoals Cornu en kornuiten. Een veeg van de meester en een bank achteruit.

Misschien is het idee van een basisinkomen dan wel een valabele piste die verder moet onderzocht worden: laat iedereen leven, en laat arbeid vooral een genotsmiddel zijn…

Alleen de echte liefhebbers overleven in een genotsuniversum waar het geld geen rol speelt en men alleen bezig is omdat men het niet laten kan, instinctmatig. Zoals Don Juan. Een genieter maar vooral ook een harde werker: probeer het maar eens, elke dag dat geloop, 1003 stuks genoteerd in Spanje.  Job en hobby worden één. Vrouwen versieren, een postbode die brievenbussen volstopt, of opera’s componeren: het is uiteindelijk toch allemaal een kwestie van goesting. Waarmee we dan de tragische figuur van Sisyphus definitief mogen dumpen, en gaan voor een meer hedonistische variant. De maniakale steenduwer wordt levenskunstenaar.

De koppeling van arbeidsethos aan lustprincipe maakt het onderscheid tussen “actieve” tijd en “vrije” tijd zinledig,- ook het thuiswerk kan bijdragen tot de vervaging van dat onderscheid.  Allerlei informele vormen van ruilhandel en wederdiensten ontstaan daarbij, wat de sociale cohesie vergroot. Tevens echter vormt ze een enorme impuls tot sociale herverdeling, vermits niemand nog voor zijn portemonnee werkt, en nog minder om rijkdom te verzamelen. Jobmigratie en carrièrewendingen zullen de regel zijn, lineaire loopbanen en vergrijzing-in-het-vak de uitzondering.

Misschien is het idee van een basisinkomen dan wel een valabele piste die verder moet onderzocht worden: laat iedereen leven, en laat arbeid puur een genotsmiddel zijn, een Spielerei, of op zijn minst een waardige bezigheidstherapie. Arbeidsesthetica wordt dé nieuwe wetenschap. Geef iedereen een aanvaardbaar leefloon en laat de gedreven klussers naar hartenlust bijverdienen in een zelfstandigenstatuut. De koopkracht zal er wel bij varen. Schaf heel het aalmoezensysteem van de sociale zekerheid dan af, samen uiteraard met alle subsidiestelsels en overheidspatronages.

Een soort postmodern communisme van het derde milllenium? Tja, Camus was wel echt een rooie rakker, maar dan geen van het doctrinaire soort. Een verzoening tussen de levensfilosofie van Nietzsche, het lustbeginsel van de Freudianen, en het socialisme van Marx,- het blijft de gouden driehoek waar wij, amateurdenkers, toch blijven naar zoeken.

Advertenties

8 Reacties op “It ’s the economy, stupid!

  1. siegfried verbeke

    Mijnheer Sanctorum breekt een lans voor de intellectuelen (en kunstenaars) “die buiten de lijntjes durven kleuren”. Maar dan ook weer niet overdrijven hé, anders riskeer je door hem tot “morosoof” gedegradeerd te worden.

  2. Schat, je bent me schatplichtig maar je weet hoe we dat onder elkaar regelen, weet je wel. Eindelijk ben je zo ver en volg je mijn ideeën nou goed. A. Voer een scheiding uit van kunst en staat; B. trek een begroting uit op de FOD Justitie, naar analogie met die voor de bedienaars van de eredienst. C. betaal daarmee de bedienaars van de kunsten een basisinkomen – en hier, schat stel jij 3000 euro voor, eenmaal andermaal inderdaad verkocht! en D. Vervolgens schaffen we netjes de cultuurministeries af en de daarbijhorende toelagen. Dit voorstel heb ik al 15 jaar geleden geopperd. Blijven opperen! En dank je wel namens den Albert (Camus). Ik heb de tekst van je betoog uitgeprint, twee foutjes verbeterd en zal die vervolgens via stiekeme kanalen bij mevrouw de Minister laten belanden. Als je op een dag van haar de vraag krijgt haar speeches te schrijven, denk dan aan mij

  3. Met dank mij te vermelden naast een afbeelding van Sysiphus. De weg lijkt geen gemakkelijke te zullen worden, een martelend langzaam stijgende lijn en een last die niet te rollen valt. Daarentegen, wat een plezier te wachten tot het geschikte moment én dat monster de diepte in dumpen.

  4. Suzy Poelmans

    Love it or hate it.
    I love it !

    Pleidooi voor de less-is-more-mentality.

  5. Pingback: Johan Sanctorum | Golfbrekers

  6. J. De Vriendt

    Goede verwoording van een oud Vivant-idee: het basisinkomen in een voor de rest liberale economie. Jammer dat Sanctorum zoals gebruikelijk het hier en daar te dik op legt.
    Toch kan ik zijn Freudiaanse duiding zeer smaken, en Camus is natuurlijk ook een kei van een referentie.
    Wat het idee van basisinkomen zelf betreft, heb ik enkele bedenkingen:
    1) Het is alleen levensvatbaar als die werkdrift en ondernemingszin er ook echt is. Als iedereen in zijn bed blijft liggen of heel de dag op café zit, hebben we natuurlijk geen productiviteit, en gebeurt er gewoon niets, krijgt niemand wat omdat er gewoon geen geld is. Inderdaad dus: het belang van opvoeding en culturele heroriëntatie.
    2) Vandaar het heikel punt: Vlamingen hebben misschien wel meer dat arbeidsethos in zich dan Walen. Zonder te willen zeggen dat het luieriken zijn, denk ik dat het idee van een basisinkomen, en de vrijheid om daar bovenop te verdienen, beter zou aanslaan in Vlaanderen. Wallonië is daar niet klaar voor, het zou tot permanente en politiek-onhoudbare transfers leiden. Een argument voor onafhankelijkheid?
    3) Ander heikel punt: de migratie. Als ons land blijft fungeren als OCMW voor heel de EU en daarbuiten, dan is dat universeel basisinkomen onbetaalbaar. Dus: het systeem werkt enkel binnen een gemeenschap die ergens van dezelfde waarden uitgaat. Een cultuurnatie dus?

    De link met de financiële crisis en de bankensector is essentieel: er staat ons nog wat te wachten als we die heren laten betijen. We moeten echt voor een totaal ander systeem gaan. Heel het boeltje herdenken.

  7. Omdat kunst iets vitaals is en dus levensnoodzakelijk, daarom moet die levensvatbaarheid en impuls opnieuw de slagader van de kunsten worden en niets anders. Daarin alleen ligt hun kritische functie én in niets anders. Het raamwerk dat kunstenaars nu wordt geboden en dat de inhoud van het oeuvre tot zogenaamde kritische standpunten dwingt, is fataal en degenererend. Genoeg weerzinwekkende spelletjes die de kunst en het daarmee verbonden maatschappelijk systeem grondig verzieken. Het is hoogtijd dat stemmen zoals de uwe opgaan en gehoor vinden en vooral een verruiming bespoedigen voor al degenen die nog de kracht kunnen opbrengen zich te concentreren op vitaliteit en mysterie.