Maandelijks archief: oktober 2013

De democratie is dood, leve de soevereiniteit

Pleidooi voor ontburgering

Ik heb het nu echt wel gehad: opnieuw gaat een Georgische gangster vrijuit wegens een “procedurefout”. De arme man had in België geen vast adres, kon niet op domicilie gedagvaard worden, en ontsnapt dus ook aan vervolging. Een paar dagen geleden haalden de advocaten van ene prins Henri de Croÿ-Solre, in eerste aanleg veroordeeld wegens miljoenenfraude, een gelijkaardige truc uit de kast: procedurefoutje, sorry mijnheer, gaat u maar. De gewilligheid waarmee het gerecht en de advocatuur solidair dit blind formalisme blijven toepassen, tegen elk gezond verstand in, bewijst dat we in een systeem leven dat zichzelf ondergraaft. De democratie is op sterven na dood, de vraag is wat dit maximaal kan opleveren voor u en ik.

Geen zoveelste politieke theorie, wel een oefening in utopisch denken.

Uitschrijven aub

Uit recent onderzoek bleek dat meer dan 20% van de kiesgerechtigden niet geldig deelnam aan de Bstembuselgische gemeenteraadsverkiezingen van 2012: blanco of ongeldig gestemd, biljet beschadigd, …maar het merendeel bleef gewoon thuis. Dat is eigenlijk een enorm percentage voor een land waar niet gaan stemmen strafbaar is. In landen waar die stemplicht niet bestaat, komt hooguit nog de helft opdagen. Ook al is het fenomeen het meest frappant in de grootsteden met sterke migrantenconcentraties (41% niet-stemmers in Brussel!), toch lijkt er meer aan de hand: de onderdaan is zich gewoon aan het uitschrijven.

Groot alarm in het politiek establishment, vooral gedreven door overlevingsdrang: hoe die dijkbreuk dichten? Eerder dan hier nog eens een “democratisch alternatief” tegen aan te gooien, genre de G-1000 van wereldverbeteraar David Van Reybrouck, of nog maar eens een politieke partij op te richten, is het zinvoller om de realiteit onder ogen te zien en het misschien zelfs als een positieve evolutie te appreciëren: de kieskudde dunt uit en wandelt weg in alle richtingen behalve die van het stemhokje.  Zelfs de zgn. foert- of protestpartijen hebben afgedaan, de polis wordt als sociale container gewoon niet meer aanvaard. Europa heeft dat proces nog versneld: in een panische reactie om de ontburgering tegen te gaan, greep men naar een nog grotere schaal die nog meer aversie opwekt. Rien ne va plus. Het mystieke begrip “burger” (letterlijk: diegene die geborgen is door de ommuurde stad) wordt vandaag hoe langer hoe meer een lege huls. Wie voelt zich nu nog burger, behalve de plakken gehakt tussen een broodje?

Macht en massa

Altijd een leuke verpozing om nog eens antropologisch te recapituleren. Waar komt dparlementie staat, zijnde een georganiseerde natie met een territorium, een wettenstelsel, een infrastructuur, een systeem van machtsuitoefening en een fiscaal systeem, vandaan?

De hypothese van de Amerikaanse antropoloog Robert Carneiro is nog altijd interessant en geloofwaardig: ooit werd de aarde bevolkt door oergemeenschappen, “clans” van maximaal 200 leden. Dat getal zit ingebakken in onze hersenen: het is de bovengrens van wat wij sociaal en communicatief aankunnen. Tot op vandaag zoeken we onbewust nog steeds soelaas in zo’n kleine groep van mensen die we min of meer kennen: de familie, de vereniging, de stamtafel, het facebookprofiel…

In ruil voor veiligheid en bescherming diende het individu zich uit te leveren aan een systeem waarvan hij de omvang niet meer overzag of de logica nauwelijks nog kon vatten…

Maar door toename van de bevolkingsdichtheid en de daarmee gepaard gaande clanoorlogen drong zich een schaalvergroting op: men sloot allianties en kwam tot gemeenschappen van 1000 à 10000 stuks. Het ontstaan van de landbouw, na de laatste ijstijd, heeft zeker ook een rol gespeeld. Vanuit de eerste grootsteden in Mesopotamië ontwikkelde zich een centraal en hiërarchisch bestuurd rijk, gebaseerd op onderdrukking en een geweldmonopolie van het gezag zelf. In ruil voor veiligheid en bescherming diende het individu zich uit te leveren aan een systeem waarvan hij de omvang niet meer overzag of de logica nauwelijks nog kon vatten. Religie (liefst monotheïstisch) en cultuur (liefst zo participatief mogelijk) moesten deze vervreemding enigszins verzachten.

Edoch, vanaf dat moment zitten we in een dynamiek van massa, macht, manipulatie, controle: de staat was geboren, met alle ziekteverschijnselen van dien, zoals massificatie, aliënatie, vereenzaming van het individu, en anderzijds corruptie en machtsmisbruik vanwege de oligarchen. Want die waren er van meet af aan, en ze zijn er gebleven tot op vandaag: een elite van bestuurders en hun mandarijnen die de polis beheren vanuit een persoonlijke agenda.

Het is vanuit dat inzicht dat we het actuele politieke spel en de zogenaamde democratie (“macht van het volk”) van vandaag moeten begrijpen: als theatrale constructies, waarbij het individu eigenlijk niets in de pap te brokken heeft, maar toch die illusie moet blijven koesteren dankzij verkiezingen, inspraaksessies, lezersbrieven naar kranten, blogs en andere vormen van bezigheidstherapie.

Soevereiniteit

In de 20ste eeuw was “participatie” het toverwoord: iedereen moest aan alles deelnemen, zich inschrijven in de wereldcultuur en de wereldmarkt. In de 21ste eeuw zal het aloudeBoeddha begrip soevereiniteit heruitgevonden worden: zoals ooit staten hun soevereiniteit opeisten, is het nu aan het individu om zichzelf te definiëren als een onafhankelijk wezen, een staatloze niet-burger die vervolgens zelf op zoek gaat naar vrijwillig aangegane nieuwe samenlevingsverbanden. Of niet. Het is een totale deconstructie, een fragmentarisering die, zelfs voorbij de 200-regel van Carneiro, het bestaansrecht van het individu as such boven alles stelt. Bepaalde meditatieve verdiepingstechnieken gaan in die richting. Vrijwillige de-nationalisering is het logisch gevolg. Ze bestaat al praktisch, bijvoorbeeld door het absenteïsme tijdens verkiezingen, maar ze zou ook kunnen bezegeld worden in een individuele soevereiniteitsverklaring. Een Acte van Verlating dus, een beetje zoals men zich laat ont-dopen uit de kerk.

Wie dit als enige doet, zal snel in de gevangenis of het gekkenhuis terecht komen. Tien stuks zullen als een staatsvijandige bende, honderd of duizend zullen als een sekte beschouwd worden,- ook daar weet het systeem raad mee. Maar een miljoen? En het ergste: die uitgeschrevenen verenigen zich niet in een nieuwe tegennatie of “gemeenschap” –vooral niet-, maar blijven zich een autonoom statuut toeëigenen van zelfredzaamheid. Uiteraard kunnen praktische aangelegenheden onder hen gezamenlijk geregeld worden: openbaar vervoer, energie, onderwijs, sociale zorg, infrastructuur,- maar deze post-civiele res publica  blijft voorwaardelijk en bindt niemand, zeker niet binnen een “collectieve identiteit”.

Zoals ooit staten hun soevereiniteit opeisten, is het nu aan het individu om zichzelf te definiëren als een onafhankelijk wezen, een staatloze niet-burger…

Niet alleen juridisch, maar ook cultureel en moreel wordt dit een absoluut breekpunt met de gevestigde codes. Vandaag wordt de statenloosheid voorgesteld als een fundamenteel gebrek, zelfs een mensonwaardige situatie.  Artikel A5 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens stelt dat “eenieder recht heeft op een nationaliteit”. Maar ook achter dit filantroop decreet gaat een stuk opportunisme en monopolistisch zelfbeschermingsgedrag schuil: de statenloze behoort tot geen natie, dus ook niet tot de Verenigde Naties, waardoor hij als een politieke anomalie op deze planeet zou vertoeven, niet-onderhevig aan enig wettenstelsel of machtsuitoefening. U bent dus VN-burger, of u dat wilt of niet. Uitschrijven, het blijft een hachelijke onderneming.

Het kan vreemd lijken dat, in een tijd waar sukkelaars op gammele bootjes Europa trachten binnen te geraken en een moord zouden plegen voor een Westers paspoort, de bezitters van zo’n paspoort het als een vodje papier zouden weggooien. Toch moeten we de zaak durven omkeren en futuristisch op zijn poten zetten: als er geen groepen of gemeenschappen meer zijn, zullen er ook geen massabewegingen meer plaats grijpen. Migratie is een haast epidemisch-viraal verschijnsel dat opduikt waar het individueel richtingsgevoel het heeft opgegeven, zoals het gedrum in een tunnel waarbij men elkaar verplettert.

Bunkerfase

De kieshokjes staan er zinloos bij, de macht vereenzaamt. Vandaag zitten we in de bunkerfase: door het leeglopcameraen van de burgerstaat ontpopt de macht zich in toenemende mate als een wereldwijd, totalitair, technologisch omspannen controlenetwerk van de 21ste eeuw, waarvan de camera’s allemaal met een centrale dispatch verbonden zijn, die het GSM- en internetverkeer “om veiligheidsredenen” afluistert, die via satelliettechnologie op elk moment weet waar iedereen zich bevindt, die via Facebook al uw interesses haarfijn catalogeert, die met drones het instantrecht laat geschieden, en die en passant via het bankenconsortium heel uw privé-boekhouding beheert. Vergeet de staatsmacht: het planetair, digitaal gestuurd directorium is in aantocht.

Maar hoe ver reikt de macht van deze Big Brother echt, als individuen geen populatie meer vormen, als er nauwelijks nog iets statistisch kan geëxtrapoleerd worden?  Hoe ver reikt een schrikbewind, als iedereen anders is, als niemand schrik heeft, en als er geen bewind kan worden gevoerd? Allicht wordt de bunker dan de ultieme speelkamer van Big Brother, die verbijsterd aankijkt tegen onderdanen die niets meer gemeen hebben, en zelfs de humane wetenschap perplex achterlaten.

Uiteindelijk zou de niet-burger een niet-mens kunnen worden, een vreemdsoortige alien waar de macht geen greep meer op heeft…

Dat brengt ons onvermijdelijk weer op het motief van de transhumaniteit: wezens die aan het mensdom ontsnappen hebben het (klein)burgerdom en de polis niet nodig. De toekomst is aan de hybriden. Denk aan de blade runner die ik in een vorige column ten tonele voerde: half mens, half sprinkhaan, is dit on-specimen het biologisch vehikel van de ontburgering. Dit leidt tot een fysieke en breinmatige mutatie waarbij we allen aliens worden, uitzonderingstoestanden. De anomalie wordt de regel. Tegen dit soort procedurefouten is geen enkel regime bestand.

Het is vandaag pure futurologie, maar ik denk echt dat het post-civiele, post-politieke universum finaal ook een niet-mens zal opleveren, Nietzscheanen mogen spreken van de Uebermensch. Een niet-medeburger en niet-soortgenoot die louter zichzelf is en zich niet wil vergelijken met de anderen, noch biologisch, noch sociaal. Dat elimineert alvast een hoop geduw en gekrakeel: naarmate het verschil groter wordt, neemt de competitie af. Als iedereen iets anders wil, is er geen schaarste en geen concurrentie. Dus hoeft ook het verkeer niet geregeld te worden.

Zo wordt, wat begon als een kiesstaking, toch weer metapolitieke science-fiction. Het kan ook niet anders, of dacht u dat het miljoen thuisblijvende luiaards, in slaap vallend voor hun TV-toestel, op zich een bedreiging zouden vormen voor om het even welk systeem.

Eros

Toch gaat dit niet over politiek erosof (tegen-)cultuur, of een of andere vorm van revolutie, of, godbetert, een postmoderne religie. Het finale, fascinerende perspectief van de totale ontburgering en individuatie is, dat het weerom plaats maakt voor een Platonisch universum waarin er maar één echte energie van tel is: de kracht die twee van elkaar gescheiden helften naar hereniging doet zoeken. Het is de uitzondering op de uitzondering: twee aliens waarvan de codes miraculeus in elkaar passen. Plato laat het kluchtschrijver Aristophanes vertellen in zijn Symposium, haast als een mop, maar het is de clou van heel het verhaal. Pas als iedereen totaal anders is, wordt overeenstemming (harmonie) een catastrofe, in de zin van een onvoorspelbaar, heerlijk accident, zoals het ontstaan van die kosmos zelf.

De politieke stelsels hebben de mens vervormd, en daarmee ook zijn seksuele potentie misleid en afgeleid. De geslachtloosheid van het socialisme en de polymorfe hyperseksualiteit van het kapitalisme zijn beide karikaturen.  De ene ontkent de drift, de andere exploiteert haar tot in het absurde. De ene breekt het individu onder de noemer “solidariteit”, de andere doet datzelfde individu exploderen tot een slaaf van zijn begeerte.

De Eros komt na de Polis. Zo achterlijk en reactionair Plato’s visie op de staat was, zo visionair was zijn filosofie van de eros. Het opbreken van heel de politieke zoölogie tot kosmos van soevereine bio-planeten, die onverwachts en catastrofaal elkaars baan kunnen kruisen, onttrekt de liefde aan het saaie verhaal van voortplanting, soortbehoud en kindergeld. Met deze Big Bang is meteen ook de uittocht naar het buitenaardse begonnen, zoals ooit het leven hier begon vanuit een ingeslagen meteoriet. Aliens zijn we geweest, aliens zullen we worden. Alles wat daartussen lag, was maar een middelmatig intermezzo.

Niet Piet maar de Sint is het probleem

ShepherdNog maar net is het stofwolkje rond mijn kritiek op het moraalridderdom van de humanitaire gemeenschap gaan liggen, of daar komt mevrouw Verene Shepherd met een heuse VN-delegatie naar Nederland (dus niet naar België of waar dan ook, maar het vrijdenkende Holland) om te onderzoeken of die Zwarte Piet wel geen vermomde Surinaamse slaaf zou kunnen zijn.

Ik kan haar bij voorbaat gerust stellen: neen, Piet is geen Creool uit de omstreken van Paramaribo, de Hollanders zullen op een andere manier met hun koloniaal verleden moeten klaarkomen.

Wel stuitend is deze nieuwe opstoot van mondiale political correctness en mensenrechterlijke haarklieverij. Niet dus tegenover het Indische kastensysteem dat nog steeds zeer verbreid is. Niet tegen de vrouwelijke genitale verminking wereldwijd of de kinderarbeid of de slavernij van vandaag, of de onthoofding van homo’s in Saudi-Arabië, of het heksengeloof dat in Afrika nog altijd vrouwen en kinderen letterlijk de woestijn in drijft. Maar dus wel tegen de 6 december-folklore waar trouwens geen enkel kind nog in gelooft, al doen ze alsof om hun ouders een goed gevoel te geven.

Afbleekmiddel

Om die Hollandse pietenhysterie te duiden, ondertussen goed voor anderhalf miljoen FaceOdinbooklikes, is het goed om even de herkomst van de traditie op te frissen. En het gaat wel degelijk over kleuren. De Christelijke Klaasfiguur is gebaseerd op de legendes rond de semi-fictieve Nicolaas van Myra, een bisschop die in de 4de eeuw zou geleefd hebben, en vooral gereputeerd was als helper-in-nood voor onbemiddelde meisjes die in de prostitutie dreigen verzeild te geraken (belangrijk voor het vervolg van ons verhaal).

De Zwarte Piet is een ander verhaal, of toch weer niet. De andere, heidense Nicolaas, die men omwille van de zieltjeswinnerij vermengde met de Christelijke versie, is namelijk een gedaante van de Germaanse oppergod Wotan, een nachtridder die met zijn achtpotige Sleipnir vooral in de twaalf donkerste dagen van het jaar de buurt onveilig maakte en in ruil voor bescherming loon-in-natura eiste. Geen gever dus, maar een nemer.

Wat Hollanders-in-gewetensnood ook mogen beweren: Zwarte Piet stamt niét uit het koloniale tijdperk, maar cirkelt al sinds de middeleeuwen als een “geknechte duivel” rond Nicolaas.

Probleem voor de Christelijke iconologie: na de nuttige vermenging van de twee klazen moest dat zwart-maffieus tintje er wel terug uit, teneinde weer een proper, deugdelijk afkooksel te bekomen dat zonder problemen in de Biblioteca Sanctorum paste.

En zo ontstond het olijke duo van de bebaarde Goedheilige Man alias de gecastreerde Wotan, en zijn donkerhuidige dommekracht, in Vlaanderen nog steeds Nicodemus genoemd. Wat Hollanders-in-gewetensnood ook mogen beweren: Zwarte Piet stamt niet uit het koloniale tijdperk, maar cirkelt al sinds de middeleeuwen als een “geknechte duivel”, een Beelzebub-achtige figuur, rond Nicolaas. In de Angelsaksische wereld heeft men alleen Santa Claus overgehouden en de Piet zedigheidshalve gedumpt. Maar het lijdt geen twijfel: Pieterman is een afsplitsel van Sinterklaas zelf, en herinnert aan de fratsen van de seksbeluste Wotanfiguur. Mevrouw Shepherd wil dus eigenlijk de geamputeerde penis (de roe) van de weldoener op sterk water. Gevaarlijk werk voor meisjes, me dunkt.

Kinderlokker en meisjesgek

Zo zijn we direct waar we moeten wezen: niet de zwartheid van Piet is het probleem, mKlaasaar wel de witter-dan-witheid van Klaas, wiens schijnvroomheid veel stof tot contestatie biedt, zonder dat men er het racisme hoeft bij te sleuren. Er zijn m.a.w. een boel redenen om dat Klaasgedoe eens door de mangel te draaien, zomaar, zonder tussenkomst van de Verenigde Naties.

Vooreerst is het frappant hoezeer dit icoon van de Christelijke caritas altijd al een conservatieve functie heeft gehad: hij moest de rijken aanzetten tot vrijgevigheid, in hun eigen belang, opdat de armen niet opstandig zouden worden. In de 19de eeuw zou die meritocratische achtergrond absoluut primeren: wie rijk is, heeft dat ook verdiend, en wie arm is al evenzeer. De schoentjes van de deugdzamen worden het best gevuld, omdat ze hun mérites voor deze maatschappij bewezen hebben. De anderen moeten maar wat harder werken, eventueel aangespoord door de roede van Piet.

Vandaag stoort mij vooral de permanente ongelijkheid in het Sinterklaasverhaal, de afzichtelijke commercialisering van het ritueel, en het feit dat de vrijgevigheid van de Sint, als PR-man van de speelgoedindustrie, vooral met de draagkracht van de ouderlijke beurs is verbonden. Er zij dus kinderen die gewoon niks krijgen, nada, noppes, met de impliciete motivatie dat het met hun slecht gedrag te maken heeft. Ze zijn zwart, gebrandmerkt, veel meer dan de geschminkte Piet.

Terecht geven kinderen bij dit vertoon hun eigen onschuld maar wat graag op. Het zijn uiteindelijk zij die de Sint wandelen moeten sturen, als een verhaal vol ranzige kantjes.

In een bredere context is de link tussen braafheid en giften krijgen ronduit ranzig. Het creëert afhankelijkheid én onderdanigheid. Het maakt van de Sint een usurpator en kinderlokker, wat hij eigenlijk altijd al was. Zijn voorkeur voor jonge meisjes –liefst arm, die zijn gewilliger- is een rode draad in alle Sintlegendes, ook de Christelijke. Zijn Piet hangt er niet zo maar bij, maar is een wezenlijk onderdeel van een seksuele machtsuitoefening die als dusdanig niet herkend wordt, juist door de tweeledigheid, de scheiding tussen wit en zwart.

Dat Pietencirkus dient dus vooral om de aandacht van de handen van de goedgeilige man zelf af te leiden. Men kan er nochtans moeilijk naast kijken, als buitenstaander. Altijd weer die kindjes op schoot, hun gekrijs omdat ze voelen dat er iets niet klopt, de witte handschoenen, het gefriemel en gefezel in het rode pluche, het grote zondenboek, de geënsceneerde aankomst per boot, het debiel-vrolijke geneuzel van Bart Peeters er rond (“Piet is zwart vanwege de schoorsteen”), de verhullende witte baard waarboven toch de uitpuilende ogen hangen van Jan Decleir, de belachelijke leugens en het gemonkel van de volwassenen,- heel die ziekelijke charade is een beschaving onwaardig.

Terecht geven kinderen bij dit vertoon hun eigen onschuld maar wat graag op. Het zijn uiteindelijk zij die de Sint wandelen moeten sturen. De twaalfjarige Mozart voerde de dubieuze weldoener al ten tonele in zijn opera “Bastien und Bastienne”, gebaseerd op J.J. Rousseau’s “Le devin du village”, waar hij als Colas het herderinnetje Bastienne belooft om te bemiddelen in een ruzie met haar vriendje, maar eigenlijk zichzelf opdringt als meester en inwijder.

Sint-killer

Terug naar de negritude. Op 30 juni 1960 hield Patrice Lumumba, de eerste premier van hlumumba_speechet onafhankelijke Congo, een vlijmscherpe, niet-aangekondigde speech tegen de wandaden van de Belgische weldoener en kolonisator. Koning Boudewijn zat op de eerst rij en keerde in koude razernij huiswaarts. Het heeft toen niet veel gescheeld of Zwarte Piet werd verboden in het Koninkrijk België. Gelukkig spaarde onze diepbetreurde vorst zijn roe en gaf de opdracht om Lumumba zelf te liquideren, letterlijk: hij werd geëxecuteerd en zijn lijk opgelost in zwavelzuur. De weg voor de corrupte Joseph Mobutu lag open. De rol van de CIA, de Britse geheime dienst én het Belgische hof is in deze ondertussen historisch uitgeklaard, België bood in 2002 zelfs excuses aan. Case closed… of toch niet?

De reden waarom wij in Vlaanderen geen zin hebben om Piet te bannen, is nu net zijn subversieve betekenis. Nog altijd is een zwarte bij ons niet alleen een neger, maar het wijst tegelijk op een politiek-foute paria, iemand die men geen hand geeft zonder de handen nadien te wassen. De zwarte is er nochtans nodig, om de perversiteit van de witten te ontmaskeren. Meteen blijkt, hoe die mevrouw Shepherd eigenlijk het omgekeerde doet van wat ze voorwendt: ze elimineert de zwarte als een zondebok, waarna de witte als Santa Claus het rijk voor zich alleen heeft. Vreemd geval van zelfhaat.

De reden waarom wij in Vlaanderen geen zin hebben om Piet te bannen, is nu net de dreiging die hij uitstraalt tegenover de witte weldoener.

Want in hun coëxistentie zit net de mogelijkheid van een omslag. Op elk moment kan de knecht de meester van het dak gooien of in de haard verbranden, dat gevaar is inherent aan hun relatie. Het is voor mij ook het enige motief om de doodsstrijd van Nicolaas te rekken en te wachten tot hét gebeurt: het exploot van de Sint-killer. Wat Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770-1831) al omschreef als de meester-knecht-dialectiek, nl. het feit dat gezagsrelaties altijd labiel zijn omdat de meerdere de mindere nodig heeft om zijn macht te bevestigen, bevat de dreiging van een grote vadermoord. Nicodemus alias Lumumba zal dan, zelfs als hij daarvoor achteraf wordt terecht gesteld, blijven spoken in de speelgoedwinkel en de dromen van de machthebbers teisteren.

Zwarte poes

Laten we voor de rest niet vergeten dat dit een verschrikkelijke mannenzaak is, van in de oorsprong. Na de moord op Klaas lijkt me een nieuw element van verering op zijn plaats, als we in deze donkere tijden toch moeten wegdromen: geen Zwarte Piet maar Zwarte Poes, het vrouwelijk geslacht dat als een origine du monde geeft zonder te nemen, zonder voorwaarden te stellen, zonder gehoorzaamheid te eisen, genereus en absoluut. Geen pietenschmink maar echte, diepe negritude met een matriarchale inslag. Laat maar komen op 6 december, niet met een stoomboot maar vanuit de ondergrond. Verene Shepherd zou er best voor kunnen doorgaan, als ze toch maar die bedillerige en rancuneuze zwavelzuurtoon achterwege kon laten die ze, dat weet ik heel zeker, in het blanke maatpakkenuniversum heeft opgelopen.

Menselijk, al te menselijk (Deel 2)

Wat de blade runner ons kan leren

De valse toonaard van de morele verontwaardiging, daarover hadden we het vorige week. De idee dat er zoiets als een rechtvaardige oorlog omwille van principes bestaat, militair, politiek, sociaal. De idee ook dat we naar een wereldcultuur zouden kunnen evolueren die, op zogenaamde humanitaire gronden, een wereldorde zou vormgeven, met bijvoorbeeld de VN als wereldregering, en de mensenrechten als planetaire codex.

Jammer: het pad van het humanistisch optimisme loopt dood. Deze wereld wordt er niet beter op, net omdat we hem voortdurend beter willen maken, met een al dan niet religieus gekleurde moraal als maatstaf.  Het geweten is niets waard, het is de synthese van een hoop verborgen agenda’s. Dat Siegmund Freud het geweten al detecteerde als His Masters Voice belet echter niet dat allerlei fijne ethici nog steeds het kwaad zien als iets dat te bestrijden valt vanuit een deugdzaamheidsmodel, met woorden, wetten, regels, indoctrinatie. Het humanisme, het christendom, de islam,- allen bedrijven ze het hetzelfde soort exorcisme.  Zo worden morele principes verabsoluteerd en het kwaad haast getranscendeerd, als iets dat wezenlijk niet tot onze wereld behoort maar er per toeval in sluipt, als een te bezweren gif.

De mars der deugdzamen en de Dutroux-paradox

wittemarsNergens kwam zulks frappanter tot uiting dan in de Witte Mars in 1996 te Brussel, in het zog van de Dutroux-affaire, waar de morele verontwaardiging haast de afmeting van een exorcistisch massaritueel had aangenomen. De Witte Mars, begonnen als een protest tegen een slecht functionerend gerechtelijk apparaat, eindigde in een nooit geziene engelenparade. Duizenden witte ballonnen zweefden boven Brussel, als even zovele onschuldbekentenissen en maagdelijkheidsattesten. Wit, als kleur van de onschuld, de menselijke deugd, de illusie van complete geweldloosheid in een cultuur die net door de deugd de ondeugd oproept.

De demonisering van Marc Dutroux was eveneens ongezien: van wat hij echt was, een seksverslaafde nitwit die jonge meisjes naar zijn kelder ontvoerde om ze te misbruiken, waarvan er  vier door verwaarlozing stierven, groeide hij uit tot een satanisch icoon voor alles wat er op deze wereld kon mislopen. Een absolute zondebok dus. Een mens waar niemand nog een eigenschap mee wil gemeen hebben,- wat hem als on-mens classifieert, letterlijk een monster.

Toen Dutroux, dankzij een stommiteit van een flik, het gerechtsgebouw gewoon uitwandelde en een paar uur in de natuur verdween, stond het land op zijn kop, stoof het parlement leeg en leek het alsof de apokalyps voor de deur stond. De boswachter die hem bij de lurven vatte, werd een volksheld en werd door de koning gedecoreerd. Eind goed, al goed. Nu lijkt dit allemaal onwezenlijk, maar toen was de witte schapenhysterie algemeen. Terwijl, ach, die wolf ook maar zijn instinct volgt.

Wat zou u gedaan hebben, moest u Marc Dutroux geweest zijn? Antwoord: net hetzelfde natuurlijk, anders was u Marc Dutroux niet!

Het probleem is namelijk, en dat signaleerde ik vroeger al in verband met een andere gediaboliseerde crimineel, Ronald Janssen, dat men net vanuit een humaan-humanistisch perspectief niets anders kan doen dan het zogenaamde kwaad in ons herkennen. Wij, brave lui, zijn intrinsiek geen haar beter, we hebben gewoon wat meer geluk in plaats en tijd. Maar de wet van oorzaak en gevolg is onverbiddelijk: onder dezelfde omstandigheden gebeuren dezelfde feiten. Dutroux in de gevangenis, uit de gevangenis, het verandert niets aan de essentie: we zijn hem allemaal, als de wind juist (of verkeerd) zit.

Kort gezegd: Wat zou u gedaan hebben, moest u Marc Dutroux geweest zijn? Antwoord: net hetzelfde natuurlijk, anders was u Marc Dutroux niet! Einde van alle humanitaire ijdelheid. En tot zover ook de moraal.

Inhumaan, transhumaan: de metafoor van de blade runner

PistoriusWe naderen de clou van het verhaal. Nadat de grote filosoof Plato dé mens gedefinieerd had als “een wezen met twee benen zonder vleugels”, gooide zijn tijdgenoot Diogenes tot ontsteltenis van de academici een gepluimd kieken op tafel en riep: “Ziedaar de mens van Plato”.

Daar staan we dan met de Beethovenhymne “Alle menschen werden Brüder”. Welke menschen? De biomassa rondom ons bevat een hoeveelheid materiaal dat biologisch als “menselijk” geklasseerd wordt, maar dat is veeleer een gemiddelde, een statistische werkelijkheid. Dokters die patiënten ontvangen, blijven werken vanuit hun encyclopedische routine en snappen steeds minder van wat ze te zien krijgen, waarna enkel de Diogenische vraag rest: “Waar is de mens?”  Vele doktersmoppen draaien eigenlijk rond die perplexiteit. De mens die ze bestudeerden tijdens hun studietijd, blijkt nauwelijks nog te bestaan, hij muteert, transformeert.

De Zuidafrikaanse atleet Oscar Pistorius, bijgenaamd “the blade runner” is vanaf zijn geboorte misvormd, en loopt op twee veerkrachtige koolstofbladen. Hij raakte ermee tot in de finale van de Olympische Spelen 2012 (de echte dus, niet de Paralympics). Probleem: het onderstel van Pistorius is niet menselijk. Is hij nog wel een mens?  Hij mocht meelopen, maar de andere atleten wantrouwen deze hybride. Hoeveel onderdelen zou iemand zo nog kunnen uitwisselen, alvorens de grens van het humane bereikt wordt? Niet alleen fysiek, zintuiglijk, maar vooral ook mentaal, breinmatig, intellectueel.

Zelf aanvaard ik mijn mens-zijn maar zeer voorwaardelijk, in het besef dat het verschil met de anderen qua constitutie veel groter is dan de overeenkomsten. En elke dag nog toeneemt.

Dat knutselen aan het eigen organisme druist natuurlijk behoorlijk in tegen de scheppingsgedachte, én tegen de Olympische geest, maar is al evenmin moreel te verantwoorden: als iedereen zichzelf maakt, is de afwijking de norm en vervallen alle regels of standaarden. Gelden de verkeersregels voor een vijfbenige voetganger met een schroef in zijn kont? De hopeloze strijd van de sportfederaties, tegen atleten die hun lichaam verbouwen via hormoonpreparaten e.d. , heeft met hetzelfde homologatieprobleem te maken: de standaardmens verdwijnt, de norm lost op, de macht verliest haar greep op de concrete existenties. We verwijderen ons dan steeds meer van het klassieke, biologische én morele menselijke model, om een planeet te creëren van individuele constructies die zich niet zomaar laten inlijven in een algemeen programma, van welke aard dan ook.

Zo worden het onmenselijke en het bovenmenselijke de bron van het individuele en het unieke. Het zogenaamde “transhumanisme”, dat gelooft in een doorgroei van de menselijke soort tot iets anders, iets hogers, is immers maar een mager borduursel op de evolutietheorie als het begrip “soort” zelf niet wordt geëlimineerd. Het revolutionaire idee om elkaar niet meer als soortgenoten te zien, maar als individuele knutselwerken of atypische mutaties, schaft elk cultureel paradigma, elke sociale druk af. Exit de politiek, de religie, de moraal, de humanitaire clichés. Dan pas, heel misschien, komt er ruimte vrij voor andere omgangsvormen en vermoedens van existenties die fundamenteel anders, vreemd, exogeen zijn.

Als ras zijn we mislukt, laten we dat accepteren. Het futiel hoopje vlees en botten dat “mens” heet, is niet levensvatbaar, niet individueel, en al zeker niet collectief, zie Wall Street, Fukushima, Irak, zie wat de politiek ervan bakt wereldwijd. Als soort zijn we ten dode opgeschreven, binnen vrij korte termijn zelfs. Te slim om direct te creperen, te dom om overeind te blijven. Kakkerlakken hebben meer overlevingsinstinct. Misschien moeten we nu eindelijk maar komaf maken met de antropocentrische eigenwaan. De eindigheid van wat belachelijkheidshalve nog altijd “de menselijke beschaving” wordt genoemd, kan alleen maar overstegen worden in de hypothese dat er hier en daar eentje uit de humaniteit zal ontsnappen. Een individu-zonder-soort, letterlijk een alien. Waarheen die ontsnapping leidt, geen idee. Maar dat Oscar Pistorius op een mysterieuze manier zijn (al te menselijke) vriendin heeft vermoord, wijst op het existentieel-diepgaande en zelfs catastrofale karakter van deze “sprong”.

Zelf aanvaard ik mijn mens-zijn maar zeer voorwaardelijk, in het besef dat de verschillen met de anderen qua constitutie veel groter zijn dan de overeenkomsten. En elke dag nog toenemen. Dit is een verhaal van divergentie. Onvermijdelijk impliceert dit een min of meer permanente, algemene situatie van wrijvingen en conflicten, met de liefde als uitzondering. En ja, het is een doe-het-zelf-verhaal. Elk voor zich een mentaal bladverensysteem uitdenken om een onwaarschijnlijke sprong te maken,- zonder enige kans op slagen, ziedaar het doel van onze misvorming.

Menselijk, al te menselijk (Deel 1)

Voorbij de morele verontwaardiging en de humanitaire eigenwaan

Zopas ging op het internet een artikel de ronde over een vrouw die gestenigd zou zijn geweest omdat ze aan het GSM-en was. Plaats van handeling: Pakistan. Het artikel rammelt nogal, geeft geen verdere info over de locatie, en is bovendien geïllustreerd met een foto uit een film. Twijfelachtig dus, vooral omdat ook in Pakistan zowat iedereen met een GSM rondloopt: dit land is al evenzeer gezegend met de verworvenheden van de westerse cultuur als elk ander.

Maar daar gaat het me niet eens om. Wel om de golven van morele verontwaardiging die altijd hoog opslaan als er ergens, zo ver mogelijk van ons bed, “mensenrechten” geschonden worden. Toegegeven: een vrouw die gestenigd wordt, het is schandalig. Maar op Facebook worden er ook schandpalen opgericht, soms tot de zelfmoord volgt. Ook hier drie dagen morele verontwaardiging, en dan wordt het weer stil, tot ze elders opduikt, bij een of andere betoging-tegen-zinloos-geweld. Wat is dat toch met die moraal en die verontwaardiging?

Voorspel: macht, religie, moraal

De dag van vandaag is ethiek een deftige menswetenschap, een universitaire discipline. Des te mVermeerscheer verbaast het hoe makkelijk moralisten als prof. Etienne Vermeersch hun eigen normen promoveren tot een soort algemene, “wetenschappelijk verantwoorde” ethische richtlijn, die dan zelfs door politici wordt overgenomen om hun beleid te rechtvaardigen, zoals dat in België meermaals gebeurde.

De filosoof Friedrich Nietzsche (1844-1900) zag de moraal nochtans al als een truc van de elite om haar gezag te legitimeren, naarmate de goddelijke orde en het daarvan afgeleide natuurrecht wegdeemsterde. Moraal is dus een profane variant van de religieuze wet, of een restant ervan. Elke moraal is in se een gemoderniseerde sharia. Wie zich als atheïst kenbaar maakt, moet dus ook als amoralist door het leven durven gaan: men kan ons regels opleggen, maar geen normen, laat staan waarden, want welk absoluut, transcendent beginsel zou die nog kunnen ondersteunen?

Wetten, inderdaad. Natuurlijk is het handig om een paar basisregels te aanvaarden die deze wereld tot een leefbare plek maken: uw hand voor de mond houden tijdens het hoesten, niet door het rood rijden, belastingen betalen. Maar noem dit vooral geen moraal, spreek hooguit van spelregels. Overigens zijn ook die regels arbitrair en subjectief, het voorwerp van een sociaal contract waarin er altijd winnaars en verliezers zijn. Kijk maar hoe advocaten met het procedurerecht weten om te gaan, om bijvoorbeeld fiscale fraudeurs buiten schot te houden.

Wat betekent dan, in zo’n perspectief, “morele verontwaardiging” tegen bijvoorbeeld “zinloos geweld”? Ik spreek niet over de rouw en het persoonlijk verdriet, maar over het hysterisch-sentimenteel geblaat op de sociale media. Antwoord: een wanhoopspoging om zich in de zon van het Grote Goede Geweten te koesteren, een laatste opstoot van religieuze waanzin, alvorens God echt sterft. En geen dag te vroeg. Waarna we eindelijk, Jenseits von Gut und Böse, op zoek kunnen gaan naar “een diepere wereld van inzichten”.

Het wereldgeweten en de humanitaire interventie

Ononderbroken waken de knipperlichten van de internationale gemeenschap over de goede zeden en hapokalyps2et heil van het mensdom in dit tranendal. Vroeger had je de nationale “publieke opinie”, nu ook de “internationale gemeenschap” als bewaker van de morele wereldorde. Een typisch media-simulacre, een spookbegrip, zo blijkt. Want bij nader toezien gaat achter die “morele gemeenschap” een door de V.S. gestuurde Westerse lobby schuil, die met de VN-mensenrechten zwaait als het haar maar even goed uitkomt,

Dat VN-charter, een verre nakomeling van de fameuze “Déclaration des Droits de l’Homme et du Citoyen” uit 1789,  is vooral handig om humanitaire interventies te rechtvaardigen, zoals de inval van de VS in Irak in 2003. We kennen ondertussen de resultaten. We weten vandaag, met veel vertraging, ook welke leugens die interventie moesten ondersteunen. En we weten waar het echt om ging: It ’s all about oil, you stupid!

De bestialiteit van de humane mens toont zich net in zijn morele attitude en het vermogen om het eigenbelang te omhullen met “principes”.

De menslievendheid achter de humanitaire acties is dus tamelijk euh… immoreel. Wat zegt dat over het humanisme zelf? Weinig goeds, vrees ik. Noteer alvast dat Niccolo Machiavelli als een van dé boegbeelden geldt van het 16de eeuwse humanisme. Ik wil daarmee de moraal niet redden doch haar enkel verder ontmaskeren. We zijn gewoon beesten die spreken, schrijven en ondertussen in een oorlog van alles tegen alles verwikkeld zijn, met het eigenbelang voorop, zoals de filosoof Thomas Hobbes (1588-1679) stelde. Homo homini lupus, de mens als wolf voor de anderen: de bestialiteit van de humane mens, weergaloos getekend in George Orwells “Animal Farm”, toont zich net in zijn morele attitude en het vermogen om het eigenbelang te omhullen met “principes”. De V.S. zijn kampioen in het afdwingen van mensenrechten, wereldwijd, maar Guantanamo is nog altijd open.

Beestachtigheid dus: het dier-zijn ontgroeid zijn, zonder iets anders te zijn geworden. En dus constant gedoemd tot humanitair interveniëren, doen alsof, de charade van de nobele gevoelens.  Daar wordt zowaar de conventie van Genève ingeroepen: een protocol om de oorlog te humaniseren, zodat we van zinvol geweld kunnen spreken en al dat bloed snel kan opgeruimd worden. De bankier, filantroop en stichter van het Rode Kruis Henri Dunant was de bedenker van deze slachtbankhygiëne. Uit Genève overigens, zoals… Jean-Jacques Rousseau die meeschreef aan de Déclaration des Droits de l’Homme. Genève, hoofdstad van de deugdzaamheid, in een land waar nooit een oorlog woedt omdat er teveel banken staan.

Collectief erfgoed: de catastrofe van Bamyian

We doen er nog een misantroop schepje bovenop,- ik keer even terug naar dat stenigingstafereel vBamyangan zonet.

De permanente verontwaardiging van het Wereldgeweten steunt op een aantal algemeen erkende, “humanitaire” principes zoals vrijheid van meningsuiting, gelijkheid van man en vrouw, enz. Overal ter wereld moeten de vrouwen bevrijd worden, kunnen GSM-en, en een minirok kunnen dragen.  De vraag is wat we moeten doen met de onverlichten die niet wíllen bevrijd worden. In een cultuur waar dat gewoon niet aan de orde is. Moeten we dan prevelen: “Heer, vergeef het hen, want zij weten niet wat ze doen”? 

Regelmatig hoor ik geluiden van moslima’s die het best leuk vinden om in een zwarte zak rond te lopen, met enkel een minuscuul traliewerkje voor de ogen. Groot humanitair boegeroep. Maar op basis waarvan? Hier bij ons kan men dan nog de carnavalswet inroepen (buiten de carnavalperiode moet elkeen in de publieke ruimte identificeerbaar zijn), maar in Afghanistan? Pakistan? Die constante drang van het Westen om zich overal ter wereld te willen bemoeien en culturen te herbeschaven, wat is dat anders dan modern kolonialisme en een nieuwe variant op het aloude missioneringsthema?

Cultureel erfgoed, allemaal goed en wel. Maar het zijn toch hun beelden? Waar bemoeien we ons mee? Wat maakt ons, Westerlingen, menselijker, slimmer, verlichter?

Van moraal naar cultuur: het is een kleine stap in de wereld van de Gutmensch. Hier komt ook de UNESCO in beeld, het cultuurministerie van de Verenigde Naties. Het houdt zich onder meer onledig met het opstellen van een werelderfgoedlijst, een soort planetaire multiculturele catalogus van monumenten en evenementen. De grootste belanghebbende is hier zonder twijfel het toerisme en de reisindustrie. Alles moet toegankelijk worden, geïntegreerd in een planetair Disneyland: de Sagrada Familia, de tempel van Ramses II, het Colosseum, de Brugse binnenstad, het Aalsterse Carnaval…,- het worden allemaal zetstukken in een diepgevroren museum-der-mensheid waartegen geen hond nog zijn poot mag verheffen.

Wie die globalistische, groot-humanistische conserveringsdrang maar niks vindt, zoals de inwoners van Brugge die niet in een postkaart willen leven, of de Romeinen die dat Colosseum rustig laten verpieteren om er ooit een supermarkt te kunnen zetten, krijgt een strenge reprimande van de UNESCO: cultuurbarbarij is immoreel. Eilanden zijn verboden, grenzen ontoelaatbaar.

De meest drastische, “barbaarse” actie tegen de Westerse Disney-ideologie was wellicht de dynamittering van de Boeddhabeelden door de Taliban in Bamyian/Afghanistan in 2001. Een golf van afgrijzen liep door de weldenkende wereldburgerij. Terwijl ik zou denken: het zijn toch hún beelden? Met welk recht maken we ze tot de onze? Toch niet onze mensenrechten zeker?

Mededogen

Net op het moment dat het bankroet van het menselijk project op deze aardkluit duidelijk wordt, grijpt het globalisme om zich heen, als een laatste, panische poging om te beheersen wat niet te beheersen valt. Bescheidenheid zou ons nochtans sieren: het denken op wereldschaal deugt niet, noch economisch, noch cultureel. Politiek hebben alvast noch links noch rechts in deze een poot om op te staan. Als de nationalisten het begrip “cultuurnatie” ernstig nemen, dan moeten ze niet zeuren over een boerka in Saudi-Arabië en zelfs niet over de Moslimbroederschap in Egypte, want die vertegenwoordigen aldaar de grondstroom, of men dat nu graag hoort of niet. Anderzijds, als links nog eens afgeeft op het neokolonialisme en het Westers cultuursuprematisme, zoals Walter Zinzen in zijn recente boek ‘Mens, erger je!’, dan moeten ze zelf niet in die fout vervallen en zich dus vooral niet inlaten met de vrouwenrechten in Iran of de democratie in China. Il faut cultiver notre jardin.

Het enige dat in dit alles overeind blijft, voorbij en buiten alle moraal of mensenrechtenconventies, is het mededogen. Het apolitieke, on-strategische mede-lijden vanuit de onderbuik, dat de filosoof Arthur Schopenhauer opgroef, als enig geldig criterium in het menselijk handelen. De visser dus, die de drenkeling nabij Lampedusa oppikt, ongeacht de moraal en zelfs tegen de rechtsregels. Heeft niets meer met mensenrechten of humanitaire retoriek te maken, en beperkt zich overigens niet tot de mens maar tot alle levende wezens. Verlos ons van het Wereldgeweten, en maak plaats voor het grote mededogen. Niet afdwingbaar, niet-universeel, redeloos. Twee blikken die elkaar kruisen, meer is daar niet voor nodig. Daar had Sartre absoluut een punt, tot hij weerom begon te zwammen over “humanisme”, en dat zelfs met communisme verwarde. Terwijl ons ultiem streefdoel wellicht in het opgeven van dat menselijke, al te menselijke ligt. Wordt vervolgd.

Iedereen Johnny?

DJOp het einde van deze zomer passeerde er een tweedaags DJ-festival in onze buurt, in vogelvlucht zo’n twee km ver. Toevallig waren we buiten in de tuin met vrienden: onze haren stonden letterlijk recht van het lawaai. Vooral de zware bassen, dat werkt op de duur op je systeem, alsof je gaat uiteen rammelen. Tot drie uur in de nacht ging dat door, af en toe ook met pieken: DJ’s gaan periodiek boven de toegelaten geluidsgrens van 100dBA om er eens een flinke lap op te geven, zoals dat heet.

Dat is wettelijk ook toegelaten, want de waarden worden gemiddeld gemeten over een uur. Volgens medische normen is 100dBA (het geluid van een straaljager op korte afstand) echter het niveau waarop onherroepelijke gehoorschade ontstaat: één op de vier jongeren keert terug van een popfestival met blijvende gehoorschade. Een beschadiging van het gehoor uit zich aanvankelijk als oorsuizen (tinnitus), als een druk- of pijngevoel in het oor of als een verminderd gehoor. Meestal treden die verschijnselen zo onduidelijk en zo geleidelijk op, dat men de beschadiging niet opmerkt. Het is pas na jaren dat men de werkelijke schade kan vaststellen.

Voor elk boerengat zo’n DJ-festival wil organiseren: dit is dus pure waanzin. Ik probeer hier als klassiek-liefhebber dan nog mijn eigen muzikale smaak er buiten te houden, door me niét af te vragen wat er zo boeiend is aan iemand die van op een podium enkel schijven staat te draaien. Je zal je kind maar naar de muziekschool sturen, drie uur per week, waar het met vallen en opstaan een instrument leert beheersen, om het dan tegen de puberteit te horen zeggen dat zo’n DJ toch veel cooler oogt.

Neen, ik vraag me enkel af wat de zin is van zo’n decibelorgie waar oordopjes worden uitgedeeld teneinde de schade te beperken. Kan die knop echt niet wat stiller gedraaid worden zodat die oordopjes niet hoeven? Een duidelijk antwoord kwam van het gemeentebestuur van Overijse, waar ik het probleem voorlegde: “Ach mijnheer, we moeten met onze tijd meegaan”.

Alles ist gut

Ziezo, die zat. Het was de Zeitgeist verdorie, waar ik geen rekening mee gehouden had! Gezondheid, cultuur, kwaliteit, dat is toch allemaal larie en apekool: dit is wat de jeugd wil, en dat is onze toekomst. Wie daarin niet meegaat, overleeft zichzelf en is, nu ja, rijp voor de ouderenzorg of misschien wel euthanasie. Dat noopt een filosoof als ondergetekende tot enkele mijmeringen over conformisme, mainstream-denken en de geschiedenis als overlevingsspektakel.

Hegel

G.W.F Hegel: de DJ van de wijsbegeerte

De Duitse filosoof Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770 – 1831), waaraan ik mijn licentiaatsscriptie wijdde, zag de geschiedenis als een voortdurende wording van waarheid. Wat gisteren nog fout was, is het vandaag niet meer, en omgekeerd. Ideeën die ontstaan en zich handhaven –of laten we maar zeggen: voldoende gepromoot worden- krijgen draagvlak, geldigheid en verdringen andere. De meerderheid bepaalt vandaag alles, leven de democratie.

Een boeiende en tegelijk gevaarlijke visie, dat historisch fatalisme, dat uiteindelijk alles verrechtvaardigt wat zich in het menselijk universum voordoet: het zou allemaal een noodzakelijk moment zijn van die grote stroom, op weg naar de finale waarheid. Deze “alles ist gut”-theorie ( dat is ook de naam van het derde album van de Duitse elektropunkband “D.A.F.”) vinden we nu op een vreemde manier bevestigd in de goedzakkigheid van dorpspolitici (in dit geval een samenraapsel van CD&V, N-VA en nog wat druiventelers, dus allerminst een revolutionair gezelschap) die stemmen ruiken en hun broek afdoen voor randdebiele massa-evenementen.

Enfin, democratisch gezien heb ik geen poot om te staan: er waren naar verluidt enkele duizenden oordopjes naar dat festival afgezakt, en dat op zich doet de oorhaartjes trillen van elke rechtgeaarde politicus. De rekenkunde van deze lui is simpel: het segment van 18-25-jarigen is de primaire doelgroep. Ze zullen nog het langste leven, ze bepalen de agenda’s van morgen, en ze zijn tegelijk het meest beïnvloedbaar. Het is exact dezelfde redenering die de doorsnee-marketeer erop nahoudt.

DJ’s zijn niet zomaar entertainers, het zijn kleine Hitlers, postmoderne agitatoren met een destructieve agenda.

En zo zijn we bij de kern van deze Hegeliaanse dorpskomedie aangekomen: de politiek voegt zich steeds meer naar de wetten van de markt en telt de koppen. Het is al een tijdje aan de gang, maar het proces belandt in een stroomversnelling omdat het politiek debat zienderogen vervaagt ten voordele van een peilingendictatuur.

Via Facebook, Twitter en andere sociale media kruipt dit populisme voort. Behekst zijn ze, die politici, door dat getwitter. Ik ken er geen enkele die zegt dat hij/zij ervoor bedankt. Terwijl zo’n 140-tekens-medium gewoon nergens op slaat. Heb het een paar keer geprobeerd: dit medium is niet geschikt voor een politiek debat, erger nog: het herformuleert de regels van dat debat en creëert een one-liner-cultuur waar geen enkele plaats meer is voor nuance of verdieping.

Ont-hypen: fuck de tijdsgeest

Maar goed, dat DJ-fenomeen dus, en de decibellawines. Iemand moet ook eens zeggen dat het de verkeerdeDJ richting uitgaat, punt andere lijn.  Dat uitvindingen gewoon niet deugen en dat sommige fenomenen dringend ge-onthyped moeten worden. Stop de lawaai-religie, stuur de DJ’s en hun trommelvliesvergruizers wandelen. Waarschuw voor de gemakkelijkheidscultuur van de Johnny’s en het disco-universum waar muziek enkel nog passief beleefd wordt. Moedig kinderen aan om actief te musiceren en zich in te spannen voor een resultaat. Gaan we niet met onze tijd mee, dan is het maar tegen de stroom in. Worden we voor ouderwetse zakken versleten, we zullen het als een geuzennaam aannemen. Unzeitgemäss, fuck de tijdsgeest. De vrees om die tijdsgeest te rateren en hypes te missen, leidt tot een modernistisch conformisme, een macabere aanpassingsdwang waar vooral marketeers handig op inspelen.

Zo doet iedereen steeds meer wat de andere doet. Vergeet het individualisme: ik zie steeds meer tekenen dat het individu verdwijnt, opgaat in een massacultuur van de imitatie, de pseudobehoeften en de self-fullfilling prophecies. In de media aangekondigde trends wórden dat ook, onder het motto: “zorg dat je erbij bent”. Uiteindelijk zorgt dit ook voor een neerwaartse spiraal in het onderwijs, waar de dictatuur van de middelmaat heerst of, erger nog, waar men aangemoedigd wordt om kwalitatief op de ondergrens te vegeteren. Door leerkrachten die in hetzelfde bad zijn groot geworden en ook niet meer beter weten. De cirkel is rond

Ik zal nog één keer filosofisch worden en het als amateurmuzikant over zintuigen hebben. Waar en hoe is muziek lawaai geworden? Hebben de DJ-manie en de decibelcultuur fascistoide randjes? Het feit dat zoveel jonge mensen in dit DJ-tijdperk met aan flarden gespeelde trommelvliezen rondlopen, vind ik onrustwekkend. Het is niet zomaar een medisch probleem, het is een cultureel defect. In de alles overweldigende beeldcultuur is het nodig dat andere zintuigen –het horen, het ruiken, het voelen- het af en toe overnemen, een waakhondfunctie vervullen en ons toelaten om andere informatie te verzamelen dan deze waar de beeldcultuur toe leidt. DJ’s zijn niet zomaar entertainers, het zijn kleine Hitlers, postmoderne agitatoren met een destructieve agenda. Is het daarom dat de politiek hen geen duimbreed in de weg legt?

Het wordt tijd dat kunstenaars in het verweer gaan en een lans breken voor nieuwe zintuiglijkheid. Volkseducatie, jawel, te beginnen met simpele oefeningen. Sluit op straat, in de trein of op de tram, of gewoon thuis, eens de ogen en luister. Je ontdekt andere dingen die compleet onzichtbaar als “ruis” lagen verscholen in de spectaculaire overdosis van visuele prikkels. Het is misschien veelzeggend dat de beeldcultuur juist de afstomping van het gehoor promoot, en zo die waakhondfunctie uitschakelt, voor goed.

En dan is er nog datgene wat steeds minder ervaren wordt, en zoveel meer is dan de afwezigheid van geluid: stilte.